Category Archives: Philosophy

Niks helpt

Gisteren voor het eerst een Filosofisch Café bijgewoond georganiseerd door de ISVW in Leusden en daar een interview van Marthe Kerkwijk met Denker des Vaderlands René ten Bos bijgewoond. Een belezen man, die René ten Bos, tijdens het interview strooide hij met citaten van filosofen en verwees hij naar tal van boeken die mij als beginnend filosoof een leeslijst van jaren zouden opleveren, geen beginnen aan!

Tijdens het interview stonden zijn gedachten over het ‘Antropoceen’ tijdperk centraal, de periode waarin we nu leven en die, volgens René ten Bos, wordt gekenmerkt door het feit dat de mens steeds meer in staat is zijn natuurlijke leefomgeving naar eigen goeddunken in te richten terwijl dit op termijn ongewenste gevolgen heeft voor ons klimaat.Dit leidt tot een fundamentele desoriëntatie: sinds een tijdje weten we heel goed wat er aan de hand is met onze aarde en wat op termijn de effecten maar zijn we niet in staat vanuit een gemeenschappelijk gedeeld algemeen belang dit om te zetten in concrete acties. In plaats daarvan stellen we normen vast voor de lange termijn (klimaatakkoord Parijs) en gaan we gewoon door onze leefomgeving vanuit het oogpunt van korte termijn behoeftebevrediging te vervuilen: ‘we dwalen zonder te weten wat we met de aarde aan het doen zijn’.

Dit probleem kan je volgens hem niet oplossen door het wijzigen van individueel gedrag. Als je voor jezelf beslist voortaan vegetarisch te gaan eten, niet meer te gaan vliegen en je dak vol te gooien met zonnepanelen draagt dat niets bij aan de oplossing. Individueel handelen heeft totaal geen impact op ons ecologisch systeem en de klimaatontwikkeling, niets helpt dus. Dat kan alleen maar als we fundamenteel anders gaan denken over de relatie tussen natuur en cultuur: deze staan niet los staan van elkaar, zoals veel filosofen denken, maar beïnvloeden elkaar wederzijds.

Ter illustratie kwam hij met de vraag wat je moet doen wanneer je in de natuur verdwaald bent, daar heeft hij uitgebreid onderzoek naar gedaan. De algemene opvatting daarover is dat je dan het beste in één rechte lijn kan blijven doorlopen, uit onderzoek blijkt echter dat dat niet de meest effectieve strategie is. Beter is het eerst onder een boom te gaan zitten en goed te observeren wat je ziet: waar staat de zon, uit welke hoek komt de wind, hoe gedragen vogels zich, zijn er aanwijzingen te vinden, wat een goede route zou kunnen zijn etc.… Culturen zoals bijvoorbeeld de Masai in Afrika staan veel dichter bij de natuur en kunnen zonder kompas of GPS systeem de weg feilloos vinden. Door alle technische hulpmiddelen die we tegenwoordig hebben zijn wij steeds verder van de natuur af gaan staan en zijn we hopeloos verloren als onze mobiele telefoon het plots niet meer doet. En deze fundamentele kloof tussen natuur en cultuur wordt steeds groter zodat het steeds moeilijker wordt dit probleem op te lossen.

Twee jaar geleden heb ik in Tanzania vanaf de veranda van mijn lodge een dag met een verrekijker (sic!) zitten kijken wat er zo allemaal voor mijn ogen gebeurde. Je kon van onze veranda heel ver kijken tot aan Lake Manyara op zo’n 1,5 uur lopen afstand. En er was veel te zien: vogels, luchten, bootjes, dieren, kudden, honden, motoren, geuren en niet te vergeten het licht dat elk moment van de dag weer anders was. Naast de lodge woonden een aantal Masai. Je kon ze ‘s morgens in kleine groepjes samen met hun honden naar het meer zien lopen waar hun kudden vroeg in de ochtend en zonder begeleiding naar toe waren gelopen om water te gaan drinken.

Aan het eind van de ochtend gingen de Masai op pad om ze op te halen, een dagelijks terugkerend patroon. Met mijn verrekijker kon ik ze goed volgen en elke keer als ik ze opzocht waren ze weer een stuk verder. Het grappige was dat ‘lopen’ bij de Masai niet echt lopen is zoals wij dat doen: in één rechte lijn van a naar b lopen. Soms liepen ze een stuk hard, dan stopten ze even, gingen ze zitten of uit elkaar, en daarna weer stoeiend en speels verder.

Aangekomen bij de kudde duurde het wel drie uur voor ze de kudde bij elkaar hadden gedreven en even lang om die kudde weer naast onze lodge te krijgen. Een ritueel dat zich al eeuwenlang dagelijks herhaalt en waar geen technische hulpmiddelen aan te pas komen en waar ik geboeid naar zat te kijken.  Tot ik op de veranda naast ons in ene een grote groene boomslang zag liggen en snel de bewakers via de mobilofoon, die we van hen hadden gekregen, oppiepte om de slang weg te jagen. Het bleek een behoorlijk gevaarlijke exemplaar te zijn.

Mooi dat er nog culturen als de Masai die zo dicht bij de natuur staan, dacht ik toen. Totdat ik vanmorgen in een column van Sheila Sitalsing in de Volkskrant las dat de Masai wel degelijk van deze tijd zijn. In de Financial Times heeft afgelopen weekend een artikel gestaan dat de Masai vijf jaar geleden een organisatie hebben opgericht, de ‘Masai Intelectual Property Initiative Trust’, om hun cultureel erfgoed te beschermen en hun recht te halen bij de commerciële exploitatie daarvan. Volgens het artikel zouden de Masai honderden miljoenen aan royalties kunnen opeisen van bedrijven als Louis Vuitton die al jaren roodgeruite Masai sjaals en dekens in hun collectie hebben (op bovenstaande foto, genomen bij Lake Manyara, ben ik overigens de tweede van links, het was erg gezellig daar!). Niets is dus wat het lijkt.

Wellicht een beetje pessimistisch verhaal van René ten Bos maar ik ben het met hem eens dat je beter een pessimist kan zijn die af en toe verbaasd constateert dat iets werkt dan een optimist die steeds opnieuw constateert dat de dingen niet blijken te werken zoals verwacht …

Digitale levenskunst

Twee van de begrippen die tijdens mijn studie ‘Praktische filosofie‘ centraal staan zijn de begrippen ‘praktische wijsheid’ en ‘levenskunst’.

De Grieken maakten een onderscheid tussen ‘phronèsis‘, praktische wijsheid of verstandigheid, en ‘epistèmè’, kennis. Praktische wijsheid heeft betrekking op concrete situaties en hoe een verstandig iemand het best kan handelen in een concrete situatie, wat kan je dan het beste doen? Om goed te kunnen inschatten wat je het best kunt doen in een gegeven situatie heb je twee dingen nodig: onderscheidingsvermogen en zelfkennis. Onderscheidingvermogen is het vermogen goed te kunnen waarnemen en zelfkennis het vermogen om goed te kunnen inschatten wat het best bij jou past wanneer je iets moet doen. Anders dan algemene kennis is praktische wijsheid direct toepasbaar voor ons en geeft aan hoe we alledaagse situaties  kunnen inschatten en hoe we concreet in zo’n situatie kunnen handelen.

Bij ‘levenskunst’, het woord zegt het al, staat de vraag centraal hoe te leven, hoe kijken we tegen het leven aan en hoe zetten we dat om in praktisch handelen, voor veel filosofen in de oudheid het hoofdthema. Een goed voorbeeld hiervan zijn de overpeinzingen (ook wel meditaties genoemd) van Marcus Aurelius, de laatste verlichte keizer in Rome, die regeerde van 161 tot 180 AC. Hij schreef deze overpeinzingen In het Grieks onder de titel ‘Ta eis heauton’, wat ‘Aan mijzelf’ betekent. Het opschrijven van deze overpeinzingen was voor hem een manier om tot zelfkennis te komen en een middel tot zelfverbetering. Zijn werk is nog steeds goed leesbaar en wordt veel geciteerd en is voor velen een gids geweest met voorschriften voor hun praktisch handelen.

De praktische filosofie heeft dus als doel dat de filosofie niet alleen een louter theoretische exercitie is, maar tot praktische richtlijnen leidt om een gewenste levenshouding te bereiken. Als je weet hoe te handelen in een bepaalde situatie brengt dit minder ‘gedoe’ met zich meebrengt zoals de filosoof René Gude vlak voor zijn overlijden stelde. Volgens mij zijn veel mensen daar wel weer aan toe: praktische leefregels die werken en die het leven zelf aangenamer maken en goed zijn voor je gemoedsrust…

Om dit te onderzoeken heb ik, gedachtig de overpeinzing van Marcus Aurelius hierboven, de afgelopen weken bij mijzelf een test gedaan, het is immers de bedoeling dat zo’n cursus ‘Praktische filosofie‘ bij de ISVW ook nog wat oplevert! Hierbij de resultaten van mijn bevindingen ten aanzien van een onderwerp waar ik al eerder op deze blog geschreven heb zonder met een oplossing te komen: ons excessieve gebruik van het internet en de negatieve gevolgen daarvan.

Concrete situatie:

We zitten allemaal te veel achter onze laptops en mobieltjes. Zo langzamerhand is iedereen er wel van overtuigd dat dat naast positieve ook veel negatieve gevolgen heeft en dat we daar als samenleving niet beter van worden. Zo leidt excessief internet gebruik tot verslaving, concentratieproblemen, slaapgebrek, eenzaamheid etc..

Onderscheidingsvermogen:

Zelfs Apple ziet dit nu als een probleem en zoekt de oplossing in nieuwe apps die de toegankelijkheid van het Internet qua inhoud en duur beperken. Dit gaat volgens mij echter niet werken omdat het gebruik van het internet met gedrag te maken heeft en het wijzigen van ingesleten gedrag is niet zo eenvoudig. Daarbij zou het kunnen helpen om een aantal simpele richtlijnen op te stellen om het online gedrag verbeteren en die als leidraad te nemen bij het Internet gebruik.

Zelfkennis:

  • Ook ik spendeer teveel tijd online met zaken die eigenlijk onzin zijn;
  • Daardoor blijft er minder tijd over voor zaken die meer relevant zijn;
  • Tevens erger me vaak als ik online ben aan de grote aandacht die politici en opiniemakers krijgen die er ongenuanceerde meningen op na houden;
  • Ook stoor me aan het gebrek aan wetenschappelijke en journalistieke kwaliteit van wat er allemaal op het internet gepubliceerd en gepost.

Praktisch handelen:

  • Ik heb alle meldingen op mijn mobiele telefoon uitgezet zodat er niet steeds iets knippert of bromt en mijn aandacht wordt afgeleid van wat ik op dat moment aan het doen ben;
  • Ik heb een flink aantal apps op mijn mobiele telefoon verwijderd die ik ook op mijn laptop staan (LinkedIn, Facebook, Twitter, Instagram), die bekijk ik daar wel als het mij uitkomt;
  • Ik gebruik mijn smart phone alleen nog maar voor telefoon, sms en WhatsApp;
  • Ik heb iedereen waar ik me aan erger wegens ongenuanceerde meningen uit mijn social media verwijderd;
  • Ik neem mijn smart phone niet altijd overal meer mee naar toe.

Gemoedsrust:

Ik kom weer toe aan de (papieren) krant en dat is eigenlijk toch wel met stip mijn meest betrouwbare nieuwsbron. Vaak kwam ik er de laatste tijd niet aan toe die echt goed te lezen en met een dagelijkse frequency van het nieuws heb je eigenlijk wel genoeg informatie om op de hoogte te blijven van wat er allemaal gebeurd. Sterker nog: daardoor krijg je meer achtergrond informatie en een betere filtering van het nieuws dan via social media en online nieuwsmedia. Met medelijden kijk ik nu naar al die mensen die de hele tijd naar hun mobieltje staren en geen aandacht hebben voor wat er om zich heen gebeurd en ik erger me veel minder dan vroeger aan ongenuanceerde meningen. Als bijproduct van het verminderen van mijn internetgebruik zijn de meeste talkshows op de televisie in ene minder interessant geworden omdat die vaak een verlengstuk zijn geworden van social media en vaak onderwerpen behandelen die op het internet hypen. Tevens levert de opschoning op mijn mobiele telefoon een langere gebruiksduur op omdat het verwijderen van apps en uitzetten van meldingen de performance sterk doet verbeteren.

De praktische filosofie kan dus helpen door nieuwe inzichten te geven die leiden tot praktische richtlijnen die het leven zelf aangenamer maken en goed zijn voor je welzijn en gemoedsrust.

Naast bovenstaande case zijn er natuurlijk veel meer van dit soort cases te bedenken die kunnen leiden tot praktische richtlijnen voor de moderne mens die in een snel veranderende wereld naar houvast zoekt. Bij deze een eerste opzetje, een start is gemaakt!

Aanvulling 11 januari 2018.

Kreeg de vraag binnen van Els Beijderwellen wat de vertaling is van de quote van Marcus Aurelius hierboven, leuke uitdaging! Eerst maar even door Google translate gehaald:

‘Laat het je constante methode zijn om te kijken naar het ontwerp van de acties van mensen en te zien waar ze zouden zijn, zo vaak als het praktisch uitvoerbaar is; en om deze gewoonte des te belangrijker te maken, oefen het eerst op jezelf.’

Beetje onduidelijk vertaling, die vertaalprogramma’s hebben zo hun beperkingen, dan maar zelf een poging waarbij ik de vrijheid heb genomen mijn eigen interpretatie erin te verwerken:

‘Onderzoek steeds opnieuw wat iemand zegt van plan te zijn te gaan doen en wat hij/zij feitelijk doet en doe dit zo vaak mogelijk; nog beter, onderzoek dit eerst bij jezelf.’

Socrates zei het al: probeer jezelf zo kort en bondig mogelijk uit te drukken! Als iemand een betere vertaling heeft hoor ik het graag…

Stoïcijns Coachen.

Gisteren waren er drie ondernemers aan het woord bij Pauw  die vertelden over de periode dat het slecht ging met hun bedrijf. Alle drie deze ondernemers, top kok Ron Blauw, ‘Miljonair Fair’ Yves Gijrath en Marlies Dekkers van de lingerielijn, zijn tijdens economische crisis van 2008 met hun bedrijf failliet gegaan. Wat ze gemeen hebben is dat hun ondernemingen zich richten op het luxere segment waardoor ze meer last hebben van de conjunctuur dan bedrijven die zich richten op meer primaire levensbehoeften. Op het moment dat het slecht ging hadden ze dus kunnen weten dat hun markt zou gaan veranderen en dat doorgaan op de huidige wijze geen optie was.

Ondernemers praten niet graag over hun mislukkingen maar praten liever over hun successen, dat ligt nu eenmaal in de aard van het beestje. Praten over je zakelijke tegenslagen is daarom taboe als het ondernemersbloed in je DNA zit: als ondernemer moet je in je bedrijf geloven en daarom moet in je eigen talent geloven en vooral veel zelfvertrouwen uitstralen.

En als dan plots de markt verandert, je omzet terugloopt en alles wat je ook probeert om je business weer een impuls te geven niet helpt, dan is dat niet goed voor je zelfvertrouwen en ga je twijfelen aan jezelf. Ron Blauw, met twee Michelin sterren een gevierd culinair ondernemer, vertelde in Pauw dat hij zich naar zijn personeel toe schaamde voor zijn bedrijf en zich een ‘looser’ voelde. Hij ging twijfelen aan zijn eigen talent en ging, wanneer zijn restaurant maar voor een kwart gevuld was, op zijn scooter bij andere restaurants naar de bezetting kijken om maar vooral het gevoel te hebben dat het niet aan hem lag maar dat de hele horeca last had van de crisis, dat geeft dan troost.

Marlies Dekker heeft dit ook meegemaakt. Haar talent ligt met name in het ontwerpen en opbouwen van haar lingerielijn en toen haar business niet meer goed ging hielp volges haar niets meer om het tij te keren. Dat geeft een gevoel van angst en verlamming, vertelde ze. Was ze tijdens de opbouwfase van haar bedrijf altijd ‘in control’, toen het tijd werd voor crisismanagement bleek dat ze de ondernemingskwaliteiten voor deze fase niet bezat.

Alle drie de ondernemers adviseren bedrijven die iets soortgelijk meemaken een goede adviseur in te huren die verstand heeft van de materie om je door deze moeilijke fase heen helpen. Als het slecht gaat met je bedrijf kom je als ondernemer in een andere wereld terecht. De bank, die altijd zo meewerkte, is in ene niet meer zo hulpvaardig en trekt zijn krediet in, voorheen trouwe medewerkers verlaten het zinkend schip, zakelijke vrienden blijken niet echt vrienden te zijn en voor je het weet zit je je verdiepen in de kleine lettertjes van contracten en krijg je te maken met schuldeisers en de fiscus.

In Pauw werd aandacht besteed aan de Come-Back lijn van de Kamer van Koophandel speciaal voor ondernemers in de problemen (0800-1014), volgens de KvK hebben momenteel een op de tien ondernemers last van zware economische tegenslag. Er zijn meer initiatieven op dit vlak zoals bijvoorbeeld de Stichting Over Rood waar ik zelf als ondernemingscoach bij aangesloten ben. Deze stichting ondersteund ondernemers die in de problemen komen door ze te helpen wegwijs te worden in de wereld waarin je terecht komt als het slecht gaat met je bedrijf. Over Rood begeleidt ondernemers bij een onvermijdelijke bedrijfsbeëindiging of potentiele doorstart. Overigens gaat het bij Over Rood vaak om ZZP’ers die er over het algemeen slechter af toe zijn als ondernemers met een BV vanwege de persoonlijke aansprakelijkheid. In veel gezinnen spelen zich wat dit  betreft veel persoonlijke drama’s af van ZZP’ers die geen recht hebben op een uitkering en de touwtjes aan elkaar moeten knopen.

Als ondernemingscoach die zich richt op bedrijven of ZZP’ers krijg je dus te maken met ondernemers die een deuk in hun zelfvertrouwen hebben gekregen en hulp zoeken. Hen begeleiden vraagt een ander coaching concept dan het traditionele dat zich richt op de persoonlijke ontwikkeling van de gecoachte zodat die weer optimaal kan functioneren in een organisatie. Bij dit coaching concept draait het om de drie P’s: potentie, passie en presteren centraal staan.

Het coachen van ondernemers die net de tragiek van het mislukken van hun business hebben ervaren vraagt om een heel andere benadering. Hier moet worden gewerkt aan herstel van zelfvertrouwen, het wegnemen van het gevoel van angst en verlamming, het realiseren van een nieuwe gevoelsbasis om weer te gaan presteren en het opnieuw ontwikkelen van daadkracht en het weer onafhankelijk kunnen functioneren.

Ik heb deze maand bij de ISVW college gehad van Ronald Wolbrink over ‘Stoicijns coachen’ en hij stelt dat volgens de stoïcijnse filosofie omgaan met tegenspoed alleen kan als de andere kant van de medaille, de vanzelfsprekendheid van succes door te presteren, fundamenteel ter discussie wordt gesteld. Ronald Wolbrink benoemt een artikel over ‘Stoicijns coachen’ noemt Ronald een aantal werkprincipes voor deze vorm van coachen die afwijken van de traditionele vorm van coachen.

Hieronder een vertaling van zijn werkprincipes naar het coachen van ondernemers die weer willen opkrabbelen na een een potentieel failissement op basis van mijn ervaringen als ondernemingscoach:

  1. Een vrije ruimte creëren.

Voordat de coaching start is het van belang een vertrouwde veilige ruimte te creëren voor de gecoachte ondernemer waarin hij zich vrij voelt samen met zijn coach een nieuwe basis te leggen voor een doorstart van zijn onderneming vrij van belemmeringen. Daarbij is het van belang dat de gecoachte ondernemer inzicht krijgt in de coaching methodiek en de stappen van het begeleidingsproces dat hem te wachten staat vastgelegd in een coaching protocol.

  1. Bewustzijn van de eigen invloedsfeer.

Wat bevindt zich wel en wat niet binnen je invloedssfeer? Als de zaken goed gaan werkt alles mee en wanneer de omstandigheden veranderen dringt zich een nieuwe werkelijkheid op waarbinnen je opnieuw moet gaan presteren. Waar kan je invloed op uit oefenen en waarop niet? Als je je bewust bent van je eigen invloedssfeer ben je beter in staat onderscheid te maken tussen zaken die je kan beïnvloeden en zaken die nu eenmaal zo zijn en niet kunt veranderen.

  1. Onafhankelijkheid stimuleren.

Als je succes afhankelijk is van zaken die je niet kan veranderen dan liggen stress en angst op de loer. Focus op wat binnen je invloedsfeer ligt en weer verantwoordelijkheid nemen voor je eigen presteren geeft je een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid waardoor belemmeringen wegvallen. Overigens kan het ook een gevoel van onafhankelijkheid geven als je in deze fase de conclusie trekt dat doorgaan met je business geen zin heeft maar dat is dan niet gebaseerd op je emoties maar een zakelijke afweging dat je geen vrijheid hebt binnen deze context succesvol te presteren.

  1. Beheerst omgaan met emoties.

Wanneer je weet wat je kan bereiken binnen je eigen invloedsfeer kan je weer grip krijgen op je onderneming. Daar waar eerst de nadruk lag op het kunnen omgaan met tegenspoed is het nu zaak weer in controle te zijn en beheerst om te gaan met je emoties. Het maken van een plan kan daarbij helpen en weer richting geven aan je activiteiten. Het is van belang dat je weer leert op een beheerste manier met emoties om te gaan.

  1. Een innerlijk kompas ontwikkelen.

Toen de zaken niet goed gingen liepen de emoties waarschijnlijk hoog op, nam je zelfvertrouwen af en ging je twijfelen aan je talent. Die bagage neem je natuurlijk mee naar een doorstart of de opbouwfase van een nieuw bedrijf waarbij je ervoor moet zorgen dat je een nieuw innerlijk kompas ontwikkeld op basis waarvan je weer verder kunt. Wat zijn de nieuwe leefregels die je wilt toepassen in je ondernemingspraktijk? Wat zijn de nieuwe uitgangspunten op basis waarvan je je bedrijf wilt managen?

  1. Zelfonderzoek stimuleren.

Neem af en toe de tijd voor reflectie en zelfonderzoek of je feitelijke handelen in overeenstemming is met de leefregels van je innerlijke kompas. Dit zal je sterker maken als ondernemer en beter in staat nieuwe uitdagingen aan te gaan.

  1. (Moreel) argumenteren en correct redeneren stimuleren.

Correct argumenteren en redeneren is niet makkelijk. Soms gaan we er te makkelijk vanuit dat een bepaalde bewering klopt terwijl achteraf blijkt dat de zaken toch anders lagen. Aan de coach dan ook de taak tijdens het coachen de gecoachte te wijzen op slordig denken, drogredenen en onlogische redeneringen. Om die reden is het sowieso nuttig als een ondernemer kritische mensen om zich heen verzamelt die hem scherp houden.

  1. Gemoedsrust vasthouden.

Bij Pauw gaf Marlies Dekkers aan ondernemers in de problemen het advies vooral ook goed voor je zelf te zorgen, eet goed, sport en relax, kortom: ‘Wees goed voor jezelf’. Tevens is het belangrijk je goed voor te bereiden op eventuele nieuwe tegenslag, je hebt dit immers al een keer meegemaakt dus probeer ook na te denken wat je zou doen als het tegenzit en bega niet de vergissing steeds van het meest positieve scenario uit te gaan.

  1. Eigenaarschap hernemen.

Het uiteindelijke doel van dit coaching proces is dat de ondernemer het eigenaarschap van zijn onderneming herneemt en geen coach meer nodig heeft en vol zelfvertrouwen verder gaat. De rol van de coach is uitgespeeld en indien verdere betrokkenheid nodig is kan dat alleen vanuit een nieuwe rol.

Het gaat bij ondernemingscoaching dus niet alleen over een financieel advies of het maken van een business case maar ook om het herstellen het van vertrouwen en geloof in het eigen talent.

Wil je daar meer over wilt weten neem dan contact met mij op =>

Het socratisch gesprek

9 september 2017

Zaterdag 9 september nam ik, in het kader van de basisopleiding Filosofie in de praktijk bij de ISVW, voor het eerste deel aan een socratisch gesprek en kreeg ik de mogelijkheid een stelling waarmee ik al wat langer rondloop door middel van een filosofische methode aan een kritische groep mensen voor te leggen. Na wat brainstormen door de groep besloten we mijn vraag ‘Maken social media mensen socialer?’ als uitgangspunt te nemen.

Bij een socratische gesprek gaat het er om dat een groep mensen met elkaar een filosofische vraag bedenkt, door middel van een concreet voorbeeld van een van de deelnemers toets en terugbrengt tot een of meerdere kernbeweringen en daarna probeert via het stellen van vragen de achterliggende meer algemene regels te achterhalen om uiteindelijk een aantal fundamentele principes vast te stellen.

  1. Het formuleren van een filosofische vraag;
  2. Het selecteren en uitwerken van een voorbeeldervaring;
  3. Het verwoorden van een relatie tussen vraag en voorbeeld;
  4. Het onderzoeken van argumenten;
  5. Het vinden van een antwoord of een inzicht.

Het geheel wordt gefaciliteerd door een moderator die zich niet inhoudelijk met het gesprek mag bemoeien en die in de gaten moet houden dat iedereen zich aan de uitgangspunten houdt die gelden voor een socratisch gesprek. Best lastig dit de eerste keer te doen maar we hadden gelukkig een goede door de wol geverfde moderator die ons door dit proces kon leiden, alleen al de vraag of de vraag wel een filosofische vraag is was al door de groep niet makkelijk te beantwoorden…

 

Het praktijkvoorbeeld dat we gingen toetsen was de recente ervaring van een van de deelnemers dat ze met een groep vriendinnen uit eten was geweest en dat de helft van de aanwezigen regelmatig haar smartphone had gepakt wat ze als zeer onaangenaam had ervaren. Hierdoor kreeg ze het gevoel dat ze geen ‘echt’ contact had met deze vriendinnen, ze dit als storend had ervaren maar het ook niet aandurfde dit ter discussie te stellen in de groep. De mobieljes kregen daarbij de schuld.

Zonder verder inhoudelijk op deze case in te gaan viel het me op dat we tijdens de sessie de scope langzaam verschoof van de invloed van social media naar het onvermogen van mensen met elkaar echt contact te hebben, de toename van mensen die zich eenzaam en ongelukkig te voelen en afname van de sociale cohesie in de samenleving.

Wat betreft de vraag bleek het begrip sociaal media niet zo moeilijk te definiëren terwijl de vraag ‘wat is sociaal’ niet makkelijk te beantwoorden is, iedereen kan daar iets verschillends onder verstaan, wat de een sociaal gedrag vindt kan door een ander juist als asociaal worden ervaren. De vraag zou dus eigenlijk moeten zijn: ‘Maken social media mensen eenzaam en ongelukkig”. Met deze begrippen kan de filosofie ook wat meer dan het begrip sociaal dat meer tot het domein van de Sociologie behoort. Overigens voelt niet iedereen die eenzaam is zich ook ongelukkig dus de ene vraag roept de andere weer op, pffff, het is me wat die filosofie.

Daarbij is het wat betreft de stelling een kip of het ei discussie: zijn het de social media die de oorzaak zijn van deze ontwikkelingen of is eenzaamheid en het zich ongelukkig voelen een autonome maatschappelijk ontwikkelingen die niets met technologie te maken hebben? Toen de telefoon werd geintroduceerd werd dezelfde discussie gevoerd als nu maar iedereen is het er nu toch wel over eens dat dat ons veel voordelen heeft gebracht.

Na afloop van het socratisch gesprek hadden we nog een vrije ongestructureerde discussie waarbij iedereen weer een eigen mening mocht hebben over dit onderwerp en niet iedereen was het met de stelling eens. Een aantal zagen social media juist als een aanwinst en vonden het juist een verrijking dat je altijd met iedereen online kon zijn en zelfs als je elkaar tegen kwam informatie kon delen (vooral de mannen overigens, ook een puntje om nog eens uit te zoeken..).

The Online Communication Cycle

Zelf denk ik dat we momenteel en eigenlijk pas heel recent allerlei nieuwe manieren van communicatie bij zijn gekomen en dat we nog niet goed weten hoe we daar mee om moeten gaan: toen de televisie werd geïntroduceerd zat iedereen van vroeg tot laat TV te kijken en na een aantal jaren ging iedereen meer selectief kijken, zo zal dat met al die nieuwe apparaten ook wel gaan. Hierboven een plaatje wat ik een tijd geleden heb gemaakt om het rechtstreeks communiceren te vergelijken met online communicatie waarbij overigens ook het een en ander goed mis kan gaan…

Iemand kan online een geweldig profiel hebben waarbij je het gevoel hebt dat iemand het goed voor elkaar heeft terwijl later, als je iemand in het echt ontmoet, je dit beeld flink moet bijstellen. Tevens is er nog een nieuwe trend die het online communiceren diffuser maakt en dat is dat er tegenwoordig door bedrijven vaak bots gebruikt worden waardoor je  denkt online met een persoon te communiceren terwijl je eigenlijk met een script en algoritmes op een computer te maken hebt. Soms is dat handig maar het leidt tot vervreemding als degene waarmee je een dialoog aangaat niet echt blijkt te bestaat en je dat van te voren niet verteld is.

Een interessante exercitie zo’n socratisch gesprek, het heeft mij in ieder geval nieuwe inzichten gegeven hoewel het voor mij als socioloog niet makkelijk is de vraagstelling filosofisch te houden. Afijn, dit was pas de eerste sessie van mijn opleiding dus wellicht gaat mijn perspectief het komend jaar nog veranderen.

Zondag 14 januari 2018.

Mijn tweede socratisch gesprek, deze keer in Utrecht bij een van de  cursisten Praktische filosofie bij de ISVW. Ter voorbereiding heb ik het boek ‘Het socratisch gesprek’ gelezen onder redactie van Jos Delnoij en Wiger van Dalen waarin 13 artikelen over dit onderwerp zijn opgenomen.

In tegenstelling tot het eerste gesprek kunnen we nu niet gebruik maken van een professionele moderator en moeten we het allemaal zelf doen. We zijn deze keer met zeven personen en het enige dat we van te voren hebben afgesproken is dat één van ons de rol van moderator heeft en dat ook zal voorbereiden en dat het gesprek 3 uur zal duren.

We beginnen met een kennismakingsrondje waarbij iedereen uitlegt wat zijn verwachtingen zijn t.a.v. het socratisch gesprek en wat onze ervaringen met het socratisch gesprek zijn (20 minuten). Daarna legt de moderator kort en bondig (in 7minuten uit) hoe zij het gesprek wil voeren en wat zij van ons verwacht, we gaan daar allemaal mee akkoord. Het is de eerste keer dat zij dit doet en dat gaat haar goed af vinden we allemaal.

De volgende fase is het formuleren van een filosofische vraag, de deelnemers leggen er 6 voor en al snel beperken we die tot drie clusters (rond vluchtelingen, het levenseinde en #MeToo) en kiezen we na enige reflectie unaniem voor de vluchtelingen en de vraag: ‘In hoeverre mag je verwachten dat iemand zich aanpast aan een dominante cultuur’. Over deze fase doen we 30 minuten. Daarna bespreken we twee voorbeeldcases en besluiten er met één daarvan aan de slag te gaan: de situatie dat één van ons vrijwilliger is bij Vluchtelingenwerk en vanuit die rol tijdens een bijeenkomst een situatie had dat een vrouwelijke vluchteling een Nederlands man vanwege religieuze redenen geen hand wilde geven waarop die man flink kwaad werd. Hier deden we 15 minuten over.

Related image

Daarna hebben we één uur lang vragen gesteld over de case om te achterhalen wat er allemaal nog meer speelde rond deze case, wat de achterliggende gedachten waren van de betrokkenen bij de case, wat de grenzen zijn van je aanpassen, wat een dominante cultuur is, of een dominante cultuur ook verandert zonder nieuwe toetreders, wat de invloed van nieuwe deelnemers op een cultuur is, of je aanpassen aan een nieuwe cultuur een geleidelijk proces is of dat je mag verwachten dat dat direct gebeurd, of normen en waarden over gedrag vanzelf verschuiven als je langer in een nieuw land bent, wat de beste strategie is voor begeleiders van vluchtelingen om veranderingen teweeg te brengen bij nieuwe toetreders, wat de rol van Vluchtelingenwerk daarbij is etc…

Ondertussen hield de moderator zich afzijdig van de inhoud van het gesprek en probeerde zij ons op het rechte pad te houden en greep in als iemand bijvoorbeeld te veel psychologiseerde of we met elkaar in discussie gingen. We besloten te stoppen met het gesprek toen we er achter kwamen niet meer met onze filosofische vraag bezig te zijn maar met een nieuwe filosofische vraag. Daarna volgde evaluatie en kon iedereen aangeven wat hij/zij van het Socratisch gesprek vond en of het nog nieuwe inzichten had opgeleverd.

Over twee inzichten waren we het allemaal wel eens: ‘diversiteit is een verrijking voor de samenleving’ en ‘veranderen is lastig voor iedereen en gaat meestal gepaard met conflicten’.  Daar waren wij het met zijn zevenen over eens hoewel we beseften dat anderen buiten onze groep daar waarschijnlijk anders over zullen denken, wat dan weer het nieuwe inzicht opleverde dat ‘mensen die in staat zijn een Socratisch gesprek te voeren denken genuanceerder dan mensen die dat niet kunnen’. Maar dat is dan ook weer een nieuwe vraag…

Zelf vond ik dit een geslaagde sessie, het is een verademing eens een gesprek te voeren zonder dat iedereen continu met elkaar in de clinch ligt en op het scherp van de snede met elkaar discussieert en de deelnemers niet bereid zijn op grond van argumenten of nieuwe inzichten van standpunt te veranderen. We hebben als groep nog twee nieuwe socratische gesprekken gepland, ik hou jullie op de hoogte!

Schoonheid en Troost…

Deze week deelgenomen aan een schrijfweek in Het Beauforthuis in Austerlitz en daar in een groep van 10 mensen in de Boskamer aan een schrijftafel zitten mijmeren en schrijven over Schoonheid en Troost.  Dit leken me interessante begrippen om eens verder ut te diepen in mijn Queeste naar De Waarheid en De Zin van het Bestaan. Uitgangspunt van de cursus was een serie interviews door Wim Kayzer voor de VPRO televisie met schrijvers, wetenschappers, filosofen, beeldend kunstenaars en musici over de kernvraag ‘Wat het bestaan de moeite waard maakt (of niet…)’. Op basis van deze interview is een boek verschenen en de interviews zijn te downloaden op de site van de VPRO.

Schoonheid en Troost zijn mooie begrippen waar veel over te zeggen valt maar zo gauw je het over de onderlinge samenhang hebt kom je volgens mij in de gevarenzone, dat bleek ook tijdens de schrijfsessies deze week. Als je een verschillende lading geeft aan deze begrippen gaat het praten over de onderlinge samenhang snel mis. Dat is dan ook een van de grootste problemen van de Geestwetenschappen: ze bijven vaak steken in de fase van de begripsdefinitie en als je het daar met elkaar niet over eens kunt worden is het verder uitbouwen van een verklaringsmodel heel moeilijk, zo niet onmogelijk. Ik heb zelf Sociologie gestudeerd en weet hoe moeilijk is met het sociologische begrippenapparaat achteraf zaken te verklaren laat staan een blik in de toekomst te werpen en voorspellingen te doen.

Toch hierbij een bescheiden poging van mij kant iets over Schoonheid en Troost te zeggen na daar een paar dagen mee bezig te zijn geweest en ook met anderen daarover gesproken te hebben. Volgens mij zit ‘het gevoel van’ Schoonheid tussen de oren en is het iets subjectiefs en wordt Schoonheid door iedereen anders ervaren. Lees je een tekst dan krijgt iedereen daar zijn eigen associaties bij, hoor je muziek dan raakt de een in vervoering terwijl het de ander juist getroost wordt en een weer iemand anders niet kan wachten tot het afgelopen is, zie je de zon opgaan dan vind jij dat mooi terwijl de ander zit te verlangen naar een stevige regenbui.

Als ik aan schoonheid denk denk ik in eerste instantie aan kunst omdat dat iets is waar ik zelf in geïnteresseerd ben maar dat hoeft niet voor iedereen zo te zijn. Schoonheid kan ook ervaren worden in de natuur of de blik in iemands ogen, dat is individueel bepaald. En Kunst en Schoonheid vallen ook niet altijd samen omdat de kunstenaar los wil komen van wat was en iets nieuws wil creëren, een kunstenaar loopt vaak vooruit en verkent onbekende wegen en probeert dit voor ons vast te leggen en niet altijd met de bedoeling Schoonheid te creëren: kunst kan ook schokkerend zijn, opzettelijk lelijk en bedoeld om heilige huisjes omver te werpen. Van Gogh heeft de aardappeleters echt niet geschilderd omdat hij iets moois wou maken, hij wilde de harde werkelijkheid van arme mensen vastleggen en deed dit met harde lijnen. Zijn doelstelling was volgens mij eerder sociaal dan ingegeven door een verlangen schoonheid te creëren. Toch vinden velen dit nu mooi en ervaren ze de Schoonheid van dit schilderij.

Waar bij mij de Schoonheid in  eerste instantie gekoppeld wordt aan de kunst bleek dat afgelopen week bij veel van mijn medecursisten niet het geval te zijn. Kunst kwam alleen zijdelings aan de orde terwijl de Liefde, de Natuur, Geluk en Troost wel uitgebreid aan de orde kwamen. De vraag welk kunstwerk vind je mooi is dan ook de afgelopen dagen niet aan de orde gekomen terwijl vorig jaar tijdens de schrijfcursus van Wim Brandt die vraag door hem wel gesteld werd, ik heb daar toen onderstaand stukje over geschreven. Ongetwijfeld zal Wim Kaizer daar in de interviews met de kunstenaars wel over gesproken hebben maar de afgelopen dagen kwam dat niet aan de orde, dat zal wel met de potentiële doelgroep van de cursus te maken die in Amsterdam toch iets anders is dan in Zeist.

Er is zeker een relatie tussen schoonheid en troost maar ook dat is niet één op één voor iedereen zo. Ikzelf loop graag door een museum als ik even van de leg ben en meestal kom ik dan geïnspireerd en verfrist weer naar buiten en heb ik er weer zin in. En soms kan een mooi uitzicht of een spelend kind even alles waar je mee bezig bent relativeren en geeft dat je troost. Maar ook hier geldt dat kunst meer is dan dat alleen, het kan ook vervoeren en creatieve krachten bij je oproepen waar je erg blij van wordt.

Kortom: Schoonheid en Troost zijn moeilijk te definiëren begrippen en hebben iets magisch waarbij bewustzijn en onderbewustzijn, ratio en gevoel, reflectie en creatie bij elkaar komen, er in ene gewoon is en ervaren kan worden voor wie er voor open staat…

Hieronder het stukje dat ik vorig jaar schreef tijdens de schrijverscursus van Wim Brands:

De bedreigde zwaan (voorjaar 2016).

Rijksmuseum, “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn, tijdgenoot van Rembrandt, en geschilderd rond 1650.

Ik ben op dit moment het boek “Wat is een kunstenaar?” aan het lezen van Sarah Thornton. Sarah heeft voor haar boek 33 kunstenaars geïnterviewd en gevraagd wat hen tot een kunstenaar maakt. Niet de vraag “Wat maakt jouw werk kunst” staat in het boek centraal maar wat iemand tot kunstenaar maakt waardoor hij in staat is kunst te maken. Overigens heet het oorspronkelijke boek in het Engels “33 Artist in 3 Acts” wat een andere lading aan het boek geeft en meer diversiteit suggereert dan de Nederlandse titiel. Op de vraag “Wat is een kunstenaar” zijn vele antwoorden mogelijk.

Ik was gisteren in een museum en wat mij dan altijd weer opvalt is dat er tegenwoordig bij tentoonstellingen steevast een film over het leven van de kunstenaar wordt vertoond naast de nodige andere audiovisuele media die ons uitleggen wat we eigenlijk zien. Toppunt was twee jaar geleden een museum in Duitsland waar je alleen naar binnen kunt als je mee doet aan zo’n rondleiding met een koptelefoon op. Allemaal achter de juf aan en uitleg krijgen in je eigen taal, solo rondlopen mocht niet. Dat heb ik dus geweigerd, ik kijk en informeer me liever zelf! (1)

Je kan een schilderij ook gewoon mooi vinden en een goed voorbeeld van een mooi schilderij is voor mij “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn in het Rijksmuseum, destijds de eerste aankoop van het Rijks. Wanneer ik de eregalerij oploop trekt dit werk me als een magneet aan. Het schilderij is beeldvullend, levensgroot en levensecht geschilderd. De zwaan komt dapper, krachtig en vol vuur recht op je af, met deze zwaan valt niet te spotten! De symboliek van de zwaan die normaal vreedzaam is en als het nodig is zijn kroost met alle macht beschermd maakt het schilderij ook mooi.

Als je dichterbij komt blijken er twee woorden aan het werk toegevoegd: “Raadspensionaris” en “Holland” volgens kenners verwijzend naar Johan de Witt waardoor het schilderij destijds een politieke lading kreeg. Dit is niet door Jan Asselijn zelf gedaan, hij overleed in 1652 en Johan de Witt werd pas in 1653 “Raadspensionaris”. Het is niet bekend of Jan Asselijn er uitgesproken politieke standpunten op nahield, het blijkt in ieder geval niet uit zijn andere werk. Het kan net zo goed zijn dat hij met dit werk gewoon een bedreigde zwaan wilde uitbeelden. Door deze toevoeging wordt ons dus een bepaalde visie op dit schilderij opgedrongen. Ook toen deed men dus al aan kunstmarketing maar toen ging het nog om het kunst object zelf en niet de kunstenaar.

(1) Inmiddels heb ik in dat zelfde museum wel de rondleiding gevolgd en wel van een alleraardigste dame die ons enorm de ruimte gaf zelf rond te lopen en alleen indien gevraagd een toelichting gaf, top! 

The Doors of Perception & Heaven and Hell

“If I had a world of my own, everything would be nonsense. Nothing would be what it is, because everything would be what it isn’t. And contrary wise, what is, it wouldn’t be. And what it wouldn’t be, it would. You see?”

― Lewis Carroll Through the Looking-Glass

In 1954 Aldous Huxley published an essay called ‘The Doors of Perception’ followed two years later by ‘Heaven and Hell” in which he described his visionary experiences as user of mescaline, an ancient Mexican drug. He expected it to produce a different mode of consciousness but found out it resulted in an extraordinary heightened visual awareness which gave him ‘a sacramental vision on reality’. By experimenting with this drug Huxley explores ‘an unexplored New World of the mind, the antipodes of his normal conscious living, whose properties have a heightened significant pure intrinsic value. This world can have the characteristics of the Paradise or Fairyland of religion, but also negative emotions like fear, anger, hatred or malice which will turn this heaven into hell’.aldous-huxleyWhile Aldous Huxley is using drugs he experiences a new world and finds it difficult to describe what he experiences because ‘sensations, feelings, insights, fancies are all private and, except through symbols and second hand, incommunicable. We can pool information about experiences, but never the experiences themselves. From family to nation, every human being is a society of island universes.’ This explains why we, living in the normal conscious world, can not understand what someone using drugs is experiencing, our communication tools are to limited to be able to describe and understand what a drugs user is experiencing. But somehow we are able to survive and communicate with each other using language, symbols and media which gives us a common ground for understanding the world around this.

With the introduction of social media the way we communicate with each other has changed significantly. We have created a new world next to our ‘Physical world’ and ‘Fantasy World’ which I call the ‘Online World’ which is always available for you when you want. Not having an internet connection is a real problem for a lot of people nowadays, deprived from a smartphone a lot of people become nervous and anxious having the same symptoms as drug addicts as described by Huxley. With the introduction of virtual reality and augmented reality, new tools will become available soon even impacting the way we communicate with our environment even more and enabling everybody to create his/her own world and communicate only with those he/she allows in his/her private space excluding people they don’t like.

facebook-friends

IT companies developing social media tools should have more focus on the social impact of new technology they introduce, they are not only developing and introducing new technology but also influencing the way we communicate and society functions as a whole. The awareness of the negative impact on society off social media is now very low because this is a new development and everybody likes using this and being smart. But once in a while I also meet people who have turned off their device and start having a normal conversation with me, closing some doors of perception can also broaden your perspective on the world…

Debuterende schrijvers en de communicatie paradox

Dit jaar was het erg warm in Frankrijk tijdens mijn vakantie, niet alleen in de Provence maar ook in de rest van het land. En wat doe je dan, zittend voor je tent aan de rand van een rivier, terwijl iedereen druk bezig is met het managen van zijn caravan of camper?

Lezen!

De eerste drie boeken die ik heb gelezen zijn van drie deelnemers aan de laatste debutanten wedstrijd, het leek me interessant te onderzoeken of deze debuutromans de moeite waard zijn, wat hun thematiek is en of er een overkoepelend thema te ontdekken is bij de nieuwe generatie schrijvers. Het gaat om de volgende boeken:

  1. ‘Birk’ van Jaap Robben – 31 jaar
  2. ‘De consequenties’ van Niña Weijers – 28 jaar
  3. ‘We zullen niet te pletter slaan’ van Nina Polak – 29 jaar

image

Allereerst de terechte winnaar van de Dioraphte Literatour Publieksprijs 2015: Jaap Robben met zijn debuut Birk. Dit boek gaat over een gezin dat op een eiland in de Noordzee woont met slechts één medebewoner, een buurman die visser is. In het begin van het boek verdwijnt de vader Birk en blijft zijn zoon Mikael met zijn moeder en deze visser op het eiland achter. De kern van het verhaal is de band tussen de opgroeiende zoon en de dominante moeder die haar zoon geen ruimte geeft zich te ontwikkelen en hem het liefst ziet in de rol van de vader. Dit ontaardt in een psychologische strijd waarbij er geen winnaar is. Mikael is voortdurend op zoek naar erkenning als zoon en wil een zelfstandig leven leiden maar wordt tegen gewerkt door zijn moeder, haar motieven blijven echter onduidelijk waardoor een vreemde gespannen sfeer ontstaat. Door de desolate entourage van een eiland worden de problemen van Michaal uitvergroot wat een prachtig en tot het laatst spannend boek oplevert. Het volgende boek van Jaap Robben ga ik meteen kopen, geweldige schrijver!

image

Het debut van Niña Weijers gaat overeen jonge vrouw, Minnie Panis, die in Amsterdam op de kunstacademie heeft gezeten, en na haar afstuderen erg succesvol is in de internationale kunstscene. Minnie heeft zichzelf tot het centrale thema gemaakt van haar kunst en alles gaat in het boek over Minnie want Minnie is apart in tegenstelling tot de buitenwereld, dat moge duidelijk zijn. Er komen in het boek geen normale mensen voor, iedereen is kunstenaar of heeft op zijn minst mee gedaan aan boer zoekt vrouw. Contact met familie is er niet, alleen de moeder van Minnie komt in het boek voor, maar zij speelt slechts een bijrol. Kunst maken is niet alleen een creatief proces maar belangrijker is het conceptuele, de marketing, het omgaan met je manager en jezelf goed kunnen verlopen. Hoewel we heel veel over Minnie Panis te weten komen leren we haar niet echt kennen. De hoofdpersoon streeft naar erkenning als kunstenaar en gaat daarbij zover dat ze er zelfs naar streeft als persoon niet meer te bestaan doormiddel van zelfmoord als ultieme kunstvorm. Een bij vlagen goed geschreven boek maar het had ook in wat minder bladzijden geschreven kunnen worden, soms is het te veel een kunstcollege dat geen relatie meer heeft met de verhaallijn. Tevens geeft ze aan het eind van het boek aan stukken van anderen te hebben overgenomen, zonder precies aan te geven wat, zodat je niet altijd weet wat door wie wat is geschreven, jammer!

image

Het derde debuut van Nina Polak speelt zich ook af in Amsterdam en gaat ook over een gezin waarin Schard en Anna opgroeien. Ze zijn omringd door volwassenen die zich zelf het centrum der dingen wanen en erg met zich zelf bezig zijn waardoor broer en zus in een chaotische gezinssituatie opgroeien en erg veel moeit hebben zich hiervan los te maken en een zelfstandig leven te gaan leiden. In tegenstelling tot Minnie Panis, die geen familiebanden heeft, hebben Schard en Anna er velen en wordt dit door hen als beklemmend ervaren. Het boek speelt zich, net als het boek van Niña Weijers af in de Amsterdamse kunstwereld maar wordt wel vanuit een ander perspectief geschreven. Voor Minnie is de omgeving entourage terwijl dit voor Schard en Anna beklemming betekent waaruit ze zich willen bevrijden. Tot aan het eind van dit boek ontwikkelen broer en zus zich nauwelijks, durven ze geen relaties met anderen aan te knopen en zijn ze onzeker over zich zelf. Het boek eindigt dan ook met broer en zus die samen bij hun moeder een kop thee gaan drinken, je kan als kind beter geen ouders hebben die in de jaren zestig zijn opgegroeit! Hoewel er weinig spanning in het boek zit wel goed geschreven, van deze schrijfster gaan we vast meer horen.

Wat deze drie boeken die ik van deze debutanten gelezen heb gemeenschappelijk hebben is dat ze allemaal gaan over opgroeiende jongeren die streven naar erkenning als persoon en het zich willen los maken van hun ouders, wat een moeizaam proces is en een hoop stress veroorzaakt. De verhalen spelen zich af in de eigen micro-omgeving, centraal staat de zelfontplooiing van de hoofdpersoon die zich opgesloten voelt en wil bevrijden uit de beknellende omgeving van zijn opvoeding, het onvermogen te communiceren met de zelfbewuste oudere generatie speelt daarbij een belangrijke rol.

image

Niet voor niets hebben zowel Niña Weijers als Nina Polak Marina Abramović als held, de performance kunstenares die in het MoMA in New York zwijgzaam bezoekers in haar ogen liet kijken, het ‘niet communiceren’ gereduceerd tot ultieme vorm van kunst in een tijd dat er juist zo veel aandacht is voor communicatie. Hoe kan het dat in onze informatiesamenleving, waarbij er door de sociale media nieuwe communicatie vormen bijkomen en die het makkelijker zouden moeten maken te communiceren (WhatsApp, Facebook), het juist voor opgroeiende kinderen steeds moeilijker wordt zich te ontwikkelen? Ik zou dit de communicatie paradox willen noemen.

Wat mij tevens opviel bij al deze debutanten is de afwezigheid van de grote thema’s als terrorisme, de islam, het milieu, de economische crisis en werkloosheid of de opkomst van het internet. Het gaat bij deze debutanten steeds om het aangaan van relaties, de invloed vaan het gezin waaruit je voorkomt, het loskomen van je ouders etc.: de eeuwige steeds terugkomende thema’s in de literatuur!

Leuk deze boeken te lezen van deze debutanten!

The Theory of Everything

Deze week uitgebreid stil gestaan bij de begrippen ‘Tijd’ en ‘Waarde’, hun betekenis, onderlinge samenhang en ‘De zin van het leven’, ga er maar even voor zitten!imageHet begrip ‘Tijd’.
Allereerst het begrip ‘Tijd’. Afgelopen maandag had ik plots een gat in de tijd tussen mijn colleges in Amsterdam en een vergadering in Utrecht en dan heb je een leuke uitdaging om daar een zinvolle invulling aan te geven. Het was koud en ik had geen zin in de kroeg of de bibliotheek te gaan hangen dus besloot naar de film te gaan in. Het werd ‘The Theory of Everything’ die momenteel draait in het Wolff Camera aan de Oude Gracht in Utrecht naast de Winkel van Sinkel. Dit is momenteel de oudste bioscoop van Nederland, kwam er tijdens mijn studententijd vaak, helaas gaan ze dit jaar sluiten.  ‘The Theory of Everything’ is een mooie film gebaseerd op het verhaal van de vrouw van Stephan Hawking, Jane Wilde. De film gaat met name over hun huwelijk en de invloed van de ziekte van Hawkin hierop. Heel af en toe komen zijn theorieën over het heelal aan de orde over zwarte gaten en andere zaken, simpel uitgelegd natuurlijk voor de moderne bioscoop bezoeker die meer hangt naar romantiek dan kennis vergaren. Op maandagmiddag was ik de enige bezoeker voor deze film, kan aan het tijdstip liggen maar de film is zeker de moeite waard!

Stephen Hawking is op zoek naar de verklaring van het ontstaan van het heelal, hij wil proberen alles wat er is te vatten in een elegante simpele wiskundige formule, ga er maar aan staan! Hij is nog steeds bezig dus geen simpele klus. Dit heeft me altijd gefascineerd, tijd is zo’n begrip waar je lang over na kunt denken en dat moeilijk te vatten is. Voor de natuur is tijd een oneindige dimensie maar voor ons mensen is onze tijd beperkt tot de periode die we op aarde zijn tussen geboren worden en sterven, voor ons is de totale tijd die we hebben dus gelijk aan ons leven.

image

Mijn visie op het begrip ‘Tijd’:
Als je bijv. kijkt naar het Internet dan kan je tegenwoordig met een druk op de knop een bericht ‘all over the world’ sturen en een fractie van een seconde later een response krijgen, data gaan dus met enorme snelheid door glasvezelkabels maar met een beperking: nooit sneller dan het licht. Je kan wel sneller dan de zwaartekracht gaan (G-kracht) maar niet sneller dan het licht. Als we wel sneller dan het licht zouden kunnen gaan zou het namelijk mogelijk zijn in de tijd te reizen en dat zal nooit iemand lukken want dan hadden we allang iemand uit het verleden tegen moeten komen, iemand uit de toekomst tegen komen zou volgens mij dus zeker niet kunnen – dan zou je namelijk trager dan het licht moeten gaan! Als we nu in het heelal kijken zien we sterren die al lang dood zijn maar waarvan het licht dat ze ooit uitstraalden na een aantal lichtjaren pas bij ons komt. Stel dat je sneller dan het licht kan kijken dan zou je dus in het verleden kunnen kijken, dat kan volgens mij theoretisch weer wel, we kunnen niet bewijzen dat er niemand in de toekomst op ons terug kijkt. Om die reden zou de hemel dus ook kunnen bestaan, alleen in een andere vorm dan de meeste mensen denken: er zou intelligent leven kunnen zijn dat vanuit de toekomst op ons terug kijkt maar dat niet de mogelijkheid heeft in te grijpen (door sommigen de hemel genoemd).

Overigens kwam er deze week belangrijk nieuws voor Stephan Hawking in het nieuws. Sinds 2007 zijn er 7 maal overklaarbare radiogolven uit de ruimte waargenomen zonder dat dat gepaard ging met licht, deze golven zijn  5,5 miljard jaar geleden verzonden. Als ze afkomstig waren van een explosie dan was er ook licht geweest, nu dit ontbreekt moet er een andere bron zijn die dit heeft veroorzaakt. Wel is er een relatie met de zwaartekracht en een magnetisch veld. Even een boodschap terug sturen met de vraag wat ze daar aan het doen lijkt me geen optie, dan moeten we 10,1 miljard jaar wachten op het antwoord. Wellicht komt Stephen binnenkort met het antwoord?

Michael PorterHet begrip ‘Waarde;.
Deze week stonden een aantal bedrijfsmodellen centraal tijdens mijn colleges Informatie Management bij Hogeschool TIO waaronder Michael Porter’s ‘Supply Chain’ model. Volgens dit model gaat het bij activiteiten van bedrijven en organisaties altijd om het toevoegen van waarde, elke stap in het proces om producten of diensten aan te bieden aaan klanten gaat altijd gepaard met waarde creatie. Om die reden is er een directe relatie tussen marge en waarde, door waarde toe te voegen kan een bedrijf winst maken. Sturen op marge is dan ook erg belangrijk, met name Amerikaanse bedrijven zoals Apple, Google, McDonalds, Coca Cola of Starbucks zijn daar erg goed in, ze hebben een sterk merk en maken hoge marges en consumenten kennen aan hun producten een hoge waarde toe.Zen QuoteMijn visie op het begrip ‘Waarde’:
Waarde is een relatief begrip en heeft te maken met ons normen en waarden systeem. Wat voor de een van waarde is hoeft dat voor een ander niet te zijn maar er zijn wel continu allerlei processen aan de gang die om onze normen en waarden te beinvloeden. Continue zijn marketing, reclame maar ook politici en journalisten bezig met het beinvloeden van onze waarden en, zonder dat we het beseffen, veranderen deze continu. Je kan het begrip waarde ook op tal van andere wijze uitleggen, velen hebben zich daar al over gebogen. Zo heb ik jaren geleden het boek van Robert M. Pirsig gelezen, Zen and the Art of Motor Cycle maintainence dat waarde en zingeving aan elkaar koppelt. Iets is van waarde als het voor jou zinnig is, iets toevoegt. Wat is bijvoorbeeld de zin van onderwijs voor een student? Ik zou zeggen als onderwijs ervoor zorgt dat jij aan het eind van de studie meer waard bent op de arbeidsmarkt. Onderwijs gaat dus niet om het papiertje maar om het zorgen dat studenten slimmer worden, meer kennis hebben en dat ook nog kunnen toepassen!imageHeeft het leven zin?
Als je dus nadenkt over deze twee begrippen ‘Tijd’ en ‘Waarde’ kom ik dus uit op twee aanpalende begrippen ‘Leven’ en ‘Zin’ en dan komen we uit op de meest gestelde vraag in ons leven is: ‘Heeft het leven zin?’ ofwel ‘The Meaning of Life’. Velen hebben zich daar het hoofd al over gebroken en het is de kernvraag voor filosofen, schrijvers en kunstenaars, niemand heeft daar tot nu toe een eenduidig antwoord op kunnen geven. De vraag stellen is nog niet hem beantwoorden en daar kan alleen een persoonlijk antwoord op gegeven worden omdat waarde en zingeving subjectieve begrippen zijn.

2015-01-17 10.22.32

Een uitzondering is er voor de gelovigen onder ons, voor hen is het makkelijk omdat het geloof hun normen en waarden bepaald. Ik ben oorspronkelijk Katholiek en op de Katholieke school beantwoorden wij de vraag: waarom zijn wij op aarde met het antwoord: wij zijn op aarde om God de Vader te dienen. Lekker makkelijk. gelukkig zijn er steeds minder mensen die geloven in Nederland maar dat impliceert wel dat er dus ook steeds meer mensen over deze vraag moeten gaan nadenken! Niet verwonderlijk dus dat ‘Zingeving’ steeds hoger op de agenda te komt te staan zoals ik een week geleden op het PIM Congres hoorde van de Marketing Trendwatchers, zie mijn vorige blog.

Wat mezelf betreft neig ik ook naar een ‘Ja’ op de vraag of het leven zin heeft maar er zijn ook momenten… Maar dan moet ik toch weer even denken aan Stephen Hawking die onder de verschrikkelijke omstandigheden van een niet werkend lichaam maar met een briljante geest overeind blijft! Niet zeuren dus en, vrij naar Monty Python: ‘Always look at the Bright Side of Life!’