About Gerard Geerlings

Gerard Geerlings, socioloog, woont in Amersfoort en schrijft over het leven, de troost van kunst, de informatie samenleving en levenskunst.

Pijnpunten in de samenleving

Afgelopen zondag, 11 november 2018, was er bij Buitenhof een debat tussen de Vlaamse schrijfster en columnist Dalilla Hermans en de socioloog en publicist Herman Vuijsje naar aanleiding van het verschijnen van zijn boek Zwartkijkers. Daarin stelt Vuijsje dat er sprake is van overdrijving en generalisering als het gaat om het verschil tussen zwart en wit, met andere woorden: de mensen die de tegenstelling zwart-wit benadrukken zijn zwartkijkers.

Je weet van te voren als je naar zo’n debat gaat kijken dat de emoties hoog kunnen oplopen, zeker als er twee mensen aan tafel zitten die een uitgesproken mening hebben over racisme, kolonialisme, zwarte piet, witte mannen en schrikgodinnen. Blijkbaar raken deze onderwerpen een open zenuw in de samenleving en is een ontspannen discussie op basis van argumenten moeilijk. Sterker nog, veel mensen gaan om die reden een debat juist uit de weg omdat dit felle reacties kan uitlokken.

Overigens wil ik de ervaringen van Dalilla Hermans niet bagataliseren, als je zelf onderwerp bent van discriminatie komt dat hard aan en dat is natuurlijk verwerpelijk. Om die reden ben ik er dan ook voor dat Zwarte Piet niet meer zwart is maar alle kleuren van de regenboog kan hebben, als iets iemand kwetst is dat een goede reden de oorzaak hiervan weg te nemen, waarom eigenlijk niet? Overigens maakte de lezing van Sigrid Kaag, onlangs die zich over dit onderwerp onlangs uitsprak, op mij grote indruk en zie ik om mij heen steeds meer mensen die dit standpunt delen.

Het betoog van Herman Vuijsje bij Buitenhof ging echter over iets anders. Als socioloog  heeft hij volgens de klassieke sociologische methode (literatuuronderzoek en bestuderen van beschikbare bronnen) onderzoek gedaan naar racisme en geconstateerd dat Nederland het land is met het minste racisme ter wereld. De ‘zwartkijkers’ zoals hij dat noemt zijn het daar niet mee eens en baseren hun mening vooral op persoonlijke ervaringen die, volgens Vuijsje, niet representatief voor de situatie in Nederland. Dalilla Hermans bewees zijn stelling door het steeds te hebben over ‘dingen die ik effectief heb meegemaakt’ waarbij de Vlaamse overigens toegaf geen kennis te hebben van de Nederlandse situatie.

Twee verschillende wetenschappelijk methodes, sociologisch bronnenonderzoek vs. het generaliseren vanuit persoonlijke ervaringen. Van Herman Vuijsje een dappere poging het racisme in kaart te brengen op basis van zijn sociologisch onderzoek. Daarbij stelt hij, op basis van zijn conclusies, dat het met het racisme in Nederland wel meevalt, voor een meer ontspannen debat over dit onderwerp op basis waarvan we als samenleving kunnen leren en dat handvaten oplevert voor het formuleren van beleid en het nemen van doeltreffende maatregelen om racisme te voorkomen.

Vanuit deze invalshoek was het daarom Interessant dit weekend een interview van Bas Heijne te lezen met de Franse sociologe Nathalie Heinich, ‘Geen identiteit zonder identiteitscrisis’ , naar aanleiding van haar essay ‘Ce que n’est pas l’identité’, NRC 10 november 2018. Volgens Nathalie Heinich kan de sociologie helderheid brengen in het maatschappelijk debat door het toepassen van de sociologische methode en een zo neutraal mogelijke analyse van de begrippen die het debat beheersen. De hedendaagse sociologische debat wordt volgens haar gekolonialiseerd door een discours dat alles in termen van dominantie en onderdrukking ziet en zij pleit dan ook, conform de opvatting van de socioloog Max Weber, voor een neutrale houding ten opzicht van het object van onderzoek.

Haar object van onderzoek is daarom niet dominantie en onderdrukking maar identiteit. Dit begrip kent volgens haar drie dimensies: hoe zie je jezelf, hoe presenteer je jezelf naar buiten, en hoe wordt je van buitenaf gezien. Wanneer de discrepantie tussen deze elementen te groot wordt, ontstaat een identiteitscrisis.

‘Als je honderd jaar geleden een klein plaatsje woonde, waar je steeds dezelfde mensen zag, waar relaties nauwelijks veranderden en het buitenland ver weg was, dan hield je je nauwelijks met identiteit bezig. De crisis begint wanneer je vreemden tegenover je vindt en je afvraagt wat die van je vinden. Je gaat jezelf steeds met andere vergelijken. Ik vermoed dat dat constante vergelijken van jezelf met anderen, op alle fronten, een van de redenen zou kunnen zijn voor dat permanente gevoel van crisis wat (onze) identiteit betreft’. (…) ‘Op het persoonlijke vlak denk ik dat sociale media, en dat is maar een hypothese, daarbij een grote rol spelen. Je bent de hele dag bezig je te presenteren, jezelf te ensceneren. Tegelijk word je ook van alles door anderen toegeschreven. Je gaat je dan afvragen of die etiketten kloppen met de manier waarop je jezelf ziet’.

Volgens Heinrich ontstaat een identiteitscrisis dus op het moment dat je buiten je veilige sociale omgeving treedt en onbekenden ontmoet en in die zin gedefinieerd heeft identiteit met sociale structuren en niet met individueel handelen te maken en ligt de nadruk op het conflict dat dan ontstaat overeenkomstig het activisme van de socioloog Max Weber. Het begrip identiteitspolitiek domineert daarom tegenwoordig het politiek debat met de nadruk op anti-racisme, seksisme etc. waardoor het politieke klimaat verzuurt.

Max Weber’s tijd- en vakgenoot Emile Durkheim dacht daar overigens anders over, volgens hem ligt de oorzaak van een sociaal verschijnsel in een combinatie van omvang, materiële en morele dichtheid in de samenleving waarbij omvang en bevolkingsdichtheid voor hem niet voldoende oorzaak zijn, beslissend is de morele dichtheid d.w.z. de intensiteit van de communicatie en uitwisseling tussen individuen. Hoe meer relaties tussen individuen, hoe meer samenleving, des te minder strijd. Volgens mij zit Herman Vuijsje meer op deze lijn want hij gaat het debat niet uit de weg…

Een interessant onderzoeksobject voor sociologen overigens deze discussie, zowel theoretisch als methodologisch zouden ze een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan dit debat dat zo gevoelig ligt en wordt gedomineerd door activisten. De relatie die Nathalie Heinich in het interview met Bas Heijne legt met social media is daarbij interessant en vraagt om meer onderzoek om te kijken of haar hypothese klopt

De democratisering van onze informatievoorziening

Ik las laatst over het ‘twee-in-een principe’ van Hannah Arendt: d.w.z. ‘onze innerlijk dialoog met onszelf waardoor iedereen zichzelf de maat neemt en een brug slaat tussen ons innerlijke en het openbare leven van de mens’. En die brug tussen ons innerlijk en openbaar leven krijgt vorm door ons handelen.

Een mooi beeld is dat: de brug tussen ons innerlijke en het openbare leven. Wat dieper nadenkend over de definitie van wat ons ‘openbare leven’ kom ik tot de conclusie dat de reikwijdte van ons openbare leven de laatste jaren behoorlijk veranderd is. Beperkte vroeger ons openbare leven zich tot gezin, werk, kerk en/of kroeg, tegenwoordig speelt ons openbare leven zich niet alleen af in de fysieke werkelijkheid maar ook in toenemende mate online, veel mensen besteden geheel vrijwillig hun tijd aan het internet en sociale media waardoor ons openbare leven een veel groter bereik heeft gekregen.

Je kan de impact van het internet denk ik goed vergelijken met de impact van de uitvinding van de boekdrukkunst rond 1454 door Laurens Janszoon Coster en/of Gutenberg. Luther zouden nooit zo succesvol zijn geweest als hij zijn reformatorische stellingen niet via boeken had kunnen verspreiden en hetzelfde geldt bijv. voor Erasmus met betrekking tot het humanisme. Natuurlijk was er veel weerstand van de gevestigde orde tegen bepaalde boeken maar het boek, eenmaal uitgevonden, bleek het hardnekkig te blijven bestaan en in verboden vorm des te aantrekkelijker om te lezen.

Cruciaal was dat door de boekdrukkunst de geestelijkheid haar monopolie op informatietoegang en de lees- en schrijfkunst verloor. Hierdoor kreeg met name de intellectuele elite (wetenschappers, schrijvers, journalisten, politici, kunstenaars etc.) toegang en kwamen er uitgeverijen, tijdschriften en kranten die als poortwachters bepaalden wat wel of niet gepubliceerd werd, je kan dus stellen dat door de boekdrukkunst het monopolie verschoof naar de intellectuele elite.

En dan nu de internet revolutie die kan worden gekenmerkt als de volledige democratisering van de informatietoegang. Iedereen heeft tegenwoordig toegang tot het internet, kan een boek schrijven, dit op internet publiceren of zelf een website beginnen en daar alles op zetten wat men wil, hoe onbenullig ook. Met name door het ontstaan van ‘social media’ heeft deze democratisering van de informatietoegang een enorme boost gekregen en tegelijkertijd een nieuwe dimensie toegevoegd aan ons openbare leven.

Ons openbare leven wordt met de nieuwe mogelijkheden van het internet niet alleen meer gevormd door het rechtstreeks handelen tussen mensen maar nu ook met iedereen in de digitale wereld waarin je online actief bent. Een ontwikkeling die nog maar net begonnen is en waarvan commerciële partijen de eigenaar zijn en we de impact nog niet goed kunnen overzien. Natuurlijk weten we dat er impact is op onze privacy, inlichtingendiensten alles kunnen volgen, iemand waarmee je chat een ‘bot’ kan zijn, de uitkomst van een search op Google gestuurd wordt door betalende adverteerders, dat de meest actieve internetters last hebben van eenzaamheid en depressies en vreemde mogendheden proberen onze verkiezingen te beïnvloeden, en o ja: de volgende oorlog een cyberoorlog wordt …of al begonnen is? Allemaal onbedoeld bijeffecten van de democratisering van de informatietoegang die de bedenkers van het internet niet voorzien hadden.

De vraag is nu wat de lange termijn gevolgen van het internet zullen zijn. Leverde de boekdrukkunst de reformatie, het humanisme en later de verlichting op, wat kunnen we verwachten van de digitale revolutie die nu plaats vindt? Uit de bijeffecten blijkt dat we nog niet goed weten hoe we met deze nieuwe onlinewereld moeten omgaan en het is te hopen dat ons zelfregulerend vermogen ons in staat stelt de ongewenst excessen te voorkomen. Ondertussen valt het me op dat de oude intellectuele elite het moeilijk heeft met deze ontwikkelingen omdat zij hun oude positie van poortwachter aan het verliezen zijn. Dat blijkt uit de dalende verkoop van kranten en boeken maar ook uit het opkomende populisme dat zich vaak richt tegen intellectuelen en journalisten (Trump vs. CNN). Eigenlijk logisch, de democratisering van de informatievoorziening zal zich in eerste instantie richten tegen de oude poortwachters tot informatie net zoals dat destijds na de uitvinding van de boekdrukkunst gebeurde tijdens de beeldenstorm.

Op dit moment is het echter onduidelijk wat al deze nieuwe digitale ontwikkelingen op termijn gaan opleveren: blijven we allemaal in onze ‘bubble’ zitten of gaan we af en toe switchen? Laten we onze politieke voorkeur afhangen van de consensus in de eigen groep of vormen we liever onze eigen mening? Worden we kritisch op ons onlinegedrag of laten we ons leiden door ‘influencers’ die onze behoefte gaan bepalen…

De brug waar Hannah Arendt het over heeft is een multidimensionale snelweg geworden waarop we de innerlijke dialoog met onszelf niet alleen moeten afstemmen met ons ‘offline’ maar ook met ons ‘online’ openbare leven.

De laatste.

Ik weet nog goed wanneer ik besloot te stoppen met roken. Dat was op het moment dat ik ‘s morgens vroeg met mijn auto onderweg naar mijn werk zin kreeg in een sigaret en mij plots realiseerde dat ik er bij het wegrijden al een opgestoken had. Lange tijd rookte ik mijn eerste sigaret pas bij mijn eerste kop koffie, omdat ik dat lekker vond, en nu rookte ik op de automatische piloot zonder dat ik mij daarvan bewust was. Stoppen, dacht ik toen, daarna heb ik niet meer gerookt.

Het zelfde overkwam mij laatst met bloggen. Ruim vier jaar geleden ben ik met deze blog begonnen en lange tijd schreef ik met veel plezier bijna wekelijk een stukje, aan onderwerpen meestal geen gebrek. Van de zomer veranderde dat plotseling, de frequentie nam af en en ik kreeg het gevoel dat ik mijzelf in de blogs ging herhalen. Neem mijn vorige blog over de Brexit en Trump, hoe vaak heb ik daar al niet over geschreven? En heeft het wat uitgemaakt? Doet het er eigenlijk wel toe wat mijn mening is naast die van al die columnisten, bloggers en vloggers die de media tegenwoordig overspoelen?

Daarbij komt dat ik steeds meer een afkeer krijg van sociale media, Facebook en Twitter bezoek ik steeds minder. De content op de sociale media is de laatste tijd steeds minder interessant geworden en de algoritmes die bepalen wat je te zien krijgt maken de selectie op basis waarvan je iets te zien krijgt steeds onduidelijker. Hierdoor krijg je het gevoel dat je zelf niet meer bepaald wat je te zien krijgt op het internet (dat was toch de bedoeling?) maar dat commerciële en politieke spelers deze media gebruiken voor hun eigen doelstellingen. Tevens bepalen slechts een beperkt aantal Amerikaans bedrijven, die zich niet veel aantrekken van begrippen als privacy en transparantie, wat we wel en wat we niet kunnen zien, niet alleen op social media maar ook bijvoorbeeld op zoekmachines. Wil ik,  door hun software te gebruiken, daar eigenlijk wel aan mee werken?

Als je dit soort vragen gaat stellen is het tijd om te stoppen denk ik dan, dit is dan ook mijn laatste blog.

Wie het weet mag het zeggen

Grappig zo’n troonrede waarbij koopkrachtplaatjes tot achter de komma zijn doorgerekend zodat je het gevoel krijgt dat de toekomst kwantificeerbaar en voorspelbaar is terwijl er toch veel onzekerheid en onvoorspelbaarheid is ten aanzien van onze toekomst.

Neem de Brexit die over een half jaar zijn beslag zal krijgen en waarvan we nog steeds niet weten volgens welk model de UK de EU gaat verlaten en wat dan de impact zal zijn voor de het restant EU-landen en de UK. Met minder dan zes maanden te gaan zouden we eigenlijk toch al lang moeten weten hoe de afsplitsing vorm gaat krijgen zodat iedereen zich hierop kan voorbereiden. Alle opties (een harde Brexit, een compromis oplossing of zelfs nieuwe verkiezingen in de UK en zelfs uitstel) staan nog open waardoor je er vanuit kan gaan dat er bij elk scenario waarschijnlijk uitvoeringsproblemen zullen zijn. Engelsen hebben vaak de neiging te denken dat als ze een besluit hebben genomen en dit vastgelegd op papier dat dan iedereen vanzelf wel conform dat besluit gaat werken, implementeren is niet hun sterkste kant.

Wat me daarbij opvalt is dat ik de laatste tijd steeds meer artikelen lees waarin de gevolgen van de Brexit worden gebagatelliseerd en wordt gesteld dat die allemaal wel mee zullen vallen. Tevens is er weinig aandacht voor de gevolgen voor de resterende EU-landen die immers te maken krijgen met het krimpen van het EU-budget en de gevolgen daarvan voor het EU-huishoudboekje, zeker in het geval van een harde Brexit waarbij de UK de 44 miljard  euro compensatie niet wil betalen. Waarschijnlijk zal het EU-budget hetzelfde blijven en zullen we allemaal wat meer moeten bijdragen, dat wordt nog een leuk item voor de Europese verkiezingen volgend jaar.

Terwijl de UK eind maart in welke vorm dan ook uit de EU stapt hebben we eveneens te maken een oplopende handelsoorlog tussen de VS en een toenemend aantal andere landen, het stokpaardje van Donald Trump. Voortvarend worden bestaande handelsverdragen opgezegd en nieuwe, met voor de VS gunstiger voorwaarden, afgesloten. En als een land niet mee wil werken worden door de US handelsbelemmerende maatregelen genomen om de druk op te voeren, goed voor de Amerikaanse schatkist overigens die verhoging van de invoerrechten.  

DE cumulatie van al deze ingrijpende veranderingen kan niet los van elkaar kunnen worden gezien en heeft direct invloed op onze welvaart: niemand kan voorspellen wat de impact op termijn zal zijn. Bij elkaar zorgen deze ontwikkelingen voor wereldwijde turbulentie die waarschijnlijk gaat leiden tot een herschikking van de machtsverhoudingen in de wereld waarbij de oude grootmachten ruimte zullen moeten gaan maken voor nieuwe en sommigen  een stapje terug zullen moeten doen in de wereldwijde rangorde.

Het lijkt erop dat na een relatief rustige periode sinds de tweede wereldoorlog we nu in een meer turbulente periode zijn terecht gekomen zonder dat we weten of dat nou goed of slecht is, we hebben geen idee. Wellicht constateren we over 10 jaar dat na 2018 de wereldeconomie booming is vanwege al die nieuwe bilaterale handelsakkoorden, de welvaart mondiaal toegenomen is, de inkomensongelijkheid sterk verbeterd is. Of, andersom, we een periode van grote economische problemen hebben gehad, de UK na de Brexit uit elkaar is gevallen en een aantal grote internationale conflicten vele slachtoffers en een grote stroom immigratie hebben opgeleverd.

Voorspellen is moeilijk, zeker als er zoveel turbulentie en onzekerheden zijn en in het geval dat iemand het wel weet wordt hij waarschijnlijk niet gelooft. En achteraf zullen er dan een hoop mensen zijn die zullen beweren dat ze het altijd al geweten hebben…

De Dalai Lama en China

Volgens Adriaan van DIs gelooft de Dalai Lama niet meer in reïncarnatie, althans volgens de broer van de Dalai Lama die hij uitgebreid heeft gesproken. Dit zou dan tot gevolg hebben dat er na zijn overlijden geen nieuwe Dalai Lama zal komen en hij zelf de laatste zal zijn. Als dat waar is is het natuurlijk de vraag of een geestelijk leider zomaar de grondslag van zijn geestelijk leiderschap, namelijk het geloof in reïncarnatie, kan afschaffen. Als de Dalai Lama echt zou geloven dat reïncarnatie niet bestaat zou hij onmiddellijk moeten aftreden als geestelijk leider zodat de Tibetanen die hier wel geloven kunnen wachten op de opstanding van een nieuwe Dalai Lama, zoiets kan je als voorganger niet tegenhouden.

Ik denk echter dat de Dalai Lama, inmiddels 83 jaar, vooral politieke redenen heeft dit verhaal naar buiten te brengen die te maken hebben wat er in Tibet gaat gebeuren als de Dalai Lama overlijdt. Toen in 1995 door hem een nieuwe Panchen Lama, de hoogste geestelijk leider na de Dalai Lama, werd geïdentificeerd, werd de toen zesjarige Gedhun Choekyi Nyima niet lang daarna door de Chinese autoriteiten ontvoerd. Sindsdien is er niets meer van hem en zijn ouders vernomen hoewel de Chinezen nog steeds beweren dat hij gewoon met zijn ouders in China woont.

Vlak na zijn verdwijning heeft de Chinese regering een eigen kandidaat benoemd, Gyancain Norbu (hierboven op de foto buigend voor Xi Jinping), zodat we nu twee Panchen Lama’s hebben, een Tibetaanse en een Chinese. In het verleden zijn er eerder Panchen Lama’s tot Dalai Lama benoemd maar het is ook al eerder voorgekomen dat de Chinezen ingrepen en zelf iemand benoemden. Het is daarom dan waarschijnlijk dat de Chinezen Gyancain Norbu na de dood van de huidige Dalai Lama zullen benoemen als zijn opvolger en de grote vraag is dan of de Tibetanen dit zullen accepteren. Nu zeggen dat er geen reïncarnatie komt is dan een manier om de toekomstige Chinese staatsinmenging te voorkomen. Het twijfelen aan een opvolger is dus waarschijnlijk eerder een strategische zet dan ingegeven door religieuze overwegingen.

De Tibetanen zijn niet de enige aan de landsgrenzen van China die het moeilijk hebben met het Chinese leiderschap. Aan de grens met India en Pakistan ligt Kashmir waarvan China al meer dan 70 jaar gebieden bezet houdt en in de Chinese provincie Xinjiang zitten meer dan één miljoen etnische Oeigoeren zonder reden in interneringskampen, door China overigens heropvoedingskampen genoemd, waar hebben we dat eerder gehoord? De Oeigoeren zijn een van oorsprong Turkse islamitische minderheid in China die strijden voor autonomie en het recht op hun eigen godsdienst. Allemaal ontwikkelingen die potentieel de stabiliteit van China kunnen aantasten en reden voor de Chinese overheid zich zorgen te maken.

Opstand en verzet tegen de overheid zijn geen dingen die passen bij Chinese cultuur en wanneer het ergens onrustig is worden degenen die zich verzetten al gauw extremisten en terroristen genoemd waar conform de Chinese wet tegenop moet worden getreden. En omdat te doen heeft de Chinese overheid steeds meer middelen tot zijn beschikking, met name door de investeringen die ze doen in allerlei technologische snufjes die volledige controle van de staat op haar burgers mogelijk maakt.  Vorige week stond er een artikel in de Volkskrant over het feit dat China zich ontpopt tot laboratorium voor nieuwe technologieën, waar het Westen  nog huiverig is deze in de markt te zetten vanwege zorgen over de privacy van haar burgers. Voortdurend komen er in China dergelijke nieuwe technologische hoogstandjes beschikbaar op het gebied van gezichtsherkenning, surveillancedrones en zelfs het meten van hersengolven om de de gemoedstoestand van werknemers in kaart brengen: Big Brother is in China geen probleem voor de staat maar blijkbaar ook niet voor haar burgers.

Daarbij komt dat de Chinese premier Xi Jinping zijn best doet steeds meer invloed te krijgen op de religies in China waarbij hij zelf een aanhanger is van het Taoïsme, hij heeft zelfs een taoïstisch leermeester in zijn entourage. Als je dus iets wilt begrijpen van de Chinese houding ten opzicht van zijn burgers of buurlanden dan is het dus handig te weten hoe het Taoïsme aankijkt tegen de Staat en burgers die in verzet komen, kort samengevat: het Taoïsme houdt niet van welke vorm van politieke actie dan ook. Het Taoïsme heeft als doel de juiste weg te vinden om de staat en het individuele leven in goede banen te leiden. Een van de hoofdwerken van Tao, de Daodejing geschreven door Lao Zi, is geschreven voor de vorst en geeft handreikingen wat de beste weg is om zijn land te besturen. Hierbij vallen de vorst en de ‘wijze mens’ samen en kan de vorst de Goddelijke status bereiken als hij de juiste weg volgt.

Eerder dit jaar heeft een overweldigende meerderheid van het Chinese parlement ingestemd met een grondwetswijziging die president Xi Jinping de bevoegdheid geeft levenslang deze functie uit te oefenen. Tegelijkertijd werd er een nieuwe Supervisiewet van kracht en een nieuwe Toezichtcommissie (Oversight) ingesteld voor corruptiebestrijding met vergaande bevoegdheden onder het motto: ‘Het leiderschap van de Partij en de socialistische rechtsstaat zijn volkomen on overeenstemming met elkaar. We vermijden dat we in de val van wetten en democratie vallen’. Heel Taoïstisch allemaal, vorst staat en individu vallen zo mooi samen.

Door deze constructie, die met 2.958 voor, 2 tegen en 3 onthoudingen werd aangenomen, valt het de persoon van Xi Jinping, het presidentschap, de partij, de wetgevende en uitvoerende macht (de controlerende is nu afgeschaft) samen en worden de bijna 1.4 miljard Chinezen nu door één persoon aangestuurd die een zowat goddelijke status heeft gekregen. Niet voor niets wordt Xi Jinping dan ook vandaag Xi genoemd, Xi betekent in het Chinees hoop, wens of zeldzaam.

Verzet tegen de machthebbers, zoals wij dat kennen in het Westen, hoef je in het huidige China niet te verwachten, politieke actie zit nu eenmaal niet in de volksaard. In samenlevingen zoals China waar de ongelijkheid zeer groot is en er weinig ruimte is voor individuele ontplooiing zal de mens niet snel in verzet komen tegen haar machthebbers, vrees ik. Toch wel zorgwekkend want we hebben het hier wel over een land met 1,4 miljard inwoners en een enorm economisch en militair potentieel. Arme Tibetanen, Oeigoeren en Kashmir…

Een Brexit discussie in de Languedoc

Op aanraden van een Fransman die wij ontmoet hadden op een terras in Octon bezochten wij het culinair festival ‘Estivales’ in Pézenas in de Languedoc in Frankrijk. Lokale producenten bieden daar hun wijn en streekproducten aan die je aan lange tafels kunt nuttigen terwijl een swingend bandje voor een leuke sfeer zorgt. In tegenstelling tot wat vaak in Nederland gebruikelijk is op dit soort festivals hier geen verplichte aanschaf van muntjes: je kunt gewoon met euro’s betalen en voor vijf euro kan je een echt glas aanschaffen, inclusief twee bonnen voor een goed gevuld glas wijn (nadat je eerst meerder wijnen geproefd hebt natuurlijk). Lekker simpele formule en geen ergernis over opnieuw in de rij te moeten staan voor muntjes of een teveel aangeschaft aantal die je natuurlijk vergeet in te wisselen na afloop.

Terwijl we aan de oesters en de wijn zaten kwam er een man naast ons aan tafel zitten. ‘Where do you come from?’, vroeg hij, een mooie standaard openingszin als je om een praatje verlegen zit. Dat had hij al gedacht, zei hij lachend, toen we vertelde uit Nederland te komen. Hij zelf kwam uit Engeland, was inmiddels al een paar jaar gepensioneerd en had een eveneens Engelse vriendin die in de buurt van Pézenas woonde, na een tijdje schoof ook zij bij ons aan. Hij vertelde dat hij In de winter een paar maanden in Oost-Engeland woonde, s’ zomers bij zijn vriendin die een huis in de Languedoc bezat en de rest van het jaar vaak op vakantie ging naar Griekenland of Portugal omdat het klimaat daar aangenaam is en het leven goedkoop. Vanwege fiscale redenen dacht zij er momenteel over naar Portugal te verhuizen omdat ze daar 10 jaar belastingvrijstelling kon krijgen, ze waren daar nu op zoek naar een huis.

Dan was hij zeker niet zo blij met de Brexit, vroeg ik hem. Hij maakt nu immers intensief gebruik van het recht op vrij verkeer van personen en vestiging binnen de EU, iets waar de Brexit juist een einde aan wil maken. Hierop reageerde hij verontwaardigd, natuurlijk had hij voor de Brexit gestemd en daar stond hij nog steeds achter! Hij begon alle bekende argumenten tegen de EU te spuien: de hoge kosten voor de EU, het maandelijkse verhuiscircus Brussel – Straatsburg, de ambtelijke regelzucht, etc.. Ik reageerde daarop door te stellen dat de EU hem ook veel voordelen gaf waar hij, zoals hij juist verteld had, gebruik van maakt. Wat als we nog steeds gesloten grenzen zouden hebben in de EU, verschillende valuta, geen IBAN code, geen vrij verkeer van personen en goederen etc.? Zou hij zich dan zo makkelijk door de EU kunnen bewegen zoals hij nu deed?

Inmiddels zaten wij met een kaasplankje aan ons derde glas wijn en gaandeweg de discussie bemoeiden onze vrouwen zich er niet meer mee, verstandig wellicht maar sommige dingen moeten ook maar eens gezegd worden. Wat hypocriet om aan de ene kant je af te zetten tegen de EU en tegelijkertijd optimaal gebruik te maken van onze voorzieningen en fiscale voordelen. Daarom als uitmijter hem dan toch maar de hamvraag gesteld: waarom ging hij dan niet gewoon weer in Engeland wonen als het daar allemaal zo goed geregeld is? Van de Brexit krijgen wij zometeen allemaal last en het kan toch niet anders dat dat ook voor hem en zijn partner, zowel wat betreft bewegingsvrijheid naar de EU als fiscaal consequenties gaat hebben?

Op deze laatste vraag heb ik geen antwoord gekregen, het stel stond op en vertrok. Een ideologische afgrond had zich geopend en de tegenstellingen waren onoverbrugbaar geworden. Hun geloof in de Brexit zit blijkbaar zo diep geworteld dat het te maken heeft met hun identiteit en het voeren van een discussie op basis van argumenten heeft dan geen zin meer. Volgens mij speelt hier hetzelfde mechanisme een rol als rond Trump: je bent voor hem en kan je met hem identificeren of tegen, een middenweg is er niet. Discussies op basis van argumenten lopen dan altijd vast omdat het niet om de ratio gaat maar emoties de boventoon voeren en het is erg lastig deze te veranderen, als buitenstaander heb je daar niet veel grip op.

Gelukkig zijn daarna nog een hele hoop aardige Europeanen tegen gekomen en was het leuk al die verschillende mensen met die verschillende achtergronden te zien genieten van de locale wijn en gerechten uit de Languedoc.

Waarom mannen overdag graag een harinkje lusten

Sinds de tijd tegenwoordig alom aanwezig is draag ik nooit meer een horloge terwijl ik toch een aantal mooie exemplaren in mijn bezit heb. Als ik wil weten hoe laat het is voldoet het stellen van de vraag en onmiddellijk haalt iedereen om me heen zijn smartphone te voorschijn, blij weer een reden  te hebben zijn apparaat te kunnen raadplegen. Vroeger, toen ik nog rookte, vroeg ik altijd om een vuurtje maar tegenwoordig is het effectiever de digibeet te spelen, een leuke manier om contact met anderen te maken, hoewel het ook wel vaak voorkomt dat de aangesprokene na mijn vraag niet meer van zijn scherm is weg te slaan omdat er blijkbaar online spannender dingen te beleven zijn.

Ik werd op het idee gebracht me af en toe voor te doen als digibeet toen ik een tijdje geleden in de trein in een volle, doodstille coupé zat terwijl het niet eens een stiltecoupé was. Iedereen om me heen was druk in de weer met zijn smartphone en had weinig aandacht voor elkaar. Naast me zat een oude man als enige zonder zo’n apparaat en plots vroeg hij aan de mensen om zich heen naar welk perron hij in Amersfoort moest zijn voor het overstappen naar Zwolle, of iemand dat even voor hem kon opzoeken. Onmiddellijk begon iedereen om ons heen zijn smartphone te raadplegen en werd het een wedstrijd wie het eerste het goede antwoord kon geven. Het werd een gezellige boel en iedereen vulde elkaar aan met details: overstappen naar perron 4a,  drie minuten overstaptijd, zoals het ernaar uitziet rijden de treinen op tijd, etc… Iedereen was bereid deze man te helpen en dat gaf een gevoel van saamhorigheid in onze coupé die niet meer stil zou worden. Toen hij wist wat hij wilde weten pakte hij zijn i-phone uit zijn binnenzak en belde iemand om te zeggen dat hij op tijd aan zou komen, verbaasd zat iedereen naar hem te kijken. Dingen zijn soms anders dan ze lijken, dacht ik toen, en ik moest er erg om lachen.Aangezien ik binnenkort op vakantie ga en de tijd dan soms in ene verdwenen kan zijn en het dan soms handig kan zijn deze te kunnen opzoeken zocht ik mijn ouderwetse opwindbare horloge op, helaas bleek het horlogebandje kapot te zijn. Ik ermee naar mijn lokale juwelier en toen ik daar binnenkwam bleek de eigenaar net bezig een bejaarde meneer uit te leggen hoe hij de instellingen van zijn digitale horloge kan veranderen: ‘het linkerknopje iets langer ingedrukt houden en daarna het rechterknopje twee keer indrukken meneer, het staat in de gebruiksaanwijzing!’. Wat een geduld heeft die man dacht ik terwijl hij de mopperende klant hielp. Toen de juwelier uiteindelijk klaar was verliet de oude man zonder te hoeven betalen de juwelierszaak, ‘service van de zaak!’ zei de juwelier.

Nu was ik aan de beurt en ik liet hem mijn horloge zien dat ik overigens niet bij hem maar online bij de Bijenkorf heb gekocht. Hij vertelde me dat een origineel bandje voor dit horloge zo’n 90 euro zou gaan kosten en dat hij dat zou moeten bestellen. Ik had eigenlijk al besloten dit te doen toen hij zei dat dat wel even zou duren en dat dit niet voor mijn vakantie geleverd kon worden maar hij zou het waarschijnlijk zelf wel voor me kunnen repareren. Hij kende iemand bij een importeur van horloges en van hem kreeg hij regelmatig de kapotte bandjes die terug kwamen van klanten die hij goed kon gebruiken voor reparaties. Ik ging met zijn voorstel akkoord en hij verdween naar zijn werkplaats achter zijn winkel en ik bleef alleen achter in de winkel. Een kwartier later kwam hij terug en trots liet hij mij het resultaat zien, het bandje zag er weer pico bello uit! Ik vroeg hem naar de kosten en glimlachend zei hij dat hij dit gratis voor me deed, ‘service van de zaak!’ zei hij weer. Dit is niet de eerste keer dat ik in deze winkel voor een kleine reparatie niet heb hoeven te betalen, als er iets moet gebeuren doet hij dat meestal gratis hoewel hij daar best wat voor kan vragen.

Mijn opa in het midden van de foto voor zijn winkel met zijn personeel, rechts van hem mijn moeder.

Dit voorval deed me denken aan mijn opa, ook een middenstander met een klantvriendelijke instelling. Hij had vroeger de kruidenierszaak G.C. van den Hondel aan de Walestraat in Gouda en ik ging toen ik jong was in de zomervakanties graag bij hem logeren om hem in zijn winkel te helpen. Het leukst was het met hem de boodschappen, die zijn klanten de avond ervoor telefonisch bij hem besteld hadden, met zijn imposante bestelwagen bij hen thuis af te leveren. Als een klant iets bestelde dat hij niet in zijn winkel verkocht durfde hij geen ‘nee’ te verkopen. Zo had hij geen drankvergunning waardoor hij geen sterke drank mocht verkopen maar als een klant een fles jenever bestelde, zorgde hij ervoor dat de jenever toch bij de boodschappen zat. Bij een aantal, voornamelijk vrouwelijke klanten, dronk hij dan een kopje koffie. Daar hij in Gouda voor de KVP in de gemeenteraad zat ging het gesprek meestal over de gemeentepolitiek waarbij er af en toe ook nog wel eens een borreltje uit de juist gekochte jeneverfles op tafel kwam. Onderweg terug naar de zaak reden we dan meestal langs een haringkar om de dranklucht weg te werken zodat mijn oma niks zou ruiken als hij aan tafel voor de lunch aanschoof. Zo heb ik  destijds een hoop van mijn opa geleerd en weet ik nu ook waarom mannen overdag graag een harinkje lusten…