Een oceaan aan Big Data…

Vandaag, dinsdag 31 oktober 2017, wordt het muziekstuk ‘Music by Oceans’ uitgevoerd in Gasthuis Leeuwenbergh tijdens een symposium over oceanografie van de Universiteit Utrecht. De componist Stef Veldhuis maakte voor deze compositie gebruik van de data van de meer dan drieduizend drijvende boeien (ankers) die sinds 2007 in onze oceanen dobberen en die door middel van sondes enorme hoeveelheden data verzamelen over het zoutgehalte, de temperatuur, de stroming etc.. Op basis van al deze data kunnen wetenschappers dan weer analyses maken en voorspellingen doen over het weer en het klimaat.

Met diezelfde data kan je dus nog meer doen, zoals blijkt uit uit dit initiatief deze data via een algoritme op basis van muzikale elementen zoals ritme, toonhoogte, duur en dynamiek om te zetten in muziek waardoor we in staat worden gesteld naar oceanen te luisteren om te ervaren of er patronen te onderscheiden zijn. Traditioneel worden bij dit soort analyses gebruik gemaakt van statistische methoden en calculaties en worden de uitkomsten grafisch weergegeven om een en ander inzichtelijk te maken. Door deze data nu ook om te zetten in geluid hopen de onderzoekers ingewikkelde patronen herkenbaar te maken, aldus oceanograaf Erik van Sebille vandaag in een artikel in de Volkskrant.

Voor het symposium in Utrecht zijn 8 composities gemaakt, elk gebaseerd op een andere sonde, en via de website  musicbyoceans.org kan men zelf ook aan de slag om een eigen compositie van oceaanmuziek te maken. Het resultaat levert soms totale chaos maar ook verstilling op, afhankelijk van de plek in de oceaan.

Een interessant experiment, zeker omdat het een enorme uitdaging aan het worden is uit al die grote hoeveelheid data die we ter beschikking hebben zinnige informatie te halen. De huidige digitale analyse technieken zijn niet meer voldoende om aan de toegenomen behoefte aan analyses te voldoen. Het meer dan tien jaar opslaan van al deze data vanuit 3.000+ meetpunten levert enorme hoeveelheden data op.  Een behoorlijke uitdaging maar natuurlijk niets vergeleken bij de hoeveelheden data die tegenwoordig overal verzameld worden nu de combinatie van datacenters en het internet of things de komende jaren de hoeveelheid big data explosief zullen doen groeien.

De kernvraag daarbij is dan hoe je in een oceaan aan big data de ankers moet plaatsen op basis waarvan je meet. Als je uitgaat van oude ankers loop je de kans dat je onderliggende structuren over het hoofd ziet en dan kan het handig zijn kunstenaars van buiten de IT met een eigen visie te hulp te roepen. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten waar dan weer op voortgeborduurd kan worden.

Werk van de Chinese kunstenaar Qiu Zhijie onlangs te zien in het Van Abbe museum in Eindhoven.

Kunstenaars zijn vaak degenen die nieuwe ontwikkelingen vroegtijdig herkennen en het kan interessant zijn deze voor dit soort projecten te gebruiken. Naast muziek kan je ook denken aan andere kunstvormen om big data inzichtelijk te maken zoals bijvoorbeeld een choreografie, een schilderij of een film. Het lijkt me interessant een choreografie te zien van de consumptie van alcohol of een schilderij over je social media netwerk. Wellicht zien we dan verbanden waarvan we ons nu nog niet bewust zijn en gaan we ons andere vragen stellen…

De verkeersregelaar

Onderweg naar huis op een natte, warme herfstmiddag waarbij het een beetje miezerde reed ik mijn auto het laatste stukje van de berg af naar beneden. Al in de verte zag ik iemand met een feloranje regenpak staan die de weg voor mij versperde. Ik nam gas terug terwijl de man hevig gebarend voor me stond en besloot te stoppen en mijn portierraam te openen. Er was verder niets te zien qua verkeersborden dus ik vroeg me af wat er aan de hand was, verkeersongeluk, gaslek, ramp, wegwerkzaamheden?

‘Gaat u nu naar rechts of naar links’, vroeg de man geagiteerd. ‘Dat hangt van uw antwoord af’, reageerde ik ‘U blokkeert immers de weg en ik wil graag weten waarom’. ‘Als u in de auto rijdt en u komt bij een kruising dan dient u richting aan te geven. Als u hier naar rechts gaat is dat geen probleem, gaat u naar links dan moet u even wachten en mijn aanwijzingen afwachten’.

De man zag er slim uit en onmiddellijk ging de gedachte door me heen dat dit waarschijnlijk iemand is die verplicht dit soort werk moet doen en probeert er nog een beetje intellectuele uitdaging in te leggen. Als ik daar zou staan, in de regen in een oranje regenpak, zou ik er ook wat van maken en elke auto is dan weer een uitdaging. Hij begon een heel verhaal over de wegenverkeerswet en de verplichting richting aan te geven en het gevaar dat ik opleverde voor mijn medeweggebruikers. ‘Weet u wel dat u in overtreding bent en u een bon kan geven?’ Hij had er duidelijk plezier in, op zijn pak zag ik in grote letters ‘Verkeersregelaar’ staan. Ik had die dag al een verkeersboete in de brievenbus gekregen wegens te snel rijden dus daar zat ik nou ook weer niet op te wachten…

‘Maar wat is er nu eigenlijk aan de hand hier?’ vroeg ik. ‘Deze weg is tijdelijk eenrichtingsverkeer omdat op de andere weghelft werkzaamheden worden verricht’. Ik keek naar links en zag niks. “Een collega van mij houdt het verkeer aan de andere kant op dus er kan via deze baan vanuit de verkeerde richting verkeer aan komen’ reageerde hij, ‘en u wilt toch niet op elkaar knallen?

Iets in mijn hoofd zei me maar niet meer verder met deze man te communiceren want dit was er een die op zijn strepen ging staan. Ik deed mijn portierraam dicht en zette de richtingaanwijzer op links en wachtte af wat er ging gebeuren. De verkeersregelaar staarde geconcentreerd naar de verte. Na verloop van tijd gaf hij met veel gebaar aan dat ik door mocht rijden en dat deed ik dan maar, wel voorzichtig natuurlijk…

De weg waarop ik naar huis reed was verder totaal verlaten, niemand te zien, geen auto, geen verkeersregelaar, geen ongeluk of wegwerkzaamheden en terwijl ik in mijn achteruitkijkspiegel  keek zag ik de verkeersregelaar ook niet meer. Was ik mezelf tegengekomen?

#NotMe

Plots staat de krant vol van verhalen over mannen met macht die aantrekkelijke jonge vrouwen het hof maken, dit blijkt in alle sectoren van het maatschappij voor te komen en de affaire Harvey Weinstein, nooit eerder van die man gehoord overigens, is blijkbaar de trigger geweest voor deze #MeToo hype. Donald Trump heeft eerder ook al blijk gegeven van dit soort gedrag maar kwam daar toen nog mee weg.

Ik heb zelf lang in het bedrijfsleven gewerkt en gezien hoe mannen, als er weer eens een nieuwe jonge aantrekkelijke dame was aangenomen, als bijen op de honing afkwamen en ze het hof gingen maken, extern gingen lunchen en het liefst natuurlijk meenamen op een business trip naar het buitenland. Een van mijn vrouwelijke collega’s vertelde me ooit dat zij vaak, als ze ergens in een hotel  moest overnachten, door de lokale managers mee uit eten werd gevraagd omdat ze anders ‘die avond alleen in dat hotel zou zitten’. Steevast zei ze dan ‘nee’. In gezelschap kon ze daar vaak niet onderuit en dan gebruikte ze meestal de truuk bij het desert te wachten tot er een aantal disgenoten iets besteld hadden om dan op te staan en te zeggen dat ze genoeg gegeten had en vroeg ging slapen, de heren waren dan verplicht te blijven zitten omdat ze al besteld hadden. Ze wist dat als ze bleef zitten de drank een rol zou gaan spelen en je dan beter weg kon wezen en het lastiger werd iemand af te wimpelen… Een prima strategie lijkt me en deze dame heeft het dan ook ver geschopt.

Lastig, relaties op het werk, maar daar waar mannen en vrouwen intensief samenwerken gebeuren er nu eenmaal ook dingen in de relationele sfeer en meestal loopt dat goed af en soms slecht. En vaak, is mijn ervaring, weten de collega’s op het werk wel wat er aan de hand is en hoe daarmee om te gaan. Het wordt natuurlijk lastiger wanneer de factor macht een rol gaat spelen in de verhouding baas en ondergeschikte en iets wordt afgedwongen. Maar ook in zo’n situatie heb ik vaak gezien dat dit soort zaken goed wordt afgehandeld en men verstandige keuzes maakt. Zo betrapte een vrouwelijke leidinggevende op mijn werk ooit een sales manager die het op de zolder van het kantoor met een secretaresse deed. Ze besloot de sales manager te ontslaan en de secretaresse te houden, een verstandige beslissing vond we toen allemaal. Overigens zijn die twee nu al weer jaren gelukkig getrouwd, ze wonen hier in de buurt en hebben drie kinderen, ik kom ze nog wel eens tegen.

Waarom dan nu die overdreven aandacht voor dit onderwerp die zelfs zover gaat dat ook mannen met de #IHave uitkomen voor hun verkeerde gedrag ten opzicht van vrouwen in het verleden. Blijkbaar roept dit onderwerp veel emoties op en hebben slachtoffers en daders tegenwoordig door de sociale media de mogelijkheid dit makkelijker te uiten. Maar dat dit soort zaken zo massaal zouden voorkomen verbaasd me wel en herken ik niet. Volgens mij komt de grote aandacht voor dit onderwerp, vanuit sociologisch perspectief, omdat het een voor iedereen herkenbaar onderwerp is en ook dichtbij de eigen leefwereld speelt: iedereen heeft direct of indirect in zijn omgeving wel eens met dit onderwerp te maken gehad en er zo zijn een eigen mening over (net als ik). Dit in tegenstelling tot de ‘grote’ wereldproblemen van deze tijd waarbij iedereen zich machteloos voelt en niemand weet hoe we die kunnen oplossen (klimaat, vluchtelingen, oorlog, terrorisme). Zo’n dichtbij onderwerp in de relationele sfeer trekt veel aandacht en daar spelen de media graag op in.

Persoonlijk heb ik met iets dergelijks in het verleden nooit te maken gehad, althans niet dat ik me ervan bewust ben: ik heb nooit een relatie op het werk gehad of geambieerd, lijkt me een beetje ingewikkeld. Ik behoor dus tot de grote meerderheid #NotMe’s, een beetje braaf misschien, daar zouden ze het ook eens over moeten hebben…

Klassikaal en/of online leren?

Deze week kwamen de resultaten naar buiten van een grootschalig onderzoek uitgevoerd door onderzoekers van Harvard en Stanford naar de effectiviteit van online college volgen versus het volgen van de traditionele klassikale colleges. Zij analyseerden de gegevens van 230 duizend studenten die zich ofwel voor online, ofwel voor het klassikaal onderwijs hadden ingeschreven. Daarbij werdt bij beide vormen van onderwijs gebruik gemaakt van dezelfde syllabus, leerboeken, opdrachten, testen en beoordelingen waardoor het verschil tussen online en klassikaal met name ligt in de wijze van communicatie waarbij het contact tussen studenten en met de docenten bij onlinecolleges natuurlijk ook online is.

En wat bleek? De studenten die zich hadden ingeschreven voor online colleges bleken 10% lager te scoren dan de studenten die dat klassikaal deden. Internet studenten haalden niet alleen lagere cijfers maar hadden ook een significant hoger uitvalpercentage, 9 % meer dan de klassikale studenten. De onderzoekers plaatsten zelf een kanttekening bij hun resultaten: wellicht zijn het wel de slechtere en wat luiere studenten die liever online college volgen?

Kennis is tegenwoordig alom online en offline beschikbaar en het gaat tegenwoordig niet meer om het traditioneel overdragen van kennis maar het aanleren van competenties die het jou mogelijk maken kennis, die voor jou op dat moment van belang is, te vinden en toe te passen. Het gaat daarbij niet meer primair om instructie maar om constructie van kennis. In de huidige samenleving, waar zoveel informatie online beschikbaar is, ben jezelf als lerende verantwoordelijk voor het richting geven aan dat leerproces waar je later tijdens je professionele carrière, maar ook privé, veel plezier van kan hebben.

Het formeel leren gericht op het overbrengen door kennis is belangrijk maar nog belangrijker is dat studenten de competenties te bezitten informeel te leren, dus leren hoe je het best kunt leren in een snel veranderde omgeving waarbij het gaat om het continu bij blijven met je kennis en vaardigheden. Daarnaast weten we tegenwoordig steeds meer over hoe mensen leren effectief en efficiënt kunnen leren en dat maakt het mogelijk de wijze waarop we leren aan te passen aan de leerdoelstelling.

Ik heb een tijdje geleden het boek ‘How we learn‘ van Benedict Carey gelezen met de aansprekende ondertitel “Throw out the rule book and unclock your brain’s potential” gelezen. Kern van zijn boek is dat wij, vanaf het moment dat we geboren worden, snel, efficiënt en automatisch leren en op het moment dat ouders of instituties er zich mee gaan bemoeien er in het onderwijssysteem van allerlei vooronderstellingen wordt uitgegaan die contraproductief zijn en het leren juist ontmoedigen. Neem bijvoorbeeld de assumptie van het lineair leren in een prikkelvrije omgeving waar generaties ouders zich op gebaseerd hebben onder het motto ‘rust, reinheid en regelmaat’.  In zo’n pedagogisch klimaat kunnen kinderen zich het best ontwikkelen is dan de stelling. Uit recent onderzoek blijkt echter dat het vaak van plek wisselen en muziek op de achtergrond je leerprestaties juist positief kunnen beïnvloeden. In een chaotische informele setting leer je dus meer.

Benedict Carey stelt in zijn boek dat vergeten, slapen, dagdromen en afgeleid worden onderdeel zijn van het leerproces en dat het veranderen van je leerroutine juist een positief effect heeft op je leerprestaties. Leren is geen lineair proces en werkt voor iedereen anders: wat voor de een werkt kan voor de ander juist niet werken en daar moet je dus ook zelf achter zien te komen. Leren leren is dus de eerste uitdaging die je hebt als je begint met studeren en de beste vorm is voor iedereen anders. Het is daarom van belang je eigen leerstijl te ontwikkelen: waneer, op welke plek en onder welke omstandigheden leer je het best.

Omdat te doen zouden onderwijsinstellingen meerdere leerstijlen moeten faciliteren en niet één leermethode en leeromgeving aanbieden. Best wel een uitdaging voor het onderwijs want het volstaat dan niet langer om alleen maar klassikale colleges ook online aan te beiden maar ze zullen ook moeten investeren in nieuwe meer effectieve lesmethoden. En, nog belangrijker, ze zullen de content eveneens moeten aanpassen aan die andere leermethodes omdat het thuis achter de PC een college van 2 uur volgen nu eenmaal geen effectief leereffect heeft. Daarvoor zijn er online tegenwoordig teveel afleidingen… Dat vergt natuurlijk een forse investering voor onderwijsinstellingen maar zo’n inspanning en investering zou ook door samenwerkingsverbanden of private partijen gedaan kunnen worden.

Het gaat dus niet om klassikaal of online leren maar om een combinatie daarvan: blended learning dus. Per onderwijsdoelstelling zal bekeken moeten worden wat de beste vorm is op basis waarvan kennis en vaardigheden kunnen worden overgedragen. En dan kan het zomaar zijn dat een gedeelte van de colleges klassikaal is, er een online college van een professor van Harvard ingekocht is die het allemaal beter kan uitleggen dan de beste docent in Nederland, door ‘collaborative learning’ in werkgroepen en op een speciale workspace aan projecten en opdrachten gewerkt wordt (samen leren, is soms makkelijker en leuker dan alleen leren) en de toetsen online worden afgenomen via een algoritme dat niet alleen test of je iets geleerd hebt maar ook stuurt wat de beste vervolgstap zou kunnen zijn voor jou qua onderwijsdoelstelling gezien je performance tijdens de afgesloten onderwijsmodule.

PS.: De afbeelding ‘Understanding the spectrum of learning’ komt uit en artikel van Pieter de Vries, Delft University of Technology, Netherlands en Stefan Brall, RWTH Aachen University, Germany ‘Microtraining as a support mechanism for informal learning‘.