Het raadgevend referendum

Omdat over een week het raadgevend referendum over de wet tot goedkeuring van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne wordt gehouden en ik liever zelf een oordeel vel over het verdrag dan mijn stem baseer op wat er in de media staat heb ik vanmorgen de tekst van het verdrag doorgenomen: het gaat om totaal 486 artikelen op 170 pagina’s, een hele klus dus!

Referendum kaart

Mijn allereerste indruk is dat het een mooi verdrag is, ik lees eigenlijk niks waar ik tegen ben hoewel het een taai stuk is vol ambtelijk taalgebruik, soms heel algemeen (“STREVEND naar meer contacten van mens tot mens”) of verwijzend naar andere wetten en verdragen maar ook bij vlagen heel specifiek (ik had in een eerder versie van deze blog kaasmerken als voorbeeld genomen maar dat blijkt niet te kloppen, zie de rectificatie aan het eind van deze blog…).

Omdat het associatieverdrag niet alleen doorwerkt voor de Oekraïne maar ook voor alle andere lidstaten van de Europese Unie heb ik het nog een keer doorgenomen maar dan vanuit de optiek “voldoen wij hier zelf al aan of wijkt dit af van onze huidige praktijk?”. Je kan een land waarmee je een verdraag afsluit wel vragen zich aan te passen aan onze normen maar dan moeten wij zelf (en dat zijn alle lidstaten) ook voldoen aan die normen of van plan zijn er aan te gaan voldoen: het associatieverdrag wordt dan een agenda voor de EU lidstaten. Een volledige analyse van het verdrag hierop is schier onmogelijk maar volgens mij zijn er genoeg landen binnen de EU die zelf niet aan de beschreven artikelen in het verslag voldoen, hieronder een paar voorbeelden van opvallenden dingen die ik tegenkwam.

Neem bijvoorbeeld het begrip “Afgestudeerde stagiairs” in het verdrag gedefinieerd als: “Natuurlijke personen uit een partij die ten minste een jaar in dienst zijn van een rechtspersoon uit die partij, die universitair afgestudeerd zijn en die voor loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfskundige technieken of methoden tijdelijk naar een vestiging op het grondgebied van de andere partij zijn overgeplaatst”. Volgens mij is een stagiair iemand die nog niet afgestudeerd is, op de site van onze Belastingdienst vind je dan ook volgende definitie voor een stagiair: “Leerlingen die in de praktijk werken, noemen we stagiairs.” Een “afgestudeerde stagiair” zou ik eerder een “trainee” noemen, een term die de Belastingdienst zelf ook gebruikt (het Tax Talent Traineeship). De tijdelijke toelating en het tijdelijke verblijf van afgestudeerde stagiairs bestrijken volgens het verdrag maximaal een periode van een jaar, hier wordt dus een nieuwe contractvorm geïntroduceerd binnen de EU die ik nog niet kende.

Ook de paragrafen over staatsmonopolies en transparantie met betrekking tot staatssteun zijn interessant. Als onderdeel van het verdrag moet elke partij zorgen voor transparantie op het gebied van de verstrekte staatssteun: “Daartoe stekt elk van beide partijen de andere partij jaarlijks in kennis van het totale bedrag aan staatssteun dat de handel tussen de partijen ongunstig kunnen beïnvloeden, de aard en de verdeling ervan over de verschillende sectoren. De respectieve kennisgevingen moeten informatie bevatten over het doel, de vorm, het bedrag of budget, de autoriteit die de staatssteun verleent en zo mogelijk de ontvanger van de staatssteun”. 

Dit maakte me nieuwsgierig naar de huidige rapportage binnen de EU en verdomd, er bestaat al een heus “State Aid Scoreboard 2015” hieronder de laatst gepubliceerde versie 2015 waarbij de score staat voor de staatssteun als percentage van het totaal GDP.
GDP staat steun

Samen met de UK, Spanje en Italië scoren wij dus goed hoewel ik me afvraag of de cijfers niet sterk beïnvloed worden door de rapportage discipline binnen de EU, was er bijvoorbeeld in Duitsland meer staatssteun dan in Griekenland voor de monetaire crisis daar? Tevens zitten de effecten van de “Fiscal ruling” praktijk van de belastingdiensten zoals in Nederland voor Starbucks, voor Fiat en Amazon in Luxemburg en voor Apple in Ierland niet in deze cijfers zolang staatssecretaris Eric Wiebes blijft ontkennen dat hier sprake is van staatssteun. De meeste steun gaat overigens naar de regionale ontwikkeling en innovatie en daarna op afstand gevolgd door landbouw volgens de rapportage. Ik ben dan ook benieuwd naar de volgende rapportage!

Waarschijnlijk zullen er de komende jaren heel wat ambtenaren en deskundigen heen er weer gaan vliegen om alle 486 artikelen verder uit te werken, over de voortgang te rapporteren, de scorecards bij te werken, te informeren, analyseren, adviseren en arbitreren. Daar heb ik niks op tegen, is goed voor de werkgelegenheid, kan erg gezellig zijn en is beter dan geen verdrag.

Referendum

Het verdrag geeft een goed kader voor samenwerking tussen de EU en Oekraine en ik mis de discussie over de inhoud van het verdrag in het publieke debat. Om die reden gaan waarschijnlijk veel stemmen naar het Nee-kamp gemotiveerd door anti EU sentimenten uit de hoek van Wilders en Geen Stijl die gezamenlijk optrekken (gangmaker en opgewonden standje Jan Roos heeft het verdrag niet eens gelezen).

Inhoudelijk zou het verdrag een mooie aanzet kunnen zijn voor een Europees strategisch beleidsplan voor de eigen lidstaten en een ambitie voor de landen die bij de EU willen horen. Ik ben dus voor het verdrag en adviseer onze regering dan ook om de uitslag van het referendum al bij voorbaat naast zich neer te leggen!

RECTIFICATIE:

Naar aanleiding van mijn blog ontving ik de volgende mail van Hans de Mol:

Geachte heer Geerlings,

U schrijft op uw blog:

“Mijn allereerste indruk is dat het een mooi verdrag is, ik lees eigenlijk niks waar ik tegen ben hoewel het een taai stuk is vol ambtelijk taalgebruik, soms heel algemeen (“STREVEND naar meer contacten van mens tot mens”) of verwijzend naar andere wetten en verdragen maar ook bij vlagen heel specifiek zoals bijvoorbeeld de lijst met kazen die is opgenomen die gedurende zeven jaar niet als merknaam gebruikt mogen worden: Parmigiano Reggiano, Roquefort en Feta: de Italiaanse, Franse en Griekse lobbyisten hebben binnen de EU goed hun best gedaan!”

Ik vrees dat u de tekst niet goed verstaan heeft. In art. 2087 lid 4 staat immers:
“Gedurende een overgangsperiode van 7 jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst belet de bescherming ingevolge deze overeenkomst van de volgende geografische aanduidingen van de EU-partij niet dat deze als aanduiding van bepaalde vergelijkbare producten van oorsprong uit Oekraïne worden gebruikt: a) Parmigiano Reggiano, b) Roquefort, c)Feta.”

Er staat dus dat gedurende 7 jaren na inwerkingtreding van de overeenkomst de Oekraïne juist gedoogd wordt om inbreuk te blijven maken op de beschermde kaassoorten die streekgebonden zijn.
Dit is ronduit schandalig. Zo geldt zelfs een termijn van 10 jaar voor aanduidingen als champagne, port, sherry, etc. Iedereen in Europa is verboden een mousserende wijn op de markt te brengen onder de naam Champagne wanneer die niet uit de streek van Reims, Aye of Epernay komt.
En zo’n corrupt land mag daarmee rustig 10 jaar doorgaan. Bij ons wordt het rookverbod toch ook niet met een overgangsperiode van 10 jaar ingevoerd. Waarom moet er nu dan wel naar economische consequenties voor het land zelf gekeken worden. De lidstaten worden dus opzettelijk benadeeld ten faveure van zo’n land dat nog heel wat op orde te brengen heeft.

Wellicht wilt u uw conclusie aanpassen, want dit kan mensen op het verkeerde been zetten!

Met vriendelijke groet,

Hans de Mol

Mijn reactie: bij deze aangepast Hans, je hebt gelijk en ik heb het verkeerd gelezen. Blijft overeind staan dat ik voor het referendum blijf en vandaag voor het verdrag heb gestemd, helaas behoorde ik tot de minderheid!

Print Friendly, PDF & Email
Print

Leave a Reply