Negatief

Onderweg naar het café besloot ik de kortste weg te nemen langs de molen. Ik moest me haasten want ik was te laat vertrokken. Plots, in een flits, zag ik haar lopen. Onze blikken werden meteen gevangen, er was geen ontkomen meer aan. Ik liep naar haar toe, gaf haar een kus, en probeerde krampachtig te lachen. “Dat is lang geleden Marion”, zei ik, “dat we elkaar nu juist op deze plek moeten tegenkomen”. Vlak bij deze plek woont haar moeder. “Ik loop hier elke dag” zei ze “dus zo toevallig is dat niet”. Er zat een sarcastische toon in haar stem, hetzelfde toontje dat mij destijds zo was gaan tegenstaan. “Hans, we moeten praten” zei ze terwijl ze mij strak aankeek, “heb je nu even tijd?”.

Sinds we uit elkaar waren gegaan hadden we elkaar niet meer gesproken en er waren inderdaad nog een paar zaken die ik graag geregeld wilde hebben. Toen ik destijds gehaast onze etage had verlaten had ik zonder erbij na te denken mijn fotonegatieven achterlaten uit het pre digitale tijdperk. Omdat Ik geen zin had in een nieuwe escalatie was ik daar niet op terug gekomen. Daar heb ik later veel spijt van gekregen want diverse opdrachtgevers hadden om nieuwe afdrukken gebeld die ik niet kon leveren, dat had mij geld en klanten gekost. Wie weet was dit het moment om een poging te wagen ze terug te krijgen.

“OK, goed plan, moet ik wel mijn afspraak cancelen, weet jij iets in de buurt?” vroeg ik. “Ik woon hier vlakbij, niet ver lopen, was net op weg naar huis” reageerde ze snel. De reden dat we uit elkaar waren gegaan was dat Marion zwanger was geraakt en ik geweigerd had mijn verantwoordelijkheid te nemen. Ik voelde er niet veel voor zo jong al vader te zijn en tevens had ik mijn twijfels bij Marion. Zij had al besloten het kind te houden toen ze het aan mij vertelde en daar was ik behoorlijk kwaad om geworden.

Ik kon niet meer terug besefte ik, ik had voor ik het wist ingestemd. Tegelijkertijd was ik verbaasd dat ze mij bij haar thuis had uitgenodigd en dat ik dus waarschijnlijk ons kind zou zien. Het kind moest nu ongeveer vijf jaar oud zijn. Sinds ik weer alleen woonde had ik vaak aan het kind gedacht en geprobeerd achter Marion’s adres te komen maar dat was niet gelukt. Er moesten genoeg mensen in mijn vriendenkring zijn die nog contact met haar hadden maar niemand wilde mij iets vertellen, ze was altijd al goed geweest in het manipuleren van anderen. Als ik er naar vroeg was het antwoord altijd hetzelfde: Marion wilde geen contact. Wat was er veranderd dat ze dat nu wel wilde?

Terwijl we de trap naar de bovenwoning opliepen hoorde ik boven praten. Een kinderstem maakte lawaai en een mannenstem deed vergeefs pogingen het kind tot de orde te roepen. Voordat ik het wist stond ik midden in de huiskamer: klein, rommelig en vol speelgoed. De TV stond aan en een voor mij onbekende man zat op de bank naar CNN te kijken terwijl het kind aan het spelen was. “Hoe heet je?” vroeg ik aan het kind. “Sem” zei hij terwijl hij vragend naar zijn moeder keek. “Mag ik je even voorstellen” zei Marion, “dit is Martin”. Natuurlijk, dacht ik, Marion is er de vrouw niet naar alleen door het leven te gaan. Dit soort vrouwen wil kost wat kost een man en zorgt er wel voor een man aan zich te binden voordat de ouderdom toeslaat, arme Martin.

Dit is dus mijn zoon, dacht ik terwijl ik naar het mormel keek die het inmiddels op een nog harder krijsen had gezet. Marion keek me aan en zei: “Sem is een beetje moe, hij heeft een lange dag in de crèche achter de rug, we hebben allebei een drukke baan en Martin heeft Sem net opgehaald. Hoe is het met je? Zullen we even in de keuken gaan zitten? Praat wat makkelijker”. Kind en man wisten blijkbaar niet wie ik ben, schijnbaar nam Marion wel vaker vreemde mannen mee naar huis. Terwijl we aan de keukentafel gingen zitten gingen er allerlei vragen door me heen: waarom doet ze dit, wat verwacht ze van me, hoe breng ik de negatieven ter sprake? Als ik het slim aanpakte kreeg ik ze misschien wel terug!

“Ben je nog steeds bezig met fotografie” vroeg Marion. ‘Ja”, zei ik, “de zaken lopen goed”. “En jij, werk je nog steeds in de marketing?”. “Nee, na een reorganisatie ben ik eruit gegooid en ik werk nu als ZZP’er. Wel lastig aan klussen te komen dus ik pak alles aan”. “Hoe hebben jullie het met Sem geregeld?” vroeg ik. “Hoe heb ik dat geregeld”, zei ze bits, “Dat gaat je niks aan”. “Sorry” zei ik, “ik wil me er niet mee bemoeien”. Vreemd hoe je zo snel al weer in het oude patroon valt ook al heb je elkaar jaren niet gezien. “Hoe gaat het met Sem”, probeerde ik om mijn menselijke kant te laten zien. Wantrouwend keek ze me aan “Sem is het beste wat ons ooit overkomen is…”. En ik het slechtste, dacht ik er meteen achteraan maar ik hield me in.

“Waarom heb je me hier bij je thuis uitgenodigd?”, vroeg ik haar. Ze stond op, schonk twee mokken koffie voor ons in, ging weer zitten en zei toen: “Ik denk dat er nog een paar dingen zijn die we nog moeten regelen…” en ze liet een stilte vallen terwijl zij me aan bleef kijken. Dat wil ik ook dacht ik, maar waarschijnlijk andere dan jij. “Waar heb je het dan over” zei ik, het was waarschijnlijk beter er eerst achter te komen wat ze wilde voordat ik over mijn negatieven begon. ‘Ik heb nog wat spullen van je die je waarschijnlijk graag terug wil hebben” zei ze. Dat had ik niet verwacht, ik dacht dat ze het over Sem ging hebben. Ik voelde me ineens een stuk beter. “Klopt”, zei ik, “Die zou ik graag terug willen!”.

“Je kunt ze terugkrijgen, maar onder een voorwaarde. Ik wil dat je nooit meer contact met me opneemt of met onze gezamenlijke kennissen over me roddelt”. “Wat bedoel je?” vroeg ik verbaast. “Je loopt iedereen stoer te zeggen dat je een kind van me hebt en dat is niet het geval”. “Maar Sem dan..”, stamelde ik. “Die is niet van mij maar van Martin, ik heb geen kind van je”. “Maar..” stamelde ik. Ik kreeg de kans niet nog wat te zeggen. Snel liep ze de kamer uit en kwam na een paar minuten met twee dozen terug. “Hier zij ze”, “dit is het en veel plezier ermee”. Ik stond op en liep verward met de dozen naar beneden. Onderaan de trap keek ik er snel in: er zat alleen oude troep van me in en niet de gewenste negatieven. “Maar waar zijn dan mijn negatieven?” riep ik naar boven. Marion stond nog boven aan de trap en keek met afschuw op me neer “Die heb ik weg gedaan, sufferd, wie werkt er nu nog met negatieven…”. Dat rotwijf.

My Story

Eerste verhaal geschreven voor de Schrijversvakschool schrijverstraining januari – maart 2016.

 

Print Friendly, PDF & Email

Leave a Reply