Month: March 2021

Klara en de Zon

Dit weekend stond er een interview in De Volkskrant met Nobelprijswinnaar Kazuo Ishiguro naar aanleiding van het eerste boek dat verscheen sinds hij de Nobelprijs in 2017 won en waar hij al aan begonnen was voor hij deze prijs kreeg. Toen hij het werk aan dit boek, ‘Klara en de Zon’, hervatte, nam hij zich voor niet ten prooi te vallen aan het zogenaamde genius syndrome, waar veel Nobelprijswinnaars last van hebben waarbij ze het idee hebben overal verstand van te hebben.

‘Klara en de Zon’ is geschreven vanuit het perspectief van de robot Klara die is uitgerust met intelligente zelflerende software en in het bezit komt van Josie, een ziekelijk meisje uit een ‘opgetild’ milieu die leeft in een samenleving waarin niet alleen kunstmatige intelligentie maar ook andere moderne innovaties zoals drones een grote rol spelen en die hebben geleid tot een vergroting van de maatschappelijke ongelijkheid. In ‘Klara en de Zon’ gaat het om de relatie tussen Josie en Klara en zoekt Ishiguro de grenzen op van de interactie tussen de mens en zijn robot en in hoeverre gevoelens, die mensen van robots doen onderscheiden, geprogrammeerd kunnen worden.

In het interview vertelt Ishiguro dat zijn dochter Naomi, die zelf ook schrijfster is, het niet helemaal met zijn sombere toekomstbeeld eens is: het is volgens haar nog erger want hij onderschat de gevolgen van de klimaatcrisis die volgens haar meer impact hebben dan kunstmatige intelligentie. Volgens Ishiguro gaan zijn dochter en haar leeftijdsgenoten van heel andere aannames uit dan hij zelf. Terwijl zijn eigen uitgangspunten diep geworteld zijn in de waarden en normen die hij in zijn jeugd meekreeg zijn die van zijn dochter gebaseerd op haar verhouding tot onderwerpen als kunstmatige intelligentie en genetische manipulatie en big data, die de generatie waar zijn dochter toe behoort niet alleen beter begrijpt maar waarmee ze zich ook emotioneel verhouden.

Volgens Ishiguro hebben generaties verschillende visies op de werkelijkheid en zijn nieuwe generaties beter in staat te begrijpen wat er speelt in de samenleving (een stelling die op zich ook een aanname is). Best wel een opgave voor de aankomende generatie gezien de grote veranderingen die nu plaats vinden waarbij we afstevenen op een onzekere toekomst. Wellicht zijn die nieuwe aannames al onder de oppervlakte aanwezig zijn maar nog niet expliciet benoemd en door de samenleving gedragen waardoor we nog niet weten hoe die nieuwe definitie van de waarheid er uit gaat zien, het switchen van paradigma heeft nu eenmaal zo zijn tijd nodig.

Ishiguro ‘Klara en de Zon’ gaat over het belang van menselijke gevoelens en onze emotionele beleving van de werkelijkheid die niet altijd op feiten is gebaseerd. Daarbij verwijst hij naar de Trump aanhangers die het Capitool hebben bestormd maar je zou ook kunnen denken aan de viruswaarheid aanhangers in Nederland die vinden dat het ontbreken van bewijs er niet toe doet. Wat mij daarbij opvalt dat dat vaak ouderen zijn die aan dit soort acties deelnemen en de jongere generatie daar niet aan mee doet. Van de nieuwe partijen die 17 maart mee gaan doen aan de verkiezingen richt zich er geen een primair op jongeren en dat komt waarschijnlijk ook omdat jongeren niet echt geïnteresseerd zijn in de manier waarop nu politiek bedreven wordt. Recent kwam in het nieuws dat 35 % van de scholieren in de tweede klas van de middelbare school niet weet of we in een democratie leven en op het vmbo is dat zelfs 50 %.

Ishiguro stelt aan het eind van het interview dat iedereen die zich bezig houdt met kunst en cultuur vraagtekens zou moeten zetten bij onze verouderde aannames en dat verhalen, romans en films belangrijk zijn als drager van onze gevoelens. Mijn kantekening daarbij is dat de nieuwe generatie daarbij niet gebruik maakt van de traditionele cultuurdragers maar in plaats daarvan gebruik maakt van haar eigen nieuwe kanalen zoals Instagram, TikTok, SnapChat en YouTube en er pas echt wat gaat veranderen als de influencers zich ook maatschappelijk gaan engageren en niet, zoals nu, voor het grote geld gaan.

De veranderende bestuurscultuur in Nederland

Ik kan mij nog herinneren dat een aantal jaren geleden, als je in een bestuur zat, het soms gebeurde dat iemand er achter kwam dat de bestuurders niet ingeschreven stonden bij de KvK en je daar de namen tegen kwam van bestuurders die al jaren niet meer actief waren. Dat vonden we dan vooral grappig en geen reden daar meteen actie op te ondernemen. De secretaris hield zich vooral bezig met het maken van de agenda en de notulen en de penningmeester met de financiën en verder lag de focus van het bestuur op het realiseren van de doelstellingen van deze organisaties. Eens in de zoveel tijd kwamen de statuten en het huishoudelijke reglement aan de orde en verbaasden we ons over de daarin vastgelegde zaken en besloten dat ooit eens aan te passen.

De belangrijkste activiteit na het benoemen van een nieuwe penningmeester was om toegang te krijgen tot de bankrekening en daarvoor was het indienen van één getekend formulier en het meesturen van een kopie van een identiteitsbewijs genoeg. Menig bestuurslid waar ik mee samenwerkte heeft nooit ergens als zodanig officieel geregistreerd gestaan behalve dan in de eigen interne documenten. Dit maakte de drempel om toe te treden tot een bestuur erg laag en zorgde ervoor dat de bestuurders zich vooral konden richten op het reilen en zeilen van de vereniging zelf en niet op allerlei externe formele verplichtingen.

Dat is de laatste jaren erg veranderd. Er komen steeds meer nieuwe wettelijke regels voor verenigingen en stichtingen zoals de Privacy wetgeving (VGA) en de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) die tot een formalisering van de bestuurscultuur hebben geleid en verenigingen en stichtingen steeds meer doen lijken op BV’s en NV’s. En dat brengt nogal wat administratieve rompslomp met zich meer waar alle besturen momenteel mee te maken krijgen.

Zo zit ik in het bestuur van een vereniging en hadden we onlangs een nieuwe voorzitter benoemd en was het mijn taak hem toegang te geven tot de bankrekeningen. Bij bedragen boven een bepaald bedrag hebben we statutair afgesproken dat zowel de voorzitter als de penningmeester de transacties boven een bepaald bedrag moeten autoriseren. Voor de goede orde: dit had het bestuur in het verleden zelf bedacht en niet de wetgever. De aanmelding bij de KvK ging vrij soepeltjes via een online aanvraag waarbij de autorisatie liep via DigiD en 1 eurocent via een bankrekening naar een andere bank moest worden overgemaakt, wel vreemd dat DigiD daar op zich zelf niet genoeg voor is. Daarna een wijzigingsformulier van de website van onze bank gedownload om de nieuwe voorzitter aan te melden en dit formulier laten tekenen door alle betrokken bestuurders en opgestuurd naar de bank. De voorzitter werd daarop verzocht zich te legitimeren en dat leek mij een goede zaak.

Maar dat was nog niet genoeg, de bank vroeg daarna alle andere bestuurders die bij de KvK staan ingeschreven zich te identificeren en een kopie van een identiteitsbewijs digitaal op te sturen. Omdat niet iedereen meteen beschikbaar was duurde dat even. Daarna was er nog een volgende stap nodig om de voorzitter en mij te autorisatie voor het overboeken want daar was weer een ander formulier voor. Waneer ik, of een van de andere bestuurders de bank belde voor meer informatie stond je zeker een half uur in de wachtrij en eenmaal iemand aan de telefoon kreeg je te horen dat ze een achterstand van wel 14 dagen hadden in de verwerking van de gegevens dus dat het allemaal nog even kon duren. We hebben het over een bank waar we geen rente ontvangen en per maand meer dan 200 euro administratiekosten betalen, al met al ben ik weken bezig geweest en al die tijd konden we niet bij ons geld.

Hier een beetje ingedoken maar deze bank loopt vooruit op de nieuwe Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR), die vanaf juli dit jaar van kracht wordt. Deze wet bevat een groot aantal elementen die het besturen van verenigingen en stichtingen een stuk lastiger gaan maken en legt rechtspersonen een behoorlijk aantal nieuwe verplichtingen op en koppelt er sancties aan als deze niet worden nagekomen, Daarom is het belangrijk dat verenigingen en stichtingen hun zaken goed op orde hebben omdat ze anders bijv. te maken kunnen krijgen met hoofdelijke aansprakelijkheid indien zij nalatig zijn geweest en de vereniging of stichting hebben benadeeld.

De reden waarom de overheid met deze wet nieuwe regels oplegt is dat zij wanbestuur, onverantwoordelijk financieel beheer, zelfverrijking, misbruik van posities en andere ongewenste activiteiten die verenigingen en stichtingen kunnen schaden wil voorkomen. Tot nu toe lag die taak bij de besturen van deze verenigingen en stichtingen zelf maar nu wordt dat dus een eis van de overheid die hiertoe allerlei nieuwe verplichtingen oplegt waaraan verenigingen en stichtingen moeten gaan voldoen. Mooie tijden voor de adviesbureau’s die de komende jaren hun diensten op dit vlak kunnen gaan aanbieden en de notarissen die aan de slag kunnen om al die statuten aan te passen.

De WBTR stelt dus eisen aan het handelen van bestuurders en toezichthouders en legt hen een behoorlijk aantal nieuwe verplichtingen op. En als aan die verplichtingen niet wordt voldaan kunnen bestuursleden en toezichthouders in sommige gevallen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld zoals bijvoorbeeld in het geval van een faillissement. Het afsluiten van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is dan ook een must voor bestuurders en daar worden de banken dan weer beter van.

Een ander belangrijk punt is het voorkomen van tegenstrijdige belangen: als een bestuurslid of toezichthouder een persoonlijk belang heeft dat strijdig kan zijn met het belang van de vereniging of stichting, mag hij of zij niet deelnemen aan de besluitvorming. Binnen de vereniging of stichting moet statutair zijn vastgelegd hoe de besluitvorming in dergelijke gevallen plaatsvindt. Tevens moet statutair worden vastgelegd hoe moet worden omgegaan met situaties waarin er tijdelijk geen bestuurslid of toezichthouder is of een bestuurszetel vacant is en is er een bepaling dat een bestuurslid of toezichthouder niet meer stemmen mag uitbrengen dan de anderen samen en een bestuurslid niet meer in de gelegenheid is alle anderen te ‘overrulen’. Dat laatste is op zich een goede zaak lijkt mij maar ook iets dat binnen besturen normaal gesproken vanzelfsprekend zou moeten zijn.

Ook ten aanzien van organisatie met een ANBI keurmerk worden momenteel de regels strakker getrokken en zijn er onlangs nieuwe verplichtingen geïntroduceerd die soms met de WBTR te maken hebben, maar soms ook niet, zoals de anti-oppot regel en de nieuwe verplichte uitgebreidere financiële rapportageverplichtingen volgens een vast format van de belastingdienst, het jaarverslag volstaat dus niet meer.

Al met al allemaal verplichtingen en verantwoordelijkheden geboren uit het wantrouwen van de overheid in de bestuurders die zich meestal onbezoldigd en belangeloos inzetten voor de vele verenigingen en stichtingen die Nederland rijk is en die zorgen voor de nodige maatschappelijke cohesie. Al deze regelgeving maakt het leven van een bestuurder niet makkelijker maken en werpt drempels op voor potentiële nieuwe bestuurders als bestuurder actief te gaan worden. Wat begint met een VOG voor nieuwe toetredende bestuurders leidt voor je het weet tot een noodzakelijk certificering waardoor de toegankelijkheid tot een bestuur niet voor iedereen weggelegd is.

Juist in de non profit sector, waarop verenigingen en stichtingen zich voornamelijk richten, zou de overheid terughoudend moeten zijn als het gaat om het opleggen van allerlei nieuwe verplichtingen waardoor de bestuurscultuur in Nederland formeler wordt en de focus van bestuurders vooral komt te liggen op het blijven opereren binnen de wettelijke kaders en waardoor bestuurders de doelstellingen van hun organisatie uit het oog dreigen te verliezen. Met al deze toenemende verplichtingen komt onze bestuurscultuur, waar velen zich belangeloos inzetten voor allerlei verenigingen en stichtingen, onder druk te staan en zal het lastiger worden betrokken bestuurders aan te trekken.

Een ander nadeel van deze aanscherping van de regels is dat dit ook een omgekeerd effect kan hebben: organisatie kunnen ook besluiten geen formele structuur te hebben om daarmee de restricties en de kosten gepaard gaand met een formele status te omzeilen. Verenigingen en stichtingen hebben immers een heel ander karakter dan een BV of NV en daarom is voor deze organisaties een heel ander besturingsmodel noodzakelijk.

%d bloggers like this: