Tag Archives: Algoritme

De briefjes van Jozef Stalin

Deze maand was het tweehonderd jaar geleden dat Karl Marx werd geboren, de ideologische grondlegger van het communisme en inspirator voor vele autoritaire regimes die een socialistische heilstaat nastreven. Marx overleed in 1883 in Londen en honderd jaar later beleefde het communisme zijn hoogtepunt toen circa eenderde van de wereldbevolking onder een communistische regime leefde. Nu zijn daar nog maar vijf landen van over en kan geconcludeerd worden dat ondanks alle inspanningen en de tientallen miljoenen slachtoffers die gevallen zijn de beoogde klasseloze maatschappij nergens gerealiseerd is.

Daarom was het dan ook interessant in mijn vakantie het boek ‘Stalin, The Court of the Red Tsar’  van Simon Sebag Montefiore te lezen dat een goed beeld geeft van de machtsverhoudingen binnen de top van de communistische partij in Rusland onder Josef Stalin. Montefiore beschrijft het dagelijks leven in het Kremlin waarbij hij gebruik kon maken van de archieven die tegenwoordig ook opengesteld zijn voor Westerse onderzoekers aangevuld met interviews met ooggetuigen en nabestaanden van diegenen die destijds een belangrijke rol speelden binnen het Sovjet regime. Een van de voordelen van het Russische communistische centraal geleide systeem was dat ze hun administratie wel goed op orde hadden er veel historisch materiaal in archieven terecht is gekomen en de huidige archivarisssen graag willen meewerken zoals bijvoorbeeld ook blijkt aan het onderzoek dat Westerse onderzoekers onlangs konden doen naar de resten van Hitler die in het KGB archief in Moskou lagen.

Uit de biografie komt het beeld naar voren dat Stalin achter de muren van het Kremlin en vanuit zijn datsja’s met een kleine groep intimi en hun familie de  dienst uitmaakte en afgeschermd van de werkelijkheid buiten het Kremlin. Daarbij zorgde Stalin ervoor deze groep mensen volledig onder controle te houden zodat niemand een bedreigingen kon worden voor zijn machtspositie, hij wist dat als iemand zijn rol als leider zou overnemen dit hem de kop zou kosten, zo ging dat nou eenmaal in Sovjet Rusland destijds. Kritiek op het centraal gezag van de communistische partij kon verbanning naar Siberië of executie tot gevolg hebben. En dat had niet alleen consequenties voor jou maar ook voor je familie, je vrienden en iedereen waar je een relatie mee onderhield, als je in ongenade was gevallen bij de communistische machthebbers kon dat gevolgen hebben voor honderden anderen in jouw omgeving.

Stalin had een aantal methoden die hij gebruikte om controle op zijn directe omgeving te kunnen uitoefenen en te manipuleren. Als er bijvoorbeeld iemand een belangrijke positie kreeg nodigde hij deze uit voor het eten of een bezoek aan zijn datsja om deze persoon te testen, zo’n uitnodiging van Stalin kon je beter niet weigeren. Dit waren vaak langdurige sessies waar flink gedronken werd en die Stalin de mogelijkheid gaf iemand goed te leren kennen, aan zich te binden en in te schatten wat hoe loyaal hij was.

Een ander voorbeeld van de manier waardoor hij mensen manipuleerde was de wijze waarop hij vergaderde. Zelf zat Stalin een vergadering nooit voor, dat liet hij graag aan een ander over. Tijdens de vergaderingen nam hij nooit als eerste het woord, hij liet anderen eerst praten zodat hij iedereen goed kon observeren en beoordelen. Wat hij wel deed was tijdens de vergadering korte briefjes aan de aanwezigen sturen met een aanwijzing, een commentaar of een dreigement. Deze briefjes zijn bewaard gebleven en daaruit blijkt dat hij anderen in het politbureau tijdens vergaderingen van het politbureau intimideerde door bijvoorbeeld  te dreigen met ontslag, overplaatsing of erger. En als er gasten bij een vergadering waren was hij juist weer de enige die wat zei terwijl iedereen aan tafel wijselijk zijn mond hield instemmend knikkend af en af en toe een aantekening makend, een bezoekje aan Stalin was geen pretje! De formele vergaderingen gingen vaak over in informele etentjes met verplichte aanwezigheid voor het kader waar flink gedronken werd en waarbij de partners eveneens kwamen opdagen. Stalin zelf dronk dan overigens uit een eigen fles en hij is een paar keer betrapt op het toasten met een glas water in plaats van wodka terwijl hij het drinken van anderen juist stimuleerde. Allemaal trucs om controle uit te oefenen op de mensen in zijn omgeving.

Kritiek op Stalin en zijn standpunten stond gelijk aan kritiek op de partij en het communisme. Stalin had dus altijd gelijk en in zijn ogen waren alle middelen geoorloofd. Vaak was er geen enkel bewijs tegen iemand en baseerde Stalin zich puur op zijn intuïtie, een vermoeden kon genoeg zijn om iemand uit zijn functie te zetten, en als er geen bewijs was werd dat wel gecreëerd, met de waarheid nam Stalin het niet zo nauw. Zo kon het gebeuren dat Stalin een kameraad , waar hij jarenlang mee had samengewerkt en die in ongenade was gevallen, persoonlijk beloofde hem niet te zullen executeren terwijl deze een dag later wel degelijk voor het vuurpeloton kwam te staan. Een waar schrikbewind en als je de biografie leest blijkt dat eigenlijk iedereen die zich in de kring van Stalin heeft begeven vroeg of laat in ongenade viel met alle gevolgen van dien. Eind jaren dertig nemen de deportaties en executies explosief toe en en kan alleen al de gedachte dat je wellicht in de toekomst iets verkeerd zou kunnen doen al genoeg reden voor vervolging.

Stalin vond het meer dan rechtvaardig dat er uit naam van het communisme slachtoffers vielen, ook al waren dat er miljoenen, dat bracht de socialistische heilstaat alleen maar dichterbij. De vele zuiveringen waren volgens Stalin nodig om de socialistische heilstaat dichterbij te brengen, persoonlijke of familaire verhoudingen waren in zijn ogen altijd ondergeschikt aan het algemene belang: een goede communist moet volgens Stalin zelfs zijn vrouw en kinderen vermoorden als dat in het belang is van de revolutie. Volgens getuigen was Stalin na een grote zuiveringsactie bijzonder vrolijk omdat er weer een probleem was opgelost en het socialisme een stap dichterbij. 

De biografie deed me denken aan ‘The Noise of Time’ van Julian Barnes die in deze roman beschrijft hoe de Russische componist Dmitri Sjostakovitsj zich onder Stalin staande weet te houden en welke consessies hij moet doen om als kunstenaar te kunnen overleven en tegemoet te komen aan de eisen van Stalin, de Staatscommissie voor het Repertoire en de Componistenbond waar je lid van moest zijn om je werk te kunnen laten uitvoeren. Als je als musicus tot staatsvijand werd verklaard had dat grote consequenties voor jou en voor je familie, je vrienden, de dirigent die werk van je speelt, heeft gespeeld of voorstelt te spelen, de leden van het strijkkwartet, de concertzalen en zelfs je publiek. Sjostakovitsj heeft een tijdje op de zwarte lijst gestaan maar wist dat, na een telefoontje met Stalin persoonlijk die hiervan niet op de hoogte was, ongedaan te krijgen. Continu moest Sjostakovitsj buigen voor de eisen van de machthebbers, zo kreeg hij zelfs een tijdje een politieke coach toegewezen die hem op het recht pad moest zien te houden. Uiteindelijk wordt Sjostakovitsj tegen zijn zin en onder grote druk overgehaald lid te worden van de communistische partij en door het regime ingezet voor propaganda activiteiten.

De biografie over Stalin geeft een onthullend beeld van wat zich destijds allemaal in de Sovjetunie afspeelde en het is ronduit fascinerend hoelang Stalin zijn positie kon vasthouden door zijn schrikbewind gebaseerd op volledige controle, intriges, terreur en het nastreven van eigenbelang. Eigenlijk was het destijds de beste strategie niet op te vallen en niet tot het kringetje rond Stalin te behoren, kwam je eenmaal met hem in aanraking dan was je vroeg of laat de pineut. Zelf zorgde hij overigens goed voor zichzelf met zijn vele uitstapjes naar zijn datsja’s, bezoeken aan kuuroorden, jachtpartijen en feestje. De executies en processen waarvoor hij verantwoordelijkheid was heeft hij nooit zelf bijgewoond.

Gelukkig heeft het communisme momenteel haast geen aanhang meer en leeft meer dan de helft van de wereldbevolking in een democratisch land. Wel zie je tegenwoordig dat veel van de methoden die Stalin destijds gebruikte om zijn omgeving te beïnvloeden tegenwoordig door veel politici en managers gebruikt worden. Neem bijvoorbeeld Donald Trump zijn tweets waarmee hij het ontslag van zijn minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson aankondigde, die deden me erg denken aan de briefjes van Stalin. Maar ook Poetin, die voor de KGB heeft gewerkt en zijn politieke oponenten laat vervolgen, en Erdogan, die hele groepen onderwijzers en militairen opsluit en laat vervolgen, doen denken aan de manier waarop Stalin omging met zijn politieke tegenstanders.

De waarheid verdraaien, manipuleren, intimideren, framen, spinnen, trollen en met fakenews de publieke opinie beïnvloeden zijn tegenwoordig helaas vast onderdeel geworden van het politieke métier. Gelukkig speelt zich dit tegenwoordig niet meer in het verborgene af maar in de openbaarheid van het internet.  De briefjes van Jozef Stalin kwamen pas achteraf na archiefonderzoek naar buiten terwijl de tweets van Donald Trump direct voor iedereen op het internet te lezen zijn. Stalin zou waarschijnlijk erg blij geweest zijn met een algoritme dat voorspelde wie het hem in de toekomst lastig zouden kunnen maken, dan kon hij op zijn potentiële tegenstanders meteen een drone afsturen, heb je daar geen mensen meer voor nodig…

Schaken en Algoritmes

Vanaf het moment dat de computer werd uitgevonden hebben mensen geprobeerd computerprogramma’s te ontwikkelen die het konden opnemen tegen de mens.

De eerste die een artikel publiceerde over computerschaak was Claude Shannon die in 1950 het artikel “Programming a Computer for Playing Chess” publiceerde, een jaar daarop publiceerde Alan Turing, op papier, het eerste computer programma. Op basis van hiervan schreef zijn collega Dietrich Prinz in 1951 het eerste, echt werkende schaakprogramma op een Ferranti Mark I computer van de Universiteit van Manchester, dit programma was nog niet in staat een volledige partij uit te spelen. Het duurde nog tot 1958 tot een Alex Bernstein van IBM het eerste  programma voor een IBM 704 mainframe schreef waarmee een volledige partij kon worden gespeeld.

Eind jaren 70 verschenen de eerste schaakcomputers voor thuisgebruik in de winkels. Zelf heb ik begin jaren tachtig nog geschaakt op de Sinclair ZX81 van mijn broer met het programma 1K ZX Chess wat toen het eerste programme was dat ik gebruikte op de computer. Sindsdien zijn er vele schaakcomputers ontwikkeld en werden vanaf 1980 jaarlijks de Micro Schaakcomputer Wereldkampioenschappen (WMCCC) georganiseerd om te bepalen welke schaakcomputer de beste ter wereld was, vanaf 1990 werd hierbij alleen nog maar gebruikgemaakt van PC’s.

In 1996 was de schaakcomputer Deep Blue de eerste die in een tweekamp tegen de regerend wereldkampioen Garri Kasparov met een 4-2-voorsprong won waarvan één partij winnend: de computer had de mens verslagen en vanaf dat moment stond niet meer de vraag centraal of de computer van de mens kon winnen bij het schaken maar welke computer het beste kon schaken.

Daar is dan nu weer een nieuwe ontwikkeling bij gekomen nu de kunstmatige intelligentie bij het schaken zijn intrede heeft gedaan en het programma AlphaZero, ontwikkeld door Google-dochter Deep Mind, onlangs het op dit moment beste schaakprogramma Stockfisch versloeg. Wat AlphaZero uniek maakt is dat deze software gebruik maakt van een algoritme dat, op basis van kennis van de schaakspelregels, zichzelf leert schaken. AlphaZero had vier uur nodig om het schaken te leren en daarmee de beste te worden en heeft inmiddels hetzelfde gedaan voor het spel Go en de Japanse schaakvariant Shogi.

Eén algoritme dus die zelf schaakprogramma’s schrijft en dus generaties computer-programmeurs overbodig maakt die bezig zijn geweest het beste schaakprogramma te schrijven. De vraag is dus nu niet meer ‘Wie schrijft het beste schaakprogramma” maar “Wie schrijft het beste spel algoritme”. Google kondigde overigens tegelijkertijd aan dat hun ‘Brain team’ bezig is een algoritme te ontwikkelen dat zelf artificial Intelligence bouwt.

Het gaat dus allemaal om algoritmes tegenwoordig die het programmeren van software overbodig maken. Dachten we tot voor kort dat er altijd wel behoefte zal zijn aan software programmeurs dan lijkt het er nu op dat maar een beperkt aantal slimme programmeurs aan algoritmes sleutelt waardoor veel programmeurs overbodig worden. Google ontwikkelt haar algoritmes overigens als zgn. open software zodat ook andere, niet Google medewerkers, in staat zijn mee te werken en kunnen profiteren van dit soort ontwikkelingen en dat is dan weer mooi!

Het begrip algoritme is vernoemd naar de Perzische wiskundige Mohammed ibn Moesa al-Chwarizmi  (op de postzegel) die dit begrip voor het eerst bedacht. Een algoritme wordt door hem gedefinieerd als een eindige reeks instructies die vanuit een gegeven begintoestand naar een beoogd doel leidt.

Op 30 november 2017 was ik op een bijeenkomst in Utrecht georganiseerd door Gemeas Patents en B-GRIP een informatiemiddag over Intellectueel Eigendom (IE) en vroeg toen aan een in IP gespecialiseerde advocaat  Bert-Jan van den Akker van Doen Legal uit Zeist of je ook IP kunt hebben op een algoritme. Dat kan volgens hem niet niet omdat een algoritme een algemeen goed is net als een wiskundige formule of de chemische samenstelling van een stof.

Hier kreeg ik later, naar aanleiding van deze blog, een aanvulling op van ir. Arjan van der Maarl, Dutch and European Patent Attorney werkzaam bij Gemeas Patents, eveneens aanwezig op deze bijeenkomst. Volgens hem zijn, met betrekking tot het intellectuele eigendom van algoritmes inderdaad uitgesloten, echter ze zijn slechts uitgesloten als zodanig. De historische reden hiervoor is dat algoritmen vaak een wiskundig principe beschrijven en daarmee een te breed uitsluitend recht geven aan de aanvrager ten opzichte van de wetenschappelijke/technologische vooruitgang geboden door het algoritme. Kortom: een octrooirecht zou de technologische vooruitgang meer remmen dan bevorderen.

Ondanks dat algoritmen zijn uitgesloten als zodanig is de toepassingen van een algoritme dat een technisch effect heeft wel octrooieerbaar. Van ir. Arjan van der Maarl kreeg ik een een concreet voorbeeld van een octrooieerbaar algoritme toegestuurd waarin een formule zit verwerkt (en waarvan hij mij toestemming gaf dit hier te publiceren):

Werkwijze voor het meten van de hoogte van een kerktoren, waarbij de werkwijze de stappen omvat van:

  1. het selecteren van een meetpunt ten opzichte van de kerktoren, waarbij het meetpunt op de grond gelegen is;
  2. het bepalen van de afstand b van het meetpunt tot de kerktoren;
  3. het bepalen voor het meetpunt van de hoek alfa tussen de grond en het hoogste punt van de kerktoren;
  4. en het berekenen van de hoogte a van de kerktoren door het toepassen van de formule a = b x tan alfa.

Kortom: een algoritme als zodanig is niet octrooieerbaar, maar een toepassing van een algoritme met een technisch effect is wel octrooieerbaar.

Een helder voorbeeld maar waarschijnlijk een heel gepuzzel als het gaat om ingewikkelde en complexe algoritmes.  Bedrijven, die hun zelf ontwikkelde algoritmes willen beschermen, zullen daar specialistische juridische kennis voor in huis zullen moeten gaan halen, een lucratieve nieuwe business lijkt me.

Al met al een interessante ontwikkeling rond die algoritmes, wel doemt er bij mij  een nieuwe vraag op voor de algoritme ontwikkelaars: ‘Is er een schaakprogramma mogelijk, gegenereerd door een algoritme, dat niet verbeterd kan worden?’ Waarna natuurlijk de vraag volgt: ‘Kan er een algoritme ontwikkeld worden dat niet verbeterd kan worden?’ En uiteindelijk: ‘Is er één algoritme mogelijk dat alle algoritmes overbodig maakt en niet verbeterd kan worden?’ Als we deze laatste vraag hebben beantwoord kan het ‘BrainTeam’ van Google worden opgeheven en krijgt ons eigen brein de instructie voortaan alleen nog maar met plezierige emoties bezig te zijn…

Met dank aan ir. Arjan van der Maarl voor zijn input!