Het bestuurlijk onvermogen van Staatssecretaris van Rijn

Het wordt deze week een lastige week voor Staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) die de kamer opnieuw moet gaan uitleggen hoe het zit met de PGB uitkeringen die, in het kader van de decentralisatie doelstellingen van de zorg, centraal zijn belegd bij de SVB.imageVorige week kwam Saskia Stuiveling (PvdA) van de Rekenkamer met haar jaarlijkse rapport over de besteding van ons belastinggeld waarin een aantal grote rsisico’s worden benoemd voor de overheid. Een van de meest opvallende was het risico dat de Rijksbezuinigingen door het kabinet zijn ingeboekt maar nog niet gerealiseerd en er vraagtekens zijn 1) of de aanames die gedaan zijn wel kloppen en 2) de overheid wel in staat is deze effectief te implementeren. De kern van het probleem is dat het kabinet ambitieus is in zijn plannen maar te weinig tijd neemt voor een zorgvuldige uitvoering.

De problemen bij de invoering van de PGB zijn een goed voorbeeld hiervan: het hoofdpijndossier van Martin van Rijn maar, nog belangrijker, met een hoge impact qua uitwerking voor degenen die financieel afhankelijk zijn van dit zorg budget. Martin van Rijn is al meerdere malen bij de kamer op het matje geroepen over dit onderwerp, heeft meerdere malen beterschap beloofd en op stelde 18 mei dat de problemen bijna zijn opgelost omdat 94% van de correct ingevulde declaraties binnen 5 tot 10 dagen worden betaald. Tegelijkertijd kwamen er berichten in de media dat dit niet klopt en kwamen instellingen en budgethouders met informatie naar buiten die een totaal ander beeld schetsten van de werkelijkheid. Op 21 mei bevestigende de Rekenkamer dit: de invoering van het nieuwe systeem, waarbij sinds 1 januari de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de uitbetaling regelt, is ”niet zorgvuldig verlopen”. Een kamerdebat hierover werd afgelast en volgt waarschijnlijk deze week of volgende week.imageMarin van Rijn wordt breed gezien als een bekwaam en integer politicus, sterk in het doorgronden van moeilijke dossiers en goed in de communicatie. Voor deze analyse ga ik er daarom vanuit dat van Rijn echt van mening is dat hij het dossier onder controle had als hij weer eens naaar de kamer ging om een nieuwe datum te noemen waarop de problemen opgelost zouden zijn. Welk mechanisme zit achter dit bestuurlijk onvermogen beleid te effectueren? Waarom denkt hij alles onder controle te hebben terwijl dat niet het geval was? En welke lessen kan je daar uit trekken?

Blijkbaar heeft Staatssectretaris van Rijn een ambtelijk-politiek netwerk om zich heen gecreëerd waardoor informatie uit de werkelijkheid niet meer tot hem doordringt. Vanuit sociologisch oogpunt zou je kunnen zeggen dat de systeemwereld waarin hij opereert (het ministerie) niet meer aansluit bij de systeemwereld van de uitvoering (SVB, zorginstellingen, gemeenten) en de leeftwereld van de budgethouders. Er zitten blijbaar filters in zijn eigen omgeving die hem bevestigen in de beeldvorming dat alles op orde is terwijl negatieve signalen niet tot hem doordringen en waarschijnlijk door zijn eigen omgeving worden ontkend. Naar je eigen standpunt toe redeneren dus, de feiten opzoeken die je eigen standpunt bevestigen en kritiek uit de buitenwereld niet serieus nemen.

En dit terwijl het gaat om een uitvoeringsprobleem en niet om de inhoud van het beleid – SVB verzorgt PGB betalingen – maar om de implementatie daarvan! Niemand stelt het feit ter discussie dat de SVB de aangewezen instantie is om dat te doen, daar zit de expertise immers om dit soort regelingen te ondersteunen, daar zit ook de kennis die nodig is om dit soort regelingen te implementeren. Vanuit de SVB had vorig jaar al het signaal moeten komen dat het implementeren meer tijd kost en 1 januari j.l. niet haalbaar was. De Staatssecretaris werd dus maanden lang aan het lijntje gehouden en zijn eigen ambtelijke omgeving heeft hem dus ook niet gewaarschuwd. Overigens zit de SVB zelf ook midden in een reorganisatie waarbij onder het mom van vernieuwing een transformatie wordt geinplementeerd naar een kleinere en slagvaardiger organisatie, net zoals dit nu bij de UWV en de Belastingdienst gebeurt. Meer doen met minder mensen dus, vaak niet het meest optimale moment om extra werk binnen te halen als zo’n ingrijpend proces in je eigen organisatie loopt.

Dit soort problemen doen zich ook voor op andere dossiers van het overheidsbeleid  waar het invoeren van nieuw beleid gepaard gaat met het realiseren van bezuinigingen, verwijzend naar successen elders en dat alles onder het motto van ‘vernieuwing’. Bestuuders en uitvoeringsmanagers verkopen nieuw beleid intern onder het mom van leiderschap, innovatie, bestuurlijk vernieuwing en cultuurverandering en stellen dan programma managers aan om dit te realiseren en die hun aanspreekpunt worden en de interface zijn tussen bestuurders en project managers. Vaak hebben deze programma managers tegenwoordig geen project management achtergrond, komen ze uit de eigen ambtelijke organisatie en richten ze zich meer op de bestuurders dan de project managers. Dat de implementatie van beleid ook een vak is, de omstandigheden hier niet hetzelfde zijn dan de omstandigheden daar, deadlines en budgetten realistisch moeten zijn en ‘Lessons learned’ en ‘Risk Management’ ook moeten worden meegenomen, wordt dan vaak vergeten. Waarschijnlijk heeft de ‘old fashioned’ Project Management Control functie bij de SVB niet goed gewerkt en zijn er geen heldere raportages over de project status bij de Staatssecretaris terecht gekomen.

Er is hier meer aan de hand dan alleen het functioneren van van Rijn, onder grote druk van eerder afgesproken taakstellingen moeten snel resultaten geboekt worden, dat er dan af en toe wat mis gaat wordt blijkbaar op de koop toe genomen.

Print Friendly, PDF & Email

Leave a Reply