Category: Art

Feminisme en Utopie

Saskia De Coster, sekteleider, heeft zich de afgelopen tijd samen met een aantal andere vrouwen gebogen over de toekomst in een ‘safe zone’ zonder mannen en afgelopen donderdag trad deze sekte voor het eerst naar buiten en konden we horen wat deze retraite opgebracht heeft. Tijdens een online sessie, georganiseerd door Katholieke Universiteit Leuven, kwamen diverse vrouwen aan het woord die hun visie op de toekomst vanuit een feministische invalshoek uiteenzetten waarvan hieronder een korte samenvatting van de dingen die mij opvielen.

Allereerst hoorde ik veel ware maar ook wel obligatoire bespiegelingen over de gelijkwaardigheid van vrouw en man, diversiteit, inclusie en zorg voor de planeet, wat dat betreft kwam er niets verrassend naar buiten. Buiten dat waren er ook een aantal spreeksters, zoals Anne-Mie Van Kerckhoven, beeldend kunstenaar, grafisch ontwerper en performer, die met voor mij verrassende inzichten kwamen die de moeite waard zijn met anderen te delen, hierbij een poging. Overigens natuurlijk wel gekleurd door mijn masculiene bril dus u bent gewaarschuwd.

Allereerst de gedachte dat we nu in een spannende tijd leven en dat de corona ervoor heeft gezorgd dat we als samenleving versneld op een kantelpunt zitten en de contouren zichtbaar worden van een nieuwe wereld waarin niet de strijd om de macht leidend is, zoals het nu het geval is, maar het zal gaan om onze collectieve verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar en onze planeet. Je kan dit een reset noemen waarbij ons bewustzijn compleet anders gaat werken en schuld en angst als belangrijke drijfveren worden vervangen door empathie en gelijkwaardigheid in diversiteit.

Centraal hierbij staat ons vermogen een nieuwe mentale ruimte voor onszelf te creëren door als een klimop te groeien daar waar nog ruimte is en niemand geweest is, ‘uncharted territory ‘ dus. Hierbij staat het begrip creativiteit centraal en zal de kunst het mogelijk maken de wereld te redden en het voortouw nemen bij het exploreren van deze nieuwe mentale ruimte. Hierdoor zullen de fundamenten van onze samenleving grondig veranderen, dit deed me denken aan het recent verschenen gelijknamige boek van Ramsey Nasr denken dat ik onlangs heb gelezen.

Toch was de invalshoek hier anders. Terwijl Ramsey Nasr een aantal ontwikkelingen beschrijft die nu plaats vinden gaat de sekte van Saskia een niveau dieper en richt zij haar aandacht op het niveau van het denken en het terrein van de wetenschap en de technologie. Ons denken richt zich de afgelopen eeuwen voornamelijk op het bedenken en definiëren van structuren die zichzelf in stand houden waarbij de taal tot nu toe het voornaamste middel is geweest voor ons om deze structuren in stand te houden. Dat is nu echter aan het veranderen omdat we nu de transitie meemaken van een taal- naar een beeldcultuur en de onderlinge communicatie vanwege het beschikbare komen van nieuwe digitale middelen op een heel andere manier plaats vindt.

Je ziet dan ook dat kunst tegenwoordig steeds meer gebruik maakt van andere vormen waardoor het mogelijk wordt als toeschouwer diep in de huid van iemand anders te kruipen wat het empathisch vermogen in de samenleving zal vergroten. Alleen de kunst kan ons redden is dan ook het antwoord van Anne-Mie Van Kerckhoven, iets waar ik zelf ook al een aantal keren over geschreven heb. Als we ons kunnen bevrijden van ons oude denken en de schijnzekerheid die oude structuren ons bieden en los komen van de stereotypen die daar mee samenhangen rond sexe, naties en racisme kunnen we ons bevrijden en gaat er een nieuwe wereld voor ons open vrij van de angst die nu ons leven domineert en de schuld die wij onszelf aanpraten bang als dader gelabelt te worden. Pas als we daar weer ontspannen mee om kunnen gaan kunnen we gelijkwaardig met elkaar omgaan.

Dat klinkt inderdaad allemaal heel utopisch maar biedt wel een lonkende perspectief. De sekte is inmiddels ontbonden maar laat dus wel een interessante erfenis achter.

Klara en de Zon

Dit weekend stond er een interview in De Volkskrant met Nobelprijswinnaar Kazuo Ishiguro naar aanleiding van het eerste boek dat verscheen sinds hij de Nobelprijs in 2017 won en waar hij al aan begonnen was voor hij deze prijs kreeg. Toen hij het werk aan dit boek, ‘Klara en de Zon’, hervatte, nam hij zich voor niet ten prooi te vallen aan het zogenaamde genius syndrome, waar veel Nobelprijswinnaars last van hebben waarbij ze het idee hebben overal verstand van te hebben.

‘Klara en de Zon’ is geschreven vanuit het perspectief van de robot Klara die is uitgerust met intelligente zelflerende software en in het bezit komt van Josie, een ziekelijk meisje uit een ‘opgetild’ milieu die leeft in een samenleving waarin niet alleen kunstmatige intelligentie maar ook andere moderne innovaties zoals drones een grote rol spelen en die hebben geleid tot een vergroting van de maatschappelijke ongelijkheid. In ‘Klara en de Zon’ gaat het om de relatie tussen Josie en Klara en zoekt Ishiguro de grenzen op van de interactie tussen de mens en zijn robot en in hoeverre gevoelens, die mensen van robots doen onderscheiden, geprogrammeerd kunnen worden.

In het interview vertelt Ishiguro dat zijn dochter Naomi, die zelf ook schrijfster is, het niet helemaal met zijn sombere toekomstbeeld eens is: het is volgens haar nog erger want hij onderschat de gevolgen van de klimaatcrisis die volgens haar meer impact hebben dan kunstmatige intelligentie. Volgens Ishiguro gaan zijn dochter en haar leeftijdsgenoten van heel andere aannames uit dan hij zelf. Terwijl zijn eigen uitgangspunten diep geworteld zijn in de waarden en normen die hij in zijn jeugd meekreeg zijn die van zijn dochter gebaseerd op haar verhouding tot onderwerpen als kunstmatige intelligentie en genetische manipulatie en big data, die de generatie waar zijn dochter toe behoort niet alleen beter begrijpt maar waarmee ze zich ook emotioneel verhouden.

Volgens Ishiguro hebben generaties verschillende visies op de werkelijkheid en zijn nieuwe generaties beter in staat te begrijpen wat er speelt in de samenleving (een stelling die op zich ook een aanname is). Best wel een opgave voor de aankomende generatie gezien de grote veranderingen die nu plaats vinden waarbij we afstevenen op een onzekere toekomst. Wellicht zijn die nieuwe aannames al onder de oppervlakte aanwezig zijn maar nog niet expliciet benoemd en door de samenleving gedragen waardoor we nog niet weten hoe die nieuwe definitie van de waarheid er uit gaat zien, het switchen van paradigma heeft nu eenmaal zo zijn tijd nodig.

Ishiguro ‘Klara en de Zon’ gaat over het belang van menselijke gevoelens en onze emotionele beleving van de werkelijkheid die niet altijd op feiten is gebaseerd. Daarbij verwijst hij naar de Trump aanhangers die het Capitool hebben bestormd maar je zou ook kunnen denken aan de viruswaarheid aanhangers in Nederland die vinden dat het ontbreken van bewijs er niet toe doet. Wat mij daarbij opvalt dat dat vaak ouderen zijn die aan dit soort acties deelnemen en de jongere generatie daar niet aan mee doet. Van de nieuwe partijen die 17 maart mee gaan doen aan de verkiezingen richt zich er geen een primair op jongeren en dat komt waarschijnlijk ook omdat jongeren niet echt geïnteresseerd zijn in de manier waarop nu politiek bedreven wordt. Recent kwam in het nieuws dat 35 % van de scholieren in de tweede klas van de middelbare school niet weet of we in een democratie leven en op het vmbo is dat zelfs 50 %.

Ishiguro stelt aan het eind van het interview dat iedereen die zich bezig houdt met kunst en cultuur vraagtekens zou moeten zetten bij onze verouderde aannames en dat verhalen, romans en films belangrijk zijn als drager van onze gevoelens. Mijn kantekening daarbij is dat de nieuwe generatie daarbij niet gebruik maakt van de traditionele cultuurdragers maar in plaats daarvan gebruik maakt van haar eigen nieuwe kanalen zoals Instagram, TikTok, SnapChat en YouTube en er pas echt wat gaat veranderen als de influencers zich ook maatschappelijk gaan engageren en niet, zoals nu, voor het grote geld gaan.

Hoe te leven in tijden van grote onzekerheid?

Inmiddels zijn we al weer twee maanden verder na het uitbreken van de corona crisis en is er veel veranderd. De musea zijn dicht evenals theaters, bioscopen en restaurants onze leefwereld is plots ingeperkt tot onze naaste omgeving en 1,5 meter afstand tot anderen. Tijd dus voor reflectie, goede 1 op 1 a 2 gesprekken met anderen en het lezen van boeken waar je nooit eerder aan toekwam.

Een van de boeken die ik de afgelopen periode las was de ‘Kritiek van de cynische reden’ van Peter Sloterdijk verschenen in 1983. Sloterdijk stelt dat ‘perioden van chronische crisis van de menselijke levenswil eisen dat hij de status van permanent onzekerheid  accepteert als onvermijdelijke achtergrond van zijn streven naar geluk’. Dan wordt het tijd voor kynisme; dat is de levenskunst van de crisis: ‘kynisme houdt geen scepsis of relativisme in maar vrijpostigheid of durf waarbij het gaat om de moed de problemen en dilemma’s die de crisis met zich meebrengt te doordenken maar ook om de moed te durven leven.

Als je een diagnose zou maken van onze samenleving na de overrompelende uitbraak van het coronavirus zou je kunnen stellen dat de samenleving in zijn geheel ziek is en genezing op korte termijn niet mogelijk is waardoor we ons in een periode van grote onzekerheid bevinden: iedereen kan plots slachtoffer zijn. Echte oplossingen zijn op korte termijn niet te verwachten tot er een vaccin is gevonden behalve dan door ingrijpende maatregelen te nemen die betrekking hebben op ons gedrag en de manier waarop we met elkaar samenleven om de kans op besmetting of overlijden te verlagen. En daarmee hebben we niet alleen te maken met een een medische kwestie maar ook met een gedragskwestie. En ook al zou de huidige covid-19 pandemie door het beschikbaar komen van een vaccin opgelost kunnen worden, dan nog is het verstandig de wijze waarop we ons verhouden tot elkaar aan te passen, al was het alleen maar omdat toekomstige, nog veel ernstigere pandemieën niet uit te sluiten zijn.

Kortom, willen overleven vraagt aanpassen van onze levensstijl, aanvaarden dat je dingen niet kunt veranderen en binnen dat aanvaarden van de omstandigheden actief en strijdbaar zijn en een nieuwe vorm weten te vinden waarop mens en werkelijkheid zich met elkaar kunnen verhouden.

De grote vraag is nu: hoe moet je leven in tijden van grote onzekerheid? De Franse filosoof Albert Camus stelt eveneens deze vraag in ‘De mythe van Sisyphus’ met als ondertitel ‘Een essay over het absurde’. Camus stelt dat wij allemaal verlangen naar duidelijkheid omtrent ons bestaan maar daar geen duidelijk antwoord op krijgen waardoor het absurde ontstaat: de mens heeft een hevig verlangen naar waarheid en vraagt om een antwoord maar de wereld zwijgt op een onredelijke wijze. En naarmate de onzekerheid groter wordt, zoals nu het geval is, wordt de vraag hoe te leven steeds urgenter.

Hoe los je dit nu op? Camus komt in zijn essay met vier scenario’s:

  1. De sprong naar religie waardoor het irrationele en onverklaarbare betekenis krijgt, vroeger een vertrouwd concept;
  2. De sprong naar verklaren in een eindeloze poging alles wat niet verklaard kan worden binnen het domein van de rede te krijgen terwijl er steeds weer opnieuw nieuwe onzekerheden ontstaan;
  3. De sprong naar de kunst die de onzekerheid omzet in een kunstwerk dat ons opnieuw leert zien, opmerkzaam maken of van iedere gedachte of beeld iets bijzonders weet te maken;
  4. De sprong naar de depressie met de dood als ultieme consequentie wanneer men het absurde niet kan accepteren.

Dat laatste lijkt me niet zo’n goed plan en scenario 2 en 3 trekken mij het meeste aan maar omdat scenario 2 nog een lange weg te gaan heeft voordat het met oplossingen komt zou ik het liefst willen inzetten op scenario 3. Maar waarschijnlijk zal scenario 1 voor veel mensen ook zo zijn aantrekkelijke kanten hebben.

Kunst kan ons een spiegel voor houden en helpen om te gaan met ons onbehagen nu we niet meer kunnen leven zoals we gewend waren.

Alleen de kunst kan ons redden

De recente discussie over het tonen van een vrouwelijk naakt van Edgar Degas in het Van Gogh Museum, maar ook berichten uit de VS dat in een aantal particuliere musea bepaalde schilderijen als aanstootgevend worden gezien en daarom niet worden tentoongesteld, toont aan dat de museale wereld onder druk van de commercialisering van de kunstmarkt zelfcensuur toepast. Voor mij, opgegroeid in de jaren zestig, heeft kunst altijd een taboedoorbrekende en emancipatoire functie gehad en daar worden nu dus blijkbaar beperkingen aan opgelegd door de museale wereld die steeds meer afhankelijk is geworden van subsidies en sponsoring door grote bedrijven.

Ook op andere terreinen heeft het bedrijfsleven invloed op wat wel en niet toegestaan is zoals ik zelf een tijdje geleden heb ervaren toen een foto door mij gemaakt gemaakt tijdens een tentoonstelling van werk van Erwin Olaf in he Haags Gemeentemuseum (sorry, tegenwoordig Museum Den Haag, ook weer zo’n marketing dingetje) door Instagram verwijderd werd met het dreigement dat als ik nog éen keer zo’n foto zou publiceren mijn account verwijderd zou worden, daarmee mij dwingend tot zelfcensuur. Gelukkig heb ik een eigen website, hoewel, ook WordPress waarmee deze site gemaakt is zie ik in staat op een geven moment de content van mijn website te gaan controleren…

Foto Erwin Olaf

Vorige week bezocht ik in Amersfoort een lezing van Herman Pleij over zijn recent verschenen boek ‘Oefeningen in genot’ over de zijn ontdekking dat er naast de seksuele revolutie van de jaren zestig er ook nog éen is geweest rond 1500: ‘Ineens gingen de schrijvers toen helemaal los’. Volgens Pley hebben we te maken met een golfbeweging, tijden van preutsheid worden afgewisseld met tijden van lossere zeden en volgens hem zitten we nu weer in zo’n neergaande periode. Na afloop sprak ik hem kort en merkte ik op dat zijn boek erg deed denken aan het boek ‘Het Civilisatieproces’ van de socioloog Norbert Elias uit 1939, dit boek had hij tijdens zijn onderzoek inderdaad ook als bron gebruikt.

Over de rol en functie van de kunst in de maatschappij is door grote denkers in het verleden al veel geschreven. Zo maakte de filosoof Friedrich Nietzsche een onderscheid tussen het apollinische en het dionysische waarbij het apollinische staat voor de wereld volgens de morele rationale mens zoals dit tot uiting komt in de de schilderkunst, de architectuur en andere voorstellingen van onze verbeelding. En naast deze wereld is er de dionysische wereld van de buitengewone ervaringen van de mens die zijn existentiële grenzen overschrijdt zoals de muziek en de tragedie waar bij de menselijke wil  zich laat spreken.

Het belangrijkste uitdrukkingsmiddel van het apollinische is de taal – die zo zijn beperkingen heeft – terwijl het dionysische rechtstreeks binnenkomt, voor wie daartoe ontvankelijk is, zoals dat gebeurd bij de muziek en het theater en dus van een hoger orde is. Niet voor niks was Nietzsche jaloers op Wagner die uitmuntte in de muziek, iets wat hij zelf graag ook wilde maar na een aantal mislukte pogingen opgaf. Hij kon het moeilijk verdragen goed in iets te zijn (schrijven, filosofie) dat niet rechtstreeks tot je kwam maar via die de beperkingen van de taal.

Een dergelijk onderscheid vindt je ook bij oervader van de psychologie Sigmund Freud die een onderscheid maakt tussen Thanatos en Eros waarbij bij Thanatos – de doodsdrift – de ratio centraal staat en ons streven alles te beheersen en berekenbaar te maken, de domeinen van de wetenschap en de filosofie die tot doel hebben onze driften te sublimeren zodat onze driften niet de overhand hebben en wij binnen de rationele kaders van de wetenschap en de filosofie zinvol kunnen leven. Daartegenover staat Eros, de lust, de levensdrift, de kunst en de cultuur die tot uiting komt door de mimesis: de nabootsing, weerspiegeling of weergave van de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid waarbij het bijzondere of afwijkende niet aan het algemene wordt onderwerpen. Hierbij gaat het niet om de sublimering der driften maar juist om de de cultivering daarvan.

De socioloog en filosoof Jurgen Habermas voegde aan dit onderscheid tussen de ratio en het zintuigelijke een maatschappelijke dimensie toe door een onderscheid te maken tussen systeem en leefwereld. Het systeem staat daarbij voor onze materiële reproductie en kent de subsystemen economie en staat die moeten borgen dat niemand tekort komt en de reproductie systemen efficiënt ingericht zijn. Habermas constateert dat In de loop van de tijd deze systemen steeds complexer zijn geworden waardoor strategisch handelen en het bezitten van geld en macht steeds belangrijker zijn geworden waardoor de maatschappelijke ongelijkheid is toegenomen. Het neo-liberalisme is daar een uiting van.

De leefwereld staat hier los van en wordt gedomineerd door de subsystemen privé en politiek waar door het communicatieve handelen op basis van rationeel handelende argumenterende personen consensus ontstaat over een gemeenschappelijke werkelijkheidsdefinitie. Door de communicatieve processen die zich in deze twee domeinen tussen actoren afspelen wordt in het dagelijks leven al communicerend de leefwereld tot stand gebracht. De leefwereld omvat niet alleen cultureel overgeleverde interpretatiekaders zoals religie, kunst en cultuur maar bestaat ook uit de maatschappelijke instituties die deze leefwereld vorm geven.

Ondergrondse kunst in Iran

Terwijl de systeem wereld steeds complexer wordt en de invloed van de staat en de economie op onze leefwereld steeds groter wordt, worden de bij de leefwereld behorende subsystemen als religie en traditie steeds minder belangrijk waardoor onze leefwereld steeds meer uitgehold wordt en monetaire en bureaucratische middelen onze leefwereld binnendringen en kolonialiseren tegenwoordig geholpen door nieuwe middelen als resultante van het huwelijk tussen marketing en IT.

Het domein van de politiek is tegenwoordig volledig ingekapseld in de systeemwereld en ontdaan van haar ideologische component en binnengedrongen in onze leefwereld die daardoor wordt ingeperkt en ten koste gaat van onze verbeelding. Waar de taal drager van betekenis is en bepaald hoe de wereld aan ons verschijnt zouden kunst en cultuur onze leefwereld moeten verruimen en nieuwe gebieden doen betreden die nog niet ontgonnen zijn. Maar helaas is ook onze kunstwereld de laatste decennia sterk gekolonialiseerd door de systeemwereld en gedomineerd door de wereld van het grote geld en de marketing en willen musea vooral blockbusters als publiekstrekkers en is het voor nieuwe kunstenaars die niet commercieel denken moeilijk een plaats op de kunstmarkt te verwerven.

Habermas was daar pessimistisch over en had het in de jaren zestig al over het einde van de kunst net als Francis Fukuyama het begin jaren negentig over het einde van de geschiedenis had, daar heeft hij nu 30 jaar later toch echt ongelijk in gekregen. Kunst is er altijd geweest en zal altijd blijven hoewel de vorm verandert en steeds op onverwachte plekken in nieuwe gedaanten opduikt. Wellicht zijn onze huidige kunstinstituties wel niet de beste plekken om deze te tonen.

Toch is er hoop voor de kunst nu kunstenaars door het beschikbaar komen van allerlei nieuwe digitale kanalen hun werk aan een groot publiek kunnen aanbieden zonder afhankelijk te zijn van musea, kunstgalerijen of uitgevers. Een heel nieuw business model waarbij kunst rechtstreeks de toeschouwer kan inspireren en daarom potentieel een enorm machtig instrument om maatschappelijk invloed uit te oefenen: één video of post kan een enorme impact hebben op een groot publiek.

Kunstenaars moeten het aandurven nieuwe thema’s aan de orde te stellen zoals bijvoorbeeld het kolonialisme of de invloed van fake news op het maatschappelijke debat. Hoog tijd dat een nieuwe generatie kunstenaars opstaat om deze nieuwe thema’s aan de orde te stellen. Wellicht gebeurd dat echter al zonder dat de huidige kunstelite dat door heeft en noemen deze nieuwe kunstenaars zich vloggers of influencers in plaats van kunstenaar en zitten die nu met allerlei nieuwe kunstvormen te experimenteren in Senegal, Hanoi en Bogota en zijn ze geheel nieuw taboes aan het doorbreken waarvan wij het bestaan nog niet beseffen…

De Dutch Design Week

Deze week een dagje door de binnenstad van Eindhoven gelopen tijdens de Dutch Design Week en mij op de verschillende lokaties laten verrassen door allerlei nieuwe creatieve concepten en om meteen maar in huis te vallen: het draait in designland momenteel vooral om het klimaat en het milieu.

Opvallend vaak kwam ik projecten tegen die gaan over het hergebruik van afval, het ontwerpen van nieuwe duurzame producten en het herontwerpen van de supply chain zodat die minder belastend is voor het milieu: er wordt door de nieuwe generatie ontwerpers flink nagedacht over nieuwe concepten die het klimaat en het milieu minder belasten en dat is een positieve ontwikkeling temidden van al die sombere berichten die dagelijks op ons af komen. Als je ergens nieuw ideeën wilt opdoen en je wil laten inspireren ga dan naar de Dutch Design Week!

Omdat Eindhoven bij mij nog altijd de associatie opwekt met Philips bezocht ik ook het ‘Design Talks’ programma in het Philips Museum dat qua scope flink afweek van wat ik daarvoor had gezien. Opvallend veel aandacht voor high tech projecten in de gezondheidszorg en innovaties van bestaande producten, helaas geen enkele link met het klimaat en het milieu. Daar waar Philips groot is geworden door de omzetting van elektriciteit in licht zou het toch een mooie uitdaging voor de ontwerpers van Philips kunnen zijn oplossingen te bedenken voor de afvalproblematiek en het hergebruik van materialen in de Supply Chain.

In het van Abbe Museum wel veel aandacht voor deze problematiek en daar twee indrukwekkende opstellingen over de milieu problematiek gezien: één over de ‘Plastic Soup’ die onze oceanen vervuilt en een ander over de grote hoeveelheid ruimteafval die er rond de aarde zweven. Dat blijken er inmiddels al meer dan 22.000 objecten te zijn, dit wordt bijgehouden door een internationale organisatie die eveneens bijhoudt waar deze rommel op aarde neerstort en uit de tentoonstelling blijkt dat dat een ongecontroleerd proces is en overal kan zijn.

Onlangs lanceerde Elon Musk’s 60 Starlink satellieten die met de SpaceX’s Falcon 9 in een baan rond de aarde werden gebracht. Dit programma heeft tot doel voor eind volgend jaar 12.000 van deze satellieten te lanceren die een wereldwijd dekkend netwerk gaan vormen voor alle online communicatie, in één klap worden dan al die glasvezelnetwerken en wifi modems overbodig omdat je dan overal en altijd online kan zijn. Het uiteindelijke doel van is 40.000 satellieten in een baan om de aarde te krijgen, in één keer een verdubbeling van het aantal objecten dat om de aarde zweeft. Andere bedrijven zoals Amazon en OneWeb hebben gelijksoortige plannen. Waarschijnlijk zijn al deze satellieten over 5 jaar alweer verouderd en zullen er dan ongetwijfeld een veelvoud van bijkomen. Het wordt vol in de ruimte direct om ons heen…

Deze week deed Elon Musk persoonlijk een test van dit nieuwe netwerk door succesvol vanuit zijn eigen huis een twitter bericht te sturen. Deze ontwikkeling heeft volgens mij een enorme impact vergelijkbaar met een innovatie als de uitvinding van de telefoon of de eerste email op het internet. Niet alleen zullen deze satellieten de ruimte vervuilen maar wordt veel van de huidige infrastructuur aan kabel en zendmasten overbodig en ontstaat een monopolie van een klein aantal bedrijven die buiten de invloed van onze nationale wetgevingen de satelliet infrastructuur in handen hebben en de zich niets van nationale wetgevingen hoeven aan te trekken.

Blijkbaar is het bewustzijn dat we iets moeten doen aan de stijging van de zeewaterspiegel en de vervuiling van onze oceanen en atmosfeer nog niet doorgedrongen tot de industriële ontwerpers die voor grote bedrijven werken terwijl hier toch een grote uitdaging ligt die potentieel commercieel zeer interessant kan zijn. En dan is het hoopvol dat tijdens mijn bezoek aan de Dutch Design Week in Eindhoven bleek dat aan de ontwerp kant van de samenleving maar ook door kunstenaar creatief nagedacht wordt over alternatieve oplossingen.

Tafel in boekhandel in Eindhoven met boeken over het klimaat en het milieu.

Schoonheid disciplineert

Soms blijft een zin die je hebt gelezen lange tijd in je hoofd rondzingen en de stelling ‘Schoonheid disciplineert’ van Marilynne Robinson’s, uitgesproken tijdens een lezing over ‘Genade en schoonheid’ aan de Princeton University op 9 april 2016, is zo’n zin. Heb daar een tijdje over lopen nadenken.

Robinson definieert schoonheid als ‘de elegantie van de betekenisvolle complexiteit’ waarbij ‘elegantie’ de invulling is die ze geeft aan het begrip schoonheid en de ‘betekenisvolle complexiteit’ staat voor een complexiteit die bestaat uit vele soorten en lagen en die zichzelf ordent om effectief en tegelijkertijd vrij te kunnen zijn. Schoonheid is volgens haar een te complex begrip om in gewone taal te kunnen uitdrukken omdat taal niet in staat is de complexe gedachten die wij ervaren bij schoonheid op een eenvoudige manier uit te drukken.

Kunstenaars zijn beter in staat aan schoonheid vorm te geven omdat zij op een niet-talige manier door hun kunst ons een schoonheidservaring kunnen geven. Pogingen van kunstduiders om de schoonheid van kunst uit te leggen hebben daarom ook geen enkele zin omdat schoonheid zit in het zelf ervaren daarvan en dat is voor iedereen weer anders.

Door het ervaren van de schoonheid van een object krijgen wij een gevoel van volledigheid en voltooing waardoor ons menselijke bewustzijn door deze schoonheidservaring onze geest en het universum plots als één groot systeem ervaart. Marilynne Robinson noemt dit verschijnsel ‘entelechie’: het actieve principe van volledigheid of voltooing in een individueel object. De daaraan gerelateerde emotie is ‘genade’: het gevoel deel te hebben in de volheid van een daad of gebaar zodat de schoonheid daarvan als één geheel wordt ervaren.

Schoonheidservaringen brengen structuur aan in ons leven zodat we alles om ons heen tegen het licht van deze ervaringen kunnen beoordelen en classificeren zodat we op basis daarvan ons wereldbeeld kunnen bepalen. Schoonheid disciplineert dus en brengt in ons menselijke bewustzijn orde te midden van de chaos om ons heen en leert ons denken over het ondenkbare.

Omdat het ervaren van schoonheid een individuele ervaring is, bestaat er geen universele schoonheidservaring en spelen individuele, culturele en maatschappelijke factoren een rol waardoor de beleving van schoonheid voor iedereen sterk kan verschillen. De toegenomen internationalisering van onze samenleving heeft echter tot een uniformering van de schoonheidsbeleving geleid en daarbij spelen twee ontwikkelingen een belangrijke rol: de opkomst van de marketing en van de nieuwe media.

De marketing, uitgevonden in de Verenigde Staten, was oorspronkelijk bedoeld om producten aan klanten die daar behoefte aan hadden te kunnen verkopen en daarbij gebruikten bedrijven de media om via advertenties hun producten onder de aandacht te brengen. Daarbij maakten ze gebruik van het psychologische effect dat als je een product koppelt aan mooie en succesvolle mensen deze eerder bereid waren deze producten te kopen ook al hadden ze daar eigenlijk geen behoefte aan. Door het ontstaan van nieuwe media werd deze invloed van de marketing steeds groter en tegenwoordig gaat het niet meer alleen om het verkopen van producten maar eerder om het creëren van een behoefte die daar eerder niet was, mensen kopen dingen waar ze eigenlijk geen behoefte aan hebben.

Het succes van de marketing heeft ervoor gezorgd dat onze schoonheidsbeleving enorm is beïnvloed door wat wij dagelijks via alle media op onze af zien komen. Als je een product of dienst weet te koppelen aan de schoonheidservaring van je klanten kan dat een enorme impact hebben op je business. Denk maar aan sterke merken als Apple en Tesla waarvoor mensen in de rij staan hun producten te kopen en bij het lanceren van een nieuw product zelfs geen reclame meer hoeven te maken: het product zelf valt dan samen met de schoonheidservaring van de consumenten waarbij de prijs zelfs minder belangrijk wordt.

Deze invloed van de marketing op onze schoonheidsbeleving wordt steeds groter en vindt je ook terug in bijvoorbeeld de kunstsector en de politiek. De meest succesvolle kunstenaars tegenwoordig gebruiken marketingtechnieken om een miljoenenpubliek te bereiken maar ook iemand als Donald Trump is succesvol in het toepassen daarvan op zijn achterban: het maakt niet uit wat hij zegt of doet want zijn ‘brand’ is zo sterk dat zijn eigen achterban alles voor zoete koek aanneemt. Hierdoor is onze schoonheidservaring steeds meer een collectieve aangelegenheid geworden in plaats van een individuele.

Jeroen Wielaert’s roman ‘Oorlogsvrede’

Behalve dan den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan Jeroen Wielaert. Henk Mobach kwam met hem aanzetten in Café De Vriendschap aan ‘t Wed toen-i uit Veenendaal terugkwam waarbij Jeroen meteen de vraag op tafel gooide: ‘Hoeveel vrede hebben we nu eigenlijk, met dit soort oorlog overal?’ Ik heb het over 1975 en de heftige discussies die wij voerden op de vrijdagmiddag in onze stamkroeg met een biljart in het midden, dat overigens naar mij weten nooit gebruikt werd, en geen WC voor dames apart. Steevast hadden wij de laatste column van Piet Grijs en Renate Rubinstein in Vrij Nederland gelezen dus genoeg stof om het te hebben over het kabinet Den Uyl of het terrorisme van de RAF.

Daarna volgde het uitwisselen van onze plannen voor het weekend, voorzover ze met ons beperkte budget realiseerbaar waren, waarbij ik meestal voor de goedkoopste optie koos: het aanschaffen voor een tientje aan ‘stuf’ bij een illegale handelaar ergens op een bovenwoning en dat bij Mobach op zijn zolderkamer oproken alvorens weer naar de kroeg te gaan (als het er overigens nog van kwam). Jeroen deed daar niet aan mee want die bleef meestal in de kroeg hangen, het echte leven speelde zich daar immers af. De Veenendalers namen mij af en toe mee naar hun jeugdhonk in hun woonplaats waar ik de meest fantastische concerten heb meegemaakt van Herman Brood, Gruppo Sportivo en Sweet d’Buster en Jeroen al fotograferend rondliep.

Met oud en nieuw ben ik een paar keer met Jeroen, Mobach en een aantal anderen in een oude Citroen DS met een kofferbak vol drank naar Terschelling gevaren, niet om ons om de mooie natuur te bekommeren maar om de Terschellingse kroegen te bezoeken, het is daar altijd erg gezellig in de kerstperiode. Op een gegeven moment besloten Jeroen en ik onder barre omstandigheden Paal 30 te bereiken, het meest oostelijke punt van Terschelling, zeg maar het einde van de wereld. Fietsend, wandelend en de laatste kilometers op blote voeten over krakend ijs bereikten we het eindpunt om daar gezamenlijk een heupfles Beerenburg soldaat te maken. Dat soort dingen deden wij dus, jongens waren wij, maar wel aardige jongens.

Daarna ben ik Jeroen uit het oog verloren. Maar na een aantal jaren hoorde ik hem steeds vaker op de radio met zijn gedragen en sonore stem verslag uitbrengen over van alles en nog wat. Terwijl ik ingewikkelde boeken zat te bestuderen op mijn kamertje in Utrecht rapporteerde hij over de ontruiming van Amelisweerd, terwijl ik onderweg naar mijn volgende saaie IT-project in de file stond hoorde ik hem op de autoradio enthousiast achtergrond rapportages maken over de Tour de France en terwijl ik op de bank met schreeuwende kinderen om mij heen naar het vallen van de muur zat te kijken was Jeroen natuurlijk al lang ter plaatse voor een sfeerimpressie. En natuurlijk is hij altijd aanwezig bij het Boekenbal, de uitreiking van de Libris literatuurprijs in het Amstel Hotel tussen al die beroemde schrijvers of bij Pinkpop Bruce Springsteen aan het interviewen en zit hij, terwijl ik in mijn keuken dit stukje zit te typen, op Terschelling een rapportage te maken over Oeral. Zucht…

En dan nu een echte roman van zijn hand, ‘Oorlogsvrede’, 299 pagina’s diep en uitgegeven door De Arbeiderspers en met een fraaie jaren zestig omslag. Het boek bestaat uit drie delen: het eerste gaat over onze generatie die opgroeide na de Tweede Wereldoorlog en na de roemruchte jaren zestig die we net niet bewust hebben meegemaakt maar onze oudere broers en zussen wel. Heel herkenbaar. Het tweede gedeelte gaat over de Tweede Wereldoorlog en wat zich allemaal afspeelde in de beslotenheid van een onderduikers huishouden en de impact die dat ook decennia na de oorlog nog heeft en het laatste deel beschrijft het verhaal achter het verhaal, de eeuwig durende zoektocht naar onze roots. Terwijl ik de roman las dacht ik dat Jeroen een goed verhaal had bedacht maar al lezende kwam ik er tot mijn verrassing achter dat dit familieverhaal echt gebeurd is, de werkelijkheid is soms ontroerender dan je kan verzinnen. Dat voegt een interessante dimensie toe aan dit boek en geeft het verhaal diepgang, marketing technisch zou je daar wat meer mee moeten doen Jeroen. Ik heb het boek dan ook geboeid in twee dagen uitgelezen en wilde na elk hoofdstuk weten wat er in het volgende gebeurde.

Dit wordt verstrekt door het veelvuldig toepassen van dialogen en dat maakt het boek extra sterk, geen lange beschrijving maar indringende dialogen tussen echte mensen. Hoewel ik begrijp dat Jeroen dit boek in de beslotenheid van zijn geheime landgoed heeft geschreven is Jeroen toch in eerste instantie de journalist die in de kroeg, terwijl hij met anderen aan het discussiëren is, een paar notities op de achterkant van een bierviltje maakt, en daar daarna een mooi verhaal of project van weet te maken. Ik kwam hem laatst nog tegen terwijl ik in Utrecht van het station naar mijn saaie werkplek op Oudenoord liep vlak voor het muziekcentrum Vredenburg, hij op de fiets op het drukste fietspad van Nederland en ik wachtend om te kunnen oversteken, ‘Hééé Gerard’ riep hij, en hij was alweer op weg naar een nieuwe afspraak in een of andere Utrechtse kroeg, waarschijnlijk voor een diepte interview, Café De Vriendschap bestaat niet meer dus daar zal het vast niet geweest zijn.

De Rijn bij Rhenen is sedert naar het Westen blijven stromen en de mensen zijn blijven voorttobben. Ook de zon komt nog op en iedere avond krijgen wij van Jeroen het Nieuws van den Dag nog. Zijn bestemming in Friesland is mij altijd onopgehelderd gebleven.

Wildernis

Deze week in in Frankfurt in de Schirn Kunsthalle de tentoonstelling Wildnes bezocht waar het thema ‘wildernis’ vanuit verschillenden invalshoeken wordt behandeld. Op de tentoonstelling zie je schilderijen van schilders die de natuur schilderen vanuit hun atelier en nooit de natuur hebben opgezocht, foto collages van door de kunstenaar bedachte wildernis, digitaal gecreëerde beelden van een imaginaire wildernis, en diverse films, video’s en objecten. Een bijzondere tentoonstelling die je aan het denken zet over de relatie tussen de mens en de natuur, een al eeuwenlange slepende discussie maar momenteel erg actueel.

Uitgangspunt voor de tentoonstelling is dat de wildernis, d.w.z. de ongerepte, niet door middel van menselijk handelen veranderde natuur, niet meer bestaat. Sinds de mensheid met haar expansiedwang alle bergen heeft beklommen, alle zeeën bevaren en alle werelddelen ter eigen nut geëxploiteerd is er op aarde geen echte ongerepte wildernis meer te vinden. Sterker nog, onze exploitatie van de natuur heeft zelfs grote wereldwijde klimatologische gevolgen, ook veraf gelegen oorden ondervinden daar de gevolgen van. Het tijdperk waarin ons klimaat en de atmosfeer in sterke mate worden beïnvloed door onze menselijke activiteit wordt ook wel het antropoceen genoemd, deze term werd in 1919 geïntroduceerd door de Russische geoloog Alexei Pavlov.

De filosoof Peter Sloterdijk beschrijft in zijn boek ‘Wat gebeurde er in de 20e eeuw?’ de verschillende fasen van de exploitatie van de natuur door de mens. Voor de agrarische revolutie paste de mens zich aan zijn omgeving aan, toen hij echter dieren ging domiciliëren en inzetten op het land en als transportmiddel ging inzetten nam de impact van de mens op de natuur toe en tijdens de industriële revolutie, door de uitvinding van stoommachines en de elektriciteit, steeg deze impact exponentieel met alle kwalijke gevolgen voor de kwaliteit van onze leefomgeving van dien.

Deze, door de mens niet beoogde ontwikkelingen, hebben geresulteerd in een wereldwijde klimaatverandering vanwege de toegenomen CO2-uitstoot waardoor, volgens de deskundigen, de zeespiegel zal gaan stijgen evenals de temperatuur wereldwijd. Peter Sloterdijk stelt in zijn boek dat zelfs als we vanaf nu zouden stoppen met de C02-uitstoot het nog 3.000 tot 4.000 jaar gaat duren tot de aarde weer op zijn oude niveau is. Een onomkeerbaar proces met grote impact dat niet makkelijk te stoppen is en dus voer is voor doemdenkers.

Vorige week was er zo’n doemdenker te zien in het programma Tegenlicht van de VPRO. In ‘De aarde draait door’ liet Tegenlicht milieu-activist en schrijver Paul Kingsnorth aan het woord die zich samen met zijn gezin heeft teruggetrokken in een nog onbedorven natuurgebied in Ierland waar hij zo primitief mogelijk probeert te leven, hij is overigens wel in het bezit van een auto en een internetverbinding. Volgens hem is de natuur niet meer te redden en is de groene beweging de nog overgebleven wilde natuur aan het volbouwen met windmolenparken en een zonnepanelen landschap.

Zowel voor Sloterdijk als voor Kingsnorth is het dus al te laat: de strijd om een gezonde relatie tussen mens en natuur is al verloren. Ook de tentoonstelling Wildnes in Frankfurt is op dit sombere scenario gebaseerd. In een recensie in het NRC van de tentoonstelling in Frankfurt schrijft Hans den Hartog Jagert: ‘Nu we het laatste stukje wildernis vakkundig om zeep geholpen hebben zijn daar nieuwe onbeheersbare gebieden voor in plaats gekomen: de techniek, de virtuele wereld, het menselijk brein’ NRC van 13 december 2018 ‘Heimwee naar de vertrouwde wildernis’

Volgens al deze schrijvers is zich dus een rampscenario aan het voltrekken en zullen wij niet meer in staat zijn het tij te keren. Dat is wel nieuw, vroeger had je het rapport van de Club van Rome en recenter de waarschuwingen rond de zure regen maar die gingen uit van een oplosbare situatie, nu is de ondertoon veel negatiever van aard: er is niets meer aan deze ontwikkeling te doen! Als dat zo is dan krijgen we met een gigantisch moreel dilemma te maken: als we toch op de afgrond afstevenen, heeft het dan nog wel zin er iets aan te doen? Waarom veel geld investeren in een warmtepomp als het toch niet uitmaakt? Voor de acceptatie en het draagvlak van de klimaatwet kan dat best wel eens een probleem worden.

Volgens de doemdenkers kondigt het einde der tijden zich dus aan, althans voor ons mensen. Iets dergelijks is overigens al eens eerder gebeurd tijdens de vorige ijstijd toen de mammoet en dinosaurussen zijn uitgestorven. De aarde zelf heeft deze ijstijd overleefd en ons mensen de kans geboden onze slag te slaan, is het wellicht tijd dat een ander dier onze plaats als heerser van de wereld overneemt?

Op de tentoonstelling staat een opstelling van de Amerikaanse kunstenaar Mark Dion, een wolf opgezet op een aanhangwagen. De wolf in dit kunstwerk staat symbool voor de relatie tussen de mens en de natuur waarbij we hem aan de ene kant een aaibaar object hebben gemaakt (het meest gedomicilieerde dier is de hond, verwant aan de wolf) en staat de wolf aan de andere kant de symbool voor de terugkerende natuur: ook in ons land is de wolf na een lange afwezigheid weer gesignaleerd. En dat levert dan weer klagende herders en boeren op die eisen dat hij afgeschoten wordt en een schade regeling van de overheid willen voor de dieren die door hem gedood worden. Wellicht een waardig opvolger van de mens als we er allemaal niet meer zijn, mist we de wolf niet genetisch gaan manipuleren natuurlijk…

Overigens ben ik het zelf met al die doemdenkers niet eens. Volgens mij zijn wij best wel in staat op tijd het tij te keren als we al onze hulpmiddelen goed inzetten, wellicht moeten we eerst meer last krijgen van de effecten voordat we echt tot actie overgaan. Als je kijkt naar de huidige discussies rond het klimaatakkoord vallen de belangengroepen al snel terug op het eigenbelang en dan schiet natuurlijk niet op als vooraanstaande intellectuelen het vuurtje van de onrust stevig opstoken…

Nacht van de Madrigalen

A.s. vrijdag is de Nacht van de Madrigalen in de Sint-Joriskerk te Amersfoort met een veelzijdig programma rond de Madrigalen van Claudio Monteverdi en met nog veel meer leuks en dat geheel op Italiaanse wijze. Geen mooier begin van de lente dan dit evenement in Italiaanse stijl met uiteraard goede Italiaanse wijn en een Italiaan buffet, zowel lichaam en geest hoeven zich dus niet te vervelen! 

Het barokensemble Le Nuove Musiche heeft onder aanvoering van klavecinist Krijn Koetsveld alle madrigalen van Monteverdi op cd uitgebracht – een wereldprimeur! Vier jaar lang zijn ze daar mee bezig geweest en nu is dit project afgerond en staan alle madrigalen op CD en de eerste lovende recensies over he resultaat van dit ambitieuze project zijn inmiddels verschenen.

Hier en paar citaten uit een mooi interview met Krijn Koetsveld in AD Amersfoortse Courant over dit project:

Krijn Koetsveld ziet in de teksten van de Madrigalen tijdloze thema’s terugkomen zoals: verlies, de dood, liefde en erotiek. ,,Eén van de concerten geven we als motto: ‘De dood of de gladiolen’. Een uitspraak van wielrenner Gerrie Knetemann. Precies hetzelfde speelt in de hoofse liefdespoëzie.”  Koetsveld, getrouwd met een Italiaanse, spreekt vloeiend Italiaans en is daarom in staat dubbelzinnige taal te begrijpen. ,,We sluiten af met ‘Erotische geheimtaal in Monteverdi’s madrigalen’. De erotiek is daarin nooit ver weg, al worden de teksten niet platvloers. Een woord als ‘morire’ betekent letterlijk ‘sterven’ maar destijds stond het ook voor ‘klaarkomen’. Zo zijn er meer verborgen boodschappen.” 

Belangrijker is nog, volgens Koetsveld, de muziek zelf. ,,Monteverdi leidde een lang leven voor iemand van zijn tijd. In zijn madrigalen kun je de muziekgeschiedenis volgen: de overgang van de renaissance naar de barok. Hij benadrukte bepaalde dramatische passages en liet zich daarbij steeds minder leiden door strenge regels. Hij schreef ook voor solozang, omdat dan de teksten goed verstaanbaar zijn. Mede dankzij Monteverdi werd de muziek persoonlijker en daarmee moderner.”

Op 13 april wordt de afronding van dit project feestelijk gevierd met een afwisselend programma in de Sint-Joriskerk in Amersfoort met o.a. de muziek van Monteverdi, een Italiaans buffet verzorgt door de Meisjes van Spijs uit Den Haag, yoga op muziek van Monteverdi, Italiaanse wijnen en jazz-pianist Bert van den Brink & Friends met een geheel eigen zienswijze op Monteverdi. Aan het eind van de avond is het – na een pittige Italiaanse snack – tijd voor de apotheose: Monteverdi 18+, waarin de erotische geheimtaal van Monteverdi wordt geduid door Le Nuove Musiche. 

Voor meer informatie en het programma kan je zijn op de site van Monteverdi XL maar je kunt natuurlijk ook gewoon een kaartje kopen in de Sint-Joriskerk! En als je dan besluit te gaan is het goed te weten wat de dresscode is: La Grande Bellezza!

Neo Rauch: liefde, kunst en de dood.

In de Fundatie de overzichtstentoonstelling Dromos 1993 – 2017 van Neo Rauch bezocht na eerste het interview met hem door Ralph Keunin, dat op de website van de Fundatie staat, te hebben bekeken. Neo Rauch legt in dit interview uit hoe zijn werk tot stand komt en hoe je als kijker naar zijn werk zou moeten kijken. Voordat Rauch aan een nieuw schilderij begint vindt eerst een innerlijk creatief proces plaats dat hij als een uiterst pijnlijk ervaart en hem slapeloze nachten bezorgt waarbij er allerlei beelden vaag bij hem opkomen. Tot er plots bij hem de noodzaak ontstaat de eerste punt op het doek te zetten en het proces van het daadwerkelijk schilderen begint waarbij hij de miljarden mogelijkheden die hij heeft om een schilderij vorm te geven door inperken en bundelen tot een waardevol schilderij transformeert.

Dit creatieve proces kent twee  varianten: soms weet hij op het moment van aanvang al precies wat hij gaat schilderen en komt het schilderij al schilderend  vanzelf naar hem toe. Maar het kan ook zijn dat hij begint en het werk al schilderend vanzelf ontstaat, deze laatste variant komt tegenwoordig het meest bij hem voor. En als het dan af is heeft het voor hem als de schilder en voor ons als zijn publiek waarde en geeft het voldoening er naar te kijken (voor hen die daar voor open staan).

Om de waarde van zijn werk te kunnen ervaren adviseert hij ons niet te proberen zijn kunst te begrijpen of te verklaren, het is beter je verstand uit te zetten, je open te stellen en je gevoel zijn werk te laten doen. Dat doet hij ook als hij zijn werk creëert. Grappig genoeg hoorde ik veel van de bezoekers van de tentoonstelling in Zwolle juist verwoede pogingen doen zijn werk te verklaren, zo ik hoorde een vrouw tegen haar man, die ongeduldig werd en verder wilde, zeggen: ‘Maar ik wil begrijpen wat hij hiermee bedoelt!’. Dat gaat haar niet lukken, dacht ik, ze kan hoogstens haar eigen projecties ervaren.

Door naar een schilderij te kijken komen we even los van de alledaagse dingen en kijken door een tweedimensionaal venster naar een andere wereld die los staat van tijd en werkelijkheid. Volgens Neo Rauch zijn er twee momenten in het leven waarbij wij in staat zijn buiten onszelf te treden en te ontsnappen aan de sleur van het alledaagse bestaan en dat is bij het ontstaan van de liefde en het aanschouwen van kunst. Beide kunnen belangrijke kantelpunten in het leven zijn die je niet kunt willen maar in ene spontaan ontstaan. En waarbij je na de eerste vonk die overslaat of stip op het doek jezelf gaat inperken en bundelen tot er iets van blijvende waarde ontstaat, dat is hard werken maar geeft uiteindelijk voldoening…

Volgens mij is er nog een derde kantelpunt in ieders leven waar Neo Rauch het tijdens het interview niet over had en dat is de dood die eveneens een stip aan onze horizon is en waarvan de werking omgekeerd is aan die van de liefde en de kunst. Veel van zijn werken zijn uitermate somber en er zijn volgens mij veel verwijzigingen op zijn schilderijen naar ons laatste kantelpunt (of is dit alleen maar mijn projectie?). Terwijl de liefde en de kunst plots ontstaan en in de loop van de tijd hun definitieve vorm en waarde krijgen is de dood de stip aan het eind van het leven waar we allemaal ongewild op af stevenen. En terwijl we daar naartoe onderweg zijn moeten we juist  mensen om ons heen en dingen loslaten tot er uiteindelijk op het moment suprême niets van waarde overblijft.

Het voordeel voor een kunstenaar als Neo Rauch is dan weer dat uiteindelijk zijn werk ook na zijn dood voort blijft leven door de ogen van de toekomstige generaties die naar zijn werk gaan kijken en dat is dan weer een mooi voordeel van het succesvol kunstenaarschap. Is al die pijn die hoort bij het creatieve proces uiteindelijk dan toch niet voor niets geweest. Voor ons niet-kunstenaars rest dan alleen nog maar het kijken naar een leeg doek omdat wij het niet gedurfd hebben die eerste stip op dat lege doek te zetten…

Related image

Een oceaan aan Big Data…

Vandaag, dinsdag 31 oktober 2017, wordt het muziekstuk ‘Music by Oceans’ uitgevoerd in Gasthuis Leeuwenbergh tijdens een symposium over oceanografie van de Universiteit Utrecht. De componist Stef Veldhuis maakte voor deze compositie gebruik van de data van de meer dan drieduizend drijvende boeien (ankers) die sinds 2007 in onze oceanen dobberen en die door middel van sondes enorme hoeveelheden data verzamelen over het zoutgehalte, de temperatuur, de stroming etc.. Op basis van al deze data kunnen wetenschappers dan weer analyses maken en voorspellingen doen over het weer en het klimaat.

Met diezelfde data kan je dus nog meer doen, zoals blijkt uit uit dit initiatief deze data via een algoritme op basis van muzikale elementen zoals ritme, toonhoogte, duur en dynamiek om te zetten in muziek waardoor we in staat worden gesteld naar oceanen te luisteren om te ervaren of er patronen te onderscheiden zijn. Traditioneel worden bij dit soort analyses gebruik gemaakt van statistische methoden en calculaties en worden de uitkomsten grafisch weergegeven om een en ander inzichtelijk te maken. Door deze data nu ook om te zetten in geluid hopen de onderzoekers ingewikkelde patronen herkenbaar te maken, aldus oceanograaf Erik van Sebille vandaag in een artikel in de Volkskrant.

Voor het symposium in Utrecht zijn 8 composities gemaakt, elk gebaseerd op een andere sonde, en via de website  musicbyoceans.org kan men zelf ook aan de slag om een eigen compositie van oceaanmuziek te maken. Het resultaat levert soms totale chaos maar ook verstilling op, afhankelijk van de plek in de oceaan.

Een interessant experiment, zeker omdat het een enorme uitdaging aan het worden is uit al die grote hoeveelheid data die we ter beschikking hebben zinnige informatie te halen. De huidige digitale analyse technieken zijn niet meer voldoende om aan de toegenomen behoefte aan analyses te voldoen. Het meer dan tien jaar opslaan van al deze data vanuit 3.000+ meetpunten levert enorme hoeveelheden data op.  Een behoorlijke uitdaging maar natuurlijk niets vergeleken bij de hoeveelheden data die tegenwoordig overal verzameld worden nu de combinatie van datacenters en het internet of things de komende jaren de hoeveelheid big data explosief zullen doen groeien.

De kernvraag daarbij is dan hoe je in een oceaan aan big data de ankers moet plaatsen op basis waarvan je meet. Als je uitgaat van oude ankers loop je de kans dat je onderliggende structuren over het hoofd ziet en dan kan het handig zijn kunstenaars van buiten de IT met een eigen visie te hulp te roepen. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten waar dan weer op voortgeborduurd kan worden.

Werk van de Chinese kunstenaar Qiu Zhijie onlangs te zien in het Van Abbe museum in Eindhoven.

Kunstenaars zijn vaak degenen die nieuwe ontwikkelingen vroegtijdig herkennen en het kan interessant zijn deze voor dit soort projecten te gebruiken. Naast muziek kan je ook denken aan andere kunstvormen om big data inzichtelijk te maken zoals bijvoorbeeld een choreografie, een schilderij of een film. Het lijkt me interessant een choreografie te zien van de consumptie van alcohol of een schilderij over je social media netwerk. Wellicht zien we dan verbanden waarvan we ons nu nog niet bewust zijn en gaan we ons andere vragen stellen…

Documenta 14 Kassel

Het moest er een keer van komen, samen met mijn lief een bezoek aan de Documenta in Kassel, de vijfjarige traditie een internationale moderne kunst tentoonstelling te organiseren onder leiding van steeds weer een andere samensteller van naam. Een mooi moment om de thermometer weer eens in al die kunst, verspreid over 35 lokaties in Kassel te steken en voor mezelf te bepalen of we als mensheid de goede kant opgaan of niet: kunst loopt immers voorop en na verloop van tijd volgt de massa.

Een bevriende kunstenares Els Beijderwellen heeft Kassel al eerder dit jaar bezocht en vertelde dat het kernwoord dit jaar ‘Engagement’ is in de zin van maatschappelijke betrokkenheid. Dat hoeft niet negatief te zijn, dacht ik toen, een beetje daarvan kunnen we momenteel wel gebruiken. Als reactie fabriceerde ze bovenstaand kunstwerk met de mooie titel ‘Dokumenta Kassel of Autowasstraat?’ wat een veelzeggende titel is en volgens haar een directe verwijzing naar het het bewustwordings proces rond de bootvluchteling problematiek in de traditie van Ai Weiwei. Zo’n openingsimpressie maakt een bezoek aan Kassel al eigenlijk overbodig.

Toch morgen vroeg maar in de auto naar Kassel kruipen, die net inderdaad door de wasstraat is gegaan in het kader van de jaarlijkse onderhoudsbeurt, dus met een frisse blik op pad!

Onderweg naar Kassel pikten we vlak over de grens twee Nederlands studentes op die aan het liften waren naar Dresden. Ze waren dolenthousiast over liften omdat ze onderweg zoveel leuke mensen tegenkwamen die ze anders nooit zouden zijn tegengekomen en daar hele leuke gesprekken mee hadden. Ik heb vroeger zelf veel gelift dus konden we mooie verhalen uitwisselen over onze ervaringen. Liften is blijkbaar weer in onder jongeren, eerder die week had ik nog een jonge Albanese student een lift naar Amsterdam gegeven en met hem gepraat over zijn lot helaas Albanees te zijn.

Ik vertelde ze over de Documenta en al snel ontspon zich een discussie over kunst en politiek engagement waarbij de dames stelden dan liften eigenlijk een performance kunst is en een teken van politiek engagement en dat onder jongeren dit weer erg hip is. De grote problemen van deze tijd zoals het milieu, de vluchtelingen politiek etc. vragen om politieke betrokkenheid en door te liften kan je op micro niveau internationaal je opvattingen uitventen. Toen ik vroeg of ze dan niet hun avonturen in de vorm van een blog of een vlog moesten gaan vastleggen reageerde ze afwijzend. Directe communicatie tussen mensen is het meest effectief en als je het gaat delen op sociale media gaan er andere zaken spelen waardoor de effectiviteit verloren gaat volgens de dames.

We eindigden de discussie dan ook met het gezamenlijk statement dat er voor mij maar één ding opzat en dat was dat ik zelf weer zou gaan liften om na al die jaren te ervaren hoe is het lifter te zijn in plaats van gastheer. Ga ik zeker doen, kijken of ik mijn oude record om binnen  24 uur aan het strand in van Nice te liggen kan verbeteren!

Aangekomen in Kassel aan de lunch en bij toeval zaten we naast een kunstenaar uit Potsdam, mijn eega, die naast hem zat, weet hoe hij heet. Hij kent Amersfoort goed omdat hij al ruim dertig jaar bevriend is met Armando en zijn werk ook verkoopt, en daardoor het Amersfoortse kunstwereld goed kent. Namedropping door mijn eega leverde veel gemeenschappelijke kennissen op. Eén van zijn beelden stond destijds in het Armando museum in Amersfoort toen het in de fik ging. In Kassel is hij gids voor een groep mensen uit Potsdam die hij in drie dagen de Documenta laat zien, aardige mensen die Postdammers, ik ben er vorig jaar zelf nog geweest om Sans Souci te bezoeken, Potsdam is een beetje het Wassenaar van Berlijn, dat soort volk dus. Over de Documentaire waren de Postdammers wisselend, veel kunst sprak ze niet echt aan maar ze waren wel blij snel overal naar binnen te kunnen omdat ze er als groep zijn, dat scheelde een hoop wachten voor ze. De meneer tegenover me had het meestal na 15 minuten wel gezien waardoor hij lekker op één van de vele terrassen kon gaan zitten, dat was overigens ook wel aan zijn uiterlijk te zien .

Inmiddels was het drie uur en hadden we nog niets van de Documenta gezien maar wel al een indruk over wat ons te wachten stond, morgen meer over de Documenta zelf!

En dan de Documenta editie 14 zelf, die het maken een bezoek aan Kassel zeker de moeite waard maakt. Eens in de vijf jaar krijgen honderden moderne kunstenaars van over de hele wereld drie maanden de kans hun werk aan het grote publiek te tonen en met een dagkaart kan je op de 34 lokaties op loopafstand van elkaar terecht. Als je er voor open staat kom je interessante kunst tegen maar even interessant is het andere bezoekers tegen te komen al wandelend van lokatie naar lokatie en tussendoor uitrustend op één van de vele terrassen; de interactie tussen de kijker en het kunstwerk is soms interessanter dan het kunstwerk zelf en daar dan over met elkaar in gesprek gaan nog leuker en leerzamer: zonder publiek vertegenwoordigd een kunstwerk geen waarde. Dat het dit weekend mooi weer was hielp daarbij natuurlijk enorm en heeft ons een mooi weekend bezorgd.

En dan de kunst zelf, nogal wisselend van kwaliteit per lokatie, het mooist en interessants vonden we de Neue Neue Galerie vanwege het gebouw en de kunst die daar hing omdat je daar van verrassing naar verrassing liep in tegenstelling tot een aantal andere lokaties waar je echt je best moest doen iets leuks te vinden tussen al die moderne kunst die lijkt op wat curatoren onder moderne kunst verstaan en dus de zoveelste variant op bestaande moderne kunst zijn. Het is ook niet makkelijk om iets nieuws te bedenken omdat qua vorm en inhoud al zo verschrikkelijk veel gedaan is door anderen.

Thema dit jaar zijn de verhalen van vluchtelingen en migranten die een rode draad door het oerwoud van kunst vormen en ik moet zeggen dat de harde confronterende werkelijkheid van en aantal werken je even van je stuk brengt als je zo’n werk plots tussen de andere werken ontdekt. Hier een paar werken die mij raakten:

In dezelfde traditie hieronder een werk van Piotr Uklański, zijn oorspronkelijke fotoserie ‘Untitled (The Nazis) veroorzaakte in 1998 tijdens een tentoonstelling in de The Photographers Gallery een storm van protest. Op dit oorspronkelijke werk is alleen de foto van Hitler echt, de anderen foto’s zijn van acteurs die in films nazi spelen, je kijkt dus niet naar de realiteit van echte nazi’s, maar vanuit het perspectief van cineasten, hoe de nazi’s er volgens hen uitzien. In 2000 werd dit werk door Uklański, als vorm van protest tegen de protesten, in de vorm van een performance in de Zacheta Gallery in Warschau vernietigd.

Een nieuwe versie van dit werk is nu te zien in de Alte Neue Galerie waarbij Uklański nu ook echte portretten aan het werk heeft toegevoegd dus het is aan de kijker te raden wie echt en wie acteur is. Allemaal harde realistische strak kijkende nazi koppen, eens de helden van het Derde Rijk met Adlof Hitler in het midden weliswaar met een kruis over zijn portret. In boekvorm zag ik deze portretten in de Documentaire boekhandel liggen.

Dit kunstwerk is een van de topstukken van de Documenta, roept bij bezoekers, gezien het aantal mensen dat er naar keek, veel emoties op. Ik schrok toen ik de wand vol foto’s zag, ik kende de kunstenaar, zijn werk en de achtergrond van dit werk niet en reageerde dus direct op de foto’s die me in verwarring brachten omdat de intentie mij niet meteen duidelijk werd maar ook omdat ik de reacties van het publiek niet begreep. Die waren zeer geïnteresseerd in het werk, sommigen zelfs uitgelaten en vrolijk en anderen wilden er lachend mee op de foto. Ik begreep daar niks van ook omdat ik zo’n reactie niet verwacht had bij dit in kunst geïnteresseerde, overwegend Duitse publiek.

Pas toen ik thuis de kunstenaar en zijn werk opzocht op het Internet kwam ik meer over beide te weten en veranderde mijn perspectief. Ik had tijdens het kijken naar de foto’s niet naar de begeleidende tekst gekeken en me meer gefocust op de andere bezoekers die dat wel deden en daarop reageerden. Ik wist toen nog niet dat er ook foto’s van acteurs tussen zaten en dat verklaart waarschijnlijk de reactie van de andere bezoekers die een aantal daarvan wel herkenden. Door deze toevoeging veranderde zijn werk van een collage van nazi acteurs naar een zoekplaatje ‘Wie is de echte nazi?’, vandaar het kruis over Hitler.

Interessante kunstenaar die Piotr Uklański, in kende hem niet maar ga hem zeker volgen. Bij de andere werken hierboven is de intentie meteen duidelijk maar hier veranderd je perspectief als je meer over te weten komt, het vraagt dus een inspanning van de kijker het werk te doorgronden. Waarschijnlijk kenden vele bezoekers dit werk al en hadden ze hun huiswerk vooraf goed gedaan en niet achteraf zoals ik, typisch gevalletje van Duitse ‘Gründlichkeit’! Mijn dogma dat goede kunst voor zich moet spreken en geen audio tour nodig heeft gaat dus niet altijd op…

De Documenta 14 is nog tot 17 september te bezoeken dus grijp je kans nu het nog kan, ik raad je dan we aan je er van te voren goed in te verdiepen! Documenta 15 ga ik over vijf jaar zeker weer bezoeken hoewel ik er dan niet onderuit zal kunnen komen te gaan liften…

Schoonheid en Troost…

Deze week deelgenomen aan een schrijfweek in Het Beauforthuis in Austerlitz en daar in een groep van 10 mensen in de Boskamer aan een schrijftafel zitten mijmeren en schrijven over Schoonheid en Troost.  Dit leken me interessante begrippen om eens verder ut te diepen in mijn Queeste naar De Waarheid en De Zin van het Bestaan. Uitgangspunt van de cursus was een serie interviews door Wim Kayzer voor de VPRO televisie met schrijvers, wetenschappers, filosofen, beeldend kunstenaars en musici over de kernvraag ‘Wat het bestaan de moeite waard maakt (of niet…)’. Op basis van deze interview is een boek verschenen en de interviews zijn te downloaden op de site van de VPRO.

Schoonheid en Troost zijn mooie begrippen waar veel over te zeggen valt maar zo gauw je het over de onderlinge samenhang hebt kom je volgens mij in de gevarenzone, dat bleek ook tijdens de schrijfsessies deze week. Als je een verschillende lading geeft aan deze begrippen gaat het praten over de onderlinge samenhang snel mis. Dat is dan ook een van de grootste problemen van de Geestwetenschappen: ze bijven vaak steken in de fase van de begripsdefinitie en als je het daar met elkaar niet over eens kunt worden is het verder uitbouwen van een verklaringsmodel heel moeilijk, zo niet onmogelijk. Ik heb zelf Sociologie gestudeerd en weet hoe moeilijk is met het sociologische begrippenapparaat achteraf zaken te verklaren laat staan een blik in de toekomst te werpen en voorspellingen te doen.

Toch hierbij een bescheiden poging van mij kant iets over Schoonheid en Troost te zeggen na daar een paar dagen mee bezig te zijn geweest en ook met anderen daarover gesproken te hebben. Volgens mij zit ‘het gevoel van’ Schoonheid tussen de oren en is het iets subjectiefs en wordt Schoonheid door iedereen anders ervaren. Lees je een tekst dan krijgt iedereen daar zijn eigen associaties bij, hoor je muziek dan raakt de een in vervoering terwijl het de ander juist getroost wordt en een weer iemand anders niet kan wachten tot het afgelopen is, zie je de zon opgaan dan vind jij dat mooi terwijl de ander zit te verlangen naar een stevige regenbui.

Als ik aan schoonheid denk denk ik in eerste instantie aan kunst omdat dat iets is waar ik zelf in geïnteresseerd ben maar dat hoeft niet voor iedereen zo te zijn. Schoonheid kan ook ervaren worden in de natuur of de blik in iemands ogen, dat is individueel bepaald. En Kunst en Schoonheid vallen ook niet altijd samen omdat de kunstenaar los wil komen van wat was en iets nieuws wil creëren, een kunstenaar loopt vaak vooruit en verkent onbekende wegen en probeert dit voor ons vast te leggen en niet altijd met de bedoeling Schoonheid te creëren: kunst kan ook schokkerend zijn, opzettelijk lelijk en bedoeld om heilige huisjes omver te werpen. Van Gogh heeft de aardappeleters echt niet geschilderd omdat hij iets moois wou maken, hij wilde de harde werkelijkheid van arme mensen vastleggen en deed dit met harde lijnen. Zijn doelstelling was volgens mij eerder sociaal dan ingegeven door een verlangen schoonheid te creëren. Toch vinden velen dit nu mooi en ervaren ze de Schoonheid van dit schilderij.

Waar bij mij de Schoonheid in  eerste instantie gekoppeld wordt aan de kunst bleek dat afgelopen week bij veel van mijn medecursisten niet het geval te zijn. Kunst kwam alleen zijdelings aan de orde terwijl de Liefde, de Natuur, Geluk en Troost wel uitgebreid aan de orde kwamen. De vraag welk kunstwerk vind je mooi is dan ook de afgelopen dagen niet aan de orde gekomen terwijl vorig jaar tijdens de schrijfcursus van Wim Brandt die vraag door hem wel gesteld werd, ik heb daar toen onderstaand stukje over geschreven. Ongetwijfeld zal Wim Kaizer daar in de interviews met de kunstenaars wel over gesproken hebben maar de afgelopen dagen kwam dat niet aan de orde, dat zal wel met de potentiële doelgroep van de cursus te maken die in Amsterdam toch iets anders is dan in Zeist.

Er is zeker een relatie tussen schoonheid en troost maar ook dat is niet één op één voor iedereen zo. Ikzelf loop graag door een museum als ik even van de leg ben en meestal kom ik dan geïnspireerd en verfrist weer naar buiten en heb ik er weer zin in. En soms kan een mooi uitzicht of een spelend kind even alles waar je mee bezig bent relativeren en geeft dat je troost. Maar ook hier geldt dat kunst meer is dan dat alleen, het kan ook vervoeren en creatieve krachten bij je oproepen waar je erg blij van wordt.

Kortom: Schoonheid en Troost zijn moeilijk te definiëren begrippen en hebben iets magisch waarbij bewustzijn en onderbewustzijn, ratio en gevoel, reflectie en creatie bij elkaar komen, er in ene gewoon is en ervaren kan worden voor wie er voor open staat…

Hieronder het stukje dat ik vorig jaar schreef tijdens de schrijverscursus van Wim Brands:

De bedreigde zwaan (voorjaar 2016).

Rijksmuseum, “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn, tijdgenoot van Rembrandt, en geschilderd rond 1650.

Ik ben op dit moment het boek “Wat is een kunstenaar?” aan het lezen van Sarah Thornton. Sarah heeft voor haar boek 33 kunstenaars geïnterviewd en gevraagd wat hen tot een kunstenaar maakt. Niet de vraag “Wat maakt jouw werk kunst” staat in het boek centraal maar wat iemand tot kunstenaar maakt waardoor hij in staat is kunst te maken. Overigens heet het oorspronkelijke boek in het Engels “33 Artist in 3 Acts” wat een andere lading aan het boek geeft en meer diversiteit suggereert dan de Nederlandse titiel. Op de vraag “Wat is een kunstenaar” zijn vele antwoorden mogelijk.

Ik was gisteren in een museum en wat mij dan altijd weer opvalt is dat er tegenwoordig bij tentoonstellingen steevast een film over het leven van de kunstenaar wordt vertoond naast de nodige andere audiovisuele media die ons uitleggen wat we eigenlijk zien. Toppunt was twee jaar geleden een museum in Duitsland waar je alleen naar binnen kunt als je mee doet aan zo’n rondleiding met een koptelefoon op. Allemaal achter de juf aan en uitleg krijgen in je eigen taal, solo rondlopen mocht niet. Dat heb ik dus geweigerd, ik kijk en informeer me liever zelf! (1)

Je kan een schilderij ook gewoon mooi vinden en een goed voorbeeld van een mooi schilderij is voor mij “De bedreigde zwaan” van Jan Asselijn in het Rijksmuseum, destijds de eerste aankoop van het Rijks. Wanneer ik de eregalerij oploop trekt dit werk me als een magneet aan. Het schilderij is beeldvullend, levensgroot en levensecht geschilderd. De zwaan komt dapper, krachtig en vol vuur recht op je af, met deze zwaan valt niet te spotten! De symboliek van de zwaan die normaal vreedzaam is en als het nodig is zijn kroost met alle macht beschermd maakt het schilderij ook mooi.

Als je dichterbij komt blijken er twee woorden aan het werk toegevoegd: “Raadspensionaris” en “Holland” volgens kenners verwijzend naar Johan de Witt waardoor het schilderij destijds een politieke lading kreeg. Dit is niet door Jan Asselijn zelf gedaan, hij overleed in 1652 en Johan de Witt werd pas in 1653 “Raadspensionaris”. Het is niet bekend of Jan Asselijn er uitgesproken politieke standpunten op nahield, het blijkt in ieder geval niet uit zijn andere werk. Het kan net zo goed zijn dat hij met dit werk gewoon een bedreigde zwaan wilde uitbeelden. Door deze toevoeging wordt ons dus een bepaalde visie op dit schilderij opgedrongen. Ook toen deed men dus al aan kunstmarketing maar toen ging het nog om het kunst object zelf en niet de kunstenaar.

(1) Inmiddels heb ik in dat zelfde museum wel de rondleiding gevolgd en wel van een alleraardigste dame die ons enorm de ruimte gaf zelf rond te lopen en alleen indien gevraagd een toelichting gaf, top! 

Marina Abramović ‘Walk Through Walls’

Two weeks ago I visited the Stedelijk Museum in Amsterdam and bought Marina Abramović’s book ‘Walk through walls’ in the museum shop. I just read an interview with her in the Dutch newspaper NRC and was curious about her memoirs written by ghost writer James Kaplan who listened to Marina’s story and helped putting it all on paper.

I was a bit surprised she wrote her memoirs, I always thought of Marina as a conceptual artist challenging her audience with her performances and stimulating their imagination while experiencing her work and even sometimes letting het audience participate themselves. The number of performances she has done is impressive and her work speaks for itself, her work has been seen by a lot of people and gives inspiration to a lot of people, when you search the internet you can find a lot. So why writing memoires?

Marina is by far the most famous performance artist at this moment. When I followed a writing course last year in Amsterdam all three art students who were participating named Marina Abramović as their hero and example. This weekend I saw La Grande Bellezza from Paolo Sorrentino again in Spain and saw Marina Abramovic scene in which there is a performance done inspired on ‘Expansion in Space’ with she performed with her former partner Ulay. They both run into a heavy wooden column, Ulay did not finish this, Marina did. In “Walk through walls” Marina writes this performance was a turning point for both her work and the relation with Ulay. In La Grande Bellezza the performer runs into a stone column and when asked afterwards why she did this she replies: ‘I’m an artist, I don’t have to explain jack shit’. Having read the book I would say this is not true, Marina makes very clear what she wanted to say with her work in ‘Walk through walls’.

Before I read ‘Walk through walls’  I only knew Marina’s performances from photo’s and video’s, know that I have read the book I always will think about what I have read about these performances in her memoirs. In an interview with BBC Newsnight in June 2014 she complains about a painting of Francis Bacon which was just sold for 146 million, the highest price paid for a painting at that moment: ‘How can you see possibly ever this painting again without seeing money in the front, the essence of the painting is now lost’. With writing this book she is exactly doing the same, should her work not speak for itself? Why does she wants to give us a chronological overview of her life and work and explain the who, what, where and how of her performances? I was curious and bought her book and started reading it.

In the first chapter of ‘Walk through walls’ Marina tells she was lying on the grass one day while she was young staring at a cloudless sky and saw twelve military yets flying over leaving behind white trails in the sky which disappeared after some time. At that moment she was already painting and thought, when looking at this, that art could also be multidimensional and temporary just like what she just saw. She went to the military base in Belgrado and asked if they could sent planes up and fly in a pattern she created. The first idea for a performance was born: multidimensional, temporary and constructed by herself before with a predicted outcome.

Another thing important in her work was pushing her limits and investigating how far she can go with her performances and, which sometimes were very violent when she started which created a lot of attention to her work, nowadays they are more about spiritual enlightenment. Marina is only interested in investigating ideas in her performances which make her afraid and challenge her deepest fears and emotions: a performance is, according to her, a construction where you go from your lower self to your higher becoming more conscious when you challenge yourself and the public around you. And in case of Marina she and her performances have becomes the object of her art and become one.

Another important explanation for her success is her large network. First in Yugoslavia, then Amsterdam and now in New York she has always been surrounded with others artists, collectors, curators, gallery owners etc. which inspired her and helped her become successful. When reading her memoirs  it made me think about Mark Rothko, both came from Eastern Europe to New York, were a long time earning their money as art teachers and both tried to educate their audience and learn how to experience their work. And both were constantly developing themselves while other artists around them were repeating their work over and over again once they were successful.

When Marina started with her first performances in the sixties other conceptual artist were already busy with this new genre and Marina had become over the years the symbol of this performance art for two reasons: first she kept developing herself where most others stopped and second she tried to define a methodology around performances structuring the performance process itself leaving no room for unstructured performances.  She founded the Independent Performance Group (IPG) and trained art students from all over the world in her performance methodology. Marina Abramović developed this methodology performances to make performances repeatable and independent from the artist. She herself did performances constructed by others taking care the original artist got paid, a difficult think to realise. Later in her carreer she broadened het scope to her whole public tried to involve her public in the performance itself and founded the Marina Abramović Institute which gave trainings in performance art open for all.

I liked reading Marina’s book, it gave a good overview of Marina’s life and work and there is a lot in it which it interesting to read about. What I don’t like is the constant flirting with her spiritual qualities like being able to predict things and read someone else’s mind. I believe a performance can give you insight in your unconsciense which can help you better understand yourself and the world around you. And Marina’s performance art can give you new insights just like a therapy from a psychiater or a training from a mental coach.  But maybe, as being male, I first need to break through my mental ceiling before I can open up for these vibrations just like women first need to break through a glass ceiling before they can have influence in the rational world. And of course Marina is doing it her own different horizontal way walking through walls…

Mijn eigen Rodin

Toen ik vijftien was bezocht Ik voor het eerst het Musée Rodin in Parijs en was ik erg onder de indruk van zijn werk. Bij zijn beelden gaat het niet om een klomp brons maar om iets wat groter is dan het materiaal alleen en mij als aanschouwer in vervoering brengt. “Dat is dus kunst” ontdekte ik toen. Net als deze blog meer is dan de som van de woorden en beelden die ik gebruik. Ik wou dat ik een beeld van hem had, dacht ik toen, wel een beetje kostbaar waarschijnlijk dus eerst maar eens wat geld verdienen…lage-bronze

Tot ik zo’n veertig jaar later en acht jaar geleden met mijn vrouw een trip door Yorkshire, Wales en Engeland maakte door de countryside. Vast onderdeel van ons programma is, naast ‘Tea and scones’ en een bezoek aan de lokale pub, het bezoeken van antiekwinkels: een hobby die wij beide delen. En er zijn veel van dit soort winkels in Engeland, dat is het nadeel van het winnen van twee wereldoorlogen: je blijft met veel troep zitten omdat niks kapot gaat en daar moet je dan weer wat mee: vandaar al die antiekwinkels en TV programma’s over antiek en veilingen in Engeland.

Ik weet niet meer precies waar het was maar plots stonden we in een winkel met vitrines vol servies en bestek, schilderijen, sieraden en beelden en vlak bij de ingang stond mijn Rodin! Eerst zag ik niet dat het een Rodin was maar vond ik het een interessant beeld maar bij nadere bestudering was het er een en de eigenaar vertelde er meteen bij dat het geen origineel was maar een kopie maar wel een verdomd goede kopie. Dondert niet, dacht ik, het gaat niet om het geld maar om iets moois dat je graag wil hebben. Maar aangezien het om een relatief groot bedrag ging (600 pond) besloten we er nog even over na te denken.

20161117_085217

Eerst maar eens thee met scones dus en het dorpje nader bekeken. Maar als een magneet trok de Rodin mij toch weer naar de winkel. De eigenaar wist een koper te hebben toen we voor de tweede keer naar binnen gingen. Mijn eega vond het een beetje duur en wilde eerst nog onderhandelen over de prijs. Afijn, uiteindelijk verlieten we de zaak met het beeld en een mooi antiek visbestek voor dezelfde prijs, best een duur bestek dus maar we maken er nog steeds met plezier gebruik van als we gasten hebben.

schermafbeelding-2016-11-19-om-08-04-11

De volgende dag liepen we een paar dorpen verder langs alweer een antiekshop, het was zondag en de winkels waren dicht. Plots zagen we in de etalage een zelfde kopie van Rodin’s L’Age d’Airain staan, deze keer met een prijskaartje eraan: 450 pond! Blijkbaar was er een hele partij kopieën aan de plaatselijke antiekhandelaren aangeboden! “Verdorie, we hadden beter moeten onderhandelen!” zei mij eega. Ik heb later begrepen dat Rodin vele afgietsels van zijn beelden liet maken in veel verschillende materialen, dat naast het feit dat daar ook weer veel kopieën van zijn: in die zin was hij een van de eerste die aan massaproductie van kunst deed.

Afijn, het beeld staat nog steeds in onze huiskamer en af en toe aai ik hem over zijn hoofd, “mijn eigen Rodin” denk ik dan trots. Mijn eega heeft al een aantal keren geprobeerd me over te halen het beeld te verkopen maar dit is mijn Rodin en er zit ook nog een verhaal aan vast en voor mij was het die prijs wel waard!

20161117_085241

Ik was dan ook blij verrast vanmorgen een artikel in de Volkskrant aan te treffen over een aanstaande Rodin tentoonstelling in het Groninger museum.  Conservator Suzanne Rus heeft het voor elkaar gekregen vijf versies van L’Age d’Airain, ofwel in het Nederlands Het Bronzen Tijdperk, bij elkaar te krijgen als onderdeel voor de Rodin tentoonstelling die deze week van start gaat. Haar natuurlijk meteen een mailtje gestuurd met het aanbod ook mijn beeld in te brengen voor 450 pond, kopen kan ook maar dan wordt het 600 pond… In ieder geval ga ik natuurlijk binnenkort naar de Rodin tentoonstelling in Groningen!rodin-groningen

Aanvullende reactie van mijn eega via Facebook:

“Aan ons beeld van Rodin zit nóg een verhaal vast. Onze buurman heet Rody, een geweldige man met een mooie kijk op het leven. Wij zijn erg dol op hem. Het beeld heet bij ons thuis dus “de Rody”, die we in ‘t voorbijgaan vaak even over het hoofd aaien.”

Naschrift n.a.v. bezoek aan de tentoonstelling in het Groninger Museum begin 2017:

En daar heb je ze dan, de vijf kopieën, netjes bij elkaar in het Groninger museum, een maatje groter dan mijn kopie en qua kleur en afwerking allemaal verschillend. Bij deze tentoonstelling in Groningen staan de werkwijze en productie methode van Rodin centraal, interessant maar het leidt wel af ten aanzien van het oorspronkelijke doel van Rodin met betrekking tot de beelden: mooie beelden maken en zorgen dat zoveel mogelijk mensen ervan kunnen genieten.

Tevens in het Groninger Museum de mooie foto’s bekeken van Erwin Olaf die zich door Rodin liet inspireren: Rodin maakte  overigens in zijn tijd ook al van fotografie gebruik maar dan als hulpmiddel voor het maken van zijn beelden. Helaas gebruikt Olaf L’Age d’Airain niet als voorbeeld maar deze lijkt er een beetje op!

%d bloggers like this: