Tag Archives: Studenten

De hybride docent

Soms ben je iets zonder dat je het zelf in de gaten hebt.

Zo was ik destijds al jaren bezig verkoop informatie systemen in bedrijven te implementeren en kwam ik er achteraf pas achter dat ik eigenlijk heel hip met CRM bezig was. De toekomst haalt je in en drukt een stempel op het verleden. Die ervaring had ik ook afgelopen maandag toen ik op een congres in Utrecht was over het hybride docentschap toen ik er achter kwam ik dit de laatste vier jaar werkzaam te zijn geweest als docent op een HBO terwijl ik dit combineerde met andere projecten…

Een hybride docent is dus iemand die parttime docent is en daarnaast nog ander werk heeft. Op dit congres, georganiseerd door het Hybride Docent initiatief, bleek dat er veel belangstelling is voor het combineren van onderwijs met ander werk omdat dit voor alle betrokken partijen veel voordelen oplevert. Voor de docent omdat hij meer afwisselend werk heeft, voor het onderwijs omdat er zo meer praktijk docenten beschikbaar komen, voor het bedrijfsleven omdat ze kunnen profiteren van de kennis van docenten en invloed kunnen uitoefenen op het onderwijs curriculum en, last but not least, voor de leerling/student omdat er iemand voor de klas staat die recente praktijkervaring de klas mee inneemt.

Tijdens de sessie in Utrecht bleek dat ondanks al deze voordelen er toch een aantal belemmering zijn die het niet makkelijk maken voor de hybride docent en de belangrijkste die naar voren kwam is die van de noodzakelijke onderwijsbevoegdheid. Lange tijd konden praktijk docenten zonder officiële bevoegdheid voor de klas staan maar daar is recent verandering in gekomen omdat er vanuit het ministerie van onderwijs eisen worden gesteld aan de bevoegdheid zoals het minimaal het onderwijs niveau hebben op het niveau waarop je les geeft en een aanvullende onderwijs bevoegdheid, als je die niet hebt kost het je minimaal anderhalf jaar dit te halen.

Dat is een behoorlijke investering voor een parttime baan en dan moet je als hoogopgeleide wiskundige of bedrijfskundige met een staat van dienst in het bedrijfsleven of instelling wel erg gemotiveerd zijn voor het salaris van een parttime docent aan de slag te gaan. Toch zijn die mensen er en ik sprak er een aantal in Utrecht die erg gefrustreerd waren niet aan de slag te kunnen gezien het ontbreken van de vereiste bevoegdheden. Gelukkig haken een aantal onderwijsinstellingen hierop in, zo werkt de Hogeschool Utrecht momenteel aan een verkorte didactische opleiding, een mooi initiatief!

Naast ambitieuse hybride docenten en onderwijsinstellingen waren er in Utrecht ook werkgevers en ik sprak er een directeur van een bedrijf die er ronduit voor uitkwam een aantal oudere werknemers in dienst te hebben waar hij vanaf wilde en die wellicht als hybride docent aan de slag konden. Wat is er mooier dan aan het eind van je carrière je kennis over te brengen op de jeugd? was zijn motto. Toen ik daarna met iemand van een ROC sprak vertelde ze daar niet zo blij mee te zijn omdat het immers niet de beste werknemers zijn die via dit soort programma’s worden aangeboden. Het onderwijs heeft behoefte aan de beste mensen en niet de oude knarren die overblijven bij een reorganisatie, niet zelfredzaam zijn en moeten worden geholpen aan een baantje. Het hybride docentschap moet dus niet worden misbruikt om op een makkelijke manier van werknemers af te komen zodat ze, zonder gekwalificeerd te zijn, aan de slag kunnen als docent.

Toch is de relatie onderwijs – bedrijfsleven vanuit dit perspectief een interessante en breder dan alleen het docentschap en heeft het voordelen voor beide. Brenda Vermeeren (Hybride Docent Erasmus Universiteit & ICTU) ging tijdens de bijeenkomst in op de AMO-theorie die de grondslag vormt van het moderne strategische HRM beleid van organisaties. Voor bedrijven geldt dat zij voordeel kunnen hebben bij samenwerking omdat zij ervoor moeten zorgen dat hun werknemers over de benodigde kennis en vaardigheden beschikken om voorop te blijven lopen, daarbij kan het onderwijs een grote rol spelen.  Waarom docenten uit het onderwijs niet hybride inzetten op hun interne opleidingsprogramma’s?  Voor het onderwijs geldt dat zij door samenwerking met bedrijven een beter zicht krijgen op de benodigde competenties die hun studenten nodig hebben als ze gaan werken, het verkrijgen van stageplaatsen en praktijk cases die in het onderwijs door docenten gebruikt kunnen worden. En waarom docenten niet af en toe een weekje in bedrijven laten meelopen?

Steven Gudde (Hybride docent HvA en werkzaam voor Olympia) vertelde tijdens de bijeenkomst in Utrecht dat de onderwijs markt momenteel wordt gekenmerkt door schaarste, flexibilisering, snelle technologisch ontwikkeling en polarisatie. Deze trends gelden natuurlijk ook voor bedrijven die zich continu moeten blijven vernieuwen en het potentieel van hun werknemers moeten aanwenden om zich continu te blijven ontwikkelen, dat wil en eist de moderne werknemer zelf overigens ook van een moderne werkgever in dit flex tijdperk. Daar liggen dus veel mooie nieuwe uitdagingen voor onderwijsinstellingen die volgens mijn dus innovatiever op dit soort ontwikkelingen moeten inspelen. Bijvoorbeeld: veel bedrijven zullen de komende jaren afscheid gaan nemen van hun oudere werknemers die jarenlang de kennis dragers binnen hun bedrijf waren. Hoe zorg je er dan voor dat al die kennis die daar zit en vaak niet vastgelegd is, laat staan geborgd, ook beschikbaar blijft voor de organisatie? Een mooie uitdaging voor zowel onderwijs als bedrijven lijkt mij.

Hybride docenten die met één been in het onderwijs en met het andere in de praktijk zijn dan bij uitstek geschikt een brug te slaan tussen onderwijs en praktijk. Het is dan ook mooi tijdens deze bijeenkomst te zien dat daar aan gewerkt wordt! Een goed initiatief dus dit evenement van de Hybride Docent!

Blijft de vraag staan wat ik nu aan het doen ben maar daar kom ik ooit nog wel eens achter…

Vrijheid van meningsuiting

Een tijd terug was ik in het Groninger Museum voor een tentoonstelling ‘Student in Groningen 1614-2014’. Omdat ik zelf in Groningen gestudeerd heb was ik natuurlijk met name geïnteresseerd in de periode 1968 – 1980, de periode tussen de studentenopstanden aan  universiteiten over de hele wereld waarbij zij massaal in verzet kwamen tegen de toenmalige elite en meer inspraak eisten en de periode dat ik zelf in Groningen economie studeerde.

Wat mij opviel aan deze tentoonstelling is de continue historische lijn van het succes van de studenten corpora als dominante factor binnen het studentenleven en het kleine intermezzo van eind jaren zestig tot begin jaren tachtig dat wordt gekenmerkt door turbulentie en grote veranderingen. Welgeteld één wandje was volgeplakt met foto’s over acties in die tijd waarna de tentoonstelling weer vrolijk verder ging over Vindicat, ontgroeningen en andere studenten rituelen die nu nog steeds het nieuws halen.

Dus tijdens die 400 jaar zijn de roerige jaren zestig maar een klein intermezzo van 15 jaar geweest waarin studenten streden om meer zeggenschap en en toegang tot het onderwijs voor iedereen. Ik heb zelf in die tijd, na mijn switch naar Utrecht daar in de faculteitsraad Sociale Wetenschappen gezeten waar mijn stem evenveel waard was als die van de professoren en wetenschappelijk medewerkers. Ik zat toen in de faculteitsraad met de spraakmakende psycholoog professor Piet Vroon die deze inspraak maar niks vond en dat leverde interessante discussies in de faculteitsraad op.

Ik was in die tijd meer bezig met dit soort zaken dan met mijn studie zelf en hoefde als student alleen collegegeld te betalen om te kunnen studeren (500 gulden geloof ik) en dan kreeg ik een studiebeurs, mijn studievoortgang werd toen niet gecontroleerd. In die periode werd het hoger onderwijs voor het eerst breed toegankelijk voor velen en daar heb ik toen van kunnen profiteren: mijn ouders hadden beide niet gestudeerd en ik behoorde tot de eerste generatie van mijn familie die toegang kreeg tot het wetenschappelijk onderwijs.

Dat is tegenwoordig allemaal anders. Studiefinanciering is er nog wel maar niet meer als beurs maar als lening en alleen als je genoeg studiepunten hebt mag je verder. Het overstappen van de ene studie kan wel maar kan consequenties hebben voor je studiefinanciering en de hoogte van het collegegeld etc.. Door al deze beperkingen is studeren dus niet meer zo vanzelfsprekend als in mijn tijd.

Tijdens die tentoonstelling in Groningen realiseerde ik me dat de democratiseringsbeweging van 1968 dus maar heel beperkte invloed heeft gehad. Ik geloofde destijds democratisering een onomkeerbaar proces was en dat de dingen die we realiseerden niet meer terug gedraaid konden worden.

Ik moest hier aan denken toen ik in de Volkskrant vanmorgen, 5 december 2917, een artikel las over de vrijheid van meningsuiting, religiekritiek en het opkomen voor humanistische waarden. De Internationale Humanistische en Ethische Unie (IHUE) heeft een rapport gepubliceerd, het Freedom of Thought Report 2017, en daaruit blijkt dat het geweld tegen ongelovigen, agnosten en vrijdenkers extremer wordt en dat deze ongelovige steeds feller worden gediscrimineerd, vervolgd of zelfs gedood. Zo is in Pakistan de student Mashal Khan onlangs doodgeslagen door een groep woedende studenten omdat hij zich op Facebook humanist had genoemd.

In ons land zijn er, volgens recent onderzoek, meer atheïsten dan gelovigen en daarom doen we het waarschijnlijk beter dan andere landen wat betreft de vrijheid van meningsuiting. Toch moeten we waakzaam zijn, ook hier hebben afvallige moslims die zich afwenden van de Islam het moeilijk zoals blijkt uit een onderzoek van Gert Jan Geling, docent aan de Haagse Hoge School volgens hetzelfde artikel in de Volkskrant.

En het zijn niet alleen religieuze redenen die de vrijheid van meningsuiting beperken. Neem bijvoorbeeld het recente voorbeeld van de Amerikaanse Juli Briskman die recentelijk onder het fietsen haar middelvinger opstak naar een konvooi dat de president vervoerde. De reden waarom ze dit deed was dat ze boos is op het politieke klimaat in de VS: ‘Dit was een mogelijkheid er iets van te zeggen.’. Een foto van dit  voorval ging al snel rond op het internet en een dag later werd ze ontslagen door het bedrijf waarvoor ze werkte Akima LLC. 

Als reden voor haar ontslag gebruikte haar werkgever het argument dat Briskman deze foto als profielfoto op social media had gebruikt en dat ze daarmee het social mediabeleid van het bedrijf overtrad. Pas maar op dus, protesteren tegen de overheid kan je dat dus je baan kosten in het land waar de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst in de grondwet staan.

Het vooruitgangsgeloof dat wij hadden in de jaren zestig en de verwachting dat alles als maar beter zou worden is dus een verschijnsel van voorbijgaande aard geweest. Uit het rapport van de IHUE blijkt dat de vrijheid van meningsuiting wereldwijd flink onder druk staat en vrijdenkers in veel landen op hun tellen moeten passen.

Blijven schrijven dus maar… 

How we learn

Gisteren de IELTS test gedaan, deze test toets je Engelse taalvaardigheid en heb ik nodig om in het Engels op academisch niveau les te kunnen geven. Een van de artikelen die ik moest lezen voor de test ging over het boek “How we learn” van Benedict Carey met de aansprekende ondertitel “Throw out the rule book and unclock your brain’s potential”. Omdat ik tussen de toetsen door lang moest wachten heb ik dit boek om de hoek bij Waterstones gekocht en ben ik er direct in gaan lezen.

Benedict Carey

Kern van het boek is dat wij, vanaf het moment dat we geboren worden, snel, efficiënt en automatisch leren en op het moment dat ouders of instituties er zich mee gaan bemoeien er in het onderwijssysteem van allerlei vooronderstellingen wordt uitgegaan die contraproductief zijn en het leren juist ontmoedigen. Neem bijvoorbeeld de assumptie van het lineair leren in een prikkelvrije omgeving waar generaties ouders zich op gebaseerd hebben onder het motto ‘rust, reinheid en regelmaat’.  In zo’n pedagogisch klimaat kunnen kinderen zich het best ontwikkelen is dan de stelling. Uit recent onderzoek blijkt echter dat het vaak van plek wisselen en muziek op de achtergrond je leerprestaties juist positief kunnen beïnvloeden. In een chaotische omgeving leer je meer: een dag niet geleefd is een dag niet geleerd zou je dus kunnen zeggen!

Ik heb me altijd verbaasd over mijn dochters die met een dik leerboek op schoot, de TV aan, WhatsApp op de smartphone en ondertussen ook nog pratend en thee drinkend toch in staat zijn geweest hun tentamens te halen (ze zijn nu beide afgestudeerd en aan het werk). Vroeger moest ik van mijn ouders op mijn kamer in stilte achter mijn bureau leren, ik weet nog dat ik me dan stierlijk verveelde. Leren was voor mij straf, mijn moeder kwam dan af en toe langs met een kop thee om te controleren of ik wel aan het leren was. Leren stond toen gelijk aan een saai boek hoofdstuk voor hoofdstuk doorwerken. Ik ben best wel jaloers op mijn studenten die tegenwoordig vele online en offline middelen ter beschikking staan incl. ondersteunende filmpjes en PowerPoint’s.

Benedict Carey stelt in zijn boek dat vergeten, slapen, dagdromen en afgeleid worden onderdeel zijn van het leerproces en dat het veranderen van je leerroutine juist een positief effect heeft op je leerprestaties. Leren is geen lineair proces en werkt voor iedereen anders: wat voor de een werkt kan voor de ander juist niet werken en daar moet je dus ook zelf achter zien te komen. Leren leren is dus de eerste uitdaging die je hebt als je begint met studeren. Ik merk deze verschillen goed bij mijn eigen studenten. Sommige leerlingen zitten goed op te letten, dat hebben we als docenten natuurlijk graag! Niet voor niets is de lesdiscipline het meest besproken onderwerp in de docentenkamer. Maar hoe kan het dan dat sommige studenten, die continu de indruk geven er met hun gedachten niet bij te zijn en alleen maar andere dingen doen, uiteindelijk de tentamens op hun sloffen halen? En dat de studenten die wel zitten op te letten en zich netjes gedragen juist slecht scoren? Een beetje zwart wit wellicht en er zijn natuurlijk gradaties maar over het algemeen is dat mijn ervaring.

Colloborative Learning

Leren heeft te maken met het brein en op dat terrein wordt er steeds meer bekend hoe dit eigenlijk werkt, Carey heeft zich hier flink in verdiept en komt met een aantal interessante aanbevelingen:

  • Ontdek voor jezelf je eigen leerstijl en waneer, op welke plek en onder welke omstandigheden je het best kan leren.
  • Onderwijsinstellingen moeten dan ook meerdere leerstijlen faciliteren en niet één leermethode en leeromgeving aanbieden
  • Collaborative learning, ofwel samen leren, is makkelijker en leuker dan alleen leren
  • Start in de eerste les met het afnemen van het examen en stel dan op basis van de uitkomst het programma bij, ga uit van wat ze al weten.
  • Begin niet over theoretische concepten als het gaat om het aanleren van vaardigheden maar doe dat pas daarna, theoretische reflectie is pas effectief na afloop.
  • Het is slimmer laat op te blijven als je nog iets voor een deadline moet afronden dan dat je er vroeg voor op staat, dit heeft te maken met de werking van het brein.

Ons onderwijssysteem gaat uit van een aantal eeuwenoude uitgangspunten over hoe we het best kunnen leren, dat zit bij ons zo ingebakken dat het moeilijk is deze 123 te wijzigen. Waar leren vroeger alleen op school of de universiteit gebeurde is het tegenwoordig een integraal onderdeel van het leven geworden dat altijd maar doorgaat. Studenten moeten door het onderwijs voorbereid worden op de maatschappij en de juiste vaardigheden hebben geleerd om zich te kunnen blijven ontwikkelen. Een interessant boek van Carey en aanrader voor allen die in het onderwijs werken: lees dit boek!

Breaking Chains by Making a Change!

Terwijl ik gisteren, in het kader van mijn schrijversopleiding, de verhalen van Carmiggelt aan het analyseren was ging plots de telefoon. ‘Met Waded van de Goudse Waarden’ klonk het zelfverzekerd door de telefoon, ‘klopt het dat u een nieuwsblog hebt?’. Dat kon ik niet ontkennen, sinds kort staan mijn blogs op een aantal sites onder de kop “Nieuws en opinie”. Dan moet je niet gek opkijken als je zo’n vraag krijgt natuurlijk! ‘Wilt u morgen een blog schrijven over onze actie tegen kinderslavernij?’ vroeg ze. ‘Dan moet ik wat meer over je actie weten” zei ik tegen Waded, ‘kan je me wat meer informatie mailen?’.

Daarna volgde een mailwisseling en Waded legde me uit dat ze samen met Manon, Hua Hua en Jo-Anne, scholieren van de Goudse Waarden school, de volgende dag in de binnenstad van Gouda actie gingen voeren in het kader van een project van ‘Breaking News’ over kinderslavernij. Doel van hun actie is aandacht te vragen voor de wereldwijde problematiek van de kinderslavernij en kinderarbeid onder het motto “Breaking chains by making a change!”

breaking chainsVandaag was het zover en de dames zijn met zijn vieren de binnenstad van Gouda ingetrokken om de aandacht van het publiek te vragen. Twee van hen hadden oude kleding aangetrokken en zijn met touwen & kettingen om de polsen door de stad te gaan lopen. De andere twee  hadden borden met de slogan “Breaking chains by making a change!” bij zich om hun actie uit te leggen aan omstanders, zie onderstaande foto voor de Hema die Waded me na de actie vandaag naar me heeft gemaild.

image1

Waded, Manon, Hua Hua en Jo-Anne vinden het belangrijk dat meer mensen zich bewust worden van kinderslavernij omdat dit de toekomst van kinderen die hier het slachtoffer van zijn negatief beïnvloedt. Om die reden willen ze iedereen dan ook aansporen meer Fairtrade producten te kopen en bij het kopen van producten op te letten of die zonder kinderarbeid zijn gemaakt.

Dagelijks voeren honderden jongeren in Nederland dit soort acties en zetten ze zich in voor een betere wereld, hier zou inderdaad door de media veel meer aandacht aan moeten worden gegeven! Waded, Manon, Hua Hua en Jo-Anne, goeie actie en ga zo door!

Studiereis Hamburg TIO

Verslag van de studiereis met 53 TIO studenten uit Amsterdam naar Hamburg.

Op maandag 23 november vetrokken we met 53 Amsterdamse IBM studenten, waarvan meer dan de helft Engelstalig, naar Hamburg, Onderweg hebben we een stop gemaakt voor een rondleiding door de fabriek van Mercedes Benz in Bremen waar we eveneens de studenten van de andere TIO vestigingen hebben ontmoet die met zijn allen gemakkelijk in een bus pasten. We bezochten de assemblagehal waar met name de wat duurdere modellen Mercedes in elkaar worden gezet, elk model op maat volgens de wensen van de klant, mooi om te zien! Bij deze duurdere modellen wordt nog veel met de hand gedaan wat de hier geproduceerde modellen exclusief maakt en vrij kostbaar (vanaf 100k).

Tio Projectweek 2105 Hamburg

De tweede dag hebben we de kolen en gascentrale van Vattenfall in Hamburg bezocht die 850.000 huishoudens in Hamburg van stadverwarming voorziet, er spelen nogal wat zaken rond deze centrale vanwege de toenemende milieueisen (CO2 uitstoot) en hierover hebben we na afloop kunnen discussiëren. Na dit bezoek was er een rondvaart door de imposante haven van Hamburg gevolgd door een diner in Brauhaus Johann Albrecht alwaar we weinig hebben gezien van de productie van bier maar wel genoten hebben van de consumptie.

De woensdag stond alleen een bezoek aan Hapag Lloyd op het programma, deze keer geen rondleiding maar een goed verhaal van de ‘Press Officer’ Nils Haupt over de ontwikkelingen in het containervervoer en de strategie van Hapag Lloyd ten opzichte van hun concurrenten. Daarna nog een presentatie van Daniel Luehl over de kansen voor Nederlanders op de Duitse arbeidsmarkt en de met name culturele verschillen qua zakendoen, handig om te weten!. De middag gaf iedereen de kans Hamburg ook vanuit een niet zakelijk perspectief te bezoeken en dat werd dan ook gedaan. Het weer was niet geweldig maar de kerstmarkt was gezellig en ik heb achteraf verhalen gehoord dat het ‘s nachts goed vertoeven is in het Hamburgse uitgaansleven.

Toch weer fris en met minimale uitval stond een ieder donderdagochtend weer klaar voor een bezoek aan de imposante site van Airbus waar een aantal onderdelen van de verschillende Airbus modellen worden geassembleerd en de uiteindelijke afwerking plaats vindt. En daarna weer terug naar Amsterdam waar we rond 19:00 aankwamen.

Al met al een geslaagde tocht en geheel volgens verwachtingen verlopen! De dames en heren studenten hebben elkaar cross taal en vestiging beter leren kennen, hebben Hamburg in al zijn facetten leren kennen, hebben hun grenzen opgezocht en geleerd dat daar ook een limiet aan zit en hebben onderweg mooie bedrijven kunnen bezoeken die uitstekend passen in hun curriculum, wie weet gaan ze daar ooit nog eens zaken mee doen! En ik heb geleerd dat het vak van reisleider een echt vak is en met TIO studenten op studiereis gaan vooral erg gezellig is…

Dit verslag is ook te vinden op de projectweek site van TIO.

De voordelen van het particulier hoger onderwijs

Vandaag stond er een bericht op de voorpagina van de Volkskrant over de strategisch agenda voor het hoger onderwijs die minister Jet Bussemaker van Onderwijs vandaag gaat presenteren. Een van de belangrijkste punten van haar agenda is het creëren van 4.000 nieuwe docent banen in het hoger onderwijs (universiteiten & hogescholen) waarbij de financiering hiervan wordt gebaseerd op de helft van het vrijgekomen geld nu het systeem van studiebeurzen wordt vervangen door het sociaal leenstelsel. Bussemaker wil investeren in de kwaliteit van het onderwijs omdat het aantal studenten toeneemt, de collegezalen uitpuilen en er veel klachten zijn over de onpersoonlijke en de fabrieksmatige aanpak. Meer docenten betekent volgens Bussemaker kleinere groepen en meer individuele feedback van docenten naar de studenten toe. Een ander punt van haar agenda is het investeren in digitaal online onderwijs zodat studenten wereldwijd colleges kunnen volgen van de beste docenten (wat ze nu al kunnen doen want er is internationaal al veel aanbod).

Omvang hogescholen

Wat ik altijd jammer vind is dat de minister het nooit heeft over het snel groeiende particulier onderwijs dat al lang een aantal van de onvolkomenheden van het, door publiek geld gefinancierde, hoger onderwijs heeft opgepakt. Ik geef zelf sinds anderhalf jaar parttime les op een kleine particuliere hogeschool TIO in Amsterdam (daar zo’n 500 studenten) en mijn ervaring is erg positief over de mogelijkheden voor studenten zich te ontwikkelen. Ik zou toekomstige studenten en hun ouders adviseren hier ook eens naar te kijken want er zijn veel voordelen.

bannerovertio1b

Voor de student betekent het particulier onderwijs: 1) kleine groepen, in mijn geval maximaal 18 maar ik heb vaak veel kleinere groepen afhankelijk van het soort onderwijs, soms zitten ik rond de tafel met 6 – 8 studenten, 2) meer individuele aandacht vanwege de kleinschaligheid, er is veel persoonlijk contact tussen docent, student en studiebegeleider en 3) praktijkgericht onderwijs omdat veel docenten, net als ik, naast docent nog actief zijn als ondernemer of andere activiteiten uitvoeren. Juist de zaken die nu als negatief worden ervaren bij het regulier onderwijs, en waar Bussemaker zich druk over maakt, worden bij de particuliere hogescholen al opgepakt. Dit blijkt o.a. uit de landelijke studenten enquêtes die jaarlijks gehouden waarbij TIO steevast als hoogste scoort in de categorie middelgrote hogescholen.

Voor de docent een boeiende werkomgeving met gemotiveerde studenten, een klein en overzichtelijk docententeam en interessante nieuwe uitdagingen. Zo start TIO in september met een nieuwe studierichting ‘E-commerce, Marketing en Sales’, een richting waar erg veel vraag naar is vanuit het bedrijfsleven en voor mij, vanuit mijn ICT achtergrond, zeer interessant. Overigens worden docenten mede beoordeeld door de studenten en is het voor de docenten interessant hun feedback te krijgen, volgens docenten die ik ken uit het reguliere onderwijs gebeurt dat daar zelden en zeker niet structureel.

onderwijs 2

Blijft natuurlijk het financiële argument over, het particuliere hoger onderwijs wordt namelijk niet gefinancierd door de overheid, ze zijn op commerciële basis georganiseerd en dat kost natuurlijk geld. Studenten kunnen echter wel bij de overheid goedkoop geld lenen binnen het nieuwe leenstelsel dat per 1 september 2015 wordt ingevoerd. Deze week stond was in het nieuws dat uit onderzoek was gebleken dat veel studenten tegenwoordig meer lenen dan nodig voor het levensonderhoud en dit geld besteden aan doelen die niet studie gerelateerd zijn zoals vakanties en de aanbetaling voor het eerste huis. Waarom dan niet investeren in een goede opleiding met een hogere kans op een baan?

onderwijs

Maar de belangrijkste reden is denk ik toch de aandacht binnen het particuliere onderwijs voor studenten als individu. De huidige generatie studenten groeit op in een turbulente wereld met veel afleidingen om zich heen en een veeleisende arbeidsmarkt. Binnen de grote massale bureaucratische HBO instellingen is het vaak moeilijk voor studenten zich thuis te voelen, met name de creatieve studenten die snel afgeleid zijn vallen dan vaak buiten de boot.

Het is overigens maar de vraag of die 4.000 extra docenten die Bussemaker wil inzetten in het gesubsidieerde hoger inderwijs ook impact zullen hebben op omvang van de groepen en begeleidingscapaciteit voor studenten: waarschijnlijk zullen zij taken overnemen van overbelaste docenten die zich dan weer met andere zaken bezig kunnen houden. De cultuur in de massale onderwijsinstituten, waarbij de student niet centraal staat maar de score op de performance indicatoren van de subsidieverstrekker, moet eerst veranderen voordat dit soort maatregelen effect kunnen hebben. Kleinschaligheid nastreven in een grootschalige omgeving is een contradictio in terminis.

Een keuze voor een kleinschalige particuliere hogeschool zonder overheidssubsidie, waarbij de student centraal staat, heeft veel voordelen, met name voor studenten die individuele aandacht nodig hebben, dan kan een keuze voor een particuliere hogeschool een goede investering voor de toekomst zijn!

The Internet without Things

De afgelopen week een interesante workshop over innovatie meegemaakt waarbij de vraag aan de orde kwam of je innovatie kan plannen en sturen of dat innovatie bij toeval onstaat door bestaande zaken slim te combineren en een goede marketing.imageIk heb mijn studenten de afgelopen week gevraagd wat zij de afgelopen vijf jaar als innovatief hebben ervaren in de zin van het aanschaffen van een produkt of dienst dat de kwaliteit van hun leven ingrijpend heeft veranderd. Unaniem kwam de Smart Phone op nummer één te staan waarbij het feit dat je vrienden nu altijd online bereikbaar zijn als grootste voordeel werd gezien, iets snel kunnen opzoeken staat op twee gevolgd door de mogelijkheid online te kunnen shoppen en de beschikbaarheid van online muziek en film. Naast de Smart Phone werden ook nog genoemd de routeplanner voor de auto, reizigersinformatie in het openbaar vervoer en uitzending gemist op de TV: allemaal ICT gerelateerde zaken dus.

Gevraagd of er ook nog niet ICT gerelateerde produkten of diensten waren die het leven makkelijker hebben gemaakt bleef het lang stil en kwamen de studenten niet verder dan de verruiming van de openingstijden van de winkels, meer niet. Er werd geen één niet ICT gerelateerd product genoemd dat de kwaliteit van hun leven heeft verbeterd de afgelopen Jaren!

Voor mij aanleiding om eens te onderzoeken wat de impact van innovaties op xmijn eigen huishouden is geweest de afgelopen 10 jaar voor de niet ICT gerelateerde producten en ik kwam tot de opmerkelijke conclusie dat ik NIETS nieuws heb aangeschaft wat je innovatief zou kunnen noemen. Het enige wat ik kan bedenken is de Nespresso machine (alweer de derde) terwijl ik ook nog een luxe model Senseo, een echt Italiaans Espresso apparaat en een ouderwets koffieapparaat voor de werklui heb staan: goede koffie is voor mij echt een dingetje. Het laatste echt innovatieve producten die ik kan bedenken waren de electrische tandenborstel en de Quooker maar die waren al uitgevonden 10 jaar geleden.

Terwijl mijn ouders vanaf de Jaren zestig steeds bezig waren nieuwe apparaten het huishouden in te slepen (koelkast, radio, TV, wasmachine, pickup, droger, vaatwasser, magnetron, etc) ben ik de afgelopen tien jaar aan het ont-apparaten en doe ik alleen maar vervangingsinvesteringen in apparaten met als uitgangspunt: ‘Hoe minder apparaten, hoe beter’.

Ik heb dus steeds minder apparaten in huis en ik gebruik er ook steeds minder:

  1. Vaste telefoon – heb ik wel maar gebruik ik zelden, alles gaat via mobiel
  2. Bekabeling telefoon, TV, internet – allemaal draadloos via glasvezel en wifi
  3. Video, CD en DVD spelers en de CD’s en DVD’s zelf – heb ze op zolder staan en gebruik ze nooit kan nu via Spotify en Netflix
  4. Geluidsinstallatie: versterker en boxen – nu 2 boxen met Apple Air draadloos verbonden aan iPad
  5. Van vier naar twee televisies – je kan ook op iPad of laptop kijken waar je maar wilt

Er is maar een uizondering op deze regel en dat is mijn Steepletone platenspeler die ik een paar jaar geleden in de UK heb gekocht voor 80£ en waarmee ik mijn oude platen weer kan draaien die ik niet op Spotify kan vinden, nostalgie doet het wel goed!imageVan de week even in de Media Markt gelopen met de blik op ‘wat zou ik nog willen kopen’ maar niks interresant. Ik koop tegenwoordig alleen iets nieuws als iets kapot gaat en dan kijk ik ook wel of er iets nieuws is wat me aanspreekt, het gaat primair toch vooral om de basis functionaliteit en de kwaliteit van een product.

Niets voor niets dus zijn alle nieuwe Forbes 500 miljardairs rijk geworden met het aanbieden van nieuwe diensten op internet, daar ligt nu de grootste potentie om snel rijk te worden. Waarbij een aantal nieuwe diensten bestaande fysieke producten overbodig hebben gemaakt. Het bedenken en in de markt zetten van nieuwe fysieke producten of innoveren van bestaande producten is daardoor een stuk lastiger geworden. Hoewel Google, Apple en Microsoft naarstig op zoek zijn naar nieuwe producten zoals Google Glass, de Apple Watch, een 3D helm en de zelfsturende auto hebben al deze inspanningen niet tot  het nieuwe innovatieve apparaat opgeleverd waar iedereen op zit te wachten. Of wellicht toch de 3D printer? Het kopieren van een succesvol services model naar producten is tot nu toe niet erg niet succesvol geweest; ook hier geldt het oude gezegde ‘Schoenmaker hou je bij je leest’.

Innovatie is moelijk te plannen en vaak het onbedoelde neveneffect van een initiatief waar plots een hoop klanten blij mee zijn en dat een hoge impact heeft voor de gebruikers die allemaal graag aan de nieuwe hype mee willen doen. Dit soort initiatieven ontstaan vaak spontaan en zijn niet te plannen. Veel succesvolle innovaties ontstaan spontaan en  blijken niet als zodanig onderwerp van een product ontwikkeling te zijn geweest of voorspeld door trends watchers of innovatie experts.

Het bedenken en implementeren van een innovatie process voor een bedrijf heeft dus weinig zin. Investeren of ontdekken van innovaties in grote bedrijven is vaak een moeizaam proces omdat de hierarchie en korte termijn focus op winst binnen bedrijven ondernemerschap en creativiteit niet stimuleren. Vaak worden er mooie innovatie processen geïmplementeerd door consultants maar levert dat bar weinig op. Echte innovators met een goed idee starten zelf iets op.imageTrendwatchers als Adjiedj Bakas kijken voornamelijk naar de eerste fase van de hype cycle als het idee van concept al vertaald is naar iets tastbaars waardoor ze altijd achter de feiten aan lopen en geen voorspellende waarde hebben. Trendrapporten zijn vaak opsommingen van leuke nieuwe dingen die potentie hebben en kunnen inspireren, echt iets nieuws voorspellen kunnen ze niet, als dat zo zou zijn zouden ze waarschijnlijk een ander job hebben…

Hoe moet het dan wel? Wie had kunnen vermoeden dat Uber en Airbnb in ene zo razend populair zouden zijn? Dit soort innovaties hebben vaak een ongestructurreerde start en zijn niet volgens een vooraf bedacht plan in de markt gezet, ze worden in ene onderdeel van een hype en worden zo slachtoffer van een snelle groei omdat ze zich dan moeten gaan focussen op de organisatie en het management en afdwalen van het oorsponkelijke conceptuele creatieve denken waardoor ze ontstaan zijn.

Het is dus moeilijk de toekomst te voorspellen maar als ik dan toch een aanbeveling zou mogen doen op basis van mijn kleine inventarisatie dan zou ik me focussen op een online service die een bestaand apparaat overbodig maakt zoals bijvoorbeeld de computer, degene die daar een echte oplossing voor kan vinden wordt mega rijk!

Consumenten willen minder apparaten en niet meer, daarom is de term ook ‘The Internet of Things’ verkeerd gekozen: door allerlei devices en sensoren slim in de omgeving en producten te implementeren moet het voor de consument mogelijk worden ook zonder smartphone of tablet met het Intenet te communiceren, dus vanuit het leveranciers perspectief meer devices maar voor de gebruiker juist minder en een makkelijker interface met het Internet.

The Internet without Things www.gerardgeerlings.nl

Samenvattend: de toekomst is niet voor ‘The Internet of Things’ maar volgens mij voor ‘The Internet without Things’!

Digital Overload in the Classroom

imageWorking as a lecturer on a University in Amsterdam, I experience daily the big impact of digital devices on my students in the classroom. My lectures take around two hours and, when there is no break planned, the students will make a point to have a break halfway because they want to check their E-mail, WhatsApp and Facebook. When I don’t allow this the number of students who need to go to the toilet will increase significantly! In the meantime they will use every opportunity they get to check their devices. This problem is called Digital Overload or Digital Obesity and in this article I want to investigate what the impact is of this problem and if we can develop a strategy turning this problem into an opportunity!

According to me lecturing is about four phases: 1) Getting attention – from students, 2) Knowledge transfer – from teacher to student, 3) Understanding – by the student, 4) Applying – by the student.  It all starts with getting attention from students, without this my attempts to teach them something will never be very successful! The impact of digital devices on education has been growing last five years significantly because of the availability and price of digital smart devices. Next to the real world we now also have our own ‘Online’ virtual world available  which we can setup ourselves. As this a recent development we have not found a balance yet between these two worlds: this digital world is very attractive to students and it seems more fun…image

What is the impact on students?

The German Psychiater Prof. Manfred SpitzerIk wrote a book about Digital Dementia which contains some interesting scientific facts:

  • Children spend nowadays more time with their mobiles, tablets, computergames and television than being at school.
  • Using computers at early ages will lead to concentration problems and reading problems at a later age.
  • e-Learning behind a computer is not very succesful for all ages.
  • The more time you spend time with digital devices, the more difficult it is to concentrate on reading and understanding a long text on paper.
  • Even when a mobile device is not used and just laying on the table in front of you your performence to do an exercise will be lower
  • Spending much time before a screen until late in the evening causes sleep problems.
  • Digital social networks do not lead to better social contacts but more likely to social deprivation and isolation, solitude and being unhappy.digital-overload-300x200

This is not only a problem for children but also for adults. But, if you want to solve this problem, I think we should focus on children: during their formative and educational years digital overload has the most impact on their development.

How can we solve this?

We need an innovative strategy how to reduce digital overload based on the assumption that we can only solve the negative impact of excessive use by spending less time with digital devices during education and normalize the use. This strategy should not be based on fighting technology but by changing it in the direction we want.  The question we need to answer in my opinion is simple: how can we take care digital devices are supporting education and not decreasing attention in the classroom?

Evolve2Here my recommendations how to counter this problem:

1. Get to know how students use their devices and make use of IT.

Every time something new is invented people will start using it the most in the beginning, having a new device gives you status, by using it you want to show you are part of the new world this device belongs to. Probably we are now on top of the hype and the usage of digital devices will normalise in time just like it did when other new innovative new technology was introduced. To normalize the use you need to integrate the availability of these devices in the classroom into your teaching methodology. To do this effectively you first need to know how students use their devices, start using their Apps and use available tools on their devices for planning meetings, send reminders, communications etc. or even develop Apps for this purpose.

2. Be clear on your digital policy in the classroom.

DIscussions on this issue  with other teachers always concentrate on allowing students to use devices in the classroom or not. Some take a position in between and apply rules when and how these devices may be used in the classroom. When different teachers apply different policies it becomes confusing for students and gives a lot of discussions in the classroom. My advice would be to have clear guidelines in schools on the use of devices so everybody knows what the code of conduct is and why these rules are there. In daily life there are also conventions and students need to know what the do’s and don’ts are already at school.  So not only explain them how the SmartScreen and BlackBoard works but also how IT is used in the classroom and when your allowed to check your mail during the day and why this rule is justified.

3. Have a clear IT strategy in the schools curriculum.

As lecturer Information Management I learned that students know all about their laptop and smart phone but don’t have a clue what the IT basics are: they don’t make the connection. When I start explaining the difference between data and information they don’t understand what this has to do with their mobile device. There is a challenge here bringing the world of IT and digital devices together. Every school and University should have an integrated strategy with clear objectives how IT is incorporated in the schools curriculum. IT is not an area of study on his own but a lot of other items in the schools curriculum can only be understood when you know something about IT. It all starts with learning the basics of and later broadening the scope.

4. Invest in innovative IT tools supporting education.

MS Classroom

If you look at the  vision of IT firms on how they see the role of digital devices around us you can see what the industry thinks the role of IT will be in the future. See for example this commercial from Microsoft which gives their vision on the status of IT in 5 years: Microsofts Vision on IT in 2019 . In above picture from the video you see children communicating through a screen with a class on the other side of the world, in the classroom there are no tablets or laptops and still books being used. Schools and universities should set direction to IT innovations in the classroom and not wait until the industry comes up with a solution.

It would be interesting to get your feedback on this!

Addition: the same day this blog was published in the Dutch  Newspaper NRC: a scientific experiement has tested and proven that even when a mobile phone is on a table which is not online, people have less concentration than without one around!

image

Roemenië – dag 2

5 uur op de achterbank van een auto doorgebracht met de Dean van de Griffith School of Management om in Cluj-Napoca, ook wel het Silicon Valley van Roemenië genoemd, aanwezig te zijn bij de diploma uitreiking voor de studenten die een cursus Test Management hebben afgerond bij de Informal School of IT. Deze opleiding bestaat al lang en leidt mensen op die buiten de IT werken en zich willen omscholen naar de IT, kost ze wel hun vrije zaterdag. Hoewel ik al twee en een half uur met de Dean in de auto had gesproken, was het niet tot mij doorgedrongen dat ik de belangrijkste spreker was.

image

Voor ik het wist stond ik voor de zaal en moest ik wat zeggen, dus begon ik een verhandeling over de wederzijdse verhoudingen tussen Roemenië en Nederland, de rol van ICT en de enorme kansen die er zijn in de ICT… Na mij kwamen er nog een 12-tal sprekers maar aangezien die allen in het Roemeens praten wist ik niet zeker of mijn verhaal wel aansloot bij het doel van de bijeenkomst; ze waren in ieder geval allemaal erg vrolijk. Terwijl na de diploma uitreiking iedereen aan de drank en hapjes ging moest ik aan de slag voor een interview met een journalist van een krant en daarna een filmopname voor een promotiefilm. ‘Zeg maar wat je net zei en kijk naturel in de camera’ was de opdracht, de Dean stond er tevreden bij te kijken. Stond er in 1 keer op.

Terug duurde wat langer vanwege de files maar dat gaf mij de gelegenheid ook de binnenwegen hier te inspecteren, kan best nog wel wat Europese subsidie aan worden besteed. Morgen vrije dag, hoewel de Dean nog even langs komt in het hotel voor een kopje koffie, gezellig! Begin het hier naar mijn zin te krijgen!

Roemenië – dag 1

Drie dagen op bezoek in Oradea Roemenië op uitnodiging van een recruiter die mij wil voorstellen aan een aantal bedrijven. Donderdag hele dag onderweg geweest om hier te komen: taxi, trein 2x, bus, vliegtuig, auto met chaufeur. Oradea ligt in het westen van Roemenië in de regio Transylvanie vlak over de grens met Hongarije en is een stad qua grootte vergelijkbaar met Amersfoort.

IMG_0565.GIF

 

Na een eerste etentje met de recruiter op donderdagavond vrijdag een vol programma: ontbijt met de Dean van de Universiteit, daarna naar de Griffiths School of Management, voor een speech van de Minister President van Roemenië, 2 uur college gegeven voor de studenten, 7 business cases besproken met studenten en van feedback voorzien en daarna 4 bedrijven in Oradea bezocht en kennis met eigenaren gemaakt: 2 IT bedrijven, een glas/venster productie bedrijf en een ‘waste management’ bedrijf.

Overal hartelijk ontvangen, aardige mensen en leuk te zien hoe deze regio zijn best doet zichzelf op de kaart te zetten. Veel van de ondernemers die ik hier gesproken hebben lange tijd in de US of West Europa gewerkt en besloten op een gegeven moment terug te keren en hier lokaal een nieuwe onderneming te starten. Na de val van de muur is er een ware uittocht geweest, Oradea is van zo’n 250.000 naar 170.000 inwoners gekrompen als gevolg hiervan. Nu doen ze erg hun best mensen, met name ondernemers, weer terug te krijgen en dat daar Europese subsidies voor zijn helpt natuurlijk. En door mensen zoals ik uit te nodigen hopen ze business te genereren en het imago van Roemenië te verbeteren, hebben ze last van.

image

Oradea zelf is hard bezig op te knappen, er zijn plannen het centrum autovrij te maken en er staan nog veel mooie oude gebouwen overeind die nodig een opknapbeurt kunnen gebruiken. Op het plaatje hierboven links zie je het Hotel waarin ik verblijf, mooi opgeknapt. Er is een subsidie regeling (weer van Europa) die zo in elkaar zit dat je 50% terug kan krijgen als je investeert in restauratie en als je het niet doet krijg je een boete. Gisteravond, toen het nog niet regende, een wandeling door de stad gemaakt. Ik had wel een beetje een Fellini gevoel, veel bedelaars en dronken Roemenen tegengekomen die plots uit de het donker opdoken.

Morgen naar Cluj landinwaarts met de Dean van de Universiteit, een bedrijf daar bezoeken en daarna een ‘Graduation Event’ bijwonen bij de ‘Informal School of IT’, ja die hebben ze hier ook!