Tag Archives: IoT

The Next Generation Internet

Deze week bezocht ik in Rotterdam een meeting van PortXL, het startup innovatieprogramma van de Rotterdamse haven.  Hoofdgast daar was Peter Schwartz, Senior Vice President van Salesforce die zijn visie gaf op de ontwikkelingen in de ICT. Na afloop van zijn verhaal was er de mogelijkheid vragen te stellen en één van de aanwezigen vroeg hem toen hoe we er voor kunnen zorgen dat het Internet meer veilig wordt. Hij legde uit dat het Internet destijds niet ontworpen was vanuit beveligingsperspectief, het was juist de bedoeling een open platform te ontwikkelen waarbij iedereen in principe toegang heeft tot alle informatie. Wat men toen voor ogen had komt nu het best tot uiting bij Wikipedia, de papieren encyclopedie van vroeger is nu vervangen van een online bijgewerkte website waarbij iedereen in staat is informatie toe te voegen of te wijzigen zodat het veel actueler is dan de oude Winkler Prins waarvan je steeds anderhalve meter moest aanschaffen als je de laatste versie wilde hebben.

Pas toen het internet succesvol bleek kwam er behoefte aan het afschermen van gegevens zodat niet iedereen erbij kan en werden er op allerlei plekken beveiligingsfuncties op het internet ingebouwd maar het uitgangspunt bleek altijd dat het internet open is en dat je er verstandig aan doet op het laagste niveau, het object niveau (server, data, programma), beveiligingsfuncties in te bouwen. En aangezien IT een snelgroeiende bedrijfstak is, is het vechten tegen de bierkaai om het beveiligingsniveau steeds optimaal te houden. Een perfecte beveiliging is op het huidige internet dus niet mogelijk en dat is goed nieuws voor zowel de hackers als de beveiligingsexperts die een goede boterham kunnen verdienen met hun diensten die eigenlijk niks toevoegen aan de kwaliteit van het internet en alleen maar een kostenverhogend invloed op hebben.

Dit probleem kan volgens Peter Schwartz alleen opgelost worden door het beschikbaar komen van een geheel nieuw ontworpen internet waarbij bij het ontwerp al rekening is gehouden met de beveiliging, een nieuw internet dus. En daar wordt volgens Peter Schwartz al heel hard aan gewerkt. Uitgangspunt hierbij is een nieuw internetprotocol met een beveiliging aan de bron die verder gaat dan alleen het IP-adres en waarvan de eigenaar nu vaak moeilijk te achterhalen is.  En naast een internetprotocol voor alle gebruikers van het internet een protocol voor een tweede secure level die gebruikt kan worden voor omgevingen die een eigen internet domein willen waar alleen de gebruikers met toegangsrechten gebruik van kunnen maken.

Dit maakte me nieuwsgierig wie er eigenlijk met de ontwikkeling van deze nieuwe generatie internet bezig is: wie ontwikkelt dat eigenlijk, wie doet de funding hiervan en wie is eigenlijk de eigenaar? Als dit echt gaat werken heeft de eigenaar van dit protocol een machtige sleutel in handen met betrekking tot alle data wereldwijd en ik kan me voorstellen dat er heel wat partijen geïnteresseerd zijn in deze technologie die  eigenlijk het nieuwe beveiligingssysteem van de wereld zou kunnen worden genoemd.

Allereerst maar eens, het advies van Peter Schwartz volgend, op Wikipedia gekeken. Er is een pagina ‘Next Generation’ waarop een vermelding wordt gemaakt naar het US Next Generation Internet Program (NGI) van de Amerikaanse overheid dat als doel had de snelheid van het internet dramatisch te verhogen. Dit programma is gestart in oktober 1996 door President Bill Clinton in oktober 1996 en volgens Wikipedia in 2002 succesvol afgesloten. De webpagina van dit project (http://www.ngi.gov/) is niet meer in de lucht.

Op de huidige site van het Witte Huis onder Donald Trup kan ik niks terugvinden van zo’n project, wel is er recent een ‘Office of American Innovation’ opgericht onder leiding van Jared Kushner, doelstelling: 

‘This office will bring together the best ideas from Government, the private sector, and other thought leaders to ensure that America is ready to solve today’s most intractable problems, and is positioned to meet tomorrow’s challenges and opportunities.  The office will focus on implementing policies and scaling proven private-sector models to spur job creation and innovation.’

Daar zou zo’n ‘Next Generation Internet’ project natuurlijk onder kunnen vallen maar een concrete aanwijzing daarvoor heb ik niet kunnen vinden en als ik de speech eerder deze week van Jared Kushner beluister richt hij zich voornamelijk op overheids automatisering, niks te vinden daar over Cybersecurity of de Cloud.

Op Europees niveau vond op 6 en 7 juni jongsleden in het Europees Parlement een interessante conferentie onder de titel ‘The NEXT GENERATION INTERNET SUMMIT’ plaats.

‘The Next Generation Internet Summit and related public campaign will support the European Commission to build a strategy together with heads of state, leading policy makers, renewed innovators, researchers and citizens to foster the development of the internet, as a powerful, open, data-driven, user-centric, interoperable platform ecosystem, for the benefit of companies and citizens.’

Wel een beetje laat om nu pas een strategie te gaan ontwikkelen voor het internet. Leg je de Amerikaanse doelstelling naast die van de EU dan zie je een duidelijk verschil in doelstelling. Bij de Amerikanen komt het woord ‘burger’ niet voor en gaat het om samenwerking tussen overheid, bedrijven en technologie leiders om ‘proven private-sector models’ op te schalen naar de overheid. De EU staat meer voor een open ‘old school’ internet op de manier zoals het internet destijds bedoeld was.

Ondertussen werken de Chinezen rustig door aan hun eigen programma via het China Next Generation Internet (CNGI) programma (中国下一代互联网). Dit is een vijf jaar plan geïnitieerd door de Chinese overheid met als doel in de toekomst meer invloed te hebben op de toekomstige ontwikkeling van het internet, dat hebben ze nu dus blijkbaar niet. Om deze reden zijn ze bezig zo snel mogelijk over te gaan op het internetprotocol IPv6. Op dit moment is zo’n 1/3 van alle IP-adressen Amerikaans maar dat gaat in de toekomst natuurlijk veranderen vanwege het te verwachten grote aantal nieuwe Chinese gebruikers en daarop vooruitlopend is dat eigenlijk een slimme strategie: de basis van het Internet is nu eenmaal het IP protocol.

Komen we tot de kern van de zaak: als het gaat om het wijzigen van het Internet gaat het dus niet om een ‘Nieuw’ internet maar om het wijzigen van het Internet Protocol, IPv6 is daarvan de nieuwste versie. Dus opgezocht wie eigenlijk de eigenaar van dit protocol is en wie wijzigingen kunnen autoriseren. Dat blijkt de Internet Engineering Task Force (IETF) te zijn (zie mission statement hierboven). De IETF heeft als doel: ‘Creating voluntary standards to maintain and improve the usability and interoperability of the Internet’ en hun belangrijkst middel is het uitbrengen van nieuwe versie van het Internet protocol en change management daarop. Ze zitten in Californie en de voorzitter hiervan is Alissa Cooper, werkzaam bij CISCO. De andere leden komen hoofdzakelijk van grote Amerikaanse IT bedrijven zoals van Oracle, Google, AT&T, Juniper en Dell: Amerikaanse bedrijven hebben dus een behoorlijk grote invloed op de ontwikkeling van het Internet.

De IETF heeft al in 1998 beslist een nieuwe IP-protocol, IPv6, te gaan gebruiken alleen is dat nog niet wereldwijd geïmplementeerd, wel zijn al de belangrijkste besturingssystemen (OS, Windows etc.)  aan dit nieuwe protocol aangepast, China loopt ten aanzien van de implementatie voorop. De belangrijkste wijziging van het protocol heeft betrekking op het feit dat als we zo doorgaan we snel door het aantal IP-adressen beschikbaar heen zijn. Met name het beschikbaar komen van ‘The Internet of Things’ zal er voor zorgen dat het aantal IP-adressen in de toekomst explosief gaat stijgen, IPv6 bevat 7.9×1028 meer IP-adressen als IPv4. Maar het gaat om meer dan dat, beveiliging is daar een belangrijk aspect van. De implementatie van IPv6 gaat overigens erg langzaam, in 2014 werkte 99% nog met IPv4 en van het huidige Google verkeer loopt momenteel 19,2% over IPv6 (status juni 2017). Versiebeheer blijft toch altijd een moeilijk dingetje in de IT sector en na 19 jaar iedereen nog niet over op je nieuwe versie is wel erg lang…

Als ik dit zo overzie is mijn conclusie toch wel dat de ontwikkeling van het Internet dominant bepaald wordt door een aantal, voornamelijk Amerikaanse technologie ondernemingen en dat zowel de politiek en dus wij burgers daar eigenlijk geen invloed op hebben terwijl door het vaststellen van de technische specificaties van het Internet onze privacy en security in belangrijke mate geregeld wordt. Nu de overheid en bedrijven zo massaal gebruik maken van het internet zouden we ons daar meer bewust van moeten zijn en meer invloed moeten hebben op de wijze waarop internet protocollen worden vastgesteld. Tevens zouden IT bedrijven verplicht moeten worden naar een nieuwe versie van het internetprotocol over te gaan als dat vanuit maatschappelijk oogpunt (security, privacy) wenselijk is, dat is nu allemaal te vrijblijvend en zonder wettelijk kader.

How IT has changed & the comeback of some old brands

Ian West, VP Analytics & Information Management at Cognizant, published below picture on LinkedIn about how things have changed over the last 50 years in IT and got more than a thousand like in the last 10 days. In this blog some comments on this.

how-things-have-changed

As lecturer information management, I’m always interested in pictures like this which could help explaining IT, there is so much going on in IT that an overview like this could help. The newest generation students has grown up in this century and are very good at working with smartphones and tablets but understanding the difference between data and information is already a big challenge for them… What would I tell them when showing this picture?

I would tell them I agree with the phases when looking back although I miss one big development which had a big influence on IT: the  availability of large data centers which made both the cloud, social media, big data and the IoT possible. And these big databases have become the backbone for the internet where only a view companies have the technical and financial capabilities to build and maintain these. On this market, only around 7 big service providers are active and the prediction is that in three years 3 or 4 will be the key players worldwide: seize and innovative capability cost money and starting a new datacenter company wil become almost impossible. Datacenters have their own datacenter management software and developing this costs a lot of the money and building a datacenter is very expensive: impossible for a startup to do this on their own. You can see the same development with social media and market platforms where in a view years only a view will remain, a big reconciliation is this market is expected the next three years.

This trend is also visible in the new Internet of Things phase where we suddenly see old names like Texas Instruments, Cisco and Honeywell come up as IoT leaders, all old tech companies: 50 years ago I had already a calculator from Texas Instruments. In all past phases in the picture new companies come up which become IT leaders, with the Internet of Things phase this is changing. Probably these old companies are good in mass production of the necessary devices and machines which make the IoT work, although the production itself is probably outsourced to low wage countries (note: in the coming Trump area, this could change…).

What the picture also shows is that all leaders mentioned in this picture are US companies  except for SAP. Is there really nothing innovative happening in the rest of the world? What for instance about Alibaba which is bigger than Ebay? It will not take long and all these highly educated IT guys form China and India will come up with companies who also become world players, certainly when the US becomes more protective and only wants their own people to profit from new technology developments…

Mag ik het met jouw robot doen?

Sinds ik een nieuwe smartphone heb is het mij al een paar keer overkomen dat dit apparaat plots met mij ging praten. Gisteren nog, toen ik mijn studenten college gaf, klonk het plots “Zei u iets meneer Geerlings?” en “Als u wat heeft gezegd dan heb ik dat niet verstaan”. Daar waar ik tot nu toe gewend ben dat computers alleen iets doen als je het vraagt blijkt er plots leven in het apparaat te zitten en reageert het blijkbaar op wat je zegt. Zonder het te beseffen zijn we een nieuw tijdperk ingegaan en beginnen computers menselijke trekjes te krijgen en worden ze onze beste vriend. Gisteren en vandaag stonden er twee interessante berichten in de Wetenschapssectie van De Volkskrant die deze trend versterken en wat mij betreft een nieuwe licht werpen op onze verhouding met de techniek.

facebook-2

Het artikel van gisteren ging over een onderzoek onder 12 miljoen gebruikers van Facebook waaruit bleek dat mensen die Facebook gebruiken gelukkiger en gezonder zijn dat niet gebruikers en zelfs een hogere levensverwachting hebben. Van belang daarbij is de definitie die Facebook geeft van een actief sociaal leven: je bent het meest actief als je niet alleen berichten schrijft  (zoals ik) maar Facebook vooral gebruikt om foto’s te plaatsen van vrienden en bekenden. Tevens blijkt dat mensen die voornamelijk uitgenodigd worden vriend te worden door anderen gelukkiger zijn dan mensen die meer verzoeken versturen dan ontvangen, dat lijkt me dan weer logisch! Toch vind ik dit wel gek. Wat ik om me heen zie, is juist dat mensen die veel met hun smartphone bezig zijn nauwelijks oog hebben voor de mensen om hen heen en dat dat vaak juist tot asociaal gedrag leidt, zo zie je vaak in restaurants mensen alleen maar met hun smartphone bezig en niet met elkaar communiceren. Tevens had ik de indruk dat de mensen die erg veel op social media zitten een beetje zielig zijn omdat ze schijnbaar niks anders te doen hebben. Ik heb dit aan mijn studenten voorgelegd maar die waren het helemaal met het onderzoek eens: ‘Facebook maakt je gelukkiger en  wanneer je een tijdje zonder moet krijg je juist last van afkickverschijnselen’. Op doktersrecept dan allemaal maar op Facebook zou ik zeggen!

david-levy

Dan het interview vanmorgen met de Britse expert David Levy over kunstmatige intelligentie. Dat gaat nog een stukje verder. Zijn belangrijkst vraag is ‘Kunnen we met computers relaties onderhouden’ en zijn antwoord daarop is ‘ja’. Dat mijn smartphone in ene ongevraagd met mij kan praten is maar een eerste stap, we zullen op niet al te lange termijn met ze kunnen converseren net als met mensen. Sterker, volgens David Levy zal het op niet al te lange termijn zelfs mogelijk worden seks met ze te hebben: de seksindustrie is al bezig robots hiervoor te ontwikkelen. In het interview legt Levy eveneens een relatie met eenzaamheid ‘Beter seks met een robot dan helemaal geen seks’. Volgens hem zijn robots geen substituut voor een menselijke relatie maar aanvullend. Maar wat als de robot zover doorontwikkeld wordt dat het fijner is bij je robot dan met je eigen vrouw? Wellicht gaan vrijen met de robot van mijn vrouw dan maar?

Nederland staat fors op achterstand qua innovatief vermogen

Vandaag werd een interessant artikel gepubliceerd in de Harvard Business review van Bhaskar Chakravorti en Ravi Shankar Chaturvedi  ‘Europe’s glaring tech gap is growing’ over de digitale recessie waarin Europa zich bevindt en in het bijzonder Nederland dat, volgens onderstaande index, qua opbouw aan digitaal innovatief vermogen erg slecht scoort en sneller achteruit gaat dan een aantal andere Europese landen. In dit filmpje vindt je een samenvatting van het rapport.

image

Volgens de auteurs bevindt Europa zich in een ‘Digitale recessie’: maar drie Europese landen zijn op dit moment attractief voor investeerders vanwege hun digitale ecosysteem: Zwitserland, Ierland en Estland. 15 Europese landen zijn ten opzichte van de stand van 2008 achteruit gegaan en Nederland sluit de rij op afstand’, landen als Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Noorwegen en zelfs België doen het ook slecht maar niet zo slecht als wij!

De US en China lopen momenteel qua innovatief digitaal vermogen voorop en Europa is niet in staat tegen deze powerhouses te concurreren. Alle interessante innovatieve ontwikkelingen op het gebied van het Internet, de Cloud, The Internet of Things, Social Media komen tegenwoordig uit de US of Azië. In het artikel worden een paar oorzaken genoemd waarom Europa het zo slecht doet:

  • De EU is gefrustreerd door het US overwicht en bestrijdt dit overwicht niet door het beter te doen maar door het opvoeren van repressieve wetgeving op het terrein van de privacy en mededinging, zoals het recht gegevens te wissen bij Google of de privacy rechten van Facebook gebruikers. Het staat Europese ondernemingen natuurlijk vrij zelf alternatieven te ontwikkelen, waarom stimuleert Europa dat niet?
  • De EU heeft geen eigen interne digitale markt en er zijn vele standaarden die verschillen per land. Neem bijvoorbeeld de discussie over de roaming tarieven binnen Europa, van marktwerking is hier geen sprake.

De auteurs stellen daarom de volgende vier maatregelen voor:

  1. Harmoniseren van e-Commerce infrastructuur: het is in Europa makkelijker de grens over te steken dan digitaal te communiceren. de telecommunicatie, betalingen en logistieke platformen zijn vaak nog nationaal waardoor er weinig digitaal verkeer is over de landsgrenzen, ook de meertaligheid draagt niet bij aan het soepeler verlopen van de handel.
  2. Investeren in innovatief vermogen: Europa geeft 2% van haar BNP uit aan R&D, de US 2,8%. Ook het aantal succesvolle IT startups die tot stand zijn gekomen door gebruik makend van Venture Capital en met een waarde van meer dan 1 miljoen dollar is laag in Europa: 8%, Azië heeft een aandeel van 25% en de US 67%.
  3. Ontwikkelen van een ondernemende cultuur: uit onderzoek blijkt dat veel Europeanen de stap niet durven te maken om te gaan investeren en risico’s te nemen. Het starten van ‘Technology hubs’ in de omgeving van Universiteiten zoals in Berlijn, Londen of Barcelona kan bijdragen aan een positieve cultuuromslag waardoor ondernemers meer risico durven nemen.
  4. Veranderen van het immigratie beleid: Europa zou een meer progressief immigratie beleid moeten hebben, niet alleen ten aanzien van het binnenhalen van technologische experts van buiten Europa maar ook door het snel omscholen van vluchtelingen naar functies waar een grote vraag naar is. Alleen al vanwege de vergijzing is dit een goed idee maar uit onderzoek blijkt ook dat migranten eerder met een technologische startup beginnen dan onze meer behoudzuchtige medelanders: 40% van de Fortune 500 bedrijven is ooit opgericht door een immigrant!

Best wel schokkend verhaal eigenlijk wat betreft de Nederlandse positie en interessante aanbevelingen door de schrijvers. Wel behoorlijk Amerikaans gekleurd maar op een groot aantal punten hebben ze volgens mij gelijk. Werk aan de winkel dus voor Neelie Kroes met haar StartupDelta wat nu zo’n beetje een jaar actief is, ben benieuwd naar het eerste jaarverslag! Overigens heeft StartupDelta zelf een heel ander beeld over de positie van Amsterdam als innovatie centrum zoals blijkt uit onderstaande slide van StartupDelta.

image

De kernvraag bij dit soort plaatjes is natuurlijk wat je nu eigenlijk precies meet: meertaligheid is mooi maar hebben we niet eerder technische mensen met business kennis nodig? En zorgt een hoge levenstandaard niet juist voor minder ondernemers die risico willen nemen? Het World Economic Forum kwam deze week met een ander plaatje dat deze problematiek weer vanuit een ander perspectief bekijkt: de creativiteitsindex. Deze index meet technologie, talent en tolerantie, qua technologie staan we in deze index op de 20ste plaats terwijl we qua talent en tolerantie hoog scoren, net als in de steden index van StartupDelta. Overigens Interessant te zien dat StartupDelta zich in haar index afzet tegenover steden in landen die volgens het World Economic Forum juist dicht bij elkaar staan.

image

Toch zit er wel een overlap tussen al deze indexen en de kern daarvan is volgens mij dat Nederland het slecht doet op het terrein van technologische innovatie en veel talentvolle hoogopgeleide werknemers heeft die het liefst een baan hebben in de creatieve of dienstverlenende sector en niet in de handel, industrie of distributie. Het artikel in de Harvard Business Review ondersteunt deze stelling en de andere indexen bevestigen dit alleen maar.

Ons grootste probleem is dat wij op dit moment in Nederland een sociaal economisch klimaat hebben waarbij ondernemen in de private sector niet erg gewaardeerd wordt en het technologisch innovatie beleid niet hoog op de politieke agenda staat. Daarbij komt dat het economisch goed gaat met Nederland, zoals ik  Minister Dijsselbloem deze week nog hoorde zeggen naar aanleiding van de ABN Amro beursgang.  En onze politici hebben nu andere zaken aan hun hoofd dan het investeren in technologische innovatie: op korte termijn wellicht een goede keuze maar op lange termijn funest voor onze economie!

 

The Internet without Things

Last week I participated in a workshop on innovation where the question was raised whether innovation can be planned and implemented as a process in organisations or comes up spontaneously and is the result smart combining of already existing technology and creative marketing.image

To investigate this I asked my students which products or services have improved the quality of their life’s last five years and what they are experiencing as innovative and impacted their daily life significantly. As I expected the number one product for all is the Smart Phone because, according to my students, it enables them to 1) communicate with their friends online, 2) look something up quickly, 3) buy something inline and 4) listen to music or watch videos where and whenever they want. After some discussion if there was also sothing not related to the smartphone they came up with the route planner for in the car, online information while traveling, all ICT related services.

When I asked my students if they also have bought none ICT related products or service’s which improved their live it was quit for some time and after a long discussion they came up with the improved opening hours of supermarkets and shops, not one product or service not related to ICT or the internet was mentioned by the 10 groups of students I asked this.

For me reason to investigate how innovation has changed my own personal daily life. I walked around my house from the kitchen to the living room and looked what the impact of innovation has been over the last 10 years: have I bought a new innovative products the last 10 years which really changed my life and is not related to ICT or the internet? And to my surprise I could not find one new innovative product which made my life easier. The only thing I could think of is the Nespresso machine (already the third version I bought) while I also still have a Senseo and an Italian Espresso machine: good quality coffee is important for me! The last innovative products I bought were the electric toothbrush cleaner in the bathroom and the Quooker boling water-tap in the kitchen which were already invented 10 years ago…

image

While my parents in sixties were busy buying new products all the time which made housekeeping more easy and gave us more comfort (refrigerator, radio, TV, washing machine, pickup, magnetron, etc.) the last ten years I did not by a new innovative product not related to ICT. I only buy something when my old product is not working anymore and needs replacing: replacing does not give the same experience when using it for the first time. What I also noticed is that the total number of these consumer products has decreased significant. 5 years ago I had a CD player, Video player, DVD player, radio etc. now only a TV and Netflix and all the old DVD’s video’s and CD’s are stored and not used any more. I also used cables for connections all over the house, now phone, TV and Internet is wireless. This enables me to play music and radio from my IPad on a B&O box so can move around easy within my home using Apple Air. The only thing really which I bought new for nostalgic reasons is my Steepleton record player I bought a few hears ago which enables me to play my old records again.

Conclusion: consumers like me want less devices around them, not more! That’s why the term ‘The Internet of Things’, much used by IT suppliers to develop new markets, is wrongly chosen. Adding all kind of devices and sensors to your environment should make it possible for consumers to interact in an easy way with the internet to get the products and services they want. The term ‘The Internet of Things’ reflects the supplier perspective who wants to sell more ‘Things’, consumers don’t want more but less things to worry about: ‘The Internet without Things’.The Internet without Things www.gerardgeerlings.nlIt’s difficult to predict the future but I think that if you want to develop new business now, the best way is to focus on developing online services which make an existing device redundant, for example the PC. Would it not be great to walk around without a device and still be able to communicate through the internet? A nice agenda for the future!

=> This blog was published earlier in Dutch, renamed it and changed it to this shorter version..

The Internet without Things

De afgelopen week een interesante workshop over innovatie meegemaakt waarbij de vraag aan de orde kwam of je innovatie kan plannen en sturen of dat innovatie bij toeval onstaat door bestaande zaken slim te combineren en een goede marketing.imageIk heb mijn studenten de afgelopen week gevraagd wat zij de afgelopen vijf jaar als innovatief hebben ervaren in de zin van het aanschaffen van een produkt of dienst dat de kwaliteit van hun leven ingrijpend heeft veranderd. Unaniem kwam de Smart Phone op nummer één te staan waarbij het feit dat je vrienden nu altijd online bereikbaar zijn als grootste voordeel werd gezien, iets snel kunnen opzoeken staat op twee gevolgd door de mogelijkheid online te kunnen shoppen en de beschikbaarheid van online muziek en film. Naast de Smart Phone werden ook nog genoemd de routeplanner voor de auto, reizigersinformatie in het openbaar vervoer en uitzending gemist op de TV: allemaal ICT gerelateerde zaken dus.

Gevraagd of er ook nog niet ICT gerelateerde produkten of diensten waren die het leven makkelijker hebben gemaakt bleef het lang stil en kwamen de studenten niet verder dan de verruiming van de openingstijden van de winkels, meer niet. Er werd geen één niet ICT gerelateerd product genoemd dat de kwaliteit van hun leven heeft verbeterd de afgelopen Jaren!

Voor mij aanleiding om eens te onderzoeken wat de impact van innovaties op xmijn eigen huishouden is geweest de afgelopen 10 jaar voor de niet ICT gerelateerde producten en ik kwam tot de opmerkelijke conclusie dat ik NIETS nieuws heb aangeschaft wat je innovatief zou kunnen noemen. Het enige wat ik kan bedenken is de Nespresso machine (alweer de derde) terwijl ik ook nog een luxe model Senseo, een echt Italiaans Espresso apparaat en een ouderwets koffieapparaat voor de werklui heb staan: goede koffie is voor mij echt een dingetje. Het laatste echt innovatieve producten die ik kan bedenken waren de electrische tandenborstel en de Quooker maar die waren al uitgevonden 10 jaar geleden.

Terwijl mijn ouders vanaf de Jaren zestig steeds bezig waren nieuwe apparaten het huishouden in te slepen (koelkast, radio, TV, wasmachine, pickup, droger, vaatwasser, magnetron, etc) ben ik de afgelopen tien jaar aan het ont-apparaten en doe ik alleen maar vervangingsinvesteringen in apparaten met als uitgangspunt: ‘Hoe minder apparaten, hoe beter’.

Ik heb dus steeds minder apparaten in huis en ik gebruik er ook steeds minder:

  1. Vaste telefoon – heb ik wel maar gebruik ik zelden, alles gaat via mobiel
  2. Bekabeling telefoon, TV, internet – allemaal draadloos via glasvezel en wifi
  3. Video, CD en DVD spelers en de CD’s en DVD’s zelf – heb ze op zolder staan en gebruik ze nooit kan nu via Spotify en Netflix
  4. Geluidsinstallatie: versterker en boxen – nu 2 boxen met Apple Air draadloos verbonden aan iPad
  5. Van vier naar twee televisies – je kan ook op iPad of laptop kijken waar je maar wilt

Er is maar een uizondering op deze regel en dat is mijn Steepletone platenspeler die ik een paar jaar geleden in de UK heb gekocht voor 80£ en waarmee ik mijn oude platen weer kan draaien die ik niet op Spotify kan vinden, nostalgie doet het wel goed!imageVan de week even in de Media Markt gelopen met de blik op ‘wat zou ik nog willen kopen’ maar niks interresant. Ik koop tegenwoordig alleen iets nieuws als iets kapot gaat en dan kijk ik ook wel of er iets nieuws is wat me aanspreekt, het gaat primair toch vooral om de basis functionaliteit en de kwaliteit van een product.

Niets voor niets dus zijn alle nieuwe Forbes 500 miljardairs rijk geworden met het aanbieden van nieuwe diensten op internet, daar ligt nu de grootste potentie om snel rijk te worden. Waarbij een aantal nieuwe diensten bestaande fysieke producten overbodig hebben gemaakt. Het bedenken en in de markt zetten van nieuwe fysieke producten of innoveren van bestaande producten is daardoor een stuk lastiger geworden. Hoewel Google, Apple en Microsoft naarstig op zoek zijn naar nieuwe producten zoals Google Glass, de Apple Watch, een 3D helm en de zelfsturende auto hebben al deze inspanningen niet tot  het nieuwe innovatieve apparaat opgeleverd waar iedereen op zit te wachten. Of wellicht toch de 3D printer? Het kopieren van een succesvol services model naar producten is tot nu toe niet erg niet succesvol geweest; ook hier geldt het oude gezegde ‘Schoenmaker hou je bij je leest’.

Innovatie is moelijk te plannen en vaak het onbedoelde neveneffect van een initiatief waar plots een hoop klanten blij mee zijn en dat een hoge impact heeft voor de gebruikers die allemaal graag aan de nieuwe hype mee willen doen. Dit soort initiatieven ontstaan vaak spontaan en zijn niet te plannen. Veel succesvolle innovaties ontstaan spontaan en  blijken niet als zodanig onderwerp van een product ontwikkeling te zijn geweest of voorspeld door trends watchers of innovatie experts.

Het bedenken en implementeren van een innovatie process voor een bedrijf heeft dus weinig zin. Investeren of ontdekken van innovaties in grote bedrijven is vaak een moeizaam proces omdat de hierarchie en korte termijn focus op winst binnen bedrijven ondernemerschap en creativiteit niet stimuleren. Vaak worden er mooie innovatie processen geïmplementeerd door consultants maar levert dat bar weinig op. Echte innovators met een goed idee starten zelf iets op.imageTrendwatchers als Adjiedj Bakas kijken voornamelijk naar de eerste fase van de hype cycle als het idee van concept al vertaald is naar iets tastbaars waardoor ze altijd achter de feiten aan lopen en geen voorspellende waarde hebben. Trendrapporten zijn vaak opsommingen van leuke nieuwe dingen die potentie hebben en kunnen inspireren, echt iets nieuws voorspellen kunnen ze niet, als dat zo zou zijn zouden ze waarschijnlijk een ander job hebben…

Hoe moet het dan wel? Wie had kunnen vermoeden dat Uber en Airbnb in ene zo razend populair zouden zijn? Dit soort innovaties hebben vaak een ongestructurreerde start en zijn niet volgens een vooraf bedacht plan in de markt gezet, ze worden in ene onderdeel van een hype en worden zo slachtoffer van een snelle groei omdat ze zich dan moeten gaan focussen op de organisatie en het management en afdwalen van het oorsponkelijke conceptuele creatieve denken waardoor ze ontstaan zijn.

Het is dus moeilijk de toekomst te voorspellen maar als ik dan toch een aanbeveling zou mogen doen op basis van mijn kleine inventarisatie dan zou ik me focussen op een online service die een bestaand apparaat overbodig maakt zoals bijvoorbeeld de computer, degene die daar een echte oplossing voor kan vinden wordt mega rijk!

Consumenten willen minder apparaten en niet meer, daarom is de term ook ‘The Internet of Things’ verkeerd gekozen: door allerlei devices en sensoren slim in de omgeving en producten te implementeren moet het voor de consument mogelijk worden ook zonder smartphone of tablet met het Intenet te communiceren, dus vanuit het leveranciers perspectief meer devices maar voor de gebruiker juist minder en een makkelijker interface met het Internet.

The Internet without Things www.gerardgeerlings.nl

Samenvattend: de toekomst is niet voor ‘The Internet of Things’ maar volgens mij voor ‘The Internet without Things’!