Category Archives: Writing

Het pontje

Nadat we drie kwartier vertraging hadden opgelopen omdat twee dames de trein gemist hadden liepen we onder aanvoering van onze gids richting de bollenvelden. We hadden geluk want ondanks de weersvoorspellingen hadden we een mooie strak blauwe lucht hoewel het wat frisjes was en op de open vlaktes flink waaide. Elf mensen hadden zich voor deze tocht bij Sassenheim, de streek waar mijn voorouders vandaar komen, ingeschreven en daarvan waren er negen ook op komen dagen, ik was de enige man in dit gezelschap.

Net buiten de bebouwde kom aangekomen liepen we langs de Leidsevaart naar een nostalgisch pontje dat ons naar de overkant zou brengen maar waar we niet allemaal tegelijk op konden. Ik besloot eerst maar eens te kijken hoe de eerste groep het er vanaf zou brengen. De tocht begon voortvarend maar ongeveer twintig meter voor de overkant bleef het pontje steken. De ketting, waaraan getrokken moest worden om aan de overkant te komen, was vast komen zitten tussen de planken op de bodem van het pontje en de dames bleven maar sjorren en trekken in een poging deze los te krijgen. ‘Ik bemoei me er niet mee’, dacht ik, het leek me niet verstandig me als enige man in het gezelschap van louter dames het voortouw te nemen…

Aan de overkant stond inmiddels een andere groep te wachten op de overtocht en die begon zich er nu ook mee te bemoeien evenals de dames die met mij stonden te wachten. De emoties liepen nu zo hoog op dat er nu met stemverheffing werd gesproken en steeds wilder aan de ketting werd getrokken. Voor twee dames waarmee ik stond te wachten was inmiddels de maat vol, ze besloten dat het welletjes was geweest en vertrokken richting het station. Het pontje was inmiddels weer onderweg naar het startpunt zonder de overkant bereikt te hebben.

‘Heeft er misschien iemand een schroevendraaier bij zich?’, vroeg een van de dames. Ik aarzelde even maar gaf toen toch maar toe dat ik een zakmes bij me had. Opgelucht werd er naar me gekeken terwijl ik het pontje opstapte en de ketting liet vieren zodat er geen spanning meer op stond. Met het zakmes drukte de schakels van de ketting naar beneden en in no time was het zaakje geregeld zodat we konden oversteken. Onder aanvoering van onze opgeluchte gids vervolgden we onze wandeling langs de in bloei staande bollenvelden, over pittoreske bruggetjes en de vele zwanen die nog aan het broeden waren en niet blij waren dat we zo dichtbij langs liepen.

We vervolgden onze weg en na een paar keer verkeerd gelopen te zijn kwamen we bij de uitspanning terecht waar we koffie zouden gaan drinken, helaas, die was gesloten. De gids besloot daarom op een verlaten skateveld in de bebouwde kom ons onze boterhammen te laten oppeuzelen terwijl ik om me heen hoorde mopperen. Toen we verder liepen begonnen steeds meer dames zich nu met de route en het kaartlezen te bemoeien. Ik hield mij hier natuurlijk weer afzijdig van en maakte me er het beste van hoewel langs de snelweg lopen nou niet mijn idee is van een mooie wandeling door de bollenstreek.

De volgende stop zou de vlindertuin zijn maar, en verbaasd was ik niet meer, die konden we helaas niet vinden. Ik had inmiddels mijn GPS aangezet en gezien dat we gelukkig niet ver van het startpunt waren maar we hadden inmiddels wel veel meer gelopen dan op de site waar de wandeling stond was aangegeven. Plots waren er weer twee dames verdwenen nadat ze ruzie hadden gekregen over de route met de gids die steeds wanhopiger werd. Toen we uiteindelijk nog met zijn vieren over waren en mijn GPS mij vertelde dat we weer van het startpunt weg liepen stelde ik voor mijn routeplanner maar te volgen waarbij ik opmerkte dat ik vroeger bij de padvinderij heb gezeten. Dat vond de anderen toen ineens een goed idee…

Het laatste stuk terug was eigenlijk best wel weer gezellig, als je zo’n tocht overleefd verbroedert dat en uiteindelijk waren we na vijf uur wandelen weer terug op het beginpunt. Ik kreeg nog een bosje tulpen van een van de dames en een mooie ervaring rijker en met een goed verhaal ging ik weer huiswaarts…

李先生同意

Meneer Lee stemt tegen.

Die ochtend was meneer Lee vroeg opgestaan en had hij zijn nieuwe pak aangetrokken. Na het ontbijt met zijn vrouw was hij bij de kapper langs gegaan om zich te laten scheren en zijn stropdas te laten strikken. Meneer Lee had dit pak per koerier van de partij gekregen en nooit eerder een pak of stropdas gedragen. Toen hij naar zijn huis terugliep stond iedereen op straat vol ontzag naar hem te kijken, zo netjes had nog niemand in zijn dorp hem ooit gezien. Aangekomen bij de straat waar hij woonde zag hij een grote groep mensen bij zijn huis staan rond de partijauto die hem kwam ophalen.

Meneer Lee stelde zich voor aan de chauffeur: ‘Meneer Lee, aangenaam, ik moet nog even mijn spullen pakken want die liggen nog binnen.’ “Dat is niet nodig meneer Lee, alles is geregeld, stapt U maar in’, zei een mevrouw in het partijuniform die naast de chauffeur stond op een toon waarbij hij dacht dat het beter was te doen wat zij hem vroeg.

Na een snel afscheid van zijn vrouw reed meneer Lee, onder begeleiding van twee motoragenten over hobbelige binnenwegen naar de snelweg die hem naar Beijing zou brengen. Onderweg voegden steeds meer partijauto’s zich bij een steeds groter wordende colonne identieke auto’s allemaal op weg naar de Grote Zaal  van het Volk aan het Plein van de Hemelse Vrede. Achter het glas voorin zat de chauffeur en naast hem zijn begeleidster. ‘Alles goed met U meneer Lee’, vroeg ze met een glimlach, ‘U weet wat de bedoeling is?’. ‘Ja hoor’ zei hij, ‘het is met duidelijk, ik ga tegen stemmen’.

Hij dacht terug aan die gedenkwaardige dag drie maanden geleden toe hij door eenzelfde auto was opgehaald en naar het hoofdkantoor van de partij in Beijing gebracht. Daar aangekomen was hij naar een vergaderzaal gebracht waar een aantal partijbonzen rond de tafel zat met aan het hoofd president Xi Jinping. Door emoties overweldigd maar ook een beetje nerveus was hij naar voren gelopen om de grote leider de hand te schudden en Xi Jinping had hem glimlachend aangekeken.

‘Best kameraad Lee’, had Xi Jinping gezegd, ‘uit betrouwbare bron weet ik dat u een zeer toegewijd lid van de partij bent en zich jaren voor ons heeft ingezet, ook in tijden die voor ons en voor u niet altijd makkelijk waren. Ik heb daarom verzocht U hier te laten komen omdat ik U iets wil vragen.’ Meneer Lee keek verbaasd naar de president en partijleider en voelde zich trots en vereert na deze woorden, wie kon een persoonlijk verzoek van de grote leider Xi Jinping weigeren?

‘Zoals U weet’, vervolgde Xi Jinping, ‘is over een paar maanden ons Volkscongres en zullen onze 3.000 parlementsleden vanuit het hele land naar Beijing komen om namens de 1.22 miljard Chinezen een aantal historische beslissingen te gaan nemen. De partijleiding uit uw regio heeft U voorgedragen als afgevaardigde en we willen graag dat U in de Grote Zaal van het Volk gaat meebeslissen over een aantal belangrijke zaken die bepalend zullen zijn voor de toekomst van het Grote Chinese Volk. De belangrijkste stemming zal gaan over de rol van mij als president van China waarbij het voorstel zal zijn mij de bevoegdheid te geven deze functie levenslang uit te oefenen.’

‘Ik ben zeer vereerd geachte heer Xi Jinping dat ik naar het Volkscongres mag voor mijn regio’. stamelde de heer Lee die erg onder de indruk was van Xi Jinping, die in het echt wel iets gezetter was dan op de foto, ‘en natuurlijk zal ik volledig volgens de richtlijnen van de partij meestemmen met het Volkscongres!’. President Xi Jinping, tevens secretaris-generaal van de communistische partij en hoofd van de strijdkrachten van China, lachte meneer Lee toe en antwoordde: ‘daar gaat het nu juist over, we zoeken iemand die juist tegen gaat stemmen omdat we graag naar de buitenwereld toe willen ophouden dat we in China democratisch te werk gaan als het om verkiezingen gaat. Stemt U gerust tegen tijdens het Volkscongres zodat we zeker weten dat er in ieder geval één tegenstem is anders krijgen we de hele wereld over ons heen”.

Zonder op een antwoord te wachten ging de vergadering verder en werd meneer Lee afgevoerd en na een gezellig dineetje met een paar functionarissen en het aanmeten van het standaard partijpak voor het Volkscongres keerde hij terug naar zijn regio. En nu, drie maanden later, was hij onderweg naar het Volkscongres met die speciale opdracht van de Grote Leider en voelde hij zich trots dat hij uitverkoren deze mooie belangrijke opdracht uit te voeren.

Twee uur later betrad meneer Lee de Grote Zaal van het Volk en nam hij plaats tussen de vertegenwoordigers van het Volk en luisterde hij naar de speeches van de Chinese prominenten waarvan hij er maar een paar kende. s’ Avonds, na de officiële vergadering, was het goed toeven in zijn luxe hotel  en genoot hij van de luxe, de etentjes en gala’s waarvoor hij als parlementslid was uitgenodigd.

De derde en laatste dag van het Volkscongres stond in het teken van de stemmingen en vlak voor de belangrijkste stemming over de ambtstermijn van de president kwam zijn begeleidster nog even bij hem langs om hem er nog even aan te herinneren vooral tegen te stemmen. De stemming  was geheim dus niemand zou weten dat hij een tegenstemmer was. Toen hij zijn stembiljet in de stembus liet glijden had hij het moeilijk omdat hij tegen zijn gevoel instemde, maar ja, als de partijleider je wat vraagt doe je dat natuurlijk! Al snel volgde de uitslag: met 2.958 stemmen voor, 2 tegen en 3 onthoudingen stemde een overweldigende meerderheid van het Chinese parlement in met een grondwetswijziging die president Xi Jinping de bevoegdheid gaf levenslang de functie van President uit te oefenen en meneer Lee was één van de twee tegenstemmers geweest.

Na afloop van het Volkscongres stond meneer Lee buiten te wachten op zijn chauffeur om weer naar huis gebracht te worden en terwijl auto na auto vetrok bleef meneer Lee uiteindelijk alleen achter, zijn chauffeur en begeleidster waren nergens te vinden. Plots stopte er een politiebusje naast hem en stapten een paar agenten uit. ‘Bent U meneer Lee’, was de vraag van een van hen. ‘Jazeker’, antwoordde hij, ‘Ik heb net het Volkscongres bijgewoond, ik sta op mijn auto te wachten!’. “Wilt U even meerijden naar ons kantoor’, was het antwoord, ‘we hebben wat vragen’.

Na een korte rit werd hij bij een kazerne van het Volksleger afgezet, Daar werd zijn pak ingenomen, kreeg hij andere kleren en werd hij naar een kamer gebracht waar twee mannen zaten, één die hem ondervraagde en een ander die op zijn laptop verslag legde van het gesprek. De man in uniform keek hem streng aan. ‘Meneer Lee’, zei hij, ‘we hebben een probleem, wellicht kunt U ons helpen’. ‘Dat is geen probleem’, antwoordde meneer Lee, ‘maar dit moet een misverstand zijn, ik voerde tijdens het Volksgesprek een speciale opdracht van president Xi Jinping uit.’ ‘Daar gaat het ook om’, zei de ondervrager, ‘want we hadden 3 mensen gevraagd tegen te stemmen en maar 2 hebben het gedaan, we willen graag weten wie dat was…’.

Vol ongeloof staarde meneer Lee naar zijn ondervragers en keek hij rond in de naargeestige omgeving waarin hij terecht was gekomen. ‘U kunt mij als Volksvertegenwoordiger toch niet zomaar vasthouden?’, vroeg hij. ‘Dat kan wel’, zei zijn ondervrager, ‘we zijn namelijk van de  nieuwe Toezicht Commissie die tijdens het Volkscongres is ingesteld en wij hebben de bevoegdheid in te grijpen als het leiderschap van de Partij en de Socialistische Rechtsstaat in gevaar komen. En onze president was niet bepaald blij toen één van de drie aangewezen tegenstemmers toch voor stemde tegen de wil van onze grote leider in. China’s parlement moet wel betrouwbaar blijven en we willen vermijden dat we in de val van een onbestuurbare  democratie vallen!’.

We hebben Van Xi Jinping de opdracht uit te zoeken wie diegene was die zich niet aan de afspraak heeft gehouden en zolang we dat niet weten zullen we U hier een tijdje vast moeten houden.’ ‘Maar ik ben het niet!’, riep meneer Lee wanhopig, ‘Ik heb altijd de partij gesteund!’ ‘Dat zeggen ze allemaal!, reageerde de ondervrager, ‘Ik zie U morgen weer, U blijft hier net zo lang zitten totdat we weten wie van de drie dit was..’

Onder begeleiding van twee agenten werd meneer Lee naar zijn cel gebracht. Op de gang kwam hij meerdere mensen tegen die hij herkende van het Volkscongres, het was een drukte van belang. Blijkbaar had de nieuwe Toezicht Commissie met meerdere parlementariërs nog een appeltje te schillen. De bewakers brachten hem terug naar zijn cel waar hij onder hun zwijgend toezicht te eten kreeg. ‘Dat smaakte best goed’, dacht meneer Lee, ‘het eten hier is in ieder geval beter dan bij mij thuis…’.

De Bataaf

Een paar dagen nadat ik op een internetveiling voor een prikje de slecht renderende speeltuin De Bataaf had overgenomen besloot ik daar maar eens zelf te gaan kijken. Ik arriveerde voor openingstijd en toen ik bij de kassa aankwam zat daar al een dame die druk bezig was haar cactussen water te geven. ‘We zijn nog niet open meneer!’ klonk het uit het hokje en ik wachtte geduldig af. Even over tien was ze klaar en richtte ze zich tot mij: ‘Dat is dan 5 euro meneer!’. ‘Ik kom eigenlijk voor de bedrijfsleider’, reageerde ik. ‘Die hebben we niet meer’ zei ze, maar als u iemand wilt spreken kunt u het beste bij de kok in het restaurant zijn’. Ik bedankte haar en liep de speeltuin binnen.

De Bataaf was niet veel veranderd, als kind ging ik daar vaak met mijn ouders, broer en zussen heen en werden wij in de speeltuin gedumpt terwijl mijn ouders met hun gasten iets gingen drinken of midgetgolven, daar waren wij nog te jong voor. Op loopafstand van ons huis en een ideaal uitje voor de zondagmiddag. Wat me het meest is bijgebleven was de waterbaan waar je met je eigen bootje kon varen, of, beter gezegd, expres tegen de andere bootjes botsen. Als kind was je toen nog met weinig tevreden.

In het restaurant aangekomen was de kok onvindbaar maar er was wel iemand voor de bediening en ik bestelde een kop koffie en een saucijzenbroodje. ‘Weet u ook hoe laat de kok hier is?’, vroeg ik haar. ‘Meestal rond elf’, zei ze, ‘maar als u wilt kan ik haar bellen, dan komt ze vast wat eerder, ze woont hier vlakbij. Wie kan ik zeggen dat u bent en waar het over gaat?’. ‘Ik ben Victor La Lune, de nieuwe eigenaar van dit complex’, ik zag dat ze me wat meewarig aankeek. Ze pakte haar telefoon en liep naar de keuken. In ieder geval goede saucijzenbroodjes, dacht ik, terwijl ik bijna mijn mond verbrandde bij de eerste hap.

Een half uur later zag ik Inge aankomen fietsen, ik herkende haar meteen. Ik had vroeger met haar op school gezeten en ze was de dochter van de lokale benzinepomphouder, we hadden kort iets met elkaar gehad totdat ze iets kreeg met de zoon van de lokale garagehouder en daar was ze toen mee getrouwd. Verrast keek ze me aan toen ze binnenkwam, ‘Victor, jij hier, dat is lang geleden!’, en ze schoof bij me aan, ‘en ook nog eens de nieuwe eigenaar, wat een verrassing!’. Dat was het ook voor mij.

Na wat gekeuvel over vroeger en gemeenschappelijke vrienden, ze was nog steeds getrouwd met Cees, legde ik haar uit dat ik De Bataaf te koop had zien staan, dat ik een investeringsmaatschappij had en dat ik meteen geïnteresseerd was omdat ik daar zelf als kind vroeger nog had gespeeld. En dat ik, tot mijn eigen verbazing, na mijn eerste lage bod, plots de eigenaar van was geworden en gisteren de stukken bij de notaris had laten passeren zodat ik nu formeel de eigenaar was.

‘Je bent niet de eerste’, zei ze, ‘we hebben de afgelopen jaren al een stoet van nieuwe eigenaren langs zien komen waaronder een bekende Nederlandse voetballer die in Oranje heeft gespeeld. Allemaal met de meest wilde plannen maar uiteindelijk waren ze nooit bereid echt in de speeltuin te investeren en werden we na verloop van tijd weer aan de volgende partij doorverkocht’. ‘De locatie is perfect’, zei ik, veel scholen en gezinnen in de buurt dus dat moet toch volk trekken.  Wat moet er volgens jou gebeuren?’, vroeg ik haar. ‘Tja, je zou kunnen investeren in nieuwe speelvoorzieningen maar de nostalgie van de oude speeltuin in combinatie met horeca maakt het juist aantrekkelijk volgens mij. En voor mij als kok prima werktijden omdat de keuken om vijf uur dicht gaat en het park om zes’.

Ik had natuurlijk de jaarcijfers van De Bataaf uitgebreid bestudeerd en allang besloten dat dit een verloren zaak was maar dat vertelde ik haar natuurlijk niet. Het ging mij meer om de grond en het mooie historische gebouw en ik had al iemand gevonden die op deze locatie een welnesscentrum wilde vestigen. Maar daarvoor moest ik wel eerst de locatie leeg opleveren, zonder al te veel kosten te maken natuurlijk. Ik had hierover al een overeenkomst met de toekomstige eigenaar afgesloten.

‘Heb jij geen zin de exploitatie van De Bataaf over te nemen?’, vroeg ik Inge, ‘Dan huur je het van mij en kan je je eigen ideeën op de Bataaf loslaten’. Daar moest ze over nadenken maar ik zag aan haar gezichtsuitdrukking dat ze wel degelijk gecharmeerd was van het idee. Iedereen die in loondienst is denkt het beter te kunnen doen dan zijn of haar baas en zo iemand zegt nooit nee als diegene de kans krijgt eigen baas te worden. Als ze dit doet gaat zij in no time failliet, dacht ik, en kan ik het complex zonder de hoge kosten voor het ontslaan van het personeel doorverkopen aan mijn partner, die had overigens de tijd…

‘Ik denk erover na’, zei ze. ‘Fijn’, zie ik, ‘jij lijkt me een goede partner, dit wordt vast dit een mooie samenwerking! Ik stuur je een standaard exploitatie overeenkomst, kan je daar eens naar kijken!’. Na nog wat gekeuveld te hebben en een tweede kop koffie stapte ik op. Terwijl ik langs de cassière liep zag ik dat ze was verdiept in een stripverhaal van Dick Bos, grappig dacht ik, die heeft toevallig net als ik hier om de hoek op het Aloysius College gezeten dus zal hier vast wel eens geweest zijn.

Onderweg naar mijn volgende afspraak dacht ik er over na dat het wel jammer was dat ik uitgerekend met Inge te maken ga krijgen en dit haar aan ga doen, maar ja, je moet natuurlijk wel zakelijk blijven als investeerder, business is business!

De Blogger

Het begint meestal ’s nachts als waken overgaat in slapen en er langzaam een idee in je hoofd opkomt. Meestal komt er dan een droom die dit idee verdringt zodat ik mij de volgende ochtend niets meer van dit idee kan herinneren, heel af en toe ontwikkelt het zich ‘s nachts in iets meer dan dat en ontstaan de contouren van een verhaal en het verlangen dat te schrijven.

Van bed naar schrijfmachine en voorzien van een espresso verschijnen al gauw de eerste letters op het scherm, elk begin is goed, elke correctie beter en elke zin voldoet zolang geen betere gevonden, hoewel ik weet dat die er altijd is. Plots gaat alles vanzelf: het verhaal neemt mij over en ik kan niet anders dan regels samenrijgen tot iets wat geschreven moet worden, kop, midden, staart, grap, vondst, volgorde, ritme, overgang en dan als hoogtepunt de onvermijdelijke uitsmijter.

Dan laat ik het liggen, ga ik weg, kom ik terug, schrap en vul aan waar iets ontbreekt, het rijpt en wordt beter. Dan is het af en met een druk op de knop gaat het de digitale ruimte in en wordt het alleen nog maar door bots gelezen.

De verkeersregelaar

Onderweg naar huis op een natte, warme herfstmiddag waarbij het een beetje miezerde reed ik mijn auto het laatste stukje van de berg af naar beneden. Al in de verte zag ik iemand met een feloranje regenpak staan die de weg voor mij versperde. Ik nam gas terug terwijl de man hevig gebarend voor me stond en besloot te stoppen en mijn portierraam te openen. Er was verder niets te zien qua verkeersborden dus ik vroeg me af wat er aan de hand was, verkeersongeluk, gaslek, ramp, wegwerkzaamheden?

‘Gaat u nu naar rechts of naar links’, vroeg de man geagiteerd. ‘Dat hangt van uw antwoord af’, reageerde ik ‘U blokkeert immers de weg en ik wil graag weten waarom’. ‘Als u in de auto rijdt en u komt bij een kruising dan dient u richting aan te geven. Als u hier naar rechts gaat is dat geen probleem, gaat u naar links dan moet u even wachten en mijn aanwijzingen afwachten’.

De man zag er slim uit en onmiddellijk ging de gedachte door me heen dat dit waarschijnlijk iemand is die verplicht dit soort werk moet doen en probeert er nog een beetje intellectuele uitdaging in te leggen. Als ik daar zou staan, in de regen in een oranje regenpak, zou ik er ook wat van maken en elke auto is dan weer een uitdaging. Hij begon een heel verhaal over de wegenverkeerswet en de verplichting richting aan te geven en het gevaar dat ik opleverde voor mijn medeweggebruikers. ‘Weet u wel dat u in overtreding bent en u een bon kan geven?’ Hij had er duidelijk plezier in, op zijn pak zag ik in grote letters ‘Verkeersregelaar’ staan. Ik had die dag al een verkeersboete in de brievenbus gekregen wegens te snel rijden dus daar zat ik nou ook weer niet op te wachten…

‘Maar wat is er nu eigenlijk aan de hand hier?’ vroeg ik. ‘Deze weg is tijdelijk eenrichtingsverkeer omdat op de andere weghelft werkzaamheden worden verricht’. Ik keek naar links en zag niks. “Een collega van mij houdt het verkeer aan de andere kant op dus er kan via deze baan vanuit de verkeerde richting verkeer aan komen’ reageerde hij, ‘en u wilt toch niet op elkaar knallen?

Iets in mijn hoofd zei me maar niet meer verder met deze man te communiceren want dit was er een die op zijn strepen ging staan. Ik deed mijn portierraam dicht en zette de richtingaanwijzer op links en wachtte af wat er ging gebeuren. De verkeersregelaar staarde geconcentreerd naar de verte. Na verloop van tijd gaf hij met veel gebaar aan dat ik door mocht rijden en dat deed ik dan maar, wel voorzichtig natuurlijk…

De weg waarop ik naar huis reed was verder totaal verlaten, niemand te zien, geen auto, geen verkeersregelaar, geen ongeluk of wegwerkzaamheden en terwijl ik in mijn achteruitkijkspiegel  keek zag ik de verkeersregelaar ook niet meer. Was ik mezelf tegengekomen?

Schoonheid en Troost…

Deze week deelgenomen aan een schrijfweek in Het Beauforthuis in Austerlitz en daar in een groep van 10 mensen in de Boskamer aan een schrijftafel zitten mijmeren en schrijven over Schoonheid en Troost.  Dit leken me interessante begrippen om eens verder ut te diepen in mijn Queeste naar De Waarheid en De Zin van het Bestaan. Uitgangspunt van de cursus was een serie interviews door Wim Kayzer voor de VPRO televisie met schrijvers, wetenschappers, filosofen, beeldend kunstenaars en musici over de kernvraag ‘Wat het bestaan de moeite waard maakt (of niet…)’. Op basis van deze interview is een boek verschenen en de interviews zijn te downloaden op de site van de VPRO.

Schoonheid en Troost zijn mooie begrippen waar veel over te zeggen valt maar zo gauw je het over de onderlinge samenhang hebt kom je volgens mij in de gevarenzone, dat bleek ook tijdens de schrijfsessies deze week. Als je een verschillende lading geeft aan deze begrippen gaat het praten over de onderlinge samenhang snel mis. Dat is dan ook een van de grootste problemen van de Geestwetenschappen: ze bijven vaak steken in de fase van de begripsdefinitie en als je het daar met elkaar niet over eens kunt worden is het verder uitbouwen van een verklaringsmodel heel moeilijk, zo niet onmogelijk. Ik heb zelf Sociologie gestudeerd en weet hoe moeilijk is met het sociologische begrippenapparaat achteraf zaken te verklaren laat staan een blik in de toekomst te werpen en voorspellingen te doen.

Toch hierbij een bescheiden poging van mij kant iets over Schoonheid en Troost te zeggen na daar een paar dagen mee bezig te zijn geweest en ook met anderen daarover gesproken te hebben. Volgens mij zit ‘het gevoel van’ Schoonheid tussen de oren en is het iets subjectiefs en wordt Schoonheid door iedereen anders ervaren. Lees je een tekst dan krijgt iedereen daar zijn eigen associaties bij, hoor je muziek dan raakt de een in vervoering terwijl het de ander juist getroost wordt en een weer iemand anders niet kan wachten tot het afgelopen is, zie je de zon opgaan dan vind jij dat mooi terwijl de ander zit te verlangen naar een stevige regenbui.

Als ik aan schoonheid denk denk ik in eerste instantie aan kunst omdat dat iets is waar ik zelf in geïnteresseerd ben maar dat hoeft niet voor iedereen zo te zijn. Schoonheid kan ook ervaren worden in de natuur of de blik in iemands ogen, dat is individueel bepaald. En Kunst en Schoonheid vallen ook niet altijd samen omdat de kunstenaar los wil komen van wat was en iets nieuws wil creëren, een kunstenaar loopt vaak vooruit en verkent onbekende wegen en probeert dit voor ons vast te leggen en niet altijd met de bedoeling Schoonheid te creëren: kunst kan ook schokkerend zijn, opzettelijk lelijk en bedoeld om heilige huisjes omver te werpen. Van Gogh heeft de aardappeleters echt niet geschilderd omdat hij iets moois wou maken, hij wilde de harde werkelijkheid van arme mensen vastleggen en deed dit met harde lijnen. Zijn doelstelling was volgens mij eerder sociaal dan ingegeven door een verlangen schoonheid te creëren. Toch vinden velen dit nu mooi en ervaren ze de Schoonheid van dit schilderij.

Waar bij mij de Schoonheid in  eerste instantie gekoppeld wordt aan de kunst bleek dat afgelopen week bij veel van mijn medecursisten niet het geval te zijn. Kunst kwam alleen zijdelings aan de orde terwijl de Liefde, de Natuur, Geluk en Troost wel uitgebreid aan de orde kwamen. De vraag welk kunstwerk vind je mooi is dan ook de afgelopen dagen niet aan de orde gekomen terwijl vorig jaar tijdens de schrijfcursus van Wim Brandt die vraag door hem wel gesteld werd, ik heb daar toen onderstaand stukje over geschreven. Ongetwijfeld zal Wim Kaizer daar in de interviews met de kunstenaars wel over gesproken hebben maar de afgelopen dagen kwam dat niet aan de orde, dat zal wel met de potentiële doelgroep van de cursus te maken die in Amsterdam toch iets anders is dan in Zeist.

Er is zeker een relatie tussen schoonheid en troost maar ook dat is niet één op één voor iedereen zo. Ikzelf loop graag door een museum als ik even van de leg ben en meestal kom ik dan geïnspireerd en verfrist weer naar buiten en heb ik er weer zin in. En soms kan een mooi uitzicht of een spelend kind even alles waar je mee bezig bent relativeren en geeft dat je troost. Maar ook hier geldt dat kunst meer is dan dat alleen, het kan ook vervoeren en creatieve krachten bij je oproepen waar je erg blij van wordt.

Kortom: Schoonheid en Troost zijn moeilijk te definiëren begrippen en hebben iets magisch waarbij bewustzijn en onderbewustzijn, ratio en gevoel, reflectie en creatie bij elkaar komen, er in ene gewoon is en ervaren kan worden voor wie er voor open staat…

Hieronder het stukje dat ik vorig jaar schreef tijdens de schrijverscursus van Wim Brands:

De bedreigde zwaan (voorjaar 2016).

Rijksmuseum, “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn, tijdgenoot van Rembrandt, en geschilderd rond 1650.

Ik ben op dit moment het boek “Wat is een kunstenaar?” aan het lezen van Sarah Thornton. Sarah heeft voor haar boek 33 kunstenaars geïnterviewd en gevraagd wat hen tot een kunstenaar maakt. Niet de vraag “Wat maakt jouw werk kunst” staat in het boek centraal maar wat iemand tot kunstenaar maakt waardoor hij in staat is kunst te maken. Overigens heet het oorspronkelijke boek in het Engels “33 Artist in 3 Acts” wat een andere lading aan het boek geeft en meer diversiteit suggereert dan de Nederlandse titiel. Op de vraag “Wat is een kunstenaar” zijn vele antwoorden mogelijk.

Ik was gisteren in een museum en wat mij dan altijd weer opvalt is dat er tegenwoordig bij tentoonstellingen steevast een film over het leven van de kunstenaar wordt vertoond naast de nodige andere audiovisuele media die ons uitleggen wat we eigenlijk zien. Toppunt was twee jaar geleden een museum in Duitsland waar je alleen naar binnen kunt als je mee doet aan zo’n rondleiding met een koptelefoon op. Allemaal achter de juf aan en uitleg krijgen in je eigen taal, solo rondlopen mocht niet. Dat heb ik dus geweigerd, ik kijk en informeer me liever zelf! (1)

Je kan een schilderij ook gewoon mooi vinden en een goed voorbeeld van een mooi schilderij is voor mij “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn in het Rijksmuseum, destijds de eerste aankoop van het Rijks. Wanneer ik de eregalerij oploop trekt dit werk me als een magneet aan. Het schilderij is beeldvullend, levensgroot en levensecht geschilderd. De zwaan komt dapper, krachtig en vol vuur recht op je af, met deze zwaan valt niet te spotten! De symboliek van de zwaan die normaal vreedzaam is en als het nodig is zijn kroost met alle macht beschermd maakt het schilderij ook mooi.

Als je dichterbij komt blijken er twee woorden aan het werk toegevoegd: “Raadspensionaris” en “Holland” volgens kenners verwijzend naar Johan de Witt waardoor het schilderij destijds een politieke lading kreeg. Dit is niet door Jan Asselijn zelf gedaan, hij overleed in 1652 en Johan de Witt werd pas in 1653 “Raadspensionaris”. Het is niet bekend of Jan Asselijn er uitgesproken politieke standpunten op nahield, het blijkt in ieder geval niet uit zijn andere werk. Het kan net zo goed zijn dat hij met dit werk gewoon een bedreigde zwaan wilde uitbeelden. Door deze toevoeging wordt ons dus een bepaalde visie op dit schilderij opgedrongen. Ook toen deed men dus al aan kunstmarketing maar toen ging het nog om het kunst object zelf en niet de kunstenaar.

(1) Inmiddels heb ik in dat zelfde museum wel de rondleiding gevolgd en wel van een alleraardigste dame die ons enorm de ruimte gaf zelf rond te lopen en alleen indien gevraagd een toelichting gaf, top! 

Voyeur

Op een doordeweekse dag liep ik mijn vaste route door landgoed Den Treek, vlak bij mijn huis. Zoals meestal kwam ik niemand tegen behalve een herder met zijn schaapskudde. Op mijn pad kon ik het spoor van hun uitwerpselen niet alleen goed volgen maar ook scherp ruiken. Terwijl ik langsliep ging een herdershond er in paniek als een speer vandoor nadat hij tegen een schrikdraad was aangelopen. Na een tijdje zoeken en met behulp van een fluitje vonden hond en herder elkaar blij weer terug.

Even verderop begon het langzaam te miezeren waardoor het bos er nog mooier uitzag dan daarvoor en de regen voor een frisse geur zorgde. Onder de bomen bleef het nog droog en kon je de druppels op het bladerdak goed horen; gaan wandelen als het net gaat regenen heeft zo zijn voordelen net zoals het op het strand tijdens een storm mooier is dan wanneer de zon uitbundig schijnt en het volk om een ligplaats vecht.

Terwijl ik, een zanderig ruiterpad volgend, een fietspad overstak zag ik plots, iets verderop midden op het fietspad, een elektrische fiets staan. Nieuwsgierig geworden liep ik naar de fiets toe en dichterbij gekomen zag ik een oude man in de berm staan die heel langzaam, voetje voor voetje schuifelend, probeerde af te zakken in een greppel. Tussen zijn bewegingen in zaten lange pauzes waardoor het leek alsof het hem veel moeite koste. Toen het maar niet wilde lukken draaide hij zich langzaam om en probeerde hij zich achteruit voetje voor voetje in de greppel af te laten zakken, zich vasthoudend aan graspollen en struiken.

Hoewel ik inmiddels dichtbij was gekomen schaamde ik me toch een beetje voor mijn voyeurisme hoewel het voor mij wel duidelijk was dat de man mij nog niet gezien had.  Net op het moment dat ik mijn oude pad weer wilde vervolgen zag ik de man plots in gebogen houding achteruit omvallen met zijn hoofd tegen een boomstam.  Stil bleef hij daar liggen.

Snel liep ik op hem af en terwijl ik dichterbij kwam kon ik zijn gezicht en uiterlijk beter zien, hij zag er goed uit voor zijn leeftijd en was goed gekleed. Met één hand was hij bezig schors vaan een boomstam af te pellen en te bestuderen wat hij daaronder aantrof.

‘Meneer, gaat het goed met u’, vroeg ik de man, ‘Ik zag u vallen, kan ik u wellicht ergens mee helpen?’. Hij draaide zich langzaam half om, keek me aan en reageerde: ‘Met mij is alles in orde, ik heb geen hulp nodig”. Beschaamd keerde ik mij om en vervolgde mijn pad.

Blauw Bloed

O ja, wat ik vergeten te vertellen was. Vorige week liep ik door de Kalverstraat op weg naar een afspraak met ex-collega’s toen ik mij plots herinnerde dat we afgesproken hadden dat ik cake mee zou nemen. Bij de eerste bakker die ik tegenkwam liep ik naar binnen en vroeg ik de bakker om een cake en of zij die voor mij in twaalf plakjes wilde snijden. Ze begon de cake aan te snijden en na tien plakken bleek dat er voor de laatste twee nog maar weinig over was. Daar baalde ik van en vroeg haar om twee extra plakken van gelijke grootte. ‘Dat kan maar dan moet u wel een tweede cake betalen’ zei ze toen. ‘Maar waarom snijdt U de cake niet eerst in twee, daarna elk stuk weer in twee en uiteindelijk elk stuk in drie? Dan krijg je toch een gelijke verdeling?’ reageerde ik. Kwaad reageerde ze ‘Ik ben een bakker en geen beëdigd cakesnijder!’ Protesterend ging ik akkoord en at de restanten van de cake zelf maar op, zonde om weg te gooien!

In het chique hotel waar we hadden afgesproken was een groot restaurant met meerdere verdiepingen en ik liep snel de verdiepingen langs op zoek naar mijn ex-collega’s. Na zo’n dertien verdiepingen zag ik op een soort verhoging mijn ex-collega’s zitten. ‘He Gerard, we zitten hier!’ hoorde ik Arnon roepen, ’daar rechts kan je het podium op!’. Ik liep naar rechts en op de verhoging van ongeveer 70 centimeter zat een portier achter een bureau de krant te lezen. Toen ik hem vragend aankeek zei hij: “Dat is dan twee gulden!”. ‘Maar ik heb hier afgesproken!’ riep ik, ‘Daar zitten mijn collega’s!’. ‘Dit zijn de regels van Grand Hotel Royal’, zei de portier die gewoon doorging de krant te lezen… Zuchtend legde ik de twee gulden neer en bleef wachten op wat er komen ging. Na enige tijd zei de portier: ‘U mag nu het podium op hoor!’. ‘Kunt u me niet optillen meneer, ik heb immers betaald en dan mag je toch ook een inspanning van uw kant verwachten?’ reageerde ik.

Plots werd ik wakker en hoorde ik beneden het vertrouwde geluid van ‘Blauw Bloed’ op de TV waar mijn vrouw elke zondagmorgen vroeg stiekem naar kijkt…

Geïnspireerd door Etgar Keret.

De Stand van de Media

Ik lees al vanaf mijn jeugd elke ochtend De Volkskrant en als ik op vakantie ben geweest verheug ik me er elke keer weer op de stapel kranten van de afgelopen drie weken door te nemen omdat ik anders het gevoel heb iets gemist te hebben. Het kost me meestal wel een dag maar dan heb ik ook in sneltreinvaart drie weken wereldnieuws aan mij voorbij zien gaan. Het is mij één keer overkomen dat een behulpzame buurman die ons huis tijdens onze vakantie in de gaten hield alle kranten had weggegooid omdat hij dacht dat oud nieuws geen nieuws is. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik in de zomer iets gemist heb: er laat zich dan een soort leegte achter en het gevoel dingen gemist te hebben.

De krant, aangevuld met het NOS Journaal, is voor mij dus een ijkpunt voor het nieuws, mijn filter op de wereld en het kader waarbinnen alle andere informatie die ik ontvang door mij gestructureerd wordt. Ik denk dat dat voor een hoop generatiegenoten lange tijd zo geweest is maar ik merk dat daar de afgelopen jaren, met name door de opkomst van de sociale media, veel verandering in is gekomen en dit ijkpunt voor velen ontbreekt. Voor veel mensen vormen de social media nu de structuur waarlangs het nieuws tot hen komt waarop ook de meer traditionele media inhaken in hun nieuwsvoorziening. Je ziet het gebeuren in alle talkshows zoals DWDD, Pauw en RTL Late: ze hebben allemaal een blokje zogenaamd leuke nieuwtjes die ze halen van social media (en die waarschijnlijk iedereen al gezien heeft) en als er een nieuwe hype is zijn ze er als de kippen bij een en ander te duiden, succes gegarandeerd!

Aanjagers van dit soort nieuws zoals Geen Stijl en Dumpert, hier verzamelen zich de uitdragers van flauwe grappen en puberaal gedrag (en daarom kijk ik om principiële redenen nooit naar dit soort site). En recente gedoe zijn daar de vloggers an toegevoegd, een volstrekt onbelangrijk en onbeduidend fenomeen dat al langer bestaat en meer een bron van vermaak is voor de jeugd dan een serieus te nemen beweging. Vlogs zijn over het algemeen doodsaai, amateuristisch gemaakt en zonde om tijd aan te besteden. Je kan het vergelijken met de gratis porno kanalen die ook veel cliënten trekken en waar ook een miljoenen publiek voor is. Maar omdat er blijkbaar veel jongeren naar vloggers kijken en het om een nieuw soort social media gaat (het nieuwe toverwoord) worden ze inhoudelijk serieus genomen terwijl dat helemaal niet zo bedoeld is door de makers. Die willen gewoon aandacht en als ze daarvoor iets geks moeten zeggen of op hun hoofd een biertje moeten drinken met een spijker door hun neus dan doen ze dat: als het maar clicks genereert (en inkomen)! Deze blogs gaan vaak om helemaal niets maar roepen wel een beeld op bij jongeren dat je beroemd kan worden met vlogs zonder ook maar iets te doen. Een sporter of rapper moet nog iets presteren om beroemd te worden, bij een vlogger gaat het meestal alleen maar om de beeldvorming rond de persoon van de vlogger en het verwachte succes.

En dan gaan de serieuze nieuwsmedia zich er ook in ene mee bemoeien, voor een volger van het publieke debat een verschraling van de nieuwsvoorziening die meer zou moeten gaan om informatie voorziening en duiding rond de belangrijke thema’s die er op dat moment spelen dan het continu focussen op social media hypes en bang zijn er een gemist te hebben. Je ziet bijvoorbeeld vaak op Twitter mensen die boos worden als een actualiteiten of nieuws programma niet direct verslag doen van iets wat trending is op het internet terwijl dan soms al snel blijkt dat het om een verkeerd bericht gaat.

Waar ik me ook aan heb gestoord is de nieuwsvoorziening rond de Amerikaanse verkiezingen, dat gaat allemaal wel erg gemakzuchtig. Batterijen ex correspondenten en journalisten worden met cameraploegen naar de VS gestuurd om van daaruit te berichten wat er al lang in de krant of op de sociale media te lezen was. Vroeger werden nog wel eens historici of deskundigen uit de VS zelf geïnterviewd maar nu zijn het Eva Jinek, Twan Huys, Charles Groenhuijsen en Ton Klein die aan tafel aanschuiven en de oceaan over te steken, zelfs Maarten van Rossum heb ik nog niet op de buis gezien… Eveneens vreemd is dan dat de NOS ‘s tijdens de verkiezingsnacht urenlang deze mensen aan het woord laat terwijl iedereen die ook maar een beetje geïnteresseerd is in de Amerikaanse politiek en bereid is daarvoor op te blijven natuurlijk naar de Amerikaanse zenders kijkt die tegenwoordig alom te zien zijn. Totaal overbodig deze uitzendingen.

Een paar jaar als journalist in de VS voor de NOS rondlopen en je bent leven lang expert terwijl de deskundigen die zich hier al tientallen jaren in verdiepen buiten beeld blijven, de doctor Clavans komen helaas tegenwoordig niet meer aan bod…De media moeten zich weer gaan bezig houden met waar ze eigenlijk voor bedoeld zijn: het informeren van het publiek wat het laatste nieuws is en het duiden van het nieuws bijgestaan door deskundigen. En daarbij moet de nodige zorgvuldigheid in de nieuwsvoorziening in acht worden genomen waarbij bronnenonderzoek en eerst iets uitzoeken voordat iets als waar wordt gepresenteerd essentieel is. Positieve uitzonderingen op deze gemakzuchtige benadering zijn programma’s als Buitenhof en Tegenlicht van de VPRO die gelukkig niet met deze trend meegaan. Buitenhof heeft wekelijks een rubriek heeft waarbij een opiniemaker de Internationale kranten doorneemt en dat levert meestal mooie nieuwe inzichten en de VPRO durft het aan ook andere mensen die tegen de stroom ingaan aan het woord te laten.

The Online Communication Cycle

‘Why are you writing in English’, Simone asked me. She had told me Victor had read my blogs about politics, business and IT on the internet which were sometimes in English. I told her I had two reasons for this: it gave me a broader audience and having worked for an English company where I learned to write compact English and liked doing this. ‘And why don’t you focus on one topic, you are writing about such a lot of different topics’. I answered: ‘Having studied Sociology and having worked a long time in IT I have always been interested in how the world was changed by IT, not only from a business point of view but also regarding their personal lives. And as Lecturer Information Management I also teach students about this and tell them about my personal experiences during the lessons and my view on this.’

She wanted to know more about my visit to Sedona and how I met Victor so I told her about the Resurfacing workshop and our discussion on the airport waiting for our planes because of the heavy snow delaying our flights. The reason I participated in this workshop was that I wanted to investigate if I could use this format as a lecturer. ‘I like to do things which in first instance don’t have anything to do with my work but there is always a new perspective which helps me further developing my thoughts. Just like the conversation I had with Paul last week on his startup: I was not sure yet how I could use this but I feel this could in the future. I explained her what we discussed the week before.’

Simone replied: ‘The problem with most people nowadays is that they are confused because of the fact so much is changing all the time. The media are focusing on hypes which are coming up quickly but also ending quickly and soon forgotten. And as most of these hypes have a negative background most people think were are going in the wrong direction. But if you look at it from a scientific and historical point of view we are steadily doing better al the time. The Swedish physician, academic, statistician, and public speaker Hans Gosling made a lot of statistics in which he proofed were are doing better than most people expect, he died a few days ago, a terrible loss for science.’

‘Victor’s communications paradox has to do with the fact that the way we interact and communicate with our environment is rapidly changing and that our mind is not able to cope with this, we are not in the drivers seat any more but constantly reacting to what’s happening around us. Direct one to one communication is now being replaced by new ways of communication and the big difference with the old way of communication is that in the past, when you were communicating with someone, the message was key and you were using verbal and none verbal communication to interact. Now, while the internet has become available you can easily communicate with all people allover the world using channels as Facebook, Twitter or Snapchat.

This way of communication is new for most people (Facebook exists only 13 years) and we don’t know yet what the real impact of communicating through these channels will be. This impact can be both positive, your tweet or post can go viral and become a hype, or negative in the sense that a wrong post can change the way others see you. That’s why mots people have their personal brand in mind when they communicate and respond when communication is not in line with this. That’s the reason most people don’t create content themselves anymore but are constantly responding and having an opinion on what others have to say by liking, sharing and replying, I call this spinning.’ She showed me a picture from Victor’s book how this has changed.’

‘As you can see in the picture online communication is more complex than direct communication and not everybody’s has the skills and is able to manage this process successfully. It starts with having a good picture of your identity and this can, especially when your young, become a big problem: when receiving negative feedback this can make them very unsure. Channels like Facebook, Twitter and Instagram have become very important and have big impact on the way we communicate and the way we receive information.’

I responded: ‘True, and that’s why, according to me, you cannot talk about social media anymore as most people do. Technology made communication channels available and these have completely changed the way we communicate with each other and this development has just started and already high impact. From a sociological point of view this new ‘Online Communication’ can never replace ‘Direct Communication’ but it has changed it. And it will never change back to the days before we got our own PC or Smartphone, it’s here to stay. And what we need to learn our students now is what the value of these ways of communication can be, what’s is their potential.’

‘Take for example the development of popular music since the fifties of the last century when we had only the radio and television and the LP was not there yet. Songs were about love and personal communication and the message in a song was always very clear and easy to understand. This has completely changed, it’s not about the text of the song and the music anymore but about the artist and his brand and management taking care the artist is in the news all the time. Ask someone what a song is all about and nobody knows.’

‘I have studied Sociology, what did you?’, asked Simone. ‘Me too’, I said ‘but that was more than 30 years ago before I started working in IT, I’m not familiar with the latest developments’. ‘But if I read your blogs I’m not listening to an IT guy talking but to a Sociologist who is talking about the changes in society due to the Internet, why don’t you write something from your old Sociology background, I think the publisher I work with would be very interested’. She is right, I thought, what I’m writing about is not a structural analysis but just a reflection on what I experience and read somewhere, a more structural approach using the sociological body of knowledge would make sense.

While drinking our wine we discussed what an interesting subject would be from a sociological point of view and agreed after some time it would be interesting to look how our view on the world around us has changed since the massive introduction of new ways of communication made possible by the internet. ‘Interesting subject’, I replied to her, ‘I will think about it and let you now how I would approach this but this will take time’. ‘Take your time, she smiled, ‘and in the meantime let me know once in a while how you are doing…’.