Category: Culture

Klara en de Zon

Dit weekend stond er een interview in De Volkskrant met Nobelprijswinnaar Kazuo Ishiguro naar aanleiding van het eerste boek dat verscheen sinds hij de Nobelprijs in 2017 won en waar hij al aan begonnen was voor hij deze prijs kreeg. Toen hij het werk aan dit boek, ‘Klara en de Zon’, hervatte, nam hij zich voor niet ten prooi te vallen aan het zogenaamde genius syndrome, waar veel Nobelprijswinnaars last van hebben waarbij ze het idee hebben overal verstand van te hebben.

‘Klara en de Zon’ is geschreven vanuit het perspectief van de robot Klara die is uitgerust met intelligente zelflerende software en in het bezit komt van Josie, een ziekelijk meisje uit een ‘opgetild’ milieu die leeft in een samenleving waarin niet alleen kunstmatige intelligentie maar ook andere moderne innovaties zoals drones een grote rol spelen en die hebben geleid tot een vergroting van de maatschappelijke ongelijkheid. In ‘Klara en de Zon’ gaat het om de relatie tussen Josie en Klara en zoekt Ishiguro de grenzen op van de interactie tussen de mens en zijn robot en in hoeverre gevoelens, die mensen van robots doen onderscheiden, geprogrammeerd kunnen worden.

In het interview vertelt Ishiguro dat zijn dochter Naomi, die zelf ook schrijfster is, het niet helemaal met zijn sombere toekomstbeeld eens is: het is volgens haar nog erger want hij onderschat de gevolgen van de klimaatcrisis die volgens haar meer impact hebben dan kunstmatige intelligentie. Volgens Ishiguro gaan zijn dochter en haar leeftijdsgenoten van heel andere aannames uit dan hij zelf. Terwijl zijn eigen uitgangspunten diep geworteld zijn in de waarden en normen die hij in zijn jeugd meekreeg zijn die van zijn dochter gebaseerd op haar verhouding tot onderwerpen als kunstmatige intelligentie en genetische manipulatie en big data, die de generatie waar zijn dochter toe behoort niet alleen beter begrijpt maar waarmee ze zich ook emotioneel verhouden.

Volgens Ishiguro hebben generaties verschillende visies op de werkelijkheid en zijn nieuwe generaties beter in staat te begrijpen wat er speelt in de samenleving (een stelling die op zich ook een aanname is). Best wel een opgave voor de aankomende generatie gezien de grote veranderingen die nu plaats vinden waarbij we afstevenen op een onzekere toekomst. Wellicht zijn die nieuwe aannames al onder de oppervlakte aanwezig zijn maar nog niet expliciet benoemd en door de samenleving gedragen waardoor we nog niet weten hoe die nieuwe definitie van de waarheid er uit gaat zien, het switchen van paradigma heeft nu eenmaal zo zijn tijd nodig.

Ishiguro ‘Klara en de Zon’ gaat over het belang van menselijke gevoelens en onze emotionele beleving van de werkelijkheid die niet altijd op feiten is gebaseerd. Daarbij verwijst hij naar de Trump aanhangers die het Capitool hebben bestormd maar je zou ook kunnen denken aan de viruswaarheid aanhangers in Nederland die vinden dat het ontbreken van bewijs er niet toe doet. Wat mij daarbij opvalt dat dat vaak ouderen zijn die aan dit soort acties deelnemen en de jongere generatie daar niet aan mee doet. Van de nieuwe partijen die 17 maart mee gaan doen aan de verkiezingen richt zich er geen een primair op jongeren en dat komt waarschijnlijk ook omdat jongeren niet echt geïnteresseerd zijn in de manier waarop nu politiek bedreven wordt. Recent kwam in het nieuws dat 35 % van de scholieren in de tweede klas van de middelbare school niet weet of we in een democratie leven en op het vmbo is dat zelfs 50 %.

Ishiguro stelt aan het eind van het interview dat iedereen die zich bezig houdt met kunst en cultuur vraagtekens zou moeten zetten bij onze verouderde aannames en dat verhalen, romans en films belangrijk zijn als drager van onze gevoelens. Mijn kantekening daarbij is dat de nieuwe generatie daarbij niet gebruik maakt van de traditionele cultuurdragers maar in plaats daarvan gebruik maakt van haar eigen nieuwe kanalen zoals Instagram, TikTok, SnapChat en YouTube en er pas echt wat gaat veranderen als de influencers zich ook maatschappelijk gaan engageren en niet, zoals nu, voor het grote geld gaan.

De veranderende bestuurscultuur in Nederland

Ik kan mij nog herinneren dat een aantal jaren geleden, als je in een bestuur zat, het soms gebeurde dat iemand er achter kwam dat de bestuurders niet ingeschreven stonden bij de KvK en je daar de namen tegen kwam van bestuurders die al jaren niet meer actief waren. Dat vonden we dan vooral grappig en geen reden daar meteen actie op te ondernemen. De secretaris hield zich vooral bezig met het maken van de agenda en de notulen en de penningmeester met de financiën en verder lag de focus van het bestuur op het realiseren van de doelstellingen van deze organisaties. Eens in de zoveel tijd kwamen de statuten en het huishoudelijke reglement aan de orde en verbaasden we ons over de daarin vastgelegde zaken en besloten dat ooit eens aan te passen.

De belangrijkste activiteit na het benoemen van een nieuwe penningmeester was om toegang te krijgen tot de bankrekening en daarvoor was het indienen van één getekend formulier en het meesturen van een kopie van een identiteitsbewijs genoeg. Menig bestuurslid waar ik mee samenwerkte heeft nooit ergens als zodanig officieel geregistreerd gestaan behalve dan in de eigen interne documenten. Dit maakte de drempel om toe te treden tot een bestuur erg laag en zorgde ervoor dat de bestuurders zich vooral konden richten op het reilen en zeilen van de vereniging zelf en niet op allerlei externe formele verplichtingen.

Dat is de laatste jaren erg veranderd. Er komen steeds meer nieuwe wettelijke regels voor verenigingen en stichtingen zoals de Privacy wetgeving (VGA) en de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) die tot een formalisering van de bestuurscultuur hebben geleid en verenigingen en stichtingen steeds meer doen lijken op BV’s en NV’s. En dat brengt nogal wat administratieve rompslomp met zich meer waar alle besturen momenteel mee te maken krijgen.

Zo zit ik in het bestuur van een vereniging en hadden we onlangs een nieuwe voorzitter benoemd en was het mijn taak hem toegang te geven tot de bankrekeningen. Bij bedragen boven een bepaald bedrag hebben we statutair afgesproken dat zowel de voorzitter als de penningmeester de transacties boven een bepaald bedrag moeten autoriseren. Voor de goede orde: dit had het bestuur in het verleden zelf bedacht en niet de wetgever. De aanmelding bij de KvK ging vrij soepeltjes via een online aanvraag waarbij de autorisatie liep via DigiD en 1 eurocent via een bankrekening naar een andere bank moest worden overgemaakt, wel vreemd dat DigiD daar op zich zelf niet genoeg voor is. Daarna een wijzigingsformulier van de website van onze bank gedownload om de nieuwe voorzitter aan te melden en dit formulier laten tekenen door alle betrokken bestuurders en opgestuurd naar de bank. De voorzitter werd daarop verzocht zich te legitimeren en dat leek mij een goede zaak.

Maar dat was nog niet genoeg, de bank vroeg daarna alle andere bestuurders die bij de KvK staan ingeschreven zich te identificeren en een kopie van een identiteitsbewijs digitaal op te sturen. Omdat niet iedereen meteen beschikbaar was duurde dat even. Daarna was er nog een volgende stap nodig om de voorzitter en mij te autorisatie voor het overboeken want daar was weer een ander formulier voor. Waneer ik, of een van de andere bestuurders de bank belde voor meer informatie stond je zeker een half uur in de wachtrij en eenmaal iemand aan de telefoon kreeg je te horen dat ze een achterstand van wel 14 dagen hadden in de verwerking van de gegevens dus dat het allemaal nog even kon duren. We hebben het over een bank waar we geen rente ontvangen en per maand meer dan 200 euro administratiekosten betalen, al met al ben ik weken bezig geweest en al die tijd konden we niet bij ons geld.

Hier een beetje ingedoken maar deze bank loopt vooruit op de nieuwe Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR), die vanaf juli dit jaar van kracht wordt. Deze wet bevat een groot aantal elementen die het besturen van verenigingen en stichtingen een stuk lastiger gaan maken en legt rechtspersonen een behoorlijk aantal nieuwe verplichtingen op en koppelt er sancties aan als deze niet worden nagekomen, Daarom is het belangrijk dat verenigingen en stichtingen hun zaken goed op orde hebben omdat ze anders bijv. te maken kunnen krijgen met hoofdelijke aansprakelijkheid indien zij nalatig zijn geweest en de vereniging of stichting hebben benadeeld.

De reden waarom de overheid met deze wet nieuwe regels oplegt is dat zij wanbestuur, onverantwoordelijk financieel beheer, zelfverrijking, misbruik van posities en andere ongewenste activiteiten die verenigingen en stichtingen kunnen schaden wil voorkomen. Tot nu toe lag die taak bij de besturen van deze verenigingen en stichtingen zelf maar nu wordt dat dus een eis van de overheid die hiertoe allerlei nieuwe verplichtingen oplegt waaraan verenigingen en stichtingen moeten gaan voldoen. Mooie tijden voor de adviesbureau’s die de komende jaren hun diensten op dit vlak kunnen gaan aanbieden en de notarissen die aan de slag kunnen om al die statuten aan te passen.

De WBTR stelt dus eisen aan het handelen van bestuurders en toezichthouders en legt hen een behoorlijk aantal nieuwe verplichtingen op. En als aan die verplichtingen niet wordt voldaan kunnen bestuursleden en toezichthouders in sommige gevallen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld zoals bijvoorbeeld in het geval van een faillissement. Het afsluiten van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is dan ook een must voor bestuurders en daar worden de banken dan weer beter van.

Een ander belangrijk punt is het voorkomen van tegenstrijdige belangen: als een bestuurslid of toezichthouder een persoonlijk belang heeft dat strijdig kan zijn met het belang van de vereniging of stichting, mag hij of zij niet deelnemen aan de besluitvorming. Binnen de vereniging of stichting moet statutair zijn vastgelegd hoe de besluitvorming in dergelijke gevallen plaatsvindt. Tevens moet statutair worden vastgelegd hoe moet worden omgegaan met situaties waarin er tijdelijk geen bestuurslid of toezichthouder is of een bestuurszetel vacant is en is er een bepaling dat een bestuurslid of toezichthouder niet meer stemmen mag uitbrengen dan de anderen samen en een bestuurslid niet meer in de gelegenheid is alle anderen te ‘overrulen’. Dat laatste is op zich een goede zaak lijkt mij maar ook iets dat binnen besturen normaal gesproken vanzelfsprekend zou moeten zijn.

Ook ten aanzien van organisatie met een ANBI keurmerk worden momenteel de regels strakker getrokken en zijn er onlangs nieuwe verplichtingen geïntroduceerd die soms met de WBTR te maken hebben, maar soms ook niet, zoals de anti-oppot regel en de nieuwe verplichte uitgebreidere financiële rapportageverplichtingen volgens een vast format van de belastingdienst, het jaarverslag volstaat dus niet meer.

Al met al allemaal verplichtingen en verantwoordelijkheden geboren uit het wantrouwen van de overheid in de bestuurders die zich meestal onbezoldigd en belangeloos inzetten voor de vele verenigingen en stichtingen die Nederland rijk is en die zorgen voor de nodige maatschappelijke cohesie. Al deze regelgeving maakt het leven van een bestuurder niet makkelijker maken en werpt drempels op voor potentiële nieuwe bestuurders als bestuurder actief te gaan worden. Wat begint met een VOG voor nieuwe toetredende bestuurders leidt voor je het weet tot een noodzakelijk certificering waardoor de toegankelijkheid tot een bestuur niet voor iedereen weggelegd is.

Juist in de non profit sector, waarop verenigingen en stichtingen zich voornamelijk richten, zou de overheid terughoudend moeten zijn als het gaat om het opleggen van allerlei nieuwe verplichtingen waardoor de bestuurscultuur in Nederland formeler wordt en de focus van bestuurders vooral komt te liggen op het blijven opereren binnen de wettelijke kaders en waardoor bestuurders de doelstellingen van hun organisatie uit het oog dreigen te verliezen. Met al deze toenemende verplichtingen komt onze bestuurscultuur, waar velen zich belangeloos inzetten voor allerlei verenigingen en stichtingen, onder druk te staan en zal het lastiger worden betrokken bestuurders aan te trekken.

Een ander nadeel van deze aanscherping van de regels is dat dit ook een omgekeerd effect kan hebben: organisatie kunnen ook besluiten geen formele structuur te hebben om daarmee de restricties en de kosten gepaard gaand met een formele status te omzeilen. Verenigingen en stichtingen hebben immers een heel ander karakter dan een BV of NV en daarom is voor deze organisaties een heel ander besturingsmodel noodzakelijk.

Het wordt nooit meer hoe het was…

De ongerepte natuur.

Twee jaar geleden bezocht ik de in de Schirn Kunsthalle in Frankfurt de tentoonstelling Wildnes waar het thema ‘wildernis’ vanuit verschillenden invalshoeken werd behandeld. Deze tentoonstelling bevatte werk van kunstenaars die de natuur als onderwerp hadden zonder de natuur die zij uitbeelden zelf bezocht te hebben. De samenstellers van deze tentoonstelling stellen dat ‘de wildernis’, d.w.z. de ongerepte, niet door middel van menselijk handelen veranderde natuur, niet meer bestaat. Sinds de mensheid met haar expansiedwang alle bergen heeft beklommen, alle zeeën heeft bevaren en alle werelddelen ter eigen nut geëxploiteerd is er op aarde geen echte ongerepte wildernis meer en bestaat de wildernis alleen nog maar in onze verbeelding. En zelfs al zouden er ergens nog ongerepte stukken natuur zijn dan nog zorgen wij door onze beïnvloeding van het klimaat ervoor dat deze natuur aan zijn oorspronkelijke waarde heeft ingeboet. De mens heeft de natuur naar zijn hand gezet ten eigen voordeel en daardoor is er nergens meer ongerepte natuur te vinden.

De kolonisatie van ons ecosysteem.

De filosoof Peter Sloterdijk beschrijft in zijn boek ‘Wat gebeurde er in de 20e eeuw?’ de verschillende fasen van de exploitatie van de natuur door de mens. Voor de agrarische revolutie paste de mens zich aan zijn omgeving aan, toen hij echter dieren ging domiciliëren en inzetten op het land en als transportmiddel ging inzetten nam de impact van de mens op de natuur toe en tijdens de industriële revolutie, door de uitvinding van stoommachines en de elektriciteit, steeg deze impact exponentieel met alle kwalijke gevolgen voor de kwaliteit van onze leefomgeving van dien.

Deze, door de mens niet beoogde ontwikkelingen, hebben geresulteerd in een wereldwijde klimaatverandering vanwege de toegenomen CO2-uitstoot waardoor, volgens de deskundigen, de temperatuur zal gaan stijgen wat grote gevolgen zal hebben voor ons ecosysteem zoals de stijgende zeespiegel en de veranderingen in onze biodiversiteit. Peter Sloterdijk stelt dat, zelfs als we vanaf nu zouden stoppen met de C02-uitstoot, het nog 3.000 tot 4.000 jaar gaat duren tot de aarde weer op zijn oude niveau is. Zonder dat we het beseffen zijn we al decennia bezig geweest de omstandigheden waaronder we kunnen leven af te breken, een onomkeerbaar proces met grote impact dat niet makkelijk te stoppen is.

De Covid-19 pandemie.

En daar is dan nu de corona pandemie bijgekomen. Terwijl de klimaatverandering een jarenlang durend proces is, heeft de Covid-19 pandemie plots wereldwijd toegeslagen en merken we de de gevolgen hiervan. En, in tegenstelling tot de klimaatverandering, worden we direct met de gevolgen geconfronteerd. Viroloog Ab Osterhaus voorspelt in een interview in de Volkskrant van 19 december 2020 dat er in de komende dertig jaar meer pandemieën zullen komen die zelfs nog dodelijker zullen zijn dan Covid-19. Als oorzaak hiervoor noemt hij de ontwikkeling dat de wereld in toenemende mate verkeerd in elkaar zit, omdat wij een heleboel dingen fout doen, zoals vliegen, ontbossen, vlees eten en dergelijke. Dat leidt er onder meer toe dat het klimaat verandert. Je ziet het aan het stijgen van de temperatuur van het zeewater, aan veranderende golfstromen in de oceanen, aan het smelten van de ijskappen aan de polen, aan de vogels die op een andere manier gaan migreren, en aan allerlei bewegingen waardoor infecties ineens voorkomen in gebieden waar ze nooit eerder voorkwamen. Dit leidt tot een snelle verspreiding van virussen door de explosie aan contactmomenten veroorzaakt door onze toegenomen mobiliteit.

Vogels zijn lang de meest mobiele soort geweest. Zo vliegt de rosse grutto in één keer vanuit zijn broedplaats in Alaska naar zijn winterverblijfplaats in Nieuw-Zeeland en vliegt hij daarbij rechtstreeks over de Grote Oceaan, een afstand van meer dan 10.000 kilometer en dat doet hij al tienduizenden jaren. De afgelopen eeuwen is onze mobiliteit echter enorm toegenomen en met de komst van de vliegmachine is de mens de meest mobiele soort geworden die er bestaat en worden mensen en goederen op grote schaal wereldwijd verplaatst. Toen de Europeanen begin 16e eeuw Amerika veroverden namen ze op hun zeilschepen allerlei besmettelijke ziekten mee waartegen de plaatselijke bevolking niet bestand was. En dat zorgde ervoor dat een eeuw nadat de eerste kolonisten in Amerika aankwamen de inheemse Amerikaans bevolking met 90% afgenomen was voornamelijk veroorzaakt door deze ziektes waartegen hun afweersysteem niet bestand was , aldus Yuval Noah Harari in Sapiens. Door de toegenomen mobiliteit van mensen kan een virus zich nu in zeer korte tijd wereldwijd verspreiden, ongerepte gebieden die niet bevattelijk zijn tegen een wereldwijde pandemie bestaan er niet meer, net als de ongerepte natuur.

Het verband tussen de klimaatverandering en de Covid-19 pandemie.

Het ontstaan van het Covid-19 virus in Wuhan is dus geen toevallige mutatie maar gevolg van onze eigen expansiedrift dat het ons ecosysteem in de war heeft gebracht en onderdeel is van een al langer durende ontwikkeling waarbij de kolonisatie van onze omgeving een verstoring van ons ecosysteem tot gevolg heeft gehad. Dit heeft geleid tot een onomkeerbare klimaatverandering en en het ontstaan van nieuwe pandemieën met hun verwoestende werking op korte termijn. Viroloog Marion Koopmans stelde in een interview in de Volkskrant dat virussen de bewakers zijn van ons ecosysteem, daar waar een virus opduikt zit er iets goed mis in onze relatie met ons ecosysteem.

De arts en viroloog Marli Huijer is het met Marion Koopmans eens en in een artikel dat ze in de Volkskrant van 29 december met de kop ‘Wijzer door corona’ stelt ze dat virussen de de samenhang en relaties tussen de verschillende menselijke en niet-menselijke soorten die de aarde bevolken beïnvloeden. Wanneer één soort, in het geval van Covid-19 de menselijke, zich onevenredig veel toe-eigent ten kosten van andere soorten, ondergaat het ecosysteem veranderingen die op de soort zelf kunnen terugslaan. Ingrijpen in ons ecosysteem, hoe goed bedoeld ook, geven vrijwel altijd nevenschade, nieuwe ziekten zijn daarvan slechts één voorbeeld.

Hoe verander je ons gedrag?

Dat gedragsverandering op individueel niveau is al lastig laat staan als je gedragsverandering collectief voor elkaar wil krijgen. Als je kijkt naar de landen die het succesvolst zijn in het bestrijden van het Covid-19 virus zijn dat vooral totalitaire regimes zoals China. Wuhan is maandenlang in lockdown geweest en dat betekende maandenlange isolatie van iedereen, een drastische ingreep op de persoonlijke vrijheden die in het Westen niet goed toepasbaar is. Dan blijft er voor de overheid niets anders over dan haar beleid te richten op gedragsverandering, zoals Jaap van Dissel stelt in een interview in de Volkskrant van 24 december 2020.

En daar hebben we in Nederland veel ervaring mee, neem bijvoorbeeld de overheidscampagnes gericht op het stoppen met roken, bovenmatig alcohol drinken of het voorkomen van obesitas door gezondere voeding en meer beweging. Deze campagnes hebben meestal pas na jaren effect terwijl er altijd een significante groep over blijft die in het ongewenste gedrag blijft volharden. De uitdaging die we dus hebben is naar manieren te zoeken om ons gedrag zodanig te veranderen dat de impact van ons gedrag op ons ecosysteem minder groot is.

Marli Huijer zoekt de oplossing van dit probleem in het actief zoeken naar vormen waarbij onze leefstijl geen bedreiging meer is voor ons ecosysteem en we verantwoord kunnen samenleven met de vele soorten waarvan de menselijke soort afhankelijk is. En dat lukt in onze Westerse samenleving dus niet door wetgeving en/of repressie en is volgens Marli Huijer meer een taak voor deskundigen uit de economie, biologie en de sociale en geesteswetenschappen.

Het dualisme van het menselijke gedrag.

Aangezien ik zelf socioloog ben pak ik deze handschoen op en ben ik te rade gegaan bij een aantal sociologen die zich bezig hebben gehouden met het moeilijk te begrijpen dualisme in de mens, dat ze soms logisch – rationeel handelen, en soms ondoorzichtig en irrationeel. Raymond Boudon schreef in 1978 een boek over dit onderwerp, ‘De logica van het sociale’, dat ik tijdens mijn studie heb gelezen waarin hij dit dualisme verder uitwerkt naar aanleiding van het werk van de sociologen Max Weber, Vilfredo Pareto en Emile Durkheim.

Max Weber maakt een onderscheid tussen doel rationaliteit, ons logische handelen, en waarde rationaliteit dat vooral die handelingen bevat die ogenschijnlijk geen einddoel hebben. Pareto heeft geprobeerd op basis van dit onderscheid een individuele gedragstheorie op te stellen waarbij hij een onderscheid maakte tussen gedrag dat we, vanuit ons eigen perspectief, logisch ofwel rationeel vinden en gedrag dat we niet logisch ofwel irrationeel vinden.

Een andere socioloog die met deze individuele gedragstheorie in verband kan worden gebracht is Emile Durkheim die stelde dat onze individuele gedragingen alleen met een verwijzing naar de social omgeving van een individu kunnen worden verklaard. Voor Durkheim was één van de de voornaamste doelstellingen van de sociologie het bestuderen van de complexe invloed van de structuur van onze interactie-systemen op ons gedrag en onze gevoelens van de actoren waaruit deze systemen zijn opgebouwd. Het gedrag van iemand wordt in sterke mate beïnvloed door zijn eigen leefomgeving, ‘Bubble’ zouden we tegenwoordig zeggen. Dit betekent niet dat de sociale omgeving van iemand diens gedrag bepaalt, ieder individu probeert de beslissing te nemen die het best past bij de zijn belangen zoals hij die ziet.

Mijn conclusie op basis van het voorafgaande is dan dat het is niet aan ons is om te beoordelen of andermans handelen logisch of onlogisch is, dat wordt vooral bepaald vanuit de sociale context waarin we leven. Daarom is het veranderen van individueel gedrag erg lastig als de sociale omgeving waarin men leeft er uitgesproken denkbeelden op nahoudt. Gedragsverandering gebeurt pas als jou belang en dat van de sociale omgeving waartoe jij behoort niet meer samenvallen.

Een goed voorbeeld daarvan is de manier waarop in het sterk gepolariseerde Amerika mensen zich gedragen ten opzichte van de maatregelen met betrekking tot Covid-19. Ben je een aanhanger van Donald Trump dan doe je niet aan ‘social distancing’ en draag je geen mondkapje omdat dat vanuit de context van de aanhangers van Trump logisch gedrag is dat ze onderbouwen met met name politieke argumenten die onder de aanhangers als rationeel en valide worden beschouwd. Voor de aanhangers van de democraten is dat juist andersom, zijn beroepen zich op de wetenschap en vinden deze voorzorgsmaatregelen noodzakelijk en het gedrag van de tegenstanders irrationeel, een onoverkoombare brug tussen beide partijen.

In ons eigen land zie je dit dualisme ten aanzien rationeel en irrationeel handelen ook terugkomen in de politiek. Minister van Justitie Ferd Grapperhaus zijn uitglijder tijdens zijn bruiloft zich niet te houden aan de maatregelen die hij zelf moet handhaven was funest voor het draagvlak van het corona beleid in de samenleving. Als minister is hij verantwoordelijk voor de handhaving van de corona maatregelen en doet hij een appel op ons om ons gedrag aan te passen maar in de context van zijn eigen familie blijk hij zich niet aan deze maatregel te houden. Ook de vakantie naar Griekenland door onze Koning en zijn gezin, terwijl iedereen geadviseerd werd niet te reizen als dat niet strikt noodzakelijk was, heeft veel impact gehad op het draagvalk in de samenleving van het overheidsbeleid. Blijkbaar maken zowel Grapperhaus als de Koning heeft de politieke context van hun werk geen impact op hun individuele gedrag in hun privé-leven. Als onze leiders zelf niet doen wat ze ons verplichten is dat een politieke doodzonde omdat velen op basis van dit gedrag het overtreden van de regels zullen rechtvaardigen.

Onzekerheid als voedingsbodem voor het irrationele.

Het verlangen naar vroeger en dat alles weer wordt zoals het toen was overheerst nog steeds bij velen. Je moet ook wel sterk in je schoenen staan het gedrag dat je jarenlang als vanzelfsprekend hebt ervaren over boord te zetten en in plaats daarvan iets anders te gaan doen waarvan je niet zeker weet of jouw individuele bijdrage ook leidt tot een betere toekomst. Het enige dat we zeker weten is dat het nooit meer wordt hoe het was maar waar we naartoe op weg zijn en hoe we daar aan bij kunnen dragen is verdomd lastig…

Volgens Henri Beunders, emeritus hoogleraar aan de Erasmus Universiteit stelt in een ingezonden stuk in de Volkskrant van 31 december 2020 lijkt Corona de rationeel geachte staat en wetenschap machtiger te maken dan deze toch al waren. Maar tegelijkertijd groeit door de corona groeit het gevoel voor het niet voorspelbare, tragische element in het bestaan dat de middeleeuwer zo eigen was. Topvirologen werden verast door corona, en voorspellen nu de komst van ‘Disease X’ maar het wanneer en hoe daarvan kunnen ze niet voorspellen. Alle kennis is dus voorlopig en de onzekerheid blijft, ook bij wetenschappers.

Beunders denkt dat zorgt voor existentiële angst in de samenleving en dat dit een spiritueel levensgevoel zal doen herleven, in tijd evan crisis en onzekerheid vallen mensen terug op hun geloof. Michel Houellebecq zegt het zo: ‘Ik ben de schrijver van een nihilistisch tijdperk en van het leed dat uit het nihilisme meekomt. Men kan zich dus voorstellen dat mensen bij het lezen van mijn boeken ontsteld terugdeinzen en zich op een ander geloof storten.’ Om die reden is de kans groot dat er meer aandacht komt voor de ‘irrationele deugden van geloof, hoop en liefde’ en wordt het tijd het irrationele weer serieus te nemen.

Het wordt nooit meer hoe het was

Gedragsverandering is dus lastig, zeker als je gedrag in grote mate wordt bepaald door je leefomgeving. De enorme impact die de corona pandemie heeft op onze samenleving en de onzekerheid die dit met zich meebrengt zet veel in beweging en dat is niet alleen maar negatief maar heeft ook een aantal positieve effecten gehad zoals het feit dat veel mensen thuiswerken en minder zijn gaan reizen. Zoals op 31 december 2020 op de voorkant van de Volkskrant stond:

Gedrag dat vorig jaar rond deze tijd nog heel normaal was, is ineens vreemd geworden. En wat vreemd was is normaal geworden’.

Wat de impact van het coronavirus op ons gedrag op de lange termijn zal zijn is onvoorspelbaar. Hoogst waarschijnlijk zullen een paar zaken structureel veranderen en nooit meer zo zijn als vroeger maar veel zal ook weer hetzelfde zijn zoals in het verleden wel vaker is gebeurd na grote oorlogen, natuurrampen en pandemieën.

Ik zag deze week op BBC News een jaaroverzicht van de Travel Show met Ade Adepitan waarin hij samen met andere reizigers die van reizen hun werk hebben gemaakt terug kijken op 2020 en vooruitkijken op 2021. Aan het woord kwamen mensen die al een paar jaar de wereld rondreizen om alle landen ter wereld bezocht te hebben of leven van de opbrengst van hun foto’s op Instagram. Sommigen hadden na de uitbraak van de pandemie maanden vastgezeten op exotische bestemmingen en gevraagd naar hun toekomstplannen was niemand van plan deze bij te stellen. Het kwam net verder dan in plaats van meerdere reizen per jaar één grote reis of proberen een bestemming te bereiken waar je officieel niet naar toe toch te kunnen bezoeken omdat ze verwachten dat je in de landen waar het zo weer mogelijk is naar toe te gaan waarschijnlijk struikelt over de toeristen. Als het weer kan gaat iedereen weer reizen was de stelling.

Trump & Twitter v.s. TikTok & Twitch

Momenteel zijn er veel protesten tegen het corona beleid van de overheid die leiden tot demonstraties en acties door mensen die vinden dat de huidige vergaande maatregelen van de overheid om de verspreiding van dit virus te voorkomen te ingrijpend zijn. Dit gaat soms erg ver waarbij voorstanders van het overheidsbeleid privé worden lastig gevallen en bij ziekenhuizen en teststraten het werk van de medewerkers in de zorg onmogelijk maken.

Ik ben zelf een paar keer in discussie gegaan met bezorgde mensen die vinden dat de aandacht die de corona krijgt maar onzin is (de impact van corona is vergelijkbaar met een gewone griep – gedeeltelijk waar -) of een complot theorie aanhangen (de zorg gebruikt de corona als middel om meer geld te verdienen – niet waar – na jaren van bezuinigingen – wel waar -) en vaak lopen deze theorieën door elkaar. In discussie gaan met deze mensen is vaak erg moeilijk omdat zij overtuigd zijn van hun gelijk en zich beroepen op de feiten die bij hun mening passen. Maar dat geldt natuurlijk ook voor hun tegenstanders waartoe ik behoor, als ik iets lees dat niet bij mijn denkbeeld hoort bagatelliseer ik dat ook. Wat we gemeenschappelijk hebben is dat we bezorgd zijn, alleen hebben we een ander wereldbeeld van waaruit we naar deze problematiek kijken.

In de Verenigde Staten gaat dit nog verder, daar is het voor of tegen de corona maatregelen zijn rechtstreeks verbonden aan je politieke voorkeur. En dat gaat best ver, zo wordt het dragen van een mondkapje daar gezien als een politieke uiting en dat je dan voor de democraten bent. Dat is goed te zien bij de politieke bijeenkomsten die nu plaats vinden waarbij Trump zonder mondkapje zijn mondkaploze publiek toespreekt terwijl Biden voor een klein publiek op afstand en opkomend met een mondkapje, zijn eveneens een mondkapje dragend publiek toespreekt. En ook daar beroepen voor en tegenstanders zich op feiten, soms andere feiten en zelfs alternatieve feiten. Twee verschillende botsende wereldbeelden waarvan de een zich beroept op de wetenschap (Biden) en de ander zijn mening daar niet op baseert (Trump) maar op, ja, waarop eigenlijk?

Hoewel onze samenleving barst van de mooie uitvindingen die het resultaat zijn van de wetenschappelijke onderzoek en die onze alledaagse leefwereld een stuk mooier hebben gemaakt en onze levensstandaard sterk hebben verbeterd, zijn we al dat moois als vanzelfsprekend gaan zien. Dezelfde mensen die niet geloven in de wetenschap maken allemaal gebruik van smartphones en bestellen hun boodschappen online niet wetende wat daar allemaal bij komt kijken. Dat geldt ook voor het overheidsbeleid dat steeds meer taken op zich neemt en ingewikkelder wordt omdat diezelfde burger steeds meer van de overheid verwacht. En tegelijkertijd wordt de burger steeds mondiger en vindt ze dat ze overal verstand van heeft.

Terwijl een arts minimaal 5 jaar moet studeren om bekwaam te zijn in zijn vak en daarna vaak nog jarenlang zich moet specialiseren en onder toezicht staat van het medisch tuchtcollege denken veel burgers dat ze na een paar uur googelen op het internet meer weten dan een hoog opgeleide professional met jarenlange ervaring in zijn beroep en collegiaal overleg als hij of zij er niet uitkomt. Ik zoek zelf ook wel dingen op als ik naar mijn huisarts ga maar zie dat meer als mijzelf informeren zodat ik tijdens het egspdken beter weet waar ik over praat. Maar ik ga niet op de stoel van de arts zitten en eisen dat ik en geneesmiddelen of een zelf gekozenen behandeling voorgeschreven krijg.

Om die reden vond ik die actie van Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care, met influencer Famke Louise zo goed. Hij probeerde de brug te slaan tussen zijn deskundigheid en haar onwetendheid en dat heeft dan meteen een enorme impact op al die jongeren die veel waarde hechten aan haar mening. Best lastig, ingewikkelde zaken uitleggen aan iemand zonder wetenschappelijke achtergrond, daarbij gaat het niet alleen maar om kennis van de materie maar ook om inlevend vermogen van de deskundige in de denkwijze van diegene die hij iets moet uitleggen.

Politici, beleidsmakers en hun woordvoerders richten hun boodschap nog teveel op de oude traditionele media terwijl inmiddels een hele generatie geen krant meer leest of televisie kijkt en zich later beïnvloeden door influencers als Famke Louise. En daarom is Trump zo bang voor TikTok, niet alleen maar omdat dat een Chinese eigenaar heeft, maar vooral omdat Amerikaanse jongeren massaal van dit medium gebruik maken en Trump nog steeds op het verouderde Twitter terwijl jongeren massaal op TikTok zitten. Wat 4 jaar geleden nog werkte werkt nu niet meer, ik vrees dat Trump de verkeerde social media strategie heeft gekozen en het dit keer niet gaat redden.

Deze week zag ik op Twitter (jawel) de populaire democratische kandidaat Alexandria Ocasio-Cortez (AOC) meedoen aan Twitch, een nieuw online entertainment platform met een miljoenen bereik. Ze speelde mee aan een spel waarbij 400.000 Twitch gebruikers wereldwijd meekeken hoe ze andere spelers van een game uitschakelde en het spel won. Trump heeft niet eens een computer op zijn bureau staan en weet waarschijnlijk niet eens wat Twitch is en ik vermoed dat Biden dat ook niet is. Ik denk dat AOC die helaas bij de democratische voorronden uitviel, over 4 jaar veel kans gaat maken als presidentskandidaat!

9.000 km

Na op het strand van Scheveningen op een terras in de zon te hebben gezeten reden we rond acht uur terug naar Amersfoort en zag ik in de achteruitkijkspiegel van mijn auto een spectaculaire zonsondergang veroorzaakt door de 9.000 kilometer verderop in het westen van de US woedende branden die hier aan de andere kant van de oceaan hun impact hebben op onze atmosfeer waardoor ik weer eens besefte hoe kwetsbaar wij zijn en niet in staat iets te doen aan de teloorgang van ons klimaat waardoor deze zonsondergang ook iets onheilspellends kreeg.

La Pouëze

Aangeland in La Pouëze in een table d’ hōtes met alleen maar Fransen waagde ik het tijdens het diner de vraag te stellen wie van de aanwezigen geloofde dat er na de dood nog iets anders bestaat dan het niets. Ik zat per slot van rekening in het dorp waar Sartre en De Beauvoir tijdens de tweede wereldoorlog regelmatig verbleven, Sartre Huis Clos schreef en Simone de Beauvoir lange wandelingen maakte langs de rivieren de Erdre en de Brionneau, daar zou zo’n vraag een mooi aanleiding moeten zijn voor een goed gesprek tijdens het diner was mijn gedachte.

Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Geschokt en vol onbegrip keken ze mij aan alsof ik uit een andere wereld kwam.. Natuurlijk is er ‘iets’ na de dood, over het ‘wat’ kun je discussiëren vonden mijn tafelgenoten, maar ze wisten met zekerheid te stellen dat het na de dood niet afgelopen is. De een omdat ze nu eenmaal katholiek was en de ander omdat hij geloofde in zen en yoga en spirituele ervaringen had gehad die hem ervan hadden overtuigd dat er meer is dan we kunnen bevatten. Geen van de Fransen begreep hoe je kan leven zonder geloof in een leven na de dood want waar haal je dan je normen en waarden vandaan?

Een heftige discussie dus op basis van mijn vraag en ik legde mij uit dat je volgens mij als mens wel degelijk een betekenisvol leven kan leven als je niet in een alwetende en almachtige God gelooft die ons bevattingsvermogen te boven gaat. Je normen en waarden haal je uit de omgang met de anderen om je heen die je vormen tot wie je bent.en daar heb ik geen hogere macht voor nodig. Ronduit schokkend vonden ze deze redenering, het existentialisme is blijkbaar helemaal verdwenen in het land van Sartre, De Beauvoir en Camus.

Waar hebben ze het dan wel over die Fransen aan de dis? Vooral over waar ze vandaan komen, wat ze van het eten vinden en hun favoriete onderwerp, de wijn! Elke keer als er een nieuw gerecht wordt opgediend bespreken ze de ingrediënten, hoe ze dit gerecht in hun eigen streek maken en wat ze er van vinden. Op een gegeven moment werd er tijdens het diner een tweede fles van dezelfde wijn opengemaakt en de dame die het eerste van deze wijn dronk keek zuur en zei dat de fles niet goed was. Er volgde een hele discussie over de fles en uiteindelijk werd de wijn, nadat iedereen deze tweede fles had geproefd, toch goedgekeurd, een serieus spel van proeven en discussiëren waarbij iedereen kon laten zien wie hij of zij was.

Drie gasten de we op deze manier hebben leren kennen werkten in Frankrijk in de zorg en hadden nu voor het eerst sinds de lock down een paar dagen vrij. Vergeleken met de Nederlandse lock down was die totaal en met een enorme impact op zowel hun werk als privé leven. Zo moest een verpleegster een lange tijd met één mondkapje werken en lange dagen maken terwijl haar partner meer dan 100 km verderop woonde waardoor ze elkaar zeven weken niet konden zien.

Onder zulke omstandigheden wil je natuurkijk liever even genieten van de Franse keuken dan moeilijke gesprekken te voeren over het existentialisme met een Nederlander die al die tijd zonder al te veel risico online les heeft gegeven..

Een merkwaardige zomer deze zomer van 2020.

Dat ellendige ikje

Interview met de schrijver Sander Kollaard, ‘Ik heb een scherp oog voor ziekte en slijtage’, NRC Weekend, 27 – 28 juni 2020.  

‘Dat lijkt me een natuurlijke behoefte: je wilt niet meer alleen dat ellendige ikje zijn, je wilt onderdeel zijn van het grote verhaal. Liefst een waar verhaal, voor zover we kunnen weten wat waar is, natuurlijk.’

Nog niets van Sander Kollaard gelezen maar las wel een mooi interview met hem in het NRC en deze uitspraak bleek hangen. Het individu versus het grote verhaal dat alleen kan voortbestaan via de anderen die dit verhaal met je delen. Niet op zoek dus naar je eigen verhaal maar het collectieve dat betekenis geeft aan het leven van allen die het delen.

Psychiater Dirk de Wachter uit ‘De kunst van het ongelukkig zijn’.  

‘Streven naar geluk als levensdoel is een vergissing. Streven naar zin en betekenis is daarentegen waar het in het leven om draait’.

Het streven naar geluk is een individuele zaak en als levensdoel moeilijk te bereiken, iedereen geeft daar zijn eigen betekenis aan. Hele volksstammen zijn op zoek naar dit geluk en er is een hele boekenkast volgeschreven aan zelfhulpboeken die allemaal de pretentie hebben dit ongrijpbare geluk dichterbij te brengen. Zin en betekenis zijn echter begrippen die je kunt koppelen aan het grote verhaal zoals Sander Kollaard het noemt. Zin en betekenis krijgt het leven als je samen met anderen een verhaal deelt en je je verbonden voelt met elkaar. Door ons communicatieve handelen wordt in het dagelijks leven al communicerend onze leefwereld tot stand gebracht en krijgt ons leven betekenis. Geluk is iets ongrijpbaars en een individuele ervaring terwijl zin en betekenis ontstaan door de interactie tussen mensen.

Emily Esfahani Smith geciteerd uit haar boek ‘De kracht van betekenis’ in een artikel van Margreet Vermeulen ‘We mogen weer ongelukkig zijn’ in Sir Edmund 30 december 2017.

‘Het najagen van geluk leidt ons af van zaken die meer voldoening en bevrediging geven. Mensen die geluk nastreven zijn eigenlijk op zoek naar betekenis, ze willen zich verbonden voelen met anderen, een doel hebben in het leven, iets bijdragen aan de gemeenschap, zin ervaren. Geluk is daarvan een bijproduct.’

Emily Esfahani Smith voegt een nieuwe dimensie toe en ziet geluk en betekenis niet als elkaar uitsluitende begrippen maar stelt dat mensen die geluk nastreven eigenlijk op zoek zijn naar betekenis. Hierdoor is het streven naar geluk niet alleen een individuele zaak maar ligt achter het streven naar geluk een verlangen verbonden te zijn met elkaar en iets te kunnen bijdragen aan de samenleving. Wanneer je alleen op zoek bent naar een individuele piekervaring of een geluksgevoel dan streef je dus eigenlijk onbewust naar zin en betekenis door onderdeel te worden van een gemeenschap die collectief een gemeenschappelijk verhaal deelt. Vandaar het succes van de vele goeroes die spirituele groei beloven aan hun volgelingen.

Donald Trump, June 26th 2020 when asked about his plans for his second term.

‘Well, one of the things that will be really great, you know, the word experience is still good,” Trump said while turning to the audience. “I always say talent is more important than experience. I’ve always said that. But the word experience is a very important word. It’s an, a very important meaning.’

Donald Trump is natuurlijk het grote voorbeeld van het doorgeslagen ‘Ikje’ dat alleen maar op zoek is naar het geluk voor zichzelf en zijn naasten en totaal geen ‘Groot Verhaal” in zijn bagage heeft. Gevraagd om een visie op zijn tweede regeringstermijn kwam hij met een verhaal over talent en ervaring en dat zijn allemaal individuele begrippen. Bij het toelaten van arbeidsmigranten wil Trump dat er niet alleen naar ervaring wordt gekeken (=bewezen kwaliteit) maar is talent (=subjectief oordeel) volgens hem belangrijker. Zijn missie voor de volgende regeerperiode samenvatten als alleen maar MAGA (Make Amercian Great Again) is wel erg mager en heeft, Trump kennende, alleen maar te maken met de beurswaarde en niets met de Amerikanen met elkaar verbinden. Zou Donald Trump de afgelopen 3,5 jaar in het Witte Huis uit gelukkig zijn geweest? Ik heb hem in ieder gelaat in al die tijd niet zien lachen…

Showcase - Door het Ik-tijdperk

Weg uit de stad

Dit weekend stond er in interview met Jaap van Dissel van het RIVM en voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT) in de NRC waarin hij aangaf dat we het coronavirus niet op korte termijn kwijt zullen raken en dat het nog vaak terug zal komen, zeker in Nederland met zoveel internationale contacten. ‘We hebben de eerste fase opgevangen, nu gaat het erom hoe je dat voortzet.

In dat zelfde NRC stond een artikel over de internationale kunstmarkt, goed voor een omzet van ongeveer 58,6 miljard euro, die door de corona pandemie nagenoeg is stilgevallen. Als er één markt internationaal is dan is deze markt het wel en tot nu toe werden de meeste transacties op deze markt gedaan op de internationale kunstbeurzen in Basel, Parijs of New York en natuurlijk onze eigen Tefaf in Mastricht. Afgelopen maart, toen het coronavirus in China en Italië al om zich heen greep, vlogen de rijken der aarde met hun privé vliegtuigen op Maastricht Aachen Airport om deze beurs te bezoeken. Deze beurs was gestart op 5 maart terwijl overal elders in Europa grote publieksevenement werden gesloten en zes dagen later werd deze beurs vroegtijdig gesloten nadat een Italiaanse kunsthandelaar positief op corona was getest.

NRC redacteur Arjen Ribbens interviewde een aantal betrokkenen bij de internationale kunsthandel en kwam tot de conclusie dat er waarschijnlijk lage tijd geen internationale kunstbeurzen meer zullen zijn en dat het de vraag is of ze ooit weer gehouden zullen worden. ‘Kunstbeurzen zijn voor lange tijd dood, misschien wel voor altijd’, aldus de New Yorkse galeriehouder Magda Sawon eind april in een artikel op Artnet. Uit een onderzoek blijkt dar de galeriehouders dit jaar verwachten dat hun omzet met 72 % daalt en eenderde verwacht het niet te zullen overleven. Nanne Dekking van de Tefaf: ‘Een kunstbeurs met duizenden mensen uit vele landen op één plek bijeen, dat gaat voorlopig niet gebeuren. Nergens niet. Negentig procent van de bezoekers die de Tefaf Fall zouden bezoeken hebben de stad verlaten. Die zie je voorlopig niet.’

Een interessante case die kunstwereld omdat het aantoont dat de essentie van de corona crisis gelegen is in het feit dat de stad en het samenklonteren van mensen dicht op elkaar gevaar op besmetting met zich meebrengt en beter vermeden kan worden. De rijken hebben dat door en trekken zich bewust terug uit het maatschappelijk leven op hun buitenhuizen en privé jachten waar ze de kunsthandelaars en kunstenaars nu privé kunnen ontvangen en interessante kunst zonder de marktwerking van een beurs kunnen kopen.

Tevens toont de case aan dat de stad, als cultureel centrum, met het wegvallen van al die mooie voorzieningen als musea, theaters, restaurants en galerieën niet meer het zwaartepunt is van het maatschappelijke leven dat zich nu verplaatst naar de niet stedelijke omgeving waar je de massa kunt ontlopen en je minder risico’s op besmetting loopt. De stad is niet meer de stad van vóór de corona pandemie en als de voorspelling van Jaap van Dissel uitkomt zal het karakter van de stad de komende jaren drastisch gaan veranderen en het wel eens minder aantrekkelijker kunnen worden er te wonen, te werken en uit te gaan.

Het verdwijnen van winkels en de vele uitgaansmogelijkheden die we voor de crisis hadden maakt onze binnensteden niet meer zo aantrekkelijk als vroeger en roept vragen op als wat gaan we doen met de leegstand en hoe activeren we de stad weer als cultureel centrum als de anderhalve meter samenleving langere tijd de norm blijft? En waar liggen dan nieuwe kansen voor de stad? Hoe zou zo’n stad er dan uit moeten zien? Bij mij doet dan het beeld op van de steden in de US waar de binnensteden verpauperd zijn en iedereen in auto’s van de ene locatie naar de andere gaat voor het winkelen of een bezoek aan een bioscoop, restaurant of themapark, voor ons Europeanen niet echt een aantrekkelijk beeld.

Je een voorstelling maken van een alternatief is niet makkelijk omdat we nu eenmaal gewend zijn dat onze voorzieningen grootschalig zijn opgezet en we graag massaal voetbalwedstrijden en evenementen bezoeken, dat zit nu eenmaal in ons DNA en dat verander je niet zomaar. Noodgedwongen leren we nu genoegen te nemen met kleinschaligheid en het lokale aanbod. Afstand bewaren en massaliteit gaan nu eenmaal niet samen en met deze beperkingen zullen we de komende tijd moeten leren leven, wen er maar aan beste lezers!

Zelf dit weekend naar B&B De Oale School in Lattrop geweest om ideeën op te doen. Mijn vrouw en ik waren daar de enige bezoekers en we konden zelfs zonder problemen de grens met Duitsland overfietsen, Nederlandse automobilisten werden collectief de toegang geweigerd. Alle musea, restaurants en terrassen waren aan beide kanten van de grens dicht dus heb ik mij, onder het genot van een goed glas wijn, vermaakt met het lezen van ‘Dorpsleven’ van Amos Oz over de bewoners van Tel Ilan, een dorpje op het platteland van Israël waarin hij vertelt over de bewoners van deze kleine gemeenschap en hun onvervulde wensen en tegenslagen.

Om mij heen waren de boeren druk bezig op hun land en lagen de landerijen er prachtig bij hoewel de rust regelmatig verstoord werd door onze buren waar een kinderfeestje plaats vond dat uiteindelijk flink uit de hand liep en de buurman na afloop luid schreeuwend zijn vrouw stond uit te schelden. Net als Amoz OS in zijn boek beschrijft kunnen de emoties in zo’n kleine gemeenschap hoog oplopen…

Wat ik wel mooi vond aan zo’n lokale kleinschalige gemeenschap als Lattrop is dat iedereen er erg aardig is en alle tijd voor je heeft. Vanaf ons terras groette iedereen ons vriendelijk en de dorpsbakker en de fietsverhuurder namen alle tijd voor ons. Ook de twee dames die de B&B uitbaten waren uiterst vriendelijk en zorgden vanaf anderhalve meter goed voor ons en de desinfecterende middelen waren ruim voorradig. Een prima alternatief eigenlijk voor die Franse en Italiaanse hotels en restaurants die nooit echt hebben uitgeblonken in gastvrijheid en oog voor propere sanitaire voorzieningen.

Hoe te leven in tijden van grote onzekerheid?

Inmiddels zijn we al weer twee maanden verder na het uitbreken van de corona crisis en is er veel veranderd. De musea zijn dicht evenals theaters, bioscopen en restaurants onze leefwereld is plots ingeperkt tot onze naaste omgeving en 1,5 meter afstand tot anderen. Tijd dus voor reflectie, goede 1 op 1 a 2 gesprekken met anderen en het lezen van boeken waar je nooit eerder aan toekwam.

Een van de boeken die ik de afgelopen periode las was de ‘Kritiek van de cynische reden’ van Peter Sloterdijk verschenen in 1983. Sloterdijk stelt dat ‘perioden van chronische crisis van de menselijke levenswil eisen dat hij de status van permanent onzekerheid  accepteert als onvermijdelijke achtergrond van zijn streven naar geluk’. Dan wordt het tijd voor kynisme; dat is de levenskunst van de crisis: ‘kynisme houdt geen scepsis of relativisme in maar vrijpostigheid of durf waarbij het gaat om de moed de problemen en dilemma’s die de crisis met zich meebrengt te doordenken maar ook om de moed te durven leven.

Als je een diagnose zou maken van onze samenleving na de overrompelende uitbraak van het coronavirus zou je kunnen stellen dat de samenleving in zijn geheel ziek is en genezing op korte termijn niet mogelijk is waardoor we ons in een periode van grote onzekerheid bevinden: iedereen kan plots slachtoffer zijn. Echte oplossingen zijn op korte termijn niet te verwachten tot er een vaccin is gevonden behalve dan door ingrijpende maatregelen te nemen die betrekking hebben op ons gedrag en de manier waarop we met elkaar samenleven om de kans op besmetting of overlijden te verlagen. En daarmee hebben we niet alleen te maken met een een medische kwestie maar ook met een gedragskwestie. En ook al zou de huidige covid-19 pandemie door het beschikbaar komen van een vaccin opgelost kunnen worden, dan nog is het verstandig de wijze waarop we ons verhouden tot elkaar aan te passen, al was het alleen maar omdat toekomstige, nog veel ernstigere pandemieën niet uit te sluiten zijn.

Kortom, willen overleven vraagt aanpassen van onze levensstijl, aanvaarden dat je dingen niet kunt veranderen en binnen dat aanvaarden van de omstandigheden actief en strijdbaar zijn en een nieuwe vorm weten te vinden waarop mens en werkelijkheid zich met elkaar kunnen verhouden.

De grote vraag is nu: hoe moet je leven in tijden van grote onzekerheid? De Franse filosoof Albert Camus stelt eveneens deze vraag in ‘De mythe van Sisyphus’ met als ondertitel ‘Een essay over het absurde’. Camus stelt dat wij allemaal verlangen naar duidelijkheid omtrent ons bestaan maar daar geen duidelijk antwoord op krijgen waardoor het absurde ontstaat: de mens heeft een hevig verlangen naar waarheid en vraagt om een antwoord maar de wereld zwijgt op een onredelijke wijze. En naarmate de onzekerheid groter wordt, zoals nu het geval is, wordt de vraag hoe te leven steeds urgenter.

Hoe los je dit nu op? Camus komt in zijn essay met vier scenario’s:

  1. De sprong naar religie waardoor het irrationele en onverklaarbare betekenis krijgt, vroeger een vertrouwd concept;
  2. De sprong naar verklaren in een eindeloze poging alles wat niet verklaard kan worden binnen het domein van de rede te krijgen terwijl er steeds weer opnieuw nieuwe onzekerheden ontstaan;
  3. De sprong naar de kunst die de onzekerheid omzet in een kunstwerk dat ons opnieuw leert zien, opmerkzaam maken of van iedere gedachte of beeld iets bijzonders weet te maken;
  4. De sprong naar de depressie met de dood als ultieme consequentie wanneer men het absurde niet kan accepteren.

Dat laatste lijkt me niet zo’n goed plan en scenario 2 en 3 trekken mij het meeste aan maar omdat scenario 2 nog een lange weg te gaan heeft voordat het met oplossingen komt zou ik het liefst willen inzetten op scenario 3. Maar waarschijnlijk zal scenario 1 voor veel mensen ook zo zijn aantrekkelijke kanten hebben.

Kunst kan ons een spiegel voor houden en helpen om te gaan met ons onbehagen nu we niet meer kunnen leven zoals we gewend waren.

Alleen de kunst kan ons redden

De recente discussie over het tonen van een vrouwelijk naakt van Edgar Degas in het Van Gogh Museum, maar ook berichten uit de VS dat in een aantal particuliere musea bepaalde schilderijen als aanstootgevend worden gezien en daarom niet worden tentoongesteld, toont aan dat de museale wereld onder druk van de commercialisering van de kunstmarkt zelfcensuur toepast. Voor mij, opgegroeid in de jaren zestig, heeft kunst altijd een taboedoorbrekende en emancipatoire functie gehad en daar worden nu dus blijkbaar beperkingen aan opgelegd door de museale wereld die steeds meer afhankelijk is geworden van subsidies en sponsoring door grote bedrijven.

Ook op andere terreinen heeft het bedrijfsleven invloed op wat wel en niet toegestaan is zoals ik zelf een tijdje geleden heb ervaren toen een foto door mij gemaakt gemaakt tijdens een tentoonstelling van werk van Erwin Olaf in he Haags Gemeentemuseum (sorry, tegenwoordig Museum Den Haag, ook weer zo’n marketing dingetje) door Instagram verwijderd werd met het dreigement dat als ik nog éen keer zo’n foto zou publiceren mijn account verwijderd zou worden, daarmee mij dwingend tot zelfcensuur. Gelukkig heb ik een eigen website, hoewel, ook WordPress waarmee deze site gemaakt is zie ik in staat op een geven moment de content van mijn website te gaan controleren…

Foto Erwin Olaf

Vorige week bezocht ik in Amersfoort een lezing van Herman Pleij over zijn recent verschenen boek ‘Oefeningen in genot’ over de zijn ontdekking dat er naast de seksuele revolutie van de jaren zestig er ook nog éen is geweest rond 1500: ‘Ineens gingen de schrijvers toen helemaal los’. Volgens Pley hebben we te maken met een golfbeweging, tijden van preutsheid worden afgewisseld met tijden van lossere zeden en volgens hem zitten we nu weer in zo’n neergaande periode. Na afloop sprak ik hem kort en merkte ik op dat zijn boek erg deed denken aan het boek ‘Het Civilisatieproces’ van de socioloog Norbert Elias uit 1939, dit boek had hij tijdens zijn onderzoek inderdaad ook als bron gebruikt.

Over de rol en functie van de kunst in de maatschappij is door grote denkers in het verleden al veel geschreven. Zo maakte de filosoof Friedrich Nietzsche een onderscheid tussen het apollinische en het dionysische waarbij het apollinische staat voor de wereld volgens de morele rationale mens zoals dit tot uiting komt in de de schilderkunst, de architectuur en andere voorstellingen van onze verbeelding. En naast deze wereld is er de dionysische wereld van de buitengewone ervaringen van de mens die zijn existentiële grenzen overschrijdt zoals de muziek en de tragedie waar bij de menselijke wil  zich laat spreken.

Het belangrijkste uitdrukkingsmiddel van het apollinische is de taal – die zo zijn beperkingen heeft – terwijl het dionysische rechtstreeks binnenkomt, voor wie daartoe ontvankelijk is, zoals dat gebeurd bij de muziek en het theater en dus van een hoger orde is. Niet voor niks was Nietzsche jaloers op Wagner die uitmuntte in de muziek, iets wat hij zelf graag ook wilde maar na een aantal mislukte pogingen opgaf. Hij kon het moeilijk verdragen goed in iets te zijn (schrijven, filosofie) dat niet rechtstreeks tot je kwam maar via die de beperkingen van de taal.

Een dergelijk onderscheid vindt je ook bij oervader van de psychologie Sigmund Freud die een onderscheid maakt tussen Thanatos en Eros waarbij bij Thanatos – de doodsdrift – de ratio centraal staat en ons streven alles te beheersen en berekenbaar te maken, de domeinen van de wetenschap en de filosofie die tot doel hebben onze driften te sublimeren zodat onze driften niet de overhand hebben en wij binnen de rationele kaders van de wetenschap en de filosofie zinvol kunnen leven. Daartegenover staat Eros, de lust, de levensdrift, de kunst en de cultuur die tot uiting komt door de mimesis: de nabootsing, weerspiegeling of weergave van de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid waarbij het bijzondere of afwijkende niet aan het algemene wordt onderwerpen. Hierbij gaat het niet om de sublimering der driften maar juist om de de cultivering daarvan.

De socioloog en filosoof Jurgen Habermas voegde aan dit onderscheid tussen de ratio en het zintuigelijke een maatschappelijke dimensie toe door een onderscheid te maken tussen systeem en leefwereld. Het systeem staat daarbij voor onze materiële reproductie en kent de subsystemen economie en staat die moeten borgen dat niemand tekort komt en de reproductie systemen efficiënt ingericht zijn. Habermas constateert dat In de loop van de tijd deze systemen steeds complexer zijn geworden waardoor strategisch handelen en het bezitten van geld en macht steeds belangrijker zijn geworden waardoor de maatschappelijke ongelijkheid is toegenomen. Het neo-liberalisme is daar een uiting van.

De leefwereld staat hier los van en wordt gedomineerd door de subsystemen privé en politiek waar door het communicatieve handelen op basis van rationeel handelende argumenterende personen consensus ontstaat over een gemeenschappelijke werkelijkheidsdefinitie. Door de communicatieve processen die zich in deze twee domeinen tussen actoren afspelen wordt in het dagelijks leven al communicerend de leefwereld tot stand gebracht. De leefwereld omvat niet alleen cultureel overgeleverde interpretatiekaders zoals religie, kunst en cultuur maar bestaat ook uit de maatschappelijke instituties die deze leefwereld vorm geven.

Ondergrondse kunst in Iran

Terwijl de systeem wereld steeds complexer wordt en de invloed van de staat en de economie op onze leefwereld steeds groter wordt, worden de bij de leefwereld behorende subsystemen als religie en traditie steeds minder belangrijk waardoor onze leefwereld steeds meer uitgehold wordt en monetaire en bureaucratische middelen onze leefwereld binnendringen en kolonialiseren tegenwoordig geholpen door nieuwe middelen als resultante van het huwelijk tussen marketing en IT.

Het domein van de politiek is tegenwoordig volledig ingekapseld in de systeemwereld en ontdaan van haar ideologische component en binnengedrongen in onze leefwereld die daardoor wordt ingeperkt en ten koste gaat van onze verbeelding. Waar de taal drager van betekenis is en bepaald hoe de wereld aan ons verschijnt zouden kunst en cultuur onze leefwereld moeten verruimen en nieuwe gebieden doen betreden die nog niet ontgonnen zijn. Maar helaas is ook onze kunstwereld de laatste decennia sterk gekolonialiseerd door de systeemwereld en gedomineerd door de wereld van het grote geld en de marketing en willen musea vooral blockbusters als publiekstrekkers en is het voor nieuwe kunstenaars die niet commercieel denken moeilijk een plaats op de kunstmarkt te verwerven.

Habermas was daar pessimistisch over en had het in de jaren zestig al over het einde van de kunst net als Francis Fukuyama het begin jaren negentig over het einde van de geschiedenis had, daar heeft hij nu 30 jaar later toch echt ongelijk in gekregen. Kunst is er altijd geweest en zal altijd blijven hoewel de vorm verandert en steeds op onverwachte plekken in nieuwe gedaanten opduikt. Wellicht zijn onze huidige kunstinstituties wel niet de beste plekken om deze te tonen.

Toch is er hoop voor de kunst nu kunstenaars door het beschikbaar komen van allerlei nieuwe digitale kanalen hun werk aan een groot publiek kunnen aanbieden zonder afhankelijk te zijn van musea, kunstgalerijen of uitgevers. Een heel nieuw business model waarbij kunst rechtstreeks de toeschouwer kan inspireren en daarom potentieel een enorm machtig instrument om maatschappelijk invloed uit te oefenen: één video of post kan een enorme impact hebben op een groot publiek.

Kunstenaars moeten het aandurven nieuwe thema’s aan de orde te stellen zoals bijvoorbeeld het kolonialisme of de invloed van fake news op het maatschappelijke debat. Hoog tijd dat een nieuwe generatie kunstenaars opstaat om deze nieuwe thema’s aan de orde te stellen. Wellicht gebeurd dat echter al zonder dat de huidige kunstelite dat door heeft en noemen deze nieuwe kunstenaars zich vloggers of influencers in plaats van kunstenaar en zitten die nu met allerlei nieuwe kunstvormen te experimenteren in Senegal, Hanoi en Bogota en zijn ze geheel nieuw taboes aan het doorbreken waarvan wij het bestaan nog niet beseffen…

Susan Neiman, omgaan met de schaduwkanten van het verleden

Susan Neiman is een Joods Amerikaanse filosofe die tegenwoordig in Berlijn woont. Ze heeft uitgebreid geschreven over de morele filosofie van de Verlichting, metafysica en politiek, zowel voor het wetenschappelijke publiek als voor het grote publiek. Haar laatste boek, Learning from the Germans – Confronting Race and the Memory of Evil, verscheen in 2019 en komt voorjaar 2020 vertaald in het Nederlands uit en gaat over het verschil in verwerking van het verleden tussen Duitsland en de VS waarbij ze concludeert dat Duitsland daarbij vooroploopt. 

Neiman baseert haar boek op persoonlijke ervaringen, filosofische reflectie en gesprekken met zowel Amerikanen als Duitsers maar beschrijft ook voorbeelden van andere landen waar historische gebeurtenissen nog steeds controversies oproepen. De kern van Susan Neiman’s boek is dat Duitsland en de VS op verschillende manieren omgaan met hun (criminele) verleden (nazisme, slavernij) maar dat er ook een verschil is tussen de manier waarop voormalig Oost- en West-Duitsland met hun gemeenschappelijke verleden omgaan en dat, ondanks de hereniging, dit nog steeds in de Duitse samenleving doorwerkt. Daarbij veranderde in Duitsland in de loop van de tijd het perspectief op het verleden waarbij eerst de nadruk lag op het antifascisme en anticommunisme en later de Jodenvervolging het centrale thema werd. 

Wanneer je de Duitse verwerking van het nazi verleden vergelijkt met de manier waarop de VS met haar slavernijverleden omgaat dan is de bewustwording van de impact die de slavernij heeft gehad op de Amerikaanse samenleving in de VS nauwelijks van de grond gekomen en wordt het racisme dat ten grondslag lag aan de slavernij niet als crimineel gezien en is dit racisme daar nog steeds aanwezig in de samenleving. Wat dat betreft kunnen de Amerikanen nog heel wat leren van de Duitsers…

Centraal staat bij Susan Neiman het begrip ‘Vergangenheitsaufarbeitung’ dat impliceert dat het omgaan met de schaduwkanten van het verleden een werkwoord is en de verwerking van het verleden nooit voltooid zal zijn: je kan pas in het reine komen met je verleden als je de misstappen begaan in het verleden erkent. En dat proces houdt nooit op, ook toekomstige generaties zullen moeten leven met het bewustzijn dat het kwaad onderdeel is van hun geschiedenis. Susan Neimann citeert in haar boek dan ook met instemming Barack Obama tijdens een speech in Charleston bij de herdenkingsdienst voor negen mensen die door een 21-jarige schutter in een kerk werden doodgeschoten en die een racistisch motief had: ‘Gebruik de geschiedenis als een handleiding om de fouten gemaakt in het verleden te voorkomen’. 

Haar boek deed me denken aan het boek Grijs verleden – hoe wij na de oorlog steeds weer anders terugkijken op 40-45 van de Nederlandse historicus Chris van der Heijden. Van der Heijden is een deskundige op het gebied van de verwerking van de oorlog en ‘Grijs verleden’ gaat over wijze waarop vanaf 1945 de Tweede Wereldoorlog door de ogen van ons Nederlanders gezien wordt en dat is eveneens een interessante ontwikkeling. Van ontkenning, gewoon doorleven naar de discussie rond goed en fout – Menten, Aantjes – naar de wijze waarop we nu kijken naar de Tweede Wereldoorlog waarbij ook wij een omslag hebben gemaakt in de manier waarop op de oorlog terugkijken. Lag de nadruk vlak na de oorlog op de rol van het verzet, na de Shoah documentaire uit 1985 van de Franse filosoof en journalist Claude Lanzmann over de Holocaust, kwam de nadruk te liggen op de vervolging van joden, zigeuners, homo’s en politieke tegenstanders en de miljoenenmoord op onschuldige burgers.  Nu veel mensen de oorlog niet meer bewust hebben meegemaakt gaat onze aandacht langzaam verschuiven naar het lot van de Indiëgangers en de politionele acties. Dat onze aandacht verschuift blijkt bijvoorbeeld ook uit het thema van de 75ste herdenking van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, 75 jaar vrijheid. Het herdenken verschuift dus naar de achtergrond en de nadruk komt te liggen bij het besef dat in vrijheid leven belangrijk is en de moeite waard te verdedigen.

In de loop van de tijd verschuift dus ons perspectief op ons collectieve verleden en dat dit perspectief aan het veranderen is blijkt bijvoorbeeld ook uit een film als Er ist wieder da waarin Hitler op een komische wijze wordt neergezet. De in deze film uit de dood opgestane Hitler doet foute uitspraken die hard aankomen en die door het overwegend jonge publiek dat in de zaal zat toen ik deze film zag, komisch opgevat worden. Aan het eind van de film wordt een directe relatie gelegd met de opkomende vreemdelingenhaat en extreemrechts in Duitsland. In ditzelfde genre verscheen eind 2019 de eveneens komisch bedoelde film Jojo Rabit van de Nieuw-Zeelandse regisseur Taika Waititi waarin een eenzaam jongetje Adolf Hitler als fantasievriend heeft. Het jongetje woont samen met zijn moeder in een Duitse stad die door de Russen veroverd dreigt te worden en is lid van de Hitlerjugend. Op een gegeven moment ontdekt hij thuis een Joodse tienermeisje Elsa en dat zorgt dan weer voor de nodige verwarring bij hem maar ook komische momenten.

Vergelijk je deze films met de meer dan tien jaar geleden gemaakte Der Untergang met een voortreffelijke vertolking van Hitler door de inmiddels overleden Bruno Ganz, dan zie je dat Er ist wieder da en Jojo Rabit Hitler heel anders wordt neergezet. In Der Untergang wordt gepoogd een realistisch beeld van Hitler neer te zetten en komt hij er als persoon niet goed af, er valt niet veel te lachen in deze film. Ik heb deze film destijds vlak na het uitkomen in een bioscoop gezien aan de Kurfürstendamm in Berlijn en na afloop bleef het overwegend oudere Berlijnse publiek minutenlang stil in de zaal zitten en zag ik sommige ouderen met tranen in de ogen naar buiten lopen. 

Dat was wel anders na afloop van Er ist wieder da en Jojo Rabi’. Schijnbaar heeft er een kentering plaats gevonden met betrekking tot de visie op de betekenis van Hitler voor Duitsland, niet alleen met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog maar ook ten aanzien van zijn betekenis met betrekking tot de huidige politieke situatie in Duitsland, in het bijzonder de vluchtelingenproblematiek. Deze problematiek deelt de Duitse, maar ook onze samenleving op in ‘voor’ of ‘tegen’ en kijk je als toeschouwer vanuit je eigen perspectiefnaar deze film. En voor jongeren die deze film zien, zonder de bagage die ouderen hebben, kan ik me voorstellen dat er dan veel te lachen valt om de komisch neergezette Hitler.

In een recensie in de Volkskrant van 2 januari 2019 van de film Jojo Rabit stelt recensent Rob van Scheers dat er in de wereld van de komedie een wet is die luidt dat een komedie in de loop van de tijd overgaat in een tragedie als er genoeg jaren verstreken zijn: komedie = tragedie + tijd. Net als bij Napoleon, die ook behoorlijk wat op zijn geweten heeft, wordt Hitler dus steeds meer als historische figuur neergezet waar je grappen over kunt maken. 

Een interessant en actueel boek dus van Susan Neiman dat laat zien hoe de manier waarop we ons verleden verwerken lokaal sterk kan verschillen en eveneens aan veranderingen onderhevig is. Daarom bestaat ‘De’ geschiedenis niet en is het verleden geen verzameling van feiten en gebeurtenissen die objectief kunnen worden gepresenteerd in de vorm van één verhaal maar zijn er vele verhalen die steeds weer opnieuw in een andere vorm verteld moeten worden (naar Leo Vroman). 

Susan Neiman, Learning from the Germans – Confronting Race and the Memory of Evil, Penguin Random House UK, 2019.

Susan Neiman komt 18 oktober 2020 naar de ISVW in Leusden om over haar boek te spreken tijdens het Kitty van der Vliet Diversity Event. Kaartjes zijn verkrijgbaar op de site van de ISVW: https://isvw.nl/activiteit/diversity-event-2020/.

Luther

Omdat Elly weer zo’n dag had dat ze na elk mailtje of telefoontje de hele afdeling moest laten weten met welke onbenul ze nu weer te maken had gehad, was ik in een een stil hoekje op een andere afdeling gaan zitten om de rapportage die ik aan het maken was af te kunnen ronden. Plots stond Arthur naast mijn flexplek die mij vroeg of ik even tijd voor hem had. We gingen met de lift naar beneden en in de kantine met een kop koffie tegenover elkaar zitten. Arthur was een van onze beste systeembeheerders en altijd bereid iets extra’s te doen als dat nodig was. Normaal gesproken was Arthur niet zo spraakzaam dus als hij ergens over wilde praten moest er echt wel wat aan de hand zijn.

‘Ik zal een tijdje niet kunnen werken’, begon hij, ‘Ik ben onbedoeld in een heel vervelende situatie terecht gekomen en moet al mijn energie aanwenden om niet verder in de problemen te komen’. ‘Vertel’, zei ik en hij stak van wal. Arthur vertelde al een tijdje in de ban te zijn van een computer game ‘Warlords’ en dat hij al zijn vrije tijd hieraan besteedde en hier best wel goed in was. De week daarvoor had hij, zonder dat hij het door had, in een gevecht de beste speler van het spel, met de spelnaam ‘Luther’ verslagen, iets dat tot nu toe nog nooit iemand gelukt was. Arthur vertelde dat je bij dit spel veel geld kon verdienen en dat het daarbij tegenwoordig om honderden miljoenen ging waarbij je niet alleen snel met computers overweg moest kunnen maar er ook intelligentie nodig was.

Door Luther te verslaan was Arthur nu de beste maar er was een groot verschil tussen Arthur en zijn voorganger: Luther was een spelnaam en Arthur was zo stom geweest zijn eigen naam te gebruiken en had over zijn overwinning opgeschept op social media en het was daarom bekend wie hij was en waar hij woonde. ‘Kijk maar naar buiten’, zie hij en toen ik vanuit het restaurant naar de overkant van straat keek viel mij ineens op dat tientallen jongeren aan de overkant van de straat naar ons stonden te kijken. ‘Fans’, zei Arthur glimlachend.

Arthur had Luther verslagen en dat betekende dat Luther een week ‘dood’ zou zijn maar daarna weer zou mogen gaan spelen en dat ook zeker zou gaan doen. Waarschijnlijk was hij nu een strategie aan het bedenken hoe hij Arthur weer van de troon zou kunnen stoten. Het lag voor de hand dat Luther meerdere kopieën van zichzelf zou gaan verkopen die de opdracht zouden krijgen Arthur te verslaan. Iets dergelijks had Arthur ook gedaan, inmiddels had hij 66 van zichzelf aan anderen verkocht die nu allemaal met elkaar in de game aan het strijden waren. Dit had hem al aardig wat geld opgeleverd.

‘Wat gaat er nu gebeuren?’, vorige ik Arthur. ‘Ik zal moeten onderduiken’, zei hij. ‘Er lopen nu allebei gekken rond die een kopie van mij hebben en die deze weer door kunnen verkopen en dan gaat het plots om erg veel geld. Het meest beangstigt daarbij is dat dit spel zich nu in de werkelijkheid voortzet en dat er nu ook lieden rond lopen die mij bedreigen en fysiek iets willen aandoen, er hoeft er maar één rond te lopen die te ver gaat en ik ben de klos! Alleen ik kan spelers toestemming geven een kopie van mijn speler te maken en mij uitschakelen betekend meer kans hebben binnen de game de beste te zijn’. Zwijgend keek hij naar de overkant. We namen afscheid en Arthur verliet het kantoor aan de achterkant en daarna heb ik niets meer van hem vernomen.

Een aantal weken later zat ik in het vliegtuig en viel mij op dat zowat iedereen op zijn smartphone een game aan het spelen was. ‘Wie is momenteel de beste speler’, vroeg ik mijn buurvrouw nieuwsgierig. ‘Luther’, zei ze zonder haar ogen van het scherm af te houden.

Wendy Brown’s radicale analyse van het neoliberalisme

Wendy Brown doceert politieke theorie aan de Universiteit van California en heeft in mei 2018 een aantal lezingen gegeven die hebben geresulteerd in een boek met 5 lezingen over 1) het ontmantelen van de samenleving, 2) het onttronen van de politiek, 3) het vergroten en beveiligen van de persoonlijke levenssfeer, 4) het conflict tussen de religieuze vrijheid en de vrijheid van meningsuiting en 5) het kleiner wordende domein van blanke mannen. Alleen al vanwege deze onderwerpen de moeite waard om te lezen.

In de inleiding van het boek stelt Wendy Brown dat ze twijfelt aan de gangbare analyse dat de politieke omwenteling, die in november 2016 door de verkiezing van Trump tot president plaatsvond, veroorzaakt werd door het toenemen van de ongelijkheid in de Amerikaanse samenleving als gevolg van de toenemende invloed van het neoliberalisme. Volgens haar zijn er ook andere factoren die deze omwenteling kunnen verklaren.

Met de opkomst van het neoliberalisme begin jaren negentig van de vorige eeuw werd in veel Westerse landen de marktwerking het voornaamste regulerende principe. Niet alleen in het economische maar ook in het publieke domein werd het streven de staat in te richten ten dienste van de markt. Het introduceren van de marktwerking in allerlei sectoren van de samenleving was niet primair een politiek project maar vooral een moreel  project waarbij het ging om een veranderend waardensysteem. Deze neoliberale moraal drong door tot de publieke en private levenssfeer en zorgde voor spanningen omdat de marktwerking niet voor iedereen positief uitpakt.

Volgens Wendy Brown is het neoliberalisme een globaal project waarbij de macht van de ‘Nation State’ wordt overgedragen aan supranationale instituties zoals de WTO, de Worldbank en het IMF. Deze internationale instituties hebben als voornaamste doel de barrières die de vrijhandel mogelijk maken te slechten. Het gevolg van deze globale marktwerking is dat het kapitaal stroomt naar waar arbeid het goedkoopst beschikbaar is en het minst belasting hoeft te worden betaald. Hierdoor worden de leef- en werkomstandigheden in de lagelonenlanden steeds slechter wat heeft geleid tot een massale migratie van Zuid naar Noord. En dit heeft dan weer tot gevolg gehad dat de levenstandaard vaan de arbeiders en middenklasse in het Noorden achteruit is gegaan en de inkomensverschillen zijn vergroot.

In het hoofdstuk ‘Politics Must Be Dethroned’ bespreekt Brown het ”Ordoliberalisme’, een oorspronkelijk Duitse variant van het neolibaralisme waarbij de nadruk ligt op de taak van de overheid om ervoor te zorgen dat de markten optimaal werken conform hun theoretisch potentieel. In eerste instantie gebeurd dit binnen het kader van het democratische systeem maar na verloop van tijd kwamen er ook ‘Ordos’ die meer op hadden met een sterke technocratische staat en die wars waren van democratie en voor een autoritair liberalisme.

Het idee achter het ordoliberalisme is dat wet en regelgeving de verhouding tussen de staat en en de economie bepaald en het raamwerk vormt voor de dynamiek van de markten, de concurrentie en de prijsmechanismen. De ideale ‘Ordo State’ staat los van de economie maar wel ten dienste van de economie en is het tegenovergestelde van de ‘Social State’ waarbij de economie geïntegreerd is met het politieke systeem en burgers via het democratische systeem invloed kunnen uitoefenen.

Voortbordurend op het ordoliberalisme is er nu volgens Brown een nieuwe variant van het neoliberalisme ontstaan die niets op heeft met democratie en de wil van het volk. Sterker nog, die zien democratie als een bedreiging en de aanhangers van dit model voeren bewust actief een anti-democratisch beleid met het doel de democratische instituties te ondermijnen. Met een naam voor deze neoliberale stroming komt Wendy Brown niet maar deze variant zou je kunnen karakteriseren als een stroming waarbij de staat zich primair richt op het regelen van de economische orde vanuit een juridisch, administratief en technologisch perspectief en waarbij vooral de machtige belangengroepen invloed en toegang tot de macht hebben en actief wordt gestreefd naar het ont-democratiseren van de samenleving om ervoor zorgen dat de invloed van het volk beperkt blijft en waarbij de inzet van alle middelen toegestaan zijn.

Als voorbeelden noemt Brown de Russische interventies bij de Amerikaanse verkiezingen in 2016 en de druk die Trump op de Oekraïne om zijn tegenstander Joe Biden zwart te maken waarbij het sluiten van politieke deals en onverschilligheid ten opzicht van feiten, argumenten en de waarheid allemaal toegestane middelen zijn om de eigen doelstellingen te realiseren, het gewone volk gedesoriënteerd achter latend. Daarbij staan de aanhangers van deze stroming allerlei nieuwe moderne middelen ter beschikking ontwikkeld door het huwelijk tussen de marketing en IT-industrie om invloed uit te oefenen zoals branding, spinning, trolling, het creëren van fake news of gewoon keihard liegen, geen antwoord geven op vragen en het mijden van het debat zodat er geen lastige vragen gesteld kunnen worden door journalisten: het huwelijk van markt, marketing, technologie en de nieuwe media waarbij het politieke proces buiten spel wordt gezet. Ik zou het zelf Bubble-liberalisme willen noemen maar wellicht is de naam China-liberalisme ook wel op zijn plaats omdat alle elementen van dit model daar nog wel het meest pregnant worden toegepast.

Overigens wordt momenteel ook gewerkt aan het ontmantelen van een van de fundamenten van het neoliberalisme, de WTO. De VS blokkeerde de benoeming van rechters tot de beroepscommissie van deze organisatie die arbitreert bij geschillen over internationale handelsconflicten. Hierdoor is een einde gekomen aan 25 jaar internationale regulering op basis van spelregels voor de internationale handel en kan ieder land willekeurig invoerrechten gaan heffen, sancties opleggen of zelfs invoer van producten verbieden.

Volgens Wendy Brown leiden al deze ontwikkelingen tot een catastrofale situatie en kan die niet worden verklaard door de historische ontwikkeling van het neoliberalisme alleen maar wordt deze ontwikkeling versterkt door het opkomen van racisme, nihilisme, fatalisme en ressentiment in de Westerse samenlevingen. Door deze combinatie ontstaat een situatie die volstrekt nieuw en uniek is en niet te vergelijken met enige andere historische situatie. Uitingen hiervan zijn de opkomst van anti-democratische bewegingen, het conflict tussen religieuze vrijheid en de vrijheid van meningsuiting en de afnemende macht van witte mannen die hun machtspositie aangetast zien waarbij ontwikkelingslanden en westerse democratieën de grootste slachtoffers zullen zijn..

Een somber beeld dat Wendy Brown schets van de ontmanteling van onze samenleving en helaas zonder perspectief hoe het anders kan, er moet toch een moment komen dat de wil van het volk weer het politieke primaat krijgt?

Wendy Brown, In the Ruins of Neoliberalism: The Rise of Antidemocratic Politics in the West, Colombia University Press 2019.

Zorgpreventie

Deze week werd mijn 80 jarige zwager opgenomen in het OLVG in Amsterdam omdat hij al maanden last heeft van jicht en door de ontstekingen in zijn voeten moeilijk kan lopen. Na allerlei behandelingen die niets oplosten besloten de artsen daarom twee tenen bij hem te amputeren. Dinsdagmorgen melde hij zich op het afgesproken tijdstip, werd operatie klaar gemaakt en kreeg vlak voor de ingreep te horen dat de amputatie niet doorging omdat er een spoedgeval tussen was gekomen. Of meneer maar weer naar huis wilde gaan om zich de dag daarop weer te melden, standaardprocedure OLVG.

De volgend morgen volgde de operatie en die ging voorspoedig. Al snel na de operatie werd hem te verstaan gegeven dat hij op korte termijn weer naar huis zou moeten. De dag na de operatie werd hem gevraagd te gaan lopen met behulp van een rollator, daarop volgde een bloeding van de wond die ervoor zorgde dat deze opnieuw verzorgd moest worden. De druk van de verzorgers op de patiënt om hem weer op de been te krijgen was groter dan het hem gunnen van een helingsproces gebaseerd op rust en aandacht voor de persoonlijke situatie van de patiënt.

De dag daarop werd hem medegedeeld dat hij naar huis moest, het was inmiddels vrijdag en blijkbaar wilden ze voor het weekend zijn bed weer beschikbaar hebben. Wij hadden inmiddels vanaf de week daarop een verpleeghuis geregeld, inclusief de benodigde zorg, dus hoopten wij dat hij het weekend nog in het OLVG kon blijven. Dat bleek echter niet mogelijk.

Mijn dochter haalde hem daarom vrijdag op het eind van de middag op en bracht hem naar zijn appartement, drie hoog en een stuk lopen van de parkeerplaats. Aangekomen in de flat ging de wond weer bloeden als gevolg van het lopen met de voet met de net geamputeerde tenen. Mij dochter belde daarop de wijkverpleging en de opgetrommelde verpleger constateerde na binnenkomst dat hij de wond niet kon verzorgen en hij naar de spoedeisende hulp moest. Dus bracht mijn dochter hem daar met de auto waarna ze ruzie kreeg met het ambulance personeel omdat ze haar auto voor de spoedeisende hulp ingang had gezet. Van de parkeergarage naar de speedhulp is het een stuk lopen. Op de afdeling aangekomen moest hij twee uur wachten voor hij geholpen werd. Gelukkig kon hij na stevig aandringen van mijn dochter weer opgenomen worden, deze keer op de verpleegafdeling van het OLVG. Gelukkig werkten ze daar wel mee.

Al met al een absurde ervaring. De verpleegkundigen en artsen van de afdeling waar ze lag stelden steeds alles op alles hem uit het ziekenhuis weg te krijgen en toen wij wezen op de risico’s van een bloeding na zo’n ingrijpende operatie verwezen ze naar het ziekenhuisbeleid ten aanzien van dit soort gevallen: de thuiszorg is uitstekend in staat hem te verzorgen en op te treden in gave van calamiteiten. In praktijk bleek dat niet het geval. En rekening houden met de leeftijd, medische geschiedenis en de persoonlijke situatie van de patiënt is al helemaal iets dat niet voorkomt in het procedure handboek van het OLVG.

Al met al raakte mijn zwager door de druk die op hem werd uitgeoefend behoorlijk gestrest. Hopelijk krijgt hij nu wel de rust om te gaan herstellen en wordt hij niet weer van hot naar her gesleept. Ondanks alle programma’s blijft het in de zorg moeilijk de patiënt waarom het gaat centraal te stellen en hebben de zorgverleners zich te houden aan de regels en procedures die van boven af zijn opgelegd. Dat wist ik natuurlijk al maar als je dan van dichtbij de praktijk weer eens meemaakt is dat toch weer schokkend.

%d bloggers like this: