De Bataaf

Een paar dagen nadat ik op een internetveiling voor een prikje de slecht renderende speeltuin De Bataaf had overgenomen besloot ik daar maar eens zelf te gaan kijken. Ik arriveerde voor openingstijd en toen ik bij de kassa aankwam zat daar al een dame die druk bezig was haar cactussen water te geven. ‘We zijn nog niet open meneer!’ klonk het uit het hokje en ik wachtte geduldig af. Even over tien was ze klaar en richtte ze zich tot mij: ‘Dat is dan 5 euro meneer!’. ‘Ik kom eigenlijk voor de bedrijfsleider’, reageerde ik. ‘Die hebben we niet meer’ zei ze, maar als u iemand wilt spreken kunt u het beste bij de kok in het restaurant zijn’. Ik bedankte haar en liep de speeltuin binnen.

De Bataaf was niet veel veranderd, als kind ging ik daar vaak met mijn ouders, broer en zussen heen en werden wij in de speeltuin gedumpt terwijl mijn ouders met hun gasten iets gingen drinken of midgetgolven, daar waren wij nog te jong voor. Op loopafstand van ons huis en een ideaal uitje voor de zondagmiddag. Wat me het meest is bijgebleven was de waterbaan waar je met je eigen bootje kon varen, of, beter gezegd, expres tegen de andere bootjes botsen. Als kind was je toen nog met weinig tevreden.

In het restaurant aangekomen was de kok onvindbaar maar er was wel iemand voor de bediening en ik bestelde een kop koffie en een saucijzenbroodje. ‘Weet u ook hoe laat de kok hier is?’, vroeg ik haar. ‘Meestal rond elf’, zei ze, ‘maar als u wilt kan ik haar bellen, dan komt ze vast wat eerder, ze woont hier vlakbij. Wie kan ik zeggen dat u bent en waar het over gaat?’. ‘Ik ben Victor La Lune, de nieuwe eigenaar van dit complex’, ik zag dat ze me wat meewarig aankeek. Ze pakte haar telefoon en liep naar de keuken. In ieder geval goede saucijzenbroodjes, dacht ik, terwijl ik bijna mijn mond verbrandde bij de eerste hap.

Een half uur later zag ik Inge aankomen fietsen, ik herkende haar meteen. Ik had vroeger met haar op school gezeten en ze was de dochter van de lokale benzinepomphouder, we hadden kort iets met elkaar gehad totdat ze iets kreeg met de zoon van de lokale garagehouder en daar was ze toen mee getrouwd. Verrast keek ze me aan toen ze binnenkwam, ‘Victor, jij hier, dat is lang geleden!’, en ze schoof bij me aan, ‘en ook nog eens de nieuwe eigenaar, wat een verrassing!’. Dat was het ook voor mij.

Na wat gekeuvel over vroeger en gemeenschappelijke vrienden, ze was nog steeds getrouwd met Cees, legde ik haar uit dat ik De Bataaf te koop had zien staan, dat ik een investeringsmaatschappij had en dat ik meteen geïnteresseerd was omdat ik daar zelf als kind vroeger nog had gespeeld. En dat ik, tot mijn eigen verbazing, na mijn eerste lage bod, plots de eigenaar van was geworden en gisteren de stukken bij de notaris had laten passeren zodat ik nu formeel de eigenaar was.

‘Je bent niet de eerste’, zei ze, ‘we hebben de afgelopen jaren al een stoet van nieuwe eigenaren langs zien komen waaronder een bekende Nederlandse voetballer die in Oranje heeft gespeeld. Allemaal met de meest wilde plannen maar uiteindelijk waren ze nooit bereid echt in de speeltuin te investeren en werden we na verloop van tijd weer aan de volgende partij doorverkocht’. ‘De locatie is perfect’, zei ik, veel scholen en gezinnen in de buurt dus dat moet toch volk trekken.  Wat moet er volgens jou gebeuren?’, vroeg ik haar. ‘Tja, je zou kunnen investeren in nieuwe speelvoorzieningen maar de nostalgie van de oude speeltuin in combinatie met horeca maakt het juist aantrekkelijk volgens mij. En voor mij als kok prima werktijden omdat de keuken om vijf uur dicht gaat en het park om zes’.

Ik had natuurlijk de jaarcijfers van De Bataaf uitgebreid bestudeerd en allang besloten dat dit een verloren zaak was maar dat vertelde ik haar natuurlijk niet. Het ging mij meer om de grond en het mooie historische gebouw en ik had al iemand gevonden die op deze locatie een welnesscentrum wilde vestigen. Maar daarvoor moest ik wel eerst de locatie leeg opleveren, zonder al te veel kosten te maken natuurlijk. Ik had hierover al een overeenkomst met de toekomstige eigenaar afgesloten.

‘Heb jij geen zin de exploitatie van De Bataaf over te nemen?’, vroeg ik Inge, ‘Dan huur je het van mij en kan je je eigen ideeën op de Bataaf loslaten’. Daar moest ze over nadenken maar ik zag aan haar gezichtsuitdrukking dat ze wel degelijk gecharmeerd was van het idee. Iedereen die in loondienst is denkt het beter te kunnen doen dan zijn of haar baas en zo iemand zegt nooit nee als diegene de kans krijgt eigen baas te worden. Als ze dit doet gaat zij in no time failliet, dacht ik, en kan ik het complex zonder de hoge kosten voor het ontslaan van het personeel doorverkopen aan mijn partner, die had overigens de tijd…

‘Ik denk erover na’, zei ze. ‘Fijn’, zie ik, ‘jij lijkt me een goede partner, dit wordt vast dit een mooie samenwerking! Ik stuur je een standaard exploitatie overeenkomst, kan je daar eens naar kijken!’. Na nog wat gekeuveld te hebben en een tweede kop koffie stapte ik op. Terwijl ik langs de cassière liep zag ik dat ze was verdiept in een stripverhaal van Dick Bos, grappig dacht ik, die heeft toevallig net als ik hier om de hoek op het Aloysius College gezeten dus zal hier vast wel eens geweest zijn.

Onderweg naar mijn volgende afspraak dacht ik er over na dat het wel jammer was dat ik uitgerekend met Inge te maken ga krijgen en dit haar aan ga doen, maar ja, je moet natuurlijk wel zakelijk blijven als investeerder, business is business!

Print Friendly, PDF & Email
Print

Leave a Reply