Ondertussen

Terwijl Erik stond te wachten op de lift zag hij aan de overkant van de straat op dezelfde verdieping mensen achter beeldschermen zitten. Niemand keek naar elkaar, niemand communiceerde met een ander en de werkvloer aan de overkant leek wel een exacte kopie van de afdelingen die hij net achter zich had gelaten. Werk bestaat tegenwoordig uit het reageren op wat er op het scherm gebeurt, dacht hij, en of je nou voor het ene bedrijf werkt of het andere, de computer is de spil waar alles om draait. De lift bracht hem naar de parkeerverdieping, zijn auto en de snelweg die zich voor hem uitrolde. 

Erik woonde ongeveer een half uur rijden van zijn werk en dat was een van de weinige momenten op de dag dat hij even alleen was en geen andere mensen om zich heen had. Zo gauw hij thuis zou zijn zouden zijn vrouw en kinderen weer al zijn aandacht opeisen. Onderweg stopte hij bij het tankstation, vulde bij en kocht een saucijzenbroodje, iets dat hij wel vaker deed. Hij wist wel dat dat niet goed voor hem was maar een hap tussendoor gaf hem een verzadigd gevoel zodat hij thuis niet meteen op de koelkast hoefde af te lopen om zijn honger te stillen. 

Thuis aangekomen kleedde hij zich boven om, pakte de krant en ging in zijn stoel zitten. Zijn vrouw was aan het koken terwijl zij aan het bellen was met haar moeder en de kinderen zaten op hun laptops naar een serie op Netflix te kijken, een ritueel dat zich dagelijks herhaalde. ‘Wil je een glas wijn’, riep zijn vrouw Nina uit de keuken. “Wat eten we dan?’, riep hij terug. ‘Pasta’, riep zij terug waarop hij ‘OK’ terugriep. Zijn vrouw kwam met een glas rode wijn uit de keuken aanzetten, zette dat bij hem neer, en liep meteen weer terug naar de keuken. Ze had haar werk-outfit nog aan, een saaie grijze jurk waarvan ze meerder versies had.

Erik kwam op pagina twee van het NRC een bericht tegen dat zijn aandacht trok. Het ging over de AIVD die een cyberaanval had gedaan op een Iraanse nucleaire installatie door een AIVD-agent die een USB-stick met een virus naar binnen wist smokkelen. Bij deze aanval had de AIVD samengewerkt met de Amerikanen en de Britten. Dat verbaasde hem niets. Hij had zelf meegemaakt dat partijen in het Midden-Oosten geen zaken wilden doen met de VS of de Britten maar Nederland als partner nog wel aanvaardbaar vonden terwijl het project daadwerkelijk op Amerikaanse of Britse bodem werd uitgevoerd. Daar stond voor de Nederlandse bedrijven dan een mooie vergoeding tegenover en Nederlandse accountmanagers en projectmanagers verdienden er een mooie boterham aan.

Zijn vrouw kwam aanzetten met en het bord pasta, blijkbaar werd er vandaag niet aan tafel gegeten. Aan de ene kant was dat wel makkelijk maar andere kant vond hij het jammer dat dit steeds vaker gebeurde, zo sprak hij zijn kinderen steeds minder. Dit soort routines slopen er langzaam in en weken af van wat ze destijds toen ze kinderen kregen hadden afgesproken, samen aan tafel eten als middel om in ieder geval één maal per dag echt met elkaar te communiiceren. Zijn vrouw kwam terug uit de keuken en ging naast hem zitten en zette de televisie aan. ‘Zin in een serie?’, vroeg ze? ‘Daar gaan we weer’, dacht hij.

iFilosofie: Politiek vaak door angst beheerst

iFilosofie – Het online filosofietijdschrift van de ISVW – #45 – juni 2019.

Jeroen Wielaert’s roman ‘Oorlogsvrede’

Behalve dan den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan Jeroen Wielaert. Henk Mobach kwam met hem aanzetten in Café De Vriendschap aan ‘t Wed toen-i uit Veenendaal terugkwam waarbij Jeroen meteen de vraag op tafel gooide: ‘Hoeveel vrede hebben we nu eigenlijk, met dit soort oorlog overal?’ Ik heb het over 1975 en de heftige discussies die wij voerden op de vrijdagmiddag in onze stamkroeg met een biljart in het midden, dat overigens naar mij weten nooit gebruikt werd, en geen WC voor dames apart. Steevast hadden wij de laatste column van Piet Grijs en Renate Rubinstein in Vrij Nederland gelezen dus genoeg stof om het te hebben over het kabinet Den Uyl of het terrorisme van de RAF.

Daarna volgde het uitwisselen van onze plannen voor het weekend, voorzover ze met ons beperkte budget realiseerbaar waren, waarbij ik meestal voor de goedkoopste optie koos: het aanschaffen voor een tientje aan ‘stuf’ bij een illegale handelaar ergens op een bovenwoning en dat bij Mobach op zijn zolderkamer oproken alvorens weer naar de kroeg te gaan (als het er overigens nog van kwam). Jeroen deed daar niet aan mee want die bleef meestal in de kroeg hangen, het echte leven speelde zich daar immers af. De Veenendalers namen mij af en toe mee naar hun jeugdhonk in hun woonplaats waar ik de meest fantastische concerten heb meegemaakt van Herman Brood, Gruppo Sportivo en Sweet d’Buster en Jeroen al fotograferend rondliep.

Met oud en nieuw ben ik een paar keer met Jeroen, Mobach en een aantal anderen in een oude Citroen DS met een kofferbak vol drank naar Terschelling gevaren, niet om ons om de mooie natuur te bekommeren maar om de Terschellingse kroegen te bezoeken, het is daar altijd erg gezellig in de kerstperiode. Op een gegeven moment besloten Jeroen en ik onder barre omstandigheden Paal 30 te bereiken, het meest oostelijke punt van Terschelling, zeg maar het einde van de wereld. Fietsend, wandelend en de laatste kilometers op blote voeten over krakend ijs bereikten we het eindpunt om daar gezamenlijk een heupfles Beerenburg soldaat te maken. Dat soort dingen deden wij dus, jongens waren wij, maar wel aardige jongens.

Daarna ben ik Jeroen uit het oog verloren. Maar na een aantal jaren hoorde ik hem steeds vaker op de radio met zijn gedragen en sonore stem verslag uitbrengen over van alles en nog wat. Terwijl ik ingewikkelde boeken zat te bestuderen op mijn kamertje in Utrecht rapporteerde hij over de ontruiming van Amelisweerd, terwijl ik onderweg naar mijn volgende saaie IT-project in de file stond hoorde ik hem op de autoradio enthousiast achtergrond rapportages maken over de Tour de France en terwijl ik op de bank met schreeuwende kinderen om mij heen naar het vallen van de muur zat te kijken was Jeroen natuurlijk al lang ter plaatse voor een sfeerimpressie. En natuurlijk is hij altijd aanwezig bij het Boekenbal, de uitreiking van de Libris literatuurprijs in het Amstel Hotel tussen al die beroemde schrijvers of bij Pinkpop Bruce Springsteen aan het interviewen en zit hij, terwijl ik in mijn keuken dit stukje zit te typen, op Terschelling een rapportage te maken over Oeral. Zucht…

En dan nu een echte roman van zijn hand, ‘Oorlogsvrede’, 299 pagina’s diep en uitgegeven door De Arbeiderspers en met een fraaie jaren zestig omslag. Het boek bestaat uit drie delen: het eerste gaat over onze generatie die opgroeide na de Tweede Wereldoorlog en na de roemruchte jaren zestig die we net niet bewust hebben meegemaakt maar onze oudere broers en zussen wel. Heel herkenbaar. Het tweede gedeelte gaat over de Tweede Wereldoorlog en wat zich allemaal afspeelde in de beslotenheid van een onderduikers huishouden en de impact die dat ook decennia na de oorlog nog heeft en het laatste deel beschrijft het verhaal achter het verhaal, de eeuwig durende zoektocht naar onze roots. Terwijl ik de roman las dacht ik dat Jeroen een goed verhaal had bedacht maar al lezende kwam ik er tot mijn verrassing achter dat dit familieverhaal echt gebeurd is, de werkelijkheid is soms ontroerender dan je kan verzinnen. Dat voegt een interessante dimensie toe aan dit boek en geeft het verhaal diepgang, marketing technisch zou je daar wat meer mee moeten doen Jeroen. Ik heb het boek dan ook geboeid in twee dagen uitgelezen en wilde na elk hoofdstuk weten wat er in het volgende gebeurde.

Dit wordt verstrekt door het veelvuldig toepassen van dialogen en dat maakt het boek extra sterk, geen lange beschrijving maar indringende dialogen tussen echte mensen. Hoewel ik begrijp dat Jeroen dit boek in de beslotenheid van zijn geheime landgoed heeft geschreven is Jeroen toch in eerste instantie de journalist die in de kroeg, terwijl hij met anderen aan het discussiëren is, een paar notities op de achterkant van een bierviltje maakt, en daar daarna een mooi verhaal of project van weet te maken. Ik kwam hem laatst nog tegen terwijl ik in Utrecht van het station naar mijn saaie werkplek op Oudenoord liep vlak voor het muziekcentrum Vredenburg, hij op de fiets op het drukste fietspad van Nederland en ik wachtend om te kunnen oversteken, ‘Hééé Gerard’ riep hij, en hij was alweer op weg naar een nieuwe afspraak in een of andere Utrechtse kroeg, waarschijnlijk voor een diepte interview, Café De Vriendschap bestaat niet meer dus daar zal het vast niet geweest zijn.

De Rijn bij Rhenen is sedert naar het Westen blijven stromen en de mensen zijn blijven voorttobben. Ook de zon komt nog op en iedere avond krijgen wij van Jeroen het Nieuws van den Dag nog. Zijn bestemming in Friesland is mij altijd onopgehelderd gebleven.

Spiritualiteit

Ik denk dat ik zo’n 15 jaar oud was toen ik een fles wijn wist te bemachtigen en me in mijn kamer opsloot om deze soldaat te maken. Met de deur op slot dronk ik de fles leeg en wachtte af wat er met me zou gebeuren. Omdat ik ook toen al literaire aspiraties had schreef ik op wat ik dacht en had een geweldige avond, ik heb mijn aantekeningen nog steeds. De volgende ochtend las ik het terug en kwam tot de conclusie dat het allemaal grote onzin was wat ik had opgeschreven en dat het hebben van een beneveld brein weliswaar plezierig is maar vooral een persoonlijke ervaring is die niet altijd tot grootse gedachten leidt.

Er zijn vele manieren waarop iemand zijn geest kan verruimen en het gebruiken van genotsmiddelen zoals alcohol en drugs is er een van. Het gebruik hiervan heeft echter ook een schaduwzijde omdat veel van deze middelen slecht zijn voor je lichaam en kunnen leiden tot verslaving en afhankelijkheid. Gelukkig zijn er ook alternatieven die je kunnen helpen je geest kunnen verruimen. Een goed voorbeeld is Nietzsche die in de bergen ging wandelen en door het hoogteverschil zijn geest verruimde en en tot de meest fantastische inzichten kwam.Maar ook aan dat bergwandelen delven gevaren want een zuurstof tekort of een val in de bergen kan ook fataal zijn.

Het zoeken naar verruiming van de geest kan ook door je aan te sluiten bij een spirituele community die je belooft te helpen op jouw spirituele zoektocht en daarvan zijn er tegenwoordig velen. De moderne spirituele gemeenschappen beloven spirituele groei als je meedoet met hun beweging, hun boeken leest, hunn cursussen volgt en je houdt aan de voorgeschreven oefeningen zoals yoga en meditatie. Veel van de bewegingen zijn overigens gebaseerd op Oosterse filosofische tradities, wat van ver komt is blijkbaar interessanter dan van dichtbij. In mijn woonplaats Amersfoort stikt het van de organisaties die zich ‘spiritueel’ noemen.

Deze week bezocht ik de boekpresentatie van Stine Jensen’s nieuwe boek ‘Goeroes’ in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Stine Jensen, filosoof en yoga docente, heeft zich de afgelopen jaren verdiept in deze bewegingen en komt tot de conclusie dat er weliswaar veel voordelen zijn maar ook veel nadelen. In haar boek beschrijft ze haar persoonlijke ervaringen en geeft ze tips waar op te letten als je besluit je bij zo’n beweging aan te sluiten. Tijdens de sessie in Pakhuis de Zwijger had ze ook een aantal mensen meegenomen die gelijksoortige ervaringen hebben gehad zoals een mevrouw die was opgegroeid bij de Noorse Broederschap en een man wiens ouders aanhangers waren van de Bhagwan. De zoektocht van hun ouders naar spirituele verdieping had voor hun kinderen in ieder geval een traumatische jeugd tot gevolg gehad.

Terwijl ik tussen de voornamelijk uit de grachtengordel afkomstige deelnemers aan de boekpresentatie zat vroeg ik me af of spirituele groei er voor mij nog wel inzit. Ik heb immers geen jeugdtrauma of lichamelijk ongemak zoals alle deelnemers aan de avond en heb al heel lang een bloedje hekel aan mensen die de ambitie hebben mij te leren hoe te denken, dat doe ik liever zelf. Het zoeken naar hulp van anderen voor het creëren van een eigen innerlijke ervaring werkt bij mij in ieder geval niet en ik heb al helemaal een hekel aan spiritueel leiders die in Rolls Royces rijden en die de leer die ze verkondigen zelf niet in de praktijk brengen zoals Stine Jensen met haar boek goed aantoont. Hopelijk bedenkt ze in haar volgende boek zelf weer wat.

Het pontje

Nadat we drie kwartier vertraging hadden opgelopen omdat twee dames de trein gemist hadden liepen we onder aanvoering van onze gids richting de bollenvelden. We hadden geluk want ondanks de weersvoorspellingen hadden we een mooie strak blauwe lucht hoewel het wat frisjes was en op de open vlaktes flink waaide. Elf mensen hadden zich voor deze tocht bij Sassenheim, de streek waar mijn voorouders vandaar komen, ingeschreven en daarvan waren er negen ook op komen dagen, ik was de enige man in dit gezelschap.

Net buiten de bebouwde kom aangekomen liepen we langs de Leidsevaart naar een nostalgisch pontje dat ons naar de overkant zou brengen maar waar we niet allemaal tegelijk op konden. Ik besloot eerst maar eens te kijken hoe de eerste groep het er vanaf zou brengen. De tocht begon voortvarend maar ongeveer twintig meter voor de overkant bleef het pontje steken. De ketting, waaraan getrokken moest worden om aan de overkant te komen, was vast komen zitten tussen de planken op de bodem van het pontje en de dames bleven maar sjorren en trekken in een poging deze los te krijgen. ‘Ik bemoei me er niet mee’, dacht ik, het leek me niet verstandig me als enige man in het gezelschap van louter dames het voortouw te nemen…

Aan de overkant stond inmiddels een andere groep te wachten op de overtocht en die begon zich er nu ook mee te bemoeien evenals de dames die met mij stonden te wachten. De emoties liepen nu zo hoog op dat er nu met stemverheffing werd gesproken en steeds wilder aan de ketting werd getrokken. Voor twee dames waarmee ik stond te wachten was inmiddels de maat vol, ze besloten dat het welletjes was geweest en vertrokken richting het station. Het pontje was inmiddels weer onderweg naar het startpunt zonder de overkant bereikt te hebben.

‘Heeft er misschien iemand een schroevendraaier bij zich?’, vroeg een van de dames. Ik aarzelde even maar gaf toen toch maar toe dat ik een zakmes bij me had. Opgelucht werd er naar me gekeken terwijl ik het pontje opstapte en de ketting liet vieren zodat er geen spanning meer op stond. Met het zakmes drukte de schakels van de ketting naar beneden en in no time was het zaakje geregeld zodat we konden oversteken. Onder aanvoering van onze opgeluchte gids vervolgden we onze wandeling langs de in bloei staande bollenvelden, over pittoreske bruggetjes en de vele zwanen die nog aan het broeden waren en niet blij waren dat we zo dichtbij langs liepen.

We vervolgden onze weg en na een paar keer verkeerd gelopen te zijn kwamen we bij de uitspanning terecht waar we koffie zouden gaan drinken, helaas, die was gesloten. De gids besloot daarom op een verlaten skateveld in de bebouwde kom ons onze boterhammen te laten oppeuzelen terwijl ik om me heen hoorde mopperen. Toen we verder liepen begonnen steeds meer dames zich nu met de route en het kaartlezen te bemoeien. Ik hield mij hier natuurlijk weer afzijdig van en maakte me er het beste van hoewel langs de snelweg lopen nou niet mijn idee is van een mooie wandeling door de bollenstreek.

De volgende stop zou de vlindertuin zijn maar, en verbaasd was ik niet meer, die konden we helaas niet vinden. Ik had inmiddels mijn GPS aangezet en gezien dat we gelukkig niet ver van het startpunt waren maar we hadden inmiddels wel veel meer gelopen dan op de site waar de wandeling stond was aangegeven. Plots waren er weer twee dames verdwenen nadat ze ruzie hadden gekregen over de route met de gids die steeds wanhopiger werd. Toen we uiteindelijk nog met zijn vieren over waren en mijn GPS mij vertelde dat we weer van het startpunt weg liepen stelde ik voor mijn routeplanner maar te volgen waarbij ik opmerkte dat ik vroeger bij de padvinderij heb gezeten. Dat vond de anderen toen ineens een goed idee…

Het laatste stuk terug was eigenlijk best wel weer gezellig, als je zo’n tocht overleefd verbroedert dat en uiteindelijk waren we na vijf uur wandelen weer terug op het beginpunt. Ik kreeg nog een bosje tulpen van een van de dames en een mooie ervaring rijker en met een goed verhaal ging ik weer huiswaarts…

李先生同意

Meneer Lee stemt tegen.

Die ochtend was meneer Lee vroeg opgestaan en had hij zijn nieuwe pak aangetrokken. Na het ontbijt met zijn vrouw was hij bij de kapper langs gegaan om zich te laten scheren en zijn stropdas te laten strikken. Meneer Lee had dit pak per koerier van de partij gekregen en nooit eerder een pak of stropdas gedragen. Toen hij naar zijn huis terugliep stond iedereen op straat vol ontzag naar hem te kijken, zo netjes had nog niemand in zijn dorp hem ooit gezien. Aangekomen bij de straat waar hij woonde zag hij een grote groep mensen bij zijn huis staan rond de partijauto die hem kwam ophalen.

Meneer Lee stelde zich voor aan de chauffeur: ‘Meneer Lee, aangenaam, ik moet nog even mijn spullen pakken want die liggen nog binnen.’ “Dat is niet nodig meneer Lee, alles is geregeld, stapt U maar in’, zei een mevrouw in het partijuniform die naast de chauffeur stond op een toon waarbij hij dacht dat het beter was te doen wat zij hem vroeg.

Na een snel afscheid van zijn vrouw reed meneer Lee, onder begeleiding van twee motoragenten over hobbelige binnenwegen naar de snelweg die hem naar Beijing zou brengen. Onderweg voegden steeds meer partijauto’s zich bij een steeds groter wordende colonne identieke auto’s allemaal op weg naar de Grote Zaal  van het Volk aan het Plein van de Hemelse Vrede. Achter het glas voorin zat de chauffeur en naast hem zijn begeleidster. ‘Alles goed met U meneer Lee’, vroeg ze met een glimlach, ‘U weet wat de bedoeling is?’. ‘Ja hoor’ zei hij, ‘het is met duidelijk, ik ga tegen stemmen’.

Hij dacht terug aan die gedenkwaardige dag drie maanden geleden toe hij door eenzelfde auto was opgehaald en naar het hoofdkantoor van de partij in Beijing gebracht. Daar aangekomen was hij naar een vergaderzaal gebracht waar een aantal partijbonzen rond de tafel zat met aan het hoofd president Xi Jinping. Door emoties overweldigd maar ook een beetje nerveus was hij naar voren gelopen om de grote leider de hand te schudden en Xi Jinping had hem glimlachend aangekeken.

‘Best kameraad Lee’, had Xi Jinping gezegd, ‘uit betrouwbare bron weet ik dat u een zeer toegewijd lid van de partij bent en zich jaren voor ons heeft ingezet, ook in tijden die voor ons en voor u niet altijd makkelijk waren. Ik heb daarom verzocht U hier te laten komen omdat ik U iets wil vragen.’ Meneer Lee keek verbaasd naar de president en partijleider en voelde zich trots en vereert na deze woorden, wie kon een persoonlijk verzoek van de grote leider Xi Jinping weigeren?

‘Zoals U weet’, vervolgde Xi Jinping, ‘is over een paar maanden ons Volkscongres en zullen onze 3.000 parlementsleden vanuit het hele land naar Beijing komen om namens de 1.22 miljard Chinezen een aantal historische beslissingen te gaan nemen. De partijleiding uit uw regio heeft U voorgedragen als afgevaardigde en we willen graag dat U in de Grote Zaal van het Volk gaat meebeslissen over een aantal belangrijke zaken die bepalend zullen zijn voor de toekomst van het Grote Chinese Volk. De belangrijkste stemming zal gaan over de rol van mij als president van China waarbij het voorstel zal zijn mij de bevoegdheid te geven deze functie levenslang uit te oefenen.’

‘Ik ben zeer vereerd geachte heer Xi Jinping dat ik naar het Volkscongres mag voor mijn regio’. stamelde de heer Lee die erg onder de indruk was van Xi Jinping, die in het echt wel iets gezetter was dan op de foto, ‘en natuurlijk zal ik volledig volgens de richtlijnen van de partij meestemmen met het Volkscongres!’. President Xi Jinping, tevens secretaris-generaal van de communistische partij en hoofd van de strijdkrachten van China, lachte meneer Lee toe en antwoordde: ‘daar gaat het nu juist over, we zoeken iemand die juist tegen gaat stemmen omdat we graag naar de buitenwereld toe willen ophouden dat we in China democratisch te werk gaan als het om verkiezingen gaat. Stemt U gerust tegen tijdens het Volkscongres zodat we zeker weten dat er in ieder geval één tegenstem is anders krijgen we de hele wereld over ons heen”.

Zonder op een antwoord te wachten ging de vergadering verder en werd meneer Lee afgevoerd en na een gezellig dineetje met een paar functionarissen en het aanmeten van het standaard partijpak voor het Volkscongres keerde hij terug naar zijn regio. En nu, drie maanden later, was hij onderweg naar het Volkscongres met die speciale opdracht van de Grote Leider en voelde hij zich trots dat hij uitverkoren deze mooie belangrijke opdracht uit te voeren.

Twee uur later betrad meneer Lee de Grote Zaal van het Volk en nam hij plaats tussen de vertegenwoordigers van het Volk en luisterde hij naar de speeches van de Chinese prominenten waarvan hij er maar een paar kende. s’ Avonds, na de officiële vergadering, was het goed toeven in zijn luxe hotel  en genoot hij van de luxe, de etentjes en gala’s waarvoor hij als parlementslid was uitgenodigd.

De derde en laatste dag van het Volkscongres stond in het teken van de stemmingen en vlak voor de belangrijkste stemming over de ambtstermijn van de president kwam zijn begeleidster nog even bij hem langs om hem er nog even aan te herinneren vooral tegen te stemmen. De stemming  was geheim dus niemand zou weten dat hij een tegenstemmer was. Toen hij zijn stembiljet in de stembus liet glijden had hij het moeilijk omdat hij tegen zijn gevoel instemde, maar ja, als de partijleider je wat vraagt doe je dat natuurlijk! Al snel volgde de uitslag: met 2.958 stemmen voor, 2 tegen en 3 onthoudingen stemde een overweldigende meerderheid van het Chinese parlement in met een grondwetswijziging die president Xi Jinping de bevoegdheid gaf levenslang de functie van President uit te oefenen en meneer Lee was één van de twee tegenstemmers geweest.

Na afloop van het Volkscongres stond meneer Lee buiten te wachten op zijn chauffeur om weer naar huis gebracht te worden en terwijl auto na auto vetrok bleef meneer Lee uiteindelijk alleen achter, zijn chauffeur en begeleidster waren nergens te vinden. Plots stopte er een politiebusje naast hem en stapten een paar agenten uit. ‘Bent U meneer Lee’, was de vraag van een van hen. ‘Jazeker’, antwoordde hij, ‘Ik heb net het Volkscongres bijgewoond, ik sta op mijn auto te wachten!’. “Wilt U even meerijden naar ons kantoor’, was het antwoord, ‘we hebben wat vragen’.

Na een korte rit werd hij bij een kazerne van het Volksleger afgezet, Daar werd zijn pak ingenomen, kreeg hij andere kleren en werd hij naar een kamer gebracht waar twee mannen zaten, één die hem ondervraagde en een ander die op zijn laptop verslag legde van het gesprek. De man in uniform keek hem streng aan. ‘Meneer Lee’, zei hij, ‘we hebben een probleem, wellicht kunt U ons helpen’. ‘Dat is geen probleem’, antwoordde meneer Lee, ‘maar dit moet een misverstand zijn, ik voerde tijdens het Volksgesprek een speciale opdracht van president Xi Jinping uit.’ ‘Daar gaat het ook om’, zei de ondervrager, ‘want we hadden 3 mensen gevraagd tegen te stemmen en maar 2 hebben het gedaan, we willen graag weten wie dat was…’.

Vol ongeloof staarde meneer Lee naar zijn ondervragers en keek hij rond in de naargeestige omgeving waarin hij terecht was gekomen. ‘U kunt mij als Volksvertegenwoordiger toch niet zomaar vasthouden?’, vroeg hij. ‘Dat kan wel’, zei zijn ondervrager, ‘we zijn namelijk van de  nieuwe Toezicht Commissie die tijdens het Volkscongres is ingesteld en wij hebben de bevoegdheid in te grijpen als het leiderschap van de Partij en de Socialistische Rechtsstaat in gevaar komen. En onze president was niet bepaald blij toen één van de drie aangewezen tegenstemmers toch voor stemde tegen de wil van onze grote leider in. China’s parlement moet wel betrouwbaar blijven en we willen vermijden dat we in de val van een onbestuurbare  democratie vallen!’.

We hebben Van Xi Jinping de opdracht uit te zoeken wie diegene was die zich niet aan de afspraak heeft gehouden en zolang we dat niet weten zullen we U hier een tijdje vast moeten houden.’ ‘Maar ik ben het niet!’, riep meneer Lee wanhopig, ‘Ik heb altijd de partij gesteund!’ ‘Dat zeggen ze allemaal!, reageerde de ondervrager, ‘Ik zie U morgen weer, U blijft hier net zo lang zitten totdat we weten wie van de drie dit was..’

Onder begeleiding van twee agenten werd meneer Lee naar zijn cel gebracht. Op de gang kwam hij meerdere mensen tegen die hij herkende van het Volkscongres, het was een drukte van belang. Blijkbaar had de nieuwe Toezicht Commissie met meerdere parlementariërs nog een appeltje te schillen. De bewakers brachten hem terug naar zijn cel waar hij onder hun zwijgend toezicht te eten kreeg. ‘Dat smaakte best goed’, dacht meneer Lee, ‘het eten hier is in ieder geval beter dan bij mij thuis…’.

De Bataaf

Een paar dagen nadat ik op een internetveiling voor een prikje de slecht renderende speeltuin De Bataaf had overgenomen besloot ik daar maar eens zelf te gaan kijken. Ik arriveerde voor openingstijd en toen ik bij de kassa aankwam zat daar al een dame die druk bezig was haar cactussen water te geven. ‘We zijn nog niet open meneer!’ klonk het uit het hokje en ik wachtte geduldig af. Even over tien was ze klaar en richtte ze zich tot mij: ‘Dat is dan 5 euro meneer!’. ‘Ik kom eigenlijk voor de bedrijfsleider’, reageerde ik. ‘Die hebben we niet meer’ zei ze, maar als u iemand wilt spreken kunt u het beste bij de kok in het restaurant zijn’. Ik bedankte haar en liep de speeltuin binnen.

De Bataaf was niet veel veranderd, als kind ging ik daar vaak met mijn ouders, broer en zussen heen en werden wij in de speeltuin gedumpt terwijl mijn ouders met hun gasten iets gingen drinken of midgetgolven, daar waren wij nog te jong voor. Op loopafstand van ons huis en een ideaal uitje voor de zondagmiddag. Wat me het meest is bijgebleven was de waterbaan waar je met je eigen bootje kon varen, of, beter gezegd, expres tegen de andere bootjes botsen. Als kind was je toen nog met weinig tevreden.

In het restaurant aangekomen was de kok onvindbaar maar er was wel iemand voor de bediening en ik bestelde een kop koffie en een saucijzenbroodje. ‘Weet u ook hoe laat de kok hier is?’, vroeg ik haar. ‘Meestal rond elf’, zei ze, ‘maar als u wilt kan ik haar bellen, dan komt ze vast wat eerder, ze woont hier vlakbij. Wie kan ik zeggen dat u bent en waar het over gaat?’. ‘Ik ben Victor La Lune, de nieuwe eigenaar van dit complex’, ik zag dat ze me wat meewarig aankeek. Ze pakte haar telefoon en liep naar de keuken. In ieder geval goede saucijzenbroodjes, dacht ik, terwijl ik bijna mijn mond verbrandde bij de eerste hap.

Een half uur later zag ik Inge aankomen fietsen, ik herkende haar meteen. Ik had vroeger met haar op school gezeten en ze was de dochter van de lokale benzinepomphouder, we hadden kort iets met elkaar gehad totdat ze iets kreeg met de zoon van de lokale garagehouder en daar was ze toen mee getrouwd. Verrast keek ze me aan toen ze binnenkwam, ‘Victor, jij hier, dat is lang geleden!’, en ze schoof bij me aan, ‘en ook nog eens de nieuwe eigenaar, wat een verrassing!’. Dat was het ook voor mij.

Na wat gekeuvel over vroeger en gemeenschappelijke vrienden, ze was nog steeds getrouwd met Cees, legde ik haar uit dat ik De Bataaf te koop had zien staan, dat ik een investeringsmaatschappij had en dat ik meteen geïnteresseerd was omdat ik daar zelf als kind vroeger nog had gespeeld. En dat ik, tot mijn eigen verbazing, na mijn eerste lage bod, plots de eigenaar van was geworden en gisteren de stukken bij de notaris had laten passeren zodat ik nu formeel de eigenaar was.

‘Je bent niet de eerste’, zei ze, ‘we hebben de afgelopen jaren al een stoet van nieuwe eigenaren langs zien komen waaronder een bekende Nederlandse voetballer die in Oranje heeft gespeeld. Allemaal met de meest wilde plannen maar uiteindelijk waren ze nooit bereid echt in de speeltuin te investeren en werden we na verloop van tijd weer aan de volgende partij doorverkocht’. ‘De locatie is perfect’, zei ik, veel scholen en gezinnen in de buurt dus dat moet toch volk trekken.  Wat moet er volgens jou gebeuren?’, vroeg ik haar. ‘Tja, je zou kunnen investeren in nieuwe speelvoorzieningen maar de nostalgie van de oude speeltuin in combinatie met horeca maakt het juist aantrekkelijk volgens mij. En voor mij als kok prima werktijden omdat de keuken om vijf uur dicht gaat en het park om zes’.

Ik had natuurlijk de jaarcijfers van De Bataaf uitgebreid bestudeerd en allang besloten dat dit een verloren zaak was maar dat vertelde ik haar natuurlijk niet. Het ging mij meer om de grond en het mooie historische gebouw en ik had al iemand gevonden die op deze locatie een welnesscentrum wilde vestigen. Maar daarvoor moest ik wel eerst de locatie leeg opleveren, zonder al te veel kosten te maken natuurlijk. Ik had hierover al een overeenkomst met de toekomstige eigenaar afgesloten.

‘Heb jij geen zin de exploitatie van De Bataaf over te nemen?’, vroeg ik Inge, ‘Dan huur je het van mij en kan je je eigen ideeën op de Bataaf loslaten’. Daar moest ze over nadenken maar ik zag aan haar gezichtsuitdrukking dat ze wel degelijk gecharmeerd was van het idee. Iedereen die in loondienst is denkt het beter te kunnen doen dan zijn of haar baas en zo iemand zegt nooit nee als diegene de kans krijgt eigen baas te worden. Als ze dit doet gaat zij in no time failliet, dacht ik, en kan ik het complex zonder de hoge kosten voor het ontslaan van het personeel doorverkopen aan mijn partner, die had overigens de tijd…

‘Ik denk erover na’, zei ze. ‘Fijn’, zie ik, ‘jij lijkt me een goede partner, dit wordt vast dit een mooie samenwerking! Ik stuur je een standaard exploitatie overeenkomst, kan je daar eens naar kijken!’. Na nog wat gekeuveld te hebben en een tweede kop koffie stapte ik op. Terwijl ik langs de cassière liep zag ik dat ze was verdiept in een stripverhaal van Dick Bos, grappig dacht ik, die heeft toevallig net als ik hier om de hoek op het Aloysius College gezeten dus zal hier vast wel eens geweest zijn.

Onderweg naar mijn volgende afspraak dacht ik er over na dat het wel jammer was dat ik uitgerekend met Inge te maken ga krijgen en dit haar aan ga doen, maar ja, je moet natuurlijk wel zakelijk blijven als investeerder, business is business!

De Blogger

Het begint meestal ’s nachts als waken overgaat in slapen en er langzaam een idee in je hoofd opkomt. Meestal komt er dan een droom die dit idee verdringt zodat ik mij de volgende ochtend niets meer van dit idee kan herinneren, heel af en toe ontwikkelt het zich ‘s nachts in iets meer dan dat en ontstaan de contouren van een verhaal en het verlangen dat te schrijven.

Van bed naar schrijfmachine en voorzien van een espresso verschijnen al gauw de eerste letters op het scherm, elk begin is goed, elke correctie beter en elke zin voldoet zolang geen betere gevonden, hoewel ik weet dat die er altijd is. Plots gaat alles vanzelf: het verhaal neemt mij over en ik kan niet anders dan regels samenrijgen tot iets wat geschreven moet worden, kop, midden, staart, grap, vondst, volgorde, ritme, overgang en dan als hoogtepunt de onvermijdelijke uitsmijter.

Dan laat ik het liggen, ga ik weg, kom ik terug, schrap en vul aan waar iets ontbreekt, het rijpt en wordt beter. Dan is het af en met een druk op de knop gaat het de digitale ruimte in en wordt het alleen nog maar door bots gelezen.

De verkeersregelaar

Onderweg naar huis op een natte, warme herfstmiddag waarbij het een beetje miezerde reed ik mijn auto het laatste stukje van de berg af naar beneden. Al in de verte zag ik iemand met een feloranje regenpak staan die de weg voor mij versperde. Ik nam gas terug terwijl de man hevig gebarend voor me stond en besloot te stoppen en mijn portierraam te openen. Er was verder niets te zien qua verkeersborden dus ik vroeg me af wat er aan de hand was, verkeersongeluk, gaslek, ramp, wegwerkzaamheden?

‘Gaat u nu naar rechts of naar links’, vroeg de man geagiteerd. ‘Dat hangt van uw antwoord af’, reageerde ik ‘U blokkeert immers de weg en ik wil graag weten waarom’. ‘Als u in de auto rijdt en u komt bij een kruising dan dient u richting aan te geven. Als u hier naar rechts gaat is dat geen probleem, gaat u naar links dan moet u even wachten en mijn aanwijzingen afwachten’.

De man zag er slim uit en onmiddellijk ging de gedachte door me heen dat dit waarschijnlijk iemand is die verplicht dit soort werk moet doen en probeert er nog een beetje intellectuele uitdaging in te leggen. Als ik daar zou staan, in de regen in een oranje regenpak, zou ik er ook wat van maken en elke auto is dan weer een uitdaging. Hij begon een heel verhaal over de wegenverkeerswet en de verplichting richting aan te geven en het gevaar dat ik opleverde voor mijn medeweggebruikers. ‘Weet u wel dat u in overtreding bent en u een bon kan geven?’ Hij had er duidelijk plezier in, op zijn pak zag ik in grote letters ‘Verkeersregelaar’ staan. Ik had die dag al een verkeersboete in de brievenbus gekregen wegens te snel rijden dus daar zat ik nou ook weer niet op te wachten…

‘Maar wat is er nu eigenlijk aan de hand hier?’ vroeg ik. ‘Deze weg is tijdelijk eenrichtingsverkeer omdat op de andere weghelft werkzaamheden worden verricht’. Ik keek naar links en zag niks. “Een collega van mij houdt het verkeer aan de andere kant op dus er kan via deze baan vanuit de verkeerde richting verkeer aan komen’ reageerde hij, ‘en u wilt toch niet op elkaar knallen?

Iets in mijn hoofd zei me maar niet meer verder met deze man te communiceren want dit was er een die op zijn strepen ging staan. Ik deed mijn portierraam dicht en zette de richtingaanwijzer op links en wachtte af wat er ging gebeuren. De verkeersregelaar staarde geconcentreerd naar de verte. Na verloop van tijd gaf hij met veel gebaar aan dat ik door mocht rijden en dat deed ik dan maar, wel voorzichtig natuurlijk…

De weg waarop ik naar huis reed was verder totaal verlaten, niemand te zien, geen auto, geen verkeersregelaar, geen ongeluk of wegwerkzaamheden en terwijl ik in mijn achteruitkijkspiegel  keek zag ik de verkeersregelaar ook niet meer. Was ik mezelf tegengekomen?

Schoonheid en Troost…

Deze week deelgenomen aan een schrijfweek in Het Beauforthuis in Austerlitz en daar in een groep van 10 mensen in de Boskamer aan een schrijftafel zitten mijmeren en schrijven over Schoonheid en Troost.  Dit leken me interessante begrippen om eens verder ut te diepen in mijn Queeste naar De Waarheid en De Zin van het Bestaan. Uitgangspunt van de cursus was een serie interviews door Wim Kayzer voor de VPRO televisie met schrijvers, wetenschappers, filosofen, beeldend kunstenaars en musici over de kernvraag ‘Wat het bestaan de moeite waard maakt (of niet…)’. Op basis van deze interview is een boek verschenen en de interviews zijn te downloaden op de site van de VPRO.

Schoonheid en Troost zijn mooie begrippen waar veel over te zeggen valt maar zo gauw je het over de onderlinge samenhang hebt kom je volgens mij in de gevarenzone, dat bleek ook tijdens de schrijfsessies deze week. Als je een verschillende lading geeft aan deze begrippen gaat het praten over de onderlinge samenhang snel mis. Dat is dan ook een van de grootste problemen van de Geestwetenschappen: ze bijven vaak steken in de fase van de begripsdefinitie en als je het daar met elkaar niet over eens kunt worden is het verder uitbouwen van een verklaringsmodel heel moeilijk, zo niet onmogelijk. Ik heb zelf Sociologie gestudeerd en weet hoe moeilijk is met het sociologische begrippenapparaat achteraf zaken te verklaren laat staan een blik in de toekomst te werpen en voorspellingen te doen.

Toch hierbij een bescheiden poging van mij kant iets over Schoonheid en Troost te zeggen na daar een paar dagen mee bezig te zijn geweest en ook met anderen daarover gesproken te hebben. Volgens mij zit ‘het gevoel van’ Schoonheid tussen de oren en is het iets subjectiefs en wordt Schoonheid door iedereen anders ervaren. Lees je een tekst dan krijgt iedereen daar zijn eigen associaties bij, hoor je muziek dan raakt de een in vervoering terwijl het de ander juist getroost wordt en een weer iemand anders niet kan wachten tot het afgelopen is, zie je de zon opgaan dan vind jij dat mooi terwijl de ander zit te verlangen naar een stevige regenbui.

Als ik aan schoonheid denk denk ik in eerste instantie aan kunst omdat dat iets is waar ik zelf in geïnteresseerd ben maar dat hoeft niet voor iedereen zo te zijn. Schoonheid kan ook ervaren worden in de natuur of de blik in iemands ogen, dat is individueel bepaald. En Kunst en Schoonheid vallen ook niet altijd samen omdat de kunstenaar los wil komen van wat was en iets nieuws wil creëren, een kunstenaar loopt vaak vooruit en verkent onbekende wegen en probeert dit voor ons vast te leggen en niet altijd met de bedoeling Schoonheid te creëren: kunst kan ook schokkerend zijn, opzettelijk lelijk en bedoeld om heilige huisjes omver te werpen. Van Gogh heeft de aardappeleters echt niet geschilderd omdat hij iets moois wou maken, hij wilde de harde werkelijkheid van arme mensen vastleggen en deed dit met harde lijnen. Zijn doelstelling was volgens mij eerder sociaal dan ingegeven door een verlangen schoonheid te creëren. Toch vinden velen dit nu mooi en ervaren ze de Schoonheid van dit schilderij.

Waar bij mij de Schoonheid in  eerste instantie gekoppeld wordt aan de kunst bleek dat afgelopen week bij veel van mijn medecursisten niet het geval te zijn. Kunst kwam alleen zijdelings aan de orde terwijl de Liefde, de Natuur, Geluk en Troost wel uitgebreid aan de orde kwamen. De vraag welk kunstwerk vind je mooi is dan ook de afgelopen dagen niet aan de orde gekomen terwijl vorig jaar tijdens de schrijfcursus van Wim Brandt die vraag door hem wel gesteld werd, ik heb daar toen onderstaand stukje over geschreven. Ongetwijfeld zal Wim Kaizer daar in de interviews met de kunstenaars wel over gesproken hebben maar de afgelopen dagen kwam dat niet aan de orde, dat zal wel met de potentiële doelgroep van de cursus te maken die in Amsterdam toch iets anders is dan in Zeist.

Er is zeker een relatie tussen schoonheid en troost maar ook dat is niet één op één voor iedereen zo. Ikzelf loop graag door een museum als ik even van de leg ben en meestal kom ik dan geïnspireerd en verfrist weer naar buiten en heb ik er weer zin in. En soms kan een mooi uitzicht of een spelend kind even alles waar je mee bezig bent relativeren en geeft dat je troost. Maar ook hier geldt dat kunst meer is dan dat alleen, het kan ook vervoeren en creatieve krachten bij je oproepen waar je erg blij van wordt.

Kortom: Schoonheid en Troost zijn moeilijk te definiëren begrippen en hebben iets magisch waarbij bewustzijn en onderbewustzijn, ratio en gevoel, reflectie en creatie bij elkaar komen, er in ene gewoon is en ervaren kan worden voor wie er voor open staat…

Hieronder het stukje dat ik vorig jaar schreef tijdens de schrijverscursus van Wim Brands:

De bedreigde zwaan (voorjaar 2016).

Rijksmuseum, “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn, tijdgenoot van Rembrandt, en geschilderd rond 1650.

Ik ben op dit moment het boek “Wat is een kunstenaar?” aan het lezen van Sarah Thornton. Sarah heeft voor haar boek 33 kunstenaars geïnterviewd en gevraagd wat hen tot een kunstenaar maakt. Niet de vraag “Wat maakt jouw werk kunst” staat in het boek centraal maar wat iemand tot kunstenaar maakt waardoor hij in staat is kunst te maken. Overigens heet het oorspronkelijke boek in het Engels “33 Artist in 3 Acts” wat een andere lading aan het boek geeft en meer diversiteit suggereert dan de Nederlandse titiel. Op de vraag “Wat is een kunstenaar” zijn vele antwoorden mogelijk.

Ik was gisteren in een museum en wat mij dan altijd weer opvalt is dat er tegenwoordig bij tentoonstellingen steevast een film over het leven van de kunstenaar wordt vertoond naast de nodige andere audiovisuele media die ons uitleggen wat we eigenlijk zien. Toppunt was twee jaar geleden een museum in Duitsland waar je alleen naar binnen kunt als je mee doet aan zo’n rondleiding met een koptelefoon op. Allemaal achter de juf aan en uitleg krijgen in je eigen taal, solo rondlopen mocht niet. Dat heb ik dus geweigerd, ik kijk en informeer me liever zelf! (1)

Je kan een schilderij ook gewoon mooi vinden en een goed voorbeeld van een mooi schilderij is voor mij “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn in het Rijksmuseum, destijds de eerste aankoop van het Rijks. Wanneer ik de eregalerij oploop trekt dit werk me als een magneet aan. Het schilderij is beeldvullend, levensgroot en levensecht geschilderd. De zwaan komt dapper, krachtig en vol vuur recht op je af, met deze zwaan valt niet te spotten! De symboliek van de zwaan die normaal vreedzaam is en als het nodig is zijn kroost met alle macht beschermd maakt het schilderij ook mooi.

Als je dichterbij komt blijken er twee woorden aan het werk toegevoegd: “Raadspensionaris” en “Holland” volgens kenners verwijzend naar Johan de Witt waardoor het schilderij destijds een politieke lading kreeg. Dit is niet door Jan Asselijn zelf gedaan, hij overleed in 1652 en Johan de Witt werd pas in 1653 “Raadspensionaris”. Het is niet bekend of Jan Asselijn er uitgesproken politieke standpunten op nahield, het blijkt in ieder geval niet uit zijn andere werk. Het kan net zo goed zijn dat hij met dit werk gewoon een bedreigde zwaan wilde uitbeelden. Door deze toevoeging wordt ons dus een bepaalde visie op dit schilderij opgedrongen. Ook toen deed men dus al aan kunstmarketing maar toen ging het nog om het kunst object zelf en niet de kunstenaar.

(1) Inmiddels heb ik in dat zelfde museum wel de rondleiding gevolgd en wel van een alleraardigste dame die ons enorm de ruimte gaf zelf rond te lopen en alleen indien gevraagd een toelichting gaf, top!