De sprong naar de verbeelding

Op het moment dat ik dit schrijf, 21 januari 2021, wordt er in de Tweede Kamer gedebatteerd over het invoeren van een avondklok, een drastische inperking van onze vrijheid die doet denken aan de Tweede Wereldoorlog. De coronapandemie heeft mijn leefwereld het afgelopen jaar behoorlijk kleiner gemaakt: dichte musea, gesloten theaters en restaurants, thuis online lesgeven en weinig persoonlijk contact met anderen: mijn leefwereld is plots ingeperkt tot mijn naaste omgeving en 1,5 meter afstand. Tijd dus voor reflectie, goede 1 op 1 gesprekken met anderen en het lezen van boeken waar je nooit eerder aan toekwam om inspiratie op te doen hoe deze barre tijd door te komen.

Een van de boeken die ik onlangs las, is de ‘Kritiek van de cynische reden’ van Peter Sloterdijk verschenen in 1983. Sloterdijk stelt dat ‘perioden van chronische crisis van de menselijke levenswil eisen dat wij de status van permanent onzekerheid accepteren als onvermijdelijke achtergrond van ons streven naar geluk’. En als men deze onzekerheid accepteert wordt het, volgens Sloterdijk, tijd voor kynisme waaronder hij de levenskunst van de crisis verstaat. ‘Kynisme houdt geen scepsis of relativisme in maar vrijpostigheid of durf waarbij het gaat om de moed de problemen en dilemma’s die de crisis met zich meebrengt te doordenken maar ook om de moed te durven leven.’ 

Als je een diagnose zou maken van onze samenleving na de overrompelende uitbraak van het coronavirus zou je kunnen stellen dat onze samenleving in zijn geheel ziek is en genezing op korte termijn niet binnen ons bereik ligt en de onzekerheid die dat met zich meebrengt nog wel een tijdje zal aanhouden. Tot het corona vaccin bij iedereen geïnjecteerd is helpen alleen ingrijpende maatregelen met betrekking tot ons gedrag en de manier waarop we met elkaar samenleven om de kans op besmetting of overlijden te verlagen. En daarmee hebben we niet alleen te maken met een medische kwestie maar ook met een gedragskwestie. Kortom, willen overleven vraagt om aanpassing van onze levensstijl, aanvaarden dat je dingen niet kunt veranderen en binnen dat aanvaarden toch actief en strijdbaar te zijn en een nieuwe vorm weten te vinden waarop we ons met elkaar kunnen verhouden. 

Ook de Franse filosoof Albert Camus heeft zich met de vraag ‘hoe moet te leven in tijden van grote onzekerheid’ bezig gehouden. In ‘De mythe van Sisyphus’ met als ondertitel ‘Een essay over het absurde’ stelt Camus dat wij allemaal verlangen naar duidelijkheid omtrent ons bestaan maar daar geen duidelijk antwoord op krijgen waardoor het absurde ontstaat: ‘de mens heeft een hevig verlangen naar waarheid en vraagt om een antwoord, maar de wereld zwijgt op een onredelijke wijze.’ En naarmate de onzekerheid groter wordt, zoals nu het geval is, wordt de vraag hoe te leven steeds urgenter. 

Waar Sloterdijk met kynisme als antwoord op onzekere tijden komt, komt Camus in zijn essay met vier mogelijke invullingen van de vraag hoe te leven:

  1. De sprong naar religie waardoor het irrationele en onverklaarbare betekenis krijgt, vroeger een vertrouwd concept;
  2. De sprong naar verklaren in een eindeloze poging alles wat niet verklaard kan worden binnen het domein van de rede te krijgen terwijl er steeds weer opnieuw nieuwe onzekerheden ontstaan;
  3. De sprong naar de kunst die de onzekerheid waarin we leven omzet in een kunstwerk dat onze verbeelding aan het werk zet, ons opnieuw leert zien, opmerkzaam maakt of van iedere gedachte of beeld iets bijzonders weet te maken;
  4. De sprong naar de depressie met de dood als ultieme consequentie wanneer men het absurde niet kan accepteren.

Dat laatste lijkt me niet zo’n goed plan en scenario 1 zal ongetwijfeld goed liggen bij diegenen die voor religie ontvankelijk zijn. Mij trekken scenario 2 en 3 echter het meeste aan, en omdat scenario 2 nog een lange weg te gaan heeft voordat het met oplossingen komt, zou ik het liefst willen inzetten op scenario 3.

De sprong naar onze verbeelding kan ons een spiegel voorhouden en helpen de problemen en dilemma’s die de huidige crisis met zich meebrengt te doordenken en de moed en kracht geven te durven leven. Onze verbeelding kan ons helpen om te gaan met ons onbehagen nu we niet meer kunnen leven zoals we gewend waren en de moed geven te durven leven. Wel lastig nu de hele culturele sector plat ligt maar ik troost me met de gedachte dat juist ten tijde van crisis kunstenaars geïnspireerd worden tot het maken van kunst waar wij dan zo weer van mogen genieten …