Category Archives: Art

Documenta 14 Kassel

Het moest er een keer van komen, samen met mijn lief een bezoek aan de Documenta in Kassel, de vijfjarige traditie een internationale moderne kunst tentoonstelling te organiseren onder leiding van steeds weer een andere samensteller van naam. Een mooi moment om de thermometer weer eens in al die kunst, verspreid over 35 lokaties in Kassel te steken en voor mezelf te bepalen of we als mensheid de goede kant opgaan of niet: kunst loopt immers voorop en na verloop van tijd volgt de massa.

Een bevriende kunstenares Els Beijderwellen heeft Kassel al eerder dit jaar bezocht en vertelde dat het kernwoord dit jaar ‘Engagement’ is in de zin van maatschappelijke betrokkenheid. Dat hoeft niet negatief te zijn, dacht ik toen, een beetje daarvan kunnen we momenteel wel gebruiken. Als reactie fabriceerde ze bovenstaand kunstwerk met de mooie titel ‘Dokumenta Kassel of Autowasstraat?’ wat een veelzeggende titel is en volgens haar een directe verwijzing naar het het bewustwordings proces rond de bootvluchteling problematiek in de traditie van Ai Weiwei. Zo’n openingsimpressie maakt een bezoek aan Kassel al eigenlijk overbodig.

Toch morgen vroeg maar in de auto naar Kassel kruipen, die net inderdaad door de wasstraat is gegaan in het kader van de jaarlijkse onderhoudsbeurt, dus met een frisse blik op pad!

Onderweg naar Kassel pikten we vlak over de grens twee Nederlands studentes op die aan het liften waren naar Dresden. Ze waren dolenthousiast over liften omdat ze onderweg zoveel leuke mensen tegenkwamen die ze anders nooit zouden zijn tegengekomen en daar hele leuke gesprekken mee hadden. Ik heb vroeger zelf veel gelift dus konden we mooie verhalen uitwisselen over onze ervaringen. Liften is blijkbaar weer in onder jongeren, eerder die week had ik nog een jonge Albanese student een lift naar Amsterdam gegeven en met hem gepraat over zijn lot helaas Albanees te zijn.

Ik vertelde ze over de Documenta en al snel ontspon zich een discussie over kunst en politiek engagement waarbij de dames stelden dan liften eigenlijk een performance kunst is en een teken van politiek engagement en dat onder jongeren dit weer erg hip is. De grote problemen van deze tijd zoals het milieu, de vluchtelingen politiek etc. vragen om politieke betrokkenheid en door te liften kan je op micro niveau internationaal je opvattingen uitventen. Toen ik vroeg of ze dan niet hun avonturen in de vorm van een blog of een vlog moesten gaan vastleggen reageerde ze afwijzend. Directe communicatie tussen mensen is het meest effectief en als je het gaat delen op sociale media gaan er andere zaken spelen waardoor de effectiviteit verloren gaat volgens de dames.

We eindigden de discussie dan ook met het gezamenlijk statement dat er voor mij maar één ding opzat en dat was dat ik zelf weer zou gaan liften om na al die jaren te ervaren hoe is het lifter te zijn in plaats van gastheer. Ga ik zeker doen, kijken of ik mijn oude record om binnen  24 uur aan het strand in van Nice te liggen kan verbeteren!

Aangekomen in Kassel aan de lunch en bij toeval zaten we naast een kunstenaar uit Potsdam, mijn eega, die naast hem zat, weet hoe hij heet. Hij kent Amersfoort goed omdat hij al ruim dertig jaar bevriend is met Armando en zijn werk ook verkoopt, en daardoor het Amersfoortse kunstwereld goed kent. Namedropping door mijn eega leverde veel gemeenschappelijke kennissen op. Eén van zijn beelden stond destijds in het Armando museum in Amersfoort toen het in de fik ging. In Kassel is hij gids voor een groep mensen uit Potsdam die hij in drie dagen de Documenta laat zien, aardige mensen die Postdammers, ik ben er vorig jaar zelf nog geweest om Sans Souci te bezoeken, Potsdam is een beetje het Wassenaar van Berlijn, dat soort volk dus. Over de Documentaire waren de Postdammers wisselend, veel kunst sprak ze niet echt aan maar ze waren wel blij snel overal naar binnen te kunnen omdat ze er als groep zijn, dat scheelde een hoop wachten voor ze. De meneer tegenover me had het meestal na 15 minuten wel gezien waardoor hij lekker op één van de vele terrassen kon gaan zitten, dat was overigens ook wel aan zijn uiterlijk te zien .

Inmiddels was het drie uur en hadden we nog niets van de Documenta gezien maar wel al een indruk over wat ons te wachten stond, morgen meer over de Documenta zelf!

En dan de Documenta editie 14 zelf, die het maken een bezoek aan Kassel zeker de moeite waard maakt. Eens in de vijf jaar krijgen honderden moderne kunstenaars van over de hele wereld drie maanden de kans hun werk aan het grote publiek te tonen en met een dagkaart kan je op de 34 lokaties op loopafstand van elkaar terecht. Als je er voor open staat kom je interessante kunst tegen maar even interessant is het andere bezoekers tegen te komen al wandelend van lokatie naar lokatie en tussendoor uitrustend op één van de vele terrassen; de interactie tussen de kijker en het kunstwerk is soms interessanter dan het kunstwerk zelf en daar dan over met elkaar in gesprek gaan nog leuker en leerzamer: zonder publiek vertegenwoordigd een kunstwerk geen waarde. Dat het dit weekend mooi weer was hielp daarbij natuurlijk enorm en heeft ons een mooi weekend bezorgd.

En dan de kunst zelf, nogal wisselend van kwaliteit per lokatie, het mooist en interessants vonden we de Neue Neue Galerie vanwege het gebouw en de kunst die daar hing omdat je daar van verrassing naar verrassing liep in tegenstelling tot een aantal andere lokaties waar je echt je best moest doen iets leuks te vinden tussen al die moderne kunst die lijkt op wat curatoren onder moderne kunst verstaan en dus de zoveelste variant op bestaande moderne kunst zijn. Het is ook niet makkelijk om iets nieuws te bedenken omdat qua vorm en inhoud al zo verschrikkelijk veel gedaan is door anderen.

Thema dit jaar zijn de verhalen van vluchtelingen en migranten die een rode draad door het oerwoud van kunst vormen en ik moet zeggen dat de harde confronterende werkelijkheid van en aantal werken je even van je stuk brengt als je zo’n werk plots tussen de andere werken ontdekt. Hier een paar werken die mij raakten:

In dezelfde traditie hieronder een werk van Piotr Uklański, zijn oorspronkelijke fotoserie ‘Untitled (The Nazis) veroorzaakte in 1998 tijdens een tentoonstelling in de The Photographers Gallery een storm van protest. Op dit oorspronkelijke werk is alleen de foto van Hitler echt, de anderen foto’s zijn van acteurs die in films nazi spelen, je kijkt dus niet naar de realiteit van echte nazi’s, maar vanuit het perspectief van cineasten, hoe de nazi’s er volgens hen uitzien. In 2000 werd dit werk door Uklański, als vorm van protest tegen de protesten, in de vorm van een performance in de Zacheta Gallery in Warschau vernietigd.

Een nieuwe versie van dit werk is nu te zien in de Alte Neue Galerie waarbij Uklański nu ook echte portretten aan het werk heeft toegevoegd dus het is aan de kijker te raden wie echt en wie acteur is. Allemaal harde realistische strak kijkende nazi koppen, eens de helden van het Derde Rijk met Adlof Hitler in het midden weliswaar met een kruis over zijn portret. In boekvorm zag ik deze portretten in de Documentaire boekhandel liggen.

Dit kunstwerk is een van de topstukken van de Documenta, roept bij bezoekers, gezien het aantal mensen dat er naar keek, veel emoties op. Ik schrok toen ik de wand vol foto’s zag, ik kende de kunstenaar, zijn werk en de achtergrond van dit werk niet en reageerde dus direct op de foto’s die me in verwarring brachten omdat de intentie mij niet meteen duidelijk werd maar ook omdat ik de reacties van het publiek niet begreep. Die waren zeer geïnteresseerd in het werk, sommigen zelfs uitgelaten en vrolijk en anderen wilden er lachend mee op de foto. Ik begreep daar niks van ook omdat ik zo’n reactie niet verwacht had bij dit in kunst geïnteresseerde, overwegend Duitse publiek.

Pas toen ik thuis de kunstenaar en zijn werk opzocht op het Internet kwam ik meer over beide te weten en veranderde mijn perspectief. Ik had tijdens het kijken naar de foto’s niet naar de begeleidende tekst gekeken en me meer gefocust op de andere bezoekers die dat wel deden en daarop reageerden. Ik wist toen nog niet dat er ook foto’s van acteurs tussen zaten en dat verklaart waarschijnlijk de reactie van de andere bezoekers die een aantal daarvan wel herkenden. Door deze toevoeging veranderde zijn werk van een collage van nazi acteurs naar een zoekplaatje ‘Wie is de echte nazi?’, vandaar het kruis over Hitler.

Interessante kunstenaar die Piotr Uklański, in kende hem niet maar ga hem zeker volgen. Bij de andere werken hierboven is de intentie meteen duidelijk maar hier veranderd je perspectief als je meer over te weten komt, het vraagt dus een inspanning van de kijker het werk te doorgronden. Waarschijnlijk kenden vele bezoekers dit werk al en hadden ze hun huiswerk vooraf goed gedaan en niet achteraf zoals ik, typisch gevalletje van Duitse ‘Gründlichkeit’! Mijn dogma dat goede kunst voor zich moet spreken en geen audio tour nodig heeft gaat dus niet altijd op…

De Documenta 14 is nog tot 17 september te bezoeken dus grijp je kans nu het nog kan, ik raad je dan we aan je er van te voren goed in te verdiepen! Documenta 15 ga ik over vijf jaar zeker weer bezoeken hoewel ik er dan niet onderuit zal kunnen komen te gaan liften…

Schoonheid en Troost…

Deze week deelgenomen aan een schrijfweek in Het Beauforthuis in Austerlitz en daar in een groep van 10 mensen in de Boskamer aan een schrijftafel zitten mijmeren en schrijven over Schoonheid en Troost.  Dit leken me interessante begrippen om eens verder ut te diepen in mijn Queeste naar De Waarheid en De Zin van het Bestaan. Uitgangspunt van de cursus was een serie interviews door Wim Kayzer voor de VPRO televisie met schrijvers, wetenschappers, filosofen, beeldend kunstenaars en musici over de kernvraag ‘Wat het bestaan de moeite waard maakt (of niet…)’. Op basis van deze interview is een boek verschenen en de interviews zijn te downloaden op de site van de VPRO.

Schoonheid en Troost zijn mooie begrippen waar veel over te zeggen valt maar zo gauw je het over de onderlinge samenhang hebt kom je volgens mij in de gevarenzone, dat bleek ook tijdens de schrijfsessies deze week. Als je een verschillende lading geeft aan deze begrippen gaat het praten over de onderlinge samenhang snel mis. Dat is dan ook een van de grootste problemen van de Geestwetenschappen: ze bijven vaak steken in de fase van de begripsdefinitie en als je het daar met elkaar niet over eens kunt worden is het verder uitbouwen van een verklaringsmodel heel moeilijk, zo niet onmogelijk. Ik heb zelf Sociologie gestudeerd en weet hoe moeilijk is met het sociologische begrippenapparaat achteraf zaken te verklaren laat staan een blik in de toekomst te werpen en voorspellingen te doen.

Toch hierbij een bescheiden poging van mij kant iets over Schoonheid en Troost te zeggen na daar een paar dagen mee bezig te zijn geweest en ook met anderen daarover gesproken te hebben. Volgens mij zit ‘het gevoel van’ Schoonheid tussen de oren en is het iets subjectiefs en wordt Schoonheid door iedereen anders ervaren. Lees je een tekst dan krijgt iedereen daar zijn eigen associaties bij, hoor je muziek dan raakt de een in vervoering terwijl het de ander juist getroost wordt en een weer iemand anders niet kan wachten tot het afgelopen is, zie je de zon opgaan dan vind jij dat mooi terwijl de ander zit te verlangen naar een stevige regenbui.

Als ik aan schoonheid denk denk ik in eerste instantie aan kunst omdat dat iets is waar ik zelf in geïnteresseerd ben maar dat hoeft niet voor iedereen zo te zijn. Schoonheid kan ook ervaren worden in de natuur of de blik in iemands ogen, dat is individueel bepaald. En Kunst en Schoonheid vallen ook niet altijd samen omdat de kunstenaar los wil komen van wat was en iets nieuws wil creëren, een kunstenaar loopt vaak vooruit en verkent onbekende wegen en probeert dit voor ons vast te leggen en niet altijd met de bedoeling Schoonheid te creëren: kunst kan ook schokkerend zijn, opzettelijk lelijk en bedoeld om heilige huisjes omver te werpen. Van Gogh heeft de aardappeleters echt niet geschilderd omdat hij iets moois wou maken, hij wilde de harde werkelijkheid van arme mensen vastleggen en deed dit met harde lijnen. Zijn doelstelling was volgens mij eerder sociaal dan ingegeven door een verlangen schoonheid te creëren. Toch vinden velen dit nu mooi en ervaren ze de Schoonheid van dit schilderij.

Waar bij mij de Schoonheid in  eerste instantie gekoppeld wordt aan de kunst bleek dat afgelopen week bij veel van mijn medecursisten niet het geval te zijn. Kunst kwam alleen zijdelings aan de orde terwijl de Liefde, de Natuur, Geluk en Troost wel uitgebreid aan de orde kwamen. De vraag welk kunstwerk vind je mooi is dan ook de afgelopen dagen niet aan de orde gekomen terwijl vorig jaar tijdens de schrijfcursus van Wim Brandt die vraag door hem wel gesteld werd, ik heb daar toen onderstaand stukje over geschreven. Ongetwijfeld zal Wim Kaizer daar in de interviews met de kunstenaars wel over gesproken hebben maar de afgelopen dagen kwam dat niet aan de orde, dat zal wel met de potentiële doelgroep van de cursus te maken die in Amsterdam toch iets anders is dan in Zeist.

Er is zeker een relatie tussen schoonheid en troost maar ook dat is niet één op één voor iedereen zo. Ikzelf loop graag door een museum als ik even van de leg ben en meestal kom ik dan geïnspireerd en verfrist weer naar buiten en heb ik er weer zin in. En soms kan een mooi uitzicht of een spelend kind even alles waar je mee bezig bent relativeren en geeft dat je troost. Maar ook hier geldt dat kunst meer is dan dat alleen, het kan ook vervoeren en creatieve krachten bij je oproepen waar je erg blij van wordt.

Kortom: Schoonheid en Troost zijn moeilijk te definiëren begrippen en hebben iets magisch waarbij bewustzijn en onderbewustzijn, ratio en gevoel, reflectie en creatie bij elkaar komen, er in ene gewoon is en ervaren kan worden voor wie er voor open staat…

Hieronder het stukje dat ik vorig jaar schreef tijdens de schrijverscursus van Wim Brands:

De bedreigde zwaan (voorjaar 2016).

Rijksmuseum, “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn, tijdgenoot van Rembrandt, en geschilderd rond 1650.

Ik ben op dit moment het boek “Wat is een kunstenaar?” aan het lezen van Sarah Thornton. Sarah heeft voor haar boek 33 kunstenaars geïnterviewd en gevraagd wat hen tot een kunstenaar maakt. Niet de vraag “Wat maakt jouw werk kunst” staat in het boek centraal maar wat iemand tot kunstenaar maakt waardoor hij in staat is kunst te maken. Overigens heet het oorspronkelijke boek in het Engels “33 Artist in 3 Acts” wat een andere lading aan het boek geeft en meer diversiteit suggereert dan de Nederlandse titiel. Op de vraag “Wat is een kunstenaar” zijn vele antwoorden mogelijk.

Ik was gisteren in een museum en wat mij dan altijd weer opvalt is dat er tegenwoordig bij tentoonstellingen steevast een film over het leven van de kunstenaar wordt vertoond naast de nodige andere audiovisuele media die ons uitleggen wat we eigenlijk zien. Toppunt was twee jaar geleden een museum in Duitsland waar je alleen naar binnen kunt als je mee doet aan zo’n rondleiding met een koptelefoon op. Allemaal achter de juf aan en uitleg krijgen in je eigen taal, solo rondlopen mocht niet. Dat heb ik dus geweigerd, ik kijk en informeer me liever zelf! (1)

Je kan een schilderij ook gewoon mooi vinden en een goed voorbeeld van een mooi schilderij is voor mij “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn in het Rijksmuseum, destijds de eerste aankoop van het Rijks. Wanneer ik de eregalerij oploop trekt dit werk me als een magneet aan. Het schilderij is beeldvullend, levensgroot en levensecht geschilderd. De zwaan komt dapper, krachtig en vol vuur recht op je af, met deze zwaan valt niet te spotten! De symboliek van de zwaan die normaal vreedzaam is en als het nodig is zijn kroost met alle macht beschermd maakt het schilderij ook mooi.

Als je dichterbij komt blijken er twee woorden aan het werk toegevoegd: “Raadspensionaris” en “Holland” volgens kenners verwijzend naar Johan de Witt waardoor het schilderij destijds een politieke lading kreeg. Dit is niet door Jan Asselijn zelf gedaan, hij overleed in 1652 en Johan de Witt werd pas in 1653 “Raadspensionaris”. Het is niet bekend of Jan Asselijn er uitgesproken politieke standpunten op nahield, het blijkt in ieder geval niet uit zijn andere werk. Het kan net zo goed zijn dat hij met dit werk gewoon een bedreigde zwaan wilde uitbeelden. Door deze toevoeging wordt ons dus een bepaalde visie op dit schilderij opgedrongen. Ook toen deed men dus al aan kunstmarketing maar toen ging het nog om het kunst object zelf en niet de kunstenaar.

(1) Inmiddels heb ik in dat zelfde museum wel de rondleiding gevolgd en wel van een alleraardigste dame die ons enorm de ruimte gaf zelf rond te lopen en alleen indien gevraagd een toelichting gaf, top! 

Marina Abramović ‘Walk Through Walls’

Two weeks ago I visited the Stedelijk Museum in Amsterdam and bought Marina Abramović’s book ‘Walk through walls’ in the museum shop. I just read an interview with her in the Dutch newspaper NRC and was curious about her memoirs written by ghost writer James Kaplan who listened to Marina’s story and helped putting it all on paper.

I was a bit surprised she wrote her memoirs, I always thought of Marina as a conceptual artist challenging her audience with her performances and stimulating their imagination while experiencing her work and even sometimes letting het audience participate themselves. The number of performances she has done is impressive and her work speaks for itself, her work has been seen by a lot of people and gives inspiration to a lot of people, when you search the internet you can find a lot. So why writing memoires?

Marina is by far the most famous performance artist at this moment. When I followed a writing course last year in Amsterdam all three art students who were participating named Marina Abramović as their hero and example. This weekend I saw La Grande Bellezza from Paolo Sorrentino again in Spain and saw Marina Abramovic scene in which there is a performance done inspired on ‘Expansion in Space’ with she performed with her former partner Ulay. They both run into a heavy wooden column, Ulay did not finish this, Marina did. In “Walk through walls” Marina writes this performance was a turning point for both her work and the relation with Ulay. In La Grande Bellezza the performer runs into a stone column and when asked afterwards why she did this she replies: ‘I’m an artist, I don’t have to explain jack shit’. Having read the book I would say this is not true, Marina makes very clear what she wanted to say with her work in ‘Walk through walls’.

Before I read ‘Walk through walls’  I only knew Marina’s performances from photo’s and video’s, know that I have read the book I always will think about what I have read about these performances in her memoirs. In an interview with BBC Newsnight in June 2014 she complains about a painting of Francis Bacon which was just sold for 146 million, the highest price paid for a painting at that moment: ‘How can you see possibly ever this painting again without seeing money in the front, the essence of the painting is now lost’. With writing this book she is exactly doing the same, should her work not speak for itself? Why does she wants to give us a chronological overview of her life and work and explain the who, what, where and how of her performances? I was curious and bought her book and started reading it.

In the first chapter of ‘Walk through walls’ Marina tells she was lying on the grass one day while she was young staring at a cloudless sky and saw twelve military yets flying over leaving behind white trails in the sky which disappeared after some time. At that moment she was already painting and thought, when looking at this, that art could also be multidimensional and temporary just like what she just saw. She went to the military base in Belgrado and asked if they could sent planes up and fly in a pattern she created. The first idea for a performance was born: multidimensional, temporary and constructed by herself before with a predicted outcome.

Another thing important in her work was pushing her limits and investigating how far she can go with her performances and, which sometimes were very violent when she started which created a lot of attention to her work, nowadays they are more about spiritual enlightenment. Marina is only interested in investigating ideas in her performances which make her afraid and challenge her deepest fears and emotions: a performance is, according to her, a construction where you go from your lower self to your higher becoming more conscious when you challenge yourself and the public around you. And in case of Marina she and her performances have becomes the object of her art and become one.

Another important explanation for her success is her large network. First in Yugoslavia, then Amsterdam and now in New York she has always been surrounded with others artists, collectors, curators, gallery owners etc. which inspired her and helped her become successful. When reading her memoirs  it made me think about Mark Rothko, both came from Eastern Europe to New York, were a long time earning their money as art teachers and both tried to educate their audience and learn how to experience their work. And both were constantly developing themselves while other artists around them were repeating their work over and over again once they were successful.

When Marina started with her first performances in the sixties other conceptual artist were already busy with this new genre and Marina had become over the years the symbol of this performance art for two reasons: first she kept developing herself where most others stopped and second she tried to define a methodology around performances structuring the performance process itself leaving no room for unstructured performances.  She founded the Independent Performance Group (IPG) and trained art students from all over the world in her performance methodology. Marina Abramović developed this methodology performances to make performances repeatable and independent from the artist. She herself did performances constructed by others taking care the original artist got paid, a difficult think to realise. Later in her carreer she broadened het scope to her whole public tried to involve her public in the performance itself and founded the Marina Abramović Institute which gave trainings in performance art open for all.

I liked reading Marina’s book, it gave a good overview of Marina’s life and work and there is a lot in it which it interesting to read about. What I don’t like is the constant flirting with her spiritual qualities like being able to predict things and read someone else’s mind. I believe a performance can give you insight in your unconsciense which can help you better understand yourself and the world around you. And Marina’s performance art can give you new insights just like a therapy from a psychiater or a training from a mental coach.  But maybe, as being male, I first need to break through my mental ceiling before I can open up for these vibrations just like women first need to break through a glass ceiling before they can have influence in the rational world. And of course Marina is doing it her own different horizontal way walking through walls…

Mijn eigen Rodin: L’Age d’Airain

Toen ik vijftien was bezocht Ik voor het eerst het Musée Rodin in Parijs en was ik erg onder de indruk van zijn werk. Bij zijn beelden gaat het niet om een klomp brons maar om iets wat groter is dan het materiaal alleen en mij als aanschouwer in vervoering brengt. “Dat is dus kunst” ontdekte ik toen. Net als deze blog meer is dan de som van de woorden en beelden die ik gebruik. Ik wou dat ik een beeld van hem had, dacht ik toen, wel een beetje kostbaar waarschijnlijk dus eerst maar eens wat geld verdienen…lage-bronze

Tot ik zo’n veertig jaar later en acht jaar geleden met mijn vrouw een trip door Yorkshire, Wales en Engeland maakte door de countryside. Vast onderdeel van ons programma is, naast ‘Tea and scones’ en een bezoek aan de lokale pub, het bezoeken van antiekwinkels: een hobby die wij beide delen. En er zijn veel van dit soort winkels in Engeland, dat is het nadeel van het winnen van twee wereldoorlogen: je blijft met veel troep zitten omdat niks kapot gaat en daar moet je dan weer wat mee: vandaar al die antiekwinkels en TV programma’s over antiek en veilingen in Engeland.

Ik weet niet meer precies waar het was maar plots stonden we in een winkel met vitrines vol servies en bestek, schilderijen, sieraden en beelden en vlak bij de ingang stond mijn Rodin! Eerst zag ik niet dat het een Rodin was maar vond ik het een interessant beeld maar bij nadere bestudering was het er een en de eigenaar vertelde er meteen bij dat het geen origineel was maar een kopie maar wel een verdomd goede kopie. Dondert niet, dacht ik, het gaat niet om het geld maar om iets moois dat je graag wil hebben. Maar aangezien het om een relatief groot bedrag ging (600 pond) besloten we er nog even over na te denken.

20161117_085217

Eerst maar eens thee met scones dus en het dorpje nader bekeken. Maar als een magneet trok de Rodin mij toch weer naar de winkel. De eigenaar wist een koper te hebben toen we voor de tweede keer naar binnen gingen. Mijn eega vond het een beetje duur en wilde eerst nog onderhandelen over de prijs. Afijn, uiteindelijk verlieten we de zaak met het beeld en een mooi antiek visbestek voor dezelfde prijs, best een duur bestek dus maar we maken er nog steeds met plezier gebruik van als we gasten hebben.

schermafbeelding-2016-11-19-om-08-04-11

De volgende dag liepen we een paar dorpen verder langs alweer een antiekshop, het was zondag en de winkels waren dicht. Plots zagen we in de etalage een zelfde kopie van Rodin’s L’Age d’Airain staan, deze keer met een prijskaartje eraan: 450 pond! Blijkbaar was er een hele partij kopieën aan de plaatselijke antiekhandelaren aangeboden! “Verdorie, we hadden beter moeten onderhandelen!” zei mij eega. Ik heb later begrepen dat Rodin vele afgietsels van zijn beelden liet maken in veel verschillende materialen, dat naast het feit dat daar ook weer veel kopieën van zijn: in die zin was hij een van de eerste die aan massaproductie van kunst deed.

Afijn, het beeld staat nog steeds in onze huiskamer en af en toe aai ik hem over zijn hoofd, “mijn eigen Rodin” denk ik dan trots. Mijn eega heeft al een aantal keren geprobeerd me over te halen het beeld te verkopen maar dit is mijn Rodin en er zit ook nog een verhaal aan vast en voor mij was het die prijs wel waard!

20161117_085241

Ik was dan ook blij verrast vanmorgen een artikel in de Volkskrant aan te treffen over een aanstaande Rodin tentoonstelling in het Groninger museum.  Conservator Suzanne Rus heeft het voor elkaar gekregen vijf versies van L’Age d’Airain, ofwel in het Nederlands Het Bronzen Tijdperk, bij elkaar te krijgen als onderdeel voor de Rodin tentoonstelling die deze week van start gaat. Haar natuurlijk meteen een mailtje gestuurd met het aanbod ook mijn beeld in te brengen voor 450 pond, kopen kan ook maar dan wordt het 600 pond… In ieder geval ga ik natuurlijk binnenkort naar de Rodin tentoonstelling in Groningen!rodin-groningen

Aanvullende reactie van mijn eega via Facebook:

“Aan ons beeld van Rodin zit nóg een verhaal vast. Onze buurman heet Rody, een geweldige man met een mooie kijk op het leven. Wij zijn erg dol op hem. Het beeld heet bij ons thuis dus “de Rody”, die we in ‘t voorbijgaan vaak even over het hoofd aaien.”

Naschrift n.a.v. bezoek aan de tentoonstelling in het Groninger Museum begin 2017:

En daar heb je ze dan, de vijf kopieën, netjes bij elkaar in het Groninger museum, een maatje groter dan mijn kopie en qua kleur en afwerking allemaal verschillend. Bij deze tentoonstelling in Groningen staan de werkwijze en productie methode van Rodin centraal, interessant maar het leidt wel af ten aanzien van het oorspronkelijke doel van Rodin met betrekking tot de beelden: mooie beelden maken en zorgen dat zoveel mogelijk mensen ervan kunnen genieten.

Tevens in het Groninger Museum de mooie foto’s bekeken van Erwin Olaf die zich door Rodin liet inspireren: Rodin maakte  overigens in zijn tijd ook al van fotografie gebruik maar dan als hulpmiddel voor het maken van zijn beelden. Helaas gebruikt Olaf L’Age d’Airain niet als voorbeeld maar deze lijkt er een beetje op!

Rudi Fuchs en de kunst in het pre-digitale tijdperk

Gisteren de afscheidstentoonstelling ‘Opwinding’ van Rudi Fuchs in het Stedelijk Museum Amsterdam bezocht waarin de oud-directeur van het Stedelijk zijn topstukken bijeen heeft gebracht. Tussen 1975 en 2002 was Rudi Fuchs respectievelijk directeur van het Van Abbe museum, Documenta 7 in Kassel, het Haags Gemeentemuseum en als laatste het Stedelijk Museum Amsterdam.  Zijn opvolgster Beatrix Ruf gaf Rudi Fuchs, die na een conflict over geld in bij het Stedelijk vertrok, de vrije ruimte  een tentoonstelling naar eigen inzicht in te richten. Niet gebruikelijk onder museum directeuren om je voorganger zo op de kaart te zetten dus hulde voor Beatrix. Hierdoor krijgen wij de mogelijkheid het werk van de kunstenaars die Fuchs bewonderde en waarmee hij vaak persoonlijk bevriend was in één overzichtstentoonstelling te zien: een ‘Mini Documenta’ zoals hij het zelf noemt in het NRC afgelopen zaterdag.

Rudi Fuchs

Een mooie aanleiding voor mij gisteren de tentoonstelling te bezoeken en te kijken wat volgens mij de rode draad is van de tentoonstelling ‘Opwinding’: wat hebben deze werken gemeen en wat zegt dat over de kunst gemaakt in de laatste periode van de vorige eeuw toen Rudi Fuchs veel invloed had in de Nederlandse maar ook Internationale kunstwereld?

De meeste werken staan op zich zelf en zijn een individuele expressie van de kunstenaar en niet onderdeel van een stroming of classificatie die we gewend zijn binnen de kunstsector (cobra, impressionist, etc.). Dit past natuurlijk goed bij de tijdsgeest waarin deze kunstenaars werkten na de democratiserings en individualiserings golf van de jaren zestig. Als je iemand op een schilderij ziet staan is het er vaak één en niet zelden een zelfportret: het collectieve wordt door al deze individuele kunstenaars geschuwd. Verder viel op dat de meeste kunstenaars Amerikaans of West Europees zijn met een oververtegenwoordiging van de Duitsers. Kunst was toen nog een met name Westerse aangelegenheid, deze dominantie  zou tegenwoordig waarschijnlijk vragen oproepen…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De meeste werken zijn vierkante platte vlakken waarop verf is aangebracht gevolgd door een aantal houten of metalen objecten. Er zijn maar een paar video  en neon objecten die overigens flink de aandacht trekken van het tegenwoordige visueel en op beweging ingestelde online publiek, geluid komt alleen voor in de vorm van een gesproken gedicht. Opvallend is daarbij dat kleur een belangrijke rol speelt wat je bij binnenkomst meteen een vrolijk gevoel geeft en je aandacht trekt. ‘Opwinding’ is dus een passende titel bij deze tentoonstelling die gaat over de periode 1975 – 2002 en die in schril contrast staat met de somberte van het huidige tijdperk.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wat me het meest opviel is dat het hier gaat om werk uit het pre-digitale tijdperk: de tijd voordat Internet en Marketing voor de cultuur sector het belangrijkst  werden en en voordat de bezuinigingen op de cultuursector begonnen en het bedrijfsleven en investeerders greep kregen op deze sector. Geen van de werken vertoond is een icoon geworden in die zin dat het een beeldmerk is geworden dat door het grote publiek direct herkend wordt zoals dat heden ten dage wel het geval is bij kunstenaars als Jef Koens, Damien Hirsch en Ai Weiwei die gebruik maken van websites, social media en marketing technieken om een groot publiek aan te spreken. Toen ik afgelopen zondag tijdens het eerste weekend van de tentoonstelling aan kwam lopen stond er geen rij, kon ik zo naar binnen en liep ik rond in zowat lege zalen, hoewel het volgens de suppoosten erg druk was. Op het grasveld naar het Stedelijk was tijdens van ons bezoek overigens de druk bezochte Amsterdam Art Fair aan de gang, ik denk dat veel van de bezoekers daar nog nooit van Rudi Fuchs gehoord hebben of ooit een kunstenaar überhaupt een hand hebben gegeven…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Rudi Fuchs had vaak een persoonlijke relatie met de kunstenaars en kon vanuit zijn positie als museum directeur veel voor deze kunstenaars betekenen, hij heeft volgens het interview in de NRC tegenwoordig nog steeds veel contact met ze. In een filmpje van het Stedelijk op Facebook stelt het kunstenaarsduo Gilbert en George dat hij in belangrijke mate heeft bijgedragen aan hun succes noemen ze hem de ‘Friend of the Artist’, een mooi compliment! Eenmaal op de kaart gezet door Fuchs dan kwam het succes er vanzelf achteraan door het kwaliteitsstempel dat hij zo op hun werk zette. Eigenlijk was hij dus een kunst makelaar…

In inderdaad, rond lopend op de tentoonstelling stralen alle werken op deze tentoonstelling een bijzondere kwaliteit uit en dat is de grote kwaliteit van Rudi Fuchs die destijds in de gelukkige positie zat zijn visie op kunst om te zetten in het beleid van een museum en ook zelf acquisities kon doen. Menig huidig Museum directeur zal daar nu jaloers op zijn. Tegenwoordig ben je als museum directeur meer bezig met sponsors die eisen stellen en het soebatten om geld voor kunstaankopen dan de interactie met de kunstenaars zelf.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Een aanrader dus om Rudi Fuchs ‘Malerwald’ te bezoeken!

Wim Brands

De afgelopen maanden volgde ik een schrijverstraining bij de schrijversvakschool in Amsterdam gegeven door Wim Brands. Wim gaf ons wekelijks een schrijfopdracht mee naar huis en liet ons tijdens de les onze schrijfsels voorlezen waarna hij ons uitnodigde op elkaars werk te reageren. Pas daarna gaf hij ons op zijn kenmerkende, geïnteresseerde manier feedback. Af en toe stopte hij onverwacht en gaf een nieuwe opdracht die we dan ter plekke moesten uitwerken.

Wim Brands

Wim nam ons serieus en had geen voorkeuren: alle tien deelnemers kregen dezelfde  aandacht waardoor iedereen zich in de groep veilig voelde en kon uiten. De laatste les viel het me op dat hij er met zijn hoofd niet bij was en veel met zijn smartphone bezig was. Aan het eind van de les stond hij op met een ‘Het gaat de goed kant op!’ en weg was hij, het zou de laatste keer zijn. We kregen te horen dat hij ziek was en zijn lessen werden door een andere schrijver overgenomen.

Wat ik met name van Wim geleerd heb is dat schrijven begint met goed en aandachtig lezen wat je op papier hebt gezet: wat staat daar eigenlijk en is dat niet alleen voor jezelf maar ook voor anderen begrijpelijk? In een van de lessen had Wim vier boeken bij zich waaruit hij ons de eerste alinea liet lezen met de vraag: kloppen de zinnen die hier staan? En steeds vonden we wel wat… Wim was vooral een meester in het lezen!

Een van de opdrachten die we kregen was een verhaal te schrijven op basis van de beginregel van een gedicht van Louise Glück, ik begreep dat hij daar erg van onder de indruk was:

Trillium – Louise Glück
March 23, 2009

When I woke up I was in a forest. The dark
seemed natural, the sky through the pine trees
thick with many lights.

I knew nothing; I could do nothing but see.
And as I watched, all the lights of heaven
faded to make a single thing, a fire
burning through the cool firs.
Then it wasn’t possible any longer
to stare at heaven and not be destroyed.

Are there souls that need
death’s presence, as I require protection?
I think if I speak long enough
I will answer that question, I will see
whatever they see, a ladder
reaching through the firs, whatever
calls them to exchange their lives—

Think what I understand already.
I woke up ignorant in a forest;
only a moment ago, I didn’t know my voice
if one were given to me
would be so full of grief, my sentences
like cries strung together.
I didn’t even know I felt grief
until that word came, until I felt
rain streaming from me

‘                                                                           ‘

De Napoleonisering van Hitler

Een maand geleden reed ik met de auto door Duitsland en hoorde ik onderweg een interview op een lokale zender met een historicus over de historische betekenis van Hitler. In voornamelijk wetenschappelijke bewoordingen ging hij in op de rol van Hitler vanuit politiek, sociaal en economisch perspectief zonder één woord te besteden aan ethische dilemma’s, de vele slachtoffers die gevallen zijn en de Jodenvervolging. Het was een gezellig interview en de interviewer stelde verder geen kritische vragen.Hitler 1

Nieuwsgierig geworden naar het veranderende perspectief op Hitler gisteren naar ‘Er ist wieder da’ geweest gezien tussen een overwegend jong en mannelijk publiek die al popcorn etend vooral erg kon lachen om deze film. Ik had verwacht dat deze film wel zou draaien in het filmhuis voor het wat oudere publiek maar hij draait nu al een tijdje in de lokale Pathé hier.

Er zitten zeker komische elementen in deze film maar de teruggekeerde Hitler doet ook veel foute uitspraken die niet komisch zijn en hard aankomen. In de film wordt met name aan het eind van de film een directe relatie gelegd met de opkomende vreemdelingenhaat en extreem rechts in Duitsland en dat maakt de film actueel. Wat me daarbij opviel is dat de jeugd om me heen qua reacties andere criteria aanlegde met betrekking tot wat ‘Komisch’ en wat ‘Fout” is. Leeftijd maakt dus schijnbaar veel uit qua beleving van deze film.Hitler 2

Vergelijk je deze film met ‘Der Untergang’ die tien jaar geleden is gemaakt, met een voortreffelijke vertolking van Hitler door de inmiddels overleden Bruno Ganz, dan zie je dat beide films Hitler heel anders neerzetten. In ‘Der Untergang’ wordt gepoogd een realistisch beeld van Hitler neer te zetten en komt hij er als persoon niet goed af, er valt niet veel te lachen in deze film. Ik heb deze film destijds vlak na het uitkomen in een bioscoop gezien aan de Kurfürstendamm in Berlijn en na afloop bleef het overwegend oudere Berlijnse publiek minutenlang stil in de zaal zitten en zag ik sommige ouderen met tranen in de ogen naar buiten lopen.Der Untergang

Dat was wel anders na afloop van ‘Er ist wieder da’. Schijnbaar heeft er een kentering plaats gevonden met betrekking tot de visie op de betekenis van Hitler voor Duitsland, niet alleen met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog maar ook ten aanzien van zijn betekenis met betrekking tot de huidige politieke situatie in Duitsland, in het bijzonder de vluchtelingen problematiek. Deze problematiek deelt de Duitse, maar ook onze samenleving op in ‘voor’ of ‘tegen’ en waarschijnlijk kijk je als toeschouwer ook vanuit deze optiek naar deze film.  En voor jongeren die deze film zien zonder de bagage die ouderen hebben kan ik me voorstellen dat er dan veel te lachen valt om de komisch neergezette Hitler.

Net als bij Napoleon, die ook behoorlijk wat op zijn geweten heeft, wordt Hitler dus steeds meer als historische figuur neergezet waar je wetenschappelijk onderzoek naar kunt doen maar ook grappen over kunt maken. So geht es…

Dit verhaal op 20 januari 2016 ingezonden naar de NPO schrijfwedstrijd en te lezen op https://nederland-schrijft.nl. Je kunt meedoen door mijn verhaal op deze site te lezen en te beoordelen…

Gerald K. Geerlings

Morgenavond eindelijk naar de voorstelling ‘The Fountainhead’ van Toneelgroep Amsterdam naar het boek van Ayn Rand in de Rotterdamse Schouwburg, eigenlijk een passender locatie voor dit stuk dan de Stadsschouwburg in Amsterdam! Ik schreef in september vorig jaar al een blog over dit boek dat zich afspeelt in New York en gaat over twee concurrerende architecten die gebouwen ontwierpen aan het begin van de vorige eeuw toen door grote technische innovaties een nieuw soort bouwen mogelijk werd zoals de wolkenkrabbers: een spannende periode dus! image

Als ik mijn naam Google kom ik steeds mijn naamgenoot Gerald K. (Kenneth) Geerlings tegen en dat maakt nieuwsgierig, zeker als je steeds weer andere interessante dingen over hem te weten komt. Gerald K. is geen familie maar wel afstammeling van Nederlandse immigranten, hij liep eveneens in deze periode in New York rond en heeft eveneens zijn steentje bij gedragen aan de ontwikkeling van de Skyline van New York. Gerald K. werd geboren in 1897, was architect in New York, soldaat tijdens twee wereldoorlogen en verdienstelijk kunstenaar. Gerald K. was getrouwd met Betty F. Edmunds , zie foto hierboven, samen kregen ze twee kinderen.

Gerald K. is geboren in Milwuakee op 18 april 1897 en begon zijn carriere als tekenaar bij een architectenbureau en maakte daarnaast naam als kunstenaar met mooie pentekeningen van de skyline van New York die toen explodeerde, dezelfde omgeving dus waarin ‘The Fountainhead’ zich afspeelt. In 1928 ging hij naar Londen om het etsen te bestuderen bij de ‘Royal College of Art’ terwijl vlak daarna in 1929 een flink boek van zijn hand verscheen over het smeden van ijzer: niet voor niks want beton, staal en ijzer waren de bouwstenen voor het nieuwe bouwen.imageIn 1931 werd hij onderscheiden door ‘Pennsylvania Academy of Fine Arts’ voor onderstaande ets ‘Jeweled City’, die eveneens ijzer en architectuur als onderwerp heeft net zoals veel van de prenten die hij in die tijd heeft gemaakt. Zijn werk is te vinden in vele Amerikaanse musea zoals het MoMa, het Smithsonian American Art Museum en het Brooklyn Museum.imageTwee jaar later, In 1933, moest hij als architect en kunstenaar stoppen verlaten vanwege de economisch crisis en het gebrek aan werk in New York en verhuisde hij naar Connecticut.

Tijdens de eerste wereldoorlog diende hij bij de ‘120 Field Artillery, 32nd division’ als 2de Luitenant en tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij kapitein op het commando centrum van de 8th Bomber Division als ‘Intelligence Officer’. Hier bedacht en ontwikkelde hij de ‘Target Identification Unit’ en vocht mee in Europa en de Pacific. Hij heeft tijdens deze periode een aantal baanbrekende innovaties op zijn maar staan waarbij hij als eerste gebruik maakte van grondobjecten voor de markering van doelen op de grond en visualisaties, iets wat nu nog steeds een effectieve methode is voor militairen. Destijds werd van gebruik gemaakt van simulatie technieken, nu markeren militairen op de grond de in vijandelijk gebied. Gerald K. GeerlingsGerald K. heeft in de Tweede Wereld oorlog, op basis van zijn ontwikkelde techniek, een  belangrijke rol gespeeld bij de planning van het bombardement op Ploesti op 1 augustus 1943. De Duitsers hadden in de Roemeense stad Ploesti een grote opslag van brandstoffen en een aantal raffinaderijen en dachten op deze locatie veilig te zijn voor aanvallen van de geallieerden. Vanuit Libië en Italië is er toen op 1 augustus een enorm borbardement geweest op Ploesti waarbij 53 vliegtuigen neer werden gehaald en 660 Amerikaanse vliegers omkwamen, door de Amerikanen ook wel  “Black Sunday” genoemd.ploestiNa de Tweede Wereldoorlog werd hij uitgenodigd  te gaan studeren in England op het St. John’s College, Cambridge University.  Gevolgd door een studie architectuur op the School of Architecture, University of Pennsylvania. Na zijn afstuderen werd hij architect bij verschillende bureaus in New York en uiteindelijk had hij daar zelf ook zijn een eigen architectenbureau. In 1975,  na zijn pensioenering, is hij weer gaan tekenen waarbij hij zowel in New York als in Europa gewerkt heeft, met name in Parijs maar er zijn ook tekeningen bewaard gebleven die hij in Utrecht gemaakt heeft. Gerald K. is in 1998 101 jaar oud in Connecticut overleden.

Alles zo overziend heeft mijn naamgenoot een veelzijdig leven achter de rug en ontzettend veel gedaan, ergens las ik dat hij de enige Amerikaanse kunstenaar is geweest die in beide Wereldoorlogen heeft gevochten. Grappig dat als je via Google inzoomt op iemands leven je tegenwoordig snel heel veel te weten komt!

Maar nu eerst morgenavond naar The Fountainhead!

‘Youth’ van Paolo Sorentino

Drukke week achter de rug maar tussen de bedrijven door toch nog wat cultuur kunnen opsnuiven. Allereerst afgelopen donderdag naar de bioscoop geweest om, in een zowat lege zaal, met vijf anderen de opvolger van ‘La Grande Belezza’ van Paolo Sorentino te zien: ‘Youth’. Mooie film met Michael Caine en Harvey Keitel in de hoofdrol en een bijrol voor Jane Fonda, een van mijn favourite actrices die zichzelf in de film kwetsbaar en niet van haar voordeligste kant laat zien.

Net als ‘La Grande Belezza’ een geweldige visuele en  muzikale ervaring, alleen heeft het decor zich nu verplaats van Italië naar Zwitserland en vreemd genoeg werkt dat niet verstorend. Erg leuk  zijn het koeienbellen concert in de Alpen leuk en de persiflage van Diego Maradona die een tennisbal nog steeds aardig in de lucht blijkt te kunnen houden…

image

Hoewel de titel ‘Youth’ suggereert dat de film over de jeugd gaat is dat helemaal niet het geval: het gaat, net als ‘La Grande Belezza’ over verval en ouderdom en niet over de aanstormende nieuwe generatie. Vanuit het perspectief van de hoofdrolspelers is de jeugd totaal niet interessant ook al lopen de mooie dames naakt door het beeld: het roept alleen maar herinneringen op aan lang vervlogen tijden.

Mooi is de scene dat Michael een jonge dame door een verrekijker laat kijken, eerste met vergroting: ‘zo ziet de jeugd de toekomst’ en daarna vanuit het verkleinings perspectief ‘het verleden is ver weg en vaag, als je terug kijkt in het verleden herinner je je niet meer alles, de bult achter je wordt steeds groter als je ouder wordt’.

Zo is het.

Vandaag was ik in Kunsthal Kade in Amersfoort in het Eemhuis voor de tentoonstelling ‘Expeditie land art’ en al rond lopend stond ik plots tegenover deze indrukwekkende video van Guido van der Werve ‘Nummer acht’ (op link drukken voor de video).image

Inderdaad, de ijsberg van het verleden ligt achter ons en het is moeilijk vooruit te kijken zonder dat de balast van het verleden ons beïnvloedt in ons gedrag. En hoe ouder je wordt des te groter de berg achter je wordt en des te meer last je er van krijgt..

imageEn als sluitstuk van mijn culturele week zat ik gisteravond in Scheveningen in de St Antonius Abt kerk, waar ik vroeger misdienaar ben geweest, te luisteren naar een fantastisch concert van het VU Kamerorkest en Haags Toonkunstkoor onder leiding van Daan Admiraal met Mendelssohn, Beethoven en Schubert op het programma. Verleden en heden lopen dan door elkaar als je zit te luisteren naar het ‘Kyrie Eleison’ dat ik vroeger als misdienaar zong tijdens de mis in de kerk waar vanuit zowel mijn vader als mijn moeder zijn begraven. En nu staat daar op dezelfde plek mijn dochter, tweede van links op de foto, vurig dezelfde muziek te spelen stoer op de contrabas!

Zo gaat dat.

Mark Rothko

imagesAER7UBYKToen Winston Churchill in 1961 voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog de VS bezocht was dat aan boord van de Christina van de Griekse miljardair Aristotle Onassis die hem over de Hudson naar New York bracht. De Christina was eigenlijk een Canadees oorlogsschip omgebouwd door Onassis en door hem vol gehangen met Europese, met name Franse, impressionisten, toen erg populair onder ‘The Rich and Famous’. Boris Johnson beschrijft in zijn boek ‘The Churchill factor’ hoe Churchill in 1895 voor het eerst New York bezocht: New York was toen qua grootte vergelijkbaar met Manchester of Liverpool maar had zeker niet de omvang van Londen, het centrum van het Britse rijk. Zo zag de skyline van New York er in 1895 uit:imageTijdens zijn bezoek aan New York In 1961 was Churchill zwaar onder de indruk van de transformatie die VS en in het bijzonder New York, had ondergaan: terwijl ‘Britain’ nog steeds zwaar te leiden had onder de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog en qua invloed steeds minder te vertellen had waren de Verenigde Staten booming en was New York uitgegroeid tot het politiek en evonomische centrum van de wereld. Dit wat goed te zien aan Skyline van New York met zijn imponerende wolkenkrabbers die Churchill vanaf de Cristina goed kon zien. De Tweede Wereldoorlog was een belangrijke stimulans geweest voor de groei van de Amerikaanse economie terwijl het Verenigd Koninkrijk op dat moment langlopende leningen aan de VS had uitstaan en haar rijk sinds de Eerste Wereldoorlog had zien instorten en haar invloed op de wereldpolitiek zien afnemen.seagramm buildingHet was ook in 1961 dat Mark Rothko zijn opdracht terug gaf voor het maken van exclusieve schilderijen voor het ‘Four Seasons’ restaurant in de ‘Seagram Building’ aan in New York van de beroemde architecten van der Rohe en Johnson. Het nieuwe restaurant mocht van de opdrachtgevers vierenhalf miljoen dollar kosten en de doelgroep van het restaurant was eveneens ‘The Rich and Famous’ dus het mocht wat kosten. Voor de kunst aan de muur in het restaurant werd door de eigenaar bewust gekozen voor een opdracht aan een Amerikaanse moderne kunstenaar en niet een Europese. Mark Rothko, toen een van de vooraanstaandste New Yorkse kunstenaars kreeg de opdracht en ging aan het werk, dit worden ook wel de ‘Seagram Murals’ genoemd. Twee jaar later had hij een aantal panelen af maar besloot hij met de opdracht te stoppen, de ‘Seagram Murals’ zijn nu op verschillende plaatsen afzonderlijk te bezichtigen.2014-10-06-markrothkoIk heb deze zomer de biografie van  Annie Cohen-Solal over Rothko gelezen en de Rothko tententoonstelling in het Haags gemeentemuseum gezien, met name de biografie is erg boeiend. In dit boek beschrijft Annie Cohen-Solal niet alleen het werk van Rothko maar de hele nieuwe generatie moderne kunstenaars die na de Tweede Wereldoorlog in dit optimistische economische klimaat ontstond en bestond uit kunstenaars als Pollock, Gottlieb, Newman, De Kooning en natuurlijk Rothko. In 1949 verzamelde zich in New York in East Village een groep kustenaars, veel van hen overigens oorspronkelijk afkomstig uit Europa, die samen een club vormden met een gemeenschappelijk doel: het op de kaart zetten van de Amerikaanse moderne kunst. Op dat moment was er geen aandacht voor de eigen kunstenaars en was de Amerikaanse kunstmarkt erg gefocust op de Europese kunstenaars, met name de Franse impressionisten, vandaar dat Onassis ze ook aan de wand van de Cristina had hangen. Het waren niet alleen schilders die deel uit maakten van deze ‘De Club’ maar ook musici en schrijvers, critici die over hen gingen schrijven, galeriehouders die hun werk gingen exposeren en op een gegeven moment ook rijke verzamelaars die hun werk gingen kopen. En met succes, momenteel worden de werken van de schilders van deze groep voor grote bedragen verkocht met prijzen voor een Jackson Pollock van 140 miljoen een Willem de Kooning van 137,5 miljoen en een Rothko voor 72,7 miljoen dollar.imagesYBHQSV82Wat maakt Rothko nu zo bijzonder? Allereerst dat hij eigenlijk van oorsprong geen schilder pur sang maar ontwikkelde hij zich als schilder vanwege de interesse in de techniek van het schilderen en het concept achter een schilderij. Rothko was niet voor niks een groot gedeelte van zijn carrière naast schilder ook kunst onderwijzer en het hoe en waarom van zijn schilderijen was erg belangrijk voor hem. In de biografie van Annie Cohen-Solal wordt maar heel even ingegaan op zijn techniek en het feit dat Rothko daar niet veel over kwijt wilde. Wel dat hij continu experimenteerde met kleur en zijn assistenten opdracht gaf een schilderij laag voor laag op te zetten volgens zijn instructies: hij deed dus niet alles zelf zoals veel moderne kunstenaars nu doen (Koens, Hirst, Ai WeiWei besteden het maken ook meestal uit). Daarin liep hij dus voorop. Daarnaast had hij een missie met zijn schilderijen die voor hem niet over vorm of kleur gingen maar bedoelt zijn om vanuit het schilderij een rechtstreeks connectie te maken en een emotie teweeg te brengen bij de toeschouwer. Tevens zag hij zijn werk als eindpunt van de kunst, hij kon zich niet voorstellen dat iemand na zijn werk nog eens stap verder kon zetten in zijn zoektocht naar het uitbeelden van de ultieme emotie. Dat hij zijn schilderijen niet in het restaurant het ‘Seagram Building’ wilde heeft daar veel mee te maken: zijn kunst vraagt de totale aandacht en daar moet je niet onverschillige restaurantbezoekers onder laten eten. Dat er in de jaren zestig een nieuwe generatie schilders opkwam die veel aandacht kreeg vond hij dan ook onverteerbaar. Eind jaren zestig krijgt hij lichamelijke klachten en uiteindelijk pleegt hij in 1970 zelfmoord.imagesUVIF9BNSOm eerlijk te zijn was ik niet erg onder de indruk van zijn werk tijdens mijn bezoek aan de tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum. Heb er een tijdje naar zitten staren maar het maken van een spirituele connectie bleef uit, helaas. Schijnbaar zit ik nog in het primitieve kleur en vorm stadium en heb ik nog niet de staat van verlichting bereikt zoals de vele kunstpausen zoals Joost Zwagerman die lyrisch zijn over zijn werk. De biografie van Annie Cohen-Solal vind ik veel interessanter, met name omdat het een goed beeld geeft van de opkomst van de moderne Amerikaanse kunst na de Tweede Wereldoorlog, aanrader!