Klassikaal en/of online leren?

Deze week kwamen de resultaten naar buiten van een grootschalig onderzoek uitgevoerd door onderzoekers van Harvard en Stanford naar de effectiviteit van online college volgen versus het volgen van de traditionele klassikale colleges. Zij analyseerden de gegevens van 230 duizend studenten die zich ofwel voor online, ofwel voor het klassikaal onderwijs hadden ingeschreven. Daarbij werdt bij beide vormen van onderwijs gebruik gemaakt van dezelfde syllabus, leerboeken, opdrachten, testen en beoordelingen waardoor het verschil tussen online en klassikaal met name ligt in de wijze van communicatie waarbij het contact tussen studenten en met de docenten bij onlinecolleges natuurlijk ook online is.

En wat bleek? De studenten die zich hadden ingeschreven voor online colleges bleken 10% lager te scoren dan de studenten die dat klassikaal deden. Internet studenten haalden niet alleen lagere cijfers maar hadden ook een significant hoger uitvalpercentage, 9 % meer dan de klassikale studenten. De onderzoekers plaatsten zelf een kanttekening bij hun resultaten: wellicht zijn het wel de slechtere en wat luiere studenten die liever online college volgen?

Kennis is tegenwoordig alom online en offline beschikbaar en het gaat tegenwoordig niet meer om het traditioneel overdragen van kennis maar het aanleren van competenties die het jou mogelijk maken kennis, die voor jou op dat moment van belang is, te vinden en toe te passen. Het gaat daarbij niet meer primair om instructie maar om constructie van kennis. In de huidige samenleving, waar zoveel informatie online beschikbaar is, ben jezelf als lerende verantwoordelijk voor het richting geven aan dat leerproces waar je later tijdens je professionele carrière, maar ook privé, veel plezier van kan hebben.

Het formeel leren gericht op het overbrengen door kennis is belangrijk maar nog belangrijker is dat studenten de competenties te bezitten informeel te leren, dus leren hoe je het best kunt leren in een snel veranderde omgeving waarbij het gaat om het continu bij blijven met je kennis en vaardigheden. Daarnaast weten we tegenwoordig steeds meer over hoe mensen leren effectief en efficiënt kunnen leren en dat maakt het mogelijk de wijze waarop we leren aan te passen aan de leerdoelstelling.

Ik heb een tijdje geleden het boek ‘How we learn‘ van Benedict Carey gelezen met de aansprekende ondertitel “Throw out the rule book and unclock your brain’s potential” gelezen. Kern van zijn boek is dat wij, vanaf het moment dat we geboren worden, snel, efficiënt en automatisch leren en op het moment dat ouders of instituties er zich mee gaan bemoeien er in het onderwijssysteem van allerlei vooronderstellingen wordt uitgegaan die contraproductief zijn en het leren juist ontmoedigen. Neem bijvoorbeeld de assumptie van het lineair leren in een prikkelvrije omgeving waar generaties ouders zich op gebaseerd hebben onder het motto ‘rust, reinheid en regelmaat’.  In zo’n pedagogisch klimaat kunnen kinderen zich het best ontwikkelen is dan de stelling. Uit recent onderzoek blijkt echter dat het vaak van plek wisselen en muziek op de achtergrond je leerprestaties juist positief kunnen beïnvloeden. In een chaotische informele setting leer je dus meer.

Benedict Carey stelt in zijn boek dat vergeten, slapen, dagdromen en afgeleid worden onderdeel zijn van het leerproces en dat het veranderen van je leerroutine juist een positief effect heeft op je leerprestaties. Leren is geen lineair proces en werkt voor iedereen anders: wat voor de een werkt kan voor de ander juist niet werken en daar moet je dus ook zelf achter zien te komen. Leren leren is dus de eerste uitdaging die je hebt als je begint met studeren en de beste vorm is voor iedereen anders. Het is daarom van belang je eigen leerstijl te ontwikkelen: waneer, op welke plek en onder welke omstandigheden leer je het best.

Omdat te doen zouden onderwijsinstellingen meerdere leerstijlen moeten faciliteren en niet één leermethode en leeromgeving aanbieden. Best wel een uitdaging voor het onderwijs want het volstaat dan niet langer om alleen maar klassikale colleges ook online aan te beiden maar ze zullen ook moeten investeren in nieuwe meer effectieve lesmethoden. En, nog belangrijker, ze zullen de content eveneens moeten aanpassen aan die andere leermethodes omdat het thuis achter de PC een college van 2 uur volgen nu eenmaal geen effectief leereffect heeft. Daarvoor zijn er online tegenwoordig teveel afleidingen… Dat vergt natuurlijk een forse investering voor onderwijsinstellingen maar zo’n inspanning en investering zou ook door samenwerkingsverbanden of private partijen gedaan kunnen worden.

Het gaat dus niet om klassikaal of online leren maar om een combinatie daarvan: blended learning dus. Per onderwijsdoelstelling zal bekeken moeten worden wat de beste vorm is op basis waarvan kennis en vaardigheden kunnen worden overgedragen. En dan kan het zomaar zijn dat een gedeelte van de colleges klassikaal is, er een online college van een professor van Harvard ingekocht is die het allemaal beter kan uitleggen dan de beste docent in Nederland, door ‘collaborative learning’ in werkgroepen en op een speciale workspace aan projecten en opdrachten gewerkt wordt (samen leren, is soms makkelijker en leuker dan alleen leren) en de toetsen online worden afgenomen via een algoritme dat niet alleen test of je iets geleerd hebt maar ook stuurt wat de beste vervolgstap zou kunnen zijn voor jou qua onderwijsdoelstelling gezien je performance tijdens de afgesloten onderwijsmodule.

Ik ben zelf sinds kort verbonden aan het Institute of Microtraining die inhaakt op de behoefte aan blended learning, en een leermethodiek toepast waarbij klassikaal (kennisoverdracht) en online (borging van de klassikaal verworven kennis) volledig is geïntegreerd.

PS.: De afbeelding ‘Understanding the spectrum of learning’ komt uit en artikel van Pieter de Vries, Delft University of Technology, Netherlands en Stefan Brall, RWTH Aachen University, Germany ‘Microtraining as a support mechanism for informal learning‘. 

Print Friendly, PDF & Email

Leave a Reply