Category Archives: Education

De EU top over migratie

In mijn studietijd raakte ik bevriend met een leeftijdgenoot uit Ethiopië die net als ik in Groningen Economie ging sturen en toevallig op dezelfde dag geboren was. Via een ingewikkelde route was hij uit Ethiopië via Moskou in Groningen terecht gekomen en had hij een tijdelijke status gekregen waardoor hij hier kon studeren. Hij had zich het Nederlands in een half jaar goed eigen gemaakt en kon goed meedoen in onze studiegroep, als hij een woord niet kende pakte hij meteen een woordenboek en zocht hij het woord op. Zijn studie werd gefinancierd door de UAF, een Stichting die vluchtelingen helpt met hun studie en het vinden van werk.

Hij woonde op een  kleine kamer vlak bij de Universiteit en bleef daar tijdens zijn studie wonen hoewel studentenhuisvesting hem meerdere keren een betere kamer had aangeboden en daar had hij een goede reden voor. Zijn moeder woonde in Ethiopië en het lukte hem af en toe via de telefoon contact met haar te hebben. Hij had met haar afgesproken dat hij elke avond om 22:00 stipt op zijn kamer zou zijn zodat ze hem kon bellen, we hebben het over het pre-mobiele tijdperk. Dat lukte maar zelden maar dat was voor hem reden waneer wij in de stad waren tussendoor snel naar huis te fietsen en bij de telefoon te gaan zitten wachten. Dan luisterde hij ondertussen naar de BBC Worldservice omdat dat toen de enige nieuwsbron was die af en toe nieuws over Ethiopië bracht. Daarna fietste hij weer terug en sloot hij zich weer bij ons aan in de kroeg, vroeg naar huis gaan deden we daar niet in Groningen…

De status van politiek vluchteling wilde hij niet hebben omdat hij zichzelf meer als een economisch vluchteling zag en zijn ambitie niet in het Westen lag maar in Afrika, daar wilde hij naar toe en daar wilde hij gaan werken aan het oplossen van de problemen daar. Dat is hem ook gelukt, hij is zich gaan specialiseren in de landbouw economie en werkt nog steeds voor de Verenigde Naties, momenteel is hij gestationeerd in Swaziland.

Ik moest daar aan denken toen ik deze week met een studente afkomstig uit Mosul sprak en ze vertelde over haar ambities terug te gaan naar Irak om daar mee te helpen het land weer op te bouwen. Ze had al een plan in haar hoofd hoe ze dat wilde gaan doen maar liep tegen allerlei barrières op die dat niet makkelijk maken. Zo zien haar ouders het niet zitten dat ze terug gaat en moet ze nog een lange weg afleggen door onderwijsland voor ze haar plan tot uitvoering kan brengen. Ondanks de verschrikkelijke dingen die ze in Mosul en tijdens de vlucht hier naartoe heeft meegemaakt en de problemen die ze nu ondervindt straalde ze een en al positiviteit uit, ik kan daar alleen maar bewondering voor hebben.

Dit weekend is er een extra Europese top over migratie waarbij het gaat over het plan van de Europese Unie om migranten op te vangen aan de randen van de EU. Dit plan wil vluchtelingen van buiten de EU opvangen in speciale kampen aan de grenzen van de EU in landen als Tunesië Albanië en daar ‘echte’ vluchtelingen gaan scheiden van economische vluchtelingen. Een volkomen onterecht onderscheid volgens mij, vluchtelingen vertrekken niet voor niets uit oorlogsgebieden of uit streken waar honger en armoede heerst vanwege mondiaal veranderende klimatologische omstandigheden. Daar kan je een stempel ‘politiek’ of ‘economisch’ op zetten maar beide redenen zijn wat mij betreft even geldig en genoeg reden ons voor deze mensen in te spannen.

Het Post Digitale Tijdperk

De hoorzittingen in de VS waarbij Mark Zuckerberg van Facebook aan de tand werd gevoeld markeren een omslag in het denken van velen over de zegeningen die de IT sector ons heeft gebracht. Plots gaat het niet meer over de voordelen en kansen van de digitalisering maar om de nadelen en risico’s ervan.

Zelf heb ik meer dan 25 jaar in de IT-sector gewerkt en als ik terugdenk aan het begin van mijn carrière was men in het begin helemaal niet zo blij met al die nieuwe mogelijkheden van de IT. Ik kwam toen als IT-projectmanager bij bedrijven die nog geen computers hadden om deze te introduceren en niet iedereen zat er toen om te springen de typemachine en de telefoon te vervangen door een beeldscherm en een toetsenbord.  Het kostte toen heel wat moeite de gebruikers met al die er mee moesten gaan werken met al die nieuwe software te laten werken. Daar is op en gegeven moment verandering in gekomen en dat kwam met name door de opkomst van het internet dat de communicatie van bedrijven intern en extern sterk veranderde en ook in het prive domein van de gebruikers thuis doordrong. Bedrijven die te laat instapten verdwenen en nieuwe met geheel nieuwe business modellen verschenen zoals Facebook, Apple, Google, Amazon en Microsoft.

En dan kan je verwachten dat er ook aandacht komt voor de minder leuke kanten van de digitalisering zoals de robotisering, de social media bubbel, het uitstoten van arbeidsplaatsen en de te overdreven nadruk op de voordelen van IT. Is het wel zo leuk als productiviteit wordt gedefinieerd als de hele dag naar een scherm zitten staren? En is het wel sociaal om steeds met je mobieltje bezig te zijn terwijl er allemaal mensen om je heen zijn? Zelf heb ik een paar jaar geleden afscheid genomen van een baan waar ik van acht tot zeven naar het scherm zat te staren en heb ik mijn online activiteiten flink kunnen reduceren en voel ik me daardoor een stuk beter.

En ik blijk niet de enige, er worden langzaam een aantal nieuwe maatschappelijk trends zichtbaar die van invloed zijn op de manier waarop mensen met elkaar samenleven en werken en die tegen de stroom ingaan. Hier een aantal voorbeelden:

Communicatie – Het is natuurlijk logisch als je een nieuw manier van communicatie tot je beschikking hebt je daar de eerste tijd veel mee bezig bent maar na verloop van tijd ga je dat terugbrengen tot normale proporties. Dat is na de introductie van de TV destijds ook gebeurd. Tevens is er een tendens dat men steeds kritischer wordt met wat men met al deze nieuwe mogelijkheden doet en wat de consequenties kunnen zijn. Zie het recente referendum over de sleepwet en de discussie nu over de privacy instellingen van Facebook.

Media – Terwijl vroeger iedereen dezelfde techniek gebruikte om bijvoorbeeld naar muziek te luisteren of TV te kijken gebruiken de verschillende generaties nu vaak verschillend kanalen.Terwijl de oudere generatie nog naar de televisie kijkt kijken jongeren massaal naar YouTube filmpjes van vloggers en rappers die kunnen worden gedownload op Spotify en waarvan de oudere generaties geen benul hebben. Dit heeft een kloof tussen oud en jong tot gevolg waarbij beide generaties van elkaar niet weten wat ze bezighoudt.

Flexibilisering – De flexibilisering van de arbeid zorgt ervoor dat jongeren geen vaste contracten krijgen en van baantje naar baantje zwerven en dat de kans groot is dat ze soms een flexcontract hebben, dan weer ZZP’er zijn of een tijdje zelfstandig ondernemer. Voor sommigen, met name de hoger opgeleiden, is dit ideaal maar niet iedereen heeft de vaardigheden hiervoor en dat haat dan weer financiële onzekerheid en het risico op werkloosheid tot gevolg voor de minder kansrijken.

Generatie(s)kloof – Vroeger hadden we het over de generatiekloof maar nu hebben zijn er verschillen tussen meerdere generaties onderling waarbij niet de kloof tussen de oudere en jongere generatie in het geding is maar de strijd tussen de twintigers (generatie z) en de dertigers (millennials) heftiger is dan die tussen vijftigers en zestigers die niet elkaar concurrenten meer zijn. Overigens volgen de nieuwe generaties zich tegenwoordig wel erg snel op…

Hypen – Momenteel is er veel kritiek op Facebook en andere social media vanwege dit verslavende karakter en het misbruik van persoonlijke data waardoor de gebruikers zich bewust worden van deze werking en hier in de toekomst meer bewust mee om zullen gaan. We leven in een tijd dat alles snel verandert, we van hype naar hype gaan en jezelf focussen en concentreren moeilijk is. Wat vandaag hot is, is overmorgen alweer lang vergeten omdat de social media weer iets anders op de agenda hebben gezet waar iedereen over praat. Dit volgen werkt verslavend en zorgt ervoor dat overzicht ontbreekt en de vaardigheid je langdurig op iets te concentreren afneemt.

Leren – De traditionele manier van leren met focus op het overdragen van kennis is door het beschikbaar komen van online kennis vervangen door het kunnen toepassen van kennis en daarvoor de juiste vaardigheden hebben. Dit heeft grote impact op leermethoden waarbij leren niet meer gebeurd in de beslotenheid van een klaslokaal maar meer online, gedoseerd en voortdurend plaats zal gaan vinden. 

Materialisme – Jongeren zijn wel materialistisch maar op een andere manier dan de ouderen. De zaken die vroeger status gaven (goede baan, huis, auto) zijn nu minder belangrijk worden gevonden. Nu gaat het om zinnig werk, festivals, verre reizen en vooral veel vrienden op facebook. Een auto of een huis worden niet meer gezien als een statussymbool maar meer als iets praktisch dat je nu eenmaal nodig hebt (tiny houses), status is meer gekoppeld aan wie je bent dan wat je bezit.

Milieu – De milieuproblematiek zorgt ervoor dat jongeren zich bewust zijn van de gevolgen voor het milieu van hun leefstijl en dat ze waarschijnlijk een steeds groter gedeelte van hun budget in de toekomst kwijt zullen zijn aan energie en vervoer. Waar dit voor vorige generaties iets vrijblijvends was zullen de nieuwe generaties uit noodzaak hun gedrag als consument van energie en vervoer moeten gaan aanpassen. Kijk bijvoorbeeld maar naar de energietransitie en de bio-industrie.

Onzekerheid – Terwijl het vroeger erom ging na je studie een baan te krijgen waar je in principe levenslang kon blijven werken moet de jongere generatie als zijn eigen ondernemer zich door bij en omscholing en het aangaan van steeds nieuwe uitdagingen aan het werk houden. Was vroeger stilstaan de beste optie dan is dat nu in beweging blijven en zorgen dat je je qua carrière steeds weer opnieuw positioneert. Ook bedrijven hebben daarbij een taak dit te faciliteren.

Solidariteit – Vroeger was solidariteit een belangrijk begrip, wie het goed had betaalde voor diegene die het niet goed heeft. Jongeren zien nu dat de voorzieningen waar ouderen recht op hebben langzaam afgebouwd worden met als impact ze er wel aan meebetalen maar er niet van kunnen profiteren en zelf maar iets moeten gaan regelen. Dit zorgt ervoor dat ze daarom goed voor zichzelf en hun kinderen gaan zorgen en de maatschappelijke solidariteit afneemt.

Vervreemding – De maatschappij wordt steeds complexer en velen hebben het gevoel niet meer betrokken te zijn bij het maatschappelijke en politieke proces. Daarbij komt dat een beperkt aantal mensen met vaak heel uitgesproken meningen de dienst uitmaken. Dat blijkt uit de aandacht die er is in de media voor ferme uitspraken en de invloed die dat dan weer heeft op het publieke debat waardoor een kleine minderheid veel te veel invloed heeft en de agenda bepalen en anderen zich niet meer betrokken voelen en vervreemden van de maatschappij.

Voeding – De bio-industrie kent zo zijn uitwassen en gezonde voeding staat bij jongeren hoog op de agenda, je ziet dan ook dat de grote supermarkten op deze trend inspelen en dat jongeren bereid zijn  meer te betalen voor betere voeding. Ook is er aandacht voor het dierenwelzijn.

Waarden – Vroeger hadden we het over de jongerencultuur waarbij hip, creatief, kritisch en non-conformisme belangrijke waarde waren. Tegenwoordig zijn jongeren hoogopgeleid, slim, op zichzelf gericht en doen ze hun best werk en prive met elkaar in evenwicht te brengen.

Werknemersbinding – Loyaliteit met de organisatie is er veel minder dan vroeger en dat komt met name omdat er steeds minder vaste contracten zijn. Dit zorgt ervoor dat jongeren niet meer loyaal zijn aan de organisatie en als ze zich kunnen verbeteren zo weg zijn. Bedrijven zouden daarom meer aandacht moeten hebben voor het creëren en vasthouden van werknemers loyaliteit.

Zingeving – Het gaat niet alleen om geld want er is meer dan dat. Er is daarom een toegenomen aandacht voor zingeving en spiritualiteit wat zich uit in de vele cursussen en trainingen die er gegeven worden die tot doel hebben meer zelfinzicht te krijgen, jezelf te ontwikkelen en houvast te geven bij het maken van keuzes in het leven. Waar het vroeger de leraar en je ouders waren die je hielpen je maatschappelijke carrière op de rit te zetten is het nu de trainer, de coach of de mentor die je tijdens je loopbaan kan helpen bij zingevingsvragen.

Mijn conclusie op basis van deze trends is dat we ons langzaam aan de allesoverheersende focus op de digitalisering aan het ontworstelen zijn terwijl er tegelijkertijd een aantal nieuwe fundamentele trends opkomen die doen denken aan de jaren zestig maar dan gemoderniseerd en die zich richten op zelfontplooiing, zingeving en het verbeteren van de kwaliteit van ons leven. Deze nieuwe trends zouden waarschijnlijk het best kunnen worden samengebracht onze de noemer ‘Sociale Modernisering’ als vervolgfase op het digitale tijdperk…

Aanvulling 28 april 2018.

Vandaag ging de bijlage van de Volkskrant over de studenten revolutie van 1968 één van de artikelen ging over 6 jongeren die momenteel activist zijn en een omwenteling voorstaan. Deze onderwerpen waren 1) de privacy, 2) de wapenlobby, 3) het kapitalisme 4) het feminisme, 5) het sociale alternatief en 6) een wereld zonder grenzen. Overkoepelend word deze nieuwe activistische beweging in de Volkskrant ‘Youthquake’ genoemd, een samenvoeging van ‘Youth’ en ‘Earthquake’ en dat staat voor hoop in tijden van ontwrichting en polarisatie. Ik weet niet of dit wel een goede term is omdat deze niet op een inhoudelijk ontwikkeling slaat, ben er nog niet uit dus…

De hybride docent

Soms ben je iets zonder dat je het zelf in de gaten hebt.

Zo was ik destijds al jaren bezig verkoop informatie systemen in bedrijven te implementeren en kwam ik er achteraf pas achter dat ik eigenlijk heel hip met CRM bezig was. De toekomst haalt je in en drukt een stempel op het verleden. Die ervaring had ik ook afgelopen maandag toen ik op een congres in Utrecht was over het hybride docentschap toen ik er achter kwam ik dit de laatste vier jaar werkzaam te zijn geweest als docent op een HBO terwijl ik dit combineerde met andere projecten…

Een hybride docent is dus iemand die parttime docent is en daarnaast nog ander werk heeft. Op dit congres, georganiseerd door het Hybride Docent initiatief, bleek dat er veel belangstelling is voor het combineren van onderwijs met ander werk omdat dit voor alle betrokken partijen veel voordelen oplevert. Voor de docent omdat hij meer afwisselend werk heeft, voor het onderwijs omdat er zo meer praktijk docenten beschikbaar komen, voor het bedrijfsleven omdat ze kunnen profiteren van de kennis van docenten en invloed kunnen uitoefenen op het onderwijs curriculum en, last but not least, voor de leerling/student omdat er iemand voor de klas staat die recente praktijkervaring de klas mee inneemt.

Tijdens de sessie in Utrecht bleek dat ondanks al deze voordelen er toch een aantal belemmering zijn die het niet makkelijk maken voor de hybride docent en de belangrijkste die naar voren kwam is die van de noodzakelijke onderwijsbevoegdheid. Lange tijd konden praktijk docenten zonder officiële bevoegdheid voor de klas staan maar daar is recent verandering in gekomen omdat er vanuit het ministerie van onderwijs eisen worden gesteld aan de bevoegdheid zoals het minimaal het onderwijs niveau hebben op het niveau waarop je les geeft en een aanvullende onderwijs bevoegdheid, als je die niet hebt kost het je minimaal anderhalf jaar dit te halen.

Dat is een behoorlijke investering voor een parttime baan en dan moet je als hoogopgeleide wiskundige of bedrijfskundige met een staat van dienst in het bedrijfsleven of instelling wel erg gemotiveerd zijn voor het salaris van een parttime docent aan de slag te gaan. Toch zijn die mensen er en ik sprak er een aantal in Utrecht die erg gefrustreerd waren niet aan de slag te kunnen gezien het ontbreken van de vereiste bevoegdheden. Gelukkig haken een aantal onderwijsinstellingen hierop in, zo werkt de Hogeschool Utrecht momenteel aan een verkorte didactische opleiding, een mooi initiatief!

Naast ambitieuse hybride docenten en onderwijsinstellingen waren er in Utrecht ook werkgevers en ik sprak er een directeur van een bedrijf die er ronduit voor uitkwam een aantal oudere werknemers in dienst te hebben waar hij vanaf wilde en die wellicht als hybride docent aan de slag konden. Wat is er mooier dan aan het eind van je carrière je kennis over te brengen op de jeugd? was zijn motto. Toen ik daarna met iemand van een ROC sprak vertelde ze daar niet zo blij mee te zijn omdat het immers niet de beste werknemers zijn die via dit soort programma’s worden aangeboden. Het onderwijs heeft behoefte aan de beste mensen en niet de oude knarren die overblijven bij een reorganisatie, niet zelfredzaam zijn en moeten worden geholpen aan een baantje. Het hybride docentschap moet dus niet worden misbruikt om op een makkelijke manier van werknemers af te komen zodat ze, zonder gekwalificeerd te zijn, aan de slag kunnen als docent.

Toch is de relatie onderwijs – bedrijfsleven vanuit dit perspectief een interessante en breder dan alleen het docentschap en heeft het voordelen voor beide. Brenda Vermeeren (Hybride Docent Erasmus Universiteit & ICTU) ging tijdens de bijeenkomst in op de AMO-theorie die de grondslag vormt van het moderne strategische HRM beleid van organisaties. Voor bedrijven geldt dat zij voordeel kunnen hebben bij samenwerking omdat zij ervoor moeten zorgen dat hun werknemers over de benodigde kennis en vaardigheden beschikken om voorop te blijven lopen, daarbij kan het onderwijs een grote rol spelen.  Waarom docenten uit het onderwijs niet hybride inzetten op hun interne opleidingsprogramma’s?  Voor het onderwijs geldt dat zij door samenwerking met bedrijven een beter zicht krijgen op de benodigde competenties die hun studenten nodig hebben als ze gaan werken, het verkrijgen van stageplaatsen en praktijk cases die in het onderwijs door docenten gebruikt kunnen worden. En waarom docenten niet af en toe een weekje in bedrijven laten meelopen?

Steven Gudde (Hybride docent HvA en werkzaam voor Olympia) vertelde tijdens de bijeenkomst in Utrecht dat de onderwijs markt momenteel wordt gekenmerkt door schaarste, flexibilisering, snelle technologisch ontwikkeling en polarisatie. Deze trends gelden natuurlijk ook voor bedrijven die zich continu moeten blijven vernieuwen en het potentieel van hun werknemers moeten aanwenden om zich continu te blijven ontwikkelen, dat wil en eist de moderne werknemer zelf overigens ook van een moderne werkgever in dit flex tijdperk. Daar liggen dus veel mooie nieuwe uitdagingen voor onderwijsinstellingen die volgens mijn dus innovatiever op dit soort ontwikkelingen moeten inspelen. Bijvoorbeeld: veel bedrijven zullen de komende jaren afscheid gaan nemen van hun oudere werknemers die jarenlang de kennis dragers binnen hun bedrijf waren. Hoe zorg je er dan voor dat al die kennis die daar zit en vaak niet vastgelegd is, laat staan geborgd, ook beschikbaar blijft voor de organisatie? Een mooie uitdaging voor zowel onderwijs als bedrijven lijkt mij.

Hybride docenten die met één been in het onderwijs en met het andere in de praktijk zijn dan bij uitstek geschikt een brug te slaan tussen onderwijs en praktijk. Het is dan ook mooi tijdens deze bijeenkomst te zien dat daar aan gewerkt wordt! Een goed initiatief dus dit evenement van de Hybride Docent!

Blijft de vraag staan wat ik nu aan het doen ben maar daar kom ik ooit nog wel eens achter…

Klassikaal en/of online leren?

Deze week kwamen de resultaten naar buiten van een grootschalig onderzoek uitgevoerd door onderzoekers van Harvard en Stanford naar de effectiviteit van online college volgen versus het volgen van de traditionele klassikale colleges. Zij analyseerden de gegevens van 230 duizend studenten die zich ofwel voor online, ofwel voor het klassikaal onderwijs hadden ingeschreven. Daarbij werdt bij beide vormen van onderwijs gebruik gemaakt van dezelfde syllabus, leerboeken, opdrachten, testen en beoordelingen waardoor het verschil tussen online en klassikaal met name ligt in de wijze van communicatie waarbij het contact tussen studenten en met de docenten bij onlinecolleges natuurlijk ook online is.

En wat bleek? De studenten die zich hadden ingeschreven voor online colleges bleken 10% lager te scoren dan de studenten die dat klassikaal deden. Internet studenten haalden niet alleen lagere cijfers maar hadden ook een significant hoger uitvalpercentage, 9 % meer dan de klassikale studenten. De onderzoekers plaatsten zelf een kanttekening bij hun resultaten: wellicht zijn het wel de slechtere en wat luiere studenten die liever online college volgen?

Kennis is tegenwoordig alom online en offline beschikbaar en het gaat tegenwoordig niet meer om het traditioneel overdragen van kennis maar het aanleren van competenties die het jou mogelijk maken kennis, die voor jou op dat moment van belang is, te vinden en toe te passen. Het gaat daarbij niet meer primair om instructie maar om constructie van kennis. In de huidige samenleving, waar zoveel informatie online beschikbaar is, ben jezelf als lerende verantwoordelijk voor het richting geven aan dat leerproces waar je later tijdens je professionele carrière, maar ook privé, veel plezier van kan hebben.

Het formeel leren gericht op het overbrengen door kennis is belangrijk maar nog belangrijker is dat studenten de competenties te bezitten informeel te leren, dus leren hoe je het best kunt leren in een snel veranderde omgeving waarbij het gaat om het continu bij blijven met je kennis en vaardigheden. Daarnaast weten we tegenwoordig steeds meer over hoe mensen leren effectief en efficiënt kunnen leren en dat maakt het mogelijk de wijze waarop we leren aan te passen aan de leerdoelstelling.

Ik heb een tijdje geleden het boek ‘How we learn‘ van Benedict Carey gelezen met de aansprekende ondertitel “Throw out the rule book and unclock your brain’s potential” gelezen. Kern van zijn boek is dat wij, vanaf het moment dat we geboren worden, snel, efficiënt en automatisch leren en op het moment dat ouders of instituties er zich mee gaan bemoeien er in het onderwijssysteem van allerlei vooronderstellingen wordt uitgegaan die contraproductief zijn en het leren juist ontmoedigen. Neem bijvoorbeeld de assumptie van het lineair leren in een prikkelvrije omgeving waar generaties ouders zich op gebaseerd hebben onder het motto ‘rust, reinheid en regelmaat’.  In zo’n pedagogisch klimaat kunnen kinderen zich het best ontwikkelen is dan de stelling. Uit recent onderzoek blijkt echter dat het vaak van plek wisselen en muziek op de achtergrond je leerprestaties juist positief kunnen beïnvloeden. In een chaotische informele setting leer je dus meer.

Benedict Carey stelt in zijn boek dat vergeten, slapen, dagdromen en afgeleid worden onderdeel zijn van het leerproces en dat het veranderen van je leerroutine juist een positief effect heeft op je leerprestaties. Leren is geen lineair proces en werkt voor iedereen anders: wat voor de een werkt kan voor de ander juist niet werken en daar moet je dus ook zelf achter zien te komen. Leren leren is dus de eerste uitdaging die je hebt als je begint met studeren en de beste vorm is voor iedereen anders. Het is daarom van belang je eigen leerstijl te ontwikkelen: waneer, op welke plek en onder welke omstandigheden leer je het best.

Omdat te doen zouden onderwijsinstellingen meerdere leerstijlen moeten faciliteren en niet één leermethode en leeromgeving aanbieden. Best wel een uitdaging voor het onderwijs want het volstaat dan niet langer om alleen maar klassikale colleges ook online aan te beiden maar ze zullen ook moeten investeren in nieuwe meer effectieve lesmethoden. En, nog belangrijker, ze zullen de content eveneens moeten aanpassen aan die andere leermethodes omdat het thuis achter de PC een college van 2 uur volgen nu eenmaal geen effectief leereffect heeft. Daarvoor zijn er online tegenwoordig teveel afleidingen… Dat vergt natuurlijk een forse investering voor onderwijsinstellingen maar zo’n inspanning en investering zou ook door samenwerkingsverbanden of private partijen gedaan kunnen worden.

Het gaat dus niet om klassikaal of online leren maar om een combinatie daarvan: blended learning dus. Per onderwijsdoelstelling zal bekeken moeten worden wat de beste vorm is op basis waarvan kennis en vaardigheden kunnen worden overgedragen. En dan kan het zomaar zijn dat een gedeelte van de colleges klassikaal is, er een online college van een professor van Harvard ingekocht is die het allemaal beter kan uitleggen dan de beste docent in Nederland, door ‘collaborative learning’ in werkgroepen en op een speciale workspace aan projecten en opdrachten gewerkt wordt (samen leren, is soms makkelijker en leuker dan alleen leren) en de toetsen online worden afgenomen via een algoritme dat niet alleen test of je iets geleerd hebt maar ook stuurt wat de beste vervolgstap zou kunnen zijn voor jou qua onderwijsdoelstelling gezien je performance tijdens de afgesloten onderwijsmodule.

Ik ben zelf sinds kort verbonden aan het Institute of Microtraining die inhaakt op de behoefte aan blended learning, en een leermethodiek toepast waarbij klassikaal (kennisoverdracht) en online (borging van de klassikaal verworven kennis) volledig is geïntegreerd.

PS.: De afbeelding ‘Understanding the spectrum of learning’ komt uit en artikel van Pieter de Vries, Delft University of Technology, Netherlands en Stefan Brall, RWTH Aachen University, Germany ‘Microtraining as a support mechanism for informal learning‘. 

Arbeidsmarkt innovatie en de opkomst van de Task Marketplace

Onlangs sprak ik tijdens een wandeling met familie een neef en tijdens het gesprek kwamen we op het onderwerp “Werk”. Mijn neef is 30 en werkt momenteel als Product Manager bij een groot bedrijf, zijn vrouw is ZZP’er en beide hebben sinds een half jaar een zoon. Toen ik hem vroeg hoe het ging op zijn werk vertelde hij mij dat het hem opviel dat in zijn werkomgeving niemand meer rondliep van boven de 45. “Waar zijn al die oudere mensen gebleven?”, vroeg hij zich af. Nu hij zelf vader was geworden is hij gaan nadenken over zijn toekomst en het feit dat zijn zoon over 15 jaar gaan studeren vroeg zich af of hij dan wel nog een baan had.

De arbeidsmarkt is om allerlei redenen ontzettend veranderd de afgelopen decennia. Waar ik opgegroeid ben vanuit de zekerheid dat je na je studie een vaste baan zou krijgen en daar waarschijnlijk de rest van je carrière zou blijven werken tenzij je zelf besloot ergens anders te gaan werken. Dat is nu compleet anders. Vaste banen zijn er minder en ook al heb je er een dan heb je nog geen baanzekerheid. Als je nu aan het begin van je carrière staat heb je de keuze tussen baan, ZZP’er worden of een eigen bedrijf cq. startup oprichten. En tijdens je carrière heb je de keuze, of soms zelfs de noodzaak, van het een naar het andere model te switchen waardoor het noodzakelijk wordt jezelf steeds weer te scholen, te innoveren en nieuwe skills aan te leren.Het arbeidsmarktbeleid van de overheid loopt behoorlijk achter de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt aan, de recente wijzigingen van het ontslagrecht en de flexwet dragen niet echt bij aan een soepelere werking hiervan. Kijk maar naar de positie van ZZP’ers en startups die als ondernemer risico nemen en geen vangnet hebben als het mis gaat. Toch ben ik er positief over de arbeidsmarkt, volgens mij zitten we momenteel midden in een periode van arbeidsmarktinnovatie waarbij niet de overheid, werknemers en werkgevers de motor van innovaties zijn maar een aantal structurele innovaties die werking van de arbeidsmarkt sterk verbeteren. En deze innovaties zijn niet gepland maar ontstonden zomaar vanuit particuliere initiatieven, blijken te werken en zijn, zonder dat we het in de gaten hadden, onmisbaar geworden… (zoals zovele innovaties overigens ongepland zijn…).

De meeste van deze innovaties hebben te maken met de digitalisering van onze samenleving en nieuwe IT oplossingen die zorgen voor allerlei nieuwe diensten en een betere werking van de arbeidsmarkt:

  1. Het ontstaan van websites als LinkedIn en Indeed waardoor de matching tussen vraag en aanbod aan banen sterk is verbeterd, er meer transparantie is en je rechtstreeks via je netwerk met potentiële nieuwe opdrachtgevers kunt communiceren, vroeger had je alleen de krant en de Intermediair, nu zijn er legio websites;
  2. Websites als Marktplaats, E-Bay, Alibaba, AirB&B en Uber maar ook lokale burenhulp en ruil apps waar kopers en verkopers hun producten en hun diensten aanbieden en er een schaduw economie ontstaat waar burgers extra inkomsten kunnen genereren;
  3. Het ontstaan van steeds weer nieuwe contractvormen naast de vaste baan of ZZP’er en flexwerker zijn waarbij je wordt betaald per verrichting, taak, per stuk, uur, aantal hits, verkocht product of verleende service;
  4. Het ontstaan van de zgn. ‘Task Marketplace’, erg populier in de VS en een manier waarop vraag en aanbod van talent en techniek op elkaar afgestemd worden op taak niveau zonder dat er een formele arbeidscontract aan ten grondslag ligt. Uitgangspunt is dat werkenden 40% van hun tijd besteden aan taken die routinematig zijn en ook door anderen zouden kunnen worden verricht, via steeds meer websites wordt dit soort werk extern aangeboden en iedereen kan zich daar op inschrijven zonder dat er sprake is van een contract;
  5. Tevens wordt er veel werk gedaan op basis van ruil of als vrijwilliger, er lopen in Nederland 7 miljoen vrijwilligers rond die een economische waarde vertegenwoordigen van zo’n 35 miljard euro. Veel van dit werk werd overigens vroeger door witte werknemers werden gedaan en is dus overgeheveld van wit naar grijs waardoor onze economie is gekrompen;

Officieel rapporteren we onze economie via de belastingdienst maar er is ook een zwarte economie (9% BNP dus zo’n 70 miljard Euro van de 663 m Euro) en een grijze die door de komst van deze internet sites flink aan het groeien is. De omvang van de grijze economie is moeilijk in te schatten omdat veel bedrijven die hier op actief zijn niet op hun transactievolume rapporteren. Alleen Marktplaats Nederland is al goed voor 9 miljard transactie omzet en deze sector groeit op jaarbasis behoorlijk. Het zou dus zomaar kunnen zijn dat door al deze ontwikkelingen de formele economie, op basis waarvan de belastingdienst rapporteert,  qua volume maar beperkt stijgt terwijl de schaduw economie sterk aan het groeien is waardoor we als samenleving in zijn totaliteit beter presteren. Niet voor niks doet de belastingdienst dan ook via Big Data onderzoek hoe deze grijze markt beter in kaart te brengen (zie mijn eerdere blog over de Belastingdienst en Big Data).

Door de toegenomen flexibiliteit is de traditionele scheiding tussen ‘werkgevers’ en ‘werknemers’ aan het wegvallen terwijl de overheid en de SER dit nog steeds als leidend principe hanteren. De trend is juist dat je op het ene moment werk aanneemt en op het volgende moment werk te vergeven hebt waardoor iedereen potentieel ondernemer is geworden en moet inspelen op nieuwe ontwikkelingen en zijn risico’s zelf moet managen. Ik denk dat er in de toekomst een verschuiving zal plaats vinden van werk op basis van een contract naar werk op basis van activiteiten die toegevoegde waarde creëren. Om dit succesvol te kunnen doen zal je de juiste skills moeten hebben deze activiteiten uit te voeren en ben je verantwoordelijk voor het up to dat houden van je eigen vaardigheden zodat je aantrekkelijk blijft voor de arbeidsmarkt. 

Veel positieve ontwikkelingen dus op de arbeidsmarkt met name door nieuwe IT oplossingen waardoor de arbeidsmarkt transparanter is geworden en nieuwe werkvormen die vraag en aanbod beter op elkaar doen aansluiten. Maar ook een toegenomen onzekerheid onder werkers over hun toekomst en of ze op termijn nog wel werk hebben waardoor je als werker continu alert moet zijn op nieuwe ontwikkelingen en daarop moet kunnen participeren. Wat dat betreft hadden wij babyboomers het destijds makkelijker maar wellicht ziet de nieuwe generatie dat anders!

The Communication Paradox

Victor’s communication paradox was about the problem that, while IT has developed more and more channels of communication for us (WhatsApp, Facebook etc.), growing up has become more and more difficult four young people nowadays and that they experience a lot of stress and problems while developing themselves. Victor called this the Information Paradox which he further explained to me.

The last decade we have created a new world next to the real ‘Physical world’ and ‘Fantasy World’ which can be called the ‘Online’ world and which is always available when you have access to a device with Internet connection. And, when going ‘Online’, you can influence your ‘User Experience’ and create your own environment and manage your content. You can, for example, only invite the friends you like on your Facebook or WhatsApp account or filter the information you like on your screen creating your own virtual world. This world also enables you to watch movies, play games and listen to music on your own and forget the world around you, it’s your unique and individual experience.

The current generation of students are the first-generation students who have grown up with constant access to the Internet. It’s not possible to explaining IT to them without considering their ‘Online’ perspective. And the funny thing is that most teachers have grown up without ICT and learned to use it at a later age. Our students don’t know how the none-connected world looked like 25 years ago before Internet was invented so you could better explain them how communication was done those days than explain how it works now.

You can compare being online with freedom: it doesn’t mean anything to those who have it but once taken away you know what it is! Of course, the new generation has experienced what it is to have no Internet connectivity. For most students this is a threat and creates stress, not an opportunity to relax. The way we communicate has changed, for example: when you take the train everybody is staring at their smartphone, in schools students check their smartphones between lessons instead of talking to each other and at home WhatsApp has replaced picking up the phone.

To investigate how young people use social media Victor asked a group of students two questions: 1) how many posts did you create yourself last week and 2) how many times did you respond to post posted by someone else. Regarding the first question most of them posted rarely something new: on average, only once a week a new post. But replying and sharing is done multiple times per day. Summarizing his findings: young people don’t create content themselves but are busy responding and having an opinion on what others publish online building their online identity.

Direct one to one communication is replaced by this new way of communication and the big difference with the old way is that in the past, when you were talking directly with someone, only the people around you were involved. Nowadays potentially the whole world can read your post which can go viral and become a hype before you know it. So doing something wrong online can have more impact now.

Our whole communication has changed significant and this makes especially young people, who are by nature very unsure, vulnerable for stress and psychological problems. And because your ‘Online World’, which you created yourself, is always available: you can escape from the ‘Real World’ to this ‘Online World’ . And the old ‘Fantasy World’ has become less important and is now underdeveloped at the expense of developing your own creativity. Direct communication is becoming difficult and even has become art like Marina Abramović performance in the MoMA in New York where she is only watching visitors in their eyes: direct none verbal communication reduced to object of art.

The only way to solve this is was developing training courses for young people in old fashioned communication skills and that’s why he was in Sedona to investigate if this course we did could be used. He concluded this was not the case, the format was to old fashioned and would not appeal young people. We did not have much more time to discuss this but we agreed we would in a few weeks and further discuss this, London after all was not so far from Amsterdam.

During my flight back home I had time to think back on what happened since New Years Eve, now two week ago. Next week I had to start working again, boring…

Mag ik het met jouw robot doen?

Sinds ik een nieuwe smartphone heb is het mij al een paar keer overkomen dat dit apparaat plots met mij ging praten. Gisteren nog, toen ik mijn studenten college gaf, klonk het plots “Zei u iets meneer Geerlings?” en “Als u wat heeft gezegd dan heb ik dat niet verstaan”. Daar waar ik tot nu toe gewend ben dat computers alleen iets doen als je het vraagt blijkt er plots leven in het apparaat te zitten en reageert het blijkbaar op wat je zegt. Zonder het te beseffen zijn we een nieuw tijdperk ingegaan en beginnen computers menselijke trekjes te krijgen en worden ze onze beste vriend. Gisteren en vandaag stonden er twee interessante berichten in de Wetenschapssectie van De Volkskrant die deze trend versterken en wat mij betreft een nieuwe licht werpen op onze verhouding met de techniek.

facebook-2

Het artikel van gisteren ging over een onderzoek onder 12 miljoen gebruikers van Facebook waaruit bleek dat mensen die Facebook gebruiken gelukkiger en gezonder zijn dat niet gebruikers en zelfs een hogere levensverwachting hebben. Van belang daarbij is de definitie die Facebook geeft van een actief sociaal leven: je bent het meest actief als je niet alleen berichten schrijft  (zoals ik) maar Facebook vooral gebruikt om foto’s te plaatsen van vrienden en bekenden. Tevens blijkt dat mensen die voornamelijk uitgenodigd worden vriend te worden door anderen gelukkiger zijn dan mensen die meer verzoeken versturen dan ontvangen, dat lijkt me dan weer logisch! Toch vind ik dit wel gek. Wat ik om me heen zie, is juist dat mensen die veel met hun smartphone bezig zijn nauwelijks oog hebben voor de mensen om hen heen en dat dat vaak juist tot asociaal gedrag leidt, zo zie je vaak in restaurants mensen alleen maar met hun smartphone bezig en niet met elkaar communiceren. Tevens had ik de indruk dat de mensen die erg veel op social media zitten een beetje zielig zijn omdat ze schijnbaar niks anders te doen hebben. Ik heb dit aan mijn studenten voorgelegd maar die waren het helemaal met het onderzoek eens: ‘Facebook maakt je gelukkiger en  wanneer je een tijdje zonder moet krijg je juist last van afkickverschijnselen’. Op doktersrecept dan allemaal maar op Facebook zou ik zeggen!

david-levy

Dan het interview vanmorgen met de Britse expert David Levy over kunstmatige intelligentie. Dat gaat nog een stukje verder. Zijn belangrijkst vraag is ‘Kunnen we met computers relaties onderhouden’ en zijn antwoord daarop is ‘ja’. Dat mijn smartphone in ene ongevraagd met mij kan praten is maar een eerste stap, we zullen op niet al te lange termijn met ze kunnen converseren net als met mensen. Sterker, volgens David Levy zal het op niet al te lange termijn zelfs mogelijk worden seks met ze te hebben: de seksindustrie is al bezig robots hiervoor te ontwikkelen. In het interview legt Levy eveneens een relatie met eenzaamheid ‘Beter seks met een robot dan helemaal geen seks’. Volgens hem zijn robots geen substituut voor een menselijke relatie maar aanvullend. Maar wat als de robot zover doorontwikkeld wordt dat het fijner is bij je robot dan met je eigen vrouw? Wellicht gaan vrijen met de robot van mijn vrouw dan maar?

School4Helden in het Zeeheldentheater

school-4-helden-1024x684

Gastblog van Jacques Giesbertz.

Het basisonderwijs is continu in beweging. Of beter gezegd, er is altijd reuring. Rust, reinheid en regelmaat zijn nog niet helemaal verdwenen uit de schoolklas maar werkdruk, Cito, leerlijnen, ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen, ADHD en dyslexie lijken in de discussies de overhand te hebben. En de toekomst lonkt. Het platform onderwijs 2032 komt met adviezen over wat allemaal anders zou moeten, http://onsonderwijs2032.nl/

Maar is de organisatie van het leren, waaronder de manier van lesgeven de laatste decennia werkelijk veranderd? Ik vind van niet. De meeste scholen zijn open van 08:30 tot 15:00 uur. De klassen ongeveer even groot als in 2001 of in 1965. Er zijn anno 2016 relatief veel meer juffen dan meesters. Maar dat is geen vooruitgang. Eerder onbedoeld verkeerd HRM beleid. Natuurlijk de ICT hulpmiddelen worden mondjesmaat omarmd. Er hangt een digi bord. De boeken zijn wat opgevrolijkt. Maar is dit alles. Zou het ook essentieel anders kunnen?

Het onderwijs, ook het basisonderwijs, zijn leerfabrieken. De leerkrachten houden de productielijnen in de gaten via leerlijnen. De productiehallen zijn nauwkeurig afgemeten. De kinderen zijn het product en de klant tegelijk. En de ouders? De ouders zijn grosso modo tevreden. Ze geven meestal een 7 voor hun school. Ze mopperen soms wat op het schoolplein of helpen enthousiast mee bij feestjes en uitjes. De ouders maken deel uit van de leerketen. Lenen hun meest kostbare bezit uit. Terwijl hun expertise en passie in het leerproces binnen de schoolmuren zo goed als onbenut blijft.

Waarom is dat? Zou het productieproces niet aanmerkelijk verbeterd kunnen worden als co-creatie het motto wordt? Er zijn bijvoorbeeld ouders die heel goed Engels (native) spreken, pianospelen, verstand hebben van techniek of ICT of sporten. Deze lijst is schier oneindig. Als het onderwijs zich wil voorbereiden op de toekomst dan lijkt samenwerking met de buitenwereld, w.o. de ouders, een inkoppertjes. Immers zij geven de toekomst vorm. Thuis en vooral in hun werk.

Innovatie vindt plaats aan de rafelranden. Tot nu toe worden de scholen gefinancierd door de gemeenten. Ook de vernieuwing loopt via de scholen. Althans dat hoopt de overheid. Ons onderwijs voor 2032 kan alleen maar bereikt worden als ook de rafelranden financieel ondersteund worden.

Het leren van onze kinderen houdt kortom niet op bij de schoolmuren. Met een groep ouders hebben we het concept SCHOOL4HELDEN ontwikkeld. Wij richten ons in eerste instantie op het Zeeheldenkwartier. Een diverse wijk in opkomst in Den Haag. Ons geleende motto is “It takes a city to raise a child”. Wij hebben geen blauwdruk. Maar prikkelen ouders en anderen in de wijk om hun passies, tijd en kennis in te zetten voor de ontwikkeling van de basisschoolkinderen in de wijk. Het gaat ons niet alleen om de ouders maar om alle mensen in de wijk die van waarde zijn bij het ontwikkelen van kinderen, zoals theaters, musea, kerken, de vele festivals in de wijk maar ook een boekwinkel voor kinderen, een schaakvereniging, een buurthuis of een onbekende verhalenverteller.

Hoe gaan we dat doen? De ouders hebben de lead. We beginnen met een kickoff. Iedereen is welkom. Dan gaan we verder. Het is een experiment. Veel is mogelijk. Alleen met de veiligheid van de kinderen gaan we niet experimenteren.

Onze kickoff is donderdagavond 28 april in het Zeeheldentheater in Den Haag.

· Meer informatie is te vinden op http://yodean.wix.com/s4helden

· Opgeven kan via http://www.zeeheldentheater.nl/events/school4helden/

· Adres: Trompstraat 342 Den Haag

· Aanvang: vanaf 19:30 uur inloop. Met fotosessies door Dejan Vekic. Programma start om 20:00 uur.

· Met professionele fotosessies door Dejan Vekic tussen 19:30 uur en 20:00 uur. Elke deelnemer krijgt een gratis foto!

· De entree is gratis!

Dit is een gastblog van Jacques Giesbertz, Mail: info@buzzychain.nl

How we learn

Gisteren de IELTS test gedaan, deze test toets je Engelse taalvaardigheid en heb ik nodig om in het Engels op academisch niveau les te kunnen geven. Een van de artikelen die ik moest lezen voor de test ging over het boek “How we learn” van Benedict Carey met de aansprekende ondertitel “Throw out the rule book and unclock your brain’s potential”. Omdat ik tussen de toetsen door lang moest wachten heb ik dit boek om de hoek bij Waterstones gekocht en ben ik er direct in gaan lezen.

Benedict Carey

Kern van het boek is dat wij, vanaf het moment dat we geboren worden, snel, efficiënt en automatisch leren en op het moment dat ouders of instituties er zich mee gaan bemoeien er in het onderwijssysteem van allerlei vooronderstellingen wordt uitgegaan die contraproductief zijn en het leren juist ontmoedigen. Neem bijvoorbeeld de assumptie van het lineair leren in een prikkelvrije omgeving waar generaties ouders zich op gebaseerd hebben onder het motto ‘rust, reinheid en regelmaat’.  In zo’n pedagogisch klimaat kunnen kinderen zich het best ontwikkelen is dan de stelling. Uit recent onderzoek blijkt echter dat het vaak van plek wisselen en muziek op de achtergrond je leerprestaties juist positief kunnen beïnvloeden. In een chaotische omgeving leer je meer: een dag niet geleefd is een dag niet geleerd zou je dus kunnen zeggen!

Ik heb me altijd verbaasd over mijn dochters die met een dik leerboek op schoot, de TV aan, WhatsApp op de smartphone en ondertussen ook nog pratend en thee drinkend toch in staat zijn geweest hun tentamens te halen (ze zijn nu beide afgestudeerd en aan het werk). Vroeger moest ik van mijn ouders op mijn kamer in stilte achter mijn bureau leren, ik weet nog dat ik me dan stierlijk verveelde. Leren was voor mij straf, mijn moeder kwam dan af en toe langs met een kop thee om te controleren of ik wel aan het leren was. Leren stond toen gelijk aan een saai boek hoofdstuk voor hoofdstuk doorwerken. Ik ben best wel jaloers op mijn studenten die tegenwoordig vele online en offline middelen ter beschikking staan incl. ondersteunende filmpjes en PowerPoint’s.

Benedict Carey stelt in zijn boek dat vergeten, slapen, dagdromen en afgeleid worden onderdeel zijn van het leerproces en dat het veranderen van je leerroutine juist een positief effect heeft op je leerprestaties. Leren is geen lineair proces en werkt voor iedereen anders: wat voor de een werkt kan voor de ander juist niet werken en daar moet je dus ook zelf achter zien te komen. Leren leren is dus de eerste uitdaging die je hebt als je begint met studeren. Ik merk deze verschillen goed bij mijn eigen studenten. Sommige leerlingen zitten goed op te letten, dat hebben we als docenten natuurlijk graag! Niet voor niets is de lesdiscipline het meest besproken onderwerp in de docentenkamer. Maar hoe kan het dan dat sommige studenten, die continu de indruk geven er met hun gedachten niet bij te zijn en alleen maar andere dingen doen, uiteindelijk de tentamens op hun sloffen halen? En dat de studenten die wel zitten op te letten en zich netjes gedragen juist slecht scoren? Een beetje zwart wit wellicht en er zijn natuurlijk gradaties maar over het algemeen is dat mijn ervaring.

Colloborative Learning

Leren heeft te maken met het brein en op dat terrein wordt er steeds meer bekend hoe dit eigenlijk werkt, Carey heeft zich hier flink in verdiept en komt met een aantal interessante aanbevelingen:

  • Ontdek voor jezelf je eigen leerstijl en waneer, op welke plek en onder welke omstandigheden je het best kan leren.
  • Onderwijsinstellingen moeten dan ook meerdere leerstijlen faciliteren en niet één leermethode en leeromgeving aanbieden
  • Collaborative learning, ofwel samen leren, is makkelijker en leuker dan alleen leren
  • Start in de eerste les met het afnemen van het examen en stel dan op basis van de uitkomst het programma bij, ga uit van wat ze al weten.
  • Begin niet over theoretische concepten als het gaat om het aanleren van vaardigheden maar doe dat pas daarna, theoretische reflectie is pas effectief na afloop.
  • Het is slimmer laat op te blijven als je nog iets voor een deadline moet afronden dan dat je er vroeg voor op staat, dit heeft te maken met de werking van het brein.

Ons onderwijssysteem gaat uit van een aantal eeuwenoude uitgangspunten over hoe we het best kunnen leren, dat zit bij ons zo ingebakken dat het moeilijk is deze 123 te wijzigen. Waar leren vroeger alleen op school of de universiteit gebeurde is het tegenwoordig een integraal onderdeel van het leven geworden dat altijd maar doorgaat. Studenten moeten door het onderwijs voorbereid worden op de maatschappij en de juiste vaardigheden hebben geleerd om zich te kunnen blijven ontwikkelen. Een interessant boek van Carey en aanrader voor allen die in het onderwijs werken: lees dit boek!

Breaking Chains by Making a Change!

Terwijl ik gisteren, in het kader van mijn schrijversopleiding, de verhalen van Carmiggelt aan het analyseren was ging plots de telefoon. ‘Met Waded van de Goudse Waarden’ klonk het zelfverzekerd door de telefoon, ‘klopt het dat u een nieuwsblog hebt?’. Dat kon ik niet ontkennen, sinds kort staan mijn blogs op een aantal sites onder de kop “Nieuws en opinie”. Dan moet je niet gek opkijken als je zo’n vraag krijgt natuurlijk! ‘Wilt u morgen een blog schrijven over onze actie tegen kinderslavernij?’ vroeg ze. ‘Dan moet ik wat meer over je actie weten” zei ik tegen Waded, ‘kan je me wat meer informatie mailen?’.

Daarna volgde een mailwisseling en Waded legde me uit dat ze samen met Manon, Hua Hua en Jo-Anne, scholieren van de Goudse Waarden school, de volgende dag in de binnenstad van Gouda actie gingen voeren in het kader van een project van ‘Breaking News’ over kinderslavernij. Doel van hun actie is aandacht te vragen voor de wereldwijde problematiek van de kinderslavernij en kinderarbeid onder het motto “Breaking chains by making a change!”

breaking chainsVandaag was het zover en de dames zijn met zijn vieren de binnenstad van Gouda ingetrokken om de aandacht van het publiek te vragen. Twee van hen hadden oude kleding aangetrokken en zijn met touwen & kettingen om de polsen door de stad te gaan lopen. De andere twee  hadden borden met de slogan “Breaking chains by making a change!” bij zich om hun actie uit te leggen aan omstanders, zie onderstaande foto voor de Hema die Waded me na de actie vandaag naar me heeft gemaild.

image1

Waded, Manon, Hua Hua en Jo-Anne vinden het belangrijk dat meer mensen zich bewust worden van kinderslavernij omdat dit de toekomst van kinderen die hier het slachtoffer van zijn negatief beïnvloedt. Om die reden willen ze iedereen dan ook aansporen meer Fairtrade producten te kopen en bij het kopen van producten op te letten of die zonder kinderarbeid zijn gemaakt.

Dagelijks voeren honderden jongeren in Nederland dit soort acties en zetten ze zich in voor een betere wereld, hier zou inderdaad door de media veel meer aandacht aan moeten worden gegeven! Waded, Manon, Hua Hua en Jo-Anne, goeie actie en ga zo door!