Neo Rauch: liefde, kunst en de dood.

In de Fundatie de overzichtstentoonstelling Dromos 1993 – 2017 van Neo Rauch bezocht na eerste het interview met hem door Ralph Keunin, dat op de website van de Fundatie staat, te hebben bekeken. Neo Rauch legt in dit interview uit hoe zijn werk tot stand komt en hoe je als kijker naar zijn werk zou moeten kijken. Voordat Rauch aan een nieuw schilderij begint vindt eerst een innerlijk creatief proces plaats dat hij als een uiterst pijnlijk ervaart en hem slapeloze nachten bezorgt waarbij er allerlei beelden vaag bij hem opkomen. Tot er plots bij hem de noodzaak ontstaat de eerste punt op het doek te zetten en het proces van het daadwerkelijk schilderen begint waarbij hij de miljarden mogelijkheden die hij heeft om een schilderij vorm te geven door inperken en bundelen tot een waardevol schilderij transformeert.

Dit creatieve proces kent twee  varianten: soms weet hij op het moment van aanvang al precies wat hij gaat schilderen en komt het schilderij al schilderend  vanzelf naar hem toe. Maar het kan ook zijn dat hij begint en het werk al schilderend vanzelf ontstaat, deze laatste variant komt tegenwoordig het meest bij hem voor. En als het dan af is heeft het voor hem als de schilder en voor ons als zijn publiek waarde en geeft het voldoening er naar te kijken (voor hen die daar voor open staan).

Om de waarde van zijn werk te kunnen ervaren adviseert hij ons niet te proberen zijn kunst te begrijpen of te verklaren, het is beter je verstand uit te zetten, je open te stellen en je gevoel zijn werk te laten doen. Dat doet hij ook als hij zijn werk creëert. Grappig genoeg hoorde ik veel van de bezoekers van de tentoonstelling in Zwolle juist verwoede pogingen doen zijn werk te verklaren, zo ik hoorde een vrouw tegen haar man, die ongeduldig werd en verder wilde, zeggen: ‘Maar ik wil begrijpen wat hij hiermee bedoelt!’. Dat gaat haar niet lukken, dacht ik, ze kan hoogstens haar eigen projecties ervaren.

Door naar een schilderij te kijken komen we even los van de alledaagse dingen en kijken door een tweedimensionaal venster naar een andere wereld die los staat van tijd en werkelijkheid. Volgens Neo Rauch zijn er twee momenten in het leven waarbij wij in staat zijn buiten onszelf te treden en te ontsnappen aan de sleur van het alledaagse bestaan en dat is bij het ontstaan van de liefde en het aanschouwen van kunst. Beide kunnen belangrijke kantelpunten in het leven zijn die je niet kunt willen maar in ene spontaan ontstaan. En waarbij je na de eerste vonk die overslaat of stip op het doek jezelf gaat inperken en bundelen tot er iets van blijvende waarde ontstaat, dat is hard werken maar geeft uiteindelijk voldoening…

Volgens mij is er nog een derde kantelpunt in ieders leven waar Neo Rauch het tijdens het interview niet over had en dat is de dood die eveneens een stip aan onze horizon is en waarvan de werking omgekeerd is aan die van de liefde en de kunst. Veel van zijn werken zijn uitermate somber en er zijn volgens mij veel verwijzigingen op zijn schilderijen naar ons laatste kantelpunt (of is dit alleen maar mijn projectie?). Terwijl de liefde en de kunst plots ontstaan en in de loop van de tijd hun definitieve vorm en waarde krijgen is de dood de stip aan het eind van het leven waar we allemaal ongewild op af stevenen. En terwijl we daar naartoe onderweg zijn moeten we juist  mensen om ons heen en dingen loslaten tot er uiteindelijk op het moment suprême niets van waarde overblijft.

Het voordeel voor een kunstenaar als Neo Rauch is dan weer dat uiteindelijk zijn werk ook na zijn dood voort blijft leven door de ogen van de toekomstige generaties die naar zijn werk gaan kijken en dat is dan weer een mooi voordeel van het succesvol kunstenaarschap. Is al die pijn die hoort bij het creatieve proces uiteindelijk dan toch niet voor niets geweest. Voor ons niet-kunstenaars rest dan alleen nog maar het kijken naar een leeg doek omdat wij het niet gedurfd hebben die eerste stip op dat lege doek te zetten…

Related image

De Bataaf

Een paar dagen nadat ik op een internetveiling voor een prikje de slecht renderende speeltuin De Bataaf had overgenomen besloot ik daar maar eens zelf te gaan kijken. Ik arriveerde voor openingstijd en toen ik bij de kassa aankwam zat daar al een dame die druk bezig was haar cactussen water te geven. ‘We zijn nog niet open meneer!’ klonk het uit het hokje en ik wachtte geduldig af. Even over tien was ze klaar en richtte ze zich tot mij: ‘Dat is dan 5 euro meneer!’. ‘Ik kom eigenlijk voor de bedrijfsleider’, reageerde ik. ‘Die hebben we niet meer’ zei ze, maar als u iemand wilt spreken kunt u het beste bij de kok in het restaurant zijn’. Ik bedankte haar en liep de speeltuin binnen.

De Bataaf was niet veel veranderd, als kind ging ik daar vaak met mijn ouders, broer en zussen heen en werden wij in de speeltuin gedumpt terwijl mijn ouders met hun gasten iets gingen drinken of midgetgolven, daar waren wij nog te jong voor. Op loopafstand van ons huis en een ideaal uitje voor de zondagmiddag. Wat me het meest is bijgebleven was de waterbaan waar je met je eigen bootje kon varen, of, beter gezegd, expres tegen de andere bootjes botsen. Als kind was je toen nog met weinig tevreden.

In het restaurant aangekomen was de kok onvindbaar maar er was wel iemand voor de bediening en ik bestelde een kop koffie en een saucijzenbroodje. ‘Weet u ook hoe laat de kok hier is?’, vroeg ik haar. ‘Meestal rond elf’, zei ze, ‘maar als u wilt kan ik haar bellen, dan komt ze vast wat eerder, ze woont hier vlakbij. Wie kan ik zeggen dat u bent en waar het over gaat?’. ‘Ik ben Victor La Lune, de nieuwe eigenaar van dit complex’, ik zag dat ze me wat meewarig aankeek. Ze pakte haar telefoon en liep naar de keuken. In ieder geval goede saucijzenbroodjes, dacht ik, terwijl ik bijna mijn mond verbrandde bij de eerste hap.

Een half uur later zag ik Inge aankomen fietsen, ik herkende haar meteen. Ik had vroeger met haar op school gezeten en ze was de dochter van de lokale benzinepomphouder, we hadden kort iets met elkaar gehad totdat ze iets kreeg met de zoon van de lokale garagehouder en daar was ze toen mee getrouwd. Verrast keek ze me aan toen ze binnenkwam, ‘Victor, jij hier, dat is lang geleden!’, en ze schoof bij me aan, ‘en ook nog eens de nieuwe eigenaar, wat een verrassing!’. Dat was het ook voor mij.

Na wat gekeuvel over vroeger en gemeenschappelijke vrienden, ze was nog steeds getrouwd met Cees, legde ik haar uit dat ik De Bataaf te koop had zien staan, dat ik een investeringsmaatschappij had en dat ik meteen geïnteresseerd was omdat ik daar zelf als kind vroeger nog had gespeeld. En dat ik, tot mijn eigen verbazing, na mijn eerste lage bod, plots de eigenaar van was geworden en gisteren de stukken bij de notaris had laten passeren zodat ik nu formeel de eigenaar was.

‘Je bent niet de eerste’, zei ze, ‘we hebben de afgelopen jaren al een stoet van nieuwe eigenaren langs zien komen waaronder een bekende Nederlandse voetballer die in Oranje heeft gespeeld. Allemaal met de meest wilde plannen maar uiteindelijk waren ze nooit bereid echt in de speeltuin te investeren en werden we na verloop van tijd weer aan de volgende partij doorverkocht’. ‘De locatie is perfect’, zei ik, veel scholen en gezinnen in de buurt dus dat moet toch volk trekken.  Wat moet er volgens jou gebeuren?’, vroeg ik haar. ‘Tja, je zou kunnen investeren in nieuwe speelvoorzieningen maar de nostalgie van de oude speeltuin in combinatie met horeca maakt het juist aantrekkelijk volgens mij. En voor mij als kok prima werktijden omdat de keuken om vijf uur dicht gaat en het park om zes’.

Ik had natuurlijk de jaarcijfers van De Bataaf uitgebreid bestudeerd en allang besloten dat dit een verloren zaak was maar dat vertelde ik haar natuurlijk niet. Het ging mij meer om de grond en het mooie historische gebouw en ik had al iemand gevonden die op deze locatie een welnesscentrum wilde vestigen. Maar daarvoor moest ik wel eerst de locatie leeg opleveren, zonder al te veel kosten te maken natuurlijk. Ik had hierover al een overeenkomst met de toekomstige eigenaar afgesloten.

‘Heb jij geen zin de exploitatie van De Bataaf over te nemen?’, vroeg ik Inge, ‘Dan huur je het van mij en kan je je eigen ideeën op de Bataaf loslaten’. Daar moest ze over nadenken maar ik zag aan haar gezichtsuitdrukking dat ze wel degelijk gecharmeerd was van het idee. Iedereen die in loondienst is denkt het beter te kunnen doen dan zijn of haar baas en zo iemand zegt nooit nee als diegene de kans krijgt eigen baas te worden. Als ze dit doet gaat zij in no time failliet, dacht ik, en kan ik het complex zonder de hoge kosten voor het ontslaan van het personeel doorverkopen aan mijn partner, die had overigens de tijd…

‘Ik denk erover na’, zei ze. ‘Fijn’, zie ik, ‘jij lijkt me een goede partner, dit wordt vast dit een mooie samenwerking! Ik stuur je een standaard exploitatie overeenkomst, kan je daar eens naar kijken!’. Na nog wat gekeuveld te hebben en een tweede kop koffie stapte ik op. Terwijl ik langs de cassière liep zag ik dat ze was verdiept in een stripverhaal van Dick Bos, grappig dacht ik, die heeft toevallig net als ik hier om de hoek op het Aloysius College gezeten dus zal hier vast wel eens geweest zijn.

Onderweg naar mijn volgende afspraak dacht ik er over na dat het wel jammer was dat ik uitgerekend met Inge te maken ga krijgen en dit haar aan ga doen, maar ja, je moet natuurlijk wel zakelijk blijven als investeerder, business is business!

Wat ben je aan het doen?

‘Wat ben je aan het doen?’ is de vraag die je ziet staan wanneer je iets wil toevoegen aan Facebook. Vreemd genoeg heeft deze sleutelzin, die aangeeft waarover Facebook ons vraagt met onze vrienden te communiceren,  per taal een andere betekenis. Zo komt de Duitse vraag overeen met de onze: ‘Was magst du gerade” hoewel de toevoeging ‘gerade’ meer specifiek is dan de onze die zonder tijdsbepaling een bredere strekking kan hebben.

Maar als je kijkt naar de Engelse openingsvraag ‘What’s on your mind’  gaat het niet meer om wat je doet maar om wat er omgaat in je hoofd, wat je bezig houdt, en in het Frans staat er zelfs ‘Exprimez-vous’ wat een nog bredere uitnodiging is jezelf te uiten en dat kan natuurlijk over van alles gaan.

Bij de Duitse en Nederlandse vraag staat dus het handelen centraal terwijl bij de bedenkers van Facebook in de US het gaat om wat je denkt, nogal een verschil qua invalshoek! Voor ons is het blijkbaar voldoende aan te geven dat we naar de film gaan terwijl voor een Amerikaan het  de bedoeling is uit te leggen waar je aan denkt als je van plan bent naar de film te gaan, wat je dacht toen je de film zag en hoe je de film achteraf vond.

Eigenlijk wel logisch want via WhatsApp, Instagram, en alle andere apps die gebruik maken van GPS weet Facebook allang waar we zijn en welke evenementen we bezoeken en is het dus veel interessanter voor Facebook te weten te komen wat we denken voordat we beslissen iets te doen, hoe we dat ervaren en achteraf waarderen. Marketing technisch belangrijke informatie die ons inzicht geven in bijvoorbeeld het koopgedrag van consumenten, onze tijdsbesteding en politieke voorkeur.

Vandaag publiceerde Facebook nieuwe kwartaalcijfers en voor het eerst in de geschiedenis blijkt dat het aantal bezoekers van Facebook langzaam terugloopt, maar daar heeft Mark Zuckerberg een goede verklaring voor. Zoals uit bovenstaande post blijkt denkt Mark’s brein dat Facebook niet alleen leuk moet zijn maar vooral goed voor het welzijn van iedereen en de samenleving in zijn algemeen met als belangrijkste doelstelling dat we de tijd die we op Facebook doorbrengen goed moeten besteden. Dus wil hij dat we allemaal niet meer naar onzin filmpjes kijken maar gaan werken aan het creëren van ‘betekenisvolle relaties’. Het lagere aantal bezoekers kan dan ook worden verklaard uit wijzigingen die Facebook al heeft geïmplementeerd waardoor wij nu al minder ‘Viral video’s’ te zien krijgen.

Dat willen we natuurlijk allemaal wel, ‘betekenisvolle relaties’, maar het is de vraag of Facebook wat dt betreft niet te ambitieus is. Door deze doelstelling begeeft Facebook zich op de markt van welzijn en geluk en ik moet er niet aan denken dat binnen Facebook in ene een scherm opduikt dat ik niet alleen vrienden heb maar ook betekenisvolle relaties met een aantal van hen en helaas een groot aantal anderen beter kan afvoeren omdat die waarschijnlijk gezien hun Facebook gebruik dat nooit zullen worden…