Month: July 2020

La Pouëze

Aangeland in La Pouëze in een table d’ hōtes met alleen maar Fransen waagde ik het tijdens het diner de vraag te stellen wie van de aanwezigen geloofde dat er na de dood nog iets anders bestaat dan het niets. Ik zat per slot van rekening in het dorp waar Sartre en De Beauvoir tijdens de tweede wereldoorlog regelmatig verbleven, Sartre Huis Clos schreef en Simone de Beauvoir lange wandelingen maakte langs de rivieren de Erdre en de Brionneau, daar zou zo’n vraag een mooi aanleiding moeten zijn voor een goed gesprek tijdens het diner was mijn gedachte.

Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Geschokt en vol onbegrip keken ze mij aan alsof ik uit een andere wereld kwam.. Natuurlijk is er ‘iets’ na de dood, over het ‘wat’ kun je discussiëren vonden mijn tafelgenoten, maar ze wisten met zekerheid te stellen dat het na de dood niet afgelopen is. De een omdat ze nu eenmaal katholiek was en de ander omdat hij geloofde in zen en yoga en spirituele ervaringen had gehad die hem ervan hadden overtuigd dat er meer is dan we kunnen bevatten. Geen van de Fransen begreep hoe je kan leven zonder geloof in een leven na de dood want waar haal je dan je normen en waarden vandaan?

Een heftige discussie dus op basis van mijn vraag en ik legde mij uit dat je volgens mij als mens wel degelijk een betekenisvol leven kan leven als je niet in een alwetende en almachtige God gelooft die ons bevattingsvermogen te boven gaat. Je normen en waarden haal je uit de omgang met de anderen om je heen die je vormen tot wie je bent.en daar heb ik geen hogere macht voor nodig. Ronduit schokkend vonden ze deze redenering, het existentialisme is blijkbaar helemaal verdwenen in het land van Sartre, De Beauvoir en Camus.

Waar hebben ze het dan wel over die Fransen aan de dis? Vooral over waar ze vandaan komen, wat ze van het eten vinden en hun favoriete onderwerp, de wijn! Elke keer als er een nieuw gerecht wordt opgediend bespreken ze de ingrediënten, hoe ze dit gerecht in hun eigen streek maken en wat ze er van vinden. Op een gegeven moment werd er tijdens het diner een tweede fles van dezelfde wijn opengemaakt en de dame die het eerste van deze wijn dronk keek zuur en zei dat de fles niet goed was. Er volgde een hele discussie over de fles en uiteindelijk werd de wijn, nadat iedereen deze tweede fles had geproefd, toch goedgekeurd, een serieus spel van proeven en discussiëren waarbij iedereen kon laten zien wie hij of zij was.

Drie gasten de we op deze manier hebben leren kennen werkten in Frankrijk in de zorg en hadden nu voor het eerst sinds de lock down een paar dagen vrij. Vergeleken met de Nederlandse lock down was die totaal en met een enorme impact op zowel hun werk als privé leven. Zo moest een verpleegster een lange tijd met één mondkapje werken en lange dagen maken terwijl haar partner meer dan 100 km verderop woonde waardoor ze elkaar zeven weken niet konden zien.

Onder zulke omstandigheden wil je natuurkijk liever even genieten van de Franse keuken dan moeilijke gesprekken te voeren over het existentialisme met een Nederlander die al die tijd zonder al te veel risico online les heeft gegeven..

Een merkwaardige zomer deze zomer van 2020.

De wereld in wording

Op mijn middelbare school kreeg ik les van Pater Beemsterboer en dat was wel de meest bijzondere docent die ik mij uit mijn schooltijd kan herinneren. Voorin het leslokaal had hij met grote letters het begrip RELATIVEREN geschreven en op dat begrip kwam hij tijdens zijn lessen steeds terug. Beemsterboom gaf geschiedenis en was de redacteur van het lesboek ‘De wereld in wording’ dat ik nu nog steeds in mijn boekenkast heb staan (twee delen). Nu ik Nietzsche gelezen heb besef ik pas hoe goed deze titel gekozen is .De ondertitel van dit boek is ‘semi concentrisch’ wat duidt op het feit dat er ook aandacht werd besteed aan de niet westerse geschiedenis, ook toen al dus.

Beemsterboer had een oorspronkelijk methode van les geven waardoor je graag naar zijn lessen ging, zo kon hij plots de les stil leggen als er een insect in het lokaal rondvloog en dan ging hij er met een vliegenmepper in zijn zwarte lange habijt achteraan. Ook zijn wijze van beoordeling was anders dan bij de andere docenten. Zo vertelde hij dat hij bij het nakijken van opdrachten boven aan de trap ging staan en alles naar beneden gooide en de proefwerken die het verst vielen het hoogste cijfer gaf, daar was veel werk van gemaakt, dus waren die het zwaarst. En dat leverde dan in de klas weer mooie discussies op over de relatieve waarde van het maken van proefwerken en het nakijken door de docent.

In principe kreeg iedereen een voldoende en je kon op twee manieren een hoger punt van maken. De eerste was door voor de les een samenvatting in te leveren van de stof en dat feit alleen al was een extra punt waard. In een les gaf hij dan uitleg aan de hand van deze samenvattingen. Tevens kon je door een slimme opmerking een bonuspunt krijgen en als je heel slim was, namelijk door iets te zeggen wat hij zelf nog niet gerelativeerd had, kon je een kroonpunt krijgen. Dit hield hij bij in een schriftje en ik heb twee keer een kroonpunt van hem gehad waardoor ik op mijn lijst een 10 kreeg, de enige van mijn jaargenoten.

Op een gegeven moment zei hij iets over mij omdat ik iets niet gedaan had en toen had ik van een vel papier een prop gemaakt en dat naar zijn hoofd gegooid. Als reactie daarop organiseerde hij toen een tribunaal voorin de klas met een jury van drie klasgenoten, hem als aanklager en ik mocht mijzelf verdedigen. Ik weet niet meer precies wat de uitkomst was maar het was een van de mees leuke lessen die ik mij kan herinneren.

Docenten kunnen een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van jong volwassenen en persoonlijke aandacht is daarbij essentieel. Dat merk ik zelf nu ik zelf les geef en veel plezier beleef aan de interactie met studenten.

%d bloggers like this: