Een oceaan aan Big Data…

Vandaag, dinsdag 31 oktober 2017, wordt het muziekstuk ‘Music by Oceans’ uitgevoerd in Gasthuis Leeuwenbergh tijdens een symposium over oceanografie van de Universiteit Utrecht. De componist Stef Veldhuis maakte voor deze compositie gebruik van de data van de meer dan drieduizend drijvende boeien (ankers) die sinds 2007 in onze oceanen dobberen en die door middel van sondes enorme hoeveelheden data verzamelen over het zoutgehalte, de temperatuur, de stroming etc.. Op basis van al deze data kunnen wetenschappers dan weer analyses maken en voorspellingen doen over het weer en het klimaat.

Met diezelfde data kan je dus nog meer doen, zoals blijkt uit uit dit initiatief deze data via een algoritme op basis van muzikale elementen zoals ritme, toonhoogte, duur en dynamiek om te zetten in muziek waardoor we in staat worden gesteld naar oceanen te luisteren om te ervaren of er patronen te onderscheiden zijn. Traditioneel worden bij dit soort analyses gebruik gemaakt van statistische methoden en calculaties en worden de uitkomsten grafisch weergegeven om een en ander inzichtelijk te maken. Door deze data nu ook om te zetten in geluid hopen de onderzoekers ingewikkelde patronen herkenbaar te maken, aldus oceanograaf Erik van Sebille vandaag in een artikel in de Volkskrant.

Voor het symposium in Utrecht zijn 8 composities gemaakt, elk gebaseerd op een andere sonde, en via de website  musicbyoceans.org kan men zelf ook aan de slag om een eigen compositie van oceaanmuziek te maken. Het resultaat levert soms totale chaos maar ook verstilling op, afhankelijk van de plek in de oceaan.

Een interessant experiment, zeker omdat het een enorme uitdaging aan het worden is uit al die grote hoeveelheid data die we ter beschikking hebben zinnige informatie te halen. De huidige digitale analyse technieken zijn niet meer voldoende om aan de toegenomen behoefte aan analyses te voldoen. Het meer dan tien jaar opslaan van al deze data vanuit 3.000+ meetpunten levert enorme hoeveelheden data op.  Een behoorlijke uitdaging maar natuurlijk niets vergeleken bij de hoeveelheden data die tegenwoordig overal verzameld worden nu de combinatie van datacenters en het internet of things de komende jaren de hoeveelheid big data explosief zullen doen groeien.

De kernvraag daarbij is dan hoe je in een oceaan aan big data de ankers moet plaatsen op basis waarvan je meet. Als je uitgaat van oude ankers loop je de kans dat je onderliggende structuren over het hoofd ziet en dan kan het handig zijn kunstenaars van buiten de IT met een eigen visie te hulp te roepen. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten waar dan weer op voortgeborduurd kan worden.

Werk van de Chinese kunstenaar Qiu Zhijie onlangs te zien in het Van Abbe museum in Eindhoven.

Kunstenaars zijn vaak degenen die nieuwe ontwikkelingen vroegtijdig herkennen en het kan interessant zijn deze voor dit soort projecten te gebruiken. Naast muziek kan je ook denken aan andere kunstvormen om big data inzichtelijk te maken zoals bijvoorbeeld een choreografie, een schilderij of een film. Het lijkt me interessant een choreografie te zien van de consumptie van alcohol of een schilderij over je social media netwerk. Wellicht zien we dan verbanden waarvan we ons nu nog niet bewust zijn en gaan we ons andere vragen stellen…

De verkeersregelaar

Onderweg naar huis op een natte, warme herfstmiddag waarbij het een beetje miezerde reed ik mijn auto het laatste stukje van de berg af naar beneden. Al in de verte zag ik iemand met een fel oranje regenpak staan die de weg voor mij versperde. Ik nam gas terug terwijl de man hevig gebarend voor me stond en besloot te stoppen en mijn portierraam te openen. Er was verder niets te zien qua verkeersborden dus ik vroeg me af wat er aan de hand was, verkeersongeluk, gaslek, ramp, wegwerkzaamheden?

‘Gaat u nu naar rechts of naar links’, vroeg de man geagiteerd. ‘Dat hangt van uw antwoord af’, reageerde ik ‘U blokkeert immers de weg en ik wil graag weten waarom’. ‘Als u in de auto rijdt en u komt bij een kruising dan dient u richting aan te geven. Als u hier naar rechts gaat is dat geen probleem, gaat u naar links dan moet u even wachten en mijn aanwijzingen afwachten’.

De man zag er slim uit en onmiddellijk ging de gedachte door me heen dat dit waarschijnlijk iemand is die verplicht dit soort werk moet doen en probeert er nog een beetje intellectuele uitdaging in te leggen. Als ik daar zou staan, in de regen in een oranje regenpak, zou ik er ook wat van maken en elke auto is dan weer een uitdaging. Hij begon een heel verhaal over de wegenverkeerswet en de verplichting richting aan te geven en het gevaar dat ik opleverde voor mijn medeweggebruikers. ‘Weet u wel dat u in overtreding bent en u een bon kan geven?’ Hij had er duidelijk plezier in, op zijn pak zag ik in grote letters ‘Verkeersregelaar’ staan. Ik had die dag al een verkeersboete in de brievenbus gekregen wegens te snel rijden dus daar zat ik nou ook weer niet op te wachten…

‘Maar wat is er nu eigenlijk aan de hand hier?’vroeg ik. ‘Deze weg is tijdelijk eenrichtingsverkeer omdat op de andere weghelft werkzaamheden worden verricht’. Ik keek naar links en zag niks. “Een collega van mij houdt het verkeer aan de andere kant op dus er kan via deze baan vanuit de verkeerde richting verkeer aan komen’ reageerde hij, ‘en u wilt toch niet op elkaar knallen?

Iets in mijn hoofd zei me maar niet meer verder met deze man te communiceren want dit was er een die op zijn strepen ging staan. Ik deed mijn portierraam dicht en zette de richtingaanwijzer op links en wachtte af wat er ging gebeuren. De verkeersregelaar staarde geconcentreerd naar de verte. Na verloop van tijd gaf hij met veel gebaar aan dat ik door mocht rijden en dat deed ik dan maar, wel voorzichtig natuurlijk…

De weg waarop ik naar huis reed was verder totaal verlaten, niemand te zien, geen auto, geen verkeersregelaar, geen ongeluk of wegwerkzaamheden en terwijl ik in mijn achteruitkijkspiegel  keek zag ik de verkeersregelaar ook niet meer. Was ik mezelf tegengekomen?

#NotMe

Plots staat de krant vol van verhalen over mannen met macht die aantrekkelijke jonge vrouwen het hof maken, dit blijkt in alle sectoren van het maatschappij voor te komen en de affaire Harvey Weinstein, nooit eerder van die man gehoord overigens, is blijkbaar de trigger geweest voor deze #MeToo hype. Donald Trump heeft eerder ook al blijk gegeven van dit soort gedrag maar kwam daar toen nog mee weg.

Ik heb zelf lang in het bedrijfsleven gewerkt en gezien hoe mannen, als er weer eens een nieuwe jonge aantrekkelijke dame was aangenomen, als bijen op de honing afkwamen en ze het hof gingen maken, extern gingen lunchen en het liefst natuurlijk meenamen op een business trip naar het buitenland. Een van mijn vrouwelijke collega’s vertelde me ooit dat zij vaak, als ze ergens in een hotel  moest overnachten, door de lokale managers mee uit eten werd gevraagd omdat ze anders ‘die avond alleen in dat hotel zou zitten’. Steevast zei ze dan ‘nee’. In gezelschap kon ze daar vaak niet onderuit en dan gebruikte ze meestal de truuk bij het desert te wachten tot er een aantal disgenoten iets besteld hadden om dan op te staan en te zeggen dat ze genoeg gegeten had en vroeg ging slapen, de heren waren dan verplicht te blijven zitten omdat ze al besteld hadden. Ze wist dat als ze bleef zitten de drank een rol zou gaan spelen en je dan beter weg kon wezen en het lastiger werd iemand af te wimpelen… Een prima strategie lijkt me en deze dame heeft het dan ook ver geschopt.

Lastig, relaties op het werk, maar daar waar mannen en vrouwen intensief samenwerken gebeuren er nu eenmaal ook dingen in de relationele sfeer en meestal loopt dat goed af en soms slecht. En vaak, is mijn ervaring, weten de collega’s op het werk wel wat er aan de hand is en hoe daarmee om te gaan. Het wordt natuurlijk lastiger wanneer de factor macht een rol gaat spelen in de verhouding baas en ondergeschikte en iets wordt afgedwongen. Maar ook in zo’n situatie heb ik vaak gezien dat dit soort zaken goed wordt afgehandeld en men verstandige keuzes maakt. Zo betrapte een vrouwelijke leidinggevende op mijn werk ooit een sales manager die het op de zolder van het kantoor met een secretaresse deed. Ze besloot de sales manager te ontslaan en de secretaresse te houden, een verstandige beslissing vond we toen allemaal. Overigens zijn die twee nu al weer jaren gelukkig getrouwd, ze wonen hier in de buurt en hebben drie kinderen, ik kom ze nog wel eens tegen.

Waarom dan nu die overdreven aandacht voor dit onderwerp die zelfs zover gaat dat ook mannen met de #IHave uitkomen voor hun verkeerde gedrag ten opzicht van vrouwen in het verleden. Blijkbaar roept dit onderwerp veel emoties op en hebben slachtoffers en daders tegenwoordig door de sociale media de mogelijkheid dit makkelijker te uiten. Maar dat dit soort zaken zo massaal zouden voorkomen verbaasd me wel en herken ik niet. Volgens mij komt de grote aandacht voor dit onderwerp, vanuit sociologisch perspectief, omdat het een voor iedereen herkenbaar onderwerp is en ook dichtbij de eigen leefwereld speelt: iedereen heeft direct of indirect in zijn omgeving wel eens met dit onderwerp te maken gehad en er zo zijn een eigen mening over (net als ik). Dit in tegenstelling tot de ‘grote’ wereldproblemen van deze tijd waarbij iedereen zich machteloos voelt en niemand weet hoe we die kunnen oplossen (klimaat, vluchtelingen, oorlog, terrorisme). Zo’n dichtbij onderwerp in de relationele sfeer trekt veel aandacht en daar spelen de media graag op in.

Persoonlijk heb ik met iets dergelijks in het verleden nooit te maken gehad, althans niet dat ik me ervan bewust ben: ik heb nooit een relatie op het werk gehad of geambieerd, lijkt me een beetje ingewikkeld. Ik behoor dus tot de grote meerderheid #NotMe’s, een beetje braaf misschien, daar zouden ze het ook eens over moeten hebben…

Klassikaal en/of online leren?

Deze week kwamen de resultaten naar buiten van een grootschalig onderzoek uitgevoerd door onderzoekers van Harvard en Stanford naar de effectiviteit van online college volgen versus het volgen van de traditionele klassikale colleges. Zij analyseerden de gegevens van 230 duizend studenten die zich ofwel voor online, ofwel voor het klassikaal onderwijs hadden ingeschreven. Daarbij werdt bij beide vormen van onderwijs gebruik gemaakt van dezelfde syllabus, leerboeken, opdrachten, testen en beoordelingen waardoor het verschil tussen online en klassikaal met name ligt in de wijze van communicatie waarbij het contact tussen studenten en met de docenten bij onlinecolleges natuurlijk ook online is.

En wat bleek? De studenten die zich hadden ingeschreven voor online colleges bleken 10% lager te scoren dan de studenten die dat klassikaal deden. Internet studenten haalden niet alleen lagere cijfers maar hadden ook een significant hoger uitvalpercentage, 9 % meer dan de klassikale studenten. De onderzoekers plaatsten zelf een kanttekening bij hun resultaten: wellicht zijn het wel de slechtere en wat luiere studenten die liever online college volgen?

Kennis is tegenwoordig alom online en offline beschikbaar en het gaat tegenwoordig niet meer om het traditioneel overdragen van kennis maar het aanleren van competenties die het jou mogelijk maken kennis, die voor jou op dat moment van belang is, te vinden en toe te passen. Het gaat daarbij niet meer primair om instructie maar om constructie van kennis. In de huidige samenleving, waar zoveel informatie online beschikbaar is, ben jezelf als lerende verantwoordelijk voor het richting geven aan dat leerproces waar je later tijdens je professionele carrière, maar ook privé, veel plezier van kan hebben.

Het formeel leren gericht op het overbrengen door kennis is belangrijk maar nog belangrijker is dat studenten de competenties te bezitten informeel te leren, dus leren hoe je het best kunt leren in een snel veranderde omgeving waarbij het gaat om het continu bij blijven met je kennis en vaardigheden. Daarnaast weten we tegenwoordig steeds meer over hoe mensen leren effectief en efficiënt kunnen leren en dat maakt het mogelijk de wijze waarop we leren aan te passen aan de leerdoelstelling.

Ik heb een tijdje geleden het boek ‘How we learn‘ van Benedict Carey gelezen met de aansprekende ondertitel “Throw out the rule book and unclock your brain’s potential” gelezen. Kern van zijn boek is dat wij, vanaf het moment dat we geboren worden, snel, efficiënt en automatisch leren en op het moment dat ouders of instituties er zich mee gaan bemoeien er in het onderwijssysteem van allerlei vooronderstellingen wordt uitgegaan die contraproductief zijn en het leren juist ontmoedigen. Neem bijvoorbeeld de assumptie van het lineair leren in een prikkelvrije omgeving waar generaties ouders zich op gebaseerd hebben onder het motto ‘rust, reinheid en regelmaat’.  In zo’n pedagogisch klimaat kunnen kinderen zich het best ontwikkelen is dan de stelling. Uit recent onderzoek blijkt echter dat het vaak van plek wisselen en muziek op de achtergrond je leerprestaties juist positief kunnen beïnvloeden. In een chaotische informele setting leer je dus meer.

Benedict Carey stelt in zijn boek dat vergeten, slapen, dagdromen en afgeleid worden onderdeel zijn van het leerproces en dat het veranderen van je leerroutine juist een positief effect heeft op je leerprestaties. Leren is geen lineair proces en werkt voor iedereen anders: wat voor de een werkt kan voor de ander juist niet werken en daar moet je dus ook zelf achter zien te komen. Leren leren is dus de eerste uitdaging die je hebt als je begint met studeren en de beste vorm is voor iedereen anders. Het is daarom van belang je eigen leerstijl te ontwikkelen: waneer, op welke plek en onder welke omstandigheden leer je het best.

Omdat te doen zouden onderwijsinstellingen meerdere leerstijlen moeten faciliteren en niet één leermethode en leeromgeving aanbieden. Best wel een uitdaging voor het onderwijs want het volstaat dan niet langer om alleen maar klassikale colleges ook online aan te beiden maar ze zullen ook moeten investeren in nieuwe meer effectieve lesmethoden. En, nog belangrijker, ze zullen de content eveneens moeten aanpassen aan die andere leermethodes omdat het thuis achter de PC een college van 2 uur volgen nu eenmaal geen effectief leereffect heeft. Daarvoor zijn er online tegenwoordig teveel afleidingen… Dat vergt natuurlijk een forse investering voor onderwijsinstellingen maar zo’n inspanning en investering zou ook door samenwerkingsverbanden of private partijen gedaan kunnen worden.

Het gaat dus niet om klassikaal of online leren maar om een combinatie daarvan: blended learning dus. Per onderwijsdoelstelling zal bekeken moeten worden wat de beste vorm is op basis waarvan kennis en vaardigheden kunnen worden overgedragen. En dan kan het zomaar zijn dat een gedeelte van de colleges klassikaal is, er een online college van een professor van Harvard ingekocht is die het allemaal beter kan uitleggen dan de beste docent in Nederland, door ‘collaborative learning’ in werkgroepen en op een speciale workspace aan projecten en opdrachten gewerkt wordt (samen leren, is soms makkelijker en leuker dan alleen leren) en de toetsen online worden afgenomen via een algoritme dat niet alleen test of je iets geleerd hebt maar ook stuurt wat de beste vervolgstap zou kunnen zijn voor jou qua onderwijsdoelstelling gezien je performance tijdens de afgesloten onderwijsmodule.

Ik ben zelf sinds kort verbonden aan het Institute of Microtraining die inhaakt op de behoefte aan blended learning, en een leermethodiek toepast waarbij klassikaal (kennisoverdracht) en online (borging van de klassikaal verworven kennis) volledig is geïntegreerd.

PS.: De afbeelding ‘Understanding the spectrum of learning’ komt uit en artikel van Pieter de Vries, Delft University of Technology, Netherlands en Stefan Brall, RWTH Aachen University, Germany ‘Microtraining as a support mechanism for informal learning‘. 

Spindoctors, Lobbyisten & Public Affairs

Vanmorgen stond er een artikel in de Volkskrant over de spindoctors van de politieke partijen, onzichtbaar voor de buitenwereld maar wel aanwezig en beschikbaar voor journalisten om er hun informatie over wat er politiek speelt te halen waardoor zij de publieke opinie in hun voordeel kunnen beïnvloeden. Ex kamerlid Ybeltje Berckmoes haalde deze week, naar aanleiding van het verschijnen van haar boek, uit naar deze spindoctors die veel macht hebben in Den Haag. Zij zijn het die bepalen wat er extern  gecommuniceerd mag worden waardoor het beeld ontstaat dat onze onafhankelijke, zonder last of ruggespraak gekozen volksvertegenwoordigers kort worden gehouden door de fractieleiding en communicatie medewerkers van de politieke partijen.

Kamerleden worden dus afgeschermd van de buitenwereld en fractieleiders gebruiken hun spindoctors om hun kamerleden in het gareel te houden, dat beeld wordt in ieder geval in het artikel in de Volkskrant geschetst. We kennen dit fenomeen natuurlijk al wat langer zoals dat in bijvoorbeeld de serie Borgen door Kasper Juul werd neergezet. Communicatie is in deze series niet ondergeschikt aan de politiek maar door het framen bepalen de spindoctors waar het debat om gaat, niet de politici maar zij voeren de regie.

Het spiegelbeeld van de spindocters zijn de lobbyisten die ook in Den Haag rondlopen. Ook zij werken onzichtbaar en zijn bezig invloed uit te oefenen op de politiek maar dan namens de organisaties die hen betalen om te proberen het overheidsbeleid op een bepaald terrein te beïnvloeden.  Dit leger van lobbyisten is vele malen groter dan het aantal Kamerzetels. Volgens Public Matters waren er in 2015 600 leden aangesloten bij de Public Affairs brancheorganisatie BVPA terwijl er in de Tweede Kamer zo’n 90 ingeschreven (zie het register) en in Brussel nog eens zo’n 347 Nederlandse. Geschat wordt  echter dat dat er veel meer zijn en dat er voor elk Tweede Kamerlid zeven lobbyisten fulltime aan de slag zijn.

Ook op dit front nieuws uit Den Haag deze week: voormalig PvdA kamerlid en lijsttrekker van de partij Nieuwe Wegen Jacques Monasch liet weten gestart te zijn als strategisch adviseur bij het adviesbureau GKSV Reputatie I Communicatie I Public Affairs, niet ingeschreven in het Haagse lobbyregister overigens terwijl lobbyen op de site als bedrijfsactiviteit wordt genoemd. Hij gaat zich bezighouden met visie- en strategieontwikkeling rond maatschappelijke en reputatievraagstukken. Monasch is vorig jaar uit de PvdA gestapt vanwege meningsverschillen met de partijleiding en heeft daarna zelf een nieuwe partij opgericht, Nieuwe Wegen, die aan de laatste verkiezingen heeft meegedaan. Nu het via de politiek niet lukt invloed uit te oefenen probeert hij het dus maar via een andere nieuwe weg…

Het mag natuurlijk allemaal maar door al die spindoctors en lobbyisten ontstaat wel het beeld dat er achter de schermen van de politiek zich van alles buiten het zicht van de kiezers afspeelt en de politieke besluitvormingsprocessen zich niet richten op de relatie tussen kiezers en gekozenen maar dat goed betaalde communicatie professionals en public affairs specialisten eigenlijk aan de touwtjes trekken in Den Haag en Brussel. Ik zou er voor zijn dat ex politici niet meteen voor public affairs bedrijven gaan werken als ze uit de politiek stappen. Politieke invloed heb je gekregen van de kiezer toen je gekozen werd  en niet om die na je mandaat,te gaan inzetten voor belangenorganisaties…

Daarbij loop je als politicus veel meer risico reputatieschade op te lopen als het mis gaat maar daar heeft het bureau GKSV gelukkig ook een oplossing voor… Goede business dus die communicatie en de public affairs, je loopt minder risico en verdient nog beter ook!

Het populistische collectieve leerproces

Gisteren maakten we als mensheid voor het eerste sinds het einde van de koude oorlog weer een nieuw historisch dieptepunt mee: op het podium van de Verenigde Naties kondigde hij de totale vernietiging van Noord Korea aan als dit land de VS zou aanvallen: “we will have no choice than to totally destroy North Korea. Rocket man is on a suicide mission for himself and his regime.” Daarbij riep hij alle andere leden van de VN op het Kim regime te isoleren tot het stopt met haar vijandige gedrag.

Nu hebben we dat wel vaker gezien bij Donald Trump: het initieel gebruik van populistische taalgebruik waarna na een tijdje zijn oorspronkelijke standpunt wordt afgezwakt onder het motto: ik heb er nog eens over nagedacht en denk er nu anders over, de oude situatie is om pragmatische redenen nog niet zo slecht, ik zei dit toen wel maar denk er nu anders over… Neem bijvoorbeeld het klimaat verdrag waar Trump zo vel tegen was, er gaan nu geruchten dat hij dit toch, na wat aanpassingen, zou willen ondertekenen. Niet zo vreemd nu hij ziet wat de impact van klimaatveranderingen op de VS zelf is met al die tornado’s. Een ander hard punt tijdens de verkiezingen was de muur met Mexico waarvan hij vond dat Mexico die zelf maar moest betalen. Momenteel, 9 maanden sinds Trump in charge is, zit dit project nog in de prototype fase en wordt er nog steeds gesteggeld over het geld, niet met Mexico maar met de staten aan de grens met Mexico die het allemaal moeten gaan betalen…

Vandaar mijn stelling dat het populisme, wanneer ze uiteindelijk regeringsverantwoordelijkheid krijgen, door een collectief leerproces gaan waardoor ze gedwongen worden hun oorspronkelijke populistische standpunten om pragmatische redenen aan te passen. Verkiezingsbedrog zou je het ook kunnen noemen hoewel de echte aanhangers van Donald Trump dat niet met me eens zullen zijn omdat zij waarschijnlijk om niet rationele gronden in hun leider geloven. Daarom is het ook zo moeilijk met hen in discussie te gaan en kan je dat eigenlijk beter niet doen omdat dat niets oplost en partijen niet bij elkaar brengt.

Ik merkte dat gisteren weer toen ik op en post van Jesse Klaver op Facebook een reactie gaf: “Door uit de formatie te stappen worden die mooie doelstellingen niet gerealiseerd en blijft Groen Links aan de zijlijn staan, een gemiste kans Jesse! Ik heb even gedacht dat er een nieuwe frisse koers van Groen Links in veel opzichten beter beleid zou opleveren, helaas..” Ik kreeg op deze post 65 likes tot nu toe maar ook een aantal zure anti Groen Links reacties van mensen die ageerden tegen vluchtelingen, de politiek in het algemeen, links in het bijzonder. Het meest voorkomende verwijt naar mijn kant was dat ik niet inhoudelijk reageerde op hun ongenuanceerde reacties, het grote gelijk zat blijkbaar aan hun kant.

Als je elkaar verwijt niet op basis van argumenten te discussiëren wordt discussiëren erg moeilijk en ik had er eigenlijk direct al weer spijt van dat ik me in deze discussie had aangezwengeld toen de ene na de andere reacties op mijn post binnen kwam. Snel mijn computer uitgezet…

Het zou een goede zaak zijn voor Nederland als de populisten ook eens regeringsveranwoordelijkheid zouden dragen en compromissen zouden sluiten waarbij ik een voorkeur heb voor Thierry Baudet boven Geert Wilders die in het verleden al heeft laten zien vooral tegen dingen te zijn, een lastige basis om met anderen samen te werken. In de peilingen doet Baudet het goed waarmee de populisten een mooi alternatief hebben. Door regeringsverantwoordelijkheid te nemen gaat het populisme zo door een collectief leerproces, gaan de scherpe kantjes eraf en wordt het langzaam weer mogelijk met elkaar te gaan praten zoals Donald Trump nu doet met Nancy Pelosi en Chuck Schumer van de democraten, dat hadden we een half jaar geleden niet voor mogelijk gehouden. Zo wordt de populist Trump in ene een pragmaticus, ik hoop dat Trump dat ook wordt inzake de dreiging naar Noord Korea, het vernietigen van een land dient echt geen enkel belang en is moreel verwerpelijk… 

Blijft de vraag waar toch al dat chagrijn vandaan komt van al die mensen die zo fel, rancuneus en zonder relativeringsvermogen en gevoel van humor gisteren en vandaag op mij hebben gereageerd. Jeroen Dijsselbloem had het er gisteren op de radio over dat hij niet begreep waarom zoveel mensen in Nederland het gevoel hebben dat het slecht me ze gaat terwijl alle indicatoren juist laten zien dat het op het niveau van de hele samenleving juist nog noot zo goed is gegaan. Volgens mij gaat het, als het om het chagrijn van de burger, gaat dus eigenlijk om een achterliggende filosofische vraag: ‘Waarom hebben zoveel mensen individueel het gevoel er niet toe te doen in de samenleving?’.

Ik kreeg overigens vanmiddag een nette mail van Jesse Klaver’s online team waarin nogmaals helder en duidelijk werd uitgelegd waarom Groen Links uit de formatie bespreking is gestapt, dat geeft je toch weer het gevoel als burger dat er door de politiek naar je geluisterd wordt en je er bij hoort!

Maken Social Media mensen socialer?

Afgelopen zaterdag nam ik, in het kader van de basisopleiding Filosofie in de praktijk bij de ISVW, deel aan een Socratisch gesprek en kreeg ik de mogelijkheid een stelling waarmee ik al wat langer rondloop door middel van een filosofische methode aan een kritische groep mensen voor te leggen. Na wat brainstormen door de groep besloten we mijn vraag ‘Maken social media mensen socialer?’ als uitgangspunt te nemen.


Bij een Socratische gesprek gaat het er om dat een groep mensen met elkaar een filosofische vraag bedenkt, door middel van een concreet voorbeeld van een van de deelnemers toets en terugbrengt tot een of meerdere kernbeweringen en daarna probeert via het stellen van vragen de achterliggende meer algemene regels te achterhalen om uiteindelijk een aantal fundamentele principes vast te stellen. Het geheel wordt gefaciliteerd door een moderator die in de gaten houdt dat iedereen zich aan de uitgangspunten houdt die gelden voor een Socratisch gesprek. Best lastig dit de eerste keer te doen maar we hadden gelukkig een goede door de wol geverfde moderator die ons door dit proces kon leiden, alleen al de vraag of de vraag wel een filosofische vraag is was al door de groep niet makkelijk te beantwoorden…

 

Het praktijkvoorbeeld dat we gingen toetsen was de recente ervaring van een van de deelnemers dat ze met een groep vriendinnen uit eten was geweest en dat de helft van de aanwezigen regelmatig haar smartphone had gepakt wat ze als zeer onaangenaam had ervaren. Hierdoor kreeg ze het gevoel dat ze geen ‘echt’ contact had met deze vriendinnen, ze dit als storend had ervaren maar het ook niet aandurfde dit ter discussie te stellen in de groep. De mobieljes kregen daarbij de schuld.

Zonder verder inhoudelijk op deze case in te gaan viel het me op dat we tijdens de sessie de scope langzaam verschoof van de invloed van social media naar het onvermogen van mensen met elkaar echt contact te hebben, de toename van mensen die zich eenzaam en ongelukkig te voelen en afname van de sociale cohesie in de samenleving.

Wat betreft de vraag bleek het begrip sociaal media niet zo moeilijk te definiëren terwijl de vraag wat is sociaal niet makkelijk te beantwoorden is, iedereen kan daar iets verschillends onder verstaan, wat de een sociaal gedrag vindt kan door een ander juist als asociaal worden ervaren. De vraag zou dus eigenlijk moeten zijn: ‘Maken social media mensen eenzaam en ongelukkig”. Met deze begrippen kan de filosofie ook wat meer dan het begrip sociaal dat meer tot het domein van de Sociologie behoort. Overigens voelt niet iedereen die eenzaam is zich ook ongelukkig dus de ene vraag roept de andere weer op, pffff, het is me wat die filosofie.

Daarbij is het wat betreft de stelling een kip of het ei discussie: zijn het de social media die de oorzaak zijn van deze ontwikkelingen of is eenzaamheid en het zich ongelukkig voelen een autonome maatschappelijk ontwikkelingen die niets met technologie te maken hebben? Toen de telefoon werd geintroduceerd werd dezelfde discussie gevoerd als nu maar iedereen is het er nu toch wel over eens dat dat ons veel voordelen heeft gebracht.

Na afloop van het socratisch gesprek hadden we nog een vrije ongestructureerde discussie waarbij iedereen weer een eigen mening mocht hebben over dit onderwerp en niet iedereen was het met de stelling eens. Een aantal zagen social media juist als een aanwinst en vonden het juist een verrijking dat je altijd met iedereen online kon zijn en zelfs als je elkaar tegen kwam informatie kon delen (vooral de mannen overigens, ook een puntje om nog eens uit te zoeken..).

The Online Communication Cycle

Zelf denk ik dat we momenteel en eigenlijk pas heel recent allerlei nieuwe manieren van communicatie bij zijn gekomen en dat we nog niet goed weten hoe we daar mee om moeten gaan: toen de televisie werd geïntroduceerd zat iedereen van vroeg tot laat TV te kijken en na een aantal jaren ging iedereen meer selectief kijken, zo zal dat met al die nieuwe apparaten ook wel gaan. Hierboven een plaatje wat ik een tijd geleden heb gemaakt om het rechtstreeks communiceren te vergelijken met online communicatie waarbij overigens ook het een en ander goed mis kan gaan…

Iemand kan online een geweldig profiel hebben waarbij je het gevoel hebt dat iemand het goed voor elkaar heeft terwijl later, als je iemand in het echt ontmoet, je dit beeld flink moet bijstellen. Tevens is er nog een nieuwe trend die het online communiceren diffuser maakt en dat is dat er tegenwoordig door bedrijven vaak bots gebruikt worden waardoor je  denkt online met een persoon te communiceren terwijl je eigenlijk met een script en algoritmes op een computer te maken hebt. Soms is dat handig maar het leidt tot vervreemding als degene waarmee je een dialoog aangaat niet echt blijkt te bestaat en je dat van te voren niet verteld is.

Een interessante exercitie zo’n socratisch gesprek, het heeft mij in ieder geval nieuwe inzichten gegeven hoewel het voor mij als socioloog niet makkelijk is de vraagstelling filosofisch te houden. Afijn, dit was pas de eerste sessie van mijn opleiding dus wellicht gaat mijn perspectief het komend jaar nog veranderen…

Met dank aan Jacques Giesbertz voor de aanvulling m.b.t. de bots.

Documenta 14 Kassel

Het moest er een keer van komen, samen met mijn lief een bezoek aan de Documenta in Kassel, de vijfjarige traditie een internationale moderne kunst tentoonstelling te organiseren onder leiding van steeds weer een andere samensteller van naam. Een mooi moment om de thermometer weer eens in al die kunst, verspreid over 35 lokaties in Kassel te steken en voor mezelf te bepalen of we als mensheid de goede kant opgaan of niet: kunst loopt immers voorop en na verloop van tijd volgt de massa.

Een bevriende kunstenares Els Beijderwellen heeft Kassel al eerder dit jaar bezocht en vertelde dat het kernwoord dit jaar ‘Engagement’ is in de zin van maatschappelijke betrokkenheid. Dat hoeft niet negatief te zijn, dacht ik toen, een beetje daarvan kunnen we momenteel wel gebruiken. Als reactie fabriceerde ze bovenstaand kunstwerk met de mooie titel ‘Dokumenta Kassel of Autowasstraat?’ wat een veelzeggende titel is en volgens haar een directe verwijzing naar het het bewustwordings proces rond de bootvluchteling problematiek in de traditie van Ai Weiwei. Zo’n openingsimpressie maakt een bezoek aan Kassel al eigenlijk overbodig.

Toch morgen vroeg maar in de auto naar Kassel kruipen, die net inderdaad door de wasstraat is gegaan in het kader van de jaarlijkse onderhoudsbeurt, dus met een frisse blik op pad!

Onderweg naar Kassel pikten we vlak over de grens twee Nederlands studentes op die aan het liften waren naar Dresden. Ze waren dolenthousiast over liften omdat ze onderweg zoveel leuke mensen tegenkwamen die ze anders nooit zouden zijn tegengekomen en daar hele leuke gesprekken mee hadden. Ik heb vroeger zelf veel gelift dus konden we mooie verhalen uitwisselen over onze ervaringen. Liften is blijkbaar weer in onder jongeren, eerder die week had ik nog een jonge Albanese student een lift naar Amsterdam gegeven en met hem gepraat over zijn lot helaas Albanees te zijn.

Ik vertelde ze over de Documenta en al snel ontspon zich een discussie over kunst en politiek engagement waarbij de dames stelden dan liften eigenlijk een performance kunst is en een teken van politiek engagement en dat onder jongeren dit weer erg hip is. De grote problemen van deze tijd zoals het milieu, de vluchtelingen politiek etc. vragen om politieke betrokkenheid en door te liften kan je op micro niveau internationaal je opvattingen uitventen. Toen ik vroeg of ze dan niet hun avonturen in de vorm van een blog of een vlog moesten gaan vastleggen reageerde ze afwijzend. Directe communicatie tussen mensen is het meest effectief en als je het gaat delen op sociale media gaan er andere zaken spelen waardoor de effectiviteit verloren gaat volgens de dames.

We eindigden de discussie dan ook met het gezamenlijk statement dat er voor mij maar één ding opzat en dat was dat ik zelf weer zou gaan liften om na al die jaren te ervaren hoe is het lifter te zijn in plaats van gastheer. Ga ik zeker doen, kijken of ik mijn oude record om binnen  24 uur aan het strand in van Nice te liggen kan verbeteren!

Aangekomen in Kassel aan de lunch en bij toeval zaten we naast een kunstenaar uit Potsdam, mijn eega, die naast hem zat, weet hoe hij heet. Hij kent Amersfoort goed omdat hij al ruim dertig jaar bevriend is met Armando en zijn werk ook verkoopt, en daardoor het Amersfoortse kunstwereld goed kent. Namedropping door mijn eega leverde veel gemeenschappelijke kennissen op. Eén van zijn beelden stond destijds in het Armando museum in Amersfoort toen het in de fik ging. In Kassel is hij gids voor een groep mensen uit Potsdam die hij in drie dagen de Documenta laat zien, aardige mensen die Postdammers, ik ben er vorig jaar zelf nog geweest om Sans Souci te bezoeken, Potsdam is een beetje het Wassenaar van Berlijn, dat soort volk dus. Over de Documentaire waren de Postdammers wisselend, veel kunst sprak ze niet echt aan maar ze waren wel blij snel overal naar binnen te kunnen omdat ze er als groep zijn, dat scheelde een hoop wachten voor ze. De meneer tegenover me had het meestal na 15 minuten wel gezien waardoor hij lekker op één van de vele terrassen kon gaan zitten, dat was overigens ook wel aan zijn uiterlijk te zien .

Inmiddels was het drie uur en hadden we nog niets van de Documenta gezien maar wel al een indruk over wat ons te wachten stond, morgen meer over de Documenta zelf!

En dan de Documenta editie 14 zelf, die het maken een bezoek aan Kassel zeker de moeite waard maakt. Eens in de vijf jaar krijgen honderden moderne kunstenaars van over de hele wereld drie maanden de kans hun werk aan het grote publiek te tonen en met een dagkaart kan je op de 34 lokaties op loopafstand van elkaar terecht. Als je er voor open staat kom je interessante kunst tegen maar even interessant is het andere bezoekers tegen te komen al wandelend van lokatie naar lokatie en tussendoor uitrustend op één van de vele terrassen; de interactie tussen de kijker en het kunstwerk is soms interessanter dan het kunstwerk zelf en daar dan over met elkaar in gesprek gaan nog leuker en leerzamer: zonder publiek vertegenwoordigd een kunstwerk geen waarde. Dat het dit weekend mooi weer was hielp daarbij natuurlijk enorm en heeft ons een mooi weekend bezorgd.

En dan de kunst zelf, nogal wisselend van kwaliteit per lokatie, het mooist en interessants vonden we de Neue Neue Galerie vanwege het gebouw en de kunst die daar hing omdat je daar van verrassing naar verrassing liep in tegenstelling tot een aantal andere lokaties waar je echt je best moest doen iets leuks te vinden tussen al die moderne kunst die lijkt op wat curatoren onder moderne kunst verstaan en dus de zoveelste variant op bestaande moderne kunst zijn. Het is ook niet makkelijk om iets nieuws te bedenken omdat qua vorm en inhoud al zo verschrikkelijk veel gedaan is door anderen.

Thema dit jaar zijn de verhalen van vluchtelingen en migranten die een rode draad door het oerwoud van kunst vormen en ik moet zeggen dat de harde confronterende werkelijkheid van en aantal werken je even van je stuk brengt als je zo’n werk plots tussen de andere werken ontdekt. Hier een paar werken die mij raakten:

In dezelfde traditie hieronder een werk van Piotr Uklański, zijn oorspronkelijke fotoserie ‘Untitled (The Nazis) veroorzaakte in 1998 tijdens een tentoonstelling in de The Photographers Gallery een storm van protest. Op dit oorspronkelijke werk is alleen de foto van Hitler echt, de anderen foto’s zijn van acteurs die in films nazi spelen, je kijkt dus niet naar de realiteit van echte nazi’s, maar vanuit het perspectief van cineasten, hoe de nazi’s er volgens hen uitzien. In 2000 werd dit werk door Uklański, als vorm van protest tegen de protesten, in de vorm van een performance in de Zacheta Gallery in Warschau vernietigd.

Een nieuwe versie van dit werk is nu te zien in de Alte Neue Galerie waarbij Uklański nu ook echte portretten aan het werk heeft toegevoegd dus het is aan de kijker te raden wie echt en wie acteur is. Allemaal harde realistische strak kijkende nazi koppen, eens de helden van het Derde Rijk met Adlof Hitler in het midden weliswaar met een kruis over zijn portret. In boekvorm zag ik deze portretten in de Documentaire boekhandel liggen.

Dit kunstwerk is een van de topstukken van de Documenta, roept bij bezoekers, gezien het aantal mensen dat er naar keek, veel emoties op. Ik schrok toen ik de wand vol foto’s zag, ik kende de kunstenaar, zijn werk en de achtergrond van dit werk niet en reageerde dus direct op de foto’s die me in verwarring brachten omdat de intentie mij niet meteen duidelijk werd maar ook omdat ik de reacties van het publiek niet begreep. Die waren zeer geïnteresseerd in het werk, sommigen zelfs uitgelaten en vrolijk en anderen wilden er lachend mee op de foto. Ik begreep daar niks van ook omdat ik zo’n reactie niet verwacht had bij dit in kunst geïnteresseerde, overwegend Duitse publiek.

Pas toen ik thuis de kunstenaar en zijn werk opzocht op het Internet kwam ik meer over beide te weten en veranderde mijn perspectief. Ik had tijdens het kijken naar de foto’s niet naar de begeleidende tekst gekeken en me meer gefocust op de andere bezoekers die dat wel deden en daarop reageerden. Ik wist toen nog niet dat er ook foto’s van acteurs tussen zaten en dat verklaart waarschijnlijk de reactie van de andere bezoekers die een aantal daarvan wel herkenden. Door deze toevoeging veranderde zijn werk van een collage van nazi acteurs naar een zoekplaatje ‘Wie is de echte nazi?’, vandaar het kruis over Hitler.

Interessante kunstenaar die Piotr Uklański, in kende hem niet maar ga hem zeker volgen. Bij de andere werken hierboven is de intentie meteen duidelijk maar hier veranderd je perspectief als je meer over te weten komt, het vraagt dus een inspanning van de kijker het werk te doorgronden. Waarschijnlijk kenden vele bezoekers dit werk al en hadden ze hun huiswerk vooraf goed gedaan en niet achteraf zoals ik, typisch gevalletje van Duitse ‘Gründlichkeit’! Mijn dogma dat goede kunst voor zich moet spreken en geen audio tour nodig heeft gaat dus niet altijd op…

De Documenta 14 is nog tot 17 september te bezoeken dus grijp je kans nu het nog kan, ik raad je dan we aan je er van te voren goed in te verdiepen! Documenta 15 ga ik over vijf jaar zeker weer bezoeken hoewel ik er dan niet onderuit zal kunnen komen te gaan liften…

Schoonheid en Troost…

Deze week deelgenomen aan een schrijfweek in Het Beauforthuis in Austerlitz en daar in een groep van 10 mensen in de Boskamer aan een schrijftafel zitten mijmeren en schrijven over Schoonheid en Troost.  Dit leken me interessante begrippen om eens verder ut te diepen in mijn Queeste naar De Waarheid en De Zin van het Bestaan. Uitgangspunt van de cursus was een serie interviews door Wim Kayzer voor de VPRO televisie met schrijvers, wetenschappers, filosofen, beeldend kunstenaars en musici over de kernvraag ‘Wat het bestaan de moeite waard maakt (of niet…)’. Op basis van deze interview is een boek verschenen en de interviews zijn te downloaden op de site van de VPRO.

Schoonheid en Troost zijn mooie begrippen waar veel over te zeggen valt maar zo gauw je het over de onderlinge samenhang hebt kom je volgens mij in de gevarenzone, dat bleek ook tijdens de schrijfsessies deze week. Als je een verschillende lading geeft aan deze begrippen gaat het praten over de onderlinge samenhang snel mis. Dat is dan ook een van de grootste problemen van de Geestwetenschappen: ze bijven vaak steken in de fase van de begripsdefinitie en als je het daar met elkaar niet over eens kunt worden is het verder uitbouwen van een verklaringsmodel heel moeilijk, zo niet onmogelijk. Ik heb zelf Sociologie gestudeerd en weet hoe moeilijk is met het sociologische begrippenapparaat achteraf zaken te verklaren laat staan een blik in de toekomst te werpen en voorspellingen te doen.

Toch hierbij een bescheiden poging van mij kant iets over Schoonheid en Troost te zeggen na daar een paar dagen mee bezig te zijn geweest en ook met anderen daarover gesproken te hebben. Volgens mij zit ‘het gevoel van’ Schoonheid tussen de oren en is het iets subjectiefs en wordt Schoonheid door iedereen anders ervaren. Lees je een tekst dan krijgt iedereen daar zijn eigen associaties bij, hoor je muziek dan raakt de een in vervoering terwijl het de ander juist getroost wordt en een weer iemand anders niet kan wachten tot het afgelopen is, zie je de zon opgaan dan vind jij dat mooi terwijl de ander zit te verlangen naar een stevige regenbui.

Als ik aan schoonheid denk denk ik in eerste instantie aan kunst omdat dat iets is waar ik zelf in geïnteresseerd ben maar dat hoeft niet voor iedereen zo te zijn. Schoonheid kan ook ervaren worden in de natuur of de blik in iemands ogen, dat is individueel bepaald. En Kunst en Schoonheid vallen ook niet altijd samen omdat de kunstenaar los wil komen van wat was en iets nieuws wil creëren, een kunstenaar loopt vaak vooruit en verkent onbekende wegen en probeert dit voor ons vast te leggen en niet altijd met de bedoeling Schoonheid te creëren: kunst kan ook schokkerend zijn, opzettelijk lelijk en bedoeld om heilige huisjes omver te werpen. Van Gogh heeft de aardappeleters echt niet geschilderd omdat hij iets moois wou maken, hij wilde de harde werkelijkheid van arme mensen vastleggen en deed dit met harde lijnen. Zijn doelstelling was volgens mij eerder sociaal dan ingegeven door een verlangen schoonheid te creëren. Toch vinden velen dit nu mooi en ervaren ze de Schoonheid van dit schilderij.

Waar bij mij de Schoonheid in  eerste instantie gekoppeld wordt aan de kunst bleek dat afgelopen week bij veel van mijn medecursisten niet het geval te zijn. Kunst kwam alleen zijdelings aan de orde terwijl de Liefde, de Natuur, Geluk en Troost wel uitgebreid aan de orde kwamen. De vraag welk kunstwerk vind je mooi is dan ook de afgelopen dagen niet aan de orde gekomen terwijl vorig jaar tijdens de schrijfcursus van Wim Brandt die vraag door hem wel gesteld werd, ik heb daar toen onderstaand stukje over geschreven. Ongetwijfeld zal Wim Kaizer daar in de interviews met de kunstenaars wel over gesproken hebben maar de afgelopen dagen kwam dat niet aan de orde, dat zal wel met de potentiële doelgroep van de cursus te maken die in Amsterdam toch iets anders is dan in Zeist.

Er is zeker een relatie tussen schoonheid en troost maar ook dat is niet één op één voor iedereen zo. Ikzelf loop graag door een museum als ik even van de leg ben en meestal kom ik dan geïnspireerd en verfrist weer naar buiten en heb ik er weer zin in. En soms kan een mooi uitzicht of een spelend kind even alles waar je mee bezig bent relativeren en geeft dat je troost. Maar ook hier geldt dat kunst meer is dan dat alleen, het kan ook vervoeren en creatieve krachten bij je oproepen waar je erg blij van wordt.

Kortom: Schoonheid en Troost zijn moeilijk te definiëren begrippen en hebben iets magisch waarbij bewustzijn en onderbewustzijn, ratio en gevoel, reflectie en creatie bij elkaar komen, er in ene gewoon is en ervaren kan worden voor wie er voor open staat…

Hieronder het stukje dat ik vorig jaar schreef tijdens de schrijverscursus van Wim Brands:

De bedreigde zwaan (voorjaar 2016).

Rijksmuseum, “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn, tijdgenoot van Rembrandt, en geschilderd rond 1650.

Ik ben op dit moment het boek “Wat is een kunstenaar?” aan het lezen van Sarah Thornton. Sarah heeft voor haar boek 33 kunstenaars geïnterviewd en gevraagd wat hen tot een kunstenaar maakt. Niet de vraag “Wat maakt jouw werk kunst” staat in het boek centraal maar wat iemand tot kunstenaar maakt waardoor hij in staat is kunst te maken. Overigens heet het oorspronkelijke boek in het Engels “33 Artist in 3 Acts” wat een andere lading aan het boek geeft en meer diversiteit suggereert dan de Nederlandse titiel. Op de vraag “Wat is een kunstenaar” zijn vele antwoorden mogelijk.

Ik was gisteren in een museum en wat mij dan altijd weer opvalt is dat er tegenwoordig bij tentoonstellingen steevast een film over het leven van de kunstenaar wordt vertoond naast de nodige andere audiovisuele media die ons uitleggen wat we eigenlijk zien. Toppunt was twee jaar geleden een museum in Duitsland waar je alleen naar binnen kunt als je mee doet aan zo’n rondleiding met een koptelefoon op. Allemaal achter de juf aan en uitleg krijgen in je eigen taal, solo rondlopen mocht niet. Dat heb ik dus geweigerd, ik kijk en informeer me liever zelf! (1)

Je kan een schilderij ook gewoon mooi vinden en een goed voorbeeld van een mooi schilderij is voor mij “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn in het Rijksmuseum, destijds de eerste aankoop van het Rijks. Wanneer ik de eregalerij oploop trekt dit werk me als een magneet aan. Het schilderij is beeldvullend, levensgroot en levensecht geschilderd. De zwaan komt dapper, krachtig en vol vuur recht op je af, met deze zwaan valt niet te spotten! De symboliek van de zwaan die normaal vreedzaam is en als het nodig is zijn kroost met alle macht beschermd maakt het schilderij ook mooi.

Als je dichterbij komt blijken er twee woorden aan het werk toegevoegd: “Raadspensionaris” en “Holland” volgens kenners verwijzend naar Johan de Witt waardoor het schilderij destijds een politieke lading kreeg. Dit is niet door Jan Asselijn zelf gedaan, hij overleed in 1652 en Johan de Witt werd pas in 1653 “Raadspensionaris”. Het is niet bekend of Jan Asselijn er uitgesproken politieke standpunten op nahield, het blijkt in ieder geval niet uit zijn andere werk. Het kan net zo goed zijn dat hij met dit werk gewoon een bedreigde zwaan wilde uitbeelden. Door deze toevoeging wordt ons dus een bepaalde visie op dit schilderij opgedrongen. Ook toen deed men dus al aan kunstmarketing maar toen ging het nog om het kunst object zelf en niet de kunstenaar.

(1) Inmiddels heb ik in dat zelfde museum wel de rondleiding gevolgd en wel van een alleraardigste dame die ons enorm de ruimte gaf zelf rond te lopen en alleen indien gevraagd een toelichting gaf, top! 

Voyeur

Op een doordeweekse dag liep ik mijn vaste route door landgoed Den Treek, vlak bij mijn huis. Zoals meestal kwam ik niemand tegen behalve een herder met zijn schaapskudde. Op mijn pad kon ik het spoor van hun uitwerpselen niet alleen goed volgen maar ook scherp ruiken. Terwijl ik langsliep ging een herdershond er in paniek als een speer vandoor nadat hij tegen een schrikdraad was aangelopen. Na een tijdje zoeken en met behulp van een fluitje vonden hond en herder elkaar blij weer terug.

Even verderop begon het langzaam te miezeren waardoor het bos er nog mooier uitzag dan daarvoor en de regen voor een frisse geur zorgde. Onder de bomen bleef het nog droog en kon je de druppels op het bladerdak goed horen; gaan wandelen als het net gaat regenen heeft zo zijn voordelen net zoals het op het strand tijdens een storm mooier is dan wanneer de zon uitbundig schijnt en het volk om een ligplaats vecht.

Terwijl ik, een zanderig ruiterpad volgend, een fietspad overstak zag ik plots, iets verderop midden op het fietspad, een elektrische fiets staan. Nieuwsgierig geworden liep ik naar de fiets toe en dichterbij gekomen zag ik een oude man in de berm staan die heel langzaam, voetje voor voetje schuifelend, probeerde af te zakken in een greppel. Tussen zijn bewegingen in zaten lange pauzes waardoor het leek alsof het hem veel moeite koste. Toen het maar niet wilde lukken draaide hij zich langzaam om en probeerde hij zich achteruit voetje voor voetje in de greppel af te laten zakken, zich vasthoudend aan graspollen en struiken.

Hoewel ik inmiddels dichtbij was gekomen schaamde ik me toch een beetje voor mijn voyeurisme hoewel het voor mij wel duidelijk was dat de man mij nog niet gezien had.  Net op het moment dat ik mijn oude pad weer wilde vervolgen zag ik de man plots in gebogen houding achteruit omvallen met zijn hoofd tegen een boomstam.  Stil bleef hij daar liggen.

Snel liep ik op hem af en terwijl ik dichterbij kwam kon ik zijn gezicht en uiterlijk beter zien, hij zag er goed uit voor zijn leeftijd en was goed gekleed. Met één hand was hij bezig schors vaan een boomstam af te pellen en te bestuderen wat hij daaronder aantrof.

‘Meneer, gaat het goed met u’, vroeg ik de man, ‘Ik zag u vallen, kan ik u wellicht ergens mee helpen?’. Hij draaide zich langzaam half om, keek me aan en reageerde: ‘Met mij is alles in orde, ik heb geen hulp nodig”. Beschaamd keerde ik mij om en vervolgde mijn pad.