Tag Archives: Verhalen

Voyeur

Op een doordeweekse dag liep ik mijn vaste route door landgoed Den Treek, vlak bij mijn huis. Zoals meestal kwam ik niemand tegen behalve een herder met zijn schaapskudde. Op mijn pad kon ik het spoor van hun uitwerpselen niet alleen goed volgen maar ook scherp ruiken. Terwijl ik langsliep ging een herdershond er in paniek als een speer vandoor nadat hij tegen een schrikdraad was aangelopen. Na een tijdje zoeken en met behulp van een fluitje vonden hond en herder elkaar blij weer terug.

Even verderop begon het langzaam te miezeren waardoor het bos er nog mooier uitzag dan daarvoor en de regen voor een frisse geur zorgde. Onder de bomen bleef het nog droog en kon je de druppels op het bladerdak goed horen; gaan wandelen als het net gaat regenen heeft zo zijn voordelen net zoals het op het strand tijdens een storm mooier is dan wanneer de zon uitbundig schijnt en het volk om een ligplaats vecht.

Terwijl ik, een zanderig ruiterpad volgend, een fietspad overstak zag ik plots, iets verderop midden op het fietspad, een elektrische fiets staan. Nieuwsgierig geworden liep ik naar de fiets toe en dichterbij gekomen zag ik een oude man in de berm staan die heel langzaam, voetje voor voetje schuifelend, probeerde af te zakken in een greppel. Tussen zijn bewegingen in zaten lange pauzes waardoor het leek alsof het hem veel moeite koste. Toen het maar niet wilde lukken draaide hij zich langzaam om en probeerde hij zich achteruit voetje voor voetje in de greppel af te laten zakken, zich vasthoudend aan graspollen en struiken.

Hoewel ik inmiddels dichtbij was gekomen schaamde ik me toch een beetje voor mijn voyeurisme hoewel het voor mij wel duidelijk was dat de man mij nog niet gezien had.  Net op het moment dat ik mijn oude pad weer wilde vervolgen zag ik de man plots in gebogen houding achteruit omvallen met zijn hoofd tegen een boomstam.  Stil bleef hij daar liggen.

Snel liep ik op hem af en terwijl ik dichterbij kwam kon ik zijn gezicht en uiterlijk beter zien, hij zag er goed uit voor zijn leeftijd en was goed gekleed. Met één hand was hij bezig schors vaan een boomstam af te pellen en te bestuderen wat hij daaronder aantrof.

‘Meneer, gaat het goed met u’, vroeg ik de man, ‘Ik zag u vallen, kan ik u wellicht ergens mee helpen?’. Hij draaide zich langzaam half om, keek me aan en reageerde: ‘Met mij is alles in orde, ik heb geen hulp nodig”. Beschaamd keerde ik mij om en vervolgde mijn pad.

Mijn Butler

‘Wat ben je aan het doen’ vraagt mijn butler als ik ‘s morgens wakker word. Voordat ik daarover kan nadenken komt er een melding binnen: ‘Peter de Waal is vandaag jarig’. Snel feliciteer ik hem en terwijl ik dat aan het doen ben komt er een bericht binnen dat er is naast hem nog vijf anderen jarig zijn die ik alleen beroepsmatig ken. Ik heb met deze personen in het verleden samengewerkt en weet niet eens of  ze getrouwd zijn laat staan wanneer ze jarig jarig zijn! Ik geef aan mijn butler dan ook door dat ik deze berichten over hun verjaardag niet meer wil ontvangen.

Mijn butler meldt me dat er een berichtje van de politie in mijn inbox staat dat er vlak bij twee inbraken zijn geweest, ik herken geen van de daders op de meegezonden video’s van de bewakingscamera’s. Mijn eigen bewakingssysteem meldt dat een sportauto met een voor mijn buurt onbekend kenteken voor mijn deur aan de overkant van de straat heeft gestaan vanaf circa middernacht tot half zes: het zal wel weer een date zijn van onze onlangs gescheiden buurvrouw…

Mijn alarm gaat af met de ringtone ‘Tomorrow’ om mij eraan herinnerend dat ik op moet staan en mijn butler vertelt me dat ik om 9:00 mijn eerste afspraak heb. Eerst nog even mijn nieuwsdashboard bekijken of er nog iets spannends gebeurd is! Nee helaas, de meeste rampen spelen zich ver weg af en vandaag gelukkig (nog) geen Breaking News, in Nederland nog geen nieuw kabinet maar wellicht is dat maar beter ook… Positief is dat er voor het weekend mooi weer wordt voorspeld en ik reserveer dan ook meteen een tafeltje op het terras bij restaurant ‘De Gezelligheid’, een top lokatie op fietsafstand van mijn huis!

Na het douchen aan de slag achter mijn laptop, eerst maar eens mijn berichten wegwerken en inloggen op mijn werkomgeving. Op mijn dashboard zie ik dat gisteren redelijk wat bots mijn profiel bezocht hebben en dat ik voor vandaag zo’n vijf uur werk in de pocket heb en nog leuke opdrachten ook! Tevens een nieuwe opdracht toegewezen gekregen voor een online marktonderzoek waar ik een paar dagen aan kan besteden. Van de drie inschrijvers op deze klus heeft het matching algoritme mij geselecteerd! Ik vraag mijn butler de opdrachten bevestigen en de opdracht in mijn agenda in te plannen.

Om negen uur start mijn chat met mij health bot. Ik schrik me te pletter als mijn gezondheid profiel op het aanlegscherm veel rood laat zien. Mijn health bot spreekt me vermanend toe: ‘Je hebt de afgelopen dag te weinig beweging gehad en teveel calorieën tot je genomen waardoor je risicoprofiel naar de code oranje is veranderd. Daar moet je wat aan doen! Waarom heb je niet de fiets genomen gisteren toen je naar de stad ging? We maken ons zorgen!’ ‘Heb je dat gezeur weer’, denk ik. ‘Je meeste health indicatoren zien er goed uit dus dit heeft alles met je gedrag te maken Gerard, je heb net weer bij ‘De Gezelligheid’ een tafeltje geboekt en ik zie geen afspraken bij de sportschool staan…’, zegt de health bot ‘Plan wat beweging in je agenda en zorg dat je de komende dagen gezond eet. Doe je dat niet dan zal ik dit helaas bij je verzekeraar moeten melden’. Ik bedank haar en verbreek de verbinding, altijd dat zelfde gezeur, toch maar weer wat gaan meer bewegen anders gaat het me geld kosten, ook het  algoritme van mijn opdrachten matching site houdt rekening mijn mijn gezondheidsprofiel.

Terwijl ik met mijn health bot bezig was zie ik een melding binnenkomen dat Paula, Anita & Oscar vlak bij mijn huis hadden ingelogd bij de local Seats2Meet. Ik had wel het plan daar te gaan werken maar nu Oscar daar ook zit besluit ik toch maar thuis te blijven werken, Oscar is een verschrikkelijke zeur die je continu van je werk houdt, jammer want Paula en Anita zijn wel OK. Ik nodig hen beide dan ook uit voor lunch tussen de middag. Hun antwoord is helaas negatief, ze hebben het te druk. Dan toch maar naar de sportschool besluit ik, ik laat mijn butler een afspraak plannen voor tussen de middag.

Rond de middag neem ik de auto naar mijn sportschool en wordt ik welkom geheten door mijn trainer bot als ik binnen kom. ‘Welkom Gerard, dat is lang geleden! We ontvingen vanmorgen nieuwe instructies van uw heath bot en wensen je veel succes met het nieuwe instructie progamma!’ Op het schema zie ik dat ik de komende 40 minuten flink aan de slag moet. Zoals te verwachten score ik op alle apparaten onder niveau terwijl ik me behoorlijk inspan en me kapot zweet. Halverwege ben ik het zat en breek ik het programma af en verlaat de sportschool om buiten op mijn gemak in het bos te gaan hardlopen. Voor het eerst die dag ontspan ik me en geniet ik van de natuur en het mooie weer buiten.

Na een kwartier duikt er plots een drone boven me op. ‘Meneer Geerlings, hier spreekt uw butler, ik was u kwijt en dachten dat er iets met u aan de hand was,. Volgens ons is uw hartslag te hoog, we maken ons zorgen! Uw auto staat hier inmiddels vlakbij zodat ik u veilig naar huis kan brengen!’. Ik pak een steen en gooi die naar de drone die daarop neerstort. In de verte hoor ik al snel het gebrom van andere drones die op me afkomen, dit vinden ze niet leuk…’

Blauw Bloed

O ja, wat ik vergeten te vertellen was. Vorige week liep ik door de Kalverstraat op weg naar een afspraak met ex-collega’s toen ik mij plots herinnerde dat we afgesproken hadden dat ik cake mee zou nemen. Bij de eerste bakker die ik tegenkwam liep ik naar binnen en vroeg ik de bakker om een cake en of zij die voor mij in twaalf plakjes wilde snijden. Ze begon de cake aan te snijden en na tien plakken bleek dat er voor de laatste twee nog maar weinig over was. Daar baalde ik van en vroeg haar om twee extra plakken van gelijke grootte. ‘Dat kan maar dan moet u wel een tweede cake betalen’ zei ze toen. ‘Maar waarom snijdt U de cake niet eerst in twee, daarna elk stuk weer in twee en uiteindelijk elk stuk in drie? Dan krijg je toch een gelijke verdeling?’ reageerde ik. Kwaad reageerde ze ‘Ik ben een bakker en geen beëdigd cakesnijder!’ Protesterend ging ik akkoord en at de restanten van de cake zelf maar op, zonde om weg te gooien!

In het chique hotel waar we hadden afgesproken was een groot restaurant met meerdere verdiepingen en ik liep snel de verdiepingen langs op zoek naar mijn ex-collega’s. Na zo’n dertien verdiepingen zag ik op een soort verhoging mijn ex-collega’s zitten. ‘He Gerard, we zitten hier!’ hoorde ik Arnon roepen, ’daar rechts kan je het podium op!’. Ik liep naar rechts en op de verhoging van ongeveer 70 centimeter zat een portier achter een bureau de krant te lezen. Toen ik hem vragend aankeek zei hij: “Dat is dan twee gulden!”. ‘Maar ik heb hier afgesproken!’ riep ik, ‘Daar zitten mijn collega’s!’. ‘Dit zijn de regels van Grand Hotel Royal’, zei de portier die gewoon doorging de krant te lezen… Zuchtend legde ik de twee gulden neer en bleef wachten op wat er komen ging. Na enige tijd zei de portier: ‘U mag nu het podium op hoor!’. ‘Kunt u me niet optillen meneer, ik heb immers betaald en dan mag je toch ook een inspanning van uw kant verwachten?’ reageerde ik.

Plots werd ik wakker en hoorde ik beneden het vertrouwde geluid van ‘Blauw Bloed’ op de TV waar mijn vrouw elke zondagmorgen vroeg stiekem naar kijkt…

Geïnspireerd door Etgar Keret.

Bored couples

Bored couples

“En, hoe was je vakantie?’, vroeg de blonde vrouw aan de gezette vrouw met de zwarte krullen die iets verderop in de trein tegenover haar zat. “Verschrikkelijk!”, antwoorde ze “Johan had weer allerlei dingen gepland en uitrusten stond niet op zijn programma op Kreta”. “Gelukkig was het daar niet zo heet maar het was doodvermoeiend steeds achter hem aan te sjokken van het ene mooie dorpje naar het andere pittoreske plaatsje, museum of strand, continu waren we op pad.”

“De grootste ramp was een wandeling die hij wilde maken naar het strand van “hoogstens een uurtje”, volgens hem goed aangegeven en met mooie vergezichten, “dat moet jij dus makkelijk aan kunnen”, had hij daarbij gezegd. Ik mijn sportschoenen aan en wij samen op pad. Het begon mooi maar al snel werd het landschap saai en liepen we tussen de nieuwbouwprojecten en over pas aangelegde paden die soms plots ophielden. Hij wilde per se doorlopen want volgens zijn route- en stappenteller “liepen we in de goede richting en moest ik even geduld hebben, we zouden zo op het mooie pad naar zee komen” “.

“Dat zeggen ze altijd”, zie de blonde vrouw, ‘Ik trap daar niet meer in, laat hem altijd alleen lopen dan kan ik plat bij het zwembad”. “Ik moet altijd mee van Johan”, zei haar vriendin en als ik zoiets voorstel of iets anders wil zijn er zoveel redenen waarom dit niet kan, dat heb ik opgegeven”. “Het zit schijnbaar in de familie”, zie de blonde vrouw, blijkbaar waren het schoonzussen.

“Het werd steeds erger, warmer en het pad slechter en toen ik op een gegeven moment voorstelde een taxi te nemen werd hij boos en liep koppig door; ik er maar weer achteraan sjokken dus… Zijn conditie is een stuk beter dan de mijne en mijn voeten deden erg zeer”. “Sportschoenen zijn ook niet optimaal om lange stukken mee te lopen op slecht terrein”, vulde de schoonzus aan. “Uiteindelijk, na ruim vijf uur lopen, hebben we toch een taxi teruggenomen en moesten we de lokale chauffeur een fortuin betalen voor de rit, dat was natuurlijk mijn schuld “want we waren er bijna” natuurlijk!”, en een diepe zucht volgde.

“Terug in het appartement met uitzicht op de bouwwerkzaamheden en constant lawaai van machines ben ik op bed gaan liggen en er die dag niet meer uitgekomen, zo moe was ik. Johan heb ik die dag niet meer gezien tot hij ’s avonds laat het bed in schoof, ik deed net of ik sliep.” “De volgende dag hebben we het nergens meer over gehad en begonnen we aan ons volgende uitstapje, gelukkig had hij een huurauto geregeld”.

“Blij dat we weer thuis zijn”, zei de vrouw met het zwarte haar, “Hij is gelukkig weer aan het werk en dan is het best met hem uit te houden. Vakanties, van mij hadden die niet uitgevonden hoeven worden!”. “Wacht maar tot hij pensioen gaat”, zei de blonde vrouw, “Je moet er toch eens over na gaan denken hoe je dat met hem gaat aanpakken, anders heb je geen leven”. “Ik denk dat ik maar een hond neem”, zei de ander, “Kan hij die gaan uitlaten en is hij even weg. Ik probeer hem al te interesseren voor vissen net als jouw man, is hij af en toe wat langer weg…”.

Laatste opdracht Schrijversvakschool maart 2016 van Maaike Bergstra die het vorige week van Wim Brands overnam omdat hij plots ziek was geworden: “Maak een verhaal op basis van bovenstaande foto van Martin Parr uit de serie “Bored couples”.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Nadat ik bovenstaand verhaal op mijn blog heb gepost over een foto uit de serie ‘Bored couples” van Martin Parr lees ik een half uur later een recensie in NRC over een boek van Tim Parks “Thomas and Mary” die een andere beklemmende foto uit de serie van Martin Parr als illustratie gebruikt, bestaat toeval eigenlijk wel of zit hier een onzichtbare hand achter?

Wolf

Wolf kwam binnen en keek om zich heen, niemand keek naar hem of zijn werk. Aarzelend liep hij naar een van de pratende groepjes. Een grote rood aangelopen man, keurig in het pak, was bezig anekdotes te vertellen over ene Jaap, een zeer succesvol kunstenaar die blijkbaar niet aanwezig was. Hij deed net of hij geïnteresseerd stond te luisteren. Lastig, gezelschappen, dacht hij. Het liefst zat hij thuis maar hij had er niet onderuit gekund hiernaartoe te gaan. Hij had genoeg aan zichzelf en in gezelschap van anderen voelde hij zich eenzamer dan alleen.

De vernisageHoewel hij een half uur na aanvang was gearriveerd was Carla, die dit georganiseerd had, nog niet binnen. Een knappe jonge dame kwam langs met een schaal kunstig versierde hapjes. Terwijl hij er een pakte richtte de anekdote vertellende man zich tot hem en vroeg: “En wie bent U? Ik heb U hier nog niet eerder gezien.”. Nu was het zijn beurt rood aan te lopen, praten ging hem sowieso slecht af en met een volle mond des te slechter.

Na een paar happen lucht te hebben genomen wist hij te zeggen: “Mijn naam is Wolf, en wie bent U?”. Een tegenvraag stellen werkte het beste in zo’n situatie. De man stak zijn hand uit en zei: “Van der Wall, kunsthandelaar”. Het werd even stil tot de man weer van wal stak, deze keer over Ai Weiwei die zich had laten fotograferen in de houding van het verdronken Syrische kind op het strand van Lesbos. “Schande, met zijn verhuizing naar Europa heeft Ai zijn obsessie met de Chinese machthebbers achter zich gelaten en richt zijn pijlen nu op ons”, zei van der Wall “het is hier lang niet zo slecht als in China”.

Ai Weiwei BeachVanuit zijn ooghoeken zag Wolf Carla binnenkomen, automatisch keerden vele blikken zich naar haar en stralend en groetend liep ze haar rondje, hem had ze nog niet gezien. Vrouwen als Carla die nog de goede leeftijd hadden straalden continu een soort genieten van het leven uit waar hij niet zo goed tegen kon, hij wist dat dat vanzelf over zou gaan.

“De boodschap en zijn brenger worden bij Ai Weiwei zo langzamerhand belangrijker dan zijn werk”, zei Wolf “en de kwaliteit van zijn foto’s is abominabel. Kunst zou voor zichzelf moeten spreken zonder dat de persoon van de kunstenaar een rol speelt”. Ondanks verschillende argumenten waren Wolf en van der Wall het eigenlijk wel met elkaar eens.

Carla had eindelijk ontdekt waar hij stond en liep enthousiast op hem af “Hoi Wolf, mooi dat je gekomen bent, we gaan zo beginnen!” zei ze. Verbaasd keek iedereen naar Wolf. “Heb je jezelf niet voorgesteld Wolf? Dit is de kunstenaar die al dit mooie werk hier heeft gemaakt!”.  Het werd plots stil in het gezelschap en van de Wall keek Wolf verbaasd aan en daarna naar de schilderijen aan de muur; hij had nog geen tijd gehad ze te bekijken.

Toen ik wakker werd was ik in een woud

Calais

Toen ik wakker werd was ik in een woud, om me heen zag ik de meest vreemde bouwsels, haastig gemaakt door passanten die hier, net als ik, niet waren om te blijven. Tussen de kale bomen was alles grauw, grijs, vochtig en een puinhoop door de achtergelaten spullen die overal in de modder verspreid lagen. Vage schimmen sjokten zwaar door de zompige klei en verdwenen tussen de hoge bomen of in de zelf gefabriceerde, rook en regen lekkende hutten en uitgeleefde tenten.

Het had de hele nacht geregend, zelfs wanneer het niet regende bleven de druppels van de bomen naar beneden komen. Het was me niet gelukt in het donker in deze chaos een slaapplek te vinden. Uiteindelijk was ik onder een stuk plastic gaan liggen en pas na uren in slaap gevallen. Nu ik wakker werd voelde ik de kou, met name in mijn voeten die onder het plastic uitstaken. Dof dreunde het in mijn hoofd op het ritme van mijn hart en ik voelde overal spierpijn; de reis hiernaartoe had zijn sporen achtergelaten.

Zoals elke dag bij het wakker worden maakte een mengeling van angst, paniek, verdriet en boosheid zich van mij meester en moest ik denken aan mijn familie die ik achter had moeten laten en waarom God ons zo straft. Ik ben altijd een gelovig man geweest en heb altijd gedaan wat ons werd voorgeschreven en in vrede geleefd in het land waar mijn familie generaties lang heeft gewoond en dat nu niet mee bestaat.

Mijn adem werd bij het aanraken van de buitenlucht omgezet in damp die zich vermengde met de nevel die over het woud hing en die op haar beurt weer werd gevoed door de rook van de vele vuurtjes die werden gestookt om het warm te krijgen. Alles wat brandbaar was werd gebruikt waardoor het penetrant stonk. Ik pakte mijn spullen bij elkaar en liep naar het dichtstbijzijnde vuur en sloot me aan bij de groep mensen die zich hier aan het warmen waren en die net als ik allemaal op weg waren naar de overkant. Niemand zei iets, niemand kende elkaar en en niemand wilde elkaar leren kennen, ik ook niet. Hier was het ieder voor zich in dit woud vol verworpenen der aarde.

L’important c’est la rose…

Daar zit je dan, 76 jaar oud met een achttien jaar jongere man tegenover je die je helpt met eten omdat je te veel bibbert om dit zelf te kunnen. Wel goed verzorgd, ondanks alles een dame met een mooie ketting, een chique horloge en dure ringen aan de vingers. Sinds gisteren ben je opgenomen op de afdeling palliatieve zorg waar ik als vrijwilliger af en toe een paar uurtjes meehelp. Net opgenomen in een kale kamer met alleen de noodzakelijke voorzieningen en zonder enig persoonlijk spoor behalve dan een eenzame ansichtkaart in de vensterbank. Je staart het liefst naar buiten waar je achter de kaart de bomen van het bosrijke Zon en Schild op de wind ziet mee bewegen.

De ontmoeting begon koppig, bijna boos, het duurde even voor je je liet helpen. Wel kwam er af en toe een stroom woorden uit jouw mond, meest Nederlands, maar ook Frans en een beetje Duits. De verpleegkundige hadden me verteld dat je als kind in Parijs had gewoond, geen van de verpleegkundigen kon echter haar Frans verstaan, een hersentumor doet vreemde dingen met je. Dus maar even alles in mijn beste Frans gedaan: ‘Vous voulez du fromage, pâté ou confiture?’ Dat ging beter dus ging ik verder met ‘Du pain, du vin et du Bousin?’. Tussen alle woorden, die niet altijd te verstaan en samenhangend waren, kwam het woord ‘Becaud’ een aantal keer voor. Mooi aanknopingspunt, dus vroeg ik je of je van zijn muziek houdt. Toen begonnen je oogjes te glimmen.

Gilbert Becaud

Vanaf mijn smart phone met Spotify heb ik toen een paar nummers van Becaud en Aznavour voor je afgespeeld. Dat vond je prachtig, je zong mee op ‘L’important c’est la rose’ en wist zelfs met gebaren het plotse einde van ‘Et maintenant’ aan te geven! Je droomde weg op Becaud’s muziek naar lang vervlogen tijden terwijl je bleef kijken naar de bomen buiten en de eenzame ansichtkaart. En daar word ik dan wel weer een beetje triest van. Je bent ernstig ziek en je hebt niet veel tijd meer. Maar wel mooie herinneringen…..

Negatief

Onderweg naar het café besloot ik de kortste weg te nemen langs de molen. Ik moest me haasten want ik was te laat vertrokken. Plots, in een flits, zag ik haar lopen. Onze blikken werden meteen gevangen, er was geen ontkomen meer aan. Ik liep naar haar toe, gaf haar een kus, en probeerde krampachtig te lachen. “Dat is lang geleden Marion”, zei ik, “dat we elkaar nu juist op deze plek moeten tegenkomen”. Vlak bij deze plek woont haar moeder. “Ik loop hier elke dag” zei ze “dus zo toevallig is dat niet”. Er zat een sarcastische toon in haar stem, hetzelfde toontje dat mij destijds zo was gaan tegenstaan. “Hans, we moeten praten” zei ze terwijl ze mij strak aankeek, “heb je nu even tijd?”.

Sinds we uit elkaar waren gegaan hadden we elkaar niet meer gesproken en er waren inderdaad nog een paar zaken die ik graag geregeld wilde hebben. Toen ik destijds gehaast onze etage had verlaten had ik zonder erbij na te denken mijn fotonegatieven achterlaten uit het pre digitale tijdperk. Omdat Ik geen zin had in een nieuwe escalatie was ik daar niet op terug gekomen. Daar heb ik later veel spijt van gekregen want diverse opdrachtgevers hadden om nieuwe afdrukken gebeld die ik niet kon leveren, dat had mij geld en klanten gekost. Wie weet was dit het moment om een poging te wagen ze terug te krijgen.

“OK, goed plan, moet ik wel mijn afspraak cancelen, weet jij iets in de buurt?” vroeg ik. “Ik woon hier vlakbij, niet ver lopen, was net op weg naar huis” reageerde ze snel. De reden dat we uit elkaar waren gegaan was dat Marion zwanger was geraakt en ik geweigerd had mijn verantwoordelijkheid te nemen. Ik voelde er niet veel voor zo jong al vader te zijn en tevens had ik mijn twijfels bij Marion. Zij had al besloten het kind te houden toen ze het aan mij vertelde en daar was ik behoorlijk kwaad om geworden.

Ik kon niet meer terug besefte ik, ik had voor ik het wist ingestemd. Tegelijkertijd was ik verbaasd dat ze mij bij haar thuis had uitgenodigd en dat ik dus waarschijnlijk ons kind zou zien. Het kind moest nu ongeveer vijf jaar oud zijn. Sinds ik weer alleen woonde had ik vaak aan het kind gedacht en geprobeerd achter Marion’s adres te komen maar dat was niet gelukt. Er moesten genoeg mensen in mijn vriendenkring zijn die nog contact met haar hadden maar niemand wilde mij iets vertellen, ze was altijd al goed geweest in het manipuleren van anderen. Als ik er naar vroeg was het antwoord altijd hetzelfde: Marion wilde geen contact. Wat was er veranderd dat ze dat nu wel wilde?

Terwijl we de trap naar de bovenwoning opliepen hoorde ik boven praten. Een kinderstem maakte lawaai en een mannenstem deed vergeefs pogingen het kind tot de orde te roepen. Voordat ik het wist stond ik midden in de huiskamer: klein, rommelig en vol speelgoed. De TV stond aan en een voor mij onbekende man zat op de bank naar CNN te kijken terwijl het kind aan het spelen was. “Hoe heet je?” vroeg ik aan het kind. “Sem” zei hij terwijl hij vragend naar zijn moeder keek. “Mag ik je even voorstellen” zei Marion, “dit is Martin”. Natuurlijk, dacht ik, Marion is er de vrouw niet naar alleen door het leven te gaan. Dit soort vrouwen wil kost wat kost een man en zorgt er wel voor een man aan zich te binden voordat de ouderdom toeslaat, arme Martin.

Dit is dus mijn zoon, dacht ik terwijl ik naar het mormel keek die het inmiddels op een nog harder krijsen had gezet. Marion keek me aan en zei: “Sem is een beetje moe, hij heeft een lange dag in de crèche achter de rug, we hebben allebei een drukke baan en Martin heeft Sem net opgehaald. Hoe is het met je? Zullen we even in de keuken gaan zitten? Praat wat makkelijker”. Kind en man wisten blijkbaar niet wie ik ben, schijnbaar nam Marion wel vaker vreemde mannen mee naar huis. Terwijl we aan de keukentafel gingen zitten gingen er allerlei vragen door me heen: waarom doet ze dit, wat verwacht ze van me, hoe breng ik de negatieven ter sprake? Als ik het slim aanpakte kreeg ik ze misschien wel terug!

“Ben je nog steeds bezig met fotografie” vroeg Marion. ‘Ja”, zei ik, “de zaken lopen goed”. “En jij, werk je nog steeds in de marketing?”. “Nee, na een reorganisatie ben ik eruit gegooid en ik werk nu als ZZP’er. Wel lastig aan klussen te komen dus ik pak alles aan”. “Hoe hebben jullie het met Sem geregeld?” vroeg ik. “Hoe heb ik dat geregeld”, zei ze bits, “Dat gaat je niks aan”. “Sorry” zei ik, “ik wil me er niet mee bemoeien”. Vreemd hoe je zo snel al weer in het oude patroon valt ook al heb je elkaar jaren niet gezien. “Hoe gaat het met Sem”, probeerde ik om mijn menselijke kant te laten zien. Wantrouwend keek ze me aan “Sem is het beste wat ons ooit overkomen is…”. En ik het slechtste, dacht ik er meteen achteraan maar ik hield me in.

“Waarom heb je me hier bij je thuis uitgenodigd?”, vroeg ik haar. Ze stond op, schonk twee mokken koffie voor ons in, ging weer zitten en zei toen: “Ik denk dat er nog een paar dingen zijn die we nog moeten regelen…” en ze liet een stilte vallen terwijl zij me aan bleef kijken. Dat wil ik ook dacht ik, maar waarschijnlijk andere dan jij. “Waar heb je het dan over” zei ik, het was waarschijnlijk beter er eerst achter te komen wat ze wilde voordat ik over mijn negatieven begon. ‘Ik heb nog wat spullen van je die je waarschijnlijk graag terug wil hebben” zei ze. Dat had ik niet verwacht, ik dacht dat ze het over Sem ging hebben. Ik voelde me ineens een stuk beter. “Klopt”, zei ik, “Die zou ik graag terug willen!”.

“Je kunt ze terugkrijgen, maar onder een voorwaarde. Ik wil dat je nooit meer contact met me opneemt of met onze gezamenlijke kennissen over me roddelt”. “Wat bedoel je?” vroeg ik verbaast. “Je loopt iedereen stoer te zeggen dat je een kind van me hebt en dat is niet het geval”. “Maar Sem dan..”, stamelde ik. “Die is niet van mij maar van Martin, ik heb geen kind van je”. “Maar..” stamelde ik. Ik kreeg de kans niet nog wat te zeggen. Snel liep ze de kamer uit en kwam na een paar minuten met twee dozen terug. “Hier zij ze”, “dit is het en veel plezier ermee”. Ik stond op en liep verward met de dozen naar beneden. Onderaan de trap keek ik er snel in: er zat alleen oude troep van me in en niet de gewenste negatieven. “Maar waar zijn dan mijn negatieven?” riep ik naar boven. Marion stond nog boven aan de trap en keek met afschuw op me neer “Die heb ik weg gedaan, sufferd, wie werkt er nu nog met negatieven…”. Dat rotwijf.

My Story

Eerste verhaal geschreven voor de Schrijversvakschool schrijverstraining januari – maart 2016.

 

Schrijver i.o.

Sinds deze week ben ik schrijver i.o. bij de schrijversvakschool aan de Herengracht in Amsterdam. Afgelopen maandag had ik de eerste sessie onder de bezielende leiding van Wim Brands samen met negen interessante medecursisten. Direct door hem aan het werk gezet en inmiddels bezig met het schrijven van een eerste verhaal op basis van een opdracht. Leuk om te doen maar wel even wennen. Het verhaal heet ‘Negatief’, als het wat wordt zal ik het zeker op deze site zetten.

Schrijversvakschool Amsterdam

De reden waarom ik hiermee aan de slag ga is dat ik het gevoel heb een beetje stil te staan als blogger, de blogs rollen nog wel uit mijn vingers maar het aantal bezoekers van mijn site is al maanden stabiel op zo’n 100 per dag. Heb het gevoel dat er meer in zit vandaar deze stap.

Inmiddels als schrijver, ondanks het feit dat ik niets gepubliceerd heb, toch al wat succes geboekt. Het begon meteen al vlak na de cursus onderweg in de trein terug naar Amersfoort die vol zat met bezopen bezoekers van de Horecava, het grootste jaarlijkse evenement voor de horecasector. Ik had een rustig stukje opgezocht en begon enthousiast op mijn computer mijn eerste verhaal te typen zonder nog op mijn omgeving te letten.

De volgende morgen ontving ik een uitnodiging van een dame op Facebook om vriend te worden en een beleidende mail van haar via Messenger. Ze vertelde dat ze naast me in de trein had gezeten, het niet kon laten mee te lezen, en zo had gezien dat ik, net als zij, op de Schrijversvakschool zit. Ze was ook onderweg naar huis en durfde me niet rechtstreeks aan te spreken omdat ze niet wist of ik student of docent ben. Binnenkort maar eens een kopje koffie met haar gaan drinken…

Wifi Cafe 2

De smaak te pakken besloot ik dezelfde dag met mijn Macbook in een echt Amsterdams café tussen de ZZP’ers en creatieve geesten te gaan zitten die allemaal druk op hun Macbooks aan het mailen, schrijven en netwerken waren en dat allemaal waarschijnlijk ook nog kunnen factureren. Het was erg gezellig en ik had het gevoel dat ik er nu echt bij te horen! De nodige kopjes koffie gedronken en ondertussen flink opgeschoten met mijn verhaal. Toen ik opstond en het het café verliet klonk een gezellig ‘Dag Meneer”, waardoor ik me helaas weer erg oud voelde, maar toch…

En als laatste wapenfeit schiet het aantal bezoekers van mijn site door een onverklaarbare reden ineens omhoog! Gisteren 293 en vandaag om 16:00 al 571 en dat terwijl ik mijn vorige blog een week geleden geschreven heb…(naschrift: het werden er uiteindelijk 883 die dag).

Het bevalt me wel mijn nieuwe status, ik hou jullie op de hoogte van mijn vorderingen!

 

Gerald K. Geerlings

Morgenavond eindelijk naar de voorstelling ‘The Fountainhead’ van Toneelgroep Amsterdam naar het boek van Ayn Rand in de Rotterdamse Schouwburg, eigenlijk een passender locatie voor dit stuk dan de Stadsschouwburg in Amsterdam! Ik schreef in september vorig jaar al een blog over dit boek dat zich afspeelt in New York en gaat over twee concurrerende architecten die gebouwen ontwierpen aan het begin van de vorige eeuw toen door grote technische innovaties een nieuw soort bouwen mogelijk werd zoals de wolkenkrabbers: een spannende periode dus! image

Als ik mijn naam Google kom ik steeds mijn naamgenoot Gerald K. (Kenneth) Geerlings tegen en dat maakt nieuwsgierig, zeker als je steeds weer andere interessante dingen over hem te weten komt. Gerald K. is geen familie maar wel afstammeling van Nederlandse immigranten, hij liep eveneens in deze periode in New York rond en heeft eveneens zijn steentje bij gedragen aan de ontwikkeling van de Skyline van New York. Gerald K. werd geboren in 1897, was architect in New York, soldaat tijdens twee wereldoorlogen en verdienstelijk kunstenaar. Gerald K. was getrouwd met Betty F. Edmunds , zie foto hierboven, samen kregen ze twee kinderen.

Gerald K. is geboren in Milwuakee op 18 april 1897 en begon zijn carriere als tekenaar bij een architectenbureau en maakte daarnaast naam als kunstenaar met mooie pentekeningen van de skyline van New York die toen explodeerde, dezelfde omgeving dus waarin ‘The Fountainhead’ zich afspeelt. In 1928 ging hij naar Londen om het etsen te bestuderen bij de ‘Royal College of Art’ terwijl vlak daarna in 1929 een flink boek van zijn hand verscheen over het smeden van ijzer: niet voor niks want beton, staal en ijzer waren de bouwstenen voor het nieuwe bouwen.imageIn 1931 werd hij onderscheiden door ‘Pennsylvania Academy of Fine Arts’ voor onderstaande ets ‘Jeweled City’, die eveneens ijzer en architectuur als onderwerp heeft net zoals veel van de prenten die hij in die tijd heeft gemaakt. Zijn werk is te vinden in vele Amerikaanse musea zoals het MoMa, het Smithsonian American Art Museum en het Brooklyn Museum.imageTwee jaar later, In 1933, moest hij als architect en kunstenaar stoppen verlaten vanwege de economisch crisis en het gebrek aan werk in New York en verhuisde hij naar Connecticut.

Tijdens de eerste wereldoorlog diende hij bij de ‘120 Field Artillery, 32nd division’ als 2de Luitenant en tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij kapitein op het commando centrum van de 8th Bomber Division als ‘Intelligence Officer’. Hier bedacht en ontwikkelde hij de ‘Target Identification Unit’ en vocht mee in Europa en de Pacific. Hij heeft tijdens deze periode een aantal baanbrekende innovaties op zijn maar staan waarbij hij als eerste gebruik maakte van grondobjecten voor de markering van doelen op de grond en visualisaties, iets wat nu nog steeds een effectieve methode is voor militairen. Destijds werd van gebruik gemaakt van simulatie technieken, nu markeren militairen op de grond de in vijandelijk gebied. Gerald K. GeerlingsGerald K. heeft in de Tweede Wereld oorlog, op basis van zijn ontwikkelde techniek, een  belangrijke rol gespeeld bij de planning van het bombardement op Ploesti op 1 augustus 1943. De Duitsers hadden in de Roemeense stad Ploesti een grote opslag van brandstoffen en een aantal raffinaderijen en dachten op deze locatie veilig te zijn voor aanvallen van de geallieerden. Vanuit Libië en Italië is er toen op 1 augustus een enorm borbardement geweest op Ploesti waarbij 53 vliegtuigen neer werden gehaald en 660 Amerikaanse vliegers omkwamen, door de Amerikanen ook wel  “Black Sunday” genoemd.ploestiNa de Tweede Wereldoorlog werd hij uitgenodigd  te gaan studeren in England op het St. John’s College, Cambridge University.  Gevolgd door een studie architectuur op the School of Architecture, University of Pennsylvania. Na zijn afstuderen werd hij architect bij verschillende bureaus in New York en uiteindelijk had hij daar zelf ook zijn een eigen architectenbureau. In 1975,  na zijn pensioenering, is hij weer gaan tekenen waarbij hij zowel in New York als in Europa gewerkt heeft, met name in Parijs maar er zijn ook tekeningen bewaard gebleven die hij in Utrecht gemaakt heeft. Gerald K. is in 1998 101 jaar oud in Connecticut overleden.

Alles zo overziend heeft mijn naamgenoot een veelzijdig leven achter de rug en ontzettend veel gedaan, ergens las ik dat hij de enige Amerikaanse kunstenaar is geweest die in beide Wereldoorlogen heeft gevochten. Grappig dat als je via Google inzoomt op iemands leven je tegenwoordig snel heel veel te weten komt!

Maar nu eerst morgenavond naar The Fountainhead!