Category Archives: IT

Cowboys

Wat mij een beetje verbaasd in die hele discussie rond invoerheffingen is het soort producten waar Trump en de EU het over hebben. Terwijl Trump zijn handtekening heeft gezet onder het besluit invoerheffingen op staal en aluminium te gaan invoeren dreigt de Europese commissie terug te slaan met heffingen op producten als pindakaas, sinaasappelsap, whiskey, tabak, T-shirts, cosmetica en beddengoed. In totaal vertegenwoordigen deze producten 1 procent van de 250 miljard aan goederen die de EU jaarlijks uit de VS importeert, daar liggen de Amerikanen vast niet wakker van. Als ik dus, als dit doorgaat, een T-shirt voor 10 dollar in de VS via Amazon bestel krijg ik niet alleen te maken met een opslag voor de verzendkosten maar zal er ook een invoerheffing berekend gaan worden op deze producten die doorgesluisd wordt naar onze fiscus.

Hierbij gaat het dus om allerlei producten die de oude economie vertegenwoordigen en niet de nieuwe die wordt vertegenwoordigd door bedrijven zoals Facebook, Amazon, Apple, Google en Microsoft die steeds invloedrijker worden en de ambitie hebben een mondiaal platform te worden waarop kopers en verkopers elkaar kunnen vinden. Van Trump begrijp ik wel dat hij de staal en aluminium sector op de korrel neemt omdat hij daar als voormalig vastgoed magnaat meer affiniteit mee heeft, honderd jaar geleden was US Steel nog het grootste bedrijf in de US maar de tijden zijn veranderd. Van de EU mag je toch een meer creatieve tegenzet verwachten.

Vandaag stond in de krant dat op de Forbes miljardairslijst Jeff Bezos, de oprichter van Amazon, de rijkste mens is geworden met een marktwaarde van 112 miljard deze plek overnemend van Bill Gates die nu op twee staat met 90 miljard. Als je kijkt naar bovenstaand plaatje van de top Amerikaanse bedrijven zie je dat de top vijf wordt aangevoerd door deze 5 technologie bedrijven en dat die steeds meer invloed krijgen omdat de oude economie niet zonder deze  platformen haar producten en diensten op de wereldmarkt kan afzetten. En ondertussen vergaren deze bedrijven allerlei informatie over ons zoek- en koopgedrag waarbij deze bedrijven vanuit de VS al onze data kunnen zien en dat andersom niet het geval is.

Zou het niet zinniger zijn als de EU zich op deze vijf bedrijven richt die met enorme marges als een soort moderne cowboy krankzinnig veel geld verdienen, via fiscale sluiproutes in o.a. Nederland belasting ontduiken, zich monopolistisch gedragen, lak hebben aan onze privacy, succesvolle bedrijven inlijven en buiten de VS weinig concurrentie hebben? Alleen Alibaba kan zich meten maar dat is niet echt een concurrent omdat ze een ander business model hebben en te maken hebben met het toezicht van de Chinese overheid. Het zou geen kwaad kunnen van deze bedrijven wat geld af te romen via een heffing op elektronische handel tussen de VS en Europa waarbij niet de arme T-shirt of pindakaas producent de dupe is maar de grote technologie bedrijven die financieel wel erg ruim in het jasje zitten.

Wat ben je aan het doen?

‘Wat ben je aan het doen?’ is de vraag die je ziet staan wanneer je iets wil toevoegen aan Facebook. Vreemd genoeg heeft deze sleutelzin, die aangeeft waarover Facebook ons vraagt met onze vrienden te communiceren,  per taal een andere betekenis. Zo komt de Duitse vraag overeen met de onze: ‘Was magst du gerade” hoewel de toevoeging ‘gerade’ meer specifiek is dan de onze die zonder tijdsbepaling een bredere strekking kan hebben.

Maar als je kijkt naar de Engelse openingsvraag ‘What’s on your mind’  gaat het niet meer om wat je doet maar om wat er omgaat in je hoofd, wat je bezig houdt, en in het Frans staat er zelfs ‘Exprimez-vous’ wat een nog bredere uitnodiging is jezelf te uiten en dat kan natuurlijk over van alles gaan.

Bij de Duitse en Nederlandse vraag staat dus het handelen centraal terwijl bij de bedenkers van Facebook in de US het gaat om wat je denkt, nogal een verschil qua invalshoek! Voor ons is het blijkbaar voldoende aan te geven dat we naar de film gaan terwijl voor een Amerikaan het  de bedoeling is uit te leggen waar je aan denkt als je van plan bent naar de film te gaan, wat je dacht toen je de film zag en hoe je de film achteraf vond.

Eigenlijk wel logisch want via WhatsApp, Instagram, en alle andere apps die gebruik maken van GPS weet Facebook allang waar we zijn en welke evenementen we bezoeken en is het dus veel interessanter voor Facebook te weten te komen wat we denken voordat we beslissen iets te doen, hoe we dat ervaren en achteraf waarderen. Marketing technisch belangrijke informatie die ons inzicht geven in bijvoorbeeld het koopgedrag van consumenten, onze tijdsbesteding en politieke voorkeur.

Vandaag publiceerde Facebook nieuwe kwartaalcijfers en voor het eerst in de geschiedenis blijkt dat het aantal bezoekers van Facebook langzaam terugloopt, maar daar heeft Mark Zuckerberg een goede verklaring voor. Zoals uit bovenstaande post blijkt denkt Mark’s brein dat Facebook niet alleen leuk moet zijn maar vooral goed voor het welzijn van iedereen en de samenleving in zijn algemeen met als belangrijkste doelstelling dat we de tijd die we op Facebook doorbrengen goed moeten besteden. Dus wil hij dat we allemaal niet meer naar onzin filmpjes kijken maar gaan werken aan het creëren van ‘betekenisvolle relaties’. Het lagere aantal bezoekers kan dan ook worden verklaard uit wijzigingen die Facebook al heeft geïmplementeerd waardoor wij nu al minder ‘Viral video’s’ te zien krijgen.

Dat willen we natuurlijk allemaal wel, ‘betekenisvolle relaties’, maar het is de vraag of Facebook wat dt betreft niet te ambitieus is. Door deze doelstelling begeeft Facebook zich op de markt van welzijn en geluk en ik moet er niet aan denken dat binnen Facebook in ene een scherm opduikt dat ik niet alleen vrienden heb maar ook betekenisvolle relaties met een aantal van hen en helaas een groot aantal anderen beter kan afvoeren omdat die waarschijnlijk gezien hun Facebook gebruik dat nooit zullen worden…

Digitale levenskunst

Twee van de begrippen die tijdens mijn studie ‘Praktische filosofie‘ centraal staan zijn de begrippen ‘praktische wijsheid’ en ‘levenskunst’.

De Grieken maakten een onderscheid tussen ‘phronèsis‘, praktische wijsheid of verstandigheid, en ‘epistèmè’, kennis. Praktische wijsheid heeft betrekking op concrete situaties en hoe een verstandig iemand het best kan handelen in een concrete situatie, wat kan je dan het beste doen? Om goed te kunnen inschatten wat je het best kunt doen in een gegeven situatie heb je twee dingen nodig: onderscheidingsvermogen en zelfkennis. Onderscheidingvermogen is het vermogen goed te kunnen waarnemen en zelfkennis het vermogen om goed te kunnen inschatten wat het best bij jou past wanneer je iets moet doen. Anders dan algemene kennis is praktische wijsheid direct toepasbaar voor ons en geeft aan hoe we alledaagse situaties  kunnen inschatten en hoe we concreet in zo’n situatie kunnen handelen.

Bij ‘levenskunst’, het woord zegt het al, staat de vraag centraal hoe te leven, hoe kijken we tegen het leven aan en hoe zetten we dat om in praktisch handelen, voor veel filosofen in de oudheid het hoofdthema. Een goed voorbeeld hiervan zijn de overpeinzingen (ook wel meditaties genoemd) van Marcus Aurelius, de laatste verlichte keizer in Rome, die regeerde van 161 tot 180 AC. Hij schreef deze overpeinzingen In het Grieks onder de titel ‘Ta eis heauton’, wat ‘Aan mijzelf’ betekent. Het opschrijven van deze overpeinzingen was voor hem een manier om tot zelfkennis te komen en een middel tot zelfverbetering. Zijn werk is nog steeds goed leesbaar en wordt veel geciteerd en is voor velen een gids geweest met voorschriften voor hun praktisch handelen.

De praktische filosofie heeft dus als doel dat de filosofie niet alleen een louter theoretische exercitie is, maar tot praktische richtlijnen leidt om een gewenste levenshouding te bereiken. Als je weet hoe te handelen in een bepaalde situatie brengt dit minder ‘gedoe’ met zich meebrengt zoals de filosoof René Gude vlak voor zijn overlijden stelde. Volgens mij zijn veel mensen daar wel weer aan toe: praktische leefregels die werken en die het leven zelf aangenamer maken en goed zijn voor je gemoedsrust…

Om dit te onderzoeken heb ik, gedachtig de overpeinzing van Marcus Aurelius hierboven, de afgelopen weken bij mijzelf een test gedaan, het is immers de bedoeling dat zo’n cursus ‘Praktische filosofie‘ bij de ISVW ook nog wat oplevert! Hierbij de resultaten van mijn bevindingen ten aanzien van een onderwerp waar ik al eerder op deze blog geschreven heb zonder met een oplossing te komen: ons excessieve gebruik van het internet en de negatieve gevolgen daarvan.

Concrete situatie:

We zitten allemaal te veel achter onze laptops en mobieltjes. Zo langzamerhand is iedereen er wel van overtuigd dat dat naast positieve ook veel negatieve gevolgen heeft en dat we daar als samenleving niet beter van worden. Zo leidt excessief internet gebruik tot verslaving, concentratieproblemen, slaapgebrek, eenzaamheid etc..

Onderscheidingsvermogen:

Zelfs Apple ziet dit nu als een probleem en zoekt de oplossing in nieuwe apps die de toegankelijkheid van het Internet qua inhoud en duur beperken. Dit gaat volgens mij echter niet werken omdat het gebruik van het internet met gedrag te maken heeft en het wijzigen van ingesleten gedrag is niet zo eenvoudig. Daarbij zou het kunnen helpen om een aantal simpele richtlijnen op te stellen om het online gedrag verbeteren en die als leidraad te nemen bij het Internet gebruik.

Zelfkennis:

  • Ook ik spendeer teveel tijd online met zaken die eigenlijk onzin zijn;
  • Daardoor blijft er minder tijd over voor zaken die meer relevant zijn;
  • Tevens erger me vaak als ik online ben aan de grote aandacht die politici en opiniemakers krijgen die er ongenuanceerde meningen op na houden;
  • Ook stoor me aan het gebrek aan wetenschappelijke en journalistieke kwaliteit van wat er allemaal op het internet gepubliceerd en gepost.

Praktisch handelen:

  • Ik heb alle meldingen op mijn mobiele telefoon uitgezet zodat er niet steeds iets knippert of bromt en mijn aandacht wordt afgeleid van wat ik op dat moment aan het doen ben;
  • Ik heb een flink aantal apps op mijn mobiele telefoon verwijderd die ik ook op mijn laptop staan (LinkedIn, Facebook, Twitter, Instagram), die bekijk ik daar wel als het mij uitkomt;
  • Ik gebruik mijn smart phone alleen nog maar voor telefoon, sms en WhatsApp;
  • Ik heb iedereen waar ik me aan erger wegens ongenuanceerde meningen uit mijn social media verwijderd;
  • Ik neem mijn smart phone niet altijd overal meer mee naar toe.

Gemoedsrust:

Ik kom weer toe aan de (papieren) krant en dat is eigenlijk toch wel met stip mijn meest betrouwbare nieuwsbron. Vaak kwam ik er de laatste tijd niet aan toe die echt goed te lezen en met een dagelijkse frequency van het nieuws heb je eigenlijk wel genoeg informatie om op de hoogte te blijven van wat er allemaal gebeurd. Sterker nog: daardoor krijg je meer achtergrond informatie en een betere filtering van het nieuws dan via social media en online nieuwsmedia. Met medelijden kijk ik nu naar al die mensen die de hele tijd naar hun mobieltje staren en geen aandacht hebben voor wat er om zich heen gebeurd en ik erger me veel minder dan vroeger aan ongenuanceerde meningen. Als bijproduct van het verminderen van mijn internetgebruik zijn de meeste talkshows op de televisie in ene minder interessant geworden omdat die vaak een verlengstuk zijn geworden van social media en vaak onderwerpen behandelen die op het internet hypen. Tevens levert de opschoning op mijn mobiele telefoon een langere gebruiksduur op omdat het verwijderen van apps en uitzetten van meldingen de performance sterk doet verbeteren.

De praktische filosofie kan dus helpen door nieuwe inzichten te geven die leiden tot praktische richtlijnen die het leven zelf aangenamer maken en goed zijn voor je welzijn en gemoedsrust.

Naast bovenstaande case zijn er natuurlijk veel meer van dit soort cases te bedenken die kunnen leiden tot praktische richtlijnen voor de moderne mens die in een snel veranderende wereld naar houvast zoekt. Bij deze een eerste opzetje, een start is gemaakt!

Aanvulling 11 januari 2018.

Kreeg de vraag binnen van Els Beijderwellen wat de vertaling is van de quote van Marcus Aurelius hierboven, leuke uitdaging! Eerst maar even door Google translate gehaald:

‘Laat het je constante methode zijn om te kijken naar het ontwerp van de acties van mensen en te zien waar ze zouden zijn, zo vaak als het praktisch uitvoerbaar is; en om deze gewoonte des te belangrijker te maken, oefen het eerst op jezelf.’

Beetje onduidelijk vertaling, die vertaalprogramma’s hebben zo hun beperkingen, dan maar zelf een poging waarbij ik de vrijheid heb genomen mijn eigen interpretatie erin te verwerken:

‘Onderzoek steeds opnieuw wat iemand zegt van plan te zijn te gaan doen en wat hij/zij feitelijk doet en doe dit zo vaak mogelijk; nog beter, onderzoek dit eerst bij jezelf.’

Socrates zei het al: probeer jezelf zo kort en bondig mogelijk uit te drukken! Als iemand een betere vertaling heeft hoor ik het graag…

Schaken en Algoritmes

Vanaf het moment dat de computer werd uitgevonden hebben mensen geprobeerd computerprogramma’s te ontwikkelen die het konden opnemen tegen de mens.

De eerste die een artikel publiceerde over computerschaak was Claude Shannon die in 1950 het artikel “Programming a Computer for Playing Chess” publiceerde, een jaar daarop publiceerde Alan Turing, op papier, het eerste computer programma. Op basis van hiervan schreef zijn collega Dietrich Prinz in 1951 het eerste, echt werkende schaakprogramma op een Ferranti Mark I computer van de Universiteit van Manchester, dit programma was nog niet in staat een volledige partij uit te spelen. Het duurde nog tot 1958 tot een Alex Bernstein van IBM het eerste  programma voor een IBM 704 mainframe schreef waarmee een volledige partij kon worden gespeeld.

Eind jaren 70 verschenen de eerste schaakcomputers voor thuisgebruik in de winkels. Zelf heb ik begin jaren tachtig nog geschaakt op de Sinclair ZX81 van mijn broer met het programma 1K ZX Chess wat toen het eerste programme was dat ik gebruikte op de computer. Sindsdien zijn er vele schaakcomputers ontwikkeld en werden vanaf 1980 jaarlijks de Micro Schaakcomputer Wereldkampioenschappen (WMCCC) georganiseerd om te bepalen welke schaakcomputer de beste ter wereld was, vanaf 1990 werd hierbij alleen nog maar gebruikgemaakt van PC’s.

In 1996 was de schaakcomputer Deep Blue de eerste die in een tweekamp tegen de regerend wereldkampioen Garri Kasparov met een 4-2-voorsprong won waarvan één partij winnend: de computer had de mens verslagen en vanaf dat moment stond niet meer de vraag centraal of de computer van de mens kon winnen bij het schaken maar welke computer het beste kon schaken.

Daar is dan nu weer een nieuwe ontwikkeling bij gekomen nu de kunstmatige intelligentie bij het schaken zijn intrede heeft gedaan en het programma AlphaZero, ontwikkeld door Google-dochter Deep Mind, onlangs het op dit moment beste schaakprogramma Stockfisch versloeg. Wat AlphaZero uniek maakt is dat deze software gebruik maakt van een algoritme dat, op basis van kennis van de schaakspelregels, zichzelf leert schaken. AlphaZero had vier uur nodig om het schaken te leren en daarmee de beste te worden en heeft inmiddels hetzelfde gedaan voor het spel Go en de Japanse schaakvariant Shogi.

Eén algoritme dus die zelf schaakprogramma’s schrijft en dus generaties computer-programmeurs overbodig maakt die bezig zijn geweest het beste schaakprogramma te schrijven. De vraag is dus nu niet meer ‘Wie schrijft het beste schaakprogramma” maar “Wie schrijft het beste spel algoritme”. Google kondigde overigens tegelijkertijd aan dat hun ‘Brain team’ bezig is een algoritme te ontwikkelen dat zelf artificial Intelligence bouwt.

Het gaat dus allemaal om algoritmes tegenwoordig die het programmeren van software overbodig maken. Dachten we tot voor kort dat er altijd wel behoefte zal zijn aan software programmeurs dan lijkt het er nu op dat maar een beperkt aantal slimme programmeurs aan algoritmes sleutelt waardoor veel programmeurs overbodig worden. Google ontwikkelt haar algoritmes overigens als zgn. open software zodat ook andere, niet Google medewerkers, in staat zijn mee te werken en kunnen profiteren van dit soort ontwikkelingen en dat is dan weer mooi!

Het begrip algoritme is vernoemd naar de Perzische wiskundige Mohammed ibn Moesa al-Chwarizmi  (op de postzegel) die dit begrip voor het eerst bedacht. Een algoritme wordt door hem gedefinieerd als een eindige reeks instructies die vanuit een gegeven begintoestand naar een beoogd doel leidt.

Op 30 november 2017 was ik op een bijeenkomst in Utrecht georganiseerd door Gemeas Patents en B-GRIP een informatiemiddag over Intellectueel Eigendom (IE) en vroeg toen aan een in IP gespecialiseerde advocaat  Bert-Jan van den Akker van Doen Legal uit Zeist of je ook IP kunt hebben op een algoritme. Dat kan volgens hem niet niet omdat een algoritme een algemeen goed is net als een wiskundige formule of de chemische samenstelling van een stof.

Hier kreeg ik later, naar aanleiding van deze blog, een aanvulling op van ir. Arjan van der Maarl, Dutch and European Patent Attorney werkzaam bij Gemeas Patents, eveneens aanwezig op deze bijeenkomst. Volgens hem zijn, met betrekking tot het intellectuele eigendom van algoritmes inderdaad uitgesloten, echter ze zijn slechts uitgesloten als zodanig. De historische reden hiervoor is dat algoritmen vaak een wiskundig principe beschrijven en daarmee een te breed uitsluitend recht geven aan de aanvrager ten opzichte van de wetenschappelijke/technologische vooruitgang geboden door het algoritme. Kortom: een octrooirecht zou de technologische vooruitgang meer remmen dan bevorderen.

Ondanks dat algoritmen zijn uitgesloten als zodanig is de toepassingen van een algoritme dat een technisch effect heeft wel octrooieerbaar. Van ir. Arjan van der Maarl kreeg ik een een concreet voorbeeld van een octrooieerbaar algoritme toegestuurd waarin een formule zit verwerkt (en waarvan hij mij toestemming gaf dit hier te publiceren):

Werkwijze voor het meten van de hoogte van een kerktoren, waarbij de werkwijze de stappen omvat van:

  1. het selecteren van een meetpunt ten opzichte van de kerktoren, waarbij het meetpunt op de grond gelegen is;
  2. het bepalen van de afstand b van het meetpunt tot de kerktoren;
  3. het bepalen voor het meetpunt van de hoek alfa tussen de grond en het hoogste punt van de kerktoren;
  4. en het berekenen van de hoogte a van de kerktoren door het toepassen van de formule a = b x tan alfa.

Kortom: een algoritme als zodanig is niet octrooieerbaar, maar een toepassing van een algoritme met een technisch effect is wel octrooieerbaar.

Een helder voorbeeld maar waarschijnlijk een heel gepuzzel als het gaat om ingewikkelde en complexe algoritmes.  Bedrijven, die hun zelf ontwikkelde algoritmes willen beschermen, zullen daar specialistische juridische kennis voor in huis zullen moeten gaan halen, een lucratieve nieuwe business lijkt me.

Al met al een interessante ontwikkeling rond die algoritmes, wel doemt er bij mij  een nieuwe vraag op voor de algoritme ontwikkelaars: ‘Is er een schaakprogramma mogelijk, gegenereerd door een algoritme, dat niet verbeterd kan worden?’ Waarna natuurlijk de vraag volgt: ‘Kan er een algoritme ontwikkeld worden dat niet verbeterd kan worden?’ En uiteindelijk: ‘Is er één algoritme mogelijk dat alle algoritmes overbodig maakt en niet verbeterd kan worden?’ Als we deze laatste vraag hebben beantwoord kan het ‘BrainTeam’ van Google worden opgeheven en krijgt ons eigen brein de instructie voortaan alleen nog maar met plezierige emoties bezig te zijn…

Met dank aan ir. Arjan van der Maarl voor zijn input!

Een oceaan aan Big Data…

Vandaag, dinsdag 31 oktober 2017, wordt het muziekstuk ‘Music by Oceans’ uitgevoerd in Gasthuis Leeuwenbergh tijdens een symposium over oceanografie van de Universiteit Utrecht. De componist Stef Veldhuis maakte voor deze compositie gebruik van de data van de meer dan drieduizend drijvende boeien (ankers) die sinds 2007 in onze oceanen dobberen en die door middel van sondes enorme hoeveelheden data verzamelen over het zoutgehalte, de temperatuur, de stroming etc.. Op basis van al deze data kunnen wetenschappers dan weer analyses maken en voorspellingen doen over het weer en het klimaat.

Met diezelfde data kan je dus nog meer doen, zoals blijkt uit uit dit initiatief deze data via een algoritme op basis van muzikale elementen zoals ritme, toonhoogte, duur en dynamiek om te zetten in muziek waardoor we in staat worden gesteld naar oceanen te luisteren om te ervaren of er patronen te onderscheiden zijn. Traditioneel worden bij dit soort analyses gebruik gemaakt van statistische methoden en calculaties en worden de uitkomsten grafisch weergegeven om een en ander inzichtelijk te maken. Door deze data nu ook om te zetten in geluid hopen de onderzoekers ingewikkelde patronen herkenbaar te maken, aldus oceanograaf Erik van Sebille vandaag in een artikel in de Volkskrant.

Voor het symposium in Utrecht zijn 8 composities gemaakt, elk gebaseerd op een andere sonde, en via de website  musicbyoceans.org kan men zelf ook aan de slag om een eigen compositie van oceaanmuziek te maken. Het resultaat levert soms totale chaos maar ook verstilling op, afhankelijk van de plek in de oceaan.

Een interessant experiment, zeker omdat het een enorme uitdaging aan het worden is uit al die grote hoeveelheid data die we ter beschikking hebben zinnige informatie te halen. De huidige digitale analyse technieken zijn niet meer voldoende om aan de toegenomen behoefte aan analyses te voldoen. Het meer dan tien jaar opslaan van al deze data vanuit 3.000+ meetpunten levert enorme hoeveelheden data op.  Een behoorlijke uitdaging maar natuurlijk niets vergeleken bij de hoeveelheden data die tegenwoordig overal verzameld worden nu de combinatie van datacenters en het internet of things de komende jaren de hoeveelheid big data explosief zullen doen groeien.

De kernvraag daarbij is dan hoe je in een oceaan aan big data de ankers moet plaatsen op basis waarvan je meet. Als je uitgaat van oude ankers loop je de kans dat je onderliggende structuren over het hoofd ziet en dan kan het handig zijn kunstenaars van buiten de IT met een eigen visie te hulp te roepen. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten waar dan weer op voortgeborduurd kan worden.

Werk van de Chinese kunstenaar Qiu Zhijie onlangs te zien in het Van Abbe museum in Eindhoven.

Kunstenaars zijn vaak degenen die nieuwe ontwikkelingen vroegtijdig herkennen en het kan interessant zijn deze voor dit soort projecten te gebruiken. Naast muziek kan je ook denken aan andere kunstvormen om big data inzichtelijk te maken zoals bijvoorbeeld een choreografie, een schilderij of een film. Het lijkt me interessant een choreografie te zien van de consumptie van alcohol of een schilderij over je social media netwerk. Wellicht zien we dan verbanden waarvan we ons nu nog niet bewust zijn en gaan we ons andere vragen stellen…

Het socratisch gesprek

9 september 2017

Zaterdag 9 september nam ik, in het kader van de basisopleiding Filosofie in de praktijk bij de ISVW, voor het eerste deel aan een socratisch gesprek en kreeg ik de mogelijkheid een stelling waarmee ik al wat langer rondloop door middel van een filosofische methode aan een kritische groep mensen voor te leggen. Na wat brainstormen door de groep besloten we mijn vraag ‘Maken social media mensen socialer?’ als uitgangspunt te nemen.

Bij een socratische gesprek gaat het er om dat een groep mensen met elkaar een filosofische vraag bedenkt, door middel van een concreet voorbeeld van een van de deelnemers toets en terugbrengt tot een of meerdere kernbeweringen en daarna probeert via het stellen van vragen de achterliggende meer algemene regels te achterhalen om uiteindelijk een aantal fundamentele principes vast te stellen.

  1. Het formuleren van een filosofische vraag;
  2. Het selecteren en uitwerken van een voorbeeldervaring;
  3. Het verwoorden van een relatie tussen vraag en voorbeeld;
  4. Het onderzoeken van argumenten;
  5. Het vinden van een antwoord of een inzicht.

Het geheel wordt gefaciliteerd door een moderator die zich niet inhoudelijk met het gesprek mag bemoeien en die in de gaten moet houden dat iedereen zich aan de uitgangspunten houdt die gelden voor een socratisch gesprek. Best lastig dit de eerste keer te doen maar we hadden gelukkig een goede door de wol geverfde moderator die ons door dit proces kon leiden, alleen al de vraag of de vraag wel een filosofische vraag is was al door de groep niet makkelijk te beantwoorden…

 

Het praktijkvoorbeeld dat we gingen toetsen was de recente ervaring van een van de deelnemers dat ze met een groep vriendinnen uit eten was geweest en dat de helft van de aanwezigen regelmatig haar smartphone had gepakt wat ze als zeer onaangenaam had ervaren. Hierdoor kreeg ze het gevoel dat ze geen ‘echt’ contact had met deze vriendinnen, ze dit als storend had ervaren maar het ook niet aandurfde dit ter discussie te stellen in de groep. De mobieljes kregen daarbij de schuld.

Zonder verder inhoudelijk op deze case in te gaan viel het me op dat we tijdens de sessie de scope langzaam verschoof van de invloed van social media naar het onvermogen van mensen met elkaar echt contact te hebben, de toename van mensen die zich eenzaam en ongelukkig te voelen en afname van de sociale cohesie in de samenleving.

Wat betreft de vraag bleek het begrip sociaal media niet zo moeilijk te definiëren terwijl de vraag ‘wat is sociaal’ niet makkelijk te beantwoorden is, iedereen kan daar iets verschillends onder verstaan, wat de een sociaal gedrag vindt kan door een ander juist als asociaal worden ervaren. De vraag zou dus eigenlijk moeten zijn: ‘Maken social media mensen eenzaam en ongelukkig”. Met deze begrippen kan de filosofie ook wat meer dan het begrip sociaal dat meer tot het domein van de Sociologie behoort. Overigens voelt niet iedereen die eenzaam is zich ook ongelukkig dus de ene vraag roept de andere weer op, pffff, het is me wat die filosofie.

Daarbij is het wat betreft de stelling een kip of het ei discussie: zijn het de social media die de oorzaak zijn van deze ontwikkelingen of is eenzaamheid en het zich ongelukkig voelen een autonome maatschappelijk ontwikkelingen die niets met technologie te maken hebben? Toen de telefoon werd geintroduceerd werd dezelfde discussie gevoerd als nu maar iedereen is het er nu toch wel over eens dat dat ons veel voordelen heeft gebracht.

Na afloop van het socratisch gesprek hadden we nog een vrije ongestructureerde discussie waarbij iedereen weer een eigen mening mocht hebben over dit onderwerp en niet iedereen was het met de stelling eens. Een aantal zagen social media juist als een aanwinst en vonden het juist een verrijking dat je altijd met iedereen online kon zijn en zelfs als je elkaar tegen kwam informatie kon delen (vooral de mannen overigens, ook een puntje om nog eens uit te zoeken..).

The Online Communication Cycle

Zelf denk ik dat we momenteel en eigenlijk pas heel recent allerlei nieuwe manieren van communicatie bij zijn gekomen en dat we nog niet goed weten hoe we daar mee om moeten gaan: toen de televisie werd geïntroduceerd zat iedereen van vroeg tot laat TV te kijken en na een aantal jaren ging iedereen meer selectief kijken, zo zal dat met al die nieuwe apparaten ook wel gaan. Hierboven een plaatje wat ik een tijd geleden heb gemaakt om het rechtstreeks communiceren te vergelijken met online communicatie waarbij overigens ook het een en ander goed mis kan gaan…

Iemand kan online een geweldig profiel hebben waarbij je het gevoel hebt dat iemand het goed voor elkaar heeft terwijl later, als je iemand in het echt ontmoet, je dit beeld flink moet bijstellen. Tevens is er nog een nieuwe trend die het online communiceren diffuser maakt en dat is dat er tegenwoordig door bedrijven vaak bots gebruikt worden waardoor je  denkt online met een persoon te communiceren terwijl je eigenlijk met een script en algoritmes op een computer te maken hebt. Soms is dat handig maar het leidt tot vervreemding als degene waarmee je een dialoog aangaat niet echt blijkt te bestaat en je dat van te voren niet verteld is.

Een interessante exercitie zo’n socratisch gesprek, het heeft mij in ieder geval nieuwe inzichten gegeven hoewel het voor mij als socioloog niet makkelijk is de vraagstelling filosofisch te houden. Afijn, dit was pas de eerste sessie van mijn opleiding dus wellicht gaat mijn perspectief het komend jaar nog veranderen.

Zondag 14 januari 2018.

Mijn tweede socratisch gesprek, deze keer in Utrecht bij een van de  cursisten Praktische filosofie bij de ISVW. Ter voorbereiding heb ik het boek ‘Het socratisch gesprek’ gelezen onder redactie van Jos Delnoij en Wiger van Dalen waarin 13 artikelen over dit onderwerp zijn opgenomen.

In tegenstelling tot het eerste gesprek kunnen we nu niet gebruik maken van een professionele moderator en moeten we het allemaal zelf doen. We zijn deze keer met zeven personen, op mij na allemaal vrouwen, en het enige dat we van te voren hebben afgesproken is dat één van ons de rol van moderator heeft en dat ook zal voorbereiden en dat het gesprek 3 uur zal duren.

We beginnen met een kennismakingsrondje waarbij iedereen uitlegt wat zijn verwachtingen zijn t.a.v. het socratisch gesprek en wat onze ervaringen met het socratisch gesprek zijn (20 minuten). Daarna legt de moderator kort en bondig (in 7minuten uit) hoe zij het gesprek wil voeren en wat zij van ons verwacht, we gaan daar allemaal mee akkoord. Het is de eerste keer dat zij dit doet en dat gaat haar goed af vinden we allemaal.

De volgende fase is het formuleren van een filosofische vraag, de deelnemers leggen er 6 voor en al snel beperken we die tot drie clusters (rond vluchtelingen, het levenseinde en #MeToo) en kiezen we na enige reflectie unaniem voor de vluchtelingen en de vraag: ‘In hoeverre mag je verwachten dat iemand zich aanpast aan een dominante cultuur’. Over deze fase doen we 30 minuten. Daarna bespreken we twee voorbeeldcases en besluiten er met één daarvan aan de slag te gaan: de situatie dat één van ons vrijwilliger is bij Vluchtelingenwerk en vanuit die rol tijdens een bijeenkomst een situatie had dat een vrouwelijke vluchteling een Nederlands man vanwege religieuze redenen geen hand wilde geven waarop die man flink kwaad werd. Hier deden we 15 minuten over.

Daarna hebben we één uur lang vragen gesteld over de case om te achterhalen wat er allemaal nog meer speelde rond deze case, wat de achterliggende gedachten waren van de betrokkenen bij de case, wat de grenzen zijn van je aanpassen, wat een dominante cultuur is, of een dominante cultuur ook verandert zonder nieuwe toetreders, wat de invloed van nieuwe deelnemers op een cultuur is, of je aanpassen aan een nieuwe cultuur een geleidelijk proces is of dat je mag verwachten dat dat direct gebeurd, of normen en waarden over gedrag vanzelf verschuiven als je langer in een nieuw land bent, wat de beste strategie is voor begeleiders van vluchtelingen om veranderingen teweeg te brengen bij nieuwe toetreders, wat de rol van Vluchtelingenwerk daarbij is etc…

Ondertussen hield de moderator zich afzijdig van de inhoud van het gesprek en probeerde zij ons op het rechte pad te houden en greep in als iemand bijvoorbeeld te veel psychologiseerde of we met elkaar in discussie gingen. We besloten te stoppen met het gesprek toen we er achter kwamen niet meer met onze filosofische vraag bezig te zijn maar met een nieuwe filosofische vraag. Daarna volgde evaluatie en kon iedereen aangeven wat hij/zij van het Socratisch gesprek vond en of het nog nieuwe inzichten had opgeleverd.

Over twee inzichten waren we het allemaal wel eens: ‘diversiteit is een verrijking voor de samenleving’ en ‘veranderen is lastig voor iedereen en gaat meestal gepaard met conflicten’.  Daar waren wij het met zijn zevenen over eens hoewel we beseften dat anderen buiten onze groep daar waarschijnlijk anders over zullen denken, wat dan weer het nieuwe inzicht opleverde dat ‘mensen die in staat zijn een Socratisch gesprek te voeren denken genuanceerder dan mensen die dat niet kunnen’. Maar dat is dan ook weer een nieuwe vraag…

Zelf vond ik dit een geslaagde sessie, het is een verademing eens een gesprek te voeren zonder dat iedereen continu met elkaar in de clinch ligt en op het scherp van de snede met elkaar discussieert en de deelnemers niet bereid zijn op grond van argumenten of nieuwe inzichten van standpunt te veranderen. We hebben als groep nog twee nieuwe socratische gesprekken gepland, ik hou jullie op de hoogte!

4 maart 2018.

Mijn derde socratisch gesprek, weer alleen maar vrouwen, en goed ook ens mee te maken wat er allemaal mis kan gaan als de  moderator niks voorbereid heeft. Een dame die er vorige keer niet bij was wierp zich aan het begin van de meetig op het gesprek te leiden en daar niemand bezwaren had ging ze aan de slag. Bij de filosofische vraag werden vijf onderwerpen ingebracht: twee onderwerpen die ook vorige keer aan de orde waren gekomen, vluchtelingen en levenseinde, en drie nieuwe: ontslagen worden, familierelaties en generatie verschillen. Deze laatste had ik ingebracht met als vraag of er een verschil is tussen het soort levensvragen waar jongeren en ouderen mee worstelen. Het werd uiteindelijk familierelaties met als beginvraag ‘Is het moeilijker familierelaties te verbreken dan andere relaties’ die uiteindelijk werd vertaald naar ‘Is er een verschil tussen het in stand houden van familierelaties en andere relaties’.

Bij de formulering van de vraag wilde de moderator zelf ook een vraag inbrengen en we moesten haar uitleggen dat dat niet de bedoeling was en dat ze zich eveneens niet met de inhoud van het gesprek moest bemoeien, daar had ze het zichtbaar en hoorbaar erg moeilijk mee. Toen we aan het praktijkvoorbeeld toekwamen wilde ze eerst alleen de case van de steller van de vraag behandelen en toen ik aandrong dat iedereen in staat moest worden gesteld een case in te brengen ging ze na enige discussie overstag. De rest van het gesprek kwamen we dan ook niet verder dan het aan elkaar vetrellen van familieverhalen, gezellig, maar je komt er geen stap verder mee.

Natuurlijk moet je niet te rigide zijn in de wijze waarop je een socratisch gesprek vorm geeft maar het is toch wel handig als je een aantal basisprincipes in acht neemt. Tevens is het frustrerend dat alle dames continue naar de theepot grijpen en ik het met één kopje koffie moest doen, een biertje of een wijntje ter inspiratie zit er blijkbaar sowieso niet in. In Socrates zijn tijd was filosoferen nog een mannenzaak en vloeide ter inspiratie de drank rijkelijk, dit leek meer op het orakel van Delphi…

 

Mijn Butler

‘Wat ben je aan het doen’ vraagt mijn butler als ik ‘s morgens wakker word. Voordat ik daarover kan nadenken komt er een melding binnen: ‘Peter de Waal is vandaag jarig’. Snel feliciteer ik hem en terwijl ik dat aan het doen ben komt er een bericht binnen dat er is naast hem nog vijf anderen jarig zijn die ik alleen beroepsmatig ken. Ik heb met deze personen in het verleden samengewerkt en weet niet eens of  ze getrouwd zijn laat staan wanneer ze jarig zijn! Ik geef aan mijn butler dan ook door dat ik deze berichten over hun verjaardag niet meer wil ontvangen.

Mijn butler meldt me dat er een berichtje van de politie in mijn inbox staat dat er vlak bij twee inbraken zijn geweest, ik herken geen van de daders op de meegezonden video’s van de bewakingscamera’s. Mijn eigen bewakingssysteem meldt dat een sportauto met een voor mijn buurt onbekend kenteken voor mijn deur aan de overkant van de straat heeft gestaan vanaf circa middernacht tot half zes: het zal wel weer een date zijn van onze onlangs gescheiden buurvrouw…

Mijn alarm gaat af met de ringtone ‘Tomorrow’ om mij eraan herinnerend dat ik op moet staan en mijn butler vertelt me dat ik om 9:00 mijn eerste afspraak heb. Eerst nog even mijn nieuwsdashboard bekijken of er nog iets spannends gebeurd is! Nee helaas, de meeste rampen spelen zich ver weg af en vandaag gelukkig (nog) geen Breaking News, in Nederland nog geen nieuw kabinet maar wellicht is dat maar beter ook… Positief is dat er voor het weekend mooi weer wordt voorspeld en ik reserveer dan ook meteen een tafeltje op het terras bij restaurant ‘De Gezelligheid’, een top lokatie op fietsafstand van mijn huis!

Na het douchen aan de slag achter mijn laptop, eerst maar eens mijn berichten wegwerken en inloggen op mijn werkomgeving. Op mijn dashboard zie ik dat gisteren redelijk wat bots mijn profiel bezocht hebben en dat ik voor vandaag zo’n vijf uur werk in de pocket heb en nog leuke opdrachten ook! Tevens een nieuwe opdracht toegewezen gekregen voor een online marktonderzoek waar ik een paar dagen aan kan besteden. Van de drie inschrijvers op deze klus heeft het matching algoritme mij geselecteerd! Ik vraag mijn butler de opdrachten bevestigen en de opdracht in mijn agenda in te plannen.

Om negen uur start mijn chat met mij health bot. Ik schrik me te pletter als mijn gezondheid profiel op het aanlegscherm veel rood laat zien. Mijn health bot spreekt me vermanend toe: ‘Je hebt de afgelopen dag te weinig beweging gehad en teveel calorieën tot je genomen waardoor je risicoprofiel naar de code oranje is veranderd. Daar moet je wat aan doen! Waarom heb je niet de fiets genomen gisteren toen je naar de stad ging? We maken ons zorgen!’ ‘Heb je dat gezeur weer’, denk ik. ‘Je meeste health indicatoren zien er goed uit dus dit heeft alles met je gedrag te maken Gerard, je heb net weer bij ‘De Gezelligheid’ een tafeltje geboekt en ik zie geen afspraken bij de sportschool staan…’, zegt de health bot ‘Plan wat beweging in je agenda en zorg dat je de komende dagen gezond eet. Doe je dat niet dan zal ik dit helaas bij je verzekeraar moeten melden’. Ik bedank haar en verbreek de verbinding, altijd dat zelfde gezeur, toch maar weer wat gaan meer bewegen anders gaat het me geld kosten, ook het  algoritme van mijn opdrachten matching site houdt rekening mijn mijn gezondheidsprofiel.

Terwijl ik met mijn health bot bezig was zie ik een melding binnenkomen dat Paula, Anita & Oscar vlak bij mijn huis hadden ingelogd bij de local Seats2Meet. Ik had wel het plan daar te gaan werken maar nu Oscar daar ook zit besluit ik toch maar thuis te blijven werken, Oscar is een verschrikkelijke zeur die je continu van je werk houdt, jammer want Paula en Anita zijn wel OK. Ik nodig hen beide dan ook uit voor lunch tussen de middag. Hun antwoord is helaas negatief, ze hebben het te druk. Dan toch maar naar de sportschool besluit ik, ik laat mijn butler een afspraak plannen voor tussen de middag.

Rond de middag neem ik de auto naar mijn sportschool en word ik welkom geheten door mijn trainer bot als ik binnen kom. ‘Welkom Gerard, dat is lang geleden! We ontvingen vanmorgen nieuwe instructies van uw heath bot en wensen je veel succes met het nieuwe instructie progamma!’ Op het schema zie ik dat ik de komende 40 minuten flink aan de slag moet. Zoals te verwachten score ik op alle apparaten onder niveau terwijl ik me behoorlijk inspan en me kapot zweet. Halverwege ben ik het zat en breek ik het programma af en verlaat de sportschool om buiten op mijn gemak in het bos te gaan hardlopen. Voor het eerst die dag ontspan ik me en geniet ik van de natuur en het mooie weer buiten.

Na een kwartier duikt er plots een drone boven me op. ‘Meneer Geerlings, hier spreekt uw butler, ik was u kwijt en dachten dat er iets met u aan de hand was,. Volgens ons is uw hartslag te hoog, we maken ons zorgen! Uw auto staat hier inmiddels vlakbij zodat ik u veilig naar huis kan brengen!’. Ik pak een steen en gooi die naar de drone die daarop neerstort. In de verte hoor ik al snel het gebrom van andere drones die op me afkomen, dit vinden ze niet leuk…’

The Next Generation Internet

Deze week bezocht ik in Rotterdam een meeting van PortXL, het startup innovatieprogramma van de Rotterdamse haven.  Hoofdgast daar was Peter Schwartz, Senior Vice President van Salesforce die zijn visie gaf op de ontwikkelingen in de ICT. Na afloop van zijn verhaal was er de mogelijkheid vragen te stellen en één van de aanwezigen vroeg hem toen hoe we er voor kunnen zorgen dat het Internet meer veilig wordt. Hij legde uit dat het Internet destijds niet ontworpen was vanuit beveligingsperspectief, het was juist de bedoeling een open platform te ontwikkelen waarbij iedereen in principe toegang heeft tot alle informatie. Wat men toen voor ogen had komt nu het best tot uiting bij Wikipedia, de papieren encyclopedie van vroeger is nu vervangen van een online bijgewerkte website waarbij iedereen in staat is informatie toe te voegen of te wijzigen zodat het veel actueler is dan de oude Winkler Prins waarvan je steeds anderhalve meter moest aanschaffen als je de laatste versie wilde hebben.

Pas toen het internet succesvol bleek kwam er behoefte aan het afschermen van gegevens zodat niet iedereen erbij kan en werden er op allerlei plekken beveiligingsfuncties op het internet ingebouwd maar het uitgangspunt bleek altijd dat het internet open is en dat je er verstandig aan doet op het laagste niveau, het object niveau (server, data, programma), beveiligingsfuncties in te bouwen. En aangezien IT een snelgroeiende bedrijfstak is, is het vechten tegen de bierkaai om het beveiligingsniveau steeds optimaal te houden. Een perfecte beveiliging is op het huidige internet dus niet mogelijk en dat is goed nieuws voor zowel de hackers als de beveiligingsexperts die een goede boterham kunnen verdienen met hun diensten die eigenlijk niks toevoegen aan de kwaliteit van het internet en alleen maar een kostenverhogend invloed op hebben.

Dit probleem kan volgens Peter Schwartz alleen opgelost worden door het beschikbaar komen van een geheel nieuw ontworpen internet waarbij bij het ontwerp al rekening is gehouden met de beveiliging, een nieuw internet dus. En daar wordt volgens Peter Schwartz al heel hard aan gewerkt. Uitgangspunt hierbij is een nieuw internetprotocol met een beveiliging aan de bron die verder gaat dan alleen het IP-adres en waarvan de eigenaar nu vaak moeilijk te achterhalen is.  En naast een internetprotocol voor alle gebruikers van het internet een protocol voor een tweede secure level die gebruikt kan worden voor omgevingen die een eigen internet domein willen waar alleen de gebruikers met toegangsrechten gebruik van kunnen maken.

Dit maakte me nieuwsgierig wie er eigenlijk met de ontwikkeling van deze nieuwe generatie internet bezig is: wie ontwikkelt dat eigenlijk, wie doet de funding hiervan en wie is eigenlijk de eigenaar? Als dit echt gaat werken heeft de eigenaar van dit protocol een machtige sleutel in handen met betrekking tot alle data wereldwijd en ik kan me voorstellen dat er heel wat partijen geïnteresseerd zijn in deze technologie die  eigenlijk het nieuwe beveiligingssysteem van de wereld zou kunnen worden genoemd.

Allereerst maar eens, het advies van Peter Schwartz volgend, op Wikipedia gekeken. Er is een pagina ‘Next Generation’ waarop een vermelding wordt gemaakt naar het US Next Generation Internet Program (NGI) van de Amerikaanse overheid dat als doel had de snelheid van het internet dramatisch te verhogen. Dit programma is gestart in oktober 1996 door President Bill Clinton in oktober 1996 en volgens Wikipedia in 2002 succesvol afgesloten. De webpagina van dit project (http://www.ngi.gov/) is niet meer in de lucht.

Op de huidige site van het Witte Huis onder Donald Trup kan ik niks terugvinden van zo’n project, wel is er recent een ‘Office of American Innovation’ opgericht onder leiding van Jared Kushner, doelstelling: 

‘This office will bring together the best ideas from Government, the private sector, and other thought leaders to ensure that America is ready to solve today’s most intractable problems, and is positioned to meet tomorrow’s challenges and opportunities.  The office will focus on implementing policies and scaling proven private-sector models to spur job creation and innovation.’

Daar zou zo’n ‘Next Generation Internet’ project natuurlijk onder kunnen vallen maar een concrete aanwijzing daarvoor heb ik niet kunnen vinden en als ik de speech eerder deze week van Jared Kushner beluister richt hij zich voornamelijk op overheids automatisering, niks te vinden daar over Cybersecurity of de Cloud.

Op Europees niveau vond op 6 en 7 juni jongsleden in het Europees Parlement een interessante conferentie onder de titel ‘The NEXT GENERATION INTERNET SUMMIT’ plaats.

‘The Next Generation Internet Summit and related public campaign will support the European Commission to build a strategy together with heads of state, leading policy makers, renewed innovators, researchers and citizens to foster the development of the internet, as a powerful, open, data-driven, user-centric, interoperable platform ecosystem, for the benefit of companies and citizens.’

Wel een beetje laat om nu pas een strategie te gaan ontwikkelen voor het internet. Leg je de Amerikaanse doelstelling naast die van de EU dan zie je een duidelijk verschil in doelstelling. Bij de Amerikanen komt het woord ‘burger’ niet voor en gaat het om samenwerking tussen overheid, bedrijven en technologie leiders om ‘proven private-sector models’ op te schalen naar de overheid. De EU staat meer voor een open ‘old school’ internet op de manier zoals het internet destijds bedoeld was.

Ondertussen werken de Chinezen rustig door aan hun eigen programma via het China Next Generation Internet (CNGI) programma (中国下一代互联网). Dit is een vijf jaar plan geïnitieerd door de Chinese overheid met als doel in de toekomst meer invloed te hebben op de toekomstige ontwikkeling van het internet, dat hebben ze nu dus blijkbaar niet. Om deze reden zijn ze bezig zo snel mogelijk over te gaan op het internetprotocol IPv6. Op dit moment is zo’n 1/3 van alle IP-adressen Amerikaans maar dat gaat in de toekomst natuurlijk veranderen vanwege het te verwachten grote aantal nieuwe Chinese gebruikers en daarop vooruitlopend is dat eigenlijk een slimme strategie: de basis van het Internet is nu eenmaal het IP protocol.

Komen we tot de kern van de zaak: als het gaat om het wijzigen van het Internet gaat het dus niet om een ‘Nieuw’ internet maar om het wijzigen van het Internet Protocol, IPv6 is daarvan de nieuwste versie. Dus opgezocht wie eigenlijk de eigenaar van dit protocol is en wie wijzigingen kunnen autoriseren. Dat blijkt de Internet Engineering Task Force (IETF) te zijn (zie mission statement hierboven). De IETF heeft als doel: ‘Creating voluntary standards to maintain and improve the usability and interoperability of the Internet’ en hun belangrijkst middel is het uitbrengen van nieuwe versie van het Internet protocol en change management daarop. Ze zitten in Californie en de voorzitter hiervan is Alissa Cooper, werkzaam bij CISCO. De andere leden komen hoofdzakelijk van grote Amerikaanse IT bedrijven zoals van Oracle, Google, AT&T, Juniper en Dell: Amerikaanse bedrijven hebben dus een behoorlijk grote invloed op de ontwikkeling van het Internet.

De IETF heeft al in 1998 beslist een nieuwe IP-protocol, IPv6, te gaan gebruiken alleen is dat nog niet wereldwijd geïmplementeerd, wel zijn al de belangrijkste besturingssystemen (OS, Windows etc.)  aan dit nieuwe protocol aangepast, China loopt ten aanzien van de implementatie voorop. De belangrijkste wijziging van het protocol heeft betrekking op het feit dat als we zo doorgaan we snel door het aantal IP-adressen beschikbaar heen zijn. Met name het beschikbaar komen van ‘The Internet of Things’ zal er voor zorgen dat het aantal IP-adressen in de toekomst explosief gaat stijgen, IPv6 bevat 7.9×1028 meer IP-adressen als IPv4. Maar het gaat om meer dan dat, beveiliging is daar een belangrijk aspect van. De implementatie van IPv6 gaat overigens erg langzaam, in 2014 werkte 99% nog met IPv4 en van het huidige Google verkeer loopt momenteel 19,2% over IPv6 (status juni 2017). Versiebeheer blijft toch altijd een moeilijk dingetje in de IT sector en na 19 jaar iedereen nog niet over op je nieuwe versie is wel erg lang…

Als ik dit zo overzie is mijn conclusie toch wel dat de ontwikkeling van het Internet dominant bepaald wordt door een aantal, voornamelijk Amerikaanse technologie ondernemingen en dat zowel de politiek en dus wij burgers daar eigenlijk geen invloed op hebben terwijl door het vaststellen van de technische specificaties van het Internet onze privacy en security in belangrijke mate geregeld wordt. Nu de overheid en bedrijven zo massaal gebruik maken van het internet zouden we ons daar meer bewust van moeten zijn en meer invloed moeten hebben op de wijze waarop internet protocollen worden vastgesteld. Tevens zouden IT bedrijven verplicht moeten worden naar een nieuwe versie van het internetprotocol over te gaan als dat vanuit maatschappelijk oogpunt (security, privacy) wenselijk is, dat is nu allemaal te vrijblijvend en zonder wettelijk kader.

Silicon Valley en terrorisme bestrijding

Gisteren verscheen in de Financial Times een interessant artikel van Robert Hannigan, een voormalige directeur bij GCHQ, de UK Intelligence en Security organisatie; ‘Silicon Valley leadership is key in the fight against terror’. Dit artikel geeft een goed beeld hoe er binnen de inlichtingendiensten gedacht wordt over maatregelen om het internationaal terrorisme te bestrijden (door Hannigan overigens gelijk gesteld aan Islam terrorisme).

CHELTENHAM, ENGLAND – NOVEMBER 17: Chancellor of the Exchequer George Osborne is shown the 24 hour Operations Room inside GCHQ, Cheltenham by the Director of GCHQ Robert Hannigan (L) and Cheltenham MP Alex Chalk (C) on November 17, 2015 in Cheltenham, England. Chancellor George Osborne delivered a speech in which he stated that Britain has developed an “offensive cyber capability” to hit back directly at terrorists and states, as he warned Islamic State was seeking to launch potentially deadly attacks on UK targets. (Photo by Ben Birchall – WPA Pool / Getty Images)

In de strijd tegen het internationale terrorisme wordt het inzetten van IT als belangrijke wapen gezien om potentiële terroristen te identificeren en aanslagen te voorkomen waarbij het volgens Robert Hannigan met name gaat om 1) encryptie, dat het mogelijk maakt dat terroristen in het geheim met elkaar kunnen communiceren, en 2) radicale propaganda, waardoor via het internet extremistisch materiaal naar hun potentiële doelgroep kan worden verspreid.

Volgens Robert Hannigan is het een misverstand te stellen dat het internet moreel neutraal is of waarden vrij: technologie is dat wel maar de wereld van het internet met zijn providers en gebruikers is dat niet en dezelfde principes die gelden voor de ‘reëele wereld’ moeten ook gelden voor de ‘online wereld’, namelijk met waarborgen voor privacy en veiligheid voor haar burgers. Het waarborgen van de vrijheid van het internet is een groot goed maar tegelijkertijd een uitdaging hoe om te gaan met dit soort basis principes.De problematiek van de encryptie kan volgens hem het best worden opgelost door samenwerking tussen de overheid en private partijen die aan de basis staan van deze technologische ontwikkeling. Encryptie kan je niet verbieden maar technologisch kan je er wel voor zorgen dat terroristen altijd op achterstand staan. Volgens Hannigan zijn daar al grote stappen gemaakt en hij kan het weten: inlichtingendiensten kunnen waarschijnlijk meer dan ze naar buiten toe communiceren.

Het tegengaan van radicale propaganda via het internet ziet hij als een groter probleem omdat hier de basis ligt voor het ontstaan van het terrorisme. Terroristische organisatie weten tegenwoordig alles van strategische communicatie en hebben de middelen om deze effectief in te zetten en zo hun achterban te mobiliseren. Het voordeel van het internet is dat iedereen de beschikbare informatie kan filteren en zo te zien krijgt wat hij zelf graag wil zien waar vroeger de traditionele media extreme zaken filterden. Hier pleit Hannigan voor een open ‘civilised’ internet gebaseerd op de liberale en democratische waarden die de basis hebben gevormd van het ontstaan van het internet, we zien immers dat het internet in totalitaire landen beknot wordt.

Hij pleit dan ook voor een praktische coalitie geleid en gefinancieerd door Silicon Valley die samen met de overheid en zijn inlichtingendiensten een code opstelt die bepaald wat vanuit een democratisch en ‘civil’ oogpunt acceptabel is en wat niet. Op basis van deze code zou Silicon Valley dan nieuwe technologie kunnen ontwikkelen en een speciale agency op te richten die het mogelijk maakt radicale propaganda van het internet te verwijderen en online adverteerders in staat stellen te zien of de content op de pagina’s in strijd is met deze code. Wachten op wetgeving hieromtrend is volgens Hannigan niet nodig, dat werkt alleen maar vertragend.Hannigan opvatting is geheel in lijn met de recente uitspraken van Theresa May naar aanleiding van de recente terroristische aanslagen waarin ze stelt dat “If human rights laws stop us from doing it, we will change those laws so we can do it”. Donald Trump zal het waarschijnlijk met haar eens zijn en wie weet wat er allemaal al door de inlichtingendiensten gestart in gang gezet is op dit terrein, we weten dat de NSA al toegang heeft tot veel informatie en niet alleen over de eigen landgenoten maar over burgers wereldwijd.

Voorop staat in ieder geval dat de overheden Silicon Valley nodig hebben om de gewenste tools te ontwikkelen die ze nodig hebben terwijl dit voorstel komt juist op het moment dat de relatie tussen de overheid en Silicon Valley op zijn zachts gezegd problematisch is. Het begon al met het voeren van de immigratie stop door Donald Trimp waardoor veel werknemers van Silicon Valley werden getroffen en dan nu recent het verzet tegen het afwijzen van het klimaat akkoord.

Via de campagne We Are Still In, waaraan o.a. Apple, Amazon, Facebook, Google, Microsoft, Twitter, Intel en Spotify meedoen mee, is er een coalitie van van honderden Amerikaanse bedrijven die samen het klimaatakkoord van Parijs blijven ondersteunen. Eerder besloot Tesla-directeur Elon Musk al uit de innovatie adviesraad van Trump te stappen, geleid door zijn schoonzoon Jared Kushner, belast met het ‘White House Office of American Innovation’. Deze adviesraad bestaat nu voornamelijk nog uit bedrijven uit de ‘oude’ economie terwijl de innovatieve, hoge marge economie geen invloed meer heeft op het nieuwe politieke estabishment onder Donald Trump.

In dit licht tevens interresant dat vandaag de hoorzittingen zijn begonnen in de US inzake het beïnvloeden door Rusland van de Amerikaanse verkiezingen waar de nadruk wordt gelegd op de rechten van Amerikaanse burgers en iedere niet-Amerikaan geen rechten heeft en onbeperkt onderzocht mag worden door de Amerikaanse inlichtingendiensten waarvoor onze eigen inlichtingendiensten erg dankbaar zijn volgens Dan Coats, US director of National Intelligence. Als onze inlichtingendiensten dat ook doen voor de Amerikanen dan kunnen beide partijen elkaar goed aanvullen…

Een lastige problematiek met een hoop dilemma’s en potentieel grote gevolgen voor de verhouding burger – overheid. Ik vrees dat het niet lang zal duren en dat dan toch via wetgeving door de overheid regulering van het internet gaat plaatsvinden, op vrijwillige basis gaat dat niet lukken. Wellicht doen de internationaal opererende IT bedrijven uit Silicon Valley er verstandig aan hun R&D activiteiten in de EU onder te brengen, dat lijkt me een verstandige beslissing!

De WannaCry Ransomware aanval

Zaterdag 13 mei 7:30.

Menig IT Manager zal dit weekend slecht slapen zich zorgen makend of zijn IT infrastructuur besmet is met ransomware, gijzelsoftware die je systemen plat legt en alleen na betaling van een bedrag in bitcoins het weer doet, ordinaire chantage dus. De software genaamd ‘WannaCry 2.0’ besmet je PC door alles op je systeem te versleutelen en alleen als je betaald krijg je de sleutel om dit weer ongedaan te maken. Gewoon crimineel zeker omdat niet alleen bedrijven maar ook bijvoorbeeld ziekenhuizen hiervan het slachtoffer zijn..

Dat dit een groot probleem blijkt uit berichten dat al meer dan 74 landen zijn getroffen door een aanval en de koers van de bitcoin, waarmee deze criminelen willen dat er betaald wordt, plots flink aan het stijgen is. Bovenstaand plaatje toont de enorme waardestijging in US dollars status 12 mei op de dag dat het nieuws van de hackaanval naar buiten kwam.

En weer blijkt:

  • dat het Internet destijds niet ontworpen is vanuit een beveiligingsperspectief maar als open systeem waarmee iedereen met iedereen kan communiceren;
  • software bedrijven zoals Microsoft, waar het nu blijkbaar om gaat, al jaren producten voor veel geld en met een hoge marge op de markt zetten waarbij ze aansprakelijkheid voor dit soort aanvallen in hun leveringsvoorwaarden uitsluiten en er na al die jaren van nieuwe releases en productinnovaties niet in staat zijn dit soort uitbraken te voorkomen;
  • het business model van dit soort IT bedrijven gebaseerd is op het steeds in de markt zetten van nieuwe versies van hun software en oude versie na enige tijd niet meer te supporten hun klanten dwingend steeds weer te blijven investeren in hardware en software zonder dat ze daar toegevoegde waarde voor terug krijgen;
  • criminelen met de bitcoin een mooi instrument hebben om hun illegale praktijken uit te voeren en via de Bitcoin geld naar de bovenwereld kunnen doorsluizen;
  • versleutelings technieken (Encryptie) in handen van criminelen het nieuwe inbrekers gereedschap zijn;
  • gebruikers nog steeds email openen van onbekende afzenders waardoor besmettingen met dit soort virussen plaats vinden;
  • IT-managers machteloos zijn als het gaat om beveiliging tegen dit soort aanvallen;
  • we maatschappelijk kwetsbaar zijn omdat IT systemen tegenwoordige het primaire process in bedrijven ondersteunen en als dat weg valt het je faillissement kan opleveren.

Er gaan allerlei geruchten over wie er achter deze aanval zit (meeste aanvallen komen uit de Russen, de NSA was de eerste die deze software vorig jaar gebruikte…), waarschijnlijk zullen we dit nooit weten omdat veel van wat hier gebeurd zich in het verborgene afspeelt. Bedrijven geven niet graag toe dat ze het niet goed voor elkaar hebben en zullen waarschijnlijk betalen om van dit probleem af te zijn, we zullen het nooit weten. Ondertussen is wel aangetoond dat we hier iets tegen moeten doen en de criminelen moeten identificeren die hier achter zitten en aanpakken. Als dit voor criminelen een succesvol business model is brengt dit anderen weer op het idee dit te kopiëren.

Overigens blijkt dat alleen computers vatbaar zijn voor WannaCry die met verouderde software van Microsoft werken waarin een beveiligingslek zit. Microsoft heeft dit probleem wel opgelost voor haar meest recente software maar niet in de oude versies van hun software waardoor je je gebruikers dwingt steeds de laatste versie van hun software te gebruiken. Hiermee dwingen ze hun klanten steeds te investeren in hardware en software omdat die nieuwe software op oude PC’s niet goed performed en software niet afkomstig van Microsoft zelf aangepast moet worden aan de nieuwe features van Microsoft, zo blijft de winstmachine natuurlijk lekker draaien.

Als ik IT manager was van een bedrijf of instelling die met Microsoft werkt zou ik direct op de fiets springen, mijn medewerkers optrommelen en een plan maken voordat maandag iedereen weer het bedrijfsnetwerk opgaat, je weet maar nooit…

Update zaterdag 13 mei 10:00.

Het blijkt dat er een switch in de ransomware software zit waardoor die uitgeschakeld kan worden, alleen al geïnfecteerde netwerken hebben dus nog een probleem. Ben nu benieuwd wat de koers van de bitcoin gaat doen..

Update zaterdag 13 mei 18:30.

Volgens EenVandaag valt de opbrengst voor de criminelen aan bitcoins behoorlijk mee, namelijk zo’n 20.000 euro tot nu toe. Wel weinig opbrengst voor zo’n grote gecoördineerde actie waar meerdere mensen aan meegewerkt moeten hebben, dit lijkt me geen eenmansklus en je moet de buit natuurlijk ook nog verdelen. Even schoot het door me heen dat wellicht niet de klant maar Microsoft de target zou kunnen zijn van deze Ransomware software en dat daar ook een claim is gelegd, dat zou ook de switch kunnen verklaren die in een keer de ransomware uitschakelt en vreemd dat Microsoft die zelf niet gevonden heeft (de check op toegang tot een externe site). Als je gepakt wordt staat je waarschijnlijk een behoorlijk sanctie te wachten en als daar zo weinig opbrengst tegenover staat waarom doe je het dan? Ondertussen is het duidelijk dat er behoorlijk veel schade is aangericht: ziekenhuizen in de UK, scholen en universiteiten in Azië die plat liggen en bedrijven als Telefonica, Renault, Deutsche Bahn en Qpark die vanwege uitvallende IT niet operationeel kunnen zijn etc., Schattingen daarover heb ik nog niet gehoord. Zoals zo vaak bij criminaliteit wordt bij een inbraak meestal meer schade aangericht dan de buit opbrengt voor de criminelen…

Update Zondag 14 mei 17:00

De aanval blijkt nog niet over te zijn, WannaCry heeft opnieuw toegeslagen maar dan zonder de eerder vermelde switch om de software uit te zetten. In totaal blijkt het nu om 200.000 computers te gaan in 150 landen. Europol waarschuwt voor een grote nieuwe aanval morgen wanneer de bedrijven en instellingen die in het weekend dicht waren weer opstarten en eerder geïnfecteerde computers WannaCry weer gaan verspreiden.

Op de site van Microsoft wordt een bericht van 

As cybercriminals become more sophisticated, there is simply no way for customers to protect themselves against threats unless they update their systems. Otherwise they’re literally fighting the problems of the present with tools from the past. This attack is a powerful reminder that information technology basics like keeping computers current and patched are a high responsibility for everyone, and it’s something every top executive should support.

Update Maandag 15 mei 13:00

Microsoft is kwaad omdat de Amerikaanse overheid (de NSA) al langer van het lek in haar eigen software wist, dat niet met hen gedeeld heeft en zelfs gebruik heeft gemaakt van het lek om verdachten te spioneren. Ze zouden zich ook kunnen afvragen waarom ze zelf destijds dit lek niet hebben gevinden bij het testen van hun eigen software en dit weekend een 22 jarige wel in staat was de switch in de ransomsoftware te vinden en niet al die programmeurs die voor de Microsoft organisatie werken. Enige zelfreflectie is hier denk ik wel op zijn plaats lijkt me.

Meer info over de Bitcoin kan je vinden op mijn blog hierover: http://www.gerardgeerlings.nl/blockchain/

Overigens heeft Microsoft ondertussen ook patches gemaakt voor de oudere versies van het Windows besturingsysteem. Allemaal installeren dus!

Update Woensdag 28 juni 2017 13:00

We zijn toch echt ruim 6 weken verder sinds de vorige WannaCry Ransomware Microsoft aanval en vandaag is er een nieuwe variant ransomware genaamd Petya en worden er grote problemen gemeld bij APM, TNT en Maersk. Eveneens ligt onze nationale politie plat (ze kunnen zelfs niet mailen) hoewel daar ontkend wordt dat het om Ransomware gaat. Blijkbaar heeft de eerste golf  van WannaCry en de – niet structurele – oplossing van een paar weken geleden niet tot gevolg gehad dat iedereen als een haas naar de laatste versie van het Microsoft operating systeem is overgestapt, Petya maakt gebruik van hetzelfde lek als Wannacry destijds. Lag echter de badruk bij Wannacry op het binnenhalen van een buit, deze keer lijkt Petya meer gericht op het zo snel mogelijk verspreiden en het veroorzaken van maximale schade. Je zou je toch moeten schamen als je als IT’er verantwoordelijk bent voor de beveiliging en je hebt je nu nog niet tegen dit soort Ransomware ingedekt…