Tag Archives: Schrijversvakschool

Schoonheid en Troost…

Deze week deelgenomen aan een schrijfweek in Het Beauforthuis in Austerlitz en daar in een groep van 10 mensen in de Boskamer aan een schrijftafel zitten mijmeren en schrijven over Schoonheid en Troost.  Dit leken me interessante begrippen om eens verder ut te diepen in mijn Queeste naar De Waarheid en De Zin van het Bestaan. Uitgangspunt van de cursus was een serie interviews door Wim Kayzer voor de VPRO televisie met schrijvers, wetenschappers, filosofen, beeldend kunstenaars en musici over de kernvraag ‘Wat het bestaan de moeite waard maakt (of niet…)’. Op basis van deze interview is een boek verschenen en de interviews zijn te downloaden op de site van de VPRO.

Schoonheid en Troost zijn mooie begrippen waar veel over te zeggen valt maar zo gauw je het over de onderlinge samenhang hebt kom je volgens mij in de gevarenzone, dat bleek ook tijdens de schrijfsessies deze week. Als je een verschillende lading geeft aan deze begrippen gaat het praten over de onderlinge samenhang snel mis. Dat is dan ook een van de grootste problemen van de Geestwetenschappen: ze bijven vaak steken in de fase van de begripsdefinitie en als je het daar met elkaar niet over eens kunt worden is het verder uitbouwen van een verklaringsmodel heel moeilijk, zo niet onmogelijk. Ik heb zelf Sociologie gestudeerd en weet hoe moeilijk is met het sociologische begrippenapparaat achteraf zaken te verklaren laat staan een blik in de toekomst te werpen en voorspellingen te doen.

Toch hierbij een bescheiden poging van mij kant iets over Schoonheid en Troost te zeggen na daar een paar dagen mee bezig te zijn geweest en ook met anderen daarover gesproken te hebben. Volgens mij zit ‘het gevoel van’ Schoonheid tussen de oren en is het iets subjectiefs en wordt Schoonheid door iedereen anders ervaren. Lees je een tekst dan krijgt iedereen daar zijn eigen associaties bij, hoor je muziek dan raakt de een in vervoering terwijl het de ander juist getroost wordt en een weer iemand anders niet kan wachten tot het afgelopen is, zie je de zon opgaan dan vind jij dat mooi terwijl de ander zit te verlangen naar een stevige regenbui.

Als ik aan schoonheid denk denk ik in eerste instantie aan kunst omdat dat iets is waar ik zelf in geïnteresseerd ben maar dat hoeft niet voor iedereen zo te zijn. Schoonheid kan ook ervaren worden in de natuur of de blik in iemands ogen, dat is individueel bepaald. En Kunst en Schoonheid vallen ook niet altijd samen omdat de kunstenaar los wil komen van wat was en iets nieuws wil creëren, een kunstenaar loopt vaak vooruit en verkent onbekende wegen en probeert dit voor ons vast te leggen en niet altijd met de bedoeling Schoonheid te creëren: kunst kan ook schokkerend zijn, opzettelijk lelijk en bedoeld om heilige huisjes omver te werpen. Van Gogh heeft de aardappeleters echt niet geschilderd omdat hij iets moois wou maken, hij wilde de harde werkelijkheid van arme mensen vastleggen en deed dit met harde lijnen. Zijn doelstelling was volgens mij eerder sociaal dan ingegeven door een verlangen schoonheid te creëren. Toch vinden velen dit nu mooi en ervaren ze de Schoonheid van dit schilderij.

Waar bij mij de Schoonheid in  eerste instantie gekoppeld wordt aan de kunst bleek dat afgelopen week bij veel van mijn medecursisten niet het geval te zijn. Kunst kwam alleen zijdelings aan de orde terwijl de Liefde, de Natuur, Geluk en Troost wel uitgebreid aan de orde kwamen. De vraag welk kunstwerk vind je mooi is dan ook de afgelopen dagen niet aan de orde gekomen terwijl vorig jaar tijdens de schrijfcursus van Wim Brandt die vraag door hem wel gesteld werd, ik heb daar toen onderstaand stukje over geschreven. Ongetwijfeld zal Wim Kaizer daar in de interviews met de kunstenaars wel over gesproken hebben maar de afgelopen dagen kwam dat niet aan de orde, dat zal wel met de potentiële doelgroep van de cursus te maken die in Amsterdam toch iets anders is dan in Zeist.

Er is zeker een relatie tussen schoonheid en troost maar ook dat is niet één op één voor iedereen zo. Ikzelf loop graag door een museum als ik even van de leg ben en meestal kom ik dan geïnspireerd en verfrist weer naar buiten en heb ik er weer zin in. En soms kan een mooi uitzicht of een spelend kind even alles waar je mee bezig bent relativeren en geeft dat je troost. Maar ook hier geldt dat kunst meer is dan dat alleen, het kan ook vervoeren en creatieve krachten bij je oproepen waar je erg blij van wordt.

Kortom: Schoonheid en Troost zijn moeilijk te definiëren begrippen en hebben iets magisch waarbij bewustzijn en onderbewustzijn, ratio en gevoel, reflectie en creatie bij elkaar komen, er in ene gewoon is en ervaren kan worden voor wie er voor open staat…

Hieronder het stukje dat ik vorig jaar schreef tijdens de schrijverscursus van Wim Brands:

De bedreigde zwaan (voorjaar 2016).

Rijksmuseum, “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn, tijdgenoot van Rembrandt, en geschilderd rond 1650.

Ik ben op dit moment het boek “Wat is een kunstenaar?” aan het lezen van Sarah Thornton. Sarah heeft voor haar boek 33 kunstenaars geïnterviewd en gevraagd wat hen tot een kunstenaar maakt. Niet de vraag “Wat maakt jouw werk kunst” staat in het boek centraal maar wat iemand tot kunstenaar maakt waardoor hij in staat is kunst te maken. Overigens heet het oorspronkelijke boek in het Engels “33 Artist in 3 Acts” wat een andere lading aan het boek geeft en meer diversiteit suggereert dan de Nederlandse titiel. Op de vraag “Wat is een kunstenaar” zijn vele antwoorden mogelijk.

Ik was gisteren in een museum en wat mij dan altijd weer opvalt is dat er tegenwoordig bij tentoonstellingen steevast een film over het leven van de kunstenaar wordt vertoond naast de nodige andere audiovisuele media die ons uitleggen wat we eigenlijk zien. Toppunt was twee jaar geleden een museum in Duitsland waar je alleen naar binnen kunt als je mee doet aan zo’n rondleiding met een koptelefoon op. Allemaal achter de juf aan en uitleg krijgen in je eigen taal, solo rondlopen mocht niet. Dat heb ik dus geweigerd, ik kijk en informeer me liever zelf! (1)

Je kan een schilderij ook gewoon mooi vinden en een goed voorbeeld van een mooi schilderij is voor mij “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn in het Rijksmuseum, destijds de eerste aankoop van het Rijks. Wanneer ik de eregalerij oploop trekt dit werk me als een magneet aan. Het schilderij is beeldvullend, levensgroot en levensecht geschilderd. De zwaan komt dapper, krachtig en vol vuur recht op je af, met deze zwaan valt niet te spotten! De symboliek van de zwaan die normaal vreedzaam is en als het nodig is zijn kroost met alle macht beschermd maakt het schilderij ook mooi.

Als je dichterbij komt blijken er twee woorden aan het werk toegevoegd: “Raadspensionaris” en “Holland” volgens kenners verwijzend naar Johan de Witt waardoor het schilderij destijds een politieke lading kreeg. Dit is niet door Jan Asselijn zelf gedaan, hij overleed in 1652 en Johan de Witt werd pas in 1653 “Raadspensionaris”. Het is niet bekend of Jan Asselijn er uitgesproken politieke standpunten op nahield, het blijkt in ieder geval niet uit zijn andere werk. Het kan net zo goed zijn dat hij met dit werk gewoon een bedreigde zwaan wilde uitbeelden. Door deze toevoeging wordt ons dus een bepaalde visie op dit schilderij opgedrongen. Ook toen deed men dus al aan kunstmarketing maar toen ging het nog om het kunst object zelf en niet de kunstenaar.

(1) Inmiddels heb ik in dat zelfde museum wel de rondleiding gevolgd en wel van een alleraardigste dame die ons enorm de ruimte gaf zelf rond te lopen en alleen indien gevraagd een toelichting gaf, top! 

Drie jaar bloggen…

Het moet zo’n veertig jaar geleden zijn geweest dat ik op de fiets ben gestapt en zonder doel voor ogen en met maar 1.000 gulden op zak richting het zuiden ben gaan fietsen. Ik zat tussen een baan en een studie in (The Story of My Life…) en had 2,5 maand niets te doen en dit leek me de meest goedkope en aangename manier om de tijd te doden. Ik had mijn Batavus racefiets tweedehands voor 100 gulden bij een tweedehands zaak in Groningen gekocht. Dit wonder der techniek had zowaar vijf versnellingen, menig modern fietser zou er zijn neus voorop halen (lees meer in mijn blog De eenzame fietser).

Ongeoefend stapte ik op de fiets, zonder reserveband of remblokjes en alleen een bandenreparatieset van Simson. Omdat het de eerste drie weken regende zat er niets anders op door te blijven fietsen in de hoop dat ergens in het zuiden de zon zou gaan schijnen. Gelukkig deed Nederland dat jaar mee aan een EK of WK (ik zou niet meer weten welk) en werd ik als sportieve fietsende Nederlander ’s avonds gefêteerd door de andere campinggasten wanneer ik tijdens de wedstrijden bij de TV in ‘La Salle des Fêtes’ aanschoof en gastvrij menig drankje kreeg aangeboden terwijl iedereen om me heen ‘Johan Cruijff’ riep (ik had toen ook lang haar). Na drie weken fietsen begon de zon plots te schijnen en zag ik een bordje langs de kant van de weg staan: ‘Madrid 400 km.’. Dan pakken we die kilometers nog even mee dacht ik toen en twee dagen later zat ik op een zonnig terras in Madrid, mijn conditie was inmiddels puik! Hieronder een foto van mij in die tijd en op de achtergrond een stukje van mijn Batavus.

foto van Gerard Geerlings.

Daarna besloot ik het wat kalmer aan te doen en ben ik langs de Portugese kust gaan fietsen en zwemmen tot mijn geld op was. In totaal heb ik toen 5.000 km. gefietst en naast de vele lekke banden heeft de Batavus me niet in de steek gelaten hoewel de binnenbanden aan het eind van de tocht wel gatenkaas leken. Een keer had ik de pech dat bij het bandenplakken mijn ventiel de afgrond in gleed en ik hier uren naar op zoek ben geweest, daar heb ik toen de basisprincipes van Zen geleerd. Uiteindelijk ben ik naar beneden geklauterd en heb ik hem gevonden en kon ik weer verder. Extra remblokjes zou achteraf ook wel handig zijn geweest met name als je in de Pyreneeën met een rotvaart naar beneden rijdt op de snelweg terwijl de vrachtauto’s om je heen ervan uit gaan dat je wel opzij zal gaan als ze hebben getoeterd…

Sindsdien is dit een belangrijk levensmotto van mij geworden: gewoon starten als je iets graag wilt en niet teveel nadenken over de planning, het budget en de risico’s anders blijf je stil staan en gebeurt er nooit wat. Problemen en tegenslagen die je onderweg tegenkomt zijn er om op te lossen. Soms sla je helemaal de plank mis maar dan is het zaak niet teveel achterom te kijken, te leren van je fouten en weer vol energie verder te gaan, daarom was ik destijds ook succesvol als project manager (hoewel niet iedereen dat met me mee eens zal zijn…). Ik noem dit zelf overigens de intuïtief incrementele methode, en dat klinkt dan weer wijs toch?

En zo is het eigenlijk ook gegaan toen ik ruim drie jaar geleden besloot te gaan bloggen. Gewoon zelf een simpele blog aangemaakt in WordPress en vier uur later stond mijn eerste blog over Yoga online! En daarna gewoon lekker stukjes gaan schrijven, al doende leert men. Niks Search Engine Optimalization (SOA), Social Media Strategy en Customer Experience: als je maar lang genoeg doorgaat wordt je vanzelf beter en krijg je vanzelf meer lezers! intuïtief incrementeel bloggen dus…

Image result for schrijversvakschool

Wel heb ik begin vorig jaar een schrijverscursus gedaan bij Wim Brands op de Schrijversvakschool in Amsterdam, een instituut dat schrijvers de mogelijkheid geeft wat bij te verdienen naast de karige inkomsten die zij krijgen uit de verkoop van hun eigen werk. Een slimme formule want er zijn heel wat mensen die denken via schrijven de kost te kunnen gaan verdienen en er wordt heel wat geschreven in Nederland en het geven van schrijfcursussen  voor al deze mensen is voor sommige schrijvers een betere business case dan zelf schrijven. Wel belangrijk overigens dat je goed kunt netwerken in dit wereldje en je profiel marketingtechnisch OK is…een problematisch verleden is dan marketingtechnisch een voordeel.

Inmiddels drie jaar later hebben meer dan 140.000 bezoekers mijn site in totaal meer dan een 1.000.000 keer bezocht en neemt het aantal bezoeken per dag geleidelijk toe, nu zo’n 1,700 per dag. Menig professioneel schrijver zou daar jaloers op zijn. Daarbij moet ik wel aantekenen dat er tegenwoordig ook bots zijn die je website automatisch bezoeken en dat het bezoeken van je blog  niet gelijk staat aan het lezen maar dat geldt natuurlijk ook voor papieren boeken. En sommige blogs worden continue goed bezocht zoals bijvoorbeeld momenteel Mag ik het met jouw robot doen?, opvallend genoeg alleen door de week en niet in het weekend dus waarschijnlijk wordt die ergens in het onderwijs gebruikt.

Wat me wel is opgevallen is dat je qua performance beter kort kan schrijven als lang, beter over iets privés dan iets ingewikkelds en dat het aantal views sterk afhangt van het tijdstip dat je iets online zet: vrijdagavond rond 21:00 is het best, dan zijn de meeste lezers online…

Als bijlage bij deze blog een PDF met mijn 22 meest gelezen blogs:

ON A MARCHE SUR LA LUNE – BLOGS 2014 2017 – GERARD GEERLINGS

Wim Brands

De afgelopen maanden volgde ik een schrijverstraining bij de schrijversvakschool in Amsterdam gegeven door Wim Brands. Wim gaf ons wekelijks een schrijfopdracht mee naar huis en liet ons tijdens de les onze schrijfsels voorlezen waarna hij ons uitnodigde op elkaars werk te reageren. Pas daarna gaf hij ons op zijn kenmerkende, geïnteresseerde manier feedback. Af en toe stopte hij onverwacht en gaf een nieuwe opdracht die we dan ter plekke moesten uitwerken.

Wim Brands

Wim nam ons serieus en had geen voorkeuren: alle tien deelnemers kregen dezelfde  aandacht waardoor iedereen zich in de groep veilig voelde en kon uiten. De laatste les viel het me op dat hij er met zijn hoofd niet bij was en veel met zijn smartphone bezig was. Aan het eind van de les stond hij op met een ‘Het gaat de goed kant op!’ en weg was hij, het zou de laatste keer zijn. We kregen te horen dat hij ziek was en zijn lessen werden door een andere schrijver overgenomen.

Wat ik met name van Wim geleerd heb is dat schrijven begint met goed en aandachtig lezen wat je op papier hebt gezet: wat staat daar eigenlijk en is dat niet alleen voor jezelf maar ook voor anderen begrijpelijk? In een van de lessen had Wim vier boeken bij zich waaruit hij ons de eerste alinea liet lezen met de vraag: kloppen de zinnen die hier staan? En steeds vonden we wel wat… Wim was vooral een meester in het lezen!

Een van de opdrachten die we kregen was een verhaal te schrijven op basis van de beginregel van een gedicht van Louise Glück, ik begreep dat hij daar erg van onder de indruk was:

Trillium – Louise Glück
March 23, 2009

When I woke up I was in a forest. The dark
seemed natural, the sky through the pine trees
thick with many lights.

I knew nothing; I could do nothing but see.
And as I watched, all the lights of heaven
faded to make a single thing, a fire
burning through the cool firs.
Then it wasn’t possible any longer
to stare at heaven and not be destroyed.

Are there souls that need
death’s presence, as I require protection?
I think if I speak long enough
I will answer that question, I will see
whatever they see, a ladder
reaching through the firs, whatever
calls them to exchange their lives—

Think what I understand already.
I woke up ignorant in a forest;
only a moment ago, I didn’t know my voice
if one were given to me
would be so full of grief, my sentences
like cries strung together.
I didn’t even know I felt grief
until that word came, until I felt
rain streaming from me

‘                                                                           ‘

Bored couples

Bored couples

“En, hoe was je vakantie?’, vroeg de blonde vrouw aan de gezette vrouw met de zwarte krullen die iets verderop in de trein tegenover haar zat. “Verschrikkelijk!”, antwoorde ze “Johan had weer allerlei dingen gepland en uitrusten stond niet op zijn programma op Kreta”. “Gelukkig was het daar niet zo heet maar het was doodvermoeiend steeds achter hem aan te sjokken van het ene mooie dorpje naar het andere pittoreske plaatsje, museum of strand, continu waren we op pad.”

“De grootste ramp was een wandeling die hij wilde maken naar het strand van “hoogstens een uurtje”, volgens hem goed aangegeven en met mooie vergezichten, “dat moet jij dus makkelijk aan kunnen”, had hij daarbij gezegd. Ik mijn sportschoenen aan en wij samen op pad. Het begon mooi maar al snel werd het landschap saai en liepen we tussen de nieuwbouwprojecten en over pas aangelegde paden die soms plots ophielden. Hij wilde per se doorlopen want volgens zijn route- en stappenteller “liepen we in de goede richting en moest ik even geduld hebben, we zouden zo op het mooie pad naar zee komen” “.

“Dat zeggen ze altijd”, zie de blonde vrouw, ‘Ik trap daar niet meer in, laat hem altijd alleen lopen dan kan ik plat bij het zwembad”. “Ik moet altijd mee van Johan”, zei haar vriendin en als ik zoiets voorstel of iets anders wil zijn er zoveel redenen waarom dit niet kan, dat heb ik opgegeven”. “Het zit schijnbaar in de familie”, zie de blonde vrouw, blijkbaar waren het schoonzussen.

“Het werd steeds erger, warmer en het pad slechter en toen ik op een gegeven moment voorstelde een taxi te nemen werd hij boos en liep koppig door; ik er maar weer achteraan sjokken dus… Zijn conditie is een stuk beter dan de mijne en mijn voeten deden erg zeer”. “Sportschoenen zijn ook niet optimaal om lange stukken mee te lopen op slecht terrein”, vulde de schoonzus aan. “Uiteindelijk, na ruim vijf uur lopen, hebben we toch een taxi teruggenomen en moesten we de lokale chauffeur een fortuin betalen voor de rit, dat was natuurlijk mijn schuld “want we waren er bijna” natuurlijk!”, en een diepe zucht volgde.

“Terug in het appartement met uitzicht op de bouwwerkzaamheden en constant lawaai van machines ben ik op bed gaan liggen en er die dag niet meer uitgekomen, zo moe was ik. Johan heb ik die dag niet meer gezien tot hij ’s avonds laat het bed in schoof, ik deed net of ik sliep.” “De volgende dag hebben we het nergens meer over gehad en begonnen we aan ons volgende uitstapje, gelukkig had hij een huurauto geregeld”.

“Blij dat we weer thuis zijn”, zei de vrouw met het zwarte haar, “Hij is gelukkig weer aan het werk en dan is het best met hem uit te houden. Vakanties, van mij hadden die niet uitgevonden hoeven worden!”. “Wacht maar tot hij pensioen gaat”, zei de blonde vrouw, “Je moet er toch eens over na gaan denken hoe je dat met hem gaat aanpakken, anders heb je geen leven”. “Ik denk dat ik maar een hond neem”, zei de ander, “Kan hij die gaan uitlaten en is hij even weg. Ik probeer hem al te interesseren voor vissen net als jouw man, is hij af en toe wat langer weg…”.

Laatste opdracht Schrijversvakschool maart 2016 van Maaike Bergstra die het vorige week van Wim Brands overnam omdat hij plots ziek was geworden: “Maak een verhaal op basis van bovenstaande foto van Martin Parr uit de serie “Bored couples”.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Nadat ik bovenstaand verhaal op mijn blog heb gepost over een foto uit de serie ‘Bored couples” van Martin Parr lees ik een half uur later een recensie in NRC over een boek van Tim Parks “Thomas and Mary” die een andere beklemmende foto uit de serie van Martin Parr als illustratie gebruikt, bestaat toeval eigenlijk wel of zit hier een onzichtbare hand achter?

Wolf

Wolf kwam binnen en keek om zich heen, niemand keek naar hem of zijn werk. Aarzelend liep hij naar een van de pratende groepjes. Een grote rood aangelopen man, keurig in het pak, was bezig anekdotes te vertellen over ene Jaap, een zeer succesvol kunstenaar die blijkbaar niet aanwezig was. Hij deed net of hij geïnteresseerd stond te luisteren. Lastig, gezelschappen, dacht hij. Het liefst zat hij thuis maar hij had er niet onderuit gekund hiernaartoe te gaan. Hij had genoeg aan zichzelf en in gezelschap van anderen voelde hij zich eenzamer dan alleen.

De vernisageHoewel hij een half uur na aanvang was gearriveerd was Carla, die dit georganiseerd had, nog niet binnen. Een knappe jonge dame kwam langs met een schaal kunstig versierde hapjes. Terwijl hij er een pakte richtte de anekdote vertellende man zich tot hem en vroeg: “En wie bent U? Ik heb U hier nog niet eerder gezien.”. Nu was het zijn beurt rood aan te lopen, praten ging hem sowieso slecht af en met een volle mond des te slechter.

Na een paar happen lucht te hebben genomen wist hij te zeggen: “Mijn naam is Wolf, en wie bent U?”. Een tegenvraag stellen werkte het beste in zo’n situatie. De man stak zijn hand uit en zei: “Van der Wall, kunsthandelaar”. Het werd even stil tot de man weer van wal stak, deze keer over Ai Weiwei die zich had laten fotograferen in de houding van het verdronken Syrische kind op het strand van Lesbos. “Schande, met zijn verhuizing naar Europa heeft Ai zijn obsessie met de Chinese machthebbers achter zich gelaten en richt zijn pijlen nu op ons”, zei van der Wall “het is hier lang niet zo slecht als in China”.

Ai Weiwei BeachVanuit zijn ooghoeken zag Wolf Carla binnenkomen, automatisch keerden vele blikken zich naar haar en stralend en groetend liep ze haar rondje, hem had ze nog niet gezien. Vrouwen als Carla die nog de goede leeftijd hadden straalden continu een soort genieten van het leven uit waar hij niet zo goed tegen kon, hij wist dat dat vanzelf over zou gaan.

“De boodschap en zijn brenger worden bij Ai Weiwei zo langzamerhand belangrijker dan zijn werk”, zei Wolf “en de kwaliteit van zijn foto’s is abominabel. Kunst zou voor zichzelf moeten spreken zonder dat de persoon van de kunstenaar een rol speelt”. Ondanks verschillende argumenten waren Wolf en van der Wall het eigenlijk wel met elkaar eens.

Carla had eindelijk ontdekt waar hij stond en liep enthousiast op hem af “Hoi Wolf, mooi dat je gekomen bent, we gaan zo beginnen!” zei ze. Verbaasd keek iedereen naar Wolf. “Heb je jezelf niet voorgesteld Wolf? Dit is de kunstenaar die al dit mooie werk hier heeft gemaakt!”.  Het werd plots stil in het gezelschap en van de Wall keek Wolf verbaasd aan en daarna naar de schilderijen aan de muur; hij had nog geen tijd gehad ze te bekijken.

Toen ik wakker werd was ik in een woud

Calais

Toen ik wakker werd was ik in een woud, om me heen zag ik de meest vreemde bouwsels, haastig gemaakt door passanten die hier, net als ik, niet waren om te blijven. Tussen de kale bomen was alles grauw, grijs, vochtig en een puinhoop door de achtergelaten spullen die overal in de modder verspreid lagen. Vage schimmen sjokten zwaar door de zompige klei en verdwenen tussen de hoge bomen of in de zelf gefabriceerde, rook en regen lekkende hutten en uitgeleefde tenten.

Het had de hele nacht geregend, zelfs wanneer het niet regende bleven de druppels van de bomen naar beneden komen. Het was me niet gelukt in het donker in deze chaos een slaapplek te vinden. Uiteindelijk was ik onder een stuk plastic gaan liggen en pas na uren in slaap gevallen. Nu ik wakker werd voelde ik de kou, met name in mijn voeten die onder het plastic uitstaken. Dof dreunde het in mijn hoofd op het ritme van mijn hart en ik voelde overal spierpijn; de reis hiernaartoe had zijn sporen achtergelaten.

Zoals elke dag bij het wakker worden maakte een mengeling van angst, paniek, verdriet en boosheid zich van mij meester en moest ik denken aan mijn familie die ik achter had moeten laten en waarom God ons zo straft. Ik ben altijd een gelovig man geweest en heb altijd gedaan wat ons werd voorgeschreven en in vrede geleefd in het land waar mijn familie generaties lang heeft gewoond en dat nu niet mee bestaat.

Mijn adem werd bij het aanraken van de buitenlucht omgezet in damp die zich vermengde met de nevel die over het woud hing en die op haar beurt weer werd gevoed door de rook van de vele vuurtjes die werden gestookt om het warm te krijgen. Alles wat brandbaar was werd gebruikt waardoor het penetrant stonk. Ik pakte mijn spullen bij elkaar en liep naar het dichtstbijzijnde vuur en sloot me aan bij de groep mensen die zich hier aan het warmen waren en die net als ik allemaal op weg waren naar de overkant. Niemand zei iets, niemand kende elkaar en en niemand wilde elkaar leren kennen, ik ook niet. Hier was het ieder voor zich in dit woud vol verworpenen der aarde.

L’important c’est la rose…

Daar zit je dan, 76 jaar oud met een achttien jaar jongere man tegenover je die je helpt met eten omdat je te veel bibbert om dit zelf te kunnen. Wel goed verzorgd, ondanks alles een dame met een mooie ketting, een chique horloge en dure ringen aan de vingers. Sinds gisteren ben je opgenomen op de afdeling palliatieve zorg waar ik als vrijwilliger af en toe een paar uurtjes meehelp. Net opgenomen in een kale kamer met alleen de noodzakelijke voorzieningen en zonder enig persoonlijk spoor behalve dan een eenzame ansichtkaart in de vensterbank. Je staart het liefst naar buiten waar je achter de kaart de bomen van het bosrijke Zon en Schild op de wind ziet mee bewegen.

De ontmoeting begon koppig, bijna boos, het duurde even voor je je liet helpen. Wel kwam er af en toe een stroom woorden uit jouw mond, meest Nederlands, maar ook Frans en een beetje Duits. De verpleegkundige hadden me verteld dat je als kind in Parijs had gewoond, geen van de verpleegkundigen kon echter haar Frans verstaan, een hersentumor doet vreemde dingen met je. Dus maar even alles in mijn beste Frans gedaan: ‘Vous voulez du fromage, pâté ou confiture?’ Dat ging beter dus ging ik verder met ‘Du pain, du vin et du Bousin?’. Tussen alle woorden, die niet altijd te verstaan en samenhangend waren, kwam het woord ‘Becaud’ een aantal keer voor. Mooi aanknopingspunt, dus vroeg ik je of je van zijn muziek houdt. Toen begonnen je oogjes te glimmen.

Gilbert Becaud

Vanaf mijn smart phone met Spotify heb ik toen een paar nummers van Becaud en Aznavour voor je afgespeeld. Dat vond je prachtig, je zong mee op ‘L’important c’est la rose’ en wist zelfs met gebaren het plotse einde van ‘Et maintenant’ aan te geven! Je droomde weg op Becaud’s muziek naar lang vervlogen tijden terwijl je bleef kijken naar de bomen buiten en de eenzame ansichtkaart. En daar word ik dan wel weer een beetje triest van. Je bent ernstig ziek en je hebt niet veel tijd meer. Maar wel mooie herinneringen…..

Negatief

Onderweg naar het café besloot ik de kortste weg te nemen langs de molen. Ik moest me haasten want ik was te laat vertrokken. Plots, in een flits, zag ik haar lopen. Onze blikken werden meteen gevangen, er was geen ontkomen meer aan. Ik liep naar haar toe, gaf haar een kus, en probeerde krampachtig te lachen. “Dat is lang geleden Marion”, zei ik, “dat we elkaar nu juist op deze plek moeten tegenkomen”. Vlak bij deze plek woont haar moeder. “Ik loop hier elke dag” zei ze “dus zo toevallig is dat niet”. Er zat een sarcastische toon in haar stem, hetzelfde toontje dat mij destijds zo was gaan tegenstaan. “Hans, we moeten praten” zei ze terwijl ze mij strak aankeek, “heb je nu even tijd?”.

Sinds we uit elkaar waren gegaan hadden we elkaar niet meer gesproken en er waren inderdaad nog een paar zaken die ik graag geregeld wilde hebben. Toen ik destijds gehaast onze etage had verlaten had ik zonder erbij na te denken mijn fotonegatieven achterlaten uit het pre digitale tijdperk. Omdat Ik geen zin had in een nieuwe escalatie was ik daar niet op terug gekomen. Daar heb ik later veel spijt van gekregen want diverse opdrachtgevers hadden om nieuwe afdrukken gebeld die ik niet kon leveren, dat had mij geld en klanten gekost. Wie weet was dit het moment om een poging te wagen ze terug te krijgen.

“OK, goed plan, moet ik wel mijn afspraak cancelen, weet jij iets in de buurt?” vroeg ik. “Ik woon hier vlakbij, niet ver lopen, was net op weg naar huis” reageerde ze snel. De reden dat we uit elkaar waren gegaan was dat Marion zwanger was geraakt en ik geweigerd had mijn verantwoordelijkheid te nemen. Ik voelde er niet veel voor zo jong al vader te zijn en tevens had ik mijn twijfels bij Marion. Zij had al besloten het kind te houden toen ze het aan mij vertelde en daar was ik behoorlijk kwaad om geworden.

Ik kon niet meer terug besefte ik, ik had voor ik het wist ingestemd. Tegelijkertijd was ik verbaasd dat ze mij bij haar thuis had uitgenodigd en dat ik dus waarschijnlijk ons kind zou zien. Het kind moest nu ongeveer vijf jaar oud zijn. Sinds ik weer alleen woonde had ik vaak aan het kind gedacht en geprobeerd achter Marion’s adres te komen maar dat was niet gelukt. Er moesten genoeg mensen in mijn vriendenkring zijn die nog contact met haar hadden maar niemand wilde mij iets vertellen, ze was altijd al goed geweest in het manipuleren van anderen. Als ik er naar vroeg was het antwoord altijd hetzelfde: Marion wilde geen contact. Wat was er veranderd dat ze dat nu wel wilde?

Terwijl we de trap naar de bovenwoning opliepen hoorde ik boven praten. Een kinderstem maakte lawaai en een mannenstem deed vergeefs pogingen het kind tot de orde te roepen. Voordat ik het wist stond ik midden in de huiskamer: klein, rommelig en vol speelgoed. De TV stond aan en een voor mij onbekende man zat op de bank naar CNN te kijken terwijl het kind aan het spelen was. “Hoe heet je?” vroeg ik aan het kind. “Sem” zei hij terwijl hij vragend naar zijn moeder keek. “Mag ik je even voorstellen” zei Marion, “dit is Martin”. Natuurlijk, dacht ik, Marion is er de vrouw niet naar alleen door het leven te gaan. Dit soort vrouwen wil kost wat kost een man en zorgt er wel voor een man aan zich te binden voordat de ouderdom toeslaat, arme Martin.

Dit is dus mijn zoon, dacht ik terwijl ik naar het mormel keek die het inmiddels op een nog harder krijsen had gezet. Marion keek me aan en zei: “Sem is een beetje moe, hij heeft een lange dag in de crèche achter de rug, we hebben allebei een drukke baan en Martin heeft Sem net opgehaald. Hoe is het met je? Zullen we even in de keuken gaan zitten? Praat wat makkelijker”. Kind en man wisten blijkbaar niet wie ik ben, schijnbaar nam Marion wel vaker vreemde mannen mee naar huis. Terwijl we aan de keukentafel gingen zitten gingen er allerlei vragen door me heen: waarom doet ze dit, wat verwacht ze van me, hoe breng ik de negatieven ter sprake? Als ik het slim aanpakte kreeg ik ze misschien wel terug!

“Ben je nog steeds bezig met fotografie” vroeg Marion. ‘Ja”, zei ik, “de zaken lopen goed”. “En jij, werk je nog steeds in de marketing?”. “Nee, na een reorganisatie ben ik eruit gegooid en ik werk nu als ZZP’er. Wel lastig aan klussen te komen dus ik pak alles aan”. “Hoe hebben jullie het met Sem geregeld?” vroeg ik. “Hoe heb ik dat geregeld”, zei ze bits, “Dat gaat je niks aan”. “Sorry” zei ik, “ik wil me er niet mee bemoeien”. Vreemd hoe je zo snel al weer in het oude patroon valt ook al heb je elkaar jaren niet gezien. “Hoe gaat het met Sem”, probeerde ik om mijn menselijke kant te laten zien. Wantrouwend keek ze me aan “Sem is het beste wat ons ooit overkomen is…”. En ik het slechtste, dacht ik er meteen achteraan maar ik hield me in.

“Waarom heb je me hier bij je thuis uitgenodigd?”, vroeg ik haar. Ze stond op, schonk twee mokken koffie voor ons in, ging weer zitten en zei toen: “Ik denk dat er nog een paar dingen zijn die we nog moeten regelen…” en ze liet een stilte vallen terwijl zij me aan bleef kijken. Dat wil ik ook dacht ik, maar waarschijnlijk andere dan jij. “Waar heb je het dan over” zei ik, het was waarschijnlijk beter er eerst achter te komen wat ze wilde voordat ik over mijn negatieven begon. ‘Ik heb nog wat spullen van je die je waarschijnlijk graag terug wil hebben” zei ze. Dat had ik niet verwacht, ik dacht dat ze het over Sem ging hebben. Ik voelde me ineens een stuk beter. “Klopt”, zei ik, “Die zou ik graag terug willen!”.

“Je kunt ze terugkrijgen, maar onder een voorwaarde. Ik wil dat je nooit meer contact met me opneemt of met onze gezamenlijke kennissen over me roddelt”. “Wat bedoel je?” vroeg ik verbaast. “Je loopt iedereen stoer te zeggen dat je een kind van me hebt en dat is niet het geval”. “Maar Sem dan..”, stamelde ik. “Die is niet van mij maar van Martin, ik heb geen kind van je”. “Maar..” stamelde ik. Ik kreeg de kans niet nog wat te zeggen. Snel liep ze de kamer uit en kwam na een paar minuten met twee dozen terug. “Hier zij ze”, “dit is het en veel plezier ermee”. Ik stond op en liep verward met de dozen naar beneden. Onderaan de trap keek ik er snel in: er zat alleen oude troep van me in en niet de gewenste negatieven. “Maar waar zijn dan mijn negatieven?” riep ik naar boven. Marion stond nog boven aan de trap en keek met afschuw op me neer “Die heb ik weg gedaan, sufferd, wie werkt er nu nog met negatieven…”. Dat rotwijf.

My Story

Eerste verhaal geschreven voor de Schrijversvakschool schrijverstraining januari – maart 2016.

 

Schrijver i.o.

Sinds deze week ben ik schrijver i.o. bij de schrijversvakschool aan de Herengracht in Amsterdam. Afgelopen maandag had ik de eerste sessie onder de bezielende leiding van Wim Brands samen met negen interessante medecursisten. Direct door hem aan het werk gezet en inmiddels bezig met het schrijven van een eerste verhaal op basis van een opdracht. Leuk om te doen maar wel even wennen. Het verhaal heet ‘Negatief’, als het wat wordt zal ik het zeker op deze site zetten.

Schrijversvakschool Amsterdam

De reden waarom ik hiermee aan de slag ga is dat ik het gevoel heb een beetje stil te staan als blogger, de blogs rollen nog wel uit mijn vingers maar het aantal bezoekers van mijn site is al maanden stabiel op zo’n 100 per dag. Heb het gevoel dat er meer in zit vandaar deze stap.

Inmiddels als schrijver, ondanks het feit dat ik niets gepubliceerd heb, toch al wat succes geboekt. Het begon meteen al vlak na de cursus onderweg in de trein terug naar Amersfoort die vol zat met bezopen bezoekers van de Horecava, het grootste jaarlijkse evenement voor de horecasector. Ik had een rustig stukje opgezocht en begon enthousiast op mijn computer mijn eerste verhaal te typen zonder nog op mijn omgeving te letten.

De volgende morgen ontving ik een uitnodiging van een dame op Facebook om vriend te worden en een beleidende mail van haar via Messenger. Ze vertelde dat ze naast me in de trein had gezeten, het niet kon laten mee te lezen, en zo had gezien dat ik, net als zij, op de Schrijversvakschool zit. Ze was ook onderweg naar huis en durfde me niet rechtstreeks aan te spreken omdat ze niet wist of ik student of docent ben. Binnenkort maar eens een kopje koffie met haar gaan drinken…

Wifi Cafe 2

De smaak te pakken besloot ik dezelfde dag met mijn Macbook in een echt Amsterdams café tussen de ZZP’ers en creatieve geesten te gaan zitten die allemaal druk op hun Macbooks aan het mailen, schrijven en netwerken waren en dat allemaal waarschijnlijk ook nog kunnen factureren. Het was erg gezellig en ik had het gevoel dat ik er nu echt bij te horen! De nodige kopjes koffie gedronken en ondertussen flink opgeschoten met mijn verhaal. Toen ik opstond en het het café verliet klonk een gezellig ‘Dag Meneer”, waardoor ik me helaas weer erg oud voelde, maar toch…

En als laatste wapenfeit schiet het aantal bezoekers van mijn site door een onverklaarbare reden ineens omhoog! Gisteren 293 en vandaag om 16:00 al 571 en dat terwijl ik mijn vorige blog een week geleden geschreven heb…(naschrift: het werden er uiteindelijk 883 die dag).

Het bevalt me wel mijn nieuwe status, ik hou jullie op de hoogte van mijn vorderingen!