Wolf

Wolf kwam binnen en keek om zich heen, niemand keek naar hem of zijn werk. Aarzelend liep hij naar een van de pratende groepjes. Een grote rood aangelopen man, keurig in het pak, was bezig anekdotes te vertellen over ene Jaap, een zeer succesvol kunstenaar die blijkbaar niet aanwezig was. Hij deed net of hij geïnteresseerd stond te luisteren. Lastig, gezelschappen, dacht hij. Het liefst zat hij thuis maar hij had er niet onderuit gekund hiernaartoe te gaan. Hij had genoeg aan zichzelf en in gezelschap van anderen voelde hij zich eenzamer dan alleen.

De vernisageHoewel hij een half uur na aanvang was gearriveerd was Carla, die dit georganiseerd had, nog niet binnen. Een knappe jonge dame kwam langs met een schaal kunstig versierde hapjes. Terwijl hij er een pakte richtte de anekdote vertellende man zich tot hem en vroeg: “En wie bent U? Ik heb U hier nog niet eerder gezien.”. Nu was het zijn beurt rood aan te lopen, praten ging hem sowieso slecht af en met een volle mond des te slechter.

Na een paar happen lucht te hebben genomen wist hij te zeggen: “Mijn naam is Wolf, en wie bent U?”. Een tegenvraag stellen werkte het beste in zo’n situatie. De man stak zijn hand uit en zei: “Van der Wall, kunsthandelaar”. Het werd even stil tot de man weer van wal stak, deze keer over Ai Weiwei die zich had laten fotograferen in de houding van het verdronken Syrische kind op het strand van Lesbos. “Schande, met zijn verhuizing naar Europa heeft Ai zijn obsessie met de Chinese machthebbers achter zich gelaten en richt zijn pijlen nu op ons”, zei van der Wall “het is hier lang niet zo slecht als in China”.

Ai Weiwei BeachVanuit zijn ooghoeken zag Wolf Carla binnenkomen, automatisch keerden vele blikken zich naar haar en stralend en groetend liep ze haar rondje, hem had ze nog niet gezien. Vrouwen als Carla die nog de goede leeftijd hadden straalden continu een soort genieten van het leven uit waar hij niet zo goed tegen kon, hij wist dat dat vanzelf over zou gaan.

“De boodschap en zijn brenger worden bij Ai Weiwei zo langzamerhand belangrijker dan zijn werk”, zei Wolf “en de kwaliteit van zijn foto’s is abominabel. Kunst zou voor zichzelf moeten spreken zonder dat de persoon van de kunstenaar een rol speelt”. Ondanks verschillende argumenten waren Wolf en van der Wall het eigenlijk wel met elkaar eens.

Carla had eindelijk ontdekt waar hij stond en liep enthousiast op hem af “Hoi Wolf, mooi dat je gekomen bent, we gaan zo beginnen!” zei ze. Verbaasd keek iedereen naar Wolf. “Heb je jezelf niet voorgesteld Wolf? Dit is de kunstenaar die al dit mooie werk hier heeft gemaakt!”.  Het werd plots stil in het gezelschap en van de Wall keek Wolf verbaasd aan en daarna naar de schilderijen aan de muur; hij had nog geen tijd gehad ze te bekijken.

Print Friendly, PDF & Email

Leave a Reply