#Eerstezin

Nog steeds mijn mooiste eerste zin uit Nescio’s “De Uitvreter”

Mijn eigen literaire pogingen:

“De deur viel langzaam dicht en iedereen aan tafel keek vol verwachting naar Jeroen die somber naar zijn biertje zat te staren.”

“Omdat Harm van der Graag al met Hegel bezig was besloot ik maar met Nietzsche aan de gang te gaan.”

“Als ik een groot schrijver had willen worden had ik daarmee niet op mijn 57ste maar op mijn 17e moeten beginnen.”

“Heerlijk dat je gewoon kunt schrijven wat je denkt in dit land’, dacht hij terwijl hij van Facebook naar Twitter en daarna Instagram switchte en daarna weer terug. ondertussen onuitwisbare digitale sporen achterlatend.”

“Toen ik wakker werd lag ik op de grond in een bos en staarde door de bomen naar de heldere hemel met al zijn fonkelende sterren en planeten.’

“Meteen zag ik haar zitten, ze straalde blijdschap uit op een manier alsof ze nooit eerder zo gelukkig was geweest, toen ik vroeg waarom ze zo gelukkig was vertelde ze me dat haat moeder net was overleden.”

“In de trein naar Utrecht zat een man, met rubberen zolen onder zijn schoenen, Faust te lezen.”

“Die ochtend vroeg ging de telefoon en kreeg ik de vriend van mijn vader aan de telefoon die op rustige toon vertelde dat zijn vriend die nacht plots was overleden.'”

En de laatste zinnen van Amos Oz’s uit zijn boek “Judas”:

“Hij haalde de plunjezak van zijn schouder. Zette hem op het stoffige asfalt. Op de plunjezak legde hij zijn jas en ook zijn stok en zijn muts. En hij bleef staan om zich af te vragen”