Tag Archives: Donald Trump

Is de waarheid zelfcorrectief?

Afgelopen zondag het Filosofisch Café van de ISVW in Leusden bijgewoond met een bijdrage van de filosoof Jeroen Hopster over waarheid en onwaarheid, nepnieuws en het post-truth tijdperk. Al snel ging zijn lezing natuurlijk over Donald Trump en diens manier van omgaan met de waarheid en hoe hij daarmee wegkomt.

Er is al veel gezegd en geschreven over de intuïtieve manier waarop Trump met de waarheid omgaat: op basis van zijn intuïtie uit hij een vermoeden, wanneer blijkt dat de feiten zijn vermoeden niet bevestigen gaan derden op dit vermoeden reageren waardoor nieuwe feiten ontstaan, dan past hij zijn vermoeden hierop aan en ontstaat een nieuwe waarheid. Het gaat hierbij dus in essentie om propaganda: het bewust verspreiden van eenzijdige en/of verzonnen informatie, niet een nieuwe verschijnsel en Donald Trump is natuurlijk niet de enige die dit doet, Poetin kan er ook wat van.

Wat het bij Trump schokkend maakt is dat dit gebeurd in een land dat altijd voorop heeft gelopen als het gaat om de burgerlijke vrijheden en de vrije pers en de meerderheid van de Amerikanen onverschillig staat ten opzicht van het vinden van de waarheid. Het zomaar wat roepen en het aantoonbaar verspreiden van onjuiste feiten kan daar zomaar zonder dat het consequenties heeft. Sterker nog, Trump’s intuïtie ligt blijkbaar dicht bij het gevoel van veel Amerikanen dus raakt hij een gevoelige snaar bij velen die hem door dik en dun blijven steunen ook al kraamt hij bullshit uit. Dit blijkt uit de zijn populariteitsscore: 53 procent van de witte kiezers steunt hem en bij witte mannen is dat percentage zelfs 60 procent.

Volgens Jeroen Hopster heeft de opkomst van de social media de afgelopen 15 jaar voeding gegeven aan dit verschijnsel omdat daardoor de tools beschikbaar kwamen om de publieke opinie naar de hand te zetten, denk maar aan de Russische inmenging van de laatste Amerikaans verkiezingen en de onthullingen nu over de rol van Facebook daarbij. Overigens was het Barack Obama die als eerste social media massaal ging inzetten bij zijn eerste verkiezingscampagne en heeft Donald Trump daar en aantal principes uit de marketing toegepast op zijn politiek campagne.

Na de pauze tijdens de discussie over een aantal stellingen merkte één van de aanwezige op dat dit niet de eerste keer is geweest dat nieuwe technologie maatschappelijke impact heeft gehad, denk bijvoorbeeld aan de boekdrukkunst en de introductie van kranten, radio en televisie. Zo leidde de massaproductie en -verspreiding van boeken ertoe dat de burgers minder afhankelijkheid van priesters werden voor hun kennisontwikkeling en alternatieve meningen zoals die van Maarten Luther breed konden worden verspreid. Op zich een mooie ontwikkeling maar deze ontwikkeling heeft ook tot heel wat godsdienstoorlogen geleid. Met de komst van nieuwe technologie is dus de nodige turbulentie te verwachten en het duurt altijd een tijdje voordat we geleerd hebben hier mee om te gaan, momenteel zitten we opnieuw in zo’n moderniseringsproces zoals dat in de sociologie wordt genoemd.

Op basis hiervan kom ik dan op de achterliggende vraag die Jeroen Hopster bij dit verschijnsel  stelde en die wellicht het meest interessant is: is de waarheid zelfcorrectief? Blijkbaar is ons collectieve waarheidskader momenteel uit balans en niet gebaseerd op feiten maar op waarden, normen en ideologie waardoor meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan. Hierdoor ontstaat een kloof tussen de politieke elite, de burgers en de experts en dat wringt en levert allerlei problemen op die de traditionele instituties niet kunnen oplossen.

Wat dat betreft zouden de volgende Amerikaanse verkiezingen wel eens spannend kunnen worden. De grote vraag wordt dan of Donald Trumps intuïtieve methode succesvol blijft of dat de democraten een nieuw ideologisch kader weten te ontwikkelen die de kiezers aanspreekt, het morele leiderschap van de nieuwe president zou dan wel eens het belangrijkste issue kunnen worden. Hopelijk is het corrigerend vermogen van de Amerikaanse samenleving zo sterk dat we snel weer over hetzelfde praten als het om de waarheid gaat.

Cowboys

Wat mij een beetje verbaasd in die hele discussie rond invoerheffingen is het soort producten waar Trump en de EU het over hebben. Terwijl Trump zijn handtekening heeft gezet onder het besluit invoerheffingen op staal en aluminium te gaan invoeren dreigt de Europese commissie terug te slaan met heffingen op producten als pindakaas, sinaasappelsap, whiskey, tabak, T-shirts, cosmetica en beddengoed. In totaal vertegenwoordigen deze producten 1 procent van de 250 miljard aan goederen die de EU jaarlijks uit de VS importeert, daar liggen de Amerikanen vast niet wakker van. Als ik dus, als dit doorgaat, een T-shirt voor 10 dollar in de VS via Amazon bestel krijg ik niet alleen te maken met een opslag voor de verzendkosten maar zal er ook een invoerheffing berekend gaan worden op deze producten die doorgesluisd wordt naar onze fiscus.

Hierbij gaat het dus om allerlei producten die de oude economie vertegenwoordigen en niet de nieuwe die wordt vertegenwoordigd door bedrijven zoals Facebook, Amazon, Apple, Google en Microsoft die steeds invloedrijker worden en de ambitie hebben een mondiaal platform te worden waarop kopers en verkopers elkaar kunnen vinden. Van Trump begrijp ik wel dat hij de staal en aluminium sector op de korrel neemt omdat hij daar als voormalig vastgoed magnaat meer affiniteit mee heeft, honderd jaar geleden was US Steel nog het grootste bedrijf in de US maar de tijden zijn veranderd. Van de EU mag je toch een meer creatieve tegenzet verwachten.

Vandaag stond in de krant dat op de Forbes miljardairslijst Jeff Bezos, de oprichter van Amazon, de rijkste mens is geworden met een marktwaarde van 112 miljard deze plek overnemend van Bill Gates die nu op twee staat met 90 miljard. Als je kijkt naar bovenstaand plaatje van de top Amerikaanse bedrijven zie je dat de top vijf wordt aangevoerd door deze 5 technologie bedrijven en dat die steeds meer invloed krijgen omdat de oude economie niet zonder deze  platformen haar producten en diensten op de wereldmarkt kan afzetten. En ondertussen vergaren deze bedrijven allerlei informatie over ons zoek- en koopgedrag waarbij deze bedrijven vanuit de VS al onze data kunnen zien en dat andersom niet het geval is.

Zou het niet zinniger zijn als de EU zich op deze vijf bedrijven richt die met enorme marges als een soort moderne cowboy krankzinnig veel geld verdienen, via fiscale sluiproutes in o.a. Nederland belasting ontduiken, zich monopolistisch gedragen, lak hebben aan onze privacy, succesvolle bedrijven inlijven en buiten de VS weinig concurrentie hebben? Alleen Alibaba kan zich meten maar dat is niet echt een concurrent omdat ze een ander business model hebben en te maken hebben met het toezicht van de Chinese overheid. Het zou geen kwaad kunnen van deze bedrijven wat geld af te romen via een heffing op elektronische handel tussen de VS en Europa waarbij niet de arme T-shirt of pindakaas producent de dupe is maar de grote technologie bedrijven die financieel wel erg ruim in het jasje zitten.

Vrijheid van meningsuiting

Een tijd terug was ik in het Groninger Museum voor een tentoonstelling ‘Student in Groningen 1614-2014’. Omdat ik zelf in Groningen gestudeerd heb was ik natuurlijk met name geïnteresseerd in de periode 1968 – 1980, de periode tussen de studentenopstanden aan  universiteiten over de hele wereld waarbij zij massaal in verzet kwamen tegen de toenmalige elite en meer inspraak eisten en de periode dat ik zelf in Groningen economie studeerde.

Wat mij opviel aan deze tentoonstelling is de continue historische lijn van het succes van de studenten corpora als dominante factor binnen het studentenleven en het kleine intermezzo van eind jaren zestig tot begin jaren tachtig dat wordt gekenmerkt door turbulentie en grote veranderingen. Welgeteld één wandje was volgeplakt met foto’s over acties in die tijd waarna de tentoonstelling weer vrolijk verder ging over Vindicat, ontgroeningen en andere studenten rituelen die nu nog steeds het nieuws halen.

Dus tijdens die 400 jaar zijn de roerige jaren zestig maar een klein intermezzo van 15 jaar geweest waarin studenten streden om meer zeggenschap en en toegang tot het onderwijs voor iedereen. Ik heb zelf in die tijd, na mijn switch naar Utrecht daar in de faculteitsraad Sociale Wetenschappen gezeten waar mijn stem evenveel waard was als die van de professoren en wetenschappelijk medewerkers. Ik zat toen in de faculteitsraad met de spraakmakende psycholoog professor Piet Vroon die deze inspraak maar niks vond en dat leverde interessante discussies in de faculteitsraad op.

Ik was in die tijd meer bezig met dit soort zaken dan met mijn studie zelf en hoefde als student alleen collegegeld te betalen om te kunnen studeren (500 gulden geloof ik) en dan kreeg ik een studiebeurs, mijn studievoortgang werd toen niet gecontroleerd. In die periode werd het hoger onderwijs voor het eerst breed toegankelijk voor velen en daar heb ik toen van kunnen profiteren: mijn ouders hadden beide niet gestudeerd en ik behoorde tot de eerste generatie van mijn familie die toegang kreeg tot het wetenschappelijk onderwijs.

Dat is tegenwoordig allemaal anders. Studiefinanciering is er nog wel maar niet meer als beurs maar als lening en alleen als je genoeg studiepunten hebt mag je verder. Het overstappen van de ene studie kan wel maar kan consequenties hebben voor je studiefinanciering en de hoogte van het collegegeld etc.. Door al deze beperkingen is studeren dus niet meer zo vanzelfsprekend als in mijn tijd.

Tijdens die tentoonstelling in Groningen realiseerde ik me dat de democratiseringsbeweging van 1968 dus maar heel beperkte invloed heeft gehad. Ik geloofde destijds democratisering een onomkeerbaar proces was en dat de dingen die we realiseerden niet meer terug gedraaid konden worden.

Ik moest hier aan denken toen ik in de Volkskrant vanmorgen, 5 december 2917, een artikel las over de vrijheid van meningsuiting, religiekritiek en het opkomen voor humanistische waarden. De Internationale Humanistische en Ethische Unie (IHUE) heeft een rapport gepubliceerd, het Freedom of Thought Report 2017, en daaruit blijkt dat het geweld tegen ongelovigen, agnosten en vrijdenkers extremer wordt en dat deze ongelovige steeds feller worden gediscrimineerd, vervolgd of zelfs gedood. Zo is in Pakistan de student Mashal Khan onlangs doodgeslagen door een groep woedende studenten omdat hij zich op Facebook humanist had genoemd.

In ons land zijn er, volgens recent onderzoek, meer atheïsten dan gelovigen en daarom doen we het waarschijnlijk beter dan andere landen wat betreft de vrijheid van meningsuiting. Toch moeten we waakzaam zijn, ook hier hebben afvallige moslims die zich afwenden van de Islam het moeilijk zoals blijkt uit een onderzoek van Gert Jan Geling, docent aan de Haagse Hoge School volgens hetzelfde artikel in de Volkskrant.

En het zijn niet alleen religieuze redenen die de vrijheid van meningsuiting beperken. Neem bijvoorbeeld het recente voorbeeld van de Amerikaanse Juli Briskman die recentelijk onder het fietsen haar middelvinger opstak naar een konvooi dat de president vervoerde. De reden waarom ze dit deed was dat ze boos is op het politieke klimaat in de VS: ‘Dit was een mogelijkheid er iets van te zeggen.’. Een foto van dit  voorval ging al snel rond op het internet en een dag later werd ze ontslagen door het bedrijf waarvoor ze werkte Akima LLC. 

Als reden voor haar ontslag gebruikte haar werkgever het argument dat Briskman deze foto als profielfoto op social media had gebruikt en dat ze daarmee het social mediabeleid van het bedrijf overtrad. Pas maar op dus, protesteren tegen de overheid kan je dat dus je baan kosten in het land waar de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst in de grondwet staan.

Het vooruitgangsgeloof dat wij hadden in de jaren zestig en de verwachting dat alles als maar beter zou worden is dus een verschijnsel van voorbijgaande aard geweest. Uit het rapport van de IHUE blijkt dat de vrijheid van meningsuiting wereldwijd flink onder druk staat en vrijdenkers in veel landen op hun tellen moeten passen.

Blijven schrijven dus maar… 

#NotMe

Plots staat de krant vol van verhalen over mannen met macht die aantrekkelijke jonge vrouwen het hof maken, dit blijkt in alle sectoren van het maatschappij voor te komen en de affaire Harvey Weinstein, nooit eerder van die man gehoord overigens, is blijkbaar de trigger geweest voor deze #MeToo hype. Donald Trump heeft eerder ook al blijk gegeven van dit soort gedrag maar kwam daar toen nog mee weg.

Ik heb zelf lang in het bedrijfsleven gewerkt en gezien hoe mannen, als er weer eens een nieuwe jonge aantrekkelijke dame was aangenomen, als bijen op de honing afkwamen en ze het hof gingen maken, extern gingen lunchen en het liefst natuurlijk meenamen op een business trip naar het buitenland. Een van mijn vrouwelijke collega’s vertelde me ooit dat zij vaak, als ze ergens in een hotel  moest overnachten, door de lokale managers mee uit eten werd gevraagd omdat ze anders ‘die avond alleen in dat hotel zou zitten’. Steevast zei ze dan ‘nee’. In gezelschap kon ze daar vaak niet onderuit en dan gebruikte ze meestal de truuk bij het desert te wachten tot er een aantal disgenoten iets besteld hadden om dan op te staan en te zeggen dat ze genoeg gegeten had en vroeg ging slapen, de heren waren dan verplicht te blijven zitten omdat ze al besteld hadden. Ze wist dat als ze bleef zitten de drank een rol zou gaan spelen en je dan beter weg kon wezen en het lastiger werd iemand af te wimpelen… Een prima strategie lijkt me en deze dame heeft het dan ook ver geschopt.

Lastig, relaties op het werk, maar daar waar mannen en vrouwen intensief samenwerken gebeuren er nu eenmaal ook dingen in de relationele sfeer en meestal loopt dat goed af en soms slecht. En vaak, is mijn ervaring, weten de collega’s op het werk wel wat er aan de hand is en hoe daarmee om te gaan. Het wordt natuurlijk lastiger wanneer de factor macht een rol gaat spelen in de verhouding baas en ondergeschikte en iets wordt afgedwongen. Maar ook in zo’n situatie heb ik vaak gezien dat dit soort zaken goed wordt afgehandeld en men verstandige keuzes maakt. Zo betrapte een vrouwelijke leidinggevende op mijn werk ooit een sales manager die het op de zolder van het kantoor met een secretaresse deed. Ze besloot de sales manager te ontslaan en de secretaresse te houden, een verstandige beslissing vond we toen allemaal. Overigens zijn die twee nu al weer jaren gelukkig getrouwd, ze wonen hier in de buurt en hebben drie kinderen, ik kom ze nog wel eens tegen.

Waarom dan nu die overdreven aandacht voor dit onderwerp die zelfs zover gaat dat ook mannen met de #IHave uitkomen voor hun verkeerde gedrag ten opzicht van vrouwen in het verleden. Blijkbaar roept dit onderwerp veel emoties op en hebben slachtoffers en daders tegenwoordig door de sociale media de mogelijkheid dit makkelijker te uiten. Maar dat dit soort zaken zo massaal zouden voorkomen verbaasd me wel en herken ik niet. Volgens mij komt de grote aandacht voor dit onderwerp, vanuit sociologisch perspectief, omdat het een voor iedereen herkenbaar onderwerp is en ook dichtbij de eigen leefwereld speelt: iedereen heeft direct of indirect in zijn omgeving wel eens met dit onderwerp te maken gehad en er zo zijn een eigen mening over (net als ik). Dit in tegenstelling tot de ‘grote’ wereldproblemen van deze tijd waarbij iedereen zich machteloos voelt en niemand weet hoe we die kunnen oplossen (klimaat, vluchtelingen, oorlog, terrorisme). Zo’n dichtbij onderwerp in de relationele sfeer trekt veel aandacht en daar spelen de media graag op in.

Persoonlijk heb ik met iets dergelijks in het verleden nooit te maken gehad, althans niet dat ik me ervan bewust ben: ik heb nooit een relatie op het werk gehad of geambieerd, lijkt me een beetje ingewikkeld. Ik behoor dus tot de grote meerderheid #NotMe’s, een beetje braaf misschien, daar zouden ze het ook eens over moeten hebben…

Het populistische collectieve leerproces

Gisteren maakten we als mensheid voor het eerste sinds het einde van de koude oorlog weer een nieuw historisch dieptepunt mee: op het podium van de Verenigde Naties kondigde hij de totale vernietiging van Noord Korea aan als dit land de VS zou aanvallen: “we will have no choice than to totally destroy North Korea. Rocket man is on a suicide mission for himself and his regime.” Daarbij riep hij alle andere leden van de VN op het Kim regime te isoleren tot het stopt met haar vijandige gedrag.

Nu hebben we dat wel vaker gezien bij Donald Trump: het initieel gebruik van populistische taalgebruik waarna na een tijdje zijn oorspronkelijke standpunt wordt afgezwakt onder het motto: ik heb er nog eens over nagedacht en denk er nu anders over, de oude situatie is om pragmatische redenen nog niet zo slecht, ik zei dit toen wel maar denk er nu anders over… Neem bijvoorbeeld het klimaat verdrag waar Trump zo vel tegen was, er gaan nu geruchten dat hij dit toch, na wat aanpassingen, zou willen ondertekenen. Niet zo vreemd nu hij ziet wat de impact van klimaatveranderingen op de VS zelf is met al die tornado’s. Een ander hard punt tijdens de verkiezingen was de muur met Mexico waarvan hij vond dat Mexico die zelf maar moest betalen. Momenteel, 9 maanden sinds Trump in charge is, zit dit project nog in de prototype fase en wordt er nog steeds gesteggeld over het geld, niet met Mexico maar met de staten aan de grens met Mexico die het allemaal moeten gaan betalen…

Vandaar mijn stelling dat het populisme, wanneer ze uiteindelijk regeringsverantwoordelijkheid krijgen, door een collectief leerproces gaan waardoor ze gedwongen worden hun oorspronkelijke populistische standpunten om pragmatische redenen aan te passen. Verkiezingsbedrog zou je het ook kunnen noemen hoewel de echte aanhangers van Donald Trump dat niet met me eens zullen zijn omdat zij waarschijnlijk om niet rationele gronden in hun leider geloven. Daarom is het ook zo moeilijk met hen in discussie te gaan en kan je dat eigenlijk beter niet doen omdat dat niets oplost en partijen niet bij elkaar brengt.

Ik merkte dat gisteren weer toen ik op en post van Jesse Klaver op Facebook een reactie gaf: “Door uit de formatie te stappen worden die mooie doelstellingen niet gerealiseerd en blijft Groen Links aan de zijlijn staan, een gemiste kans Jesse! Ik heb even gedacht dat er een nieuwe frisse koers van Groen Links in veel opzichten beter beleid zou opleveren, helaas..” Ik kreeg op deze post 65 likes tot nu toe maar ook een aantal zure anti Groen Links reacties van mensen die ageerden tegen vluchtelingen, de politiek in het algemeen, links in het bijzonder. Het meest voorkomende verwijt naar mijn kant was dat ik niet inhoudelijk reageerde op hun ongenuanceerde reacties, het grote gelijk zat blijkbaar aan hun kant.

Als je elkaar verwijt niet op basis van argumenten te discussiëren wordt discussiëren erg moeilijk en ik had er eigenlijk direct al weer spijt van dat ik me in deze discussie had aangezwengeld toen de ene na de andere reacties op mijn post binnen kwam. Snel mijn computer uitgezet…

Het zou een goede zaak zijn voor Nederland als de populisten ook eens regeringsveranwoordelijkheid zouden dragen en compromissen zouden sluiten waarbij ik een voorkeur heb voor Thierry Baudet boven Geert Wilders die in het verleden al heeft laten zien vooral tegen dingen te zijn, een lastige basis om met anderen samen te werken. In de peilingen doet Baudet het goed waarmee de populisten een mooi alternatief hebben. Door regeringsverantwoordelijkheid te nemen gaat het populisme zo door een collectief leerproces, gaan de scherpe kantjes eraf en wordt het langzaam weer mogelijk met elkaar te gaan praten zoals Donald Trump nu doet met Nancy Pelosi en Chuck Schumer van de democraten, dat hadden we een half jaar geleden niet voor mogelijk gehouden. Zo wordt de populist Trump in ene een pragmaticus, ik hoop dat Trump dat ook wordt inzake de dreiging naar Noord Korea, het vernietigen van een land dient echt geen enkel belang en is moreel verwerpelijk… 

Blijft de vraag waar toch al dat chagrijn vandaan komt van al die mensen die zo fel, rancuneus en zonder relativeringsvermogen en gevoel van humor gisteren en vandaag op mij hebben gereageerd. Jeroen Dijsselbloem had het er gisteren op de radio over dat hij niet begreep waarom zoveel mensen in Nederland het gevoel hebben dat het slecht me ze gaat terwijl alle indicatoren juist laten zien dat het op het niveau van de hele samenleving juist nog noot zo goed is gegaan. Volgens mij gaat het, als het om het chagrijn van de burger, gaat dus eigenlijk om een achterliggende filosofische vraag: ‘Waarom hebben zoveel mensen individueel het gevoel er niet toe te doen in de samenleving?’.

Ik kreeg overigens vanmiddag een nette mail van Jesse Klaver’s online team waarin nogmaals helder en duidelijk werd uitgelegd waarom Groen Links uit de formatie bespreking is gestapt, dat geeft je toch weer het gevoel als burger dat er door de politiek naar je geluisterd wordt en je er bij hoort!

The Next Generation Internet

Deze week bezocht ik in Rotterdam een meeting van PortXL, het startup innovatieprogramma van de Rotterdamse haven.  Hoofdgast daar was Peter Schwartz, Senior Vice President van Salesforce die zijn visie gaf op de ontwikkelingen in de ICT. Na afloop van zijn verhaal was er de mogelijkheid vragen te stellen en één van de aanwezigen vroeg hem toen hoe we er voor kunnen zorgen dat het Internet meer veilig wordt. Hij legde uit dat het Internet destijds niet ontworpen was vanuit beveligingsperspectief, het was juist de bedoeling een open platform te ontwikkelen waarbij iedereen in principe toegang heeft tot alle informatie. Wat men toen voor ogen had komt nu het best tot uiting bij Wikipedia, de papieren encyclopedie van vroeger is nu vervangen van een online bijgewerkte website waarbij iedereen in staat is informatie toe te voegen of te wijzigen zodat het veel actueler is dan de oude Winkler Prins waarvan je steeds anderhalve meter moest aanschaffen als je de laatste versie wilde hebben.

Pas toen het internet succesvol bleek kwam er behoefte aan het afschermen van gegevens zodat niet iedereen erbij kan en werden er op allerlei plekken beveiligingsfuncties op het internet ingebouwd maar het uitgangspunt bleek altijd dat het internet open is en dat je er verstandig aan doet op het laagste niveau, het object niveau (server, data, programma), beveiligingsfuncties in te bouwen. En aangezien IT een snelgroeiende bedrijfstak is, is het vechten tegen de bierkaai om het beveiligingsniveau steeds optimaal te houden. Een perfecte beveiliging is op het huidige internet dus niet mogelijk en dat is goed nieuws voor zowel de hackers als de beveiligingsexperts die een goede boterham kunnen verdienen met hun diensten die eigenlijk niks toevoegen aan de kwaliteit van het internet en alleen maar een kostenverhogend invloed op hebben.

Dit probleem kan volgens Peter Schwartz alleen opgelost worden door het beschikbaar komen van een geheel nieuw ontworpen internet waarbij bij het ontwerp al rekening is gehouden met de beveiliging, een nieuw internet dus. En daar wordt volgens Peter Schwartz al heel hard aan gewerkt. Uitgangspunt hierbij is een nieuw internetprotocol met een beveiliging aan de bron die verder gaat dan alleen het IP-adres en waarvan de eigenaar nu vaak moeilijk te achterhalen is.  En naast een internetprotocol voor alle gebruikers van het internet een protocol voor een tweede secure level die gebruikt kan worden voor omgevingen die een eigen internet domein willen waar alleen de gebruikers met toegangsrechten gebruik van kunnen maken.

Dit maakte me nieuwsgierig wie er eigenlijk met de ontwikkeling van deze nieuwe generatie internet bezig is: wie ontwikkelt dat eigenlijk, wie doet de funding hiervan en wie is eigenlijk de eigenaar? Als dit echt gaat werken heeft de eigenaar van dit protocol een machtige sleutel in handen met betrekking tot alle data wereldwijd en ik kan me voorstellen dat er heel wat partijen geïnteresseerd zijn in deze technologie die  eigenlijk het nieuwe beveiligingssysteem van de wereld zou kunnen worden genoemd.

Allereerst maar eens, het advies van Peter Schwartz volgend, op Wikipedia gekeken. Er is een pagina ‘Next Generation’ waarop een vermelding wordt gemaakt naar het US Next Generation Internet Program (NGI) van de Amerikaanse overheid dat als doel had de snelheid van het internet dramatisch te verhogen. Dit programma is gestart in oktober 1996 door President Bill Clinton in oktober 1996 en volgens Wikipedia in 2002 succesvol afgesloten. De webpagina van dit project (http://www.ngi.gov/) is niet meer in de lucht.

Op de huidige site van het Witte Huis onder Donald Trup kan ik niks terugvinden van zo’n project, wel is er recent een ‘Office of American Innovation’ opgericht onder leiding van Jared Kushner, doelstelling: 

‘This office will bring together the best ideas from Government, the private sector, and other thought leaders to ensure that America is ready to solve today’s most intractable problems, and is positioned to meet tomorrow’s challenges and opportunities.  The office will focus on implementing policies and scaling proven private-sector models to spur job creation and innovation.’

Daar zou zo’n ‘Next Generation Internet’ project natuurlijk onder kunnen vallen maar een concrete aanwijzing daarvoor heb ik niet kunnen vinden en als ik de speech eerder deze week van Jared Kushner beluister richt hij zich voornamelijk op overheids automatisering, niks te vinden daar over Cybersecurity of de Cloud.

Op Europees niveau vond op 6 en 7 juni jongsleden in het Europees Parlement een interessante conferentie onder de titel ‘The NEXT GENERATION INTERNET SUMMIT’ plaats.

‘The Next Generation Internet Summit and related public campaign will support the European Commission to build a strategy together with heads of state, leading policy makers, renewed innovators, researchers and citizens to foster the development of the internet, as a powerful, open, data-driven, user-centric, interoperable platform ecosystem, for the benefit of companies and citizens.’

Wel een beetje laat om nu pas een strategie te gaan ontwikkelen voor het internet. Leg je de Amerikaanse doelstelling naast die van de EU dan zie je een duidelijk verschil in doelstelling. Bij de Amerikanen komt het woord ‘burger’ niet voor en gaat het om samenwerking tussen overheid, bedrijven en technologie leiders om ‘proven private-sector models’ op te schalen naar de overheid. De EU staat meer voor een open ‘old school’ internet op de manier zoals het internet destijds bedoeld was.

Ondertussen werken de Chinezen rustig door aan hun eigen programma via het China Next Generation Internet (CNGI) programma (中国下一代互联网). Dit is een vijf jaar plan geïnitieerd door de Chinese overheid met als doel in de toekomst meer invloed te hebben op de toekomstige ontwikkeling van het internet, dat hebben ze nu dus blijkbaar niet. Om deze reden zijn ze bezig zo snel mogelijk over te gaan op het internetprotocol IPv6. Op dit moment is zo’n 1/3 van alle IP-adressen Amerikaans maar dat gaat in de toekomst natuurlijk veranderen vanwege het te verwachten grote aantal nieuwe Chinese gebruikers en daarop vooruitlopend is dat eigenlijk een slimme strategie: de basis van het Internet is nu eenmaal het IP protocol.

Komen we tot de kern van de zaak: als het gaat om het wijzigen van het Internet gaat het dus niet om een ‘Nieuw’ internet maar om het wijzigen van het Internet Protocol, IPv6 is daarvan de nieuwste versie. Dus opgezocht wie eigenlijk de eigenaar van dit protocol is en wie wijzigingen kunnen autoriseren. Dat blijkt de Internet Engineering Task Force (IETF) te zijn (zie mission statement hierboven). De IETF heeft als doel: ‘Creating voluntary standards to maintain and improve the usability and interoperability of the Internet’ en hun belangrijkst middel is het uitbrengen van nieuwe versie van het Internet protocol en change management daarop. Ze zitten in Californie en de voorzitter hiervan is Alissa Cooper, werkzaam bij CISCO. De andere leden komen hoofdzakelijk van grote Amerikaanse IT bedrijven zoals van Oracle, Google, AT&T, Juniper en Dell: Amerikaanse bedrijven hebben dus een behoorlijk grote invloed op de ontwikkeling van het Internet.

De IETF heeft al in 1998 beslist een nieuwe IP-protocol, IPv6, te gaan gebruiken alleen is dat nog niet wereldwijd geïmplementeerd, wel zijn al de belangrijkste besturingssystemen (OS, Windows etc.)  aan dit nieuwe protocol aangepast, China loopt ten aanzien van de implementatie voorop. De belangrijkste wijziging van het protocol heeft betrekking op het feit dat als we zo doorgaan we snel door het aantal IP-adressen beschikbaar heen zijn. Met name het beschikbaar komen van ‘The Internet of Things’ zal er voor zorgen dat het aantal IP-adressen in de toekomst explosief gaat stijgen, IPv6 bevat 7.9×1028 meer IP-adressen als IPv4. Maar het gaat om meer dan dat, beveiliging is daar een belangrijk aspect van. De implementatie van IPv6 gaat overigens erg langzaam, in 2014 werkte 99% nog met IPv4 en van het huidige Google verkeer loopt momenteel 19,2% over IPv6 (status juni 2017). Versiebeheer blijft toch altijd een moeilijk dingetje in de IT sector en na 19 jaar iedereen nog niet over op je nieuwe versie is wel erg lang…

Als ik dit zo overzie is mijn conclusie toch wel dat de ontwikkeling van het Internet dominant bepaald wordt door een aantal, voornamelijk Amerikaanse technologie ondernemingen en dat zowel de politiek en dus wij burgers daar eigenlijk geen invloed op hebben terwijl door het vaststellen van de technische specificaties van het Internet onze privacy en security in belangrijke mate geregeld wordt. Nu de overheid en bedrijven zo massaal gebruik maken van het internet zouden we ons daar meer bewust van moeten zijn en meer invloed moeten hebben op de wijze waarop internet protocollen worden vastgesteld. Tevens zouden IT bedrijven verplicht moeten worden naar een nieuwe versie van het internetprotocol over te gaan als dat vanuit maatschappelijk oogpunt (security, privacy) wenselijk is, dat is nu allemaal te vrijblijvend en zonder wettelijk kader.

Silicon Valley en terrorisme bestrijding

Gisteren verscheen in de Financial Times een interessant artikel van Robert Hannigan, een voormalige directeur bij GCHQ, de UK Intelligence en Security organisatie; ‘Silicon Valley leadership is key in the fight against terror’. Dit artikel geeft een goed beeld hoe er binnen de inlichtingendiensten gedacht wordt over maatregelen om het internationaal terrorisme te bestrijden (door Hannigan overigens gelijk gesteld aan Islam terrorisme).

CHELTENHAM, ENGLAND – NOVEMBER 17: Chancellor of the Exchequer George Osborne is shown the 24 hour Operations Room inside GCHQ, Cheltenham by the Director of GCHQ Robert Hannigan (L) and Cheltenham MP Alex Chalk (C) on November 17, 2015 in Cheltenham, England. Chancellor George Osborne delivered a speech in which he stated that Britain has developed an “offensive cyber capability” to hit back directly at terrorists and states, as he warned Islamic State was seeking to launch potentially deadly attacks on UK targets. (Photo by Ben Birchall – WPA Pool / Getty Images)

In de strijd tegen het internationale terrorisme wordt het inzetten van IT als belangrijke wapen gezien om potentiële terroristen te identificeren en aanslagen te voorkomen waarbij het volgens Robert Hannigan met name gaat om 1) encryptie, dat het mogelijk maakt dat terroristen in het geheim met elkaar kunnen communiceren, en 2) radicale propaganda, waardoor via het internet extremistisch materiaal naar hun potentiële doelgroep kan worden verspreid.

Volgens Robert Hannigan is het een misverstand te stellen dat het internet moreel neutraal is of waarden vrij: technologie is dat wel maar de wereld van het internet met zijn providers en gebruikers is dat niet en dezelfde principes die gelden voor de ‘reëele wereld’ moeten ook gelden voor de ‘online wereld’, namelijk met waarborgen voor privacy en veiligheid voor haar burgers. Het waarborgen van de vrijheid van het internet is een groot goed maar tegelijkertijd een uitdaging hoe om te gaan met dit soort basis principes.De problematiek van de encryptie kan volgens hem het best worden opgelost door samenwerking tussen de overheid en private partijen die aan de basis staan van deze technologische ontwikkeling. Encryptie kan je niet verbieden maar technologisch kan je er wel voor zorgen dat terroristen altijd op achterstand staan. Volgens Hannigan zijn daar al grote stappen gemaakt en hij kan het weten: inlichtingendiensten kunnen waarschijnlijk meer dan ze naar buiten toe communiceren.

Het tegengaan van radicale propaganda via het internet ziet hij als een groter probleem omdat hier de basis ligt voor het ontstaan van het terrorisme. Terroristische organisatie weten tegenwoordig alles van strategische communicatie en hebben de middelen om deze effectief in te zetten en zo hun achterban te mobiliseren. Het voordeel van het internet is dat iedereen de beschikbare informatie kan filteren en zo te zien krijgt wat hij zelf graag wil zien waar vroeger de traditionele media extreme zaken filterden. Hier pleit Hannigan voor een open ‘civilised’ internet gebaseerd op de liberale en democratische waarden die de basis hebben gevormd van het ontstaan van het internet, we zien immers dat het internet in totalitaire landen beknot wordt.

Hij pleit dan ook voor een praktische coalitie geleid en gefinancieerd door Silicon Valley die samen met de overheid en zijn inlichtingendiensten een code opstelt die bepaald wat vanuit een democratisch en ‘civil’ oogpunt acceptabel is en wat niet. Op basis van deze code zou Silicon Valley dan nieuwe technologie kunnen ontwikkelen en een speciale agency op te richten die het mogelijk maakt radicale propaganda van het internet te verwijderen en online adverteerders in staat stellen te zien of de content op de pagina’s in strijd is met deze code. Wachten op wetgeving hieromtrend is volgens Hannigan niet nodig, dat werkt alleen maar vertragend.Hannigan opvatting is geheel in lijn met de recente uitspraken van Theresa May naar aanleiding van de recente terroristische aanslagen waarin ze stelt dat “If human rights laws stop us from doing it, we will change those laws so we can do it”. Donald Trump zal het waarschijnlijk met haar eens zijn en wie weet wat er allemaal al door de inlichtingendiensten gestart in gang gezet is op dit terrein, we weten dat de NSA al toegang heeft tot veel informatie en niet alleen over de eigen landgenoten maar over burgers wereldwijd.

Voorop staat in ieder geval dat de overheden Silicon Valley nodig hebben om de gewenste tools te ontwikkelen die ze nodig hebben terwijl dit voorstel komt juist op het moment dat de relatie tussen de overheid en Silicon Valley op zijn zachts gezegd problematisch is. Het begon al met het voeren van de immigratie stop door Donald Trimp waardoor veel werknemers van Silicon Valley werden getroffen en dan nu recent het verzet tegen het afwijzen van het klimaat akkoord.

Via de campagne We Are Still In, waaraan o.a. Apple, Amazon, Facebook, Google, Microsoft, Twitter, Intel en Spotify meedoen mee, is er een coalitie van van honderden Amerikaanse bedrijven die samen het klimaatakkoord van Parijs blijven ondersteunen. Eerder besloot Tesla-directeur Elon Musk al uit de innovatie adviesraad van Trump te stappen, geleid door zijn schoonzoon Jared Kushner, belast met het ‘White House Office of American Innovation’. Deze adviesraad bestaat nu voornamelijk nog uit bedrijven uit de ‘oude’ economie terwijl de innovatieve, hoge marge economie geen invloed meer heeft op het nieuwe politieke estabishment onder Donald Trump.

In dit licht tevens interresant dat vandaag de hoorzittingen zijn begonnen in de US inzake het beïnvloeden door Rusland van de Amerikaanse verkiezingen waar de nadruk wordt gelegd op de rechten van Amerikaanse burgers en iedere niet-Amerikaan geen rechten heeft en onbeperkt onderzocht mag worden door de Amerikaanse inlichtingendiensten waarvoor onze eigen inlichtingendiensten erg dankbaar zijn volgens Dan Coats, US director of National Intelligence. Als onze inlichtingendiensten dat ook doen voor de Amerikanen dan kunnen beide partijen elkaar goed aanvullen…

Een lastige problematiek met een hoop dilemma’s en potentieel grote gevolgen voor de verhouding burger – overheid. Ik vrees dat het niet lang zal duren en dat dan toch via wetgeving door de overheid regulering van het internet gaat plaatsvinden, op vrijwillige basis gaat dat niet lukken. Wellicht doen de internationaal opererende IT bedrijven uit Silicon Valley er verstandig aan hun R&D activiteiten in de EU onder te brengen, dat lijkt me een verstandige beslissing!

House of Cards, Homeland & Designated Survivor

Donald Trump schijnt verslaafd te zijn aan TV-kijken. Volgens bronnen om hem heen heeft  hij ‘s morgens voor hij gaat werken al zo’n drie uur gekeken en kijkt hij ‘s avonds nog eens paar uur. Dagelijks volgt hij een reeks van programma’s zoals ‘Morning Joe’ van MSNBC en de talkshows van FOX, zijn favoriete zender, maar hij kijkt ook naar het kritische ‘Saturday Night Life’ hoewel hij daar naar het schijnt niet om kan lachen.

Voor hem zijn dit soort programma’s zijn belangrijkste nieuwsbron waardoor hij wordt geïnformeerd over wat er gaande is in de wereld en hoe er over hem gedacht wordt. Toen hij de eerste keer met één van de twee Airforce One’s vloog was het eerste wat hij deed de TV aanzetten omdat hij anders iets zou missen. Hiermee wijkt hij overigens niet veel af van zijn generatiegenoten die een zelfde kijkpatroon hebben.

Ik heb nergens kunnen lezen of hij ook TV series kijkt op Netflix of HBO zoals Homeland, House of Cards & Designated Survivor. Wat al deze series gemeen hebben is dat ze zich afspelen in het Witte Huis rond de President en zijn entourage en proberen zo dicht mogelijk op de werkelijkheid te zitten, dat lijkt me interessante kost voor een zittende President van de VS!

Zo werd in de laatste serie van Homeland Carrie geconfronteerd met een binnenlandse geheime organisatie die probeert via het ‘trollen’ van de sociale media de publieke meningsvorming te beïnvloeden en via een gewelddadige volksopstand de zittende president wil lozen. Uiteindelijk blijkt deze organisatie te bestaan uit personen die bij de inlichtingendiensten werken die de President willen tegenwerken, waar heb ik dat eerder gehoord?

In een ander serie die zich in het Witte Huis afspeelt ‘Designated Survivor’ wordt Tom Kirkman, die noodgedwongen het Presidentschap op zich neemt na een aanslag op het hele politieke establishment,  geconfronteerd met duistere krachten die met grove middelen de Amerikaanse samenleving omver willen werpen. Hoewel eerst wordt gedacht aan beïnvloeding van de Amerikaanse politiek door een vreemde mogendheid blijkt ook hier het kwaad van dichter bij huis te komen en zelfs de directe medewerkers van de President blijken in het complot betrokken te zijn. Ook hier is het een binnenlandse geheime organisatie die chaos wil creëren en de macht naar zich toe wil trekken.

En dan binnenkort weer de vader van alle Witte Huis series: Van House of Cards! De nieuwe serie start 30 mei en iedereen zit zo weer klaar om in een marathonzitting het nieuwe seizoen te gaan bekijken. We weten nog niet veel over het plot maar je kan er gerust vanuit gaan dat ook Frank Underwood, net als Tom Kirkman niet gekozen maar aan de macht gekomen nadat de gekozen President moest aftreden, weer al zijn intelligentie zal moeten aanwenden om aan de macht te kunnen blijven. Of gaat Claire Underwood eindelijk via verkiezingen het stokje als eerste vrouwelijke President van Frank overnemen, iets wat Hillary Clinton niet gelukt is? Vol spanning wachten we dus op het nieuwe seizoen dat 30 mei beschikbaar komt.

Als ik naar Donald Trump zit te kijken krijg ik steeds de indruk dat alles was we in deze series zien ook echt in Washington gebeurd, sterker nog, dat het in werkelijkheid zelfs nog erger is. Wie kan nu zo’n scenario bedenken zoals het zich nu in Washington afspeelt? Zowat elke dag komt er nieuws naar buiten dat je niet voor mogelijk had gehouden en zie je bepaalde zaken die in deze series spelen in het echt gebeuren, je vraagt je af of deze series de politieke werkelijkheid beïnvloeden of juist andersom. Beide werkelijkheden getuigen van cynisme ten aanzien van de democratie en gaan er vanuit dat politieke besluitvorming niet via democratische weg verloopt maar dat onzichtbare krachten (de media, de inlichtingendiensten, de oligarchen, de multinationals en hun lobbyisten etc.) de werkelijke macht hebben om besluiten op de politieke markt naar hun hand te zetten.

Wat mij met name opvalt is dat in de meest recente afleveringen van deze series de vijand niet langer in een ver buitenland zit maar overal om je heen kan zitten: bij de pers, de democraten, de FBI en CIA en zelfs in de eigen gelederen van de Republikeinse partij. Ook Trump heeft daar blijkbaar last, iedereen om hem heen kan plots zijn vijand blijken te zijn, wie kan je dan nog vertrouwen? Frank Underwood heeft op 30 mei vast nog wel een goede tip voor hem, als het maar geen oorlog is om de aandacht van zijn interne problemen af te leiden zoals in de laatste aflevering van het vorig seizoen werd gesuggereerd…

 

De Stand van de Media

Ik lees al vanaf mijn jeugd elke ochtend De Volkskrant en als ik op vakantie ben geweest verheug ik me er elke keer weer op de stapel kranten van de afgelopen drie weken door te nemen omdat ik anders het gevoel heb iets gemist te hebben. Het kost me meestal wel een dag maar dan heb ik ook in sneltreinvaart drie weken wereldnieuws aan mij voorbij zien gaan. Het is mij één keer overkomen dat een behulpzame buurman die ons huis tijdens onze vakantie in de gaten hield alle kranten had weggegooid omdat hij dacht dat oud nieuws geen nieuws is. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik in de zomer iets gemist heb: er laat zich dan een soort leegte achter en het gevoel dingen gemist te hebben.

De krant, aangevuld met het NOS Journaal, is voor mij dus een ijkpunt voor het nieuws, mijn filter op de wereld en het kader waarbinnen alle andere informatie die ik ontvang door mij gestructureerd wordt. Ik denk dat dat voor een hoop generatiegenoten lange tijd zo geweest is maar ik merk dat daar de afgelopen jaren, met name door de opkomst van de sociale media, veel verandering in is gekomen en dit ijkpunt voor velen ontbreekt. Voor veel mensen vormen de social media nu de structuur waarlangs het nieuws tot hen komt waarop ook de meer traditionele media inhaken in hun nieuwsvoorziening. Je ziet het gebeuren in alle talkshows zoals DWDD, Pauw en RTL Late: ze hebben allemaal een blokje zogenaamd leuke nieuwtjes die ze halen van social media (en die waarschijnlijk iedereen al gezien heeft) en als er een nieuwe hype is zijn ze er als de kippen bij een en ander te duiden, succes gegarandeerd!

Aanjagers van dit soort nieuws zoals Geen Stijl en Dumpert, hier verzamelen zich de uitdragers van flauwe grappen en puberaal gedrag (en daarom kijk ik om principiële redenen nooit naar dit soort site). En recente gedoe zijn daar de vloggers an toegevoegd, een volstrekt onbelangrijk en onbeduidend fenomeen dat al langer bestaat en meer een bron van vermaak is voor de jeugd dan een serieus te nemen beweging. Vlogs zijn over het algemeen doodsaai, amateuristisch gemaakt en zonde om tijd aan te besteden. Je kan het vergelijken met de gratis porno kanalen die ook veel cliënten trekken en waar ook een miljoenen publiek voor is. Maar omdat er blijkbaar veel jongeren naar vloggers kijken en het om een nieuw soort social media gaat (het nieuwe toverwoord) worden ze inhoudelijk serieus genomen terwijl dat helemaal niet zo bedoeld is door de makers. Die willen gewoon aandacht en als ze daarvoor iets geks moeten zeggen of op hun hoofd een biertje moeten drinken met een spijker door hun neus dan doen ze dat: als het maar clicks genereert (en inkomen)! Deze blogs gaan vaak om helemaal niets maar roepen wel een beeld op bij jongeren dat je beroemd kan worden met vlogs zonder ook maar iets te doen. Een sporter of rapper moet nog iets presteren om beroemd te worden, bij een vlogger gaat het meestal alleen maar om de beeldvorming rond de persoon van de vlogger en het verwachte succes.

En dan gaan de serieuze nieuwsmedia zich er ook in ene mee bemoeien, voor een volger van het publieke debat een verschraling van de nieuwsvoorziening die meer zou moeten gaan om informatie voorziening en duiding rond de belangrijke thema’s die er op dat moment spelen dan het continu focussen op social media hypes en bang zijn er een gemist te hebben. Je ziet bijvoorbeeld vaak op Twitter mensen die boos worden als een actualiteiten of nieuws programma niet direct verslag doen van iets wat trending is op het internet terwijl dan soms al snel blijkt dat het om een verkeerd bericht gaat.

Waar ik me ook aan heb gestoord is de nieuwsvoorziening rond de Amerikaanse verkiezingen, dat gaat allemaal wel erg gemakzuchtig. Batterijen ex correspondenten en journalisten worden met cameraploegen naar de VS gestuurd om van daaruit te berichten wat er al lang in de krant of op de sociale media te lezen was. Vroeger werden nog wel eens historici of deskundigen uit de VS zelf geïnterviewd maar nu zijn het Eva Jinek, Twan Huys, Charles Groenhuijsen en Ton Klein die aan tafel aanschuiven en de oceaan over te steken, zelfs Maarten van Rossum heb ik nog niet op de buis gezien… Eveneens vreemd is dan dat de NOS ‘s tijdens de verkiezingsnacht urenlang deze mensen aan het woord laat terwijl iedereen die ook maar een beetje geïnteresseerd is in de Amerikaanse politiek en bereid is daarvoor op te blijven natuurlijk naar de Amerikaanse zenders kijkt die tegenwoordig alom te zien zijn. Totaal overbodig deze uitzendingen.

Een paar jaar als journalist in de VS voor de NOS rondlopen en je bent leven lang expert terwijl de deskundigen die zich hier al tientallen jaren in verdiepen buiten beeld blijven, de doctor Clavans komen helaas tegenwoordig niet meer aan bod…De media moeten zich weer gaan bezig houden met waar ze eigenlijk voor bedoeld zijn: het informeren van het publiek wat het laatste nieuws is en het duiden van het nieuws bijgestaan door deskundigen. En daarbij moet de nodige zorgvuldigheid in de nieuwsvoorziening in acht worden genomen waarbij bronnenonderzoek en eerst iets uitzoeken voordat iets als waar wordt gepresenteerd essentieel is. Positieve uitzonderingen op deze gemakzuchtige benadering zijn programma’s als Buitenhof en Tegenlicht van de VPRO die gelukkig niet met deze trend meegaan. Buitenhof heeft wekelijks een rubriek heeft waarbij een opiniemaker de Internationale kranten doorneemt en dat levert meestal mooie nieuwe inzichten en de VPRO durft het aan ook andere mensen die tegen de stroom ingaan aan het woord te laten.

Protect or Die

Looking back, I was busy with the wrong issues those first twenty days of 2017. I had not foreseen the impact of the big changes which were coming. As soon as Donald Trump was inaugurated he started signing executive orders which were changing the worldwide political landscape significant. A few days after he took office I got a phone call from someone I did not know and he asked me if I was available for a meeting, he wanted to discuss something with me. We planned to meet in a restaurant in a small town not far from where I live.

He was already there when I arrived and he introduced himself as Paul. I started with introducing myself and told him about the projects I was running at the moment. After this, I asked him what he wanted from me. He started explaining his background, he had been in the Dutch army for a long time in a ‘technical’ function and had done assignments in Bosnia and Afghanistan and was now working in IT as a security expert. He still had a large network of ex-soldiers around him and participated in military training sessions all over the world. They did these trainings in secret because bad publicity was not what they wanted, they just wanted to practise their skills and meet old friends.

He had read my blogs on the International Police training Lowlands Grenade  in Marnehuizen in the North of the Netherlands. I participated during this training as an actor in June 2014. I was there for 5 days and really liked it working together with delegations of national police from 42 countries which were training there and showing each other their capabilities and skills. There were police from the US, Israel, Ukraine, Spain, the UK etc..

Working together with those policemen and women was big fun and most of the time I was walking around looking at what was happening and once in a while I was asked to play a role. I remember I had to play the role of Vice President of the Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or degrading treatment of punishment  (CPT) and drove around protected by an Lithuanian SWAT-team and an Hungarian CRC-team and visited the prison and a police station (PSS) interviewing staff there. I was impressed by the professionalism of all participating but also the friendship between the participants with these different backgrounds and had a lot of fun and learned a lot about the way they work and the technology they used.

After we discussed this Paul told me about his plans. He and his friends were very worried about the developments now happening worldwide with the election of Trump, the Brexit and the conflicts in the Middel East. They were discussing the impact of this and were investigating  what their role could be in this changing political and military landscape. He referred to the first meeting between Donald Trump and Theresa May who agreed that: “The days of Britain and America intervening in sovereign countries in an attempt to remake the world in our own image are over.”

The impact of this would be that probably the number of local conflicts would increase and he expected a lot of demand on the short run for companies who could protect civilians and objects on a commercial basis. Most European countries have not invested enough in military material and capacity the last 20 years and are now facing a world in turmoil with big problems in the Middle East and Africa and potential new conflicts at locations we are not aware of yet. They need to respond to this and build up their own capacity but this will taken some time and in the meantime they need to do something to protect their citizens. 

Paul was busy with investigating if starting up a company for this in the Netherlands was possible and for this he needed some “citizens” next to the military from his network who could help with the administrative but also the ‘selling” of this company external. In the US and UK have already a lot of private military contractors (like Blackwater) working closely together with their government but there are none in the rest of Europe. This has to do with the fact that there is no political foundation for such an initiative but, according to Paul, this could change on the short run when conflicts escalate and protection is needed. He asked me if I was interested in helping setting this up with his team, he needed someone who did not talk in military terms and was able to talk to politicians and explain why this company was useful and not a threat for the official military institutions. The primary objective of this company would be to protect people and objects and do this in a professional way with high moral and ethical standards.

I was very surprised by this question, why had he contacted me? How did he now about my background? Was he maybe part of an Intelligence Service testing me?  I told him I would think about what he said and give him my feedback later. Under normal circumstances I would have never had done this but the things happening at that moment made me change my mind because of course we need to protect ourselves from the bad guys.