Tag Archives: ISVW

Stoïcijns Coachen.

Gisteren waren er drie ondernemers aan het woord bij Pauw  die vertelden over de periode dat het slecht ging met hun bedrijf. Alle drie deze ondernemers, top kok Ron Blauw, ‘Miljonair Fair’ Yves Gijrath en Marlies Dekkers van de lingerielijn, zijn tijdens economische crisis van 2008 met hun bedrijf failliet gegaan. Wat ze gemeen hebben is dat hun ondernemingen zich richten op het luxere segment waardoor ze meer last hebben van de conjunctuur dan bedrijven die zich richten op meer primaire levensbehoeften. Op het moment dat het slecht ging hadden ze dus kunnen weten dat hun markt zou gaan veranderen en dat doorgaan op de huidige wijze geen optie was.

Ondernemers praten niet graag over hun mislukkingen maar praten liever over hun successen, dat ligt nu eenmaal in de aard van het beestje. Praten over je zakelijke tegenslagen is daarom taboe als het ondernemersbloed in je DNA zit: als ondernemer moet je in je bedrijf geloven en daarom moet in je eigen talent geloven en vooral veel zelfvertrouwen uitstralen.

En als dan plots de markt verandert, je omzet terugloopt en alles wat je ook probeert om je business weer een impuls te geven niet helpt, dan is dat niet goed voor je zelfvertrouwen en ga je twijfelen aan jezelf. Ron Blauw, met twee Michelin sterren een gevierd culinair ondernemer, vertelde in Pauw dat hij zich naar zijn personeel toe schaamde voor zijn bedrijf en zich een ‘looser’ voelde. Hij ging twijfelen aan zijn eigen talent en ging, wanneer zijn restaurant maar voor een kwart gevuld was, op zijn scooter bij andere restaurants naar de bezetting kijken om maar vooral het gevoel te hebben dat het niet aan hem lag maar dat de hele horeca last had van de crisis, dat geeft dan troost.

Marlies Dekker heeft dit ook meegemaakt. Haar talent ligt met name in het ontwerpen en opbouwen van haar lingerielijn en toen haar business niet meer goed ging hielp volges haar niets meer om het tij te keren. Dat geeft een gevoel van angst en verlamming, vertelde ze. Was ze tijdens de opbouwfase van haar bedrijf altijd ‘in control’, toen het tijd werd voor crisismanagement bleek dat ze de ondernemingskwaliteiten voor deze fase niet bezat.

Alle drie de ondernemers adviseren bedrijven die iets soortgelijk meemaken een goede adviseur in te huren die verstand heeft van de materie om je door deze moeilijke fase heen helpen. Als het slecht gaat met je bedrijf kom je als ondernemer in een andere wereld terecht. De bank, die altijd zo meewerkte, is in ene niet meer zo hulpvaardig en trekt zijn krediet in, voorheen trouwe medewerkers verlaten het zinkend schip, zakelijke vrienden blijken niet echt vrienden te zijn en voor je het weet zit je je verdiepen in de kleine lettertjes van contracten en krijg je te maken met schuldeisers en de fiscus.

In Pauw werd aandacht besteed aan de Come-Back lijn van de Kamer van Koophandel speciaal voor ondernemers in de problemen (0800-1014), volgens de KvK hebben momenteel een op de tien ondernemers last van zware economische tegenslag. Er zijn meer initiatieven op dit vlak zoals bijvoorbeeld de Stichting Over Rood waar ik zelf als ondernemingscoach bij aangesloten ben. Deze stichting ondersteund ondernemers die in de problemen komen door ze te helpen wegwijs te worden in de wereld waarin je terecht komt als het slecht gaat met je bedrijf. Over Rood begeleidt ondernemers bij een onvermijdelijke bedrijfsbeëindiging of potentiele doorstart. Overigens gaat het bij Over Rood vaak om ZZP’ers die er over het algemeen slechter af toe zijn als ondernemers met een BV vanwege de persoonlijke aansprakelijkheid. In veel gezinnen spelen zich wat dit  betreft veel persoonlijke drama’s af van ZZP’ers die geen recht hebben op een uitkering en de touwtjes aan elkaar moeten knopen.

Als ondernemingscoach die zich richt op bedrijven of ZZP’ers krijg je dus te maken met ondernemers die een deuk in hun zelfvertrouwen hebben gekregen en hulp zoeken. Hen begeleiden vraagt een ander coaching concept dan het traditionele dat zich richt op de persoonlijke ontwikkeling van de gecoachte zodat die weer optimaal kan functioneren in een organisatie. Bij dit coaching concept draait het om de drie P’s: potentie, passie en presteren centraal staan.

Het coachen van ondernemers die net de tragiek van het mislukken van hun business hebben ervaren vraagt om een heel andere benadering. Hier moet worden gewerkt aan herstel van zelfvertrouwen, het wegnemen van het gevoel van angst en verlamming, het realiseren van een nieuwe gevoelsbasis om weer te gaan presteren en het opnieuw ontwikkelen van daadkracht en het weer onafhankelijk kunnen functioneren.

Ik heb deze maand bij de ISVW college gehad van Ronald Wolbrink over ‘Stoicijns coachen’ en hij stelt dat volgens de stoïcijnse filosofie omgaan met tegenspoed alleen kan als de andere kant van de medaille, de vanzelfsprekendheid van succes door te presteren, fundamenteel ter discussie wordt gesteld. Ronald Wolbrink benoemt een artikel over ‘Stoicijns coachen’ noemt Ronald een aantal werkprincipes voor deze vorm van coachen die afwijken van de traditionele vorm van coachen.

Hieronder een vertaling van zijn werkprincipes naar het coachen van ondernemers die weer willen opkrabbelen na een een potentieel failissement op basis van mijn ervaringen als ondernemingscoach:

  1. Een vrije ruimte creëren.

Voordat de coaching start is het van belang een vertrouwde veilige ruimte te creëren voor de gecoachte ondernemer waarin hij zich vrij voelt samen met zijn coach een nieuwe basis te leggen voor een doorstart van zijn onderneming vrij van belemmeringen. Daarbij is het van belang dat de gecoachte ondernemer inzicht krijgt in de coaching methodiek en de stappen van het begeleidingsproces dat hem te wachten staat vastgelegd in een coaching protocol.

  1. Bewustzijn van de eigen invloedsfeer.

Wat bevindt zich wel en wat niet binnen je invloedssfeer? Als de zaken goed gaan werkt alles mee en wanneer de omstandigheden veranderen dringt zich een nieuwe werkelijkheid op waarbinnen je opnieuw moet gaan presteren. Waar kan je invloed op uit oefenen en waarop niet? Als je je bewust bent van je eigen invloedssfeer ben je beter in staat onderscheid te maken tussen zaken die je kan beïnvloeden en zaken die nu eenmaal zo zijn en niet kunt veranderen.

  1. Onafhankelijkheid stimuleren.

Als je succes afhankelijk is van zaken die je niet kan veranderen dan liggen stress en angst op de loer. Focus op wat binnen je invloedsfeer ligt en weer verantwoordelijkheid nemen voor je eigen presteren geeft je een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid waardoor belemmeringen wegvallen. Overigens kan het ook een gevoel van onafhankelijkheid geven als je in deze fase de conclusie trekt dat doorgaan met je business geen zin heeft maar dat is dan niet gebaseerd op je emoties maar een zakelijke afweging dat je geen vrijheid hebt binnen deze context succesvol te presteren.

  1. Beheerst omgaan met emoties.

Wanneer je weet wat je kan bereiken binnen je eigen invloedsfeer kan je weer grip krijgen op je onderneming. Daar waar eerst de nadruk lag op het kunnen omgaan met tegenspoed is het nu zaak weer in controle te zijn en beheerst om te gaan met je emoties. Het maken van een plan kan daarbij helpen en weer richting geven aan je activiteiten. Het is van belang dat je weer leert op een beheerste manier met emoties om te gaan.

  1. Een innerlijk kompas ontwikkelen.

Toen de zaken niet goed gingen liepen de emoties waarschijnlijk hoog op, nam je zelfvertrouwen af en ging je twijfelen aan je talent. Die bagage neem je natuurlijk mee naar een doorstart of de opbouwfase van een nieuw bedrijf waarbij je ervoor moet zorgen dat je een nieuw innerlijk kompas ontwikkeld op basis waarvan je weer verder kunt. Wat zijn de nieuwe leefregels die je wilt toepassen in je ondernemingspraktijk? Wat zijn de nieuwe uitgangspunten op basis waarvan je je bedrijf wilt managen?

  1. Zelfonderzoek stimuleren.

Neem af en toe de tijd voor reflectie en zelfonderzoek of je feitelijke handelen in overeenstemming is met de leefregels van je innerlijke kompas. Dit zal je sterker maken als ondernemer en beter in staat nieuwe uitdagingen aan te gaan.

  1. (Moreel) argumenteren en correct redeneren stimuleren.

Correct argumenteren en redeneren is niet makkelijk. Soms gaan we er te makkelijk vanuit dat een bepaalde bewering klopt terwijl achteraf blijkt dat de zaken toch anders lagen. Aan de coach dan ook de taak tijdens het coachen de gecoachte te wijzen op slordig denken, drogredenen en onlogische redeneringen. Om die reden is het sowieso nuttig als een ondernemer kritische mensen om zich heen verzamelt die hem scherp houden.

  1. Gemoedsrust vasthouden.

Bij Pauw gaf Marlies Dekkers aan ondernemers in de problemen het advies vooral ook goed voor je zelf te zorgen, eet goed, sport en relax, kortom: ‘Wees goed voor jezelf’. Tevens is het belangrijk je goed voor te bereiden op eventuele nieuwe tegenslag, je hebt dit immers al een keer meegemaakt dus probeer ook na te denken wat je zou doen als het tegenzit en bega niet de vergissing steeds van het meest positieve scenario uit te gaan.

  1. Eigenaarschap hernemen.

Het uiteindelijke doel van dit coaching proces is dat de ondernemer het eigenaarschap van zijn onderneming herneemt en geen coach meer nodig heeft en vol zelfvertrouwen verder gaat. De rol van de coach is uitgespeeld en indien verdere betrokkenheid nodig is kan dat alleen vanuit een nieuwe rol.

Het gaat bij ondernemingscoaching dus niet alleen over een financieel advies of het maken van een business case maar ook om het herstellen het van vertrouwen en geloof in het eigen talent.

Wil je daar meer over wilt weten neem dan contact met mij op =>

Het socratisch gesprek

9 september 2017

Zaterdag 9 september nam ik, in het kader van de basisopleiding Filosofie in de praktijk bij de ISVW, voor het eerste deel aan een socratisch gesprek en kreeg ik de mogelijkheid een stelling waarmee ik al wat langer rondloop door middel van een filosofische methode aan een kritische groep mensen voor te leggen. Na wat brainstormen door de groep besloten we mijn vraag ‘Maken social media mensen socialer?’ als uitgangspunt te nemen.

Bij een socratische gesprek gaat het er om dat een groep mensen met elkaar een filosofische vraag bedenkt, door middel van een concreet voorbeeld van een van de deelnemers toets en terugbrengt tot een of meerdere kernbeweringen en daarna probeert via het stellen van vragen de achterliggende meer algemene regels te achterhalen om uiteindelijk een aantal fundamentele principes vast te stellen.

  1. Het formuleren van een filosofische vraag;
  2. Het selecteren en uitwerken van een voorbeeldervaring;
  3. Het verwoorden van een relatie tussen vraag en voorbeeld;
  4. Het onderzoeken van argumenten;
  5. Het vinden van een antwoord of een inzicht.

Het geheel wordt gefaciliteerd door een moderator die zich niet inhoudelijk met het gesprek mag bemoeien en die in de gaten moet houden dat iedereen zich aan de uitgangspunten houdt die gelden voor een socratisch gesprek. Best lastig dit de eerste keer te doen maar we hadden gelukkig een goede door de wol geverfde moderator die ons door dit proces kon leiden, alleen al de vraag of de vraag wel een filosofische vraag is was al door de groep niet makkelijk te beantwoorden…

 

Het praktijkvoorbeeld dat we gingen toetsen was de recente ervaring van een van de deelnemers dat ze met een groep vriendinnen uit eten was geweest en dat de helft van de aanwezigen regelmatig haar smartphone had gepakt wat ze als zeer onaangenaam had ervaren. Hierdoor kreeg ze het gevoel dat ze geen ‘echt’ contact had met deze vriendinnen, ze dit als storend had ervaren maar het ook niet aandurfde dit ter discussie te stellen in de groep. De mobieljes kregen daarbij de schuld.

Zonder verder inhoudelijk op deze case in te gaan viel het me op dat we tijdens de sessie de scope langzaam verschoof van de invloed van social media naar het onvermogen van mensen met elkaar echt contact te hebben, de toename van mensen die zich eenzaam en ongelukkig te voelen en afname van de sociale cohesie in de samenleving.

Wat betreft de vraag bleek het begrip sociaal media niet zo moeilijk te definiëren terwijl de vraag ‘wat is sociaal’ niet makkelijk te beantwoorden is, iedereen kan daar iets verschillends onder verstaan, wat de een sociaal gedrag vindt kan door een ander juist als asociaal worden ervaren. De vraag zou dus eigenlijk moeten zijn: ‘Maken social media mensen eenzaam en ongelukkig”. Met deze begrippen kan de filosofie ook wat meer dan het begrip sociaal dat meer tot het domein van de Sociologie behoort. Overigens voelt niet iedereen die eenzaam is zich ook ongelukkig dus de ene vraag roept de andere weer op, pffff, het is me wat die filosofie.

Daarbij is het wat betreft de stelling een kip of het ei discussie: zijn het de social media die de oorzaak zijn van deze ontwikkelingen of is eenzaamheid en het zich ongelukkig voelen een autonome maatschappelijk ontwikkelingen die niets met technologie te maken hebben? Toen de telefoon werd geintroduceerd werd dezelfde discussie gevoerd als nu maar iedereen is het er nu toch wel over eens dat dat ons veel voordelen heeft gebracht.

Na afloop van het socratisch gesprek hadden we nog een vrije ongestructureerde discussie waarbij iedereen weer een eigen mening mocht hebben over dit onderwerp en niet iedereen was het met de stelling eens. Een aantal zagen social media juist als een aanwinst en vonden het juist een verrijking dat je altijd met iedereen online kon zijn en zelfs als je elkaar tegen kwam informatie kon delen (vooral de mannen overigens, ook een puntje om nog eens uit te zoeken..).

The Online Communication Cycle

Zelf denk ik dat we momenteel en eigenlijk pas heel recent allerlei nieuwe manieren van communicatie bij zijn gekomen en dat we nog niet goed weten hoe we daar mee om moeten gaan: toen de televisie werd geïntroduceerd zat iedereen van vroeg tot laat TV te kijken en na een aantal jaren ging iedereen meer selectief kijken, zo zal dat met al die nieuwe apparaten ook wel gaan. Hierboven een plaatje wat ik een tijd geleden heb gemaakt om het rechtstreeks communiceren te vergelijken met online communicatie waarbij overigens ook het een en ander goed mis kan gaan…

Iemand kan online een geweldig profiel hebben waarbij je het gevoel hebt dat iemand het goed voor elkaar heeft terwijl later, als je iemand in het echt ontmoet, je dit beeld flink moet bijstellen. Tevens is er nog een nieuwe trend die het online communiceren diffuser maakt en dat is dat er tegenwoordig door bedrijven vaak bots gebruikt worden waardoor je  denkt online met een persoon te communiceren terwijl je eigenlijk met een script en algoritmes op een computer te maken hebt. Soms is dat handig maar het leidt tot vervreemding als degene waarmee je een dialoog aangaat niet echt blijkt te bestaat en je dat van te voren niet verteld is.

Een interessante exercitie zo’n socratisch gesprek, het heeft mij in ieder geval nieuwe inzichten gegeven hoewel het voor mij als socioloog niet makkelijk is de vraagstelling filosofisch te houden. Afijn, dit was pas de eerste sessie van mijn opleiding dus wellicht gaat mijn perspectief het komend jaar nog veranderen.

Zondag 14 januari 2018.

Mijn tweede socratisch gesprek, deze keer in Utrecht bij een van de  cursisten Praktische filosofie bij de ISVW. Ter voorbereiding heb ik het boek ‘Het socratisch gesprek’ gelezen onder redactie van Jos Delnoij en Wiger van Dalen waarin 13 artikelen over dit onderwerp zijn opgenomen.

In tegenstelling tot het eerste gesprek kunnen we nu niet gebruik maken van een professionele moderator en moeten we het allemaal zelf doen. We zijn deze keer met zeven personen en het enige dat we van te voren hebben afgesproken is dat één van ons de rol van moderator heeft en dat ook zal voorbereiden en dat het gesprek 3 uur zal duren.

We beginnen met een kennismakingsrondje waarbij iedereen uitlegt wat zijn verwachtingen zijn t.a.v. het socratisch gesprek en wat onze ervaringen met het socratisch gesprek zijn (20 minuten). Daarna legt de moderator kort en bondig (in 7minuten uit) hoe zij het gesprek wil voeren en wat zij van ons verwacht, we gaan daar allemaal mee akkoord. Het is de eerste keer dat zij dit doet en dat gaat haar goed af vinden we allemaal.

De volgende fase is het formuleren van een filosofische vraag, de deelnemers leggen er 6 voor en al snel beperken we die tot drie clusters (rond vluchtelingen, het levenseinde en #MeToo) en kiezen we na enige reflectie unaniem voor de vluchtelingen en de vraag: ‘In hoeverre mag je verwachten dat iemand zich aanpast aan een dominante cultuur’. Over deze fase doen we 30 minuten. Daarna bespreken we twee voorbeeldcases en besluiten er met één daarvan aan de slag te gaan: de situatie dat één van ons vrijwilliger is bij Vluchtelingenwerk en vanuit die rol tijdens een bijeenkomst een situatie had dat een vrouwelijke vluchteling een Nederlands man vanwege religieuze redenen geen hand wilde geven waarop die man flink kwaad werd. Hier deden we 15 minuten over.

Related image

Daarna hebben we één uur lang vragen gesteld over de case om te achterhalen wat er allemaal nog meer speelde rond deze case, wat de achterliggende gedachten waren van de betrokkenen bij de case, wat de grenzen zijn van je aanpassen, wat een dominante cultuur is, of een dominante cultuur ook verandert zonder nieuwe toetreders, wat de invloed van nieuwe deelnemers op een cultuur is, of je aanpassen aan een nieuwe cultuur een geleidelijk proces is of dat je mag verwachten dat dat direct gebeurd, of normen en waarden over gedrag vanzelf verschuiven als je langer in een nieuw land bent, wat de beste strategie is voor begeleiders van vluchtelingen om veranderingen teweeg te brengen bij nieuwe toetreders, wat de rol van Vluchtelingenwerk daarbij is etc…

Ondertussen hield de moderator zich afzijdig van de inhoud van het gesprek en probeerde zij ons op het rechte pad te houden en greep in als iemand bijvoorbeeld te veel psychologiseerde of we met elkaar in discussie gingen. We besloten te stoppen met het gesprek toen we er achter kwamen niet meer met onze filosofische vraag bezig te zijn maar met een nieuwe filosofische vraag. Daarna volgde evaluatie en kon iedereen aangeven wat hij/zij van het Socratisch gesprek vond en of het nog nieuwe inzichten had opgeleverd.

Over twee inzichten waren we het allemaal wel eens: ‘diversiteit is een verrijking voor de samenleving’ en ‘veranderen is lastig voor iedereen en gaat meestal gepaard met conflicten’.  Daar waren wij het met zijn zevenen over eens hoewel we beseften dat anderen buiten onze groep daar waarschijnlijk anders over zullen denken, wat dan weer het nieuwe inzicht opleverde dat ‘mensen die in staat zijn een Socratisch gesprek te voeren denken genuanceerder dan mensen die dat niet kunnen’. Maar dat is dan ook weer een nieuwe vraag…

Zelf vond ik dit een geslaagde sessie, het is een verademing eens een gesprek te voeren zonder dat iedereen continu met elkaar in de clinch ligt en op het scherp van de snede met elkaar discussieert en de deelnemers niet bereid zijn op grond van argumenten of nieuwe inzichten van standpunt te veranderen. We hebben als groep nog twee nieuwe socratische gesprekken gepland, ik hou jullie op de hoogte!