De Belgische nooduniversiteit van Amersfoort (1915)

Opening huis DoornGisteren een bezoek gebracht aan de enige officiële herdenkingsplaats in Nederland van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) gevestigd in de voormalige garage van Keizer Wilhelm II, een beetje weggestopt naast Huis Doorn, tegenwoordig Paviljoen ‘Nederland en de Eerste Wereldoorlog’ genoemd. Vorig jaar officieel geopend door Prinses Beatrix (zie foto hierboven) wiens overgrootmoeder destijds niet erg blij was met de komst van de Keizer naar Nederland. De Keizer heeft er tot 1941 gewoond, een beetje kleine huisvesting voor iemand die iets beters gewend was en dan wordt je optrekje ook nog eens pesterig een ‘Huis’ genoemd. Willem Alexander en Maxima zouden zoiets niet accepteren. Overigens heeft geen van de Oranjes de keizerlijke residentie in ballingschap in Doorn ooit bezocht dus zo maakte Beatrix postuum iets goed. Zo gaat dat dus als je rijk in elkaar stort, van solidariteit tussen de vorstenhuizen is als het mis gaat weinig sprake…

Wel een beetje vreemd om via een paviljoen in de garage van de keizer een link te leggen met de verliezer van de Eerste Wereldoorlog terwijl wij officieel neutraal waren en Nederland destijds duidelijk verlegen zat met zijn komst. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog hebben de geallieerden nog geprobeerd Keizer Wilhelm II en de Kroonprins uitgeleverd te krijgen maar dat heeft Nederland toen geweigerd, zich beroepend op ons aloude Nederlands asielrecht waar we zo trots op zijn. Tot zijn dood verbleef de Keizer in Huis Doorn waar hij zijn belangrijkste hobby kon uitoefenen: het zagen van bomen. Het schijnt dat hij in de loop van de jaren de complete omgeving heeft ontbost maar daar deed men toen nog niet zo moeilijk over. 450px-Studenten_amersfoortWe hadden beter een herdenkingsplaats kunnen inrichten bij een van de vele vluchtelingenkampen die er toen waren en waar met name veel Belgische vluchtelingen door ons opgevangen zijn zoals bijvoorbeeld op het terrein dan de Juliana van Stolberg kazerne in Amersfoort, aan de rand van de stad. Amersfoort had in 1914 25.000 inwoners en heeft toen, zonder dat dit tot grote problemen heeft geleid, 22.000 Belgen opgenomen: 17.000 militairen en 5.000 burgers. In totaal heeft Nederland toen 1 miljoen Belgen opgenomen. Vele Amersfoortse burgers waren destijds als vrijwilliger actief om deze vluchtelingen te helpen. Een van de meest opmerkelijke initiatieven destijds was de oprichting, begin 1915, van een nooduniversiteit in Amersfoort, ondergebracht op de Hendrik van Viandenstraat. het pand telde vier studiekamers, een lerarenkamer, een eetzaal en een kleine en grote ruimte die als auditoria dienst konden doen. Directeur was de Leuvense hoogleraar Victorien Antoine die in Amersfoort geïnterneerd was. Een dertigtal Utrechtse en Belgische professoren, docenten, leraren en officieren gaven hier les. Wil je hier meer over weten kijk dan op deze site: De Belgische Nooduniversiteit van Amersfoort.belgenmonumentAls dank voor de inzet van de Amersfoorters heeft België ons na de oorlog een monument geschonken, door Belgen zelf gebouwd tijdens de crisisjaren: in 1938 hebben Koningin Wilhelmina en Koning Boudewijn deze herinneringsplek bezocht en naar ik weet is dit het grootste monument in Nederland dat refereert aan WO1. Onlangs is het monument, qua omvang het grootste monument van Nederland gerestaureerd inclusief het carillon dat nog steeds bespeeld wordt door leerlingen van de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort.

In het paviljoen in Doorn kan je de permanente tentoonstelling ‘Tusschen twee vuren’ bezoeken die een chronologisch overzicht geeft van WO1 en de oorlog vanuit het ‘Nederlandsche’ perspectief aan de hand van vijf thema’s verteld: vluchtelingen, mobilisatie, economie en schaarste, publieke opinie en democratie. Wat ik mis in de tentoonstelling is het beantwoorden van de vraag waarom Nederland voor een neutrale positie koos, wat de voordelen daarvan voor ons waren en waarom de geallieerden en de Duitsers dat respecteerden. Ik denk dat onze handelsgeest daarbij een belangrijke rol speelde: ons land was en is een belangrijke doorvoerhaven naar het Duitse achterland, door de Engelse blokkade kwam die echter stil te liggen. Afijn, het scheelde ons in ieder geval een hoop doden en na afloop van WO1 stonden we er economisch beter voor dan de ons omringende landen.LybieNa afloop van het bezoek kwam ik in gesprek met een van de vrijwilligsters bij de ingang over het nut van het museum en wat we van WO1 kunnen leren. Ze vond het jammer dat er in Nederland zo weinig aandacht is voor de Eerste Wereldoorlog en zag parallellen tussen toen en nu, met name wat betreft de vluchtelingen problematiek. Vroeger ‘verklaarde’ men elkaar formeel de oorlog en hield je op de landkaart de vordering van de legers bij. Nu vechten ze elders elkaar de tent uit, winnen de sterken en vluchten de zwakken deze kant op in de hoop bescherming van ons te krijgen en hier een toekomst op te kunnen bouwen. In feite is de Derde Wereldoorlog volgens haar al begonnen alleen beseffen we het nog niet en komt die steeds dichterbij: afgelopen weekend stonden in Libië een half miljoen mensen klaar om de oversteek naar Europa te maken.. En de vraag van deze dame was dan ook terecht: wat doen we er aan?

Ik zou er een groot voorstander voor zijn, net als honderd jaar geleden in Amersfoort gebeurde, hier een Universiteit op te richten voor vluchtelingen die zich dan kunnen bekwamen in allerlei zaken die van belang kunnen zijn als zij weer terug kunnen naar hun land van herkomst als de situatie daar is verbeterd. Ik denk daarbij aan juristen, artsen, planologen, bestuurders maar ook ondernemers die na terugkeer hun land weer kunnen opbouwen. Wie doet er mee?

Print Friendly, PDF & Email

Leave a Reply