Tag Archives: Innovation

Een oceaan aan Big Data…

Vandaag, dinsdag 31 oktober 2017, wordt het muziekstuk ‘Music by Oceans’ uitgevoerd in Gasthuis Leeuwenbergh tijdens een symposium over oceanografie van de Universiteit Utrecht. De componist Stef Veldhuis maakte voor deze compositie gebruik van de data van de meer dan drieduizend drijvende boeien (ankers) die sinds 2007 in onze oceanen dobberen en die door middel van sondes enorme hoeveelheden data verzamelen over het zoutgehalte, de temperatuur, de stroming etc.. Op basis van al deze data kunnen wetenschappers dan weer analyses maken en voorspellingen doen over het weer en het klimaat.

Met diezelfde data kan je dus nog meer doen, zoals blijkt uit uit dit initiatief deze data via een algoritme op basis van muzikale elementen zoals ritme, toonhoogte, duur en dynamiek om te zetten in muziek waardoor we in staat worden gesteld naar oceanen te luisteren om te ervaren of er patronen te onderscheiden zijn. Traditioneel worden bij dit soort analyses gebruik gemaakt van statistische methoden en calculaties en worden de uitkomsten grafisch weergegeven om een en ander inzichtelijk te maken. Door deze data nu ook om te zetten in geluid hopen de onderzoekers ingewikkelde patronen herkenbaar te maken, aldus oceanograaf Erik van Sebille vandaag in een artikel in de Volkskrant.

Voor het symposium in Utrecht zijn 8 composities gemaakt, elk gebaseerd op een andere sonde, en via de website  musicbyoceans.org kan men zelf ook aan de slag om een eigen compositie van oceaanmuziek te maken. Het resultaat levert soms totale chaos maar ook verstilling op, afhankelijk van de plek in de oceaan.

Een interessant experiment, zeker omdat het een enorme uitdaging aan het worden is uit al die grote hoeveelheid data die we ter beschikking hebben zinnige informatie te halen. De huidige digitale analyse technieken zijn niet meer voldoende om aan de toegenomen behoefte aan analyses te voldoen. Het meer dan tien jaar opslaan van al deze data vanuit 3.000+ meetpunten levert enorme hoeveelheden data op.  Een behoorlijke uitdaging maar natuurlijk niets vergeleken bij de hoeveelheden data die tegenwoordig overal verzameld worden nu de combinatie van datacenters en het internet of things de komende jaren de hoeveelheid big data explosief zullen doen groeien.

De kernvraag daarbij is dan hoe je in een oceaan aan big data de ankers moet plaatsen op basis waarvan je meet. Als je uitgaat van oude ankers loop je de kans dat je onderliggende structuren over het hoofd ziet en dan kan het handig zijn kunstenaars van buiten de IT met een eigen visie te hulp te roepen. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten waar dan weer op voortgeborduurd kan worden.

Werk van de Chinese kunstenaar Qiu Zhijie onlangs te zien in het Van Abbe museum in Eindhoven.

Kunstenaars zijn vaak degenen die nieuwe ontwikkelingen vroegtijdig herkennen en het kan interessant zijn deze voor dit soort projecten te gebruiken. Naast muziek kan je ook denken aan andere kunstvormen om big data inzichtelijk te maken zoals bijvoorbeeld een choreografie, een schilderij of een film. Het lijkt me interessant een choreografie te zien van de consumptie van alcohol of een schilderij over je social media netwerk. Wellicht zien we dan verbanden waarvan we ons nu nog niet bewust zijn en gaan we ons andere vragen stellen…

The Next Generation Internet

Deze week bezocht ik in Rotterdam een meeting van PortXL, het startup innovatieprogramma van de Rotterdamse haven.  Hoofdgast daar was Peter Schwartz, Senior Vice President van Salesforce die zijn visie gaf op de ontwikkelingen in de ICT. Na afloop van zijn verhaal was er de mogelijkheid vragen te stellen en één van de aanwezigen vroeg hem toen hoe we er voor kunnen zorgen dat het Internet meer veilig wordt. Hij legde uit dat het Internet destijds niet ontworpen was vanuit beveligingsperspectief, het was juist de bedoeling een open platform te ontwikkelen waarbij iedereen in principe toegang heeft tot alle informatie. Wat men toen voor ogen had komt nu het best tot uiting bij Wikipedia, de papieren encyclopedie van vroeger is nu vervangen van een online bijgewerkte website waarbij iedereen in staat is informatie toe te voegen of te wijzigen zodat het veel actueler is dan de oude Winkler Prins waarvan je steeds anderhalve meter moest aanschaffen als je de laatste versie wilde hebben.

Pas toen het internet succesvol bleek kwam er behoefte aan het afschermen van gegevens zodat niet iedereen erbij kan en werden er op allerlei plekken beveiligingsfuncties op het internet ingebouwd maar het uitgangspunt bleek altijd dat het internet open is en dat je er verstandig aan doet op het laagste niveau, het object niveau (server, data, programma), beveiligingsfuncties in te bouwen. En aangezien IT een snelgroeiende bedrijfstak is, is het vechten tegen de bierkaai om het beveiligingsniveau steeds optimaal te houden. Een perfecte beveiliging is op het huidige internet dus niet mogelijk en dat is goed nieuws voor zowel de hackers als de beveiligingsexperts die een goede boterham kunnen verdienen met hun diensten die eigenlijk niks toevoegen aan de kwaliteit van het internet en alleen maar een kostenverhogend invloed op hebben.

Dit probleem kan volgens Peter Schwartz alleen opgelost worden door het beschikbaar komen van een geheel nieuw ontworpen internet waarbij bij het ontwerp al rekening is gehouden met de beveiliging, een nieuw internet dus. En daar wordt volgens Peter Schwartz al heel hard aan gewerkt. Uitgangspunt hierbij is een nieuw internetprotocol met een beveiliging aan de bron die verder gaat dan alleen het IP-adres en waarvan de eigenaar nu vaak moeilijk te achterhalen is.  En naast een internetprotocol voor alle gebruikers van het internet een protocol voor een tweede secure level die gebruikt kan worden voor omgevingen die een eigen internet domein willen waar alleen de gebruikers met toegangsrechten gebruik van kunnen maken.

Dit maakte me nieuwsgierig wie er eigenlijk met de ontwikkeling van deze nieuwe generatie internet bezig is: wie ontwikkelt dat eigenlijk, wie doet de funding hiervan en wie is eigenlijk de eigenaar? Als dit echt gaat werken heeft de eigenaar van dit protocol een machtige sleutel in handen met betrekking tot alle data wereldwijd en ik kan me voorstellen dat er heel wat partijen geïnteresseerd zijn in deze technologie die  eigenlijk het nieuwe beveiligingssysteem van de wereld zou kunnen worden genoemd.

Allereerst maar eens, het advies van Peter Schwartz volgend, op Wikipedia gekeken. Er is een pagina ‘Next Generation’ waarop een vermelding wordt gemaakt naar het US Next Generation Internet Program (NGI) van de Amerikaanse overheid dat als doel had de snelheid van het internet dramatisch te verhogen. Dit programma is gestart in oktober 1996 door President Bill Clinton in oktober 1996 en volgens Wikipedia in 2002 succesvol afgesloten. De webpagina van dit project (http://www.ngi.gov/) is niet meer in de lucht.

Op de huidige site van het Witte Huis onder Donald Trup kan ik niks terugvinden van zo’n project, wel is er recent een ‘Office of American Innovation’ opgericht onder leiding van Jared Kushner, doelstelling: 

‘This office will bring together the best ideas from Government, the private sector, and other thought leaders to ensure that America is ready to solve today’s most intractable problems, and is positioned to meet tomorrow’s challenges and opportunities.  The office will focus on implementing policies and scaling proven private-sector models to spur job creation and innovation.’

Daar zou zo’n ‘Next Generation Internet’ project natuurlijk onder kunnen vallen maar een concrete aanwijzing daarvoor heb ik niet kunnen vinden en als ik de speech eerder deze week van Jared Kushner beluister richt hij zich voornamelijk op overheids automatisering, niks te vinden daar over Cybersecurity of de Cloud.

Op Europees niveau vond op 6 en 7 juni jongsleden in het Europees Parlement een interessante conferentie onder de titel ‘The NEXT GENERATION INTERNET SUMMIT’ plaats.

‘The Next Generation Internet Summit and related public campaign will support the European Commission to build a strategy together with heads of state, leading policy makers, renewed innovators, researchers and citizens to foster the development of the internet, as a powerful, open, data-driven, user-centric, interoperable platform ecosystem, for the benefit of companies and citizens.’

Wel een beetje laat om nu pas een strategie te gaan ontwikkelen voor het internet. Leg je de Amerikaanse doelstelling naast die van de EU dan zie je een duidelijk verschil in doelstelling. Bij de Amerikanen komt het woord ‘burger’ niet voor en gaat het om samenwerking tussen overheid, bedrijven en technologie leiders om ‘proven private-sector models’ op te schalen naar de overheid. De EU staat meer voor een open ‘old school’ internet op de manier zoals het internet destijds bedoeld was.

Ondertussen werken de Chinezen rustig door aan hun eigen programma via het China Next Generation Internet (CNGI) programma (中国下一代互联网). Dit is een vijf jaar plan geïnitieerd door de Chinese overheid met als doel in de toekomst meer invloed te hebben op de toekomstige ontwikkeling van het internet, dat hebben ze nu dus blijkbaar niet. Om deze reden zijn ze bezig zo snel mogelijk over te gaan op het internetprotocol IPv6. Op dit moment is zo’n 1/3 van alle IP-adressen Amerikaans maar dat gaat in de toekomst natuurlijk veranderen vanwege het te verwachten grote aantal nieuwe Chinese gebruikers en daarop vooruitlopend is dat eigenlijk een slimme strategie: de basis van het Internet is nu eenmaal het IP protocol.

Komen we tot de kern van de zaak: als het gaat om het wijzigen van het Internet gaat het dus niet om een ‘Nieuw’ internet maar om het wijzigen van het Internet Protocol, IPv6 is daarvan de nieuwste versie. Dus opgezocht wie eigenlijk de eigenaar van dit protocol is en wie wijzigingen kunnen autoriseren. Dat blijkt de Internet Engineering Task Force (IETF) te zijn (zie mission statement hierboven). De IETF heeft als doel: ‘Creating voluntary standards to maintain and improve the usability and interoperability of the Internet’ en hun belangrijkst middel is het uitbrengen van nieuwe versie van het Internet protocol en change management daarop. Ze zitten in Californie en de voorzitter hiervan is Alissa Cooper, werkzaam bij CISCO. De andere leden komen hoofdzakelijk van grote Amerikaanse IT bedrijven zoals van Oracle, Google, AT&T, Juniper en Dell: Amerikaanse bedrijven hebben dus een behoorlijk grote invloed op de ontwikkeling van het Internet.

De IETF heeft al in 1998 beslist een nieuwe IP-protocol, IPv6, te gaan gebruiken alleen is dat nog niet wereldwijd geïmplementeerd, wel zijn al de belangrijkste besturingssystemen (OS, Windows etc.)  aan dit nieuwe protocol aangepast, China loopt ten aanzien van de implementatie voorop. De belangrijkste wijziging van het protocol heeft betrekking op het feit dat als we zo doorgaan we snel door het aantal IP-adressen beschikbaar heen zijn. Met name het beschikbaar komen van ‘The Internet of Things’ zal er voor zorgen dat het aantal IP-adressen in de toekomst explosief gaat stijgen, IPv6 bevat 7.9×1028 meer IP-adressen als IPv4. Maar het gaat om meer dan dat, beveiliging is daar een belangrijk aspect van. De implementatie van IPv6 gaat overigens erg langzaam, in 2014 werkte 99% nog met IPv4 en van het huidige Google verkeer loopt momenteel 19,2% over IPv6 (status juni 2017). Versiebeheer blijft toch altijd een moeilijk dingetje in de IT sector en na 19 jaar iedereen nog niet over op je nieuwe versie is wel erg lang…

Als ik dit zo overzie is mijn conclusie toch wel dat de ontwikkeling van het Internet dominant bepaald wordt door een aantal, voornamelijk Amerikaanse technologie ondernemingen en dat zowel de politiek en dus wij burgers daar eigenlijk geen invloed op hebben terwijl door het vaststellen van de technische specificaties van het Internet onze privacy en security in belangrijke mate geregeld wordt. Nu de overheid en bedrijven zo massaal gebruik maken van het internet zouden we ons daar meer bewust van moeten zijn en meer invloed moeten hebben op de wijze waarop internet protocollen worden vastgesteld. Tevens zouden IT bedrijven verplicht moeten worden naar een nieuwe versie van het internetprotocol over te gaan als dat vanuit maatschappelijk oogpunt (security, privacy) wenselijk is, dat is nu allemaal te vrijblijvend en zonder wettelijk kader.

Arbeidsmarkt innovatie en de opkomst van de Task Marketplace

Onlangs sprak ik tijdens een wandeling met familie een neef en tijdens het gesprek kwamen we op het onderwerp “Werk”. Mijn neef is 30 en werkt momenteel als Product Manager bij een groot bedrijf, zijn vrouw is ZZP’er en beide hebben sinds een half jaar een zoon. Toen ik hem vroeg hoe het ging op zijn werk vertelde hij mij dat het hem opviel dat in zijn werkomgeving niemand meer rondliep van boven de 45. “Waar zijn al die oudere mensen gebleven?”, vroeg hij zich af. Nu hij zelf vader was geworden is hij gaan nadenken over zijn toekomst en het feit dat zijn zoon over 15 jaar gaan studeren vroeg zich af of hij dan wel nog een baan had.

De arbeidsmarkt is om allerlei redenen ontzettend veranderd de afgelopen decennia. Waar ik opgegroeid ben vanuit de zekerheid dat je na je studie een vaste baan zou krijgen en daar waarschijnlijk de rest van je carrière zou blijven werken tenzij je zelf besloot ergens anders te gaan werken. Dat is nu compleet anders. Vaste banen zijn er minder en ook al heb je er een dan heb je nog geen baanzekerheid. Als je nu aan het begin van je carrière staat heb je de keuze tussen baan, ZZP’er worden of een eigen bedrijf cq. startup oprichten. En tijdens je carrière heb je de keuze, of soms zelfs de noodzaak, van het een naar het andere model te switchen waardoor het noodzakelijk wordt jezelf steeds weer te scholen, te innoveren en nieuwe skills aan te leren.Het arbeidsmarktbeleid van de overheid loopt behoorlijk achter de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt aan, de recente wijzigingen van het ontslagrecht en de flexwet dragen niet echt bij aan een soepelere werking hiervan. Kijk maar naar de positie van ZZP’ers en startups die als ondernemer risico nemen en geen vangnet hebben als het mis gaat. Toch ben ik er positief over de arbeidsmarkt, volgens mij zitten we momenteel midden in een periode van arbeidsmarktinnovatie waarbij niet de overheid, werknemers en werkgevers de motor van innovaties zijn maar een aantal structurele innovaties die werking van de arbeidsmarkt sterk verbeteren. En deze innovaties zijn niet gepland maar ontstonden zomaar vanuit particuliere initiatieven, blijken te werken en zijn, zonder dat we het in de gaten hadden, onmisbaar geworden… (zoals zovele innovaties overigens ongepland zijn…).

De meeste van deze innovaties hebben te maken met de digitalisering van onze samenleving en nieuwe IT oplossingen die zorgen voor allerlei nieuwe diensten en een betere werking van de arbeidsmarkt:

  1. Het ontstaan van websites als LinkedIn en Indeed waardoor de matching tussen vraag en aanbod aan banen sterk is verbeterd, er meer transparantie is en je rechtstreeks via je netwerk met potentiële nieuwe opdrachtgevers kunt communiceren, vroeger had je alleen de krant en de Intermediair, nu zijn er legio websites;
  2. Websites als Marktplaats, E-Bay, Alibaba, AirB&B en Uber maar ook lokale burenhulp en ruil apps waar kopers en verkopers hun producten en hun diensten aanbieden en er een schaduw economie ontstaat waar burgers extra inkomsten kunnen genereren;
  3. Het ontstaan van steeds weer nieuwe contractvormen naast de vaste baan of ZZP’er en flexwerker zijn waarbij je wordt betaald per verrichting, taak, per stuk, uur, aantal hits, verkocht product of verleende service;
  4. Het ontstaan van de zgn. ‘Task Marketplace’, erg populier in de VS en een manier waarop vraag en aanbod van talent en techniek op elkaar afgestemd worden op taak niveau zonder dat er een formele arbeidscontract aan ten grondslag ligt. Uitgangspunt is dat werkenden 40% van hun tijd besteden aan taken die routinematig zijn en ook door anderen zouden kunnen worden verricht, via steeds meer websites wordt dit soort werk extern aangeboden en iedereen kan zich daar op inschrijven zonder dat er sprake is van een contract;
  5. Tevens wordt er veel werk gedaan op basis van ruil of als vrijwilliger, er lopen in Nederland 7 miljoen vrijwilligers rond die een economische waarde vertegenwoordigen van zo’n 35 miljard euro. Veel van dit werk werd overigens vroeger door witte werknemers werden gedaan en is dus overgeheveld van wit naar grijs waardoor onze economie is gekrompen;

Officieel rapporteren we onze economie via de belastingdienst maar er is ook een zwarte economie (9% BNP dus zo’n 70 miljard Euro van de 663 m Euro) en een grijze die door de komst van deze internet sites flink aan het groeien is. De omvang van de grijze economie is moeilijk in te schatten omdat veel bedrijven die hier op actief zijn niet op hun transactievolume rapporteren. Alleen Marktplaats Nederland is al goed voor 9 miljard transactie omzet en deze sector groeit op jaarbasis behoorlijk. Het zou dus zomaar kunnen zijn dat door al deze ontwikkelingen de formele economie, op basis waarvan de belastingdienst rapporteert,  qua volume maar beperkt stijgt terwijl de schaduw economie sterk aan het groeien is waardoor we als samenleving in zijn totaliteit beter presteren. Niet voor niks doet de belastingdienst dan ook via Big Data onderzoek hoe deze grijze markt beter in kaart te brengen (zie mijn eerdere blog over de Belastingdienst en Big Data).

Door de toegenomen flexibiliteit is de traditionele scheiding tussen ‘werkgevers’ en ‘werknemers’ aan het wegvallen terwijl de overheid en de SER dit nog steeds als leidend principe hanteren. De trend is juist dat je op het ene moment werk aanneemt en op het volgende moment werk te vergeven hebt waardoor iedereen potentieel ondernemer is geworden en moet inspelen op nieuwe ontwikkelingen en zijn risico’s zelf moet managen. Ik denk dat er in de toekomst een verschuiving zal plaats vinden van werk op basis van een contract naar werk op basis van activiteiten die toegevoegde waarde creëren. Om dit succesvol te kunnen doen zal je de juiste skills moeten hebben deze activiteiten uit te voeren en ben je verantwoordelijk voor het up to dat houden van je eigen vaardigheden zodat je aantrekkelijk blijft voor de arbeidsmarkt. 

Veel positieve ontwikkelingen dus op de arbeidsmarkt met name door nieuwe IT oplossingen waardoor de arbeidsmarkt transparanter is geworden en nieuwe werkvormen die vraag en aanbod beter op elkaar doen aansluiten. Maar ook een toegenomen onzekerheid onder werkers over hun toekomst en of ze op termijn nog wel werk hebben waardoor je als werker continu alert moet zijn op nieuwe ontwikkelingen en daarop moet kunnen participeren. Wat dat betreft hadden wij babyboomers het destijds makkelijker maar wellicht ziet de nieuwe generatie dat anders!

Mag ik het met jouw robot doen?

Sinds ik een nieuwe smartphone heb is het mij al een paar keer overkomen dat dit apparaat plots met mij ging praten. Gisteren nog, toen ik mijn studenten college gaf, klonk het plots “Zei u iets meneer Geerlings?” en “Als u wat heeft gezegd dan heb ik dat niet verstaan”. Daar waar ik tot nu toe gewend ben dat computers alleen iets doen als je het vraagt blijkt er plots leven in het apparaat te zitten en reageert het blijkbaar op wat je zegt. Zonder het te beseffen zijn we een nieuw tijdperk ingegaan en beginnen computers menselijke trekjes te krijgen en worden ze onze beste vriend. Gisteren en vandaag stonden er twee interessante berichten in de Wetenschapssectie van De Volkskrant die deze trend versterken en wat mij betreft een nieuwe licht werpen op onze verhouding met de techniek.

facebook-2

Het artikel van gisteren ging over een onderzoek onder 12 miljoen gebruikers van Facebook waaruit bleek dat mensen die Facebook gebruiken gelukkiger en gezonder zijn dat niet gebruikers en zelfs een hogere levensverwachting hebben. Van belang daarbij is de definitie die Facebook geeft van een actief sociaal leven: je bent het meest actief als je niet alleen berichten schrijft  (zoals ik) maar Facebook vooral gebruikt om foto’s te plaatsen van vrienden en bekenden. Tevens blijkt dat mensen die voornamelijk uitgenodigd worden vriend te worden door anderen gelukkiger zijn dan mensen die meer verzoeken versturen dan ontvangen, dat lijkt me dan weer logisch! Toch vind ik dit wel gek. Wat ik om me heen zie, is juist dat mensen die veel met hun smartphone bezig zijn nauwelijks oog hebben voor de mensen om hen heen en dat dat vaak juist tot asociaal gedrag leidt, zo zie je vaak in restaurants mensen alleen maar met hun smartphone bezig en niet met elkaar communiceren. Tevens had ik de indruk dat de mensen die erg veel op social media zitten een beetje zielig zijn omdat ze schijnbaar niks anders te doen hebben. Ik heb dit aan mijn studenten voorgelegd maar die waren het helemaal met het onderzoek eens: ‘Facebook maakt je gelukkiger en  wanneer je een tijdje zonder moet krijg je juist last van afkickverschijnselen’. Op doktersrecept dan allemaal maar op Facebook zou ik zeggen!

david-levy

Dan het interview vanmorgen met de Britse expert David Levy over kunstmatige intelligentie. Dat gaat nog een stukje verder. Zijn belangrijkst vraag is ‘Kunnen we met computers relaties onderhouden’ en zijn antwoord daarop is ‘ja’. Dat mijn smartphone in ene ongevraagd met mij kan praten is maar een eerste stap, we zullen op niet al te lange termijn met ze kunnen converseren net als met mensen. Sterker, volgens David Levy zal het op niet al te lange termijn zelfs mogelijk worden seks met ze te hebben: de seksindustrie is al bezig robots hiervoor te ontwikkelen. In het interview legt Levy eveneens een relatie met eenzaamheid ‘Beter seks met een robot dan helemaal geen seks’. Volgens hem zijn robots geen substituut voor een menselijke relatie maar aanvullend. Maar wat als de robot zover doorontwikkeld wordt dat het fijner is bij je robot dan met je eigen vrouw? Wellicht gaan vrijen met de robot van mijn vrouw dan maar?

Het PortXL startup initiatief

Eerder deze week meegedaan als mentor aan het PortXL programma in Rotterdam en gedurende twee dagen samen met 160 andere mentoren in totaal 19 startups gesproken en beoordeeld. Ik zat in een review groep die de voorstellen beoordeelde vanuit het marketing perspectief: wie is de klant, wat is de toegevoegde waarde van je propositie voor de klant en hoe ga je hem vinden, benaderen en overtuigen met jou in zee te gaan? Op basis van de beoordelingen van de mentoren zijn er door een jury uiteindelijk 12 startups geselecteerd die de komende maanden verder gaan met dit programma tot er uiteindelijk eind juni een winnaar zal zijn:10XL, StaffaIPI, Pingle, Addnovation, RanMarine, Portcall, Glock-Tass, Lotebox, Vesselbot, Sailrouter, XYZ, Fibersail.

PortXL_win_blog

Het was erg leuk was om mee te doen. Ik heb een aantal leuke initiatieven langs zien komen, interessante teams gesproken en goed samengewerkt met de andere mentoren. Iedereen die mee deed was erg betrokken en had een positieve instelling naar de startup teams en er was een goede energie die volgens mij een vruchtbare basis is voor het vervolgtraject. Een pluim dus voor de organisatie!

Er waren een paar zaken die me opvielen en het succes van PortXL kunnen verklaren:

  • Het hele project wordt gesponsord door 12 bedrijven die actief zijn in de haven zoals Van Oord, Damen, Boskalis, Vopak en het Havenbedrijf Rotterdam.  Veel van deze bedrijven waren aanwezig bij de selectiedagen en zullen actief betrokken zijn bij de rest van het programma (en wellicht in de toekomst klant van de startups zijn…). Tijdens de selectiedagen waren CFO Paul Smits van het Havenbedrijf, Paul Verheul van Van Oord en Jan Peter Balkenende van Ernst & Young aanwezig.
  • De inschrijving stond open voor iedereen dus ook voor bedrijven buiten Nederland waardoor er meer initiatieven mee konden doen, in totaal waren er zo’n 1.000 inschrijvingen it zowat alle werelddelen. Hierdoor was er oog voor het internationale perspectief en niet alleen het lokale.
  • Het programma heeft veel tijd besteed aan een internationale roadshow om PortXL op de kaart te zetten, dit verklaart het hoge aantal buitenlandse startups onder de finalisten.
  • Er is geld voor de startups die mee doen aan het programma en een vastgelegd commitment van de startups die mee doen, van vrijblijvendheid is dus geen sprake.
  • De belangeloze inzet van de vele mentoren zorgde er voor dat de startups serieuze gesprekspartners tegenover zich hadden, het zal niet meegevallen zijn 19 maal een half uur door de mentoren ondervraagd te worden maar op deze manier kan je case wel optimaal getest worden.

PortXL-World-Port-Accelerator-Rotterdam-620x235

Tevens vielen de volgende zaken me op:

  • Ik had verwacht dat veel initiatieven van net afgestudeerde of gepromoveerde studenten zouden komen van een Technische Universiteit (Delft om de hoek!) maar dat was niet het geval. Dat verbaasde me, innovatie staat bij dit soort instituten toch al jaren hoog op de agenda? Is er een mooi programma om de hoek en dan doe je niet mee?
  • De gemiddelde leeftijd van de startup teams was hoger dan ik had verwacht (zie foto finalisten hierboven), ik had veel meer jongeren verwacht. Ik las deze week een interview met de Nederlander Frank Slootman, CEO van het succesvolle bedrijf ServiceNow uit San Diego, die stelde: “De mensen die het meest succesvol zijn in startups, blijken altijd weer de mensen die het al eerder gedaan hebben. Die kennen de fouten. Zulke ervaring haal je niet zomaar uit een boekje.” Klopt dus!
  • Je kan de startups classificeren in de volgende 4 categorieën:  1) goed team, goed idee, 2) goed team, slecht idee, 3) slecht team, goed idee, 4) slecht team, slecht idee. Categorie 1 redt het waarschijnlijk wel zonder programma en aan categorie 4 moet je natuurlijk niet opnemen in het programma. Je zou volgens mij de focus moeten leggen op de categorieën 2 en 3 omdat daar nog flink gesleuteld moet worden aan het team of het product. Het opnemen van de categorie 1 maakt de performance van het programma natuurlijk wel hoger!
  • De nadruk van alle startup cases lag op het creëren van kosten reductie voor de klant, niet op het creëren van groei of benefits. Dit kan te maken hebben met de markt waarop PortXL zich richt waar lage marges gerealiseerd worden en bedrijven continu zoeken naar mogelijkheden de kosten te verlagen.
  • De meeste startups willen alles doen: product ontwikkeling, productie, marketing, verkoop, distributie, support etc.  Dat daarmee de noodzakelijk benodigde investering alleen maar oploopt en je zeggenschap verliest omdat de investeerders gaan meebeslissen neemt men dan op de koop toe. In een wereld waarin steeds meer wordt uitbesteed zou je verwachten dat daar meer over was nagedacht. Focus je op je kernkwaliteit en zoek partners is mijn advies!
  • Twee kostenfactoren worden binnen de cases systematisch onderschat: de kosten voor ICT en voor het personeel. Een software applicatie ontwikkelen voor de wereldmarkt doe je niet met 2 of 4 mensen en mensen werken nu eenmaal niet gratis.

Een goede start van het PortXL programma en ik ben benieuwd hoe het verder gaat lopen tot de finale in juni!

Gerald K. Geerlings

Morgenavond eindelijk naar de voorstelling ‘The Fountainhead’ van Toneelgroep Amsterdam naar het boek van Ayn Rand in de Rotterdamse Schouwburg, eigenlijk een passender locatie voor dit stuk dan de Stadsschouwburg in Amsterdam! Ik schreef in september vorig jaar al een blog over dit boek dat zich afspeelt in New York en gaat over twee concurrerende architecten die gebouwen ontwierpen aan het begin van de vorige eeuw toen door grote technische innovaties een nieuw soort bouwen mogelijk werd zoals de wolkenkrabbers: een spannende periode dus! image

Als ik mijn naam Google kom ik steeds mijn naamgenoot Gerald K. (Kenneth) Geerlings tegen en dat maakt nieuwsgierig, zeker als je steeds weer andere interessante dingen over hem te weten komt. Gerald K. is geen familie maar wel afstammeling van Nederlandse immigranten, hij liep eveneens in deze periode in New York rond en heeft eveneens zijn steentje bij gedragen aan de ontwikkeling van de Skyline van New York. Gerald K. werd geboren in 1897, was architect in New York, soldaat tijdens twee wereldoorlogen en verdienstelijk kunstenaar. Gerald K. was getrouwd met Betty F. Edmunds , zie foto hierboven, samen kregen ze twee kinderen.

Gerald K. is geboren in Milwuakee op 18 april 1897 en begon zijn carriere als tekenaar bij een architectenbureau en maakte daarnaast naam als kunstenaar met mooie pentekeningen van de skyline van New York die toen explodeerde, dezelfde omgeving dus waarin ‘The Fountainhead’ zich afspeelt. In 1928 ging hij naar Londen om het etsen te bestuderen bij de ‘Royal College of Art’ terwijl vlak daarna in 1929 een flink boek van zijn hand verscheen over het smeden van ijzer: niet voor niks want beton, staal en ijzer waren de bouwstenen voor het nieuwe bouwen.imageIn 1931 werd hij onderscheiden door ‘Pennsylvania Academy of Fine Arts’ voor onderstaande ets ‘Jeweled City’, die eveneens ijzer en architectuur als onderwerp heeft net zoals veel van de prenten die hij in die tijd heeft gemaakt. Zijn werk is te vinden in vele Amerikaanse musea zoals het MoMa, het Smithsonian American Art Museum en het Brooklyn Museum.imageTwee jaar later, In 1933, moest hij als architect en kunstenaar stoppen verlaten vanwege de economisch crisis en het gebrek aan werk in New York en verhuisde hij naar Connecticut.

Tijdens de eerste wereldoorlog diende hij bij de ‘120 Field Artillery, 32nd division’ als 2de Luitenant en tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij kapitein op het commando centrum van de 8th Bomber Division als ‘Intelligence Officer’. Hier bedacht en ontwikkelde hij de ‘Target Identification Unit’ en vocht mee in Europa en de Pacific. Hij heeft tijdens deze periode een aantal baanbrekende innovaties op zijn maar staan waarbij hij als eerste gebruik maakte van grondobjecten voor de markering van doelen op de grond en visualisaties, iets wat nu nog steeds een effectieve methode is voor militairen. Destijds werd van gebruik gemaakt van simulatie technieken, nu markeren militairen op de grond de in vijandelijk gebied. Gerald K. GeerlingsGerald K. heeft in de Tweede Wereld oorlog, op basis van zijn ontwikkelde techniek, een  belangrijke rol gespeeld bij de planning van het bombardement op Ploesti op 1 augustus 1943. De Duitsers hadden in de Roemeense stad Ploesti een grote opslag van brandstoffen en een aantal raffinaderijen en dachten op deze locatie veilig te zijn voor aanvallen van de geallieerden. Vanuit Libië en Italië is er toen op 1 augustus een enorm borbardement geweest op Ploesti waarbij 53 vliegtuigen neer werden gehaald en 660 Amerikaanse vliegers omkwamen, door de Amerikanen ook wel  “Black Sunday” genoemd.ploestiNa de Tweede Wereldoorlog werd hij uitgenodigd  te gaan studeren in England op het St. John’s College, Cambridge University.  Gevolgd door een studie architectuur op the School of Architecture, University of Pennsylvania. Na zijn afstuderen werd hij architect bij verschillende bureaus in New York en uiteindelijk had hij daar zelf ook zijn een eigen architectenbureau. In 1975,  na zijn pensioenering, is hij weer gaan tekenen waarbij hij zowel in New York als in Europa gewerkt heeft, met name in Parijs maar er zijn ook tekeningen bewaard gebleven die hij in Utrecht gemaakt heeft. Gerald K. is in 1998 101 jaar oud in Connecticut overleden.

Alles zo overziend heeft mijn naamgenoot een veelzijdig leven achter de rug en ontzettend veel gedaan, ergens las ik dat hij de enige Amerikaanse kunstenaar is geweest die in beide Wereldoorlogen heeft gevochten. Grappig dat als je via Google inzoomt op iemands leven je tegenwoordig snel heel veel te weten komt!

Maar nu eerst morgenavond naar The Fountainhead!

Nederland staat fors op achterstand qua innovatief vermogen

Vandaag werd een interessant artikel gepubliceerd in de Harvard Business review van Bhaskar Chakravorti en Ravi Shankar Chaturvedi  ‘Europe’s glaring tech gap is growing’ over de digitale recessie waarin Europa zich bevindt en in het bijzonder Nederland dat, volgens onderstaande index, qua opbouw aan digitaal innovatief vermogen erg slecht scoort en sneller achteruit gaat dan een aantal andere Europese landen. In dit filmpje vindt je een samenvatting van het rapport.

image

Volgens de auteurs bevindt Europa zich in een ‘Digitale recessie’: maar drie Europese landen zijn op dit moment attractief voor investeerders vanwege hun digitale ecosysteem: Zwitserland, Ierland en Estland. 15 Europese landen zijn ten opzichte van de stand van 2008 achteruit gegaan en Nederland sluit de rij op afstand’, landen als Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Noorwegen en zelfs België doen het ook slecht maar niet zo slecht als wij!

De US en China lopen momenteel qua innovatief digitaal vermogen voorop en Europa is niet in staat tegen deze powerhouses te concurreren. Alle interessante innovatieve ontwikkelingen op het gebied van het Internet, de Cloud, The Internet of Things, Social Media komen tegenwoordig uit de US of Azië. In het artikel worden een paar oorzaken genoemd waarom Europa het zo slecht doet:

  • De EU is gefrustreerd door het US overwicht en bestrijdt dit overwicht niet door het beter te doen maar door het opvoeren van repressieve wetgeving op het terrein van de privacy en mededinging, zoals het recht gegevens te wissen bij Google of de privacy rechten van Facebook gebruikers. Het staat Europese ondernemingen natuurlijk vrij zelf alternatieven te ontwikkelen, waarom stimuleert Europa dat niet?
  • De EU heeft geen eigen interne digitale markt en er zijn vele standaarden die verschillen per land. Neem bijvoorbeeld de discussie over de roaming tarieven binnen Europa, van marktwerking is hier geen sprake.

De auteurs stellen daarom de volgende vier maatregelen voor:

  1. Harmoniseren van e-Commerce infrastructuur: het is in Europa makkelijker de grens over te steken dan digitaal te communiceren. de telecommunicatie, betalingen en logistieke platformen zijn vaak nog nationaal waardoor er weinig digitaal verkeer is over de landsgrenzen, ook de meertaligheid draagt niet bij aan het soepeler verlopen van de handel.
  2. Investeren in innovatief vermogen: Europa geeft 2% van haar BNP uit aan R&D, de US 2,8%. Ook het aantal succesvolle IT startups die tot stand zijn gekomen door gebruik makend van Venture Capital en met een waarde van meer dan 1 miljoen dollar is laag in Europa: 8%, Azië heeft een aandeel van 25% en de US 67%.
  3. Ontwikkelen van een ondernemende cultuur: uit onderzoek blijkt dat veel Europeanen de stap niet durven te maken om te gaan investeren en risico’s te nemen. Het starten van ‘Technology hubs’ in de omgeving van Universiteiten zoals in Berlijn, Londen of Barcelona kan bijdragen aan een positieve cultuuromslag waardoor ondernemers meer risico durven nemen.
  4. Veranderen van het immigratie beleid: Europa zou een meer progressief immigratie beleid moeten hebben, niet alleen ten aanzien van het binnenhalen van technologische experts van buiten Europa maar ook door het snel omscholen van vluchtelingen naar functies waar een grote vraag naar is. Alleen al vanwege de vergijzing is dit een goed idee maar uit onderzoek blijkt ook dat migranten eerder met een technologische startup beginnen dan onze meer behoudzuchtige medelanders: 40% van de Fortune 500 bedrijven is ooit opgericht door een immigrant!

Best wel schokkend verhaal eigenlijk wat betreft de Nederlandse positie en interessante aanbevelingen door de schrijvers. Wel behoorlijk Amerikaans gekleurd maar op een groot aantal punten hebben ze volgens mij gelijk. Werk aan de winkel dus voor Neelie Kroes met haar StartupDelta wat nu zo’n beetje een jaar actief is, ben benieuwd naar het eerste jaarverslag! Overigens heeft StartupDelta zelf een heel ander beeld over de positie van Amsterdam als innovatie centrum zoals blijkt uit onderstaande slide van StartupDelta.

image

De kernvraag bij dit soort plaatjes is natuurlijk wat je nu eigenlijk precies meet: meertaligheid is mooi maar hebben we niet eerder technische mensen met business kennis nodig? En zorgt een hoge levenstandaard niet juist voor minder ondernemers die risico willen nemen? Het World Economic Forum kwam deze week met een ander plaatje dat deze problematiek weer vanuit een ander perspectief bekijkt: de creativiteitsindex. Deze index meet technologie, talent en tolerantie, qua technologie staan we in deze index op de 20ste plaats terwijl we qua talent en tolerantie hoog scoren, net als in de steden index van StartupDelta. Overigens Interessant te zien dat StartupDelta zich in haar index afzet tegenover steden in landen die volgens het World Economic Forum juist dicht bij elkaar staan.

image

Toch zit er wel een overlap tussen al deze indexen en de kern daarvan is volgens mij dat Nederland het slecht doet op het terrein van technologische innovatie en veel talentvolle hoogopgeleide werknemers heeft die het liefst een baan hebben in de creatieve of dienstverlenende sector en niet in de handel, industrie of distributie. Het artikel in de Harvard Business Review ondersteunt deze stelling en de andere indexen bevestigen dit alleen maar.

Ons grootste probleem is dat wij op dit moment in Nederland een sociaal economisch klimaat hebben waarbij ondernemen in de private sector niet erg gewaardeerd wordt en het technologisch innovatie beleid niet hoog op de politieke agenda staat. Daarbij komt dat het economisch goed gaat met Nederland, zoals ik  Minister Dijsselbloem deze week nog hoorde zeggen naar aanleiding van de ABN Amro beursgang.  En onze politici hebben nu andere zaken aan hun hoofd dan het investeren in technologische innovatie: op korte termijn wellicht een goede keuze maar op lange termijn funest voor onze economie!

 

Wetenschapsconferentie NWA

nwa_logo_nlGisteren en vandaag een aantal thema sessie bezocht in het kader van de Nationale Wetenschapsagenda, gisteren (17 juni) rond het thema ‘Science for Competiveness’ en vandaag (18 juni) rond ‘Science and Society’. De bedoeling van het congres was de 11.700 ingediende vragen,  door de Koninklijke Akademie van de Wetenschap teruggebracht tot 248 clusters, verder van prioriteiten te voorzien en thematisch te ordenen.

Ik had, voor ik naar de conferentie ging, het 91 pagina’s tellende document met alle vragen doorgeworsteld, een hele klus. Om het mezelf makkelijker te maken maar een een Wordle gemaakt om een totaal indruk te krijgen van de thema’s met het volgende resultaat:Wordle NWAWat me daarbij opviel was dat thema’s als duuzaamheid en energie nog steed belangrijk worden gevonden maar dat innovatie en ICT (mijn vakgebied) slechter scoren dan ik had verwacht, thema’s die samenhangen met de gezondheidszorg scoren echter relatief hoog. Vandaar dat ik me ook had ingeschreven bij de werkgroep die hier over ging.

Van de drie bijeenkomsten die ik heb bijgewoond was deze ook het meest inspirerende. Door de groep werd ik gevraagd als voorzitter op te treden en, hoewel ik niet veel van de gezondheidszorg weet en nog nooit echt ziek ben geweest, lukte me het wel een goed beeld op hoofdlijnen van de prioriteiten en thema’s die spelen te krijgen. Meest besproken onderwerp was de zgn. ‘Personalized Medicine‘, hierbij gaat het om het produceren van patiënt specifieke medicijnen, zeer effectief maar met een hoog kostenplaatje. Tevens ligt er veel prioriteit bij het vroegtijdig herkennen van ziektes wat steeds makkelijker en goedkoper kan, en preventie en nazorg als patiënten uit behandeld zijn. De deelnemers van de bijeenkomst waren erg betrokken bij het onderwerp, deskundig op hun kennis gebied en bereid dit ook met de groep te delen. NWA werkgroep

Dat lag anders bij de werkgroep die over Innovatie en ICT ging. De discussies die daar gevoerd werden hadden waren niet echt gericht op consensus. Zo zat ik bij iemand in de groep die vond dat we er maar aan moesten wennen dat ‘Privacy’ in de toekomst niet meer bestond. Een ander beweerde dat computer en robots goed in staat zijn taken van mensen over te nemen en dat dit soort bijeenkomsten, waarbij mensen met elkaar discussies voeren. makkelijk geautomatiseerd kunnen worden door expert systemen zodat mensen andere en leukere dingen kunnen doen. Daar denk ik wat genuanceerder over, met elkaar rond een tafel zitten en een gesprek voeren over iets inhoudelijks is toch nog steeds de meest effectieve manier van communicatie volgens mij, je kan niet alles automatiseren…

Wellicht een leerpuntje voor de organisatie, een discussie over prioriteitstelling kan je toch het best voeren met mensen die ergens verstand van hebben, een mening heeft iedereen wel maar of die dan ook relevant is…

Mijn vraag voor de Nationale Wetenschapsagenda

image

Mijn vraag voor de Nationale Wetenschapsagenda:

Wat is de invloed van de ruil economie op de verhouding formele : informele economie en in hoeverre verbetert de nieuwe ruil economie de koopkracht van consumenten?

Bekijk de vraag: https://vragen.wetenschapsagenda.nl/node/1126/

Toelichting:

Steed meer mensen bieden goederen en diensten aan via het internet via portals zoals Marktplaats, EBay, Alibaba maar ook gespecialiseerde sites zoals Airbnb en Uber waarbij zij zowel koper als verkoper kunnen zijn. Hierdoor is hun koopgedrag aan het veranderen en kunnen zij tegen lagere prijzen goederen en diensten aanschaffen waardoor ze meer waar krijgen voor hun geld en zelfs geld kunnen verdienen door zelf goederen en diensten aan te bieden die ze zonder dit soort marktplaatsen niet konden verkopen. Tegelijk is veel van deze ruilhandel onzichtbaar en vindt plaats in de informele economie waarbij het tevens mogelijk wordt te ruilen zonder dat er een financiële transactie plaats vindt maar die wel degelijk economische waarde vertegenwoordigd.

Kern van deze vraag is eigenlijk hoe je de omvang van deze schaduw economie kunt meten, iets waar Eurostat en het CBS zich al mee bezig houden maar waar volgens mij de ruileconomie momenteel buiten de gronslag wordt gehouden. Recent heeft het CBS de omvang van de Nederlandse economie hoger ingeschat vanwege een bijgestelde bronnenanalyse en rekenmethodiek, belangrijkste wijzigingen 1) het CBS heeft nu meer zicht op de enorme omvang van de ZZP-economie, onze salarissen en in een snel groeiende sector als de ICT, 2) daarnast heeft er een herberekening plaats gevonden van onze schaduweconomie die zo goed als kan moet worden berekend: prostititie en drugs behoren bijv. tot die schaduweconomie, over de toegevoegde waarde van de ruileconomie lees ik niks.

Onderzoeksvragen:

  1. Welke economische waarde vertegenwoordigd de ruilhandel over het internet d.m.v. zogenaamde marktplaatsen waar burgers zowel producten aanbieden als producten kopen?
  2. Hoeveel van deze economische waarde wordt via de formele economie afgehandeld en hoeveel via de informele economie d.w.z. is onzichbaar voor de belastingdienst omdat het niet via een juridische entiteit verloopt of wordt opgegeven aan de belastingdienst?
  3. Met hoeveel economische waarde vermindert door de ruil economie de formele economie en verandert de ratio formele vs. informele economie?
  4. Wat betekent de opkomst van de ruileconomie voor de koopkracht van de burger? Kunnen zij nu met hetzelfde geld meer doen en wat is de ratio formeel vs. informeel in hun bestedingpatroon?

Onderzoeksscope:

  • Internationaal – EU, VS, BRICS
  • Historisch – afgelopen 15 jaar

Hypothese:

Het zou zo maar kunnen dat we vanwege de opkomst van de ruil economie met minder economische groei toch welvarender worden en efficiënter en effectiever met onze schaarse middelen omgaan.

Zie voor meer informatie: https://vragen.wetenschapsagenda

 

Tegenlicht of voorloper?

Deze week kwamen na het college ‘The Information Society’ twee studenten International Business Management naar me toe met de vraag; “Meneer, als u zo beschrijft wat er allemaal aan de hand is, wat moeten wij dan als beroep kiezen om zo werk te vinden? Het gaat allemaal zo snel, we zijn nu 21 maar kunnen het allemaal niet meer bijhouden qua ontwikkelingen”. In het college had ik ze uitgelegd dat tegen de tijd dat een student tegenwoordig in het derde jaar zit de helft van de informatie die ze krijgen al weer verouderd is en dat ze nu opgeleid worden voor beroepen die zo niet meer bestaan.future of work

Dat deed me denken aan de uitzending van Tegenlicht ‘Het werken van morgen’ van de VPRO die ik eerder deze week heb gezien. Daarin kwam een vlotte dame aan het woord die uitlegde dat ze het liefst ‘tijd en locatie onafhankelijk wilde werken aan zelfbedachte projecten’, ze noemt zichzelf ‘notificatie filosoof’ en doet onderzoek naar de impact van de smartphone op mensen. Omdat ze daar nog niet van kan rondkomen is ze betrokken bij verschillende andere projecten en staat ze parttime achter de balie bij Seats2Meet. Volgens mij wil ze diep in haar hart gewoon een baan maar aan gebrek aan vraag ga je, als hoog opgeleide potential, je verdiepen in wat er in de mode is en verzin je vast de baan van de toekomst, je bent dan niet werkloos maar onderdeel van een nieuwe beweging en loopt juist voorop, jammer dat iedereen dat niet ziet maar dat komt nog wel…

Tegenlicht maakt veel programma’s over onderwerpen die te maken hebben met trends en veranderingen in de samenleving. Ze zijn op zoek en doen verslag van nieuwe bewegingen die als basis de gedachte hebben dat de huidige samenleving drastisch aan het veranderen is en de nieuwe samenleving die er aan komt gebaseerd zal zijn op geheel nieuwe principes die sterk afwijken van de huidige. Komt er weer iemand langs met een bijzonder verhaal over de 3D printer of de ruil economie dan worden we natuurlijk ook getrakteerd op een mooi ideologisch verhaal over hoe de samenleving er in de toekomst uit gaan zien.

image

De basisgedachte van de visionairs die in Tegenlicht aan het woord komen is dat: 1) traditionele bedrijven en organisaties hun langste tijd gehad hebben 2) we dringend behoefte hebben aan een nieuwe aanpak en een nieuwe business modellen en 3) dat het Internet daarbij een centrale rol speelt en leidt tot a) meer sociale verbindingen tussen mensen door online sociale netwerken, b) tot nieuwe vormen van waarde creatie en c) nieuwe samenwerkingsvormen. Vanwege de dominante rol van internet noem ik het maar voor het gemak de ‘Internet revolutie’.

Ik ben het met deze mensen eens dat er inderdaad wat aan de hand is. Er zijn een aantal structurele verandering aan de gang in onze samenleving die ons sociaal economisch systeem drastisch aan het veranderen zijn met grote impact op onze samenleving. En Nederland met zijn open samenleving, grote afhankelijkheid van de wereldeconomie en hoge penetratiegraad van het internet – zowat iedereen heeft internet en wij hebben het meest aantal internet devices per inwoner – is koploper wat betreft deze ontwikkelingen en ideale proeftuin voor innovatieve bedrijven.uber

De nieuwe diensten die aansprekende innovatieve bedrijven als Uber en AirBNB via het internet aanbieden zijn bedacht door slimme ondernemers, ze zijn goed ingevoerd in het wereldje en weten precies wat ze moeten zeggen om hun doelgroep te verleiden hun producten en dienst af te nemen maar hanteren ondertussen het oude business model van geld verdienen. Het is erg modern het zaken doen te rechtvaardigen met een ideologie, dat geeft hun klanten een goed gevoel en helpt bij de koopbeslissing. Deze trend is al wat langer aan de gang, kijk bijvoorbeeld naar de Body Shop en Starbucks, bedrijven die al succesvol waren en niet via het internet werken. De consument het gevoel geven onderdeel te zijn van een nieuwe beweging is een marketing instrument geworden die de Internet wereld slim heeft over genomen.

Neem bijvoorbeeld het business model van Uber: ze verdienen hun geld door het ontvangen van commissie van de marktpartijen die via hun platform zaken met elkaar doen. Met als resultaat waanzinnige winsten: met de afdracht van 20% voor Uber zijn de oprichters aan het binnenlopen en inmiddels multimiljardair. En de Uber chauffeurs? Zij moeten het met een karige 20€ per uur, kosten en belastingen voor eigen rekening. Geen vetpot waardoor ze wel genoodzaakt zijn er meerdere baantjes op na te houden om rond te kunnen komen zoals bleek uit de uitzending van Tegenlicht.

Omdat deze formule zo succesvol is zullen er nog vele initiatieven in andere branches volgen gebaseerd op dit business model, zie het berichtje hieronder over een nieuwe site voor de schoonmaakbranche. Welke branche volgt, de horeca? De zorg?

image

Zo onstaat een nieuw proletariaat aan de onderkant van de samenleving die onder druk van de concurrentie voor een laag loon werkt en veel geld genereert voor de ondernemers die met een mooie ideologisch sausje en goede marketing zich zelf op de markt zetten. Dus eerst een paar uurtjes werken bij Seats2Meet, dan even een paar ritten voor Uber, nog een paar adresjes af om schoon te maken via Helpling en daarna snel het eigen huis schoon maken voor de klanten die in de logeerkamer komen overnachten via AirBNB!

Ik heb mijn studenten dan ook geadviseerd alles te weten te komen over financieel management, boekhouden, investeringen en belastingen, daar blijft in ieder geval vraag naar in de toekomst…