Schaken en Algoritmes..

Vanaf het moment dat de computer werd uitgevonden hebben mensen geprobeerd computerprogramma’s te ontwikkelen die het konden opnemen tegen de mens.

De eerste die een artikel publiceerde over computerschaak was Claude Shannon die in 1950 het artikel “Programming a Computer for Playing Chess” publiceerde, een jaar daarop publiceerde Alan Turing, op papier, het eerste computer programma. Op basis van hiervan schreef zijn collega Dietrich Prinz in 1951 het eerste, echt werkende schaakprogramma op een Ferranti Mark I computer van de Universiteit van Manchester, dit programma was nog niet in staat een volledige partij uit te spelen. Het duurde nog tot 1958 tot een Alex Bernstein van IBM het eerste  programma voor een IBM 704 mainframe schreef waarmee een volledige partij kon worden gespeeld.

Eind jaren 70 verschenen de eerste schaakcomputers voor thuisgebruik in de winkels. Zelf heb ik begin jaren tachtig nog geschaakt op de Sinclair ZX81 van mijn broer met het programma 1K ZX Chess wat toen het eerste programme was dat ik gebruikte op de computer. Sindsdien zijn er vele schaakcomputers ontwikkeld en werden vanaf 1980 jaarlijks de Micro Schaakcomputer Wereldkampioenschappen (WMCCC) georganiseerd om te bepalen welke schaakcomputer de beste ter wereld was, vanaf 1990 werd hierbij alleen nog maar gebruikgemaakt van PC’s.

In 1996 was de schaakcomputer Deep Blue de eerste die in een tweekamp tegen de regerend wereldkampioen Garri Kasparov met een 4-2-voorsprong won waarvan één partij winnend: de computer had de mens verslagen en vanaf dat moment stond niet meer de vraag centraal of de computer van de mens kon winnen bij het schaken maar welke computer het beste kon schaken.

Daar is dan nu weer een nieuwe ontwikkeling bij gekomen nu de kunstmatige intelligentie bij het schaken zijn intrede heeft gedaan en het programma AlphaZero, ontwikkeld door Google-dochter Deep Mind, onlangs het op dit moment beste schaakprogramma Stockfisch versloeg. Wat AlphaZero uniek maakt is dat deze software gebruik maakt van een algoritme dat, op basis van kennis van de schaakspelregels, zichzelf leert schaken. AlphaZero had vier uur nodig om het schaken te leren en daarmee de beste te worden en heeft inmiddels hetzelfde gedaan voor het spel Go en de Japanse schaakvariant Shogi.

Eén algoritme dus die zelf schaakprogramma’s schrijft en dus generaties computer-programmeurs overbodig maakt die bezig zijn geweest het beste schaakprogramma te schrijven. De vraag is dus nu niet meer ‘Wie schrijft het beste schaakprogramma” maar “Wie schrijft het beste spel algoritme”. Google kondigde overigens tegelijkertijd aan dat hun ‘Brain team’ bezig is een algoritme te ontwikkelen dat zelf artificial Intelligence bouwt.

Het gaat dus allemaal om algoritmes tegenwoordig die het programmeren van software overbodig maken. Dachten we tot voor kort dat er altijd wel behoefte zal zijn aan software programmeurs dan lijkt het er nu op dat maar een beperkt aantal slimme programmeurs aan algoritmes sleutelt waardoor veel programmeurs overbodig worden.

Ik was laatst op een sessie in Utrecht georganiseerd door Gemeas Patents en B-GRIP een informatiemiddag over Intellectueel Eigendom (IE) en vroeg toen aan een in IP gespecialiseerde advocaat  Bert-Jan van den Akker van Doen Legal uit Zeist of je ook IP kunt hebben op een een algoritme. Dat kan volgens hem niet niet omdat een algoritme een algemeen goed is net als een wiskundige formule of de chemische samenstelling van een stof.

Mohammed ibn Moesa al-Chwarizmi

Een algoritme, vernoemd naar de Perzische wiskundige Mohammed ibn Moesa al-Chwarizmi, die het begrip voor het eerst bedacht, wordt door hem gedefinieerd als een eindige reeks instructies die vanuit een gegeven begintoestand naar een beoogd doel leidt. Algoritmen staan in beginsel dus los van computerprogramma’s en als je dus een bestaand algoritme implementeert kan niemand je daarop aanspreken. Vanwege deze reden ontwikkelt Google haar algoritmes waarschijnlijk dan ook als zgn. open software zodat ook andere, niet Google medewerkers, in staat zijn mee te werken en te profiteren van dit soort ontwikkelingen.

Mooie ontwikkelingen allemaal die een nieuwe vraag bij mij oproept: ‘Is er een schaakprogramma mogelijk, gegenereerd door een algoritme, dat niet verbeterd kan worden?’ Waarna natuurlijk de vraag volgt: ‘Kan er een algoritme ontwikkeld worden dat niet verbeterd kan worden?’ En uiteindelijk: ‘Is er één algoritme mogelijk dat alle algoritmes overbodig maakt en niet verbeterd kan worden?’ Als we deze laatste vraag hebben beantwoord kan het ‘BrainTeam’ van Google worden opgeheven en krijgt ons eigen brein de instructie voortaan alleen nog maar met plezierige emoties bezig te zijn…

Vrijheid van meningsuiting

Een tijd terug was ik in het Groninger Museum voor een tentoonstelling ‘Student in Groningen 1614-2014’. Omdat ik zelf in Groningen gestudeerd heb was ik natuurlijk met name geïnteresseerd in de periode 1968 – 1980, de periode tussen de studentenopstanden aan  universiteiten over de hele wereld waarbij zij massaal in verzet kwamen tegen de toenmalige elite en meer inspraak eisten en de periode dat ik zelf in Groningen economie studeerde.

Wat mij opviel aan deze tentoonstelling is de continue historische lijn van het succes van de studenten corpora als dominante factor binnen het studentenleven en het kleine intermezzo van eind jaren zestig tot begin jaren tachtig dat wordt gekenmerkt door turbulentie en grote veranderingen. Welgeteld één wandje was volgeplakt met foto’s over acties in die tijd waarna de tentoonstelling weer vrolijk verder ging over Vindicat, ontgroeningen en andere studenten rituelen die nu nog steeds het nieuws halen.

Dus tijdens die 400 jaar zijn de roerige jaren zestig maar een klein intermezzo van 15 jaar geweest waarin studenten streden om meer zeggenschap en en toegang tot het onderwijs voor iedereen. Ik heb zelf in die tijd, na mijn switch naar Utrecht daar in de faculteitsraad Sociale Wetenschappen gezeten waar mijn stem evenveel waard was als die van de professoren en wetenschappelijk medewerkers. Ik zat toen in de faculteitsraad met de spraakmakende psycholoog professor Piet Vroon die deze inspraak maar niks vond en dat leverde interessante discussies in de faculteitsraad op.

Ik was in die tijd meer bezig met dit soort zaken dan met mijn studie zelf en hoefde als student alleen collegegeld te betalen om te kunnen studeren (500 gulden geloof ik) en dan kreeg ik een studiebeurs, mijn studievoortgang werd toen niet gecontroleerd. In die periode werd het hoger onderwijs voor het eerst breed toegankelijk voor velen en daar heb ik toen van kunnen profiteren: mijn ouders hadden beide niet gestudeerd en ik behoorde tot de eerste generatie van mijn familie die toegang kreeg tot het wetenschappelijk onderwijs.

Dat is tegenwoordig allemaal anders. Studiefinanciering is er nog wel maar niet meer als beurs maar als lening en alleen als je genoeg studiepunten hebt mag je verder. Het overstappen van de ene studie kan wel maar kan consequenties hebben voor je studiefinanciering en de hoogte van het collegegeld etc.. Door al deze beperkingen is studeren dus niet meer zo vanzelfsprekend als in mijn tijd.

Tijdens die tentoonstelling in Groningen realiseerde ik me dat de democratiseringsbeweging van 1968 dus maar heel beperkte invloed heeft gehad. Ik geloofde destijds democratisering een onomkeerbaar proces was en dat de dingen die we realiseerden niet meer terug gedraaid konden worden.

Ik moest hier aan denken toen ik in de Volkskrant vanmorgen, 5 december 2917, een artikel las over de vrijheid van meningsuiting, religiekritiek en het opkomen voor humanistische waarden. De Internationale Humanistische en Ethische Unie (IHUE) heeft een rapport gepubliceerd, het Freedom of Thought Report 2017, en daaruit blijkt dat het geweld tegen ongelovigen, agnosten en vrijdenkers extremer wordt en dat deze ongelovige steeds feller worden gediscrimineerd, vervolgd of zelfs gedood. Zo is in Pakistan de student Mashal Khan onlangs doodgeslagen door een groep woedende studenten omdat hij zich op Facebook humanist had genoemd.

In ons land zijn er, volgens recent onderzoek, meer atheïsten dan gelovigen en daarom doen we het waarschijnlijk beter dan andere landen wat betreft de vrijheid van meningsuiting. Toch moeten we waakzaam zijn, ook hier hebben afvallige moslims die zich afwenden van de Islam het moeilijk zoals blijkt uit een onderzoek van Gert Jan Geling, docent aan de Haagse Hoge School volgens hetzelfde artikel in de Volkskrant.

En het zijn niet alleen religieuze redenen die de vrijheid van meningsuiting beperken. Neem bijvoorbeeld het recente voorbeeld van de Amerikaanse Juli Briskman die recentelijk onder het fietsen haar middelvinger opstak naar een konvooi dat de president vervoerde. De reden waarom ze dit deed was dat ze boos is op het politieke klimaat in de VS: ‘Dit was een mogelijkheid er iets van te zeggen.’. Een foto van dit  voorval ging al snel rond op het internet en een dag later werd ze ontslagen door het bedrijf waarvoor ze werkte Akima LLC. 

Als reden voor haar ontslag gebruikte haar werkgever het argument dat Briskman deze foto als profielfoto op social media had gebruikt en dat ze daarmee het social mediabeleid van het bedrijf overtrad. Pas maar op dus, protesteren tegen de overheid kan je dat dus je baan kosten in het land waar de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst in de grondwet staan.

Het vooruitgangsgeloof dat wij hadden in de jaren zestig en de verwachting dat alles als maar beter zou worden is dus een verschijnsel van voorbijgaande aard geweest. Uit het rapport van de IHUE blijkt dat de vrijheid van meningsuiting wereldwijd flink onder druk staat en vrijdenkers in veel landen op hun tellen moeten passen.

Blijven schrijven dus maar… 

De Blogger

Het begint meestal ’s nachts als waken overgaat in slapen en er langzaam een idee in je hoofd opkomt. Meestal komt er dan een droom die dit idee verdringt zodat ik mij de volgende ochtend niets meer van dit idee kan herinneren, heel af en toe ontwikkelt het zich ‘s nachts in iets meer dan dat en ontstaan de contouren van een verhaal en het verlangen dat te schrijven.

Van bed naar schrijfmachine en voorzien van een espresso verschijnen al gauw de eerste letters op het scherm, elk begin is goed, elke correctie beter en elke zin voldoet zolang geen betere gevonden, hoewel ik weet dat die er altijd is. Plots gaat alles vanzelf: het verhaal neemt mij over en ik kan niet anders dan regels samenrijgen tot iets wat geschreven moet worden, kop, midden, staart, grap, vondst, volgorde, ritme, overgang en dan als hoogtepunt de onvermijdelijke uitsmijter.

Dan laat ik het liggen, ga ik weg, kom ik terug, schrap en vul aan waar iets ontbreekt, het rijpt en wordt beter. Dan is het af en met een druk op de knop gaat het de digitale ruimte in en wordt het alleen nog maar door bots gelezen.

Stoïcijns Coachen.

Gisteren waren er drie ondernemers aan het woord bij Pauw  die vertelden over de periode dat het slecht ging met hun bedrijf. Alle drie deze ondernemers, top kok Ron Blauw, ‘Miljonair Fair’ Yves Gijrath en Marlies Dekkers van de lingerielijn, zijn tijdens economische crisis van 2008 met hun bedrijf failliet gegaan. Wat ze gemeen hebben is dat hun ondernemingen zich richten op het luxere segment waardoor ze meer last hebben van de conjunctuur dan bedrijven die zich richten op meer primaire levensbehoeften. Op het moment dat het slecht ging hadden ze dus kunnen weten dat hun markt zou gaan veranderen en dat doorgaan op de huidige wijze geen optie was.

Ondernemers praten niet graag over hun mislukkingen maar praten liever over hun successen, dat ligt nu eenmaal in de aard van het beestje. Praten over je zakelijke tegenslagen is daarom taboe als het ondernemersbloed in je DNA zit: als ondernemer moet je in je bedrijf geloven en daarom moet in je eigen talent geloven en vooral veel zelfvertrouwen uitstralen.

En als dan plots de markt verandert, je omzet terugloopt en alles wat je ook probeert om je business weer een impuls te geven niet helpt, dan is dat niet goed voor je zelfvertrouwen en ga je twijfelen aan jezelf. Ron Blauw, met twee Michelin sterren een gevierd culinair ondernemer, vertelde in Pauw dat hij zich naar zijn personeel toe schaamde voor zijn bedrijf en zich een ‘looser’ voelde. Hij ging twijfelen aan zijn eigen talent en ging, wanneer zijn restaurant maar voor een kwart gevuld was, op zijn scooter bij andere restaurants naar de bezetting kijken om maar vooral het gevoel te hebben dat het niet aan hem lag maar dat de hele horeca last had van de crisis, dat geeft dan troost.

Marlies Dekker heeft dit ook meegemaakt. Haar talent ligt met name in het ontwerpen en opbouwen van haar lingerielijn en toen haar business niet meer goed ging hielp volges haar niets meer om het tij te keren. Dat geeft een gevoel van angst en verlamming, vertelde ze. Was ze tijdens de opbouwfase van haar bedrijf altijd ‘in control’, toen het tijd werd voor crisismanagement bleek dat ze de ondernemingskwaliteiten voor deze fase niet bezat.

Alle drie de ondernemers adviseren bedrijven die iets soortgelijk meemaken een goede adviseur in te huren die verstand heeft van de materie om je door deze moeilijke fase heen helpen. Als het slecht gaat met je bedrijf kom je als ondernemer in een andere wereld terecht. De bank, die altijd zo meewerkte, is in ene niet meer zo hulpvaardig en trekt zijn krediet in, voorheen trouwe medewerkers verlaten het zinkend schip, zakelijke vrienden blijken niet echt vrienden te zijn en voor je het weet zit je je verdiepen in de kleine lettertjes van contracten en krijg je te maken met schuldeisers en de fiscus.

In Pauw werd aandacht besteed aan de Come-Back lijn van de Kamer van Koophandel speciaal voor ondernemers in de problemen (0800-1014), volgens de KvK hebben momenteel een op de tien ondernemers last van zware economische tegenslag. Er zijn meer initiatieven op dit vlak zoals bijvoorbeeld de Stichting Over Rood waar ik zelf als ondernemingscoach bij aangesloten ben. Deze stichting ondersteund ondernemers die in de problemen komen door ze te helpen wegwijs te worden in de wereld waarin je terecht komt als het slecht gaat met je bedrijf. Over Rood begeleidt ondernemers bij een onvermijdelijke bedrijfsbeëindiging of potentiele doorstart. Overigens gaat het bij Over Rood vaak om ZZP’ers die er over het algemeen slechter af toe zijn als ondernemers met een BV vanwege de persoonlijke aansprakelijkheid. In veel gezinnen spelen zich wat dit  betreft veel persoonlijke drama’s af van ZZP’ers die geen recht hebben op een uitkering en de touwtjes aan elkaar moeten knopen.

Als ondernemingscoach die zich richt op bedrijven of ZZP’ers krijg je dus te maken met ondernemers die een deuk in hun zelfvertrouwen hebben gekregen en hulp zoeken. Hen begeleiden vraagt een ander coaching concept dan het traditionele dat zich richt op de persoonlijke ontwikkeling van de gecoachte zodat die weer optimaal kan functioneren in een organisatie. Bij dit coaching concept draait het om de drie P’s: potentie, passie en presteren centraal staan.

Het coachen van ondernemers die net de tragiek van het mislukken van hun business hebben ervaren vraagt om een heel andere benadering. Hier moet worden gewerkt aan herstel van zelfvertrouwen, het wegnemen van het gevoel van angst en verlamming, het realiseren van een nieuwe gevoelsbasis om weer te gaan presteren en het opnieuw ontwikkelen van daadkracht en het weer onafhankelijk kunnen functioneren.

Ik heb deze maand bij de ISVW college gehad van Ronald Wolbrink over ‘Stoicijns coachen’ en hij stelt dat volgens de stoïcijnse filosofie omgaan met tegenspoed alleen kan als de andere kant van de medaille, de vanzelfsprekendheid van succes door te presteren, fundamenteel ter discussie wordt gesteld. Ronald Wolbrink benoemt een artikel over ‘Stoicijns coachen’ noemt Ronald een aantal werkprincipes voor deze vorm van coachen die afwijken van de traditionele vorm van coachen.

Hieronder een vertaling van zijn werkprincipes naar het coachen van ondernemers die weer willen opkrabbelen na een een potentieel failissement op basis van mijn ervaringen als ondernemingscoach:

  1. Een vrije ruimte creëren.

Voordat de coaching start is het van belang een vertrouwde veilige ruimte te creëren voor de gecoachte ondernemer waarin hij zich vrij voelt samen met zijn coach een nieuwe basis te leggen voor een doorstart van zijn onderneming vrij van belemmeringen. Daarbij is het van belang dat de gecoachte ondernemer inzicht krijgt in de coaching methodiek en de stappen van het begeleidingsproces dat hem te wachten staat vastgelegd in een coaching protocol.

  1. Bewustzijn van de eigen invloedsfeer.

Wat bevindt zich wel en wat niet binnen je invloedssfeer? Als de zaken goed gaan werkt alles mee en wanneer de omstandigheden veranderen dringt zich een nieuwe werkelijkheid op waarbinnen je opnieuw moet gaan presteren. Waar kan je invloed op uit oefenen en waarop niet? Als je je bewust bent van je eigen invloedssfeer ben je beter in staat onderscheid te maken tussen zaken die je kan beïnvloeden en zaken die nu eenmaal zo zijn en niet kunt veranderen.

  1. Onafhankelijkheid stimuleren.

Als je succes afhankelijk is van zaken die je niet kan veranderen dan liggen stress en angst op de loer. Focus op wat binnen je invloedsfeer ligt en weer verantwoordelijkheid nemen voor je eigen presteren geeft je een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid waardoor belemmeringen wegvallen. Overigens kan het ook een gevoel van onafhankelijkheid geven als je in deze fase de conclusie trekt dat doorgaan met je business geen zin heeft maar dat is dan niet gebaseerd op je emoties maar een zakelijke afweging dat je geen vrijheid hebt binnen deze context succesvol te presteren.

  1. Beheerst omgaan met emoties.

Wanneer je weet wat je kan bereiken binnen je eigen invloedsfeer kan je weer grip krijgen op je onderneming. Daar waar eerst de nadruk lag op het kunnen omgaan met tegenspoed is het nu zaak weer in controle te zijn en beheerst om te gaan met je emoties. Het maken van een plan kan daarbij helpen en weer richting geven aan je activiteiten. Het is van belang dat je weer leert op een beheerste manier met emoties om te gaan.

  1. Een innerlijk kompas ontwikkelen.

Toen de zaken niet goed gingen liepen de emoties waarschijnlijk hoog op, nam je zelfvertrouwen af en ging je twijfelen aan je talent. Die bagage neem je natuurlijk mee naar een doorstart of de opbouwfase van een nieuw bedrijf waarbij je ervoor moet zorgen dat je een nieuw innerlijk kompas ontwikkeld op basis waarvan je weer verder kunt. Wat zijn de nieuwe leefregels die je wilt toepassen in je ondernemingspraktijk? Wat zijn de nieuwe uitgangspunten op basis waarvan je je bedrijf wilt managen?

  1. Zelfonderzoek stimuleren.

Neem af en toe de tijd voor reflectie en zelfonderzoek of je feitelijke handelen in overeenstemming is met de leefregels van je innerlijke kompas. Dit zal je sterker maken als ondernemer en beter in staat nieuwe uitdagingen aan te gaan.

  1. (Moreel) argumenteren en correct redeneren stimuleren.

Correct argumenteren en redeneren is niet makkelijk. Soms gaan we er te makkelijk vanuit dat een bepaalde bewering klopt terwijl achteraf blijkt dat de zaken toch anders lagen. Aan de coach dan ook de taak tijdens het coachen de gecoachte te wijzen op slordig denken, drogredenen en onlogische redeneringen. Om die reden is het sowieso nuttig als een ondernemer kritische mensen om zich heen verzamelt die hem scherp houden.

  1. Gemoedsrust vasthouden.

Bij Pauw gaf Marlies Dekkers aan ondernemers in de problemen het advies vooral ook goed voor je zelf te zorgen, eet goed, sport en relax, kortom: ‘Wees goed voor jezelf’. Tevens is het belangrijk je goed voor te bereiden op eventuele nieuwe tegenslag, je hebt dit immers al een keer meegemaakt dus probeer ook na te denken wat je zou doen als het tegenzit en bega niet de vergissing steeds van het meest positieve scenario uit te gaan.

  1. Eigenaarschap hernemen.

Het uiteindelijke doel van dit coaching proces is dat de ondernemer het eigenaarschap van zijn onderneming herneemt en geen coach meer nodig heeft en vol zelfvertrouwen verder gaat. De rol van de coach is uitgespeeld en indien verdere betrokkenheid nodig is kan dat alleen vanuit een nieuwe rol.

Het gaat bij ondernemingscoaching dus niet alleen over een financieel advies of het maken van een business case maar ook om het herstellen het van vertrouwen en geloof in het eigen talent.

Wil je daar meer over wilt weten neem dan contact met mij op =>

Een oceaan aan Big Data…

Vandaag, dinsdag 31 oktober 2017, wordt het muziekstuk ‘Music by Oceans’ uitgevoerd in Gasthuis Leeuwenbergh tijdens een symposium over oceanografie van de Universiteit Utrecht. De componist Stef Veldhuis maakte voor deze compositie gebruik van de data van de meer dan drieduizend drijvende boeien (ankers) die sinds 2007 in onze oceanen dobberen en die door middel van sondes enorme hoeveelheden data verzamelen over het zoutgehalte, de temperatuur, de stroming etc.. Op basis van al deze data kunnen wetenschappers dan weer analyses maken en voorspellingen doen over het weer en het klimaat.

Met diezelfde data kan je dus nog meer doen, zoals blijkt uit uit dit initiatief deze data via een algoritme op basis van muzikale elementen zoals ritme, toonhoogte, duur en dynamiek om te zetten in muziek waardoor we in staat worden gesteld naar oceanen te luisteren om te ervaren of er patronen te onderscheiden zijn. Traditioneel worden bij dit soort analyses gebruik gemaakt van statistische methoden en calculaties en worden de uitkomsten grafisch weergegeven om een en ander inzichtelijk te maken. Door deze data nu ook om te zetten in geluid hopen de onderzoekers ingewikkelde patronen herkenbaar te maken, aldus oceanograaf Erik van Sebille vandaag in een artikel in de Volkskrant.

Voor het symposium in Utrecht zijn 8 composities gemaakt, elk gebaseerd op een andere sonde, en via de website  musicbyoceans.org kan men zelf ook aan de slag om een eigen compositie van oceaanmuziek te maken. Het resultaat levert soms totale chaos maar ook verstilling op, afhankelijk van de plek in de oceaan.

Een interessant experiment, zeker omdat het een enorme uitdaging aan het worden is uit al die grote hoeveelheid data die we ter beschikking hebben zinnige informatie te halen. De huidige digitale analyse technieken zijn niet meer voldoende om aan de toegenomen behoefte aan analyses te voldoen. Het meer dan tien jaar opslaan van al deze data vanuit 3.000+ meetpunten levert enorme hoeveelheden data op.  Een behoorlijke uitdaging maar natuurlijk niets vergeleken bij de hoeveelheden data die tegenwoordig overal verzameld worden nu de combinatie van datacenters en het internet of things de komende jaren de hoeveelheid big data explosief zullen doen groeien.

De kernvraag daarbij is dan hoe je in een oceaan aan big data de ankers moet plaatsen op basis waarvan je meet. Als je uitgaat van oude ankers loop je de kans dat je onderliggende structuren over het hoofd ziet en dan kan het handig zijn kunstenaars van buiten de IT met een eigen visie te hulp te roepen. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten waar dan weer op voortgeborduurd kan worden.

Werk van de Chinese kunstenaar Qiu Zhijie onlangs te zien in het Van Abbe museum in Eindhoven.

Kunstenaars zijn vaak degenen die nieuwe ontwikkelingen vroegtijdig herkennen en het kan interessant zijn deze voor dit soort projecten te gebruiken. Naast muziek kan je ook denken aan andere kunstvormen om big data inzichtelijk te maken zoals bijvoorbeeld een choreografie, een schilderij of een film. Het lijkt me interessant een choreografie te zien van de consumptie van alcohol of een schilderij over je social media netwerk. Wellicht zien we dan verbanden waarvan we ons nu nog niet bewust zijn en gaan we ons andere vragen stellen…

De verkeersregelaar

Onderweg naar huis op een natte, warme herfstmiddag waarbij het een beetje miezerde reed ik mijn auto het laatste stukje van de berg af naar beneden. Al in de verte zag ik iemand met een feloranje regenpak staan die de weg voor mij versperde. Ik nam gas terug terwijl de man hevig gebarend voor me stond en besloot te stoppen en mijn portierraam te openen. Er was verder niets te zien qua verkeersborden dus ik vroeg me af wat er aan de hand was, verkeersongeluk, gaslek, ramp, wegwerkzaamheden?

‘Gaat u nu naar rechts of naar links’, vroeg de man geagiteerd. ‘Dat hangt van uw antwoord af’, reageerde ik ‘U blokkeert immers de weg en ik wil graag weten waarom’. ‘Als u in de auto rijdt en u komt bij een kruising dan dient u richting aan te geven. Als u hier naar rechts gaat is dat geen probleem, gaat u naar links dan moet u even wachten en mijn aanwijzingen afwachten’.

De man zag er slim uit en onmiddellijk ging de gedachte door me heen dat dit waarschijnlijk iemand is die verplicht dit soort werk moet doen en probeert er nog een beetje intellectuele uitdaging in te leggen. Als ik daar zou staan, in de regen in een oranje regenpak, zou ik er ook wat van maken en elke auto is dan weer een uitdaging. Hij begon een heel verhaal over de wegenverkeerswet en de verplichting richting aan te geven en het gevaar dat ik opleverde voor mijn medeweggebruikers. ‘Weet u wel dat u in overtreding bent en u een bon kan geven?’ Hij had er duidelijk plezier in, op zijn pak zag ik in grote letters ‘Verkeersregelaar’ staan. Ik had die dag al een verkeersboete in de brievenbus gekregen wegens te snel rijden dus daar zat ik nou ook weer niet op te wachten…

‘Maar wat is er nu eigenlijk aan de hand hier?’ vroeg ik. ‘Deze weg is tijdelijk eenrichtingsverkeer omdat op de andere weghelft werkzaamheden worden verricht’. Ik keek naar links en zag niks. “Een collega van mij houdt het verkeer aan de andere kant op dus er kan via deze baan vanuit de verkeerde richting verkeer aan komen’ reageerde hij, ‘en u wilt toch niet op elkaar knallen?

Iets in mijn hoofd zei me maar niet meer verder met deze man te communiceren want dit was er een die op zijn strepen ging staan. Ik deed mijn portierraam dicht en zette de richtingaanwijzer op links en wachtte af wat er ging gebeuren. De verkeersregelaar staarde geconcentreerd naar de verte. Na verloop van tijd gaf hij met veel gebaar aan dat ik door mocht rijden en dat deed ik dan maar, wel voorzichtig natuurlijk…

De weg waarop ik naar huis reed was verder totaal verlaten, niemand te zien, geen auto, geen verkeersregelaar, geen ongeluk of wegwerkzaamheden en terwijl ik in mijn achteruitkijkspiegel  keek zag ik de verkeersregelaar ook niet meer. Was ik mezelf tegengekomen?

#NotMe

Plots staat de krant vol van verhalen over mannen met macht die aantrekkelijke jonge vrouwen het hof maken, dit blijkt in alle sectoren van het maatschappij voor te komen en de affaire Harvey Weinstein, nooit eerder van die man gehoord overigens, is blijkbaar de trigger geweest voor deze #MeToo hype. Donald Trump heeft eerder ook al blijk gegeven van dit soort gedrag maar kwam daar toen nog mee weg.

Ik heb zelf lang in het bedrijfsleven gewerkt en gezien hoe mannen, als er weer eens een nieuwe jonge aantrekkelijke dame was aangenomen, als bijen op de honing afkwamen en ze het hof gingen maken, extern gingen lunchen en het liefst natuurlijk meenamen op een business trip naar het buitenland. Een van mijn vrouwelijke collega’s vertelde me ooit dat zij vaak, als ze ergens in een hotel  moest overnachten, door de lokale managers mee uit eten werd gevraagd omdat ze anders ‘die avond alleen in dat hotel zou zitten’. Steevast zei ze dan ‘nee’. In gezelschap kon ze daar vaak niet onderuit en dan gebruikte ze meestal de truuk bij het desert te wachten tot er een aantal disgenoten iets besteld hadden om dan op te staan en te zeggen dat ze genoeg gegeten had en vroeg ging slapen, de heren waren dan verplicht te blijven zitten omdat ze al besteld hadden. Ze wist dat als ze bleef zitten de drank een rol zou gaan spelen en je dan beter weg kon wezen en het lastiger werd iemand af te wimpelen… Een prima strategie lijkt me en deze dame heeft het dan ook ver geschopt.

Lastig, relaties op het werk, maar daar waar mannen en vrouwen intensief samenwerken gebeuren er nu eenmaal ook dingen in de relationele sfeer en meestal loopt dat goed af en soms slecht. En vaak, is mijn ervaring, weten de collega’s op het werk wel wat er aan de hand is en hoe daarmee om te gaan. Het wordt natuurlijk lastiger wanneer de factor macht een rol gaat spelen in de verhouding baas en ondergeschikte en iets wordt afgedwongen. Maar ook in zo’n situatie heb ik vaak gezien dat dit soort zaken goed wordt afgehandeld en men verstandige keuzes maakt. Zo betrapte een vrouwelijke leidinggevende op mijn werk ooit een sales manager die het op de zolder van het kantoor met een secretaresse deed. Ze besloot de sales manager te ontslaan en de secretaresse te houden, een verstandige beslissing vond we toen allemaal. Overigens zijn die twee nu al weer jaren gelukkig getrouwd, ze wonen hier in de buurt en hebben drie kinderen, ik kom ze nog wel eens tegen.

Waarom dan nu die overdreven aandacht voor dit onderwerp die zelfs zover gaat dat ook mannen met de #IHave uitkomen voor hun verkeerde gedrag ten opzicht van vrouwen in het verleden. Blijkbaar roept dit onderwerp veel emoties op en hebben slachtoffers en daders tegenwoordig door de sociale media de mogelijkheid dit makkelijker te uiten. Maar dat dit soort zaken zo massaal zouden voorkomen verbaasd me wel en herken ik niet. Volgens mij komt de grote aandacht voor dit onderwerp, vanuit sociologisch perspectief, omdat het een voor iedereen herkenbaar onderwerp is en ook dichtbij de eigen leefwereld speelt: iedereen heeft direct of indirect in zijn omgeving wel eens met dit onderwerp te maken gehad en er zo zijn een eigen mening over (net als ik). Dit in tegenstelling tot de ‘grote’ wereldproblemen van deze tijd waarbij iedereen zich machteloos voelt en niemand weet hoe we die kunnen oplossen (klimaat, vluchtelingen, oorlog, terrorisme). Zo’n dichtbij onderwerp in de relationele sfeer trekt veel aandacht en daar spelen de media graag op in.

Persoonlijk heb ik met iets dergelijks in het verleden nooit te maken gehad, althans niet dat ik me ervan bewust ben: ik heb nooit een relatie op het werk gehad of geambieerd, lijkt me een beetje ingewikkeld. Ik behoor dus tot de grote meerderheid #NotMe’s, een beetje braaf misschien, daar zouden ze het ook eens over moeten hebben…

Klassikaal en/of online leren?

Deze week kwamen de resultaten naar buiten van een grootschalig onderzoek uitgevoerd door onderzoekers van Harvard en Stanford naar de effectiviteit van online college volgen versus het volgen van de traditionele klassikale colleges. Zij analyseerden de gegevens van 230 duizend studenten die zich ofwel voor online, ofwel voor het klassikaal onderwijs hadden ingeschreven. Daarbij werdt bij beide vormen van onderwijs gebruik gemaakt van dezelfde syllabus, leerboeken, opdrachten, testen en beoordelingen waardoor het verschil tussen online en klassikaal met name ligt in de wijze van communicatie waarbij het contact tussen studenten en met de docenten bij onlinecolleges natuurlijk ook online is.

En wat bleek? De studenten die zich hadden ingeschreven voor online colleges bleken 10% lager te scoren dan de studenten die dat klassikaal deden. Internet studenten haalden niet alleen lagere cijfers maar hadden ook een significant hoger uitvalpercentage, 9 % meer dan de klassikale studenten. De onderzoekers plaatsten zelf een kanttekening bij hun resultaten: wellicht zijn het wel de slechtere en wat luiere studenten die liever online college volgen?

Kennis is tegenwoordig alom online en offline beschikbaar en het gaat tegenwoordig niet meer om het traditioneel overdragen van kennis maar het aanleren van competenties die het jou mogelijk maken kennis, die voor jou op dat moment van belang is, te vinden en toe te passen. Het gaat daarbij niet meer primair om instructie maar om constructie van kennis. In de huidige samenleving, waar zoveel informatie online beschikbaar is, ben jezelf als lerende verantwoordelijk voor het richting geven aan dat leerproces waar je later tijdens je professionele carrière, maar ook privé, veel plezier van kan hebben.

Het formeel leren gericht op het overbrengen door kennis is belangrijk maar nog belangrijker is dat studenten de competenties te bezitten informeel te leren, dus leren hoe je het best kunt leren in een snel veranderde omgeving waarbij het gaat om het continu bij blijven met je kennis en vaardigheden. Daarnaast weten we tegenwoordig steeds meer over hoe mensen leren effectief en efficiënt kunnen leren en dat maakt het mogelijk de wijze waarop we leren aan te passen aan de leerdoelstelling.

Ik heb een tijdje geleden het boek ‘How we learn‘ van Benedict Carey gelezen met de aansprekende ondertitel “Throw out the rule book and unclock your brain’s potential” gelezen. Kern van zijn boek is dat wij, vanaf het moment dat we geboren worden, snel, efficiënt en automatisch leren en op het moment dat ouders of instituties er zich mee gaan bemoeien er in het onderwijssysteem van allerlei vooronderstellingen wordt uitgegaan die contraproductief zijn en het leren juist ontmoedigen. Neem bijvoorbeeld de assumptie van het lineair leren in een prikkelvrije omgeving waar generaties ouders zich op gebaseerd hebben onder het motto ‘rust, reinheid en regelmaat’.  In zo’n pedagogisch klimaat kunnen kinderen zich het best ontwikkelen is dan de stelling. Uit recent onderzoek blijkt echter dat het vaak van plek wisselen en muziek op de achtergrond je leerprestaties juist positief kunnen beïnvloeden. In een chaotische informele setting leer je dus meer.

Benedict Carey stelt in zijn boek dat vergeten, slapen, dagdromen en afgeleid worden onderdeel zijn van het leerproces en dat het veranderen van je leerroutine juist een positief effect heeft op je leerprestaties. Leren is geen lineair proces en werkt voor iedereen anders: wat voor de een werkt kan voor de ander juist niet werken en daar moet je dus ook zelf achter zien te komen. Leren leren is dus de eerste uitdaging die je hebt als je begint met studeren en de beste vorm is voor iedereen anders. Het is daarom van belang je eigen leerstijl te ontwikkelen: waneer, op welke plek en onder welke omstandigheden leer je het best.

Omdat te doen zouden onderwijsinstellingen meerdere leerstijlen moeten faciliteren en niet één leermethode en leeromgeving aanbieden. Best wel een uitdaging voor het onderwijs want het volstaat dan niet langer om alleen maar klassikale colleges ook online aan te beiden maar ze zullen ook moeten investeren in nieuwe meer effectieve lesmethoden. En, nog belangrijker, ze zullen de content eveneens moeten aanpassen aan die andere leermethodes omdat het thuis achter de PC een college van 2 uur volgen nu eenmaal geen effectief leereffect heeft. Daarvoor zijn er online tegenwoordig teveel afleidingen… Dat vergt natuurlijk een forse investering voor onderwijsinstellingen maar zo’n inspanning en investering zou ook door samenwerkingsverbanden of private partijen gedaan kunnen worden.

Het gaat dus niet om klassikaal of online leren maar om een combinatie daarvan: blended learning dus. Per onderwijsdoelstelling zal bekeken moeten worden wat de beste vorm is op basis waarvan kennis en vaardigheden kunnen worden overgedragen. En dan kan het zomaar zijn dat een gedeelte van de colleges klassikaal is, er een online college van een professor van Harvard ingekocht is die het allemaal beter kan uitleggen dan de beste docent in Nederland, door ‘collaborative learning’ in werkgroepen en op een speciale workspace aan projecten en opdrachten gewerkt wordt (samen leren, is soms makkelijker en leuker dan alleen leren) en de toetsen online worden afgenomen via een algoritme dat niet alleen test of je iets geleerd hebt maar ook stuurt wat de beste vervolgstap zou kunnen zijn voor jou qua onderwijsdoelstelling gezien je performance tijdens de afgesloten onderwijsmodule.

Ik ben zelf sinds kort verbonden aan het Institute of Microtraining die inhaakt op de behoefte aan blended learning, en een leermethodiek toepast waarbij klassikaal (kennisoverdracht) en online (borging van de klassikaal verworven kennis) volledig is geïntegreerd.

PS.: De afbeelding ‘Understanding the spectrum of learning’ komt uit en artikel van Pieter de Vries, Delft University of Technology, Netherlands en Stefan Brall, RWTH Aachen University, Germany ‘Microtraining as a support mechanism for informal learning‘. 

Spindoctors, Lobbyisten & Public Affairs

Vanmorgen stond er een artikel in de Volkskrant over de spindoctors van de politieke partijen, onzichtbaar voor de buitenwereld maar wel aanwezig en beschikbaar voor journalisten om er hun informatie over wat er politiek speelt te halen waardoor zij de publieke opinie in hun voordeel kunnen beïnvloeden. Ex kamerlid Ybeltje Berckmoes haalde deze week, naar aanleiding van het verschijnen van haar boek, uit naar deze spindoctors die veel macht hebben in Den Haag. Zij zijn het die bepalen wat er extern  gecommuniceerd mag worden waardoor het beeld ontstaat dat onze onafhankelijke, zonder last of ruggespraak gekozen volksvertegenwoordigers kort worden gehouden door de fractieleiding en communicatie medewerkers van de politieke partijen.

Kamerleden worden dus afgeschermd van de buitenwereld en fractieleiders gebruiken hun spindoctors om hun kamerleden in het gareel te houden, dat beeld wordt in ieder geval in het artikel in de Volkskrant geschetst. We kennen dit fenomeen natuurlijk al wat langer zoals dat in bijvoorbeeld de serie Borgen door Kasper Juul werd neergezet. Communicatie is in deze series niet ondergeschikt aan de politiek maar door het framen bepalen de spindoctors waar het debat om gaat, niet de politici maar zij voeren de regie.

Het spiegelbeeld van de spindocters zijn de lobbyisten die ook in Den Haag rondlopen. Ook zij werken onzichtbaar en zijn bezig invloed uit te oefenen op de politiek maar dan namens de organisaties die hen betalen om te proberen het overheidsbeleid op een bepaald terrein te beïnvloeden.  Dit leger van lobbyisten is vele malen groter dan het aantal Kamerzetels. Volgens Public Matters waren er in 2015 600 leden aangesloten bij de Public Affairs brancheorganisatie BVPA terwijl er in de Tweede Kamer zo’n 90 ingeschreven (zie het register) en in Brussel nog eens zo’n 347 Nederlandse. Geschat wordt  echter dat dat er veel meer zijn en dat er voor elk Tweede Kamerlid zeven lobbyisten fulltime aan de slag zijn.

Ook op dit front nieuws uit Den Haag deze week: voormalig PvdA kamerlid en lijsttrekker van de partij Nieuwe Wegen Jacques Monasch liet weten gestart te zijn als strategisch adviseur bij het adviesbureau GKSV Reputatie I Communicatie I Public Affairs, niet ingeschreven in het Haagse lobbyregister overigens terwijl lobbyen op de site als bedrijfsactiviteit wordt genoemd. Hij gaat zich bezighouden met visie- en strategieontwikkeling rond maatschappelijke en reputatievraagstukken. Monasch is vorig jaar uit de PvdA gestapt vanwege meningsverschillen met de partijleiding en heeft daarna zelf een nieuwe partij opgericht, Nieuwe Wegen, die aan de laatste verkiezingen heeft meegedaan. Nu het via de politiek niet lukt invloed uit te oefenen probeert hij het dus maar via een andere nieuwe weg…

Het mag natuurlijk allemaal maar door al die spindoctors en lobbyisten ontstaat wel het beeld dat er achter de schermen van de politiek zich van alles buiten het zicht van de kiezers afspeelt en de politieke besluitvormingsprocessen zich niet richten op de relatie tussen kiezers en gekozenen maar dat goed betaalde communicatie professionals en public affairs specialisten eigenlijk aan de touwtjes trekken in Den Haag en Brussel. Ik zou er voor zijn dat ex politici niet meteen voor public affairs bedrijven gaan werken als ze uit de politiek stappen. Politieke invloed heb je gekregen van de kiezer toen je gekozen werd  en niet om die na je mandaat,te gaan inzetten voor belangenorganisaties…

Daarbij loop je als politicus veel meer risico reputatieschade op te lopen als het mis gaat maar daar heeft het bureau GKSV gelukkig ook een oplossing voor… Goede business dus die communicatie en de public affairs, je loopt minder risico en verdient nog beter ook!

Het populistische collectieve leerproces

Gisteren maakten we als mensheid voor het eerste sinds het einde van de koude oorlog weer een nieuw historisch dieptepunt mee: op het podium van de Verenigde Naties kondigde hij de totale vernietiging van Noord Korea aan als dit land de VS zou aanvallen: “we will have no choice than to totally destroy North Korea. Rocket man is on a suicide mission for himself and his regime.” Daarbij riep hij alle andere leden van de VN op het Kim regime te isoleren tot het stopt met haar vijandige gedrag.

Nu hebben we dat wel vaker gezien bij Donald Trump: het initieel gebruik van populistische taalgebruik waarna na een tijdje zijn oorspronkelijke standpunt wordt afgezwakt onder het motto: ik heb er nog eens over nagedacht en denk er nu anders over, de oude situatie is om pragmatische redenen nog niet zo slecht, ik zei dit toen wel maar denk er nu anders over… Neem bijvoorbeeld het klimaat verdrag waar Trump zo vel tegen was, er gaan nu geruchten dat hij dit toch, na wat aanpassingen, zou willen ondertekenen. Niet zo vreemd nu hij ziet wat de impact van klimaatveranderingen op de VS zelf is met al die tornado’s. Een ander hard punt tijdens de verkiezingen was de muur met Mexico waarvan hij vond dat Mexico die zelf maar moest betalen. Momenteel, 9 maanden sinds Trump in charge is, zit dit project nog in de prototype fase en wordt er nog steeds gesteggeld over het geld, niet met Mexico maar met de staten aan de grens met Mexico die het allemaal moeten gaan betalen…

Vandaar mijn stelling dat het populisme, wanneer ze uiteindelijk regeringsverantwoordelijkheid krijgen, door een collectief leerproces gaan waardoor ze gedwongen worden hun oorspronkelijke populistische standpunten om pragmatische redenen aan te passen. Verkiezingsbedrog zou je het ook kunnen noemen hoewel de echte aanhangers van Donald Trump dat niet met me eens zullen zijn omdat zij waarschijnlijk om niet rationele gronden in hun leider geloven. Daarom is het ook zo moeilijk met hen in discussie te gaan en kan je dat eigenlijk beter niet doen omdat dat niets oplost en partijen niet bij elkaar brengt.

Ik merkte dat gisteren weer toen ik op en post van Jesse Klaver op Facebook een reactie gaf: “Door uit de formatie te stappen worden die mooie doelstellingen niet gerealiseerd en blijft Groen Links aan de zijlijn staan, een gemiste kans Jesse! Ik heb even gedacht dat er een nieuwe frisse koers van Groen Links in veel opzichten beter beleid zou opleveren, helaas..” Ik kreeg op deze post 65 likes tot nu toe maar ook een aantal zure anti Groen Links reacties van mensen die ageerden tegen vluchtelingen, de politiek in het algemeen, links in het bijzonder. Het meest voorkomende verwijt naar mijn kant was dat ik niet inhoudelijk reageerde op hun ongenuanceerde reacties, het grote gelijk zat blijkbaar aan hun kant.

Als je elkaar verwijt niet op basis van argumenten te discussiëren wordt discussiëren erg moeilijk en ik had er eigenlijk direct al weer spijt van dat ik me in deze discussie had aangezwengeld toen de ene na de andere reacties op mijn post binnen kwam. Snel mijn computer uitgezet…

Het zou een goede zaak zijn voor Nederland als de populisten ook eens regeringsveranwoordelijkheid zouden dragen en compromissen zouden sluiten waarbij ik een voorkeur heb voor Thierry Baudet boven Geert Wilders die in het verleden al heeft laten zien vooral tegen dingen te zijn, een lastige basis om met anderen samen te werken. In de peilingen doet Baudet het goed waarmee de populisten een mooi alternatief hebben. Door regeringsverantwoordelijkheid te nemen gaat het populisme zo door een collectief leerproces, gaan de scherpe kantjes eraf en wordt het langzaam weer mogelijk met elkaar te gaan praten zoals Donald Trump nu doet met Nancy Pelosi en Chuck Schumer van de democraten, dat hadden we een half jaar geleden niet voor mogelijk gehouden. Zo wordt de populist Trump in ene een pragmaticus, ik hoop dat Trump dat ook wordt inzake de dreiging naar Noord Korea, het vernietigen van een land dient echt geen enkel belang en is moreel verwerpelijk… 

Blijft de vraag waar toch al dat chagrijn vandaan komt van al die mensen die zo fel, rancuneus en zonder relativeringsvermogen en gevoel van humor gisteren en vandaag op mij hebben gereageerd. Jeroen Dijsselbloem had het er gisteren op de radio over dat hij niet begreep waarom zoveel mensen in Nederland het gevoel hebben dat het slecht me ze gaat terwijl alle indicatoren juist laten zien dat het op het niveau van de hele samenleving juist nog noot zo goed is gegaan. Volgens mij gaat het, als het om het chagrijn van de burger, gaat dus eigenlijk om een achterliggende filosofische vraag: ‘Waarom hebben zoveel mensen individueel het gevoel er niet toe te doen in de samenleving?’.

Ik kreeg overigens vanmiddag een nette mail van Jesse Klaver’s online team waarin nogmaals helder en duidelijk werd uitgelegd waarom Groen Links uit de formatie bespreking is gestapt, dat geeft je toch weer het gevoel als burger dat er door de politiek naar je geluisterd wordt en je er bij hoort!