Documenta 14 Kassel

Het moest er een keer van komen, samen met mijn lief een bezoek aan de Documenta in Kassel, de vijfjarige traditie een internationale moderne kunst tentoonstelling te organiseren onder leiding van steeds weer een andere samensteller van naam. Een mooi moment om de thermometer weer eens in al die kunst, verspreid over 35 lokaties in Kassel te steken en voor mezelf te bepalen of we als mensheid de goede kant opgaan of niet: kunst loopt immers voorop en na verloop van tijd volgt de massa.

Een bevriende kunstenares Els Beijderwellen heeft Kassel al eerder dit jaar bezocht en vertelde dat het kernwoord dit jaar ‘Engagement’ is in de zin van maatschappelijke betrokkenheid. Dat hoeft niet negatief te zijn, dacht ik toen, een beetje daarvan kunnen we momenteel wel gebruiken. Als reactie fabriceerde ze bovenstaand kunstwerk met de mooie titel ‘Dokumenta Kassel of Autowasstraat?’ wat een veelzeggende titel is en volgens haar een directe verwijzing naar het het bewustwordings proces rond de bootvluchteling problematiek in de traditie van Ai Weiwei. Zo’n openingsimpressie maakt een bezoek aan Kassel al eigenlijk overbodig.

Toch morgen vroeg maar in de auto naar Kassel kruipen, die net inderdaad door de wasstraat is gegaan in het kader van de jaarlijkse onderhoudsbeurt, dus met een frisse blik op pad!

Onderweg naar Kassel pikten we vlak over de grens twee Nederlands studentes op die aan het liften waren naar Dresden. Ze waren dolenthousiast over liften omdat ze onderweg zoveel leuke mensen tegenkwamen die ze anders nooit zouden zijn tegengekomen en daar hele leuke gesprekken mee hadden. Ik heb vroeger zelf veel gelift dus konden we mooie verhalen uitwisselen over onze ervaringen. Liften is blijkbaar weer in onder jongeren, eerder die week had ik nog een jonge Albanese student een lift naar Amsterdam gegeven en met hem gepraat over zijn lot helaas Albanees te zijn.

Ik vertelde ze over de Documenta en al snel ontspon zich een discussie over kunst en politiek engagement waarbij de dames stelden dan liften eigenlijk een performance kunst is en een teken van politiek engagement en dat onder jongeren dit weer erg hip is. De grote problemen van deze tijd zoals het milieu, de vluchtelingen politiek etc. vragen om politieke betrokkenheid en door te liften kan je op micro niveau internationaal je opvattingen uitventen. Toen ik vroeg of ze dan niet hun avonturen in de vorm van een blog of een vlog moesten gaan vastleggen reageerde ze afwijzend. Directe communicatie tussen mensen is het meest effectief en als je het gaat delen op sociale media gaan er andere zaken spelen waardoor de effectiviteit verloren gaat volgens de dames.

We eindigden de discussie dan ook met het gezamenlijk statement dat er voor mij maar één ding opzat en dat was dat ik zelf weer zou gaan liften om na al die jaren te ervaren hoe is het lifter te zijn in plaats van gastheer. Ga ik zeker doen, kijken of ik mijn oude record om binnen  24 uur aan het strand in van Nice te liggen kan verbeteren!

Aangekomen in Kassel aan de lunch en bij toeval zaten we naast een kunstenaar uit Potsdam, mijn eega, die naast hem zat, weet hoe hij heet. Hij kent Amersfoort goed omdat hij al ruim dertig jaar bevriend is met Armando en zijn werk ook verkoopt, en daardoor het Amersfoortse kunstwereld goed kent. Namedropping door mijn eega leverde veel gemeenschappelijke kennissen op. Eén van zijn beelden stond destijds in het Armando museum in Amersfoort toen het in de fik ging. In Kassel is hij gids voor een groep mensen uit Potsdam die hij in drie dagen de Documenta laat zien, aardige mensen die Postdammers, ik ben er vorig jaar zelf nog geweest om Sans Souci te bezoeken, Potsdam is een beetje het Wassenaar van Berlijn, dat soort volk dus. Over de Documentaire waren de Postdammers wisselend, veel kunst sprak ze niet echt aan maar ze waren wel blij snel overal naar binnen te kunnen omdat ze er als groep zijn, dat scheelde een hoop wachten voor ze. De meneer tegenover me had het meestal na 15 minuten wel gezien waardoor hij lekker op één van de vele terrassen kon gaan zitten, dat was overigens ook wel aan zijn uiterlijk te zien .

Inmiddels was het drie uur en hadden we nog niets van de Documenta gezien maar wel al een indruk over wat ons te wachten stond, morgen meer over de Documenta zelf!

En dan de Documenta editie 14 zelf, die het maken een bezoek aan Kassel zeker de moeite waard maakt. Eens in de vijf jaar krijgen honderden moderne kunstenaars van over de hele wereld drie maanden de kans hun werk aan het grote publiek te tonen en met een dagkaart kan je op de 34 lokaties op loopafstand van elkaar terecht. Als je er voor open staat kom je interessante kunst tegen maar even interessant is het andere bezoekers tegen te komen al wandelend van lokatie naar lokatie en tussendoor uitrustend op één van de vele terrassen; de interactie tussen de kijker en het kunstwerk is soms interessanter dan het kunstwerk zelf en daar dan over met elkaar in gesprek gaan nog leuker en leerzamer: zonder publiek vertegenwoordigd een kunstwerk geen waarde. Dat het dit weekend mooi weer was hielp daarbij natuurlijk enorm en heeft ons een mooi weekend bezorgd.

En dan de kunst zelf, nogal wisselend van kwaliteit per lokatie, het mooist en interessants vonden we de Neue Neue Galerie vanwege het gebouw en de kunst die daar hing omdat je daar van verrassing naar verrassing liep in tegenstelling tot een aantal andere lokaties waar je echt je best moest doen iets leuks te vinden tussen al die moderne kunst die lijkt op wat curatoren onder moderne kunst verstaan en dus de zoveelste variant op bestaande moderne kunst zijn. Het is ook niet makkelijk om iets nieuws te bedenken omdat qua vorm en inhoud al zo verschrikkelijk veel gedaan is door anderen.

Thema dit jaar zijn de verhalen van vluchtelingen en migranten die een rode draad door het oerwoud van kunst vormen en ik moet zeggen dat de harde confronterende werkelijkheid van en aantal werken je even van je stuk brengt als je zo’n werk plots tussen de andere werken ontdekt. Hier een paar werken die mij raakten:

In dezelfde traditie hieronder een werk van Piotr Uklański, zijn oorspronkelijke fotoserie ‘Untitled (The Nazis) veroorzaakte in 1998 tijdens een tentoonstelling in de The Photographers Gallery een storm van protest. Op dit oorspronkelijke werk is alleen de foto van Hitler echt, de anderen foto’s zijn van acteurs die in films nazi spelen, je kijkt dus niet naar de realiteit van echte nazi’s, maar vanuit het perspectief van cineasten, hoe de nazi’s er volgens hen uitzien. In 2000 werd dit werk door Uklański, als vorm van protest tegen de protesten, in de vorm van een performance in de Zacheta Gallery in Warschau vernietigd.

Een nieuwe versie van dit werk is nu te zien in de Alte Neue Galerie waarbij Uklański nu ook echte portretten aan het werk heeft toegevoegd dus het is aan de kijker te raden wie echt en wie acteur is. Allemaal harde realistische strak kijkende nazi koppen, eens de helden van het Derde Rijk met Adlof Hitler in het midden weliswaar met een kruis over zijn portret. In boekvorm zag ik deze portretten in de Documentaire boekhandel liggen.

Dit kunstwerk is een van de topstukken van de Documenta, roept bij bezoekers, gezien het aantal mensen dat er naar keek, veel emoties op. Ik schrok toen ik de wand vol foto’s zag, ik kende de kunstenaar, zijn werk en de achtergrond van dit werk niet en reageerde dus direct op de foto’s die me in verwarring brachten omdat de intentie mij niet meteen duidelijk werd maar ook omdat ik de reacties van het publiek niet begreep. Die waren zeer geïnteresseerd in het werk, sommigen zelfs uitgelaten en vrolijk en anderen wilden er lachend mee op de foto. Ik begreep daar niks van ook omdat ik zo’n reactie niet verwacht had bij dit in kunst geïnteresseerde, overwegend Duitse publiek.

Pas toen ik thuis de kunstenaar en zijn werk opzocht op het Internet kwam ik meer over beide te weten en veranderde mijn perspectief. Ik had tijdens het kijken naar de foto’s niet naar de begeleidende tekst gekeken en me meer gefocust op de andere bezoekers die dat wel deden en daarop reageerden. Ik wist toen nog niet dat er ook foto’s van acteurs tussen zaten en dat verklaart waarschijnlijk de reactie van de andere bezoekers die een aantal daarvan wel herkenden. Door deze toevoeging veranderde zijn werk van een collage van nazi acteurs naar een zoekplaatje ‘Wie is de echte nazi?’, vandaar het kruis over Hitler.

Interessante kunstenaar die Piotr Uklański, in kende hem niet maar ga hem zeker volgen. Bij de andere werken hierboven is de intentie meteen duidelijk maar hier veranderd je perspectief als je meer over te weten komt, het vraagt dus een inspanning van de kijker het werk te doorgronden. Waarschijnlijk kenden vele bezoekers dit werk al en hadden ze hun huiswerk vooraf goed gedaan en niet achteraf zoals ik, typisch gevalletje van Duitse ‘Gründlichkeit’! Mijn dogma dat goede kunst voor zich moet spreken en geen audio tour nodig heeft gaat dus niet altijd op…

De Documenta 14 is nog tot 17 september te bezoeken dus grijp je kans nu het nog kan, ik raad je dan we aan je er van te voren goed in te verdiepen! Documenta 15 ga ik over vijf jaar zeker weer bezoeken hoewel ik er dan niet onderuit zal kunnen komen te gaan liften…

Schoonheid en Troost…

Deze week deelgenomen aan een schrijfweek in Het Beauforthuis in Austerlitz en daar in een groep van 10 mensen in de Boskamer aan een schrijftafel zitten mijmeren en schrijven over Schoonheid en Troost.  Dit leken me interessante begrippen om eens verder ut te diepen in mijn Queeste naar De Waarheid en De Zin van het Bestaan. Uitgangspunt van de cursus was een serie interviews door Wim Kayzer voor de VPRO televisie met schrijvers, wetenschappers, filosofen, beeldend kunstenaars en musici over de kernvraag ‘Wat het bestaan de moeite waard maakt (of niet…)’. Op basis van deze interview is een boek verschenen en de interviews zijn te downloaden op de site van de VPRO.

Schoonheid en Troost zijn mooie begrippen waar veel over te zeggen valt maar zo gauw je het over de onderlinge samenhang hebt kom je volgens mij in de gevarenzone, dat bleek ook tijdens de schrijfsessies deze week. Als je een verschillende lading geeft aan deze begrippen gaat het praten over de onderlinge samenhang snel mis. Dat is dan ook een van de grootste problemen van de Geestwetenschappen: ze bijven vaak steken in de fase van de begripsdefinitie en als je het daar met elkaar niet over eens kunt worden is het verder uitbouwen van een verklaringsmodel heel moeilijk, zo niet onmogelijk. Ik heb zelf Sociologie gestudeerd en weet hoe moeilijk is met het sociologische begrippenapparaat achteraf zaken te verklaren laat staan een blik in de toekomst te werpen en voorspellingen te doen.

Toch hierbij een bescheiden poging van mij kant iets over Schoonheid en Troost te zeggen na daar een paar dagen mee bezig te zijn geweest en ook met anderen daarover gesproken te hebben. Volgens mij zit ‘het gevoel van’ Schoonheid tussen de oren en is het iets subjectiefs en wordt Schoonheid door iedereen anders ervaren. Lees je een tekst dan krijgt iedereen daar zijn eigen associaties bij, hoor je muziek dan raakt de een in vervoering terwijl het de ander juist getroost wordt en een weer iemand anders niet kan wachten tot het afgelopen is, zie je de zon opgaan dan vind jij dat mooi terwijl de ander zit te verlangen naar een stevige regenbui.

Als ik aan schoonheid denk denk ik in eerste instantie aan kunst omdat dat iets is waar ik zelf in geïnteresseerd ben maar dat hoeft niet voor iedereen zo te zijn. Schoonheid kan ook ervaren worden in de natuur of de blik in iemands ogen, dat is individueel bepaald. En Kunst en Schoonheid vallen ook niet altijd samen omdat de kunstenaar los wil komen van wat was en iets nieuws wil creëren, een kunstenaar loopt vaak vooruit en verkent onbekende wegen en probeert dit voor ons vast te leggen en niet altijd met de bedoeling Schoonheid te creëren: kunst kan ook schokkerend zijn, opzettelijk lelijk en bedoeld om heilige huisjes omver te werpen. Van Gogh heeft de aardappeleters echt niet geschilderd omdat hij iets moois wou maken, hij wilde de harde werkelijkheid van arme mensen vastleggen en deed dit met harde lijnen. Zijn doelstelling was volgens mij eerder sociaal dan ingegeven door een verlangen schoonheid te creëren. Toch vinden velen dit nu mooi en ervaren ze de Schoonheid van dit schilderij.

Waar bij mij de Schoonheid in  eerste instantie gekoppeld wordt aan de kunst bleek dat afgelopen week bij veel van mijn medecursisten niet het geval te zijn. Kunst kwam alleen zijdelings aan de orde terwijl de Liefde, de Natuur, Geluk en Troost wel uitgebreid aan de orde kwamen. De vraag welk kunstwerk vind je mooi is dan ook de afgelopen dagen niet aan de orde gekomen terwijl vorig jaar tijdens de schrijfcursus van Wim Brandt die vraag door hem wel gesteld werd, ik heb daar toen onderstaand stukje over geschreven. Ongetwijfeld zal Wim Kaizer daar in de interviews met de kunstenaars wel over gesproken hebben maar de afgelopen dagen kwam dat niet aan de orde, dat zal wel met de potentiële doelgroep van de cursus te maken die in Amsterdam toch iets anders is dan in Zeist.

Er is zeker een relatie tussen schoonheid en troost maar ook dat is niet één op één voor iedereen zo. Ikzelf loop graag door een museum als ik even van de leg ben en meestal kom ik dan geïnspireerd en verfrist weer naar buiten en heb ik er weer zin in. En soms kan een mooi uitzicht of een spelend kind even alles waar je mee bezig bent relativeren en geeft dat je troost. Maar ook hier geldt dat kunst meer is dan dat alleen, het kan ook vervoeren en creatieve krachten bij je oproepen waar je erg blij van wordt.

Kortom: Schoonheid en Troost zijn moeilijk te definiëren begrippen en hebben iets magisch waarbij bewustzijn en onderbewustzijn, ratio en gevoel, reflectie en creatie bij elkaar komen, er in ene gewoon is en ervaren kan worden voor wie er voor open staat…

Hieronder het stukje dat ik vorig jaar schreef tijdens de schrijverscursus van Wim Brands:

De bedreigde zwaan (voorjaar 2016).

Rijksmuseum, “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn, tijdgenoot van Rembrandt, en geschilderd rond 1650.

Ik ben op dit moment het boek “Wat is een kunstenaar?” aan het lezen van Sarah Thornton. Sarah heeft voor haar boek 33 kunstenaars geïnterviewd en gevraagd wat hen tot een kunstenaar maakt. Niet de vraag “Wat maakt jouw werk kunst” staat in het boek centraal maar wat iemand tot kunstenaar maakt waardoor hij in staat is kunst te maken. Overigens heet het oorspronkelijke boek in het Engels “33 Artist in 3 Acts” wat een andere lading aan het boek geeft en meer diversiteit suggereert dan de Nederlandse titiel. Op de vraag “Wat is een kunstenaar” zijn vele antwoorden mogelijk.

Ik was gisteren in een museum en wat mij dan altijd weer opvalt is dat er tegenwoordig bij tentoonstellingen steevast een film over het leven van de kunstenaar wordt vertoond naast de nodige andere audiovisuele media die ons uitleggen wat we eigenlijk zien. Toppunt was twee jaar geleden een museum in Duitsland waar je alleen naar binnen kunt als je mee doet aan zo’n rondleiding met een koptelefoon op. Allemaal achter de juf aan en uitleg krijgen in je eigen taal, solo rondlopen mocht niet. Dat heb ik dus geweigerd, ik kijk en informeer me liever zelf! (1)

Je kan een schilderij ook gewoon mooi vinden en een goed voorbeeld van een mooi schilderij is voor mij “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn in het Rijksmuseum, destijds de eerste aankoop van het Rijks. Wanneer ik de eregalerij oploop trekt dit werk me als een magneet aan. Het schilderij is beeldvullend, levensgroot en levensecht geschilderd. De zwaan komt dapper, krachtig en vol vuur recht op je af, met deze zwaan valt niet te spotten! De symboliek van de zwaan die normaal vreedzaam is en als het nodig is zijn kroost met alle macht beschermd maakt het schilderij ook mooi.

Als je dichterbij komt blijken er twee woorden aan het werk toegevoegd: “Raadspensionaris” en “Holland” volgens kenners verwijzend naar Johan de Witt waardoor het schilderij destijds een politieke lading kreeg. Dit is niet door Jan Asselijn zelf gedaan, hij overleed in 1652 en Johan de Witt werd pas in 1653 “Raadspensionaris”. Het is niet bekend of Jan Asselijn er uitgesproken politieke standpunten op nahield, het blijkt in ieder geval niet uit zijn andere werk. Het kan net zo goed zijn dat hij met dit werk gewoon een bedreigde zwaan wilde uitbeelden. Door deze toevoeging wordt ons dus een bepaalde visie op dit schilderij opgedrongen. Ook toen deed men dus al aan kunstmarketing maar toen ging het nog om het kunst object zelf en niet de kunstenaar.

(1) Inmiddels heb ik in dat zelfde museum wel de rondleiding gevolgd en wel van een alleraardigste dame die ons enorm de ruimte gaf zelf rond te lopen en alleen indien gevraagd een toelichting gaf, top! 

Voyeur

Op een doordeweekse dag liep ik mijn vaste route door landgoed Den Treek, vlak bij mijn huis. Zoals meestal kwam ik niemand tegen behalve een herder met zijn schaapskudde. Op mijn pad kon ik het spoor van hun uitwerpselen niet alleen goed volgen maar ook scherp ruiken. Terwijl ik langsliep ging een herdershond er in paniek als een speer vandoor nadat hij tegen een schrikdraad was aangelopen. Na een tijdje zoeken en met behulp van een fluitje vonden hond en herder elkaar blij weer terug.

Even verderop begon het langzaam te miezeren waardoor het bos er nog mooier uitzag dan daarvoor en de regen voor een frisse geur zorgde. Onder de bomen bleef het nog droog en kon je de druppels op het bladerdak goed horen; gaan wandelen als het net gaat regenen heeft zo zijn voordelen net zoals het op het strand tijdens een storm mooier is dan wanneer de zon uitbundig schijnt en het volk om een ligplaats vecht.

Terwijl ik, een zanderig ruiterpad volgend, een fietspad overstak zag ik plots, iets verderop midden op het fietspad, een elektrische fiets staan. Nieuwsgierig geworden liep ik naar de fiets toe en dichterbij gekomen zag ik een oude man in de berm staan die heel langzaam, voetje voor voetje schuifelend, probeerde af te zakken in een greppel. Tussen zijn bewegingen in zaten lange pauzes waardoor het leek alsof het hem veel moeite koste. Toen het maar niet wilde lukken draaide hij zich langzaam om en probeerde hij zich achteruit voetje voor voetje in de greppel af te laten zakken, zich vasthoudend aan graspollen en struiken.

Hoewel ik inmiddels dichtbij was gekomen schaamde ik me toch een beetje voor mijn voyeurisme hoewel het voor mij wel duidelijk was dat de man mij nog niet gezien had.  Net op het moment dat ik mijn oude pad weer wilde vervolgen zag ik de man plots in gebogen houding achteruit omvallen met zijn hoofd tegen een boomstam.  Stil bleef hij daar liggen.

Snel liep ik op hem af en terwijl ik dichterbij kwam kon ik zijn gezicht en uiterlijk beter zien, hij zag er goed uit voor zijn leeftijd en was goed gekleed. Met één hand was hij bezig schors vaan een boomstam af te pellen en te bestuderen wat hij daaronder aantrof.

‘Meneer, gaat het goed met u’, vroeg ik de man, ‘Ik zag u vallen, kan ik u wellicht ergens mee helpen?’. Hij draaide zich langzaam half om, keek me aan en reageerde: ‘Met mij is alles in orde, ik heb geen hulp nodig”. Beschaamd keerde ik mij om en vervolgde mijn pad.