Tag Archives: Social Media

Wat ben je aan het doen?

‘Wat ben je aan het doen?’ is de vraag die je ziet staan wanneer je iets wil toevoegen aan Facebook. Vreemd genoeg heeft deze sleutelzin, die aangeeft waarover Facebook ons vraagt met onze vrienden te communiceren,  per taal een andere betekenis. Zo komt de Duitse vraag overeen met de onze: ‘Was magst du gerade” hoewel de toevoeging ‘gerade’ meer specifiek is dan de onze die zonder tijdsbepaling een bredere strekking kan hebben.

Maar als je kijkt naar de Engelse openingsvraag ‘What’s on your mind’  gaat het niet meer om wat je doet maar om wat er omgaat in je hoofd, wat je bezig houdt, en in het Frans staat er zelfs ‘Exprimez-vous’ wat een nog bredere uitnodiging is jezelf te uiten en dat kan natuurlijk over van alles gaan.

Bij de Duitse en Nederlandse vraag staat dus het handelen centraal terwijl bij de bedenkers van Facebook in de US het gaat om wat je denkt, nogal een verschil qua invalshoek! Voor ons is het blijkbaar voldoende aan te geven dat we naar de film gaan terwijl voor een Amerikaan het  de bedoeling is uit te leggen waar je aan denkt als je van plan bent naar de film te gaan, wat je dacht toen je de film zag en hoe je de film achteraf vond.

Eigenlijk wel logisch want via WhatsApp, Instagram, en alle andere apps die gebruik maken van GPS weet Facebook allang waar we zijn en welke evenementen we bezoeken en is het dus veel interessanter voor Facebook te weten te komen wat we denken voordat we beslissen iets te doen, hoe we dat ervaren en achteraf waarderen. Marketing technisch belangrijke informatie die ons inzicht geven in bijvoorbeeld het koopgedrag van consumenten, onze tijdsbesteding en politieke voorkeur.

Vandaag publiceerde Facebook nieuwe kwartaalcijfers en voor het eerst in de geschiedenis blijkt dat het aantal bezoekers van Facebook langzaam terugloopt, maar daar heeft Mark Zuckerberg een goede verklaring voor. Zoals uit bovenstaande post blijkt denkt Mark’s brein dat Facebook niet alleen leuk moet zijn maar vooral goed voor het welzijn van iedereen en de samenleving in zijn algemeen met als belangrijkste doelstelling dat we de tijd die we op Facebook doorbrengen goed moeten besteden. Dus wil hij dat we allemaal niet meer naar onzin filmpjes kijken maar gaan werken aan het creëren van ‘betekenisvolle relaties’. Het lagere aantal bezoekers kan dan ook worden verklaard uit wijzigingen die Facebook al heeft geïmplementeerd waardoor wij nu al minder ‘Viral video’s’ te zien krijgen.

Dat willen we natuurlijk allemaal wel, ‘betekenisvolle relaties’, maar het is de vraag of Facebook wat dt betreft niet te ambitieus is. Door deze doelstelling begeeft Facebook zich op de markt van welzijn en geluk en ik moet er niet aan denken dat binnen Facebook in ene een scherm opduikt dat ik niet alleen vrienden heb maar ook betekenisvolle relaties met een aantal van hen en helaas een groot aantal anderen beter kan afvoeren omdat die waarschijnlijk gezien hun Facebook gebruik dat nooit zullen worden…

Digitale levenskunst

Twee van de begrippen die tijdens mijn studie ‘Praktische filosofie‘ centraal staan zijn de begrippen ‘praktische wijsheid’ en ‘levenskunst’.

De Grieken maakten een onderscheid tussen ‘phronèsis‘, praktische wijsheid of verstandigheid, en ‘epistèmè’, kennis. Praktische wijsheid heeft betrekking op concrete situaties en hoe een verstandig iemand het best kan handelen in een concrete situatie, wat kan je dan het beste doen? Om goed te kunnen inschatten wat je het best kunt doen in een gegeven situatie heb je twee dingen nodig: onderscheidingsvermogen en zelfkennis. Onderscheidingvermogen is het vermogen goed te kunnen waarnemen en zelfkennis het vermogen om goed te kunnen inschatten wat het best bij jou past wanneer je iets moet doen. Anders dan algemene kennis is praktische wijsheid direct toepasbaar voor ons en geeft aan hoe we alledaagse situaties  kunnen inschatten en hoe we concreet in zo’n situatie kunnen handelen.

Bij ‘levenskunst’, het woord zegt het al, staat de vraag centraal hoe te leven, hoe kijken we tegen het leven aan en hoe zetten we dat om in praktisch handelen, voor veel filosofen in de oudheid het hoofdthema. Een goed voorbeeld hiervan zijn de overpeinzingen (ook wel meditaties genoemd) van Marcus Aurelius, de laatste verlichte keizer in Rome, die regeerde van 161 tot 180 AC. Hij schreef deze overpeinzingen In het Grieks onder de titel ‘Ta eis heauton’, wat ‘Aan mijzelf’ betekent. Het opschrijven van deze overpeinzingen was voor hem een manier om tot zelfkennis te komen en een middel tot zelfverbetering. Zijn werk is nog steeds goed leesbaar en wordt veel geciteerd en is voor velen een gids geweest met voorschriften voor hun praktisch handelen.

De praktische filosofie heeft dus als doel dat de filosofie niet alleen een louter theoretische exercitie is, maar tot praktische richtlijnen leidt om een gewenste levenshouding te bereiken. Als je weet hoe te handelen in een bepaalde situatie brengt dit minder ‘gedoe’ met zich meebrengt zoals de filosoof René Gude vlak voor zijn overlijden stelde. Volgens mij zijn veel mensen daar wel weer aan toe: praktische leefregels die werken en die het leven zelf aangenamer maken en goed zijn voor je gemoedsrust…

Om dit te onderzoeken heb ik, gedachtig de overpeinzing van Marcus Aurelius hierboven, de afgelopen weken bij mijzelf een test gedaan, het is immers de bedoeling dat zo’n cursus ‘Praktische filosofie‘ bij de ISVW ook nog wat oplevert! Hierbij de resultaten van mijn bevindingen ten aanzien van een onderwerp waar ik al eerder op deze blog geschreven heb zonder met een oplossing te komen: ons excessieve gebruik van het internet en de negatieve gevolgen daarvan.

Concrete situatie:

We zitten allemaal te veel achter onze laptops en mobieltjes. Zo langzamerhand is iedereen er wel van overtuigd dat dat naast positieve ook veel negatieve gevolgen heeft en dat we daar als samenleving niet beter van worden. Zo leidt excessief internet gebruik tot verslaving, concentratieproblemen, slaapgebrek, eenzaamheid etc..

Onderscheidingsvermogen:

Zelfs Apple ziet dit nu als een probleem en zoekt de oplossing in nieuwe apps die de toegankelijkheid van het Internet qua inhoud en duur beperken. Dit gaat volgens mij echter niet werken omdat het gebruik van het internet met gedrag te maken heeft en het wijzigen van ingesleten gedrag is niet zo eenvoudig. Daarbij zou het kunnen helpen om een aantal simpele richtlijnen op te stellen om het online gedrag verbeteren en die als leidraad te nemen bij het Internet gebruik.

Zelfkennis:

  • Ook ik spendeer teveel tijd online met zaken die eigenlijk onzin zijn;
  • Daardoor blijft er minder tijd over voor zaken die meer relevant zijn;
  • Tevens erger me vaak als ik online ben aan de grote aandacht die politici en opiniemakers krijgen die er ongenuanceerde meningen op na houden;
  • Ook stoor me aan het gebrek aan wetenschappelijke en journalistieke kwaliteit van wat er allemaal op het internet gepubliceerd en gepost.

Praktisch handelen:

  • Ik heb alle meldingen op mijn mobiele telefoon uitgezet zodat er niet steeds iets knippert of bromt en mijn aandacht wordt afgeleid van wat ik op dat moment aan het doen ben;
  • Ik heb een flink aantal apps op mijn mobiele telefoon verwijderd die ik ook op mijn laptop staan (LinkedIn, Facebook, Twitter, Instagram), die bekijk ik daar wel als het mij uitkomt;
  • Ik gebruik mijn smart phone alleen nog maar voor telefoon, sms en WhatsApp;
  • Ik heb iedereen waar ik me aan erger wegens ongenuanceerde meningen uit mijn social media verwijderd;
  • Ik neem mijn smart phone niet altijd overal meer mee naar toe.

Gemoedsrust:

Ik kom weer toe aan de (papieren) krant en dat is eigenlijk toch wel met stip mijn meest betrouwbare nieuwsbron. Vaak kwam ik er de laatste tijd niet aan toe die echt goed te lezen en met een dagelijkse frequency van het nieuws heb je eigenlijk wel genoeg informatie om op de hoogte te blijven van wat er allemaal gebeurd. Sterker nog: daardoor krijg je meer achtergrond informatie en een betere filtering van het nieuws dan via social media en online nieuwsmedia. Met medelijden kijk ik nu naar al die mensen die de hele tijd naar hun mobieltje staren en geen aandacht hebben voor wat er om zich heen gebeurd en ik erger me veel minder dan vroeger aan ongenuanceerde meningen. Als bijproduct van het verminderen van mijn internetgebruik zijn de meeste talkshows op de televisie in ene minder interessant geworden omdat die vaak een verlengstuk zijn geworden van social media en vaak onderwerpen behandelen die op het internet hypen. Tevens levert de opschoning op mijn mobiele telefoon een langere gebruiksduur op omdat het verwijderen van apps en uitzetten van meldingen de performance sterk doet verbeteren.

De praktische filosofie kan dus helpen door nieuwe inzichten te geven die leiden tot praktische richtlijnen die het leven zelf aangenamer maken en goed zijn voor je welzijn en gemoedsrust.

Naast bovenstaande case zijn er natuurlijk veel meer van dit soort cases te bedenken die kunnen leiden tot praktische richtlijnen voor de moderne mens die in een snel veranderende wereld naar houvast zoekt. Bij deze een eerste opzetje, een start is gemaakt!

Aanvulling 11 januari 2018.

Kreeg de vraag binnen van Els Beijderwellen wat de vertaling is van de quote van Marcus Aurelius hierboven, leuke uitdaging! Eerst maar even door Google translate gehaald:

‘Laat het je constante methode zijn om te kijken naar het ontwerp van de acties van mensen en te zien waar ze zouden zijn, zo vaak als het praktisch uitvoerbaar is; en om deze gewoonte des te belangrijker te maken, oefen het eerst op jezelf.’

Beetje onduidelijk vertaling, die vertaalprogramma’s hebben zo hun beperkingen, dan maar zelf een poging waarbij ik de vrijheid heb genomen mijn eigen interpretatie erin te verwerken:

‘Onderzoek steeds opnieuw wat iemand zegt van plan te zijn te gaan doen en wat hij/zij feitelijk doet en doe dit zo vaak mogelijk; nog beter, onderzoek dit eerst bij jezelf.’

Socrates zei het al: probeer jezelf zo kort en bondig mogelijk uit te drukken! Als iemand een betere vertaling heeft hoor ik het graag…

Een oceaan aan Big Data…

Vandaag, dinsdag 31 oktober 2017, wordt het muziekstuk ‘Music by Oceans’ uitgevoerd in Gasthuis Leeuwenbergh tijdens een symposium over oceanografie van de Universiteit Utrecht. De componist Stef Veldhuis maakte voor deze compositie gebruik van de data van de meer dan drieduizend drijvende boeien (ankers) die sinds 2007 in onze oceanen dobberen en die door middel van sondes enorme hoeveelheden data verzamelen over het zoutgehalte, de temperatuur, de stroming etc.. Op basis van al deze data kunnen wetenschappers dan weer analyses maken en voorspellingen doen over het weer en het klimaat.

Met diezelfde data kan je dus nog meer doen, zoals blijkt uit uit dit initiatief deze data via een algoritme op basis van muzikale elementen zoals ritme, toonhoogte, duur en dynamiek om te zetten in muziek waardoor we in staat worden gesteld naar oceanen te luisteren om te ervaren of er patronen te onderscheiden zijn. Traditioneel worden bij dit soort analyses gebruik gemaakt van statistische methoden en calculaties en worden de uitkomsten grafisch weergegeven om een en ander inzichtelijk te maken. Door deze data nu ook om te zetten in geluid hopen de onderzoekers ingewikkelde patronen herkenbaar te maken, aldus oceanograaf Erik van Sebille vandaag in een artikel in de Volkskrant.

Voor het symposium in Utrecht zijn 8 composities gemaakt, elk gebaseerd op een andere sonde, en via de website  musicbyoceans.org kan men zelf ook aan de slag om een eigen compositie van oceaanmuziek te maken. Het resultaat levert soms totale chaos maar ook verstilling op, afhankelijk van de plek in de oceaan.

Een interessant experiment, zeker omdat het een enorme uitdaging aan het worden is uit al die grote hoeveelheid data die we ter beschikking hebben zinnige informatie te halen. De huidige digitale analyse technieken zijn niet meer voldoende om aan de toegenomen behoefte aan analyses te voldoen. Het meer dan tien jaar opslaan van al deze data vanuit 3.000+ meetpunten levert enorme hoeveelheden data op.  Een behoorlijke uitdaging maar natuurlijk niets vergeleken bij de hoeveelheden data die tegenwoordig overal verzameld worden nu de combinatie van datacenters en het internet of things de komende jaren de hoeveelheid big data explosief zullen doen groeien.

De kernvraag daarbij is dan hoe je in een oceaan aan big data de ankers moet plaatsen op basis waarvan je meet. Als je uitgaat van oude ankers loop je de kans dat je onderliggende structuren over het hoofd ziet en dan kan het handig zijn kunstenaars van buiten de IT met een eigen visie te hulp te roepen. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten waar dan weer op voortgeborduurd kan worden.

Werk van de Chinese kunstenaar Qiu Zhijie onlangs te zien in het Van Abbe museum in Eindhoven.

Kunstenaars zijn vaak degenen die nieuwe ontwikkelingen vroegtijdig herkennen en het kan interessant zijn deze voor dit soort projecten te gebruiken. Naast muziek kan je ook denken aan andere kunstvormen om big data inzichtelijk te maken zoals bijvoorbeeld een choreografie, een schilderij of een film. Het lijkt me interessant een choreografie te zien van de consumptie van alcohol of een schilderij over je social media netwerk. Wellicht zien we dan verbanden waarvan we ons nu nog niet bewust zijn en gaan we ons andere vragen stellen…

#NotMe

Plots staat de krant vol van verhalen over mannen met macht die aantrekkelijke jonge vrouwen het hof maken, dit blijkt in alle sectoren van het maatschappij voor te komen en de affaire Harvey Weinstein, nooit eerder van die man gehoord overigens, is blijkbaar de trigger geweest voor deze #MeToo hype. Donald Trump heeft eerder ook al blijk gegeven van dit soort gedrag maar kwam daar toen nog mee weg.

Ik heb zelf lang in het bedrijfsleven gewerkt en gezien hoe mannen, als er weer eens een nieuwe jonge aantrekkelijke dame was aangenomen, als bijen op de honing afkwamen en ze het hof gingen maken, extern gingen lunchen en het liefst natuurlijk meenamen op een business trip naar het buitenland. Een van mijn vrouwelijke collega’s vertelde me ooit dat zij vaak, als ze ergens in een hotel  moest overnachten, door de lokale managers mee uit eten werd gevraagd omdat ze anders ‘die avond alleen in dat hotel zou zitten’. Steevast zei ze dan ‘nee’. In gezelschap kon ze daar vaak niet onderuit en dan gebruikte ze meestal de truuk bij het desert te wachten tot er een aantal disgenoten iets besteld hadden om dan op te staan en te zeggen dat ze genoeg gegeten had en vroeg ging slapen, de heren waren dan verplicht te blijven zitten omdat ze al besteld hadden. Ze wist dat als ze bleef zitten de drank een rol zou gaan spelen en je dan beter weg kon wezen en het lastiger werd iemand af te wimpelen… Een prima strategie lijkt me en deze dame heeft het dan ook ver geschopt.

Lastig, relaties op het werk, maar daar waar mannen en vrouwen intensief samenwerken gebeuren er nu eenmaal ook dingen in de relationele sfeer en meestal loopt dat goed af en soms slecht. En vaak, is mijn ervaring, weten de collega’s op het werk wel wat er aan de hand is en hoe daarmee om te gaan. Het wordt natuurlijk lastiger wanneer de factor macht een rol gaat spelen in de verhouding baas en ondergeschikte en iets wordt afgedwongen. Maar ook in zo’n situatie heb ik vaak gezien dat dit soort zaken goed wordt afgehandeld en men verstandige keuzes maakt. Zo betrapte een vrouwelijke leidinggevende op mijn werk ooit een sales manager die het op de zolder van het kantoor met een secretaresse deed. Ze besloot de sales manager te ontslaan en de secretaresse te houden, een verstandige beslissing vond we toen allemaal. Overigens zijn die twee nu al weer jaren gelukkig getrouwd, ze wonen hier in de buurt en hebben drie kinderen, ik kom ze nog wel eens tegen.

Waarom dan nu die overdreven aandacht voor dit onderwerp die zelfs zover gaat dat ook mannen met de #IHave uitkomen voor hun verkeerde gedrag ten opzicht van vrouwen in het verleden. Blijkbaar roept dit onderwerp veel emoties op en hebben slachtoffers en daders tegenwoordig door de sociale media de mogelijkheid dit makkelijker te uiten. Maar dat dit soort zaken zo massaal zouden voorkomen verbaasd me wel en herken ik niet. Volgens mij komt de grote aandacht voor dit onderwerp, vanuit sociologisch perspectief, omdat het een voor iedereen herkenbaar onderwerp is en ook dichtbij de eigen leefwereld speelt: iedereen heeft direct of indirect in zijn omgeving wel eens met dit onderwerp te maken gehad en er zo zijn een eigen mening over (net als ik). Dit in tegenstelling tot de ‘grote’ wereldproblemen van deze tijd waarbij iedereen zich machteloos voelt en niemand weet hoe we die kunnen oplossen (klimaat, vluchtelingen, oorlog, terrorisme). Zo’n dichtbij onderwerp in de relationele sfeer trekt veel aandacht en daar spelen de media graag op in.

Persoonlijk heb ik met iets dergelijks in het verleden nooit te maken gehad, althans niet dat ik me ervan bewust ben: ik heb nooit een relatie op het werk gehad of geambieerd, lijkt me een beetje ingewikkeld. Ik behoor dus tot de grote meerderheid #NotMe’s, een beetje braaf misschien, daar zouden ze het ook eens over moeten hebben…

Het socratisch gesprek

9 september 2017

Zaterdag 9 september nam ik, in het kader van de basisopleiding Filosofie in de praktijk bij de ISVW, voor het eerste deel aan een socratisch gesprek en kreeg ik de mogelijkheid een stelling waarmee ik al wat langer rondloop door middel van een filosofische methode aan een kritische groep mensen voor te leggen. Na wat brainstormen door de groep besloten we mijn vraag ‘Maken social media mensen socialer?’ als uitgangspunt te nemen.

Bij een socratische gesprek gaat het er om dat een groep mensen met elkaar een filosofische vraag bedenkt, door middel van een concreet voorbeeld van een van de deelnemers toets en terugbrengt tot een of meerdere kernbeweringen en daarna probeert via het stellen van vragen de achterliggende meer algemene regels te achterhalen om uiteindelijk een aantal fundamentele principes vast te stellen.

  1. Het formuleren van een filosofische vraag;
  2. Het selecteren en uitwerken van een voorbeeldervaring;
  3. Het verwoorden van een relatie tussen vraag en voorbeeld;
  4. Het onderzoeken van argumenten;
  5. Het vinden van een antwoord of een inzicht.

Het geheel wordt gefaciliteerd door een moderator die zich niet inhoudelijk met het gesprek mag bemoeien en die in de gaten moet houden dat iedereen zich aan de uitgangspunten houdt die gelden voor een socratisch gesprek. Best lastig dit de eerste keer te doen maar we hadden gelukkig een goede door de wol geverfde moderator die ons door dit proces kon leiden, alleen al de vraag of de vraag wel een filosofische vraag is was al door de groep niet makkelijk te beantwoorden…

 

Het praktijkvoorbeeld dat we gingen toetsen was de recente ervaring van een van de deelnemers dat ze met een groep vriendinnen uit eten was geweest en dat de helft van de aanwezigen regelmatig haar smartphone had gepakt wat ze als zeer onaangenaam had ervaren. Hierdoor kreeg ze het gevoel dat ze geen ‘echt’ contact had met deze vriendinnen, ze dit als storend had ervaren maar het ook niet aandurfde dit ter discussie te stellen in de groep. De mobieljes kregen daarbij de schuld.

Zonder verder inhoudelijk op deze case in te gaan viel het me op dat we tijdens de sessie de scope langzaam verschoof van de invloed van social media naar het onvermogen van mensen met elkaar echt contact te hebben, de toename van mensen die zich eenzaam en ongelukkig te voelen en afname van de sociale cohesie in de samenleving.

Wat betreft de vraag bleek het begrip sociaal media niet zo moeilijk te definiëren terwijl de vraag ‘wat is sociaal’ niet makkelijk te beantwoorden is, iedereen kan daar iets verschillends onder verstaan, wat de een sociaal gedrag vindt kan door een ander juist als asociaal worden ervaren. De vraag zou dus eigenlijk moeten zijn: ‘Maken social media mensen eenzaam en ongelukkig”. Met deze begrippen kan de filosofie ook wat meer dan het begrip sociaal dat meer tot het domein van de Sociologie behoort. Overigens voelt niet iedereen die eenzaam is zich ook ongelukkig dus de ene vraag roept de andere weer op, pffff, het is me wat die filosofie.

Daarbij is het wat betreft de stelling een kip of het ei discussie: zijn het de social media die de oorzaak zijn van deze ontwikkelingen of is eenzaamheid en het zich ongelukkig voelen een autonome maatschappelijk ontwikkelingen die niets met technologie te maken hebben? Toen de telefoon werd geintroduceerd werd dezelfde discussie gevoerd als nu maar iedereen is het er nu toch wel over eens dat dat ons veel voordelen heeft gebracht.

Na afloop van het socratisch gesprek hadden we nog een vrije ongestructureerde discussie waarbij iedereen weer een eigen mening mocht hebben over dit onderwerp en niet iedereen was het met de stelling eens. Een aantal zagen social media juist als een aanwinst en vonden het juist een verrijking dat je altijd met iedereen online kon zijn en zelfs als je elkaar tegen kwam informatie kon delen (vooral de mannen overigens, ook een puntje om nog eens uit te zoeken..).

The Online Communication Cycle

Zelf denk ik dat we momenteel en eigenlijk pas heel recent allerlei nieuwe manieren van communicatie bij zijn gekomen en dat we nog niet goed weten hoe we daar mee om moeten gaan: toen de televisie werd geïntroduceerd zat iedereen van vroeg tot laat TV te kijken en na een aantal jaren ging iedereen meer selectief kijken, zo zal dat met al die nieuwe apparaten ook wel gaan. Hierboven een plaatje wat ik een tijd geleden heb gemaakt om het rechtstreeks communiceren te vergelijken met online communicatie waarbij overigens ook het een en ander goed mis kan gaan…

Iemand kan online een geweldig profiel hebben waarbij je het gevoel hebt dat iemand het goed voor elkaar heeft terwijl later, als je iemand in het echt ontmoet, je dit beeld flink moet bijstellen. Tevens is er nog een nieuwe trend die het online communiceren diffuser maakt en dat is dat er tegenwoordig door bedrijven vaak bots gebruikt worden waardoor je  denkt online met een persoon te communiceren terwijl je eigenlijk met een script en algoritmes op een computer te maken hebt. Soms is dat handig maar het leidt tot vervreemding als degene waarmee je een dialoog aangaat niet echt blijkt te bestaat en je dat van te voren niet verteld is.

Een interessante exercitie zo’n socratisch gesprek, het heeft mij in ieder geval nieuwe inzichten gegeven hoewel het voor mij als socioloog niet makkelijk is de vraagstelling filosofisch te houden. Afijn, dit was pas de eerste sessie van mijn opleiding dus wellicht gaat mijn perspectief het komend jaar nog veranderen.

Zondag 14 januari 2018.

Mijn tweede socratisch gesprek, deze keer in Utrecht bij een van de  cursisten Praktische filosofie bij de ISVW. Ter voorbereiding heb ik het boek ‘Het socratisch gesprek’ gelezen onder redactie van Jos Delnoij en Wiger van Dalen waarin 13 artikelen over dit onderwerp zijn opgenomen.

In tegenstelling tot het eerste gesprek kunnen we nu niet gebruik maken van een professionele moderator en moeten we het allemaal zelf doen. We zijn deze keer met zeven personen, op mij na allemaal vrouwen, en het enige dat we van te voren hebben afgesproken is dat één van ons de rol van moderator heeft en dat ook zal voorbereiden en dat het gesprek 3 uur zal duren.

We beginnen met een kennismakingsrondje waarbij iedereen uitlegt wat zijn verwachtingen zijn t.a.v. het socratisch gesprek en wat onze ervaringen met het socratisch gesprek zijn (20 minuten). Daarna legt de moderator kort en bondig (in 7minuten uit) hoe zij het gesprek wil voeren en wat zij van ons verwacht, we gaan daar allemaal mee akkoord. Het is de eerste keer dat zij dit doet en dat gaat haar goed af vinden we allemaal.

De volgende fase is het formuleren van een filosofische vraag, de deelnemers leggen er 6 voor en al snel beperken we die tot drie clusters (rond vluchtelingen, het levenseinde en #MeToo) en kiezen we na enige reflectie unaniem voor de vluchtelingen en de vraag: ‘In hoeverre mag je verwachten dat iemand zich aanpast aan een dominante cultuur’. Over deze fase doen we 30 minuten. Daarna bespreken we twee voorbeeldcases en besluiten er met één daarvan aan de slag te gaan: de situatie dat één van ons vrijwilliger is bij Vluchtelingenwerk en vanuit die rol tijdens een bijeenkomst een situatie had dat een vrouwelijke vluchteling een Nederlands man vanwege religieuze redenen geen hand wilde geven waarop die man flink kwaad werd. Hier deden we 15 minuten over.

Daarna hebben we één uur lang vragen gesteld over de case om te achterhalen wat er allemaal nog meer speelde rond deze case, wat de achterliggende gedachten waren van de betrokkenen bij de case, wat de grenzen zijn van je aanpassen, wat een dominante cultuur is, of een dominante cultuur ook verandert zonder nieuwe toetreders, wat de invloed van nieuwe deelnemers op een cultuur is, of je aanpassen aan een nieuwe cultuur een geleidelijk proces is of dat je mag verwachten dat dat direct gebeurd, of normen en waarden over gedrag vanzelf verschuiven als je langer in een nieuw land bent, wat de beste strategie is voor begeleiders van vluchtelingen om veranderingen teweeg te brengen bij nieuwe toetreders, wat de rol van Vluchtelingenwerk daarbij is etc…

Ondertussen hield de moderator zich afzijdig van de inhoud van het gesprek en probeerde zij ons op het rechte pad te houden en greep in als iemand bijvoorbeeld te veel psychologiseerde of we met elkaar in discussie gingen. We besloten te stoppen met het gesprek toen we er achter kwamen niet meer met onze filosofische vraag bezig te zijn maar met een nieuwe filosofische vraag. Daarna volgde evaluatie en kon iedereen aangeven wat hij/zij van het Socratisch gesprek vond en of het nog nieuwe inzichten had opgeleverd.

Over twee inzichten waren we het allemaal wel eens: ‘diversiteit is een verrijking voor de samenleving’ en ‘veranderen is lastig voor iedereen en gaat meestal gepaard met conflicten’.  Daar waren wij het met zijn zevenen over eens hoewel we beseften dat anderen buiten onze groep daar waarschijnlijk anders over zullen denken, wat dan weer het nieuwe inzicht opleverde dat ‘mensen die in staat zijn een Socratisch gesprek te voeren denken genuanceerder dan mensen die dat niet kunnen’. Maar dat is dan ook weer een nieuwe vraag…

Zelf vond ik dit een geslaagde sessie, het is een verademing eens een gesprek te voeren zonder dat iedereen continu met elkaar in de clinch ligt en op het scherp van de snede met elkaar discussieert en de deelnemers niet bereid zijn op grond van argumenten of nieuwe inzichten van standpunt te veranderen. We hebben als groep nog twee nieuwe socratische gesprekken gepland, ik hou jullie op de hoogte!

4 maart 2018.

Mijn derde socratisch gesprek, weer alleen maar vrouwen, en goed ook ens mee te maken wat er allemaal mis kan gaan als de  moderator niks voorbereid heeft. Een dame die er vorige keer niet bij was wierp zich aan het begin van de meetig op het gesprek te leiden en daar niemand bezwaren had ging ze aan de slag. Bij de filosofische vraag werden vijf onderwerpen ingebracht: twee onderwerpen die ook vorige keer aan de orde waren gekomen, vluchtelingen en levenseinde, en drie nieuwe: ontslagen worden, familierelaties en generatie verschillen. Deze laatste had ik ingebracht met als vraag of er een verschil is tussen het soort levensvragen waar jongeren en ouderen mee worstelen. Het werd uiteindelijk familierelaties met als beginvraag ‘Is het moeilijker familierelaties te verbreken dan andere relaties’ die uiteindelijk werd vertaald naar ‘Is er een verschil tussen het in stand houden van familierelaties en andere relaties’.

Bij de formulering van de vraag wilde de moderator zelf ook een vraag inbrengen en we moesten haar uitleggen dat dat niet de bedoeling was en dat ze zich eveneens niet met de inhoud van het gesprek moest bemoeien, daar had ze het zichtbaar en hoorbaar erg moeilijk mee. Toen we aan het praktijkvoorbeeld toekwamen wilde ze eerst alleen de case van de steller van de vraag behandelen en toen ik aandrong dat iedereen in staat moest worden gesteld een case in te brengen ging ze na enige discussie overstag. De rest van het gesprek kwamen we dan ook niet verder dan het aan elkaar vetrellen van familieverhalen, gezellig, maar je komt er geen stap verder mee.

Natuurlijk moet je niet te rigide zijn in de wijze waarop je een socratisch gesprek vorm geeft maar het is toch wel handig als je een aantal basisprincipes in acht neemt. Tevens is het frustrerend dat alle dames continue naar de theepot grijpen en ik het met één kopje koffie moest doen, een biertje of een wijntje ter inspiratie zit er blijkbaar sowieso niet in. In Socrates zijn tijd was filosoferen nog een mannenzaak en vloeide ter inspiratie de drank rijkelijk, dit leek meer op het orakel van Delphi…

 

Modern aktievoeren

Ik weet nog goed dat ik vroeger in mijn studententijd streed voor gerechtigheid in de wereld en we op onze studentenkamers plannen maakten hoe we de wereld konden veranderen door minder kenwapens en zonder kernenergie etc.. En we elke keer weer na een geslaagde aktie (toen nog met een ‘k’) vol verbazing naar het journaal keken en onszelf terug zagen terwijl we door de ME werden afgevoerd en na vijf minuten op het politiebureau meestal weer buiten stonden. Met een klein team van vijf tot zeven man lukte het ons meestal het nieuws te halen; we stonden altijd weer versteld van het succes van onze akties!

De belangrijkste sleutel tot ons succes was een lijstje met namen en telefoonnummers van journalisten, fotografen en cameramensen die voor de media werkten en die we altijd vlak voor zo’n aktie belden of een persbericht stuurden en die dan plichtsgetrouw op kwamen dagen als we weer eens iets gepland hadden: zij hadden er als freelancers een commercieel belang bij dat hun foto of verslag gepubliceerd werd en daar maakten we handig gebruik van. Tevens was de lokatie belangrijk, die fotogeniek en symbolisch moest zijn, moesten er duidelijk leesbare spandoeken met een heldere boodschap zijn en indien mogelijk voor iedereen een opvallende outfit, de massaal toegestroomde fotograven en cameramensen zorgden wel voor een beeldvullend plaatje dus de opkomst was tot onze verbazing eigenlijk niet zo belangrijk. Met een kleine groep mensen konden we zo behoorlijk veel invloed uitoefenen.

Inmiddels wordt actie weer gewoon met een ‘c’ geschreven en is deze vorm van actievoeren, sinds we er de social media bij hebben gekregen, niet meer in de mode. Het gaat nu om het aantal volgers en likes en campagne voeren doe je online waardoor je rechtstreeks met je doelgroep kan communiceren en besluitvormingsprocessen kunt beïnvloeden. Ouderwets met je spandoek ergens gaan staan demonstreren is er niet meer bij, actievoeren doe je tegenwoordig ‘s avonds online vanaf de bank!

Behalve Geert Wilders. Geert en zijn mensen hebben zich natuurlijk jarenlang zitten ergeren aan die successen van al die linkse actievoerders en hun neus opgehaald voor dit soort linkse methoden. Maar nu niemand dit meer doet haalt hij deze oude methoden weer uit de kast en zet hij ze succesvol in om zijn standpunten onder de aandacht te brengen. Gewoon op Twitter aankondigen dat je ergens gaat staan, snel een fractie assistent een spandoek laten maken en op de lokatie met een paar mensen gaan staan: succes verzekerd! Simpel, doeltreffend en met 10 minuten inspanning krijg je meer publiciteit en aandacht dan met een spotje voor de zendtijd voor politieke partijen!

Nog wel een professioneel advies van mij voor Geert: de tekst is te lang! En ik zou de volgende keer ook een logo of foto toevoegen aan het spandoek, dan komt de boodschap duidelijker over!

Mijn Butler

‘Wat ben je aan het doen’ vraagt mijn butler als ik ‘s morgens wakker word. Voordat ik daarover kan nadenken komt er een melding binnen: ‘Peter de Waal is vandaag jarig’. Snel feliciteer ik hem en terwijl ik dat aan het doen ben komt er een bericht binnen dat er is naast hem nog vijf anderen jarig zijn die ik alleen beroepsmatig ken. Ik heb met deze personen in het verleden samengewerkt en weet niet eens of  ze getrouwd zijn laat staan wanneer ze jarig zijn! Ik geef aan mijn butler dan ook door dat ik deze berichten over hun verjaardag niet meer wil ontvangen.

Mijn butler meldt me dat er een berichtje van de politie in mijn inbox staat dat er vlak bij twee inbraken zijn geweest, ik herken geen van de daders op de meegezonden video’s van de bewakingscamera’s. Mijn eigen bewakingssysteem meldt dat een sportauto met een voor mijn buurt onbekend kenteken voor mijn deur aan de overkant van de straat heeft gestaan vanaf circa middernacht tot half zes: het zal wel weer een date zijn van onze onlangs gescheiden buurvrouw…

Mijn alarm gaat af met de ringtone ‘Tomorrow’ om mij eraan herinnerend dat ik op moet staan en mijn butler vertelt me dat ik om 9:00 mijn eerste afspraak heb. Eerst nog even mijn nieuwsdashboard bekijken of er nog iets spannends gebeurd is! Nee helaas, de meeste rampen spelen zich ver weg af en vandaag gelukkig (nog) geen Breaking News, in Nederland nog geen nieuw kabinet maar wellicht is dat maar beter ook… Positief is dat er voor het weekend mooi weer wordt voorspeld en ik reserveer dan ook meteen een tafeltje op het terras bij restaurant ‘De Gezelligheid’, een top lokatie op fietsafstand van mijn huis!

Na het douchen aan de slag achter mijn laptop, eerst maar eens mijn berichten wegwerken en inloggen op mijn werkomgeving. Op mijn dashboard zie ik dat gisteren redelijk wat bots mijn profiel bezocht hebben en dat ik voor vandaag zo’n vijf uur werk in de pocket heb en nog leuke opdrachten ook! Tevens een nieuwe opdracht toegewezen gekregen voor een online marktonderzoek waar ik een paar dagen aan kan besteden. Van de drie inschrijvers op deze klus heeft het matching algoritme mij geselecteerd! Ik vraag mijn butler de opdrachten bevestigen en de opdracht in mijn agenda in te plannen.

Om negen uur start mijn chat met mij health bot. Ik schrik me te pletter als mijn gezondheid profiel op het aanlegscherm veel rood laat zien. Mijn health bot spreekt me vermanend toe: ‘Je hebt de afgelopen dag te weinig beweging gehad en teveel calorieën tot je genomen waardoor je risicoprofiel naar de code oranje is veranderd. Daar moet je wat aan doen! Waarom heb je niet de fiets genomen gisteren toen je naar de stad ging? We maken ons zorgen!’ ‘Heb je dat gezeur weer’, denk ik. ‘Je meeste health indicatoren zien er goed uit dus dit heeft alles met je gedrag te maken Gerard, je heb net weer bij ‘De Gezelligheid’ een tafeltje geboekt en ik zie geen afspraken bij de sportschool staan…’, zegt de health bot ‘Plan wat beweging in je agenda en zorg dat je de komende dagen gezond eet. Doe je dat niet dan zal ik dit helaas bij je verzekeraar moeten melden’. Ik bedank haar en verbreek de verbinding, altijd dat zelfde gezeur, toch maar weer wat gaan meer bewegen anders gaat het me geld kosten, ook het  algoritme van mijn opdrachten matching site houdt rekening mijn mijn gezondheidsprofiel.

Terwijl ik met mijn health bot bezig was zie ik een melding binnenkomen dat Paula, Anita & Oscar vlak bij mijn huis hadden ingelogd bij de local Seats2Meet. Ik had wel het plan daar te gaan werken maar nu Oscar daar ook zit besluit ik toch maar thuis te blijven werken, Oscar is een verschrikkelijke zeur die je continu van je werk houdt, jammer want Paula en Anita zijn wel OK. Ik nodig hen beide dan ook uit voor lunch tussen de middag. Hun antwoord is helaas negatief, ze hebben het te druk. Dan toch maar naar de sportschool besluit ik, ik laat mijn butler een afspraak plannen voor tussen de middag.

Rond de middag neem ik de auto naar mijn sportschool en word ik welkom geheten door mijn trainer bot als ik binnen kom. ‘Welkom Gerard, dat is lang geleden! We ontvingen vanmorgen nieuwe instructies van uw heath bot en wensen je veel succes met het nieuwe instructie progamma!’ Op het schema zie ik dat ik de komende 40 minuten flink aan de slag moet. Zoals te verwachten score ik op alle apparaten onder niveau terwijl ik me behoorlijk inspan en me kapot zweet. Halverwege ben ik het zat en breek ik het programma af en verlaat de sportschool om buiten op mijn gemak in het bos te gaan hardlopen. Voor het eerst die dag ontspan ik me en geniet ik van de natuur en het mooie weer buiten.

Na een kwartier duikt er plots een drone boven me op. ‘Meneer Geerlings, hier spreekt uw butler, ik was u kwijt en dachten dat er iets met u aan de hand was,. Volgens ons is uw hartslag te hoog, we maken ons zorgen! Uw auto staat hier inmiddels vlakbij zodat ik u veilig naar huis kan brengen!’. Ik pak een steen en gooi die naar de drone die daarop neerstort. In de verte hoor ik al snel het gebrom van andere drones die op me afkomen, dit vinden ze niet leuk…’

De Stand van de Media

Ik lees al vanaf mijn jeugd elke ochtend De Volkskrant en als ik op vakantie ben geweest verheug ik me er elke keer weer op de stapel kranten van de afgelopen drie weken door te nemen omdat ik anders het gevoel heb iets gemist te hebben. Het kost me meestal wel een dag maar dan heb ik ook in sneltreinvaart drie weken wereldnieuws aan mij voorbij zien gaan. Het is mij één keer overkomen dat een behulpzame buurman die ons huis tijdens onze vakantie in de gaten hield alle kranten had weggegooid omdat hij dacht dat oud nieuws geen nieuws is. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik in de zomer iets gemist heb: er laat zich dan een soort leegte achter en het gevoel dingen gemist te hebben.

De krant, aangevuld met het NOS Journaal, is voor mij dus een ijkpunt voor het nieuws, mijn filter op de wereld en het kader waarbinnen alle andere informatie die ik ontvang door mij gestructureerd wordt. Ik denk dat dat voor een hoop generatiegenoten lange tijd zo geweest is maar ik merk dat daar de afgelopen jaren, met name door de opkomst van de sociale media, veel verandering in is gekomen en dit ijkpunt voor velen ontbreekt. Voor veel mensen vormen de social media nu de structuur waarlangs het nieuws tot hen komt waarop ook de meer traditionele media inhaken in hun nieuwsvoorziening. Je ziet het gebeuren in alle talkshows zoals DWDD, Pauw en RTL Late: ze hebben allemaal een blokje zogenaamd leuke nieuwtjes die ze halen van social media (en die waarschijnlijk iedereen al gezien heeft) en als er een nieuwe hype is zijn ze er als de kippen bij een en ander te duiden, succes gegarandeerd!

Aanjagers van dit soort nieuws zoals Geen Stijl en Dumpert, hier verzamelen zich de uitdragers van flauwe grappen en puberaal gedrag (en daarom kijk ik om principiële redenen nooit naar dit soort site). En recente gedoe zijn daar de vloggers an toegevoegd, een volstrekt onbelangrijk en onbeduidend fenomeen dat al langer bestaat en meer een bron van vermaak is voor de jeugd dan een serieus te nemen beweging. Vlogs zijn over het algemeen doodsaai, amateuristisch gemaakt en zonde om tijd aan te besteden. Je kan het vergelijken met de gratis porno kanalen die ook veel cliënten trekken en waar ook een miljoenen publiek voor is. Maar omdat er blijkbaar veel jongeren naar vloggers kijken en het om een nieuw soort social media gaat (het nieuwe toverwoord) worden ze inhoudelijk serieus genomen terwijl dat helemaal niet zo bedoeld is door de makers. Die willen gewoon aandacht en als ze daarvoor iets geks moeten zeggen of op hun hoofd een biertje moeten drinken met een spijker door hun neus dan doen ze dat: als het maar clicks genereert (en inkomen)! Deze blogs gaan vaak om helemaal niets maar roepen wel een beeld op bij jongeren dat je beroemd kan worden met vlogs zonder ook maar iets te doen. Een sporter of rapper moet nog iets presteren om beroemd te worden, bij een vlogger gaat het meestal alleen maar om de beeldvorming rond de persoon van de vlogger en het verwachte succes.

En dan gaan de serieuze nieuwsmedia zich er ook in ene mee bemoeien, voor een volger van het publieke debat een verschraling van de nieuwsvoorziening die meer zou moeten gaan om informatie voorziening en duiding rond de belangrijke thema’s die er op dat moment spelen dan het continu focussen op social media hypes en bang zijn er een gemist te hebben. Je ziet bijvoorbeeld vaak op Twitter mensen die boos worden als een actualiteiten of nieuws programma niet direct verslag doen van iets wat trending is op het internet terwijl dan soms al snel blijkt dat het om een verkeerd bericht gaat.

Waar ik me ook aan heb gestoord is de nieuwsvoorziening rond de Amerikaanse verkiezingen, dat gaat allemaal wel erg gemakzuchtig. Batterijen ex correspondenten en journalisten worden met cameraploegen naar de VS gestuurd om van daaruit te berichten wat er al lang in de krant of op de sociale media te lezen was. Vroeger werden nog wel eens historici of deskundigen uit de VS zelf geïnterviewd maar nu zijn het Eva Jinek, Twan Huys, Charles Groenhuijsen en Ton Klein die aan tafel aanschuiven en de oceaan over te steken, zelfs Maarten van Rossum heb ik nog niet op de buis gezien… Eveneens vreemd is dan dat de NOS ‘s tijdens de verkiezingsnacht urenlang deze mensen aan het woord laat terwijl iedereen die ook maar een beetje geïnteresseerd is in de Amerikaanse politiek en bereid is daarvoor op te blijven natuurlijk naar de Amerikaanse zenders kijkt die tegenwoordig alom te zien zijn. Totaal overbodig deze uitzendingen.

Een paar jaar als journalist in de VS voor de NOS rondlopen en je bent leven lang expert terwijl de deskundigen die zich hier al tientallen jaren in verdiepen buiten beeld blijven, de doctor Clavans komen helaas tegenwoordig niet meer aan bod…De media moeten zich weer gaan bezig houden met waar ze eigenlijk voor bedoeld zijn: het informeren van het publiek wat het laatste nieuws is en het duiden van het nieuws bijgestaan door deskundigen. En daarbij moet de nodige zorgvuldigheid in de nieuwsvoorziening in acht worden genomen waarbij bronnenonderzoek en eerst iets uitzoeken voordat iets als waar wordt gepresenteerd essentieel is. Positieve uitzonderingen op deze gemakzuchtige benadering zijn programma’s als Buitenhof en Tegenlicht van de VPRO die gelukkig niet met deze trend meegaan. Buitenhof heeft wekelijks een rubriek heeft waarbij een opiniemaker de Internationale kranten doorneemt en dat levert meestal mooie nieuwe inzichten en de VPRO durft het aan ook andere mensen die tegen de stroom ingaan aan het woord te laten.

The Online Communication Cycle

‘Why are you writing in English’, Simone asked me. She had told me Victor had read my blogs about politics, business and IT on the internet which were sometimes in English. I told her I had two reasons for this: it gave me a broader audience and having worked for an English company where I learned to write compact English and liked doing this. ‘And why don’t you focus on one topic, you are writing about such a lot of different topics’. I answered: ‘Having studied Sociology and having worked a long time in IT I have always been interested in how the world was changed by IT, not only from a business point of view but also regarding their personal lives. And as Lecturer Information Management I also teach students about this and tell them about my personal experiences during the lessons and my view on this.’

She wanted to know more about my visit to Sedona and how I met Victor so I told her about the Resurfacing workshop and our discussion on the airport waiting for our planes because of the heavy snow delaying our flights. The reason I participated in this workshop was that I wanted to investigate if I could use this format as a lecturer. ‘I like to do things which in first instance don’t have anything to do with my work but there is always a new perspective which helps me further developing my thoughts. Just like the conversation I had with Paul last week on his startup: I was not sure yet how I could use this but I feel this could in the future. I explained her what we discussed the week before.’

Simone replied: ‘The problem with most people nowadays is that they are confused because of the fact so much is changing all the time. The media are focusing on hypes which are coming up quickly but also ending quickly and soon forgotten. And as most of these hypes have a negative background most people think were are going in the wrong direction. But if you look at it from a scientific and historical point of view we are steadily doing better al the time. The Swedish physician, academic, statistician, and public speaker Hans Gosling made a lot of statistics in which he proofed were are doing better than most people expect, he died a few days ago, a terrible loss for science.’

‘Victor’s communications paradox has to do with the fact that the way we interact and communicate with our environment is rapidly changing and that our mind is not able to cope with this, we are not in the drivers seat any more but constantly reacting to what’s happening around us. Direct one to one communication is now being replaced by new ways of communication and the big difference with the old way of communication is that in the past, when you were communicating with someone, the message was key and you were using verbal and none verbal communication to interact. Now, while the internet has become available you can easily communicate with all people allover the world using channels as Facebook, Twitter or Snapchat.

This way of communication is new for most people (Facebook exists only 13 years) and we don’t know yet what the real impact of communicating through these channels will be. This impact can be both positive, your tweet or post can go viral and become a hype, or negative in the sense that a wrong post can change the way others see you. That’s why mots people have their personal brand in mind when they communicate and respond when communication is not in line with this. That’s the reason most people don’t create content themselves anymore but are constantly responding and having an opinion on what others have to say by liking, sharing and replying, I call this spinning.’ She showed me a picture from Victor’s book how this has changed.’

‘As you can see in the picture online communication is more complex than direct communication and not everybody’s has the skills and is able to manage this process successfully. It starts with having a good picture of your identity and this can, especially when your young, become a big problem: when receiving negative feedback this can make them very unsure. Channels like Facebook, Twitter and Instagram have become very important and have big impact on the way we communicate and the way we receive information.’

I responded: ‘True, and that’s why, according to me, you cannot talk about social media anymore as most people do. Technology made communication channels available and these have completely changed the way we communicate with each other and this development has just started and already high impact. From a sociological point of view this new ‘Online Communication’ can never replace ‘Direct Communication’ but it has changed it. And it will never change back to the days before we got our own PC or Smartphone, it’s here to stay. And what we need to learn our students now is what the value of these ways of communication can be, what’s is their potential.’

‘Take for example the development of popular music since the fifties of the last century when we had only the radio and television and the LP was not there yet. Songs were about love and personal communication and the message in a song was always very clear and easy to understand. This has completely changed, it’s not about the text of the song and the music anymore but about the artist and his brand and management taking care the artist is in the news all the time. Ask someone what a song is all about and nobody knows.’

‘I have studied Sociology, what did you?’, asked Simone. ‘Me too’, I said ‘but that was more than 30 years ago before I started working in IT, I’m not familiar with the latest developments’. ‘But if I read your blogs I’m not listening to an IT guy talking but to a Sociologist who is talking about the changes in society due to the Internet, why don’t you write something from your old Sociology background, I think the publisher I work with would be very interested’. She is right, I thought, what I’m writing about is not a structural analysis but just a reflection on what I experience and read somewhere, a more structural approach using the sociological body of knowledge would make sense.

While drinking our wine we discussed what an interesting subject would be from a sociological point of view and agreed after some time it would be interesting to look how our view on the world around us has changed since the massive introduction of new ways of communication made possible by the internet. ‘Interesting subject’, I replied to her, ‘I will think about it and let you now how I would approach this but this will take time’. ‘Take your time, she smiled, ‘and in the meantime let me know once in a while how you are doing…’.

The Information Funnel

Two days later I received a phone call from Victor, he was in Amsterdam for a few days and wanted to meet me, did I have some time the next evening? He wanted to discuss something with me. I had already planned to go to Amsterdam to the University so we made an appointment at 18:00 in the American hotel, my favorite place to meet someone in Amsterdam. When I arrived, Victor was not alone, he was sitting at a table overlooking the Leidseplein and talking to a women of his age with long blond hair. When I approached, Victor introduced me to her as his Sedona friend and introduced her to me as Simone, the translator of his books into Dutch.

He was talking to her about his new book ‘The Communication Paradox’ which he already explained to me while waiting on the airport about impact of the changes in our communication infrastructure which took care we never had so many means of communication as before while at the same time direct one to one communication becomes harder for us, especially for young adults who are not able to communicate easily which causes a lot of stress and psychological problems for them. After this he looked at me and said to me: ‘and that’s why I asked you to join us, maybe you could help solving the problem.’.

I told him I was surprised and Victor smiled and continued ‘Working on my book I realised I was only describing a problem but not working on a solution and last week I remembered our recent conversation and that you told me you were lecturing Information Management to students, the same students who I describe in my book having all these problems. I want to know more about what your lecturing. What is the definition of Information Management according to you?’.

I responded: ‘Key for Information Management is that business nowadays have more and more IT available in which continuously data are stored about their customers, sales, inventory, distribution and financial situation but also data from the outside world available through external sources and the Internet. Information Management is the skill to translate all this data to useful information which makes it possible to manage your business, I call this the Information Funnel. There is so much data available that it’s not easy to do this, you not only need to understand IT but also the business of a company and understand what is going on inside and outside the company’.

‘Why do you call it a skill’, Victor asked. ‘Well’, I told him, ‘Twenty years ago Management Reporting was 90% plus financial and most of the time only available after month ends closing. If something went wrong in an organisation it ws only noticed when a customer had a complaint or your bank did not want to give you credit any more. Today changes go so fast that managers want information as soon as available and if possible direct online, stand and ad hoc. To be able to produce these dashboards and reports you need to know a lot about a company and be experienced’.

‘And what happens when companies not have a good Information Management Function?. Victor asked’. ‘Then you have a problem’, I responded, ‘It’s like a patient being sick and not having the right instruments available to investigate what’s wrong. Management Information gives you the insights on what’s going right and what’s going wrong so you can immediately take action when needed to change things for the better, if possible. In the past this was a role for the CFO but this has changed with the introduction of IT and is now more the domain of the CIO who does not only have to know about IT and needs to have broad business knowledge being able to combine both to usefull Management Information’.

‘Students have the same problem as companies nowadays, how can they structure all the digital data they receive so it becomes useful information for them? Digital overload is a big problem now for students, they are not able to filter the content which comes available all the time on the internet properly which can have big influence on their future performance’, Victor concluded. ‘Within companies the CIO is responsible for managing this information funnel and for students this of course should be the teacher and as you teach Information Management you are sitting on the solution of our problem’.

Since three years I was lecturing students the basics of Information Management on a private University of Applied Sciences in Amsterdam mainly from a manual yet like in the old days when only books were available. And during my lessons when all my students were busy with their smartphones and laptops multitasking between me and what was going on online. The manual I used ‘Information Management’ was clearly written by someone who had worked in IT because I recognised a lot described in my book as my own experiences in the past working for IT companies. And my students were not interested in these old stories because they were born in a world with IT all around them while I had slowly grown into this from nothing.

Victor looked at me and said: ‘ And you teachers could be the key for solving this issue, there is a task for schools and universities to prepare students for the information society certainly in a time when politicians talk about ‘alternative’ facts and everybody is creating his own Facebook environment filtering out post they don’t like’.

‘But how do you want to do this’, Simone asked. Victor relied: ‘Maybe a school is not the right solution for this, we need something to replace this which is more modern and fit for our Information Society. The reason why schools were founded in the first place was that families were not able to educate their children themselves and you need teacher to learn them how to read, write and calculate. Children were living in large families and lived in small homes so going to school made sense in these days. Since then a lot have changed, most children now have a room on their own and parents both working and the relationship between parents and children has changed a lot’.

‘My students spend on average 7 hours on school and 4 hours a day online next to the time they spend online at school,’ I responded, ‘and for them these are two differente worlds. If you want to change this you need to change the whole school system and integrate these worlds into one and make more connections with the outside world. Why only go to one school and sit in a room with the other students and always the same teacher and following an education developed for the average student? Why not making this more flexible and use all available capacity with courses for students with different backgrounds and levels?’

‘Research has shown that collaborative learning works better than learning on your own, this has to do with the way your brain works. Another interesting conclusion is that you can better stay up late to finish a deadline than start early in the  morning, the time most schools want you to be the most productive. Also most teachers start with the theoretical concepts and than apply these while it’s better to first do something and than reflect on this form a theoretical background if you want to learn.’

‘Another important issue which influences learning is the changing relationship between students and their parents. It depends of course on the educational background of their parents but a lot is nowadays discussed around the kitchen table. 25 years ago students learned stuff not understood by their parents because the study content was more theoretical. Nowadays the study content is much more up to date and so students can easier discuss the content with their parents which makes it easier for them to learn’.

‘And just like companies need to manage their Information Funnel, students have to learn also how to qualify all the information they receive through their devices whole day and integrate this with what they learn on school or universities, this are not separate worlds but complementary. They have to learn the difference between facts and fake facts, an opinion and something which is scientific proven and how you can filter information which is relevant for you. They need to not only to see their smartphone as a tool to play with when they have noting to do but also as an instrument to become a useful member of society. Most schools see these diverse as a threat while it should be an opportunity.

‘In the Netherlands the school system is not able to educate around 15.000 students because their parents cannot find a proper school for them or schools don’t want them because of a lot of reasons. Around 5.000 of them have permission to get education at home from their parents  or private teachers giving lesson at home. At the same time the number of students who need extra lessons after schooltime from specialized institutes is growing and the same is happening for private schools were parents have to pay a lot of money to give more tailored education fit for the students needs.’

‘That’s why I thing we need to rethink the fundamentals of our school system’, Victor said, ‘We should develop a flexible system for all by which during once lifetime we van learn or teach others the necessary knowledge and skills to become a citizen, employee or owner of a business using all available methods and technology. If you define a school now a student now will say it’s a combination of a building and a set of teachers capable of giving lessons in a certain domain. This should be a student with certain qualifications who has to learn some things otherwise he/she can’t survive in society and invest in other qualifications he enjoys doing and which can potential become his future business. And the tools to do this can be having a course in a class with a teacher a a level and location of choice, following a virtual course, doing a study trip or internship, earning study points with a public service, travel and write an essay on your experiences, participating in an online knowledge community, doing a skills test, talking to a study coach, visiting a museum with their parents or talking to an entrepreneur or even start up your first business’

We talked about this for some time and Victor left around ten, he had to fly back next morning very early, I stayed behind with Simone. He was very glad with our discussion and it was very useful for him.