Mijn ideale televisie avond

Mijn ideale digitale media avond:

19:15 iPad: Check e-mail, Facebook, Twitter en, indien relevant, zelf content uploaden of op iets reageren

19:45 Zappen langs CNN, BBC News, Euronews en Al Jazeera

20:00 NOS Journaal

20:30 Opgenomen film of serie bekijken of op Netflix, indien telefoon of bel gaat apparaat uitzetten

22:45 iPad: Check e-mail Facebook en Twitter en eventueel iets publiceren op mijn blog

23:00 Zappen tussen Late Night Talk shows op BBC, NPO of RTL of CNN, BBC News, Euronews en Al Jazeera, indien niet interessant slapen of nog wat lezen

Vandaag stond de ideale televisie avond van Staatssecretaris Dekker in de Volkskrant als een opsomming van zijn favoriete programma’s:

image

Waar 20 jaar geleden een televisieavond bestond uit het bekijken van op dat moment uitgezonden televisieprogramma’s heb je tegenwoordig een breed aanbod aan media die je kunt bekijken wanneer je wilt en eveneens de mogelijkheid zelf content te delen op Facebook, Twitter of een blog.

Vreemd dat de wetgever een nieuwe mediawet aan het maken is die geen rekening houdt met deze nieuwe realiteit en centraal voorschrijft welke producent zendtijd krijgt en zelfstandig producenten, maatschappelijke organisaties en omroepen naar deze schaarse tijd wil laten dingen. Dit terwijl er onbeperkte capaciteit is op het Internet om content met anderen te delen…

NTR, NPO, Raad voor de Cultuur, Commisariaat van de Media: allemaal verouderde instituties die niet inspelen op nieuwe ontwikkelingen en een opbergplek zijn voor bobo’s en niet meer producerende TV coryfeeën. In plaats van een Mediawet vol voorschriften en restricties zou Staatssecretaris Dekker beter een Digitalewet kunnen maken die borgt dat iedereen toegang heeft tot de digitale wereld, zowel als consument en als producent, en de randvoorwaarden als privacy en beveiliging goed regelt want daar zijn de komende jaren de echte problemen te verwachten.

 

Vluchtelingen Universiteit

Afgelopen zomer 6.000 km door Frankrijk gereden en meerdere Franse steden bezocht en helemaal niets gemerkt van de vluchtelingen die volgens de media massaal onderweg zijn naar Noord Europa. Menig ‘Camping Municipal’ stond onbeheerd leeg dus plek genoeg daar voor de opvang en in de stadscentra alleen maar veel Nederlandse touristen gezien. Tot ik gisteravond in Hoogeveen in Drenthe bij vrienden zat te eten en op het pleintje naast hun huis een aantal mensen met elkaar hoorde praten, duidelijk niet in het Drents.imageSinds begin dit jaar wordt de oude gevangenis in Hoogeveen gebruikt als asielzoekerscentrum en kunnen zo’n 1.000 vluchtelingen daar terecht. En dat gaat volgens mijn vrienden goed: lokale scholen bieden onderwijs aan kinderen van vluchtelingen aan, er zijn schaakborden aangeboden, er wordt gevoetbald door asielzoekers met Hoogeveeners, er is een fotoexpositie over het centrum gemaakt voor scholieren, en loopt een project kinderen op het AZC bekend te maken met water, etc.. Het gaat dus erg goed daar met de integratie van de vluchtelingen en hun omgeving, veel lokale vrijwilligers zetten zich voor hen in.imageHoewel mijn vrienden best wel een stuk lopen van het AZC af wonen komen dagelijks een aantal Syriers naar het pleintje naast zijn huis dat er mooi bij ligt en eigenlijk nooit door de omwonenden gebruikt wordt omdat die allemaal zelf een riante tuin hebben. En daar zitten ze dan gezellig met elkaar te kletsen of te telefoneren, van overlast is volgens onze vrienden zeker geen sprake. Deze asielzoekers zijn vaak hoog opgeleid en vervelen zich te pletter de hele dag, vanwege hun status mogen ze niet aan de slag in Nederland.imageIk heb al eerder een stukje geschreven over de Belgische Nooduniversiteit in Amersfoort tijdens de Eerste Wereldoorlog toen een aantal particulieren het initiatief namen de vluchtelingen op te leiden zodat na terugkomst in België er nieuw kader is dat mee kon werken aan de wederopbouw van hun land: Ontwikkelingssamenwerking avant la lettre dus. Vanmorgen stond er een ingezonden brief in de Volkskrant van Marianne van der Pol uit Den Haag met bovenstaande oproep van gelijke strekking, helemaal mee eens!

Ik ga binnenkort eens informeren bij het COA wat de mogelijkheden zijn en kijken of ik een burgerinitiatief hier lokaal kan starten! Wie doet er mee?

Mark Rothko

imagesAER7UBYKToen Winston Churchill in 1961 voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog de VS bezocht was dat aan boord van de Christina van de Griekse miljardair Aristotle Onassis die hem over de Hudson naar New York bracht. De Christina was eigenlijk een Canadees oorlogsschip omgebouwd door Onassis en door hem vol gehangen met Europese, met name Franse, impressionisten, toen erg populair onder ‘The Rich and Famous’. Boris Johnson beschrijft in zijn boek ‘The Churchill factor’ hoe Churchill in 1895 voor het eerst New York bezocht: New York was toen qua grootte vergelijkbaar met Manchester of Liverpool maar had zeker niet de omvang van Londen, het centrum van het Britse rijk. Zo zag de skyline van New York er in 1895 uit:imageTijdens zijn bezoek aan New York In 1961 was Churchill zwaar onder de indruk van de transformatie die VS en in het bijzonder New York, had ondergaan: terwijl ‘Britain’ nog steeds zwaar te leiden had onder de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog en qua invloed steeds minder te vertellen had waren de Verenigde Staten booming en was New York uitgegroeid tot het politiek en evonomische centrum van de wereld. Dit wat goed te zien aan Skyline van New York met zijn imponerende wolkenkrabbers die Churchill vanaf de Cristina goed kon zien. De Tweede Wereldoorlog was een belangrijke stimulans geweest voor de groei van de Amerikaanse economie terwijl het Verenigd Koninkrijk op dat moment langlopende leningen aan de VS had uitstaan en haar rijk sinds de Eerste Wereldoorlog had zien instorten en haar invloed op de wereldpolitiek zien afnemen.seagramm buildingHet was ook in 1961 dat Mark Rothko zijn opdracht terug gaf voor het maken van exclusieve schilderijen voor het ‘Four Seasons’ restaurant in de ‘Seagram Building’ aan in New York van de beroemde architecten van der Rohe en Johnson. Het nieuwe restaurant mocht van de opdrachtgevers vierenhalf miljoen dollar kosten en de doelgroep van het restaurant was eveneens ‘The Rich and Famous’ dus het mocht wat kosten. Voor de kunst aan de muur in het restaurant werd door de eigenaar bewust gekozen voor een opdracht aan een Amerikaanse moderne kunstenaar en niet een Europese. Mark Rothko, toen een van de vooraanstaandste New Yorkse kunstenaars kreeg de opdracht en ging aan het werk, dit worden ook wel de ‘Seagram Murals’ genoemd. Twee jaar later had hij een aantal panelen af maar besloot hij met de opdracht te stoppen, de ‘Seagram Murals’ zijn nu op verschillende plaatsen afzonderlijk te bezichtigen.2014-10-06-markrothkoIk heb deze zomer de biografie van  Annie Cohen-Solal over Rothko gelezen en de Rothko tententoonstelling in het Haags gemeentemuseum gezien, met name de biografie is erg boeiend. In dit boek beschrijft Annie Cohen-Solal niet alleen het werk van Rothko maar de hele nieuwe generatie moderne kunstenaars die na de Tweede Wereldoorlog in dit optimistische economische klimaat ontstond en bestond uit kunstenaars als Pollock, Gottlieb, Newman, De Kooning en natuurlijk Rothko. In 1949 verzamelde zich in New York in East Village een groep kustenaars, veel van hen overigens oorspronkelijk afkomstig uit Europa, die samen een club vormden met een gemeenschappelijk doel: het op de kaart zetten van de Amerikaanse moderne kunst. Op dat moment was er geen aandacht voor de eigen kunstenaars en was de Amerikaanse kunstmarkt erg gefocust op de Europese kunstenaars, met name de Franse impressionisten, vandaar dat Onassis ze ook aan de wand van de Cristina had hangen. Het waren niet alleen schilders die deel uit maakten van deze ‘De Club’ maar ook musici en schrijvers, critici die over hen gingen schrijven, galeriehouders die hun werk gingen exposeren en op een gegeven moment ook rijke verzamelaars die hun werk gingen kopen. En met succes, momenteel worden de werken van de schilders van deze groep voor grote bedragen verkocht met prijzen voor een Jackson Pollock van 140 miljoen een Willem de Kooning van 137,5 miljoen en een Rothko voor 72,7 miljoen dollar.imagesYBHQSV82Wat maakt Rothko nu zo bijzonder? Allereerst dat hij eigenlijk van oorsprong geen schilder pur sang maar ontwikkelde hij zich als schilder vanwege de interesse in de techniek van het schilderen en het concept achter een schilderij. Rothko was niet voor niks een groot gedeelte van zijn carrière naast schilder ook kunst onderwijzer en het hoe en waarom van zijn schilderijen was erg belangrijk voor hem. In de biografie van Annie Cohen-Solal wordt maar heel even ingegaan op zijn techniek en het feit dat Rothko daar niet veel over kwijt wilde. Wel dat hij continu experimenteerde met kleur en zijn assistenten opdracht gaf een schilderij laag voor laag op te zetten volgens zijn instructies: hij deed dus niet alles zelf zoals veel moderne kunstenaars nu doen (Koens, Hirst, Ai WeiWei besteden het maken ook meestal uit). Daarin liep hij dus voorop. Daarnaast had hij een missie met zijn schilderijen die voor hem niet over vorm of kleur gingen maar bedoelt zijn om vanuit het schilderij een rechtstreeks connectie te maken en een emotie teweeg te brengen bij de toeschouwer. Tevens zag hij zijn werk als eindpunt van de kunst, hij kon zich niet voorstellen dat iemand na zijn werk nog eens stap verder kon zetten in zijn zoektocht naar het uitbeelden van de ultieme emotie. Dat hij zijn schilderijen niet in het restaurant het ‘Seagram Building’ wilde heeft daar veel mee te maken: zijn kunst vraagt de totale aandacht en daar moet je niet onverschillige restaurantbezoekers onder laten eten. Dat er in de jaren zestig een nieuwe generatie schilders opkwam die veel aandacht kreeg vond hij dan ook onverteerbaar. Eind jaren zestig krijgt hij lichamelijke klachten en uiteindelijk pleegt hij in 1970 zelfmoord.imagesUVIF9BNSOm eerlijk te zijn was ik niet erg onder de indruk van zijn werk tijdens mijn bezoek aan de tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum. Heb er een tijdje naar zitten staren maar het maken van een spirituele connectie bleef uit, helaas. Schijnbaar zit ik nog in het primitieve kleur en vorm stadium en heb ik nog niet de staat van verlichting bereikt zoals de vele kunstpausen zoals Joost Zwagerman die lyrisch zijn over zijn werk. De biografie van Annie Cohen-Solal vind ik veel interessanter, met name omdat het een goed beeld geeft van de opkomst van de moderne Amerikaanse kunst na de Tweede Wereldoorlog, aanrader!

Je suis là

Tijdens mijn vakantie in Frankrijk was er veel commotie rond de zaak Vincent Lambert die in 2008 een motor ongeluk kreeg en sindsdien in vegetatieve staat verpleegd wordt in Reims. Twee jaar geleden besloot de medische staf in overleg met zijn vrouw tot euthanasie door middel van het stoppen van het geven van water en voedsel. Daar waren zijn ouders het niet mee eens, zij besloten een proces aan te spannen tegen het ziekenhuis.

Sindsdien lopen er rechtszaken tussen de familie en het ziekenhuis waarbij de ouders en twee broers kiezen voor behoud van leven en de medische staf, Vincent’s vrouw Rachel en zijn zes broers voor levensbeëindiging: een langlopende en complexe zaak dus met een verdeelde familie als gevolg en een patiënt die ondertussen als een kasplantje blijft leven en geen stem heeft. Op onderstaande foto zie je Rachel, de vrouw van Vincent, het gerechtsgebouw na de zoveelste zitting verlaten terwijl een tegenstander een foto van Vincent omhoog houdt._83540315_027550907-1

In dit kader is het interessant het boek ‘Je suis là’ van de Franse schrijfster Clélie Avit te lezen dat ik aantrof in een Franse boekhandel. Dit boek is in mei verschenen en haar debuut en heeft onlangs de ‘Prix Noveau Talent’ gewonnen, dus dat maakt nieuwsgierig. Overigens is Clélie Avit in meerdere opzichten een opvallend talent: 29 jaar, schrijfster, dichter, musicus en professor ‘de physique-chimie’ bij een dans instituut in Nice.

image

Met het boek ‘Je suis la’ neemt Clélie Avit stelling in de Franse euthanasie discussie. Het boek gaat over Elsa die in coma raakt na een ski ongeluk en Thibault, op bezoek bij zijn broer die ook in het ziekenhuis ligt: de veroorzaker van een auto ongeluk waarbij twee slachtoffers vallen. Bij toeval komt hij op de kamer van Elsa terecht en begint hij zijn verhaal tegen Elsa te vertellen veronderstellend dat ze niets kan horen. Dat is echter wel het geval, hoewel Elsa in coma ligt en niet kan reageren is ze, na vijf maanden totaal buiten bewustzijn te zijn geweest, plots zich weer bewust van wat er om haar heen gebeurt. Het verhaal van Elsa en Thibault en wordt vanuit hun verschillende perspectieven verteld en, zonder dat de twee met elkaar direct kunnen communiceren, ontstaat er een emotionele band tussen Elsa en Thibault. Aan het eind van het boek wordt Thibault geconfronteerd met de familie van Elsa, die hem nog nooit hebben gezien. Hij neemt het op voor Elsa en probeert hen er van te overtuigen dat Elsa zich bewust is van alles om zich heen.

Een moeilijk onderwerp dat Clélie Avit in haar boek aan de orde stelt en het roept veel vragen op, met name wat zou je willen dat er gebeurd als je zelf in zo’n situatie terecht komt? De zaak Vincent Lambert laat zien hoe hoog de emoties kunnen oplopen en dat het ondoenlijk is een medische procedure voor dit soort gevallen te bedenken die op alle situaties past. Ik ben er zelf een voorstander van dat informatie over hoe te handelen in dit soort situaties mede wordt opgenomen op een codicil zoals dat al bestaat voor donorschap van organen: dan is in ieder geval de eigen wens duidelijk! Je zou ook kunnen opnemen wie er voor jou mag beslissen als je in zo’n situatie terecht komt want dat is vaak de bron van veel problemen.

Clélie Avit liet mij via Facebook Messenger weten dat haar boek wordt vertaald in het Nederlands onder de titel ‘Ik ben er’ en waarschijnlijk verschijnt in oktober, een aanrader wat mij betreft!

De eenzame fietser

de eenzame fietser

Deze zomer was ik in de buurt van La Rochelle en dat was voor mij de aanleiding om, welliswaar per auto, nog eens hetzelfde traject af te leggen dat ik 35 jaar geleden heb gefietst tussen Surgeres en La Rochelle over de D939. Ik was toen onderweg naar Portugal en, in mijn herinnering, was dit een van de zwaarste stukken om te fietsen: striemende regen, beulende tegenwind en heuveltje op en af, het hield maar niet op!

image

Ik was uit Nederland vertokken op een tweede hands racefiets merk Batavus, op de kop getikt voor 100 gulden, zonder reserveband of remkblokjes en alleen een bandenreparatieset van Simson. En het enige profesionele onderdeel van mijn uitrusting bestond uit een racebroek met een zemen inleg die na een aantal weken recht op bleef staan en beter ‘s nachts buiten de tent gezet kon worden. Afijn, wel 6.000 km mee gefietst en als fietsende Nederlander met een primitieve uitrusting had je toen veel bekijks omdat je toen zowat de enige fietser was die zo gek was met 35+ midden op de dag te gaan fietsen.

Dat is wel erg veranderd! Als je nu in Frankrijk rond rijdt kom je om de haverklap fietsende Nederlanders tegen, alleen of in groepsverband. En als je er echt bij wilt horen trek je zo’n mal fietstricot aan voorzien van opvallende reklame en bezit je een supersonische fiets vol met de meest moderne snufjes om je prestaties online te kunnen volgen. Het is allemaal een stuk professioneler geworden en de moderne fietser gaat elk jaar op zijn minst een weekje met zijn fietsclub in Frankrijk fietsen, liefst bij de Alpe D’Huez, de Puy de Dome of de Mont Ventoux. Fietsen is populair en de fietsbranche en hotels op lokatie doen goede zaken.

Ik had dit jaar het voorrecht  op de camping in de Quercy tegenover zo’n fiets enthousiast te mogen staan die samen met zijn vrouw en twee kinderen een week in een huurtent zaten. Elke dag om half twee, als de kinderen hun middagdutje begonnen, pakte hij een van zijn twee fietsen en begon hetzelfde ritueel: fiets grondig schoonmaken en controleren, alle digitale apparaten (telefoon, gps en alle andere technische snufjes) preparen en aan de praat krijgen, rugzak met sportfood en drank inpakken en uiteindelijk zich in het veel te krappen reclamepak hijsen: een waar genoegen om vanuit de schaduw naar te kijken! Na zo’n anderhalf uur was het dan zover en werd hij vrolijk uitgewuifd door vrouw en de inmiddels wakker geworden kinderen en begon hij zijn tocht door de heuvels terwijl de temperatuur boven de 35 graden lag!

Het mooie van al die nieuwe technologie is dat zijn vrouw, via de laptop en de aangeschafte wifi (40€ per week), zijn verrichtingen online kon volgen en precies kon bijhouden wat zijn sportieve prestaties zijn (hartslag, temperatuur, gemiddelde snelheid etc.) en waar hij uithangt: ik zou het er een beetje benauwd van krijgen. Voor de echtgenoot genoeg informatie om te anticiperen op zijn terugkomst. Na een uurtje fietsen kwam hij dan fris en fruitig de camping weer op: erg moe was hij van deze inspanning niet geworden. Het eerste wat ik dan zou doen is flink water drinken en uitgeput neer vallen, maar nee hoor, zonder greintje van transpiratie begon het ritueel van het ontmantelen van zijn digitale appraten en weer schoonmaken en uit elkaar halen van zijn fiets terwijl hij trots om zich heen keek: kijk mij eens, ik hoor er bij!