Schoonheid disciplineert

Soms blijft een zin die je hebt gelezen lange tijd in je hoofd rondzingen en de stelling ‘Schoonheid disciplineert’ van Marilynne Robinson’s, uitgesproken tijdens een lezing over ‘Genade en schoonheid’ aan de Princeton University op 9 april 2016, is zo’n zin. Heb daar een tijdje over lopen nadenken.

Robinson definieert schoonheid als ‘de elegantie van de betekenisvolle complexiteit’ waarbij ‘elegantie’ de invulling is die ze geeft aan het begrip schoonheid en de ‘betekenisvolle complexiteit’ staat voor een complexiteit die bestaat uit vele soorten en lagen en die zichzelf ordent om effectief en tegelijkertijd vrij te kunnen zijn. Schoonheid is volgens haar een te complex begrip om in gewone taal te kunnen uitdrukken omdat taal niet in staat is de complexe gedachten die wij ervaren bij schoonheid op een eenvoudige manier uit te drukken.

Kunstenaars zijn beter in staat aan schoonheid vorm te geven omdat zij op een niet-talige manier door hun kunst ons een schoonheidservaring kunnen geven. Pogingen van kunstduiders om de schoonheid van kunst uit te leggen hebben daarom ook geen enkele zin omdat schoonheid zit in het zelf ervaren daarvan en dat is voor iedereen weer anders.

Door het ervaren van de schoonheid van een object krijgen wij een gevoel van volledigheid en voltooing waardoor ons menselijke bewustzijn door deze schoonheidservaring onze geest en het universum plots als één groot systeem ervaart. Marilynne Robinson noemt dit verschijnsel ‘entelechie’: het actieve principe van volledigheid of voltooing in een individueel object. De daaraan gerelateerde emotie is ‘genade’: het gevoel deel te hebben in de volheid van een daad of gebaar zodat de schoonheid daarvan als één geheel wordt ervaren.

Schoonheidservaringen brengen structuur aan in ons leven zodat we alles om ons heen tegen het licht van deze ervaringen kunnen beoordelen en classificeren zodat we op basis daarvan ons wereldbeeld kunnen bepalen. Schoonheid disciplineert dus en brengt in ons menselijke bewustzijn orde te midden van de chaos om ons heen en leert ons denken over het ondenkbare.

Omdat het ervaren van schoonheid een individuele ervaring is, bestaat er geen universele schoonheidservaring en spelen individuele, culturele en maatschappelijke factoren een rol waardoor de beleving van schoonheid voor iedereen sterk kan verschillen. De toegenomen internationalisering van onze samenleving heeft echter tot een uniformering van de schoonheidsbeleving geleid en daarbij spelen twee ontwikkelingen een belangrijke rol: de opkomst van de marketing en van de nieuwe media.

De marketing, uitgevonden in de Verenigde Staten, was oorspronkelijk bedoeld om producten aan klanten die daar behoefte aan hadden te kunnen verkopen en daarbij gebruikten bedrijven de media om via advertenties hun producten onder de aandacht te brengen. Daarbij maakten ze gebruik van het psychologische effect dat als je een product koppelt aan mooie en succesvolle mensen deze eerder bereid waren deze producten te kopen ook al hadden ze daar eigenlijk geen behoefte aan. Door het ontstaan van nieuwe media werd deze invloed van de marketing steeds groter en tegenwoordig gaat het niet meer alleen om het verkopen van producten maar eerder om het creëren van een behoefte die daar eerder niet was, mensen kopen dingen waar ze eigenlijk geen behoefte aan hebben.

Het succes van de marketing heeft ervoor gezorgd dat onze schoonheidsbeleving enorm is beïnvloed door wat wij dagelijks via alle media op onze af zien komen. Als je een product of dienst weet te koppelen aan de schoonheidservaring van je klanten kan dat een enorme impact hebben op je business. Denk maar aan sterke merken als Apple en Tesla waarvoor mensen in de rij staan hun producten te kopen en bij het lanceren van een nieuw product zelfs geen reclame meer hoeven te maken: het product zelf valt dan samen met de schoonheidservaring van de consumenten waarbij de prijs zelfs minder belangrijk wordt.

Deze invloed van de marketing op onze schoonheidsbeleving wordt steeds groter en vindt je ook terug in bijvoorbeeld de kunstsector en de politiek. De meest succesvolle kunstenaars tegenwoordig gebruiken marketingtechnieken om een miljoenenpubliek te bereiken maar ook iemand als Donald Trump is succesvol in het toepassen daarvan op zijn achterban: het maakt niet uit wat hij zegt of doet want zijn ‘brand’ is zo sterk dat zijn eigen achterban alles voor zoete koek aanneemt. Hierdoor is onze schoonheidservaring steeds meer een collectieve aangelegenheid geworden in plaats van een individuele.

Je weet maar nooit – of is het – zal je het ooit weten?

Mail aan een medecursiste van een filosofie cursus die ik een tijd geleden bezocht.

Beste Yvonne,

Leuk weer eens van je te horen en ik ga je essay zeker lezen, als ik er wat van vind laat ik het je weten. Ik heb zelf het plan om een essay over filosofie te schrijven laten varen omdat ik niet van plan ben met de filosofie verder beroepsmatig iets te gaan doen.

De filosofie is een groot vakgebied en als ik oorspronkelijk werk van filosofen lees bekruipt mij vaak het gevoel dat ze allemaal over iets anders praten, hun eigen begrippen apparaat hebben ontwikkeld en uiteindelijk niets toevoegen aan wat je bij andere wetenschapper de ‘Body of Knowledge’ noemt. Dan blijf je vaak als leek op dit vakgebied in verwarring achter en pak je maar weer het volgende boek of ga je naar de volgende lezing zonder dat je er echt iets mee opschiet. Het ergst zijn natuurlijk de randfiguren zoals ik die met een beperkte filosofische bagage ook nog eens mening over van alles en nog wat hebben. 

Ik ken iemand van mijn leeftijd die vorig jaar met een studie Filosofie bij de Universiteit Utrecht is begonnen en dat is me nogal wat. Dat is hard werken, veel lezen, moeilijke teksten doorgronden en opboksen tegen de intellectuele bagage van filosofen die al jaren zich in één bepaalde filosoof of één bepaalde richting hebben verdiept. En ondertussen heeft hij geen tijd voor andere zaken des levens dus daar begin ik niet aan! Mijn zin in het leven is te groot om mijn tijd te verdoen aan het zoeken naar de zin van het leven…

Mijn ambities met betrekking tot de filosofie zijn daarom niet meer zo groot maar wellicht gaat dat nog veranderen! Je weet maar nooit – of is het – zal je het ooit weten?

Met hartelijke groet en bedankt voor de essay!

Gerard Geerlings

Marilynne Robinson’s visie op geloof en religie

Er is momenteel veel aan de hand in de Amerikaanse samenleving en als je het nieuws volgt krijg je de indruk dat polarisatie en uitsluiting daar de overhand hebben. Voor mij reden mij te verdiepen in het werk van de Amerikaanse filosofe en schrijfster Marilynne Robinson waarvan in 2018 in Nederlandse vertaling ‘Wat doen wij hier?’ is verschenen. Dit boek bevat een verzameling van de lezingen die zij de afgelopen jaren heeft gegeven over onderwerpen als het geweten, geloof, geluk en schoonheid maar eveneens een grondige analyse van de geschiedenis van de Amerikaanse samenleving. Centraal in haar werk staat de rol van religie en in 15 lezingen doet zij verslag van haar onderzoek naar wat het heden ten dage betekent om mens te zijn vanuit een religieus perspectief. 

Veel filosofen zien religieus denken niet als onderdeel van hun vakgebied omdat dat nu eenmaal tot het domein van de theologie behoort en beschouwen religie als een overblijfsel van de wereld die er was voor het rationeel wetenschappelijk verklaringsmodel ons van God verloste, denk maar aan de uitspraak van Nietzsche’s” ‘God is dood’. Daar is Robinson het helemaal niet mee eens, ze beschouwt de mens niet louter als een rationeel en emotioneel denkend en handelend wezen maar ziet de mens bovenal als een intuïtief wezen waarbij religie de belangrijkste zingevende drijfveer is. Vanuit deze stelling sluiten filosofie en religie elkaar dus niet uit maar overlappen ze elkaar juist. Robinson is lid van dezelfde kerk als Barack Obama, waarmee zij bevriend is, en heeft als filosofe, schijfster en essayist veel invloed op het overwegend christelijke Amerikaanse publiek. Daarom is het erg Interessant te lezen hoe zij, in het huidige Trump tijdperk, tegen het actuele politieke klimaat in de VS aankijkt.

Voor haar onderzoek maakt zij vooral gebruik maakt van historische theologische en literaire bronnen waarbij zij de historische maatschappelijke en politieke ontwikkelingen in verband brengt met de ontwikkeling van het religieuze denken in de VS.  Daaruit blijkt dat een aantal belangrijke ontwikkelingen die aan de basis hebben gestaan van het ontstaan van de Amerikaanse samenleving niet meer tot het collectieve Amerikaanse bewustzijn behoren terwijl die essentieel zijn geweest voor de vorming van deze samenleving en nog steeds hun invloed hebben. 

Een van de stromingen die ze bespreekt is het puritanisme, een religieuze stroming die tegenwoordig een negatieve associatie oproept en doet denken aan bekrompenheid maar volgens Robinson juist een positieve betekenis heeft omdat het eigenlijk staat voor het streven het religieus leven in overeenstemming te brengen met wat oorspronkelijk de bedoeling was voordat de religieuze instituties en kerkelijke hiërarchie het religieus denken van de gelovige overnamen. Niet voor niets is zij een fervent aanhanger van Calvijn wiens oorspronkelijke teksten zij dan ook onderzocht en naast de historische vertalingen heeft gelegd. En dat levert interessante verschillen op met betrekking tot de interpretatie van de teksten die ze onderzocht.

Terwijl ik haar boek aan het lezen was zocht ik steeds naar de rode draad in haar verhaal omdat ze in de lezingen slechts één fragment van haar filosofie behandelt, nergens kom je echter een overkoepelende visie tegen van wat nu eigenlijk de essentie van haar filosofische c.q. religieuze denken is. Maar al lezende worden de contouren daarvan je wel duidelijk en vandaar hier een poging van mijn kant de rode draad die door Robinsons lezingen loopt hier beknopt weer te geven waarbij het natuurlijk gaat om mijn subjectieve interpretatie van haar filosofie.

  1. We kunnen het niet rationele aspect van ons denken niet goed begrijpen laat staan uitleggen ondanks de vele pogingen die daartoe steeds gedaan worden. Zoals Shakespeare’s Hamlet het liet verwoorden aan Horatio: ‘Er is meer tussen hemel en aarde dan wij vermoeden, Horatio, of kunnen dromen.’ Met name op het terrein van de zingeving, het zoeken naar jezelf of het vinden van geluk helpt het rationeel denken niet en is het haast onmogelijk antwoorden te vinden ondanks de vele pogingen daartoe terwijl hier aantoonbaar juist veel behoefte aan is.
  2. Niet alles kan via het rationeel wetenschappelijk model verklaard worden. Sinds de opkomst van de wetenschap is het rationeel wetenschappelijk verklaringsmodel steeds dominanter geworden en heeft dit het de intuïtieve kant van ons denken, waartoe religie behoort, verdrongen en verbannen naar het niet wetenschappelijk domein. Dit onderscheid kom je overal tegen waar een onderscheid wordt gemaakt tussen lichaam en geest, natuur en cultuur, ratio en religie. De focus van Robinson’s wetenschappelijke onderzoek richt zich op het intuïtieve, niet rationele denken.
  3. Er is steeds meer onverklaard. Terwijl we steeds meer weten levert dit weten steeds meer vragen op die we niet kunnen beantwoorden. Je zou verwachten dat we, hoe meer we weten, er minder overblijft dat we niet weten, maar het tegenovergestelde is juist het geval. Als voorbeelden noemt Robinson de aard en oorsprong van dedonkere materie in het heelal, de werking van elementaire deeltjes, het ontstaan van het heelal en het ontstaan van intelligent leven dat niet louter vanuit een oorzaak-gevolg relatie kan worden verklaard. Ook in de traditionele wetenschap is er steeds meet aandacht voor het onverklaarbare.
  4. Een wereld zonder geloof en religie is een lege wereld. Alle filosofische redeneringen die de geloof en religie buiten beschouwing laten zijn niet in staat een zinvolle invulling te geven aan begrippen als het geweten, geloof, geluk en schoonheid die voor de mens belangrijk zijn als het gaat om de ethische en normatieve afwegingen die zij hanteren ter rechtvaardiging van hun handelen. Geloof en religie creëren matschappelijke samenhang en zonder dat is een samenleving leeg en stuurloos.  
  5. In het domein van het geloof gaat het dus om begrippen als het zelf, het bewustzijn, geweten, geloof en geluk. Terwijl religie zich vooral richt op het geloofssysteem van de mens richt de filosofie zich vooral op de verklaring van op het autonome menselijke denken. Dat veel religies het geloofssysteem van haar aanhangers opdringen als iets dat vaststaat en extern bepaald is gaat voorbij aan het feit dat de oorsprong van veel religies juist dicht bij de intuïtieve kant van het menselijke denken stond. Religies neigen ernaar in de loop van de tijd af te dwalen van hun oorspronkelijke doelstellingen en dat is waar de puriteinse bewegingen juist voor willen waken.
  6. De mens is in de kern een intuïtief wezen en denkt en handelt niet alleen rationeel. Sterker nog: zonder intuïtie zouden we niet overleven omdat de brug tussen denken en handelen niet alleen gebaseerd is op oorzaak-gevolg relaties waarbij ieder mens ook nog eens op zijn geheel eigen manier invulling aan dit denken en handelen zullen geven. Het is daarom volstrekt onmogelijk dit intuïtieve denken te begrijpen of te verklaren laat staan te kunnen voorspellen. Ook al zouden alle variabelen die er nodig zijn om het menselijk denken te kunnen doorgronden aanwezig zijn dan nog is het menselijk brein waarschijnlijk niet in staat dat te processen: hoe wij denken zal daarom voor ons altijd wel een mysterie blijven.  
  7. Het geloof en religie zitten dus in onze niet rationele ruimte en behoren tot het intuïtieve domein en voor ons mensen moeilijk te bevatten en doorgronden. Voor Robinson is de essentie van het geloof God waarbij God voor liefde staat, het geloof betekenis geeft en religie hoop geeft. De basis van geloof wordt gevormd door de het eerste en tweede gebod van de bijbel, volgens de formulering van Matthëus‘Gij zult den Here, uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.’ Kort samengevat: liefde voor God, liefde voor jezelf en liefde voor je naasten.
  8. En om dat laatste maakt Robinson zich vooral zorgen: Jezus had er beter meteen bij kunnen zeggen wat de scope van onze naasten is want daar geeft tegenwoordig iedereen zijn eigen draai aan en daardoor zijn er al heel wat oorlogen gevoerd. Voor Jezus was het duidelijk want hij deelde brood en vis uit aan de armen, hielp de melaatsen en vreemdelingen dus voor hem is er geen onderscheid. Dat geldt echter niet voor veel hedendaagse christenen die massaal Trump steunen die zijn politiek vooral baseert op polarisatie en uitsluiting. Er is dus een behoorlijke discrepantie dus tussen het belangrijkste christelijke grondbeginsel en Trump‘s politieke retoriek. Helaas zijn veel Amerikaanse christenen het met hem eens.
  9. In de laatste lezing die in het boek staat, genaamd ‘laster’, beschrijft Robinson wat er zoal over je heen komt als je een eigen visie hebt op geloof in de Verenigde Staten, hoe Fox News haar zwart probeerde te maken door haar uitspraken toe te dichten die ze niet gedaan had, hoe dit doordrong in haar persoonlijke leven toen haar moeder afstand van haar nam vanwege haar ideeën en hoe ze daarmee omgaat. Dapper houdt ze stand ervan overtuigd dat haar visie op religie in overeenstemming is met wat de oprichters van de Verenigde Staten destijds voor ogen stond, een land waar iedereen ongeacht afkomst, religie of huidskleur in vrede kan leven. Het grote ineen storten van de betekenisvolle vrijheid in de VS is het gevolg van het feit dat veel Amerikanen hun leven en hun houding t.o.v. de wereld hebben gericht op het creëren van angst en dat dit wordt versterkt door de media. 
  10. Samenvattend kan je stellen dat Robinson christenen oproept als christenen te denken en als christenen te leven en terug te gaan naar de oorsprong van hun geloof. Daarvoor moet je terug naar de essentie van het geloof: waarom is het destijds allemaal begonnen? Zij beschrijft echter zelf dat in de loop van de geschiedenis de meeste puriteinse bewegingen het niet gered hebben, eigenlijk is alleen Calvijn de uitzondering maar dat ging na een tijdje ook weer mis met al die afscheidingen. Lastig om een geloof dat al eeuwen ontspoort is weer op het rechte pad te krijgen.

Het was voor mij lang gelden dat ik een boek heb gelezen dat mij continu deed verbazen en nieuwe inzichten gaf. Voor het grote publiek zou een handzame samenvatting die de essentie van haar werk weergeeft wellicht handig zijn, hierbij dus alvast een aanzetje…

Marilynne Robinson, ‘Wat doen wij hier?’, Over geweten, geloof, geluk en wat het betekent om te leven. 2018 Arbeiderspers.

iFilosofie: Politiek vaak door angst beheerst

iFilosofie – Het online filosofietijdschrift van de ISVW – #45 – juni 2019.

Rosa Luxemburg: ‘Vrijheid is altijd de vrijheid voor de andersdenkenden’

In 2015 kondigde de Chinese president Xi Jinping aan dat in 2020 alle 1.4 miljard Chinezen boven de armoede grens zouden leven, d.w.z. dat ze meer dan $416 per jaar zouden verdienen, $1.10 per dag. De maatstaf van de World Bank is $1.90 per dag ofwel $700 per jaar. Daar zitten de Fransen flink boven daar ligt het bijstandsniveau, de RSA (revenu de solidarité active) op €513.88 voor één persoon per maand en op €770,82 voor een echtpaar. Lager dan in Nederland maar toch altijd per maand meer dan voor een heel jaar in China.

Toch is een groot gedeelte van de Fransen behoorlijk ontevreden over hun inkomenssituatie zoals we al lange tijd merken door de protesten van de gele vestjes beweging aldaar, gisteren gingen de 23ste keer op rij in Parijs de straten op om te protesteren. Deze week was de opkomst massaler dan ooit nadat de Franse president Macron in korte tijd honderden miljoenen bij elkaar had weten te krijgen voor de restauratie van de Notre Dame terwijl de Franse regering niet ingaat op de eisen van de demonstranten dat hun loon te laag is. En dan hebben we het niet over de hoogte van de bijstand of de werkloosheidsuitkeringen maar om de lonen van mensen die werken.

Er heerst veel onvrede onder de massa in Europa zoals dat tot uiting komt in Frankrijk bij de ‘gilets jaunes’, zoals de gele hesje daar genoemd worden, maar ook onder de Brexit voorstanders in de UK of bij de rechts populistische partijen in Duitsland, Italië of Nederland. Friedrich Nietzsche introduceerde in zijn eerste boek ‘Zur Genealogie der Moral’, dat uitkwam in 1887, het begrip ressentiment. Ressentiment definieerde hij als een afgunstige emotie die de machtelozen voelen ten opzichte van de machtigen, maar die vervolgens creatief wordt: rensentiment zet de machtelozen aan tot het bedenken van een alternatief universum waarin zij de macht hebben en ‘imaginaire wraak’ nemen op de machthebbers door nieuwe waarden te vormen en de waarden van de machthebbers te devalueren. Door zich te verenigen creëren ze hun eigen waardenrangorde waarin het sterke wordt gediskwalificeerd en het zwakke opgewaardeerd.

Deze week was ik bij een lezing in de bibliotheek van Baarn van Joke Hermsen over haar pas verschenen essay ‘Het tij keren’ waarin zij de opkomst van de ‘gilets jaunes’ in Frankrijk bespreekt aan de hand van het werk van Rosa Luxemburg en Hannah Arendt. Naar aanleiding van de vraag wat mensen aanzet tot actie citeert Hermsen Rosa Luxemburgs pamflet ‘Massa staking’ uit 1905 dat de massa zelden op oproepen van partij- en of organisaties in beweging komt maar pas spontaan tot acties overgaat als de gevoelens van rechtvaardigheid te langdurig zijn gekrenkt en het verzet ertegen als het ware in eens ontbrandt. Politieke acties moeten uit de wil en daadkracht van de bevolking komen omdat zijn alleen dan uiting geven aan politieke vrijheid en kans van slagen hebben.

Hannah Arendt was een groot fan van Rosa Luxemburg en deelde haar analyse. In haar boek ‘On revolution’ uit 1963 vergeleek ze de Franse en de Amerikaanse revolutie met elkaar en schrijft ze naar aanleiding van de Parijse Commune, die in 1871 met veel geweld door het leger van Napoleon werd neergeslagen, dat het deze commune niet alleen om de bevrijding van nood en armoede ging maar ook om vrijheid van politiek handelen. Volgens Arendt hebben alleen opstanden die niet slechts om economische bevrijding gaan maar ook om politieke vrijheid kans van slagen: alleen aanpassingen aan het systeem kunnen immers leiden tot wezenlijke veranderingen in de levenssituatie van degenen die in armoede moeten leven.

De vraag blijft welke factoren een opstand succesvol doen zijn, het kan immers ook mis gaan, zie de Parijse Commune. En als een opstand wel slaagt, hoe gaat dat dan verder? Lukt het de opstandelingen dan een betere situatie voor iedereen te creëren of staan er dan weer nieuwe machtigen op die andere machtelozen gaan onderdrukken? Zo is het immers in het verleden maar al te vaak gegaan. De belangrijkste randvoorwaarde daarvoor is volgens zowel Rosa Luxemburg en Hannah Arendt toch wel de politieke vrijheid je te kunnen uiten, als dat niet kan dan heb je echt een probleem. Vrijheid van meningsuiting, vergadering, demonstreren, het vormen van politieke partijen etc. vormen de basis waarop verandering in het bestel mogelijk zijn en als die onderdrukt worden heb je een probleem als machteloze. Zoals Rosa Luxemburg schreef: ‘Vrijheid voor alleen de aanhangers van de regering en de leden van de partij is geen vrijheid, vrijheid is altijd de vrijheid voor de andersdenkenden’.

Joke Hermsen wijst daarbij op de gevaren voor de democratie van de digitalisering van de samenleving en het grootschalig indringen in het privédomein van de burgers door de overheid en het bedrijfsleven die een inbreuk is op onze privacy en door de machthebbers gebruikt kunnen worden om onze burgerlijke vrijheden te beperken. Ze refereert naar het recent verschenen boek The age of surveillance capitalism’ van Shoshana Zuboff uit 2019 waarin ze wijst op het zonder toestemming van de burger en enige democratische controle gebruiken van onze gegevens voor politieke en commerciële doeleinden. Dit surveillancekapitalisme ondermijnt onze rechtsstaat en democratie en heeft als doel ons leven volledig te digitaliseren en te automatiseren.

Gelukkig wordt het debat hierover in Europa gevoerd en hebben we het hier in Nederland wat dat betreft best goed voor elkaar, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld China waar het digitale overheidstoezicht al heel ver gaat. Toch gebeuren er hier af en toe ook zaken die ons recht op vrije meningsuiting in gevaar brengen. Zo hoor je sommige publicisten of schrijvers af en toe zeggen dat ze bepaalde onderwerpen schuwen omdat ze dan te veel negatieve reacties krijgen, zelfcensuur dus. Joke Hermsen pleit dan ook voor meer publiek debat in de publieke ruimte waarin iedereen kan zeggen wat hij of zij denkt, gelukkig gebeurd dat genoeg in Nederland zoals bleek na afloop van de lezing van Joke Hermsen in Baarn.

Spiritualiteit

Ik denk dat ik zo’n 15 jaar oud was toen ik een fles wijn wist te bemachtigen en me in mijn kamer opsloot om deze soldaat te maken. Met de deur op slot dronk ik de fles leeg en wachtte af wat er met me zou gebeuren. Omdat ik ook toen al literaire aspiraties had schreef ik op wat ik dacht en had een geweldige avond, ik heb mijn aantekeningen nog steeds. De volgende ochtend las ik het terug en kwam tot de conclusie dat het allemaal grote onzin was wat ik had opgeschreven en dat het hebben van een beneveld brein weliswaar plezierig is maar vooral een persoonlijke ervaring is die niet altijd tot grootse gedachten leidt.

Er zijn vele manieren waarop iemand zijn geest kan verruimen en het gebruiken van genotsmiddelen zoals alcohol en drugs is er een van. Het gebruik hiervan heeft echter ook een schaduwzijde omdat veel van deze middelen slecht zijn voor je lichaam en kunnen leiden tot verslaving en afhankelijkheid. Gelukkig zijn er ook alternatieven die je kunnen helpen je geest kunnen verruimen. Een goed voorbeeld is Nietzsche die in de bergen ging wandelen en door het hoogteverschil zijn geest verruimde en en tot de meest fantastische inzichten kwam.Maar ook aan dat bergwandelen delven gevaren want een zuurstof tekort of een val in de bergen kan ook fataal zijn.

Het zoeken naar verruiming van de geest kan ook door je aan te sluiten bij een spirituele community die je belooft te helpen op jouw spirituele zoektocht en daarvan zijn er tegenwoordig velen. De moderne spirituele gemeenschappen beloven spirituele groei als je meedoet met hun beweging, hun boeken leest, hunn cursussen volgt en je houdt aan de voorgeschreven oefeningen zoals yoga en meditatie. Veel van de bewegingen zijn overigens gebaseerd op Oosterse filosofische tradities, wat van ver komt is blijkbaar interessanter dan van dichtbij. In mijn woonplaats Amersfoort stikt het van de organisaties die zich ‘spiritueel’ noemen.

Deze week bezocht ik de boekpresentatie van Stine Jensen’s nieuwe boek ‘Goeroes’ in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Stine Jensen, filosoof en yoga docente, heeft zich de afgelopen jaren verdiept in deze bewegingen en komt tot de conclusie dat er weliswaar veel voordelen zijn maar ook veel nadelen. In haar boek beschrijft ze haar persoonlijke ervaringen en geeft ze tips waar op te letten als je besluit je bij zo’n beweging aan te sluiten. Tijdens de sessie in Pakhuis de Zwijger had ze ook een aantal mensen meegenomen die gelijksoortige ervaringen hebben gehad zoals een mevrouw die was opgegroeid bij de Noorse Broederschap en een man wiens ouders aanhangers waren van de Bhagwan. De zoektocht van hun ouders naar spirituele verdieping had voor hun kinderen in ieder geval een traumatische jeugd tot gevolg gehad.

Terwijl ik tussen de voornamelijk uit de grachtengordel afkomstige deelnemers aan de boekpresentatie zat vroeg ik me af of spirituele groei er voor mij nog wel inzit. Ik heb immers geen jeugdtrauma of lichamelijk ongemak zoals alle deelnemers aan de avond en heb al heel lang een bloedje hekel aan mensen die de ambitie hebben mij te leren hoe te denken, dat doe ik liever zelf. Het zoeken naar hulp van anderen voor het creëren van een eigen innerlijke ervaring werkt bij mij in ieder geval niet en ik heb al helemaal een hekel aan spiritueel leiders die in Rolls Royces rijden en die de leer die ze verkondigen zelf niet in de praktijk brengen zoals Stine Jensen met haar boek goed aantoont. Hopelijk bedenkt ze in haar volgende boek zelf weer wat.

De democratisering van onze informatievoorziening

Ik las laatst over het ‘twee-in-een principe’ van Hannah Arendt: d.w.z. ‘onze innerlijk dialoog met onszelf waardoor iedereen zichzelf de maat neemt en een brug slaat tussen ons innerlijke en het openbare leven van de mens’. En die brug tussen ons innerlijk en openbaar leven krijgt vorm door ons handelen.

Een mooi beeld is dat: de brug tussen ons innerlijke en het openbare leven. Wat dieper nadenkend over de definitie van wat ons ‘openbare leven’ kom ik tot de conclusie dat de reikwijdte van ons openbare leven de laatste jaren behoorlijk veranderd is. Beperkte vroeger ons openbare leven zich tot gezin, werk, kerk en/of kroeg, tegenwoordig speelt ons openbare leven zich niet alleen af in de fysieke werkelijkheid maar ook in toenemende mate online, veel mensen besteden geheel vrijwillig hun tijd aan het internet en sociale media waardoor ons openbare leven een veel groter bereik heeft gekregen.

Je kan de impact van het internet denk ik goed vergelijken met de impact van de uitvinding van de boekdrukkunst rond 1454 door Laurens Janszoon Coster en/of Gutenberg. Luther zouden nooit zo succesvol zijn geweest als hij zijn reformatorische stellingen niet via boeken had kunnen verspreiden en hetzelfde geldt bijv. voor Erasmus met betrekking tot het humanisme. Natuurlijk was er veel weerstand van de gevestigde orde tegen bepaalde boeken maar het boek, eenmaal uitgevonden, bleek het hardnekkig te blijven bestaan en in verboden vorm des te aantrekkelijker om te lezen.

Cruciaal was dat door de boekdrukkunst de geestelijkheid haar monopolie op informatietoegang en de lees- en schrijfkunst verloor. Hierdoor kreeg met name de intellectuele elite (wetenschappers, schrijvers, journalisten, politici, kunstenaars etc.) toegang en kwamen er uitgeverijen, tijdschriften en kranten die als poortwachters bepaalden wat wel of niet gepubliceerd werd, je kan dus stellen dat door de boekdrukkunst het monopolie verschoof naar de intellectuele elite.

En dan nu de internet revolutie die kan worden gekenmerkt als de volledige democratisering van de informatietoegang. Iedereen heeft tegenwoordig toegang tot het internet, kan een boek schrijven, dit op internet publiceren of zelf een website beginnen en daar alles op zetten wat men wil, hoe onbenullig ook. Met name door het ontstaan van ‘social media’ heeft deze democratisering van de informatietoegang een enorme boost gekregen en tegelijkertijd een nieuwe dimensie toegevoegd aan ons openbare leven.

Ons openbare leven wordt met de nieuwe mogelijkheden van het internet niet alleen meer gevormd door het rechtstreeks handelen tussen mensen maar nu ook met iedereen in de digitale wereld waarin je online actief bent. Een ontwikkeling die nog maar net begonnen is en waarvan commerciële partijen de eigenaar zijn en we de impact nog niet goed kunnen overzien. Natuurlijk weten we dat er impact is op onze privacy, inlichtingendiensten alles kunnen volgen, iemand waarmee je chat een ‘bot’ kan zijn, de uitkomst van een search op Google gestuurd wordt door betalende adverteerders, dat de meest actieve internetters last hebben van eenzaamheid en depressies en vreemde mogendheden proberen onze verkiezingen te beïnvloeden, en o ja: de volgende oorlog een cyberoorlog wordt …of al begonnen is? Allemaal onbedoeld bijeffecten van de democratisering van de informatietoegang die de bedenkers van het internet niet voorzien hadden.

De vraag is nu wat de lange termijn gevolgen van het internet zullen zijn. Leverde de boekdrukkunst de reformatie, het humanisme en later de verlichting op, wat kunnen we verwachten van de digitale revolutie die nu plaats vindt? Uit de bijeffecten blijkt dat we nog niet goed weten hoe we met deze nieuwe onlinewereld moeten omgaan en het is te hopen dat ons zelfregulerend vermogen ons in staat stelt de ongewenst excessen te voorkomen. Ondertussen valt het me op dat de oude intellectuele elite het moeilijk heeft met deze ontwikkelingen omdat zij hun oude positie van poortwachter aan het verliezen zijn. Dat blijkt uit de dalende verkoop van kranten en boeken maar ook uit het opkomende populisme dat zich vaak richt tegen intellectuelen en journalisten (Trump vs. CNN). Eigenlijk logisch, de democratisering van de informatievoorziening zal zich in eerste instantie richten tegen de oude poortwachters tot informatie net zoals dat destijds na de uitvinding van de boekdrukkunst gebeurde tijdens de beeldenstorm.

Op dit moment is het echter onduidelijk wat al deze nieuwe digitale ontwikkelingen op termijn gaan opleveren: blijven we allemaal in onze ‘bubble’ zitten of gaan we af en toe switchen? Laten we onze politieke voorkeur afhangen van de consensus in de eigen groep of vormen we liever onze eigen mening? Worden we kritisch op ons onlinegedrag of laten we ons leiden door ‘influencers’ die onze behoefte gaan bepalen…

De brug waar Hannah Arendt het over heeft is een multidimensionale snelweg geworden waarop we de innerlijke dialoog met onszelf niet alleen moeten afstemmen met ons ‘offline’ maar ook met ons ‘online’ openbare leven.

Is de waarheid zelfcorrectief?

Afgelopen zondag het Filosofisch Café van de ISVW in Leusden bijgewoond met een bijdrage van de filosoof Jeroen Hopster over waarheid en onwaarheid, nepnieuws en het post-truth tijdperk. Al snel ging zijn lezing natuurlijk over Donald Trump en diens manier van omgaan met de waarheid en hoe hij daarmee wegkomt.

Er is al veel gezegd en geschreven over de intuïtieve manier waarop Trump met de waarheid omgaat: op basis van zijn intuïtie uit hij een vermoeden, wanneer blijkt dat de feiten zijn vermoeden niet bevestigen gaan derden op dit vermoeden reageren waardoor nieuwe feiten ontstaan, dan past hij zijn vermoeden hierop aan en ontstaat een nieuwe waarheid. Het gaat hierbij dus in essentie om propaganda: het bewust verspreiden van eenzijdige en/of verzonnen informatie, niet een nieuwe verschijnsel en Donald Trump is natuurlijk niet de enige die dit doet, Poetin kan er ook wat van.

Wat het bij Trump schokkend maakt is dat dit gebeurd in een land dat altijd voorop heeft gelopen als het gaat om de burgerlijke vrijheden en de vrije pers en de meerderheid van de Amerikanen onverschillig staat ten opzicht van het vinden van de waarheid. Het zomaar wat roepen en het aantoonbaar verspreiden van onjuiste feiten kan daar zomaar zonder dat het consequenties heeft. Sterker nog, Trump’s intuïtie ligt blijkbaar dicht bij het gevoel van veel Amerikanen dus raakt hij een gevoelige snaar bij velen die hem door dik en dun blijven steunen ook al kraamt hij bullshit uit. Dit blijkt uit de zijn populariteitsscore: 53 procent van de witte kiezers steunt hem en bij witte mannen is dat percentage zelfs 60 procent.

Volgens Jeroen Hopster heeft de opkomst van de social media de afgelopen 15 jaar voeding gegeven aan dit verschijnsel omdat daardoor de tools beschikbaar kwamen om de publieke opinie naar de hand te zetten, denk maar aan de Russische inmenging van de laatste Amerikaans verkiezingen en de onthullingen nu over de rol van Facebook daarbij. Overigens was het Barack Obama die als eerste social media massaal ging inzetten bij zijn eerste verkiezingscampagne en heeft Donald Trump daar en aantal principes uit de marketing toegepast op zijn politiek campagne.

Na de pauze tijdens de discussie over een aantal stellingen merkte één van de aanwezige op dat dit niet de eerste keer is geweest dat nieuwe technologie maatschappelijke impact heeft gehad, denk bijvoorbeeld aan de boekdrukkunst en de introductie van kranten, radio en televisie. Zo leidde de massaproductie en -verspreiding van boeken ertoe dat de burgers minder afhankelijkheid van priesters werden voor hun kennisontwikkeling en alternatieve meningen zoals die van Maarten Luther breed konden worden verspreid. Op zich een mooie ontwikkeling maar deze ontwikkeling heeft ook tot heel wat godsdienstoorlogen geleid. Met de komst van nieuwe technologie is dus de nodige turbulentie te verwachten en het duurt altijd een tijdje voordat we geleerd hebben hier mee om te gaan, momenteel zitten we opnieuw in zo’n moderniseringsproces zoals dat in de sociologie wordt genoemd.

Op basis hiervan kom ik dan op de achterliggende vraag die Jeroen Hopster bij dit verschijnsel  stelde en die wellicht het meest interessant is: is de waarheid zelfcorrectief? Blijkbaar is ons collectieve waarheidskader momenteel uit balans en niet gebaseerd op feiten maar op waarden, normen en ideologie waardoor meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan. Hierdoor ontstaat een kloof tussen de politieke elite, de burgers en de experts en dat wringt en levert allerlei problemen op die de traditionele instituties niet kunnen oplossen.

Wat dat betreft zouden de volgende Amerikaanse verkiezingen wel eens spannend kunnen worden. De grote vraag wordt dan of Donald Trumps intuïtieve methode succesvol blijft of dat de democraten een nieuw ideologisch kader weten te ontwikkelen die de kiezers aanspreekt, het morele leiderschap van de nieuwe president zou dan wel eens het belangrijkste issue kunnen worden. Hopelijk is het corrigerend vermogen van de Amerikaanse samenleving zo sterk dat we snel weer over hetzelfde praten als het om de waarheid gaat.

Niks helpt

Gisteren voor het eerst een Filosofisch Café bijgewoond georganiseerd door de ISVW in Leusden en daar een interview van Marthe Kerkwijk met Denker des Vaderlands René ten Bos bijgewoond. Een belezen man, die René ten Bos, tijdens het interview strooide hij met citaten van filosofen en verwees hij naar tal van boeken die mij als beginnend filosoof een leeslijst van jaren zouden opleveren, geen beginnen aan!

Tijdens het interview stonden zijn gedachten over het ‘Antropoceen’ tijdperk centraal, de periode waarin we nu leven en die, volgens René ten Bos, wordt gekenmerkt door het feit dat de mens steeds meer in staat is zijn natuurlijke leefomgeving naar eigen goeddunken in te richten terwijl dit op termijn ongewenste gevolgen heeft voor ons klimaat.Dit leidt tot een fundamentele desoriëntatie: sinds een tijdje weten we heel goed wat er aan de hand is met onze aarde en wat op termijn de effecten zijn, maar zijn we niet in staat vanuit een gemeenschappelijk gedeeld algemeen belang dit om te zetten in concrete acties. In plaats daarvan stellen we normen vast voor de lange termijn (klimaatakkoord Parijs) en gaan we gewoon door onze leefomgeving vanuit het oogpunt van korte termijn behoeftebevrediging te vervuilen: ‘we dwalen zonder te weten wat we met de aarde aan het doen zijn’.

Dit probleem kan je volgens hem niet oplossen door het wijzigen van individueel gedrag. Als je voor jezelf beslist voortaan vegetarisch te gaan eten, niet meer te gaan vliegen en je dak vol te gooien met zonnepanelen draagt dat niets bij aan de oplossing. Individueel handelen heeft totaal geen impact op ons ecologisch systeem en de klimaatontwikkeling, niets helpt dus. Dat kan alleen maar als we fundamenteel anders gaan denken over de relatie tussen de mens en natuur, zij staan niet los staan van elkaar zoals de achttiende eeuwse filosoof Immanuel Kant stelde. René ten Bos is het daar niet mee eens, zij beïnvloeden elkaar juist wederzijds omdat de mens zelf ook onderdeel is van de natuur.

Ter illustratie kwam hij met de vraag wat je moet doen wanneer je in de natuur verdwaald bent, daar heeft hij uitgebreid onderzoek naar gedaan. De algemene opvatting daarover is dat je dan het beste in één rechte lijn kan blijven doorlopen, uit onderzoek blijkt echter dat dat niet de meest effectieve strategie is. Beter is het eerst onder een boom te gaan zitten en goed te observeren wat je ziet: waar staat de zon, uit welke hoek komt de wind, hoe gedragen vogels zich, zijn er aanwijzingen te vinden, wat een goede route zou kunnen zijn etc.… Culturen zoals bijvoorbeeld de Masai in Afrika staan veel dichter bij de natuur en kunnen zonder kompas of GPS systeem de weg feilloos vinden. Door alle technische hulpmiddelen die we tegenwoordig hebben zijn wij steeds verder van de natuur af gaan staan en zijn we hopeloos verloren als onze mobiele telefoon het plots niet meer doet. En deze fundamentele kloof tussen natuur en cultuur wordt steeds groter zodat het steeds moeilijker wordt dit probleem op te lossen.

Twee jaar geleden heb ik in Tanzania vanaf de veranda van mijn lodge een dag met een verrekijker (sic!) zitten kijken wat er zo allemaal voor mijn ogen gebeurde. Je kon van onze veranda heel ver kijken tot aan Lake Manyara op zo’n 1,5 uur lopen afstand. En er was veel te zien: vogels, luchten, bootjes, dieren, kudden, honden, motoren, geuren en niet te vergeten het licht dat elk moment van de dag weer anders was. Naast de lodge woonden een aantal Masai. Je kon ze ‘s morgens in kleine groepjes samen met hun honden naar het meer zien lopen waar hun kudden vroeg in de ochtend en zonder begeleiding naar toe waren gelopen om water te gaan drinken.

Aan het eind van de ochtend gingen de Masai op pad om ze op te halen, een dagelijks terugkerend patroon. Met mijn verrekijker kon ik ze goed volgen en elke keer als ik ze opzocht waren ze weer een stuk verder. Het grappige was dat ‘lopen’ bij de Masai niet echt lopen is zoals wij dat doen: in één rechte lijn van a naar b lopen. Soms liepen ze een stuk hard, dan stopten ze even, gingen ze zitten of uit elkaar, en daarna weer stoeiend en speels verder.

Aangekomen bij de kudde duurde het wel drie uur voor ze de kudde bij elkaar hadden gedreven en even lang om die kudde weer naast onze lodge te krijgen. Een ritueel dat zich al eeuwenlang dagelijks herhaalt en waar geen technische hulpmiddelen aan te pas komen en waar ik geboeid naar zat te kijken.  Tot ik op de veranda naast ons in ene een grote groene boomslang zag liggen en snel de bewakers via de mobilofoon, die we van hen hadden gekregen, oppiepte om de slang weg te jagen. Het bleek een behoorlijk gevaarlijke exemplaar te zijn.

Mooi dat er nog culturen als de Masai die zo dicht bij de natuur staan, dacht ik toen. Totdat ik vanmorgen in een column van Sheila Sitalsing in de Volkskrant las dat de Masai wel degelijk van deze tijd zijn. In de Financial Times heeft afgelopen weekend een artikel gestaan dat de Masai vijf jaar geleden een organisatie hebben opgericht, de ‘Masai Intelectual Property Initiative Trust’, om hun cultureel erfgoed te beschermen en hun recht te halen bij de commerciële exploitatie daarvan. Volgens het artikel zouden de Masai honderden miljoenen aan royalties kunnen opeisen van bedrijven als Louis Vuitton die al jaren roodgeruite Masai sjaals en dekens in hun collectie hebben (zie bovenstaande foto, genomen bij Lake Manyara, ik ben de tweede van links). Ook de Masai kunnen dus niet ontkomen aan de onze Westerse, op economisch nut gebaseerde, principes. Niets is wat het lijkt.

Wellicht een beetje pessimistisch verhaal van René ten Bos maar ik ben het met hem eens dat je beter een pessimist kan zijn die af en toe verbaasd constateert dat iets werkt dan een optimist die steeds opnieuw constateert dat de dingen niet blijken te werken zoals verwacht …