Spindoctors, Lobbyisten & Public Affairs

Vanmorgen stond er een artikel in de Volkskrant over de spindoctors van de politieke partijen, onzichtbaar voor de buitenwereld maar wel aanwezig en beschikbaar voor journalisten om er hun informatie over wat er politiek speelt te halen waardoor zij de publieke opinie in hun voordeel kunnen beïnvloeden. Ex kamerlid Ybeltje Berckmoes haalde deze week, naar aanleiding van het verschijnen van haar boek, uit naar deze spindoctors die veel macht hebben in Den Haag. Zij zijn het die bepalen wat er extern  gecommuniceerd mag worden waardoor het beeld ontstaat dat onze onafhankelijke, zonder last of ruggespraak gekozen volksvertegenwoordigers kort worden gehouden door de fractieleiding en communicatie medewerkers van de politieke partijen.

Kamerleden worden dus afgeschermd van de buitenwereld en fractieleiders gebruiken hun spindoctors om hun kamerleden in het gareel te houden, dat beeld wordt in ieder geval in het artikel in de Volkskrant geschetst. We kennen dit fenomeen natuurlijk al wat langer zoals dat in bijvoorbeeld de serie Borgen door Kasper Juul werd neergezet. Communicatie is in deze series niet ondergeschikt aan de politiek maar door het framen bepalen de spindoctors waar het debat om gaat, niet de politici maar zij voeren de regie.

Het spiegelbeeld van de spindocters zijn de lobbyisten die ook in Den Haag rondlopen. Ook zij werken onzichtbaar en zijn bezig invloed uit te oefenen op de politiek maar dan namens de organisaties die hen betalen om te proberen het overheidsbeleid op een bepaald terrein te beïnvloeden.  Dit leger van lobbyisten is vele malen groter dan het aantal Kamerzetels. Volgens Public Matters waren er in 2015 600 leden aangesloten bij de Public Affairs brancheorganisatie BVPA terwijl er in de Tweede Kamer zo’n 90 ingeschreven (zie het register) en in Brussel nog eens zo’n 347 Nederlandse. Geschat wordt  echter dat dat er veel meer zijn en dat er voor elk Tweede Kamerlid zeven lobbyisten fulltime aan de slag zijn.

Ook op dit front nieuws uit Den Haag deze week: voormalig PvdA kamerlid en lijsttrekker van de partij Nieuwe Wegen Jacques Monasch liet weten gestart te zijn als strategisch adviseur bij het adviesbureau GKSV Reputatie I Communicatie I Public Affairs, niet ingeschreven in het Haagse lobbyregister overigens terwijl lobbyen op de site als bedrijfsactiviteit wordt genoemd. Hij gaat zich bezighouden met visie- en strategieontwikkeling rond maatschappelijke en reputatievraagstukken. Monasch is vorig jaar uit de PvdA gestapt vanwege meningsverschillen met de partijleiding en heeft daarna zelf een nieuwe partij opgericht, Nieuwe Wegen, die aan de laatste verkiezingen heeft meegedaan. Nu het via de politiek niet lukt invloed uit te oefenen probeert hij het dus maar via een andere nieuwe weg…

Het mag natuurlijk allemaal maar door al die spindoctors en lobbyisten ontstaat wel het beeld dat er achter de schermen van de politiek zich van alles buiten het zicht van de kiezers afspeelt en de politieke besluitvormingsprocessen zich niet richten op de relatie tussen kiezers en gekozenen maar dat goed betaalde communicatie professionals en public affairs specialisten eigenlijk aan de touwtjes trekken in Den Haag en Brussel. Ik zou er voor zijn dat ex politici niet meteen voor public affairs bedrijven gaan werken als ze uit de politiek stappen. Politieke invloed heb je gekregen van de kiezer toen je gekozen werd  en niet om die na je mandaat,te gaan inzetten voor belangenorganisaties…

Daarbij loop je als politicus veel meer risico reputatieschade op te lopen als het mis gaat maar daar heeft het bureau GKSV gelukkig ook een oplossing voor… Goede business dus die communicatie en de public affairs, je loopt minder risico en verdient nog beter ook!

Het populistische collectieve leerproces

Gisteren maakten we als mensheid voor het eerste sinds het einde van de koude oorlog weer een nieuw historisch dieptepunt mee: op het podium van de Verenigde Naties kondigde hij de totale vernietiging van Noord Korea aan als dit land de VS zou aanvallen: “we will have no choice than to totally destroy North Korea. Rocket man is on a suicide mission for himself and his regime.” Daarbij riep hij alle andere leden van de VN op het Kim regime te isoleren tot het stopt met haar vijandige gedrag.

Nu hebben we dat wel vaker gezien bij Donald Trump: het initieel gebruik van populistische taalgebruik waarna na een tijdje zijn oorspronkelijke standpunt wordt afgezwakt onder het motto: ik heb er nog eens over nagedacht en denk er nu anders over, de oude situatie is om pragmatische redenen nog niet zo slecht, ik zei dit toen wel maar denk er nu anders over… Neem bijvoorbeeld het klimaat verdrag waar Trump zo vel tegen was, er gaan nu geruchten dat hij dit toch, na wat aanpassingen, zou willen ondertekenen. Niet zo vreemd nu hij ziet wat de impact van klimaatveranderingen op de VS zelf is met al die tornado’s. Een ander hard punt tijdens de verkiezingen was de muur met Mexico waarvan hij vond dat Mexico die zelf maar moest betalen. Momenteel, 9 maanden sinds Trump in charge is, zit dit project nog in de prototype fase en wordt er nog steeds gesteggeld over het geld, niet met Mexico maar met de staten aan de grens met Mexico die het allemaal moeten gaan betalen…

Vandaar mijn stelling dat het populisme, wanneer ze uiteindelijk regeringsverantwoordelijkheid krijgen, door een collectief leerproces gaan waardoor ze gedwongen worden hun oorspronkelijke populistische standpunten om pragmatische redenen aan te passen. Verkiezingsbedrog zou je het ook kunnen noemen hoewel de echte aanhangers van Donald Trump dat niet met me eens zullen zijn omdat zij waarschijnlijk om niet rationele gronden in hun leider geloven. Daarom is het ook zo moeilijk met hen in discussie te gaan en kan je dat eigenlijk beter niet doen omdat dat niets oplost en partijen niet bij elkaar brengt.

Ik merkte dat gisteren weer toen ik op en post van Jesse Klaver op Facebook een reactie gaf: “Door uit de formatie te stappen worden die mooie doelstellingen niet gerealiseerd en blijft Groen Links aan de zijlijn staan, een gemiste kans Jesse! Ik heb even gedacht dat er een nieuwe frisse koers van Groen Links in veel opzichten beter beleid zou opleveren, helaas..” Ik kreeg op deze post 65 likes tot nu toe maar ook een aantal zure anti Groen Links reacties van mensen die ageerden tegen vluchtelingen, de politiek in het algemeen, links in het bijzonder. Het meest voorkomende verwijt naar mijn kant was dat ik niet inhoudelijk reageerde op hun ongenuanceerde reacties, het grote gelijk zat blijkbaar aan hun kant.

Als je elkaar verwijt niet op basis van argumenten te discussiëren wordt discussiëren erg moeilijk en ik had er eigenlijk direct al weer spijt van dat ik me in deze discussie had aangezwengeld toen de ene na de andere reacties op mijn post binnen kwam. Snel mijn computer uitgezet…

Het zou een goede zaak zijn voor Nederland als de populisten ook eens regeringsveranwoordelijkheid zouden dragen en compromissen zouden sluiten waarbij ik een voorkeur heb voor Thierry Baudet boven Geert Wilders die in het verleden al heeft laten zien vooral tegen dingen te zijn, een lastige basis om met anderen samen te werken. In de peilingen doet Baudet het goed waarmee de populisten een mooi alternatief hebben. Door regeringsverantwoordelijkheid te nemen gaat het populisme zo door een collectief leerproces, gaan de scherpe kantjes eraf en wordt het langzaam weer mogelijk met elkaar te gaan praten zoals Donald Trump nu doet met Nancy Pelosi en Chuck Schumer van de democraten, dat hadden we een half jaar geleden niet voor mogelijk gehouden. Zo wordt de populist Trump in ene een pragmaticus, ik hoop dat Trump dat ook wordt inzake de dreiging naar Noord Korea, het vernietigen van een land dient echt geen enkel belang en is moreel verwerpelijk… 

Blijft de vraag waar toch al dat chagrijn vandaan komt van al die mensen die zo fel, rancuneus en zonder relativeringsvermogen en gevoel van humor gisteren en vandaag op mij hebben gereageerd. Jeroen Dijsselbloem had het er gisteren op de radio over dat hij niet begreep waarom zoveel mensen in Nederland het gevoel hebben dat het slecht me ze gaat terwijl alle indicatoren juist laten zien dat het op het niveau van de hele samenleving juist nog noot zo goed is gegaan. Volgens mij gaat het, als het om het chagrijn van de burger, gaat dus eigenlijk om een achterliggende filosofische vraag: ‘Waarom hebben zoveel mensen individueel het gevoel er niet toe te doen in de samenleving?’.

Ik kreeg overigens vanmiddag een nette mail van Jesse Klaver’s online team waarin nogmaals helder en duidelijk werd uitgelegd waarom Groen Links uit de formatie bespreking is gestapt, dat geeft je toch weer het gevoel als burger dat er door de politiek naar je geluisterd wordt en je er bij hoort!

Het socratisch gesprek

9 september 2017

Zaterdag 9 september nam ik, in het kader van de basisopleiding Filosofie in de praktijk bij de ISVW, voor het eerste deel aan een socratisch gesprek en kreeg ik de mogelijkheid een stelling waarmee ik al wat langer rondloop door middel van een filosofische methode aan een kritische groep mensen voor te leggen. Na wat brainstormen door de groep besloten we mijn vraag ‘Maken social media mensen socialer?’ als uitgangspunt te nemen.

Bij een socratische gesprek gaat het er om dat een groep mensen met elkaar een filosofische vraag bedenkt, door middel van een concreet voorbeeld van een van de deelnemers toets en terugbrengt tot een of meerdere kernbeweringen en daarna probeert via het stellen van vragen de achterliggende meer algemene regels te achterhalen om uiteindelijk een aantal fundamentele principes vast te stellen.

  1. Het formuleren van een filosofische vraag;
  2. Het selecteren en uitwerken van een voorbeeldervaring;
  3. Het verwoorden van een relatie tussen vraag en voorbeeld;
  4. Het onderzoeken van argumenten;
  5. Het vinden van een antwoord of een inzicht.

Het geheel wordt gefaciliteerd door een moderator die zich niet inhoudelijk met het gesprek mag bemoeien en die in de gaten moet houden dat iedereen zich aan de uitgangspunten houdt die gelden voor een socratisch gesprek. Best lastig dit de eerste keer te doen maar we hadden gelukkig een goede door de wol geverfde moderator die ons door dit proces kon leiden, alleen al de vraag of de vraag wel een filosofische vraag is was al door de groep niet makkelijk te beantwoorden…

 

Het praktijkvoorbeeld dat we gingen toetsen was de recente ervaring van een van de deelnemers dat ze met een groep vriendinnen uit eten was geweest en dat de helft van de aanwezigen regelmatig haar smartphone had gepakt wat ze als zeer onaangenaam had ervaren. Hierdoor kreeg ze het gevoel dat ze geen ‘echt’ contact had met deze vriendinnen, ze dit als storend had ervaren maar het ook niet aandurfde dit ter discussie te stellen in de groep. De mobieljes kregen daarbij de schuld.

Zonder verder inhoudelijk op deze case in te gaan viel het me op dat we tijdens de sessie de scope langzaam verschoof van de invloed van social media naar het onvermogen van mensen met elkaar echt contact te hebben, de toename van mensen die zich eenzaam en ongelukkig te voelen en afname van de sociale cohesie in de samenleving.

Wat betreft de vraag bleek het begrip sociaal media niet zo moeilijk te definiëren terwijl de vraag ‘wat is sociaal’ niet makkelijk te beantwoorden is, iedereen kan daar iets verschillends onder verstaan, wat de een sociaal gedrag vindt kan door een ander juist als asociaal worden ervaren. De vraag zou dus eigenlijk moeten zijn: ‘Maken social media mensen eenzaam en ongelukkig”. Met deze begrippen kan de filosofie ook wat meer dan het begrip sociaal dat meer tot het domein van de Sociologie behoort. Overigens voelt niet iedereen die eenzaam is zich ook ongelukkig dus de ene vraag roept de andere weer op, pffff, het is me wat die filosofie.

Daarbij is het wat betreft de stelling een kip of het ei discussie: zijn het de social media die de oorzaak zijn van deze ontwikkelingen of is eenzaamheid en het zich ongelukkig voelen een autonome maatschappelijk ontwikkelingen die niets met technologie te maken hebben? Toen de telefoon werd geintroduceerd werd dezelfde discussie gevoerd als nu maar iedereen is het er nu toch wel over eens dat dat ons veel voordelen heeft gebracht.

Na afloop van het socratisch gesprek hadden we nog een vrije ongestructureerde discussie waarbij iedereen weer een eigen mening mocht hebben over dit onderwerp en niet iedereen was het met de stelling eens. Een aantal zagen social media juist als een aanwinst en vonden het juist een verrijking dat je altijd met iedereen online kon zijn en zelfs als je elkaar tegen kwam informatie kon delen (vooral de mannen overigens, ook een puntje om nog eens uit te zoeken..).

The Online Communication Cycle

Zelf denk ik dat we momenteel en eigenlijk pas heel recent allerlei nieuwe manieren van communicatie bij zijn gekomen en dat we nog niet goed weten hoe we daar mee om moeten gaan: toen de televisie werd geïntroduceerd zat iedereen van vroeg tot laat TV te kijken en na een aantal jaren ging iedereen meer selectief kijken, zo zal dat met al die nieuwe apparaten ook wel gaan. Hierboven een plaatje wat ik een tijd geleden heb gemaakt om het rechtstreeks communiceren te vergelijken met online communicatie waarbij overigens ook het een en ander goed mis kan gaan…

Iemand kan online een geweldig profiel hebben waarbij je het gevoel hebt dat iemand het goed voor elkaar heeft terwijl later, als je iemand in het echt ontmoet, je dit beeld flink moet bijstellen. Tevens is er nog een nieuwe trend die het online communiceren diffuser maakt en dat is dat er tegenwoordig door bedrijven vaak bots gebruikt worden waardoor je  denkt online met een persoon te communiceren terwijl je eigenlijk met een script en algoritmes op een computer te maken hebt. Soms is dat handig maar het leidt tot vervreemding als degene waarmee je een dialoog aangaat niet echt blijkt te bestaat en je dat van te voren niet verteld is.

Een interessante exercitie zo’n socratisch gesprek, het heeft mij in ieder geval nieuwe inzichten gegeven hoewel het voor mij als socioloog niet makkelijk is de vraagstelling filosofisch te houden. Afijn, dit was pas de eerste sessie van mijn opleiding dus wellicht gaat mijn perspectief het komend jaar nog veranderen.

Zondag 14 januari 2018.

Mijn tweede socratisch gesprek, deze keer in Utrecht bij een van de  cursisten Praktische filosofie bij de ISVW. Ter voorbereiding heb ik het boek ‘Het socratisch gesprek’ gelezen onder redactie van Jos Delnoij en Wiger van Dalen waarin 13 artikelen over dit onderwerp zijn opgenomen.

In tegenstelling tot het eerste gesprek kunnen we nu niet gebruik maken van een professionele moderator en moeten we het allemaal zelf doen. We zijn deze keer met zeven personen, op mij na allemaal vrouwen, en het enige dat we van te voren hebben afgesproken is dat één van ons de rol van moderator heeft en dat ook zal voorbereiden en dat het gesprek 3 uur zal duren.

We beginnen met een kennismakingsrondje waarbij iedereen uitlegt wat zijn verwachtingen zijn t.a.v. het socratisch gesprek en wat onze ervaringen met het socratisch gesprek zijn (20 minuten). Daarna legt de moderator kort en bondig (in 7minuten uit) hoe zij het gesprek wil voeren en wat zij van ons verwacht, we gaan daar allemaal mee akkoord. Het is de eerste keer dat zij dit doet en dat gaat haar goed af vinden we allemaal.

De volgende fase is het formuleren van een filosofische vraag, de deelnemers leggen er 6 voor en al snel beperken we die tot drie clusters (rond vluchtelingen, het levenseinde en #MeToo) en kiezen we na enige reflectie unaniem voor de vluchtelingen en de vraag: ‘In hoeverre mag je verwachten dat iemand zich aanpast aan een dominante cultuur’. Over deze fase doen we 30 minuten. Daarna bespreken we twee voorbeeldcases en besluiten er met één daarvan aan de slag te gaan: de situatie dat één van ons vrijwilliger is bij Vluchtelingenwerk en vanuit die rol tijdens een bijeenkomst een situatie had dat een vrouwelijke vluchteling een Nederlands man vanwege religieuze redenen geen hand wilde geven waarop die man flink kwaad werd. Hier deden we 15 minuten over.

Daarna hebben we één uur lang vragen gesteld over de case om te achterhalen wat er allemaal nog meer speelde rond deze case, wat de achterliggende gedachten waren van de betrokkenen bij de case, wat de grenzen zijn van je aanpassen, wat een dominante cultuur is, of een dominante cultuur ook verandert zonder nieuwe toetreders, wat de invloed van nieuwe deelnemers op een cultuur is, of je aanpassen aan een nieuwe cultuur een geleidelijk proces is of dat je mag verwachten dat dat direct gebeurd, of normen en waarden over gedrag vanzelf verschuiven als je langer in een nieuw land bent, wat de beste strategie is voor begeleiders van vluchtelingen om veranderingen teweeg te brengen bij nieuwe toetreders, wat de rol van Vluchtelingenwerk daarbij is etc…

Ondertussen hield de moderator zich afzijdig van de inhoud van het gesprek en probeerde zij ons op het rechte pad te houden en greep in als iemand bijvoorbeeld te veel psychologiseerde of we met elkaar in discussie gingen. We besloten te stoppen met het gesprek toen we er achter kwamen niet meer met onze filosofische vraag bezig te zijn maar met een nieuwe filosofische vraag. Daarna volgde evaluatie en kon iedereen aangeven wat hij/zij van het Socratisch gesprek vond en of het nog nieuwe inzichten had opgeleverd.

Over twee inzichten waren we het allemaal wel eens: ‘diversiteit is een verrijking voor de samenleving’ en ‘veranderen is lastig voor iedereen en gaat meestal gepaard met conflicten’.  Daar waren wij het met zijn zevenen over eens hoewel we beseften dat anderen buiten onze groep daar waarschijnlijk anders over zullen denken, wat dan weer het nieuwe inzicht opleverde dat ‘mensen die in staat zijn een Socratisch gesprek te voeren denken genuanceerder dan mensen die dat niet kunnen’. Maar dat is dan ook weer een nieuwe vraag…

Zelf vond ik dit een geslaagde sessie, het is een verademing eens een gesprek te voeren zonder dat iedereen continu met elkaar in de clinch ligt en op het scherp van de snede met elkaar discussieert en de deelnemers niet bereid zijn op grond van argumenten of nieuwe inzichten van standpunt te veranderen. We hebben als groep nog twee nieuwe socratische gesprekken gepland, ik hou jullie op de hoogte!

4 maart 2018.

Mijn derde socratisch gesprek, weer alleen maar vrouwen, en goed ook ens mee te maken wat er allemaal mis kan gaan als de  moderator niks voorbereid heeft. Een dame die er vorige keer niet bij was wierp zich aan het begin van de meetig op het gesprek te leiden en daar niemand bezwaren had ging ze aan de slag. Bij de filosofische vraag werden vijf onderwerpen ingebracht: twee onderwerpen die ook vorige keer aan de orde waren gekomen, vluchtelingen en levenseinde, en drie nieuwe: ontslagen worden, familierelaties en generatie verschillen. Deze laatste had ik ingebracht met als vraag of er een verschil is tussen het soort levensvragen waar jongeren en ouderen mee worstelen. Het werd uiteindelijk familierelaties met als beginvraag ‘Is het moeilijker familierelaties te verbreken dan andere relaties’ die uiteindelijk werd vertaald naar ‘Is er een verschil tussen het in stand houden van familierelaties en andere relaties’.

Bij de formulering van de vraag wilde de moderator zelf ook een vraag inbrengen en we moesten haar uitleggen dat dat niet de bedoeling was en dat ze zich eveneens niet met de inhoud van het gesprek moest bemoeien, daar had ze het zichtbaar en hoorbaar erg moeilijk mee. Toen we aan het praktijkvoorbeeld toekwamen wilde ze eerst alleen de case van de steller van de vraag behandelen en toen ik aandrong dat iedereen in staat moest worden gesteld een case in te brengen ging ze na enige discussie overstag. De rest van het gesprek kwamen we dan ook niet verder dan het aan elkaar vetrellen van familieverhalen, gezellig, maar je komt er geen stap verder mee.

Natuurlijk moet je niet te rigide zijn in de wijze waarop je een socratisch gesprek vorm geeft maar het is toch wel handig als je een aantal basisprincipes in acht neemt. Tevens is het frustrerend dat alle dames continue naar de theepot grijpen en ik het met één kopje koffie moest doen, een biertje of een wijntje ter inspiratie zit er blijkbaar sowieso niet in. In Socrates zijn tijd was filosoferen nog een mannenzaak en vloeide ter inspiratie de drank rijkelijk, dit leek meer op het orakel van Delphi…