De democratisering van onze informatievoorziening

Ik las laatst over het ‘twee-in-een principe’ van Hannah Arendt: d.w.z. ‘onze innerlijk dialoog met onszelf waardoor iedereen zichzelf de maat neemt en een brug slaat tussen ons innerlijke en het openbare leven van de mens’. En die brug tussen ons innerlijk en openbaar leven krijgt vorm door ons handelen.

Een mooi beeld is dat: de brug tussen ons innerlijke en het openbare leven. Wat dieper nadenkend over de definitie van wat ons ‘openbare leven’ kom ik tot de conclusie dat de reikwijdte van ons openbare leven de laatste jaren behoorlijk veranderd is. Beperkte vroeger ons openbare leven zich tot gezin, werk, kerk en/of kroeg, tegenwoordig speelt ons openbare leven zich niet alleen af in de fysieke werkelijkheid maar ook in toenemende mate online, veel mensen besteden geheel vrijwillig hun tijd aan het internet en sociale media waardoor ons openbare leven een veel groter bereik heeft gekregen.

Je kan de impact van het internet denk ik goed vergelijken met de impact van de uitvinding van de boekdrukkunst rond 1454 door Laurens Janszoon Coster en/of Gutenberg. Luther zouden nooit zo succesvol zijn geweest als hij zijn reformatorische stellingen niet via boeken had kunnen verspreiden en hetzelfde geldt bijv. voor Erasmus met betrekking tot het humanisme. Natuurlijk was er veel weerstand van de gevestigde orde tegen bepaalde boeken maar het boek, eenmaal uitgevonden, bleek het hardnekkig te blijven bestaan en in verboden vorm des te aantrekkelijker om te lezen.

Cruciaal was dat door de boekdrukkunst de geestelijkheid haar monopolie op informatietoegang en de lees- en schrijfkunst verloor. Hierdoor kreeg met name de intellectuele elite (wetenschappers, schrijvers, journalisten, politici, kunstenaars etc.) toegang en kwamen er uitgeverijen, tijdschriften en kranten die als poortwachters bepaalden wat wel of niet gepubliceerd werd, je kan dus stellen dat door de boekdrukkunst het monopolie verschoof naar de intellectuele elite.

En dan nu de internet revolutie die kan worden gekenmerkt als de volledige democratisering van de informatietoegang. Iedereen heeft tegenwoordig toegang tot het internet, kan een boek schrijven, dit op internet publiceren of zelf een website beginnen en daar alles op zetten wat men wil, hoe onbenullig ook. Met name door het ontstaan van ‘social media’ heeft deze democratisering van de informatietoegang een enorme boost gekregen en tegelijkertijd een nieuwe dimensie toegevoegd aan ons openbare leven.

Ons openbare leven wordt met de nieuwe mogelijkheden van het internet niet alleen meer gevormd door het rechtstreeks handelen tussen mensen maar nu ook met iedereen in de digitale wereld waarin je online actief bent. Een ontwikkeling die nog maar net begonnen is en waarvan commerciële partijen de eigenaar zijn en we de impact nog niet goed kunnen overzien. Natuurlijk weten we dat er impact is op onze privacy, inlichtingendiensten alles kunnen volgen, iemand waarmee je chat een ‘bot’ kan zijn, de uitkomst van een search op Google gestuurd wordt door betalende adverteerders, dat de meest actieve internetters last hebben van eenzaamheid en depressies en vreemde mogendheden proberen onze verkiezingen te beïnvloeden, en o ja: de volgende oorlog een cyberoorlog wordt …of al begonnen is? Allemaal onbedoeld bijeffecten van de democratisering van de informatietoegang die de bedenkers van het internet niet voorzien hadden.

De vraag is nu wat de lange termijn gevolgen van het internet zullen zijn. Leverde de boekdrukkunst de reformatie, het humanisme en later de verlichting op, wat kunnen we verwachten van de digitale revolutie die nu plaats vindt? Uit de bijeffecten blijkt dat we nog niet goed weten hoe we met deze nieuwe onlinewereld moeten omgaan en het is te hopen dat ons zelfregulerend vermogen ons in staat stelt de ongewenst excessen te voorkomen. Ondertussen valt het me op dat de oude intellectuele elite het moeilijk heeft met deze ontwikkelingen omdat zij hun oude positie van poortwachter aan het verliezen zijn. Dat blijkt uit de dalende verkoop van kranten en boeken maar ook uit het opkomende populisme dat zich vaak richt tegen intellectuelen en journalisten (Trump vs. CNN). Eigenlijk logisch, de democratisering van de informatievoorziening zal zich in eerste instantie richten tegen de oude poortwachters tot informatie net zoals dat destijds na de uitvinding van de boekdrukkunst gebeurde tijdens de beeldenstorm.

Op dit moment is het echter onduidelijk wat al deze nieuwe digitale ontwikkelingen op termijn gaan opleveren: blijven we allemaal in onze ‘bubble’ zitten of gaan we af en toe switchen? Laten we onze politieke voorkeur afhangen van de consensus in de eigen groep of vormen we liever onze eigen mening? Worden we kritisch op ons onlinegedrag of laten we ons leiden door ‘influencers’ die onze behoefte gaan bepalen…

De brug waar Hannah Arendt het over heeft is een multidimensionale snelweg geworden waarop we de innerlijke dialoog met onszelf niet alleen moeten afstemmen met ons ‘offline’ maar ook met ons ‘online’ openbare leven.

Gerard Geerlings | gerard.geerlings@gmail.com | 06 53 888 204 | www.gerardggeerlings.nl