Category: Philosophy

Je ware zelf bestaat niet

Zo’n vijf jaar geleden volgde ik de cursus praktische filosofie bij de ISVW en een jaar later ben ik bestuurder geworden bij de ISVW, eerst algemeen bestuurslid en later penningmeester.

Sindsdien heb ik mij in de filosofie gaan verdiepen en de vraag die mij sindsdien het meest heeft beziggehouden is of het mogelijk is jezelf te kennen en te doorgronden. Een basis filosofische vraag die je jezelf kunt stellen en die, als je die niet positief kunt beantwoorden, een hele hoop andere vragen overbodig maakt. Want als je jezelf niet kent, is het dan mogelijk de ander te leren kennen? En als het al niet lukt het wezen van jezelf te doorgronden, zal het dan ooit lukken de hele maatschappij te doorgronden die voornamelijk bestaat uit een grote verzameling ik’ken?

De afgelopen jaren heb ik, telkens wanneer ik over dit onderwerp iets hierover bij een filosoof wat tegenkwam dit opgeschreven, hier een aantal citaten:

Hannah Ahrendt, filosofe:

‘De vraag naar het wezen van de menselijke aard is nog in individueel psychologische als in filosofische zin door ons te beantwoorden omdat deze vraag betrekking heeft op onszelf als object. Dit is niet mogelijk omdat het zoiets zou zijn als springen over onze eigen schaduw.’

Peter Sloterdijk, filosoof:

‘Een mier die over een Perzisch tapijt loopt zal nooit het hele tapijt kunnen overzien omdat zijn fysiek het nu eenmaal onmogelijk maakt het geheel te overzien. Dat geldt ook voor ons, wij zijn niet eens in staat zijn onszelf te begrijpen, laat staan de ander. ‘

Marilynne Robinson, filosofe:

‘De werkelijkheid, en het innerlijk leven van de ander, kun je nooit geheel kennen’

Paul van der Velde, Hoogleraar Aziatische religies:

‘De mens wil orde scheppen in de chaos die het wezen van het bestaan is en wil deze chaos begrijpelijk maken, daar zijn wij als mens echter niet toe in staat omdat er te veel op ons afkomt en we niet in staat zijn het geheel te overzien. Toch proberen we dit steeds en zijn wij constant bezig overzicht te krijgen, dat gaat ons echter niet lukken omdat chaos altijd blijft en zich continu vernieuwt. Het beste resultaat dat je daarbij kunt boeken is voortschrijdend inzicht omdat de werkelijkheid zich telkens net even anders aan ons presenteerd.’

Ellen de Bruin, publiciste:

‘Authenticiteit wordt vaak gedefinieerd als je gedragen in overeenstemming met je ware zelf en dan heb je meteen een probleem omdat het ‘ware zelf’ een onwetenschappelijk concept is. Niet voor niets zijn zoveel mensen vergeefs op zoek naar zichzelf en daar is een simpele reden voor: het ware zelf bestaat niet omdat er nu eenmaal geen psychologisch mechanisme is dat ons gedrag zo coördineert dat het consistent blijft. En al zou het ‘ware zelf’ bestaan dan is het nog maar de vraag of we ons daarvan bewust kunnen zijn omdat we ons eigen onbewuste gedrag en onze drijfveren zelf niet goed kunnen beschrijven. Het ‘zelf’ is dus eigenlijk een bewegend doel dat continu verandert en waar we moeilijk vat op kunnen krijgen. Lastig dus, op zoek naar je ware zelf gaan, omdat je nooit zal weten of je het gevonden hebt. En als dat zo is het natuurlijk de vraag op, als het onmogelijk is ons zelf te leren kennen, of we dan wel in staat zijn de ander te leren kennen…’

Paul Kingsnorth, milieu-activist:

‘Als het je verdienste is een rechtvaardiging voor je bestaan te vinden wil dat nog niet zeggen dat dat ook een rechtvaardiging voor het bestaan voor anderen is laat staan dat die anderen jouw bestaan hierdoor kunnen rechtvaardigen. De zoektocht naar de zin van het leven is dus persoonsgebonden en helaas niet reproduceerbaar.’

Andy Warhol, kunstenaar:

‘Het gaat er niet om wat je bent, maar om wat ze denken dat je bent.’

Abraham Kuyper, politicus: 

‘Pas na je dood kun je zien wie je eigenlijk bent.’

Mijn conclusie: 

Het heeft geen enkele zin op zoek te gaan naar jezelf omdat het onmogelijk is op deze vraag een antwoord te geven. Eeuwenlang is deze vraag een van de basis vragen van de filosofie geweest en het is niemand gelukt daar een goed antwoord op te geven. Wellicht houden we ons met de verkeerde vragen bezig en ligt er achter deze vraag een nog fundamentelere vraag die we nog niet kunnen bevatten?

Moreel kompas

Vorige week zondag was er dan eindelijk het eerste interview van Sywert van Lienden bij Buitenhof waarin hij zijn excuses aanbood en een poging deed te verklaren waarom hij ons allemaal om de tuin heeft geleid met zijn Stichting Hulptroepen Alliantie waarmee hij beweerde geheel belangeloos mondkapjes voor de zorg te importeren uit China terwijl hij in werkelijkheid met zijn gewiekste zakenpartners snode plannen aan het smeden was om er zelf financieel beter van te worden. Het meest interessant was voor mij het gedeelte waarin hij zich beriep op zijn moreel kompas en dat hij beweerde vorig jaar eind van de zomer, toen hij door kreeg dat er een behoorlijke winst gemaakt werd op zijn bedrijfsactiviteiten, had opgesteld om bij zichzelf te raden te gaan of dit allemaal wel door de beugel kon.

Daartoe had hij zichzelf de volgende vragen gesteld: „ Hoe is het gelopen? Wat vind ik daarvan? Wat voel ik daarbij? Waar kom ik vandaan? Waar sta ik voor? Waar moet het ongeveer grosso modo naartoe?” Uiteindelijk was hij na al deze vragen voor zichzelf beantwoord te hebben tot de conclusie gekomen dat de hele gang van zaken rond deze door hem zelf bedachte schimmige constructie wel door de beugel kon mits zijn miljoenen een ‘maatschappelijke bestemming’ zouden krijgen, Althans, zoals hij zei “de opbrengst van zijn miljoenen’, na aftrek natuurlijk van zijn kosten voor het beleggen en beheer van CV en de management fee die daarbij hoort.

Sywert van Lienden, groot geworden door de social media die hij goed wist te bespelen, creëerde op deze manier weer zijn eigen mediamoment en ging zoals het hoort als goed CDA’s te biecht bij Twan Huys en kocht als een soort aflaat zijn schuldgevoelens af door niet het proces waartoe hij besloot en de morele implicaties van zijn handelswijze te veroordelen maar achteraf een andere, meer maatschappelijke draai te geven aan zijn intenties. Waarom dan een CV oprichten met zichzelf als enig bestuurder die toch primair bedoeld is voor het eigen gewin en geen Stichting met een ANBI status en zonder winstoogmerk en een onafhankelijk bestuur die zich zou gaan richten op het bepalen van de bestemming van de gelden?

Het hele verhaal van Sywert van Lienden deed mij sterk denken aan een soortgelijke verklaring destijds van Nina Brink toen ze een veelvoud van het bedrag dat Sywert verdiende ophaalde met de beursgang van World Online waarbij achteraf bleek dat Nina Brink enkele weken voor de beursgang haar eigen aandelen al had verkocht en zo flink binnen was gelopen ondertussen de beleggers misleidend door dit te verzwijgen. In een interview achteraf verklaarde zij haar handelen als een noodzakelijk vanwege haar morele plicht de financiële positie van haar en haar dochter veilig te stellen. Tegenwoordig vliegt ze rond in haar privé vliegtuig en doet haar dochter verwoede pogingen in haar voetsporen te treden, overigen met weinig succes als ik de berichten daar over lees.

Hebzucht dus als drijfveer waarbij je je beroept op je moreel kompas om dat te rechtvaardigen, zonder blikken of blozen kan je tegenwoordig switchen van maatschappelijk verantwoord bezig zijn naar goed voor jezelf zorgen en dat ook nog voor jezelf ethisch kunnen rechtvaardigen door achteraf een moreel kompas voor jezelf op te stellen, iets wat je normaal gesproken doet voor je gaat handelen en niet achteraf om je onethisch gedrag te rechtvaardigen.

Feminisme en Utopie

Saskia De Coster, sekteleider, heeft zich de afgelopen tijd samen met een aantal andere vrouwen gebogen over de toekomst in een ‘safe zone’ zonder mannen en afgelopen donderdag trad deze sekte voor het eerst naar buiten en konden we horen wat deze retraite opgebracht heeft. Tijdens een online sessie, georganiseerd door Katholieke Universiteit Leuven, kwamen diverse vrouwen aan het woord die hun visie op de toekomst vanuit een feministische invalshoek uiteenzetten waarvan hieronder een korte samenvatting van de dingen die mij opvielen.

Allereerst hoorde ik veel ware maar ook wel obligatoire bespiegelingen over de gelijkwaardigheid van vrouw en man, diversiteit, inclusie en zorg voor de planeet, wat dat betreft kwam er niets verrassend naar buiten. Buiten dat waren er ook een aantal spreeksters, zoals Anne-Mie Van Kerckhoven, beeldend kunstenaar, grafisch ontwerper en performer, die met voor mij verrassende inzichten kwamen die de moeite waard zijn met anderen te delen, hierbij een poging. Overigens natuurlijk wel gekleurd door mijn masculiene bril dus u bent gewaarschuwd.

Allereerst de gedachte dat we nu in een spannende tijd leven en dat de corona ervoor heeft gezorgd dat we als samenleving versneld op een kantelpunt zitten en de contouren zichtbaar worden van een nieuwe wereld waarin niet de strijd om de macht leidend is, zoals het nu het geval is, maar het zal gaan om onze collectieve verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar en onze planeet. Je kan dit een reset noemen waarbij ons bewustzijn compleet anders gaat werken en schuld en angst als belangrijke drijfveren worden vervangen door empathie en gelijkwaardigheid in diversiteit.

Centraal hierbij staat ons vermogen een nieuwe mentale ruimte voor onszelf te creëren door als een klimop te groeien daar waar nog ruimte is en niemand geweest is, ‘uncharted territory ‘ dus. Hierbij staat het begrip creativiteit centraal en zal de kunst het mogelijk maken de wereld te redden en het voortouw nemen bij het exploreren van deze nieuwe mentale ruimte. Hierdoor zullen de fundamenten van onze samenleving grondig veranderen, dit deed me denken aan het recent verschenen gelijknamige boek van Ramsey Nasr denken dat ik onlangs heb gelezen.

Toch was de invalshoek hier anders. Terwijl Ramsey Nasr een aantal ontwikkelingen beschrijft die nu plaats vinden gaat de sekte van Saskia een niveau dieper en richt zij haar aandacht op het niveau van het denken en het terrein van de wetenschap en de technologie. Ons denken richt zich de afgelopen eeuwen voornamelijk op het bedenken en definiëren van structuren die zichzelf in stand houden waarbij de taal tot nu toe het voornaamste middel is geweest voor ons om deze structuren in stand te houden. Dat is nu echter aan het veranderen omdat we nu de transitie meemaken van een taal- naar een beeldcultuur en de onderlinge communicatie vanwege het beschikbare komen van nieuwe digitale middelen op een heel andere manier plaats vindt.

Je ziet dan ook dat kunst tegenwoordig steeds meer gebruik maakt van andere vormen waardoor het mogelijk wordt als toeschouwer diep in de huid van iemand anders te kruipen wat het empathisch vermogen in de samenleving zal vergroten. Alleen de kunst kan ons redden is dan ook het antwoord van Anne-Mie Van Kerckhoven, iets waar ik zelf ook al een aantal keren over geschreven heb. Als we ons kunnen bevrijden van ons oude denken en de schijnzekerheid die oude structuren ons bieden en los komen van de stereotypen die daar mee samenhangen rond sexe, naties en racisme kunnen we ons bevrijden en gaat er een nieuwe wereld voor ons open vrij van de angst die nu ons leven domineert en de schuld die wij onszelf aanpraten bang als dader gelabelt te worden. Pas als we daar weer ontspannen mee om kunnen gaan kunnen we gelijkwaardig met elkaar omgaan.

Dat klinkt inderdaad allemaal heel utopisch maar biedt wel een lonkende perspectief. De sekte is inmiddels ontbonden maar laat dus wel een interessante erfenis achter.

De sprong naar de verbeelding

Op het moment dat ik dit schrijf, 21 januari 2021, wordt er in de Tweede Kamer gedebatteerd over het invoeren van een avondklok, een drastische inperking van onze vrijheid die doet denken aan de Tweede Wereldoorlog. De coronapandemie heeft mijn leefwereld het afgelopen jaar behoorlijk kleiner gemaakt: dichte musea, gesloten theaters en restaurants, thuis online lesgeven en weinig persoonlijk contact met anderen: mijn leefwereld is plots ingeperkt tot mijn naaste omgeving en 1,5 meter afstand. Tijd dus voor reflectie, goede 1 op 1 gesprekken met anderen en het lezen van boeken waar je nooit eerder aan toekwam om inspiratie op te doen hoe deze barre tijd door te komen.

Een van de boeken die ik onlangs las, is de ‘Kritiek van de cynische reden’ van Peter Sloterdijk verschenen in 1983. Sloterdijk stelt dat ‘perioden van chronische crisis van de menselijke levenswil eisen dat wij de status van permanent onzekerheid accepteren als onvermijdelijke achtergrond van ons streven naar geluk’. En als men deze onzekerheid accepteert wordt het, volgens Sloterdijk, tijd voor kynisme waaronder hij de levenskunst van de crisis verstaat. ‘Kynisme houdt geen scepsis of relativisme in maar vrijpostigheid of durf waarbij het gaat om de moed de problemen en dilemma’s die de crisis met zich meebrengt te doordenken maar ook om de moed te durven leven.’ 

Als je een diagnose zou maken van onze samenleving na de overrompelende uitbraak van het coronavirus zou je kunnen stellen dat onze samenleving in zijn geheel ziek is en genezing op korte termijn niet binnen ons bereik ligt en de onzekerheid die dat met zich meebrengt nog wel een tijdje zal aanhouden. Tot het corona vaccin bij iedereen geïnjecteerd is helpen alleen ingrijpende maatregelen met betrekking tot ons gedrag en de manier waarop we met elkaar samenleven om de kans op besmetting of overlijden te verlagen. En daarmee hebben we niet alleen te maken met een medische kwestie maar ook met een gedragskwestie. Kortom, willen overleven vraagt om aanpassing van onze levensstijl, aanvaarden dat je dingen niet kunt veranderen en binnen dat aanvaarden toch actief en strijdbaar te zijn en een nieuwe vorm weten te vinden waarop we ons met elkaar kunnen verhouden. 

Ook de Franse filosoof Albert Camus heeft zich met de vraag ‘hoe moet te leven in tijden van grote onzekerheid’ bezig gehouden. In ‘De mythe van Sisyphus’ met als ondertitel ‘Een essay over het absurde’ stelt Camus dat wij allemaal verlangen naar duidelijkheid omtrent ons bestaan maar daar geen duidelijk antwoord op krijgen waardoor het absurde ontstaat: ‘de mens heeft een hevig verlangen naar waarheid en vraagt om een antwoord, maar de wereld zwijgt op een onredelijke wijze.’ En naarmate de onzekerheid groter wordt, zoals nu het geval is, wordt de vraag hoe te leven steeds urgenter. 

Waar Sloterdijk met kynisme als antwoord op onzekere tijden komt, komt Camus in zijn essay met vier mogelijke invullingen van de vraag hoe te leven, zelfs als alles tegen zit is de mens in staat tot optimisme en creativiteit:

  1. De sprong naar religie waardoor het irrationele en onverklaarbare betekenis krijgt, vroeger een vertrouwd concept;
  2. De sprong naar verklaren in een eindeloze poging alles wat niet verklaard kan worden binnen het domein van de rede te krijgen terwijl er steeds weer opnieuw nieuwe onzekerheden ontstaan;
  3. De sprong naar de kunst die de onzekerheid waarin we leven omzet in een kunstwerk dat onze verbeelding aan het werk zet, ons opnieuw leert zien, opmerkzaam maakt of van iedere gedachte of beeld iets bijzonders weet te maken;
  4. De sprong naar de depressie met de dood als ultieme consequentie wanneer men het absurde niet kan accepteren.

Dat laatste lijkt me niet zo’n goed plan en scenario 1 zal ongetwijfeld goed liggen bij diegenen die voor religie ontvankelijk zijn. Mij trekken scenario 2 en 3 echter het meeste aan, en omdat scenario 2 nog een lange weg te gaan heeft voordat het met oplossingen komt, zou ik het liefst willen inzetten op scenario 3.

De sprong naar onze verbeelding kan ons een spiegel voorhouden en helpen de problemen en dilemma’s die de huidige crisis met zich meebrengt te doordenken en de moed en kracht geven te durven leven. Onze verbeelding kan ons helpen om te gaan met ons onbehagen nu we niet meer kunnen leven zoals we gewend waren en de moed geven te durven leven. Wel lastig nu de hele culturele sector plat ligt maar ik troost me met de gedachte dat juist ten tijde van crisis kunstenaars geïnspireerd worden tot het maken van kunst waar wij dan zo weer van mogen genieten …

Het wordt nooit meer hoe het was…

De ongerepte natuur.

Twee jaar geleden bezocht ik de in de Schirn Kunsthalle in Frankfurt de tentoonstelling Wildnes waar het thema ‘wildernis’ vanuit verschillenden invalshoeken werd behandeld. Deze tentoonstelling bevatte werk van kunstenaars die de natuur als onderwerp hadden zonder de natuur die zij uitbeelden zelf bezocht te hebben. De samenstellers van deze tentoonstelling stellen dat ‘de wildernis’, d.w.z. de ongerepte, niet door middel van menselijk handelen veranderde natuur, niet meer bestaat. Sinds de mensheid met haar expansiedwang alle bergen heeft beklommen, alle zeeën heeft bevaren en alle werelddelen ter eigen nut geëxploiteerd is er op aarde geen echte ongerepte wildernis meer en bestaat de wildernis alleen nog maar in onze verbeelding. En zelfs al zouden er ergens nog ongerepte stukken natuur zijn dan nog zorgen wij door onze beïnvloeding van het klimaat ervoor dat deze natuur aan zijn oorspronkelijke waarde heeft ingeboet. De mens heeft de natuur naar zijn hand gezet ten eigen voordeel en daardoor is er nergens meer ongerepte natuur te vinden.

De kolonisatie van ons ecosysteem.

De filosoof Peter Sloterdijk beschrijft in zijn boek ‘Wat gebeurde er in de 20e eeuw?’ de verschillende fasen van de exploitatie van de natuur door de mens. Voor de agrarische revolutie paste de mens zich aan zijn omgeving aan, toen hij echter dieren ging domiciliëren en inzetten op het land en als transportmiddel ging inzetten nam de impact van de mens op de natuur toe en tijdens de industriële revolutie, door de uitvinding van stoommachines en de elektriciteit, steeg deze impact exponentieel met alle kwalijke gevolgen voor de kwaliteit van onze leefomgeving van dien.

Deze, door de mens niet beoogde ontwikkelingen, hebben geresulteerd in een wereldwijde klimaatverandering vanwege de toegenomen CO2-uitstoot waardoor, volgens de deskundigen, de temperatuur zal gaan stijgen wat grote gevolgen zal hebben voor ons ecosysteem zoals de stijgende zeespiegel en de veranderingen in onze biodiversiteit. Peter Sloterdijk stelt dat, zelfs als we vanaf nu zouden stoppen met de C02-uitstoot, het nog 3.000 tot 4.000 jaar gaat duren tot de aarde weer op zijn oude niveau is. Zonder dat we het beseffen zijn we al decennia bezig geweest de omstandigheden waaronder we kunnen leven af te breken, een onomkeerbaar proces met grote impact dat niet makkelijk te stoppen is.

De Covid-19 pandemie.

En daar is dan nu de corona pandemie bijgekomen. Terwijl de klimaatverandering een jarenlang durend proces is, heeft de Covid-19 pandemie plots wereldwijd toegeslagen en merken we de de gevolgen hiervan. En, in tegenstelling tot de klimaatverandering, worden we direct met de gevolgen geconfronteerd. Viroloog Ab Osterhaus voorspelt in een interview in de Volkskrant van 19 december 2020 dat er in de komende dertig jaar meer pandemieën zullen komen die zelfs nog dodelijker zullen zijn dan Covid-19. Als oorzaak hiervoor noemt hij de ontwikkeling dat de wereld in toenemende mate verkeerd in elkaar zit, omdat wij een heleboel dingen fout doen, zoals vliegen, ontbossen, vlees eten en dergelijke. Dat leidt er onder meer toe dat het klimaat verandert. Je ziet het aan het stijgen van de temperatuur van het zeewater, aan veranderende golfstromen in de oceanen, aan het smelten van de ijskappen aan de polen, aan de vogels die op een andere manier gaan migreren, en aan allerlei bewegingen waardoor infecties ineens voorkomen in gebieden waar ze nooit eerder voorkwamen. Dit leidt tot een snelle verspreiding van virussen door de explosie aan contactmomenten veroorzaakt door onze toegenomen mobiliteit.

Vogels zijn lang de meest mobiele soort geweest. Zo vliegt de rosse grutto in één keer vanuit zijn broedplaats in Alaska naar zijn winterverblijfplaats in Nieuw-Zeeland en vliegt hij daarbij rechtstreeks over de Grote Oceaan, een afstand van meer dan 10.000 kilometer en dat doet hij al tienduizenden jaren. De afgelopen eeuwen is onze mobiliteit echter enorm toegenomen en met de komst van de vliegmachine is de mens de meest mobiele soort geworden die er bestaat en worden mensen en goederen op grote schaal wereldwijd verplaatst. Toen de Europeanen begin 16e eeuw Amerika veroverden namen ze op hun zeilschepen allerlei besmettelijke ziekten mee waartegen de plaatselijke bevolking niet bestand was. En dat zorgde ervoor dat een eeuw nadat de eerste kolonisten in Amerika aankwamen de inheemse Amerikaans bevolking met 90% afgenomen was voornamelijk veroorzaakt door deze ziektes waartegen hun afweersysteem niet bestand was , aldus Yuval Noah Harari in Sapiens. Door de toegenomen mobiliteit van mensen kan een virus zich nu in zeer korte tijd wereldwijd verspreiden, ongerepte gebieden die niet bevattelijk zijn tegen een wereldwijde pandemie bestaan er niet meer, net als de ongerepte natuur.

Het verband tussen de klimaatverandering en de Covid-19 pandemie.

Het ontstaan van het Covid-19 virus in Wuhan is dus geen toevallige mutatie maar gevolg van onze eigen expansiedrift dat het ons ecosysteem in de war heeft gebracht en onderdeel is van een al langer durende ontwikkeling waarbij de kolonisatie van onze omgeving een verstoring van ons ecosysteem tot gevolg heeft gehad. Dit heeft geleid tot een onomkeerbare klimaatverandering en en het ontstaan van nieuwe pandemieën met hun verwoestende werking op korte termijn. Viroloog Marion Koopmans stelde in een interview in de Volkskrant dat virussen de bewakers zijn van ons ecosysteem, daar waar een virus opduikt zit er iets goed mis in onze relatie met ons ecosysteem.

De arts en viroloog Marli Huijer is het met Marion Koopmans eens en in een artikel dat ze in de Volkskrant van 29 december met de kop ‘Wijzer door corona’ stelt ze dat virussen de de samenhang en relaties tussen de verschillende menselijke en niet-menselijke soorten die de aarde bevolken beïnvloeden. Wanneer één soort, in het geval van Covid-19 de menselijke, zich onevenredig veel toe-eigent ten kosten van andere soorten, ondergaat het ecosysteem veranderingen die op de soort zelf kunnen terugslaan. Ingrijpen in ons ecosysteem, hoe goed bedoeld ook, geven vrijwel altijd nevenschade, nieuwe ziekten zijn daarvan slechts één voorbeeld.

Hoe verander je ons gedrag?

Dat gedragsverandering op individueel niveau is al lastig laat staan als je gedragsverandering collectief voor elkaar wil krijgen. Als je kijkt naar de landen die het succesvolst zijn in het bestrijden van het Covid-19 virus zijn dat vooral totalitaire regimes zoals China. Wuhan is maandenlang in lockdown geweest en dat betekende maandenlange isolatie van iedereen, een drastische ingreep op de persoonlijke vrijheden die in het Westen niet goed toepasbaar is. Dan blijft er voor de overheid niets anders over dan haar beleid te richten op gedragsverandering, zoals Jaap van Dissel stelt in een interview in de Volkskrant van 24 december 2020.

En daar hebben we in Nederland veel ervaring mee, neem bijvoorbeeld de overheidscampagnes gericht op het stoppen met roken, bovenmatig alcohol drinken of het voorkomen van obesitas door gezondere voeding en meer beweging. Deze campagnes hebben meestal pas na jaren effect terwijl er altijd een significante groep over blijft die in het ongewenste gedrag blijft volharden. De uitdaging die we dus hebben is naar manieren te zoeken om ons gedrag zodanig te veranderen dat de impact van ons gedrag op ons ecosysteem minder groot is.

Marli Huijer zoekt de oplossing van dit probleem in het actief zoeken naar vormen waarbij onze leefstijl geen bedreiging meer is voor ons ecosysteem en we verantwoord kunnen samenleven met de vele soorten waarvan de menselijke soort afhankelijk is. En dat lukt in onze Westerse samenleving dus niet door wetgeving en/of repressie en is volgens Marli Huijer meer een taak voor deskundigen uit de economie, biologie en de sociale en geesteswetenschappen.

Het dualisme van het menselijke gedrag.

Aangezien ik zelf socioloog ben pak ik deze handschoen op en ben ik te rade gegaan bij een aantal sociologen die zich bezig hebben gehouden met het moeilijk te begrijpen dualisme in de mens, dat ze soms logisch – rationeel handelen, en soms ondoorzichtig en irrationeel. Raymond Boudon schreef in 1978 een boek over dit onderwerp, ‘De logica van het sociale’, dat ik tijdens mijn studie heb gelezen waarin hij dit dualisme verder uitwerkt naar aanleiding van het werk van de sociologen Max Weber, Vilfredo Pareto en Emile Durkheim.

Max Weber maakt een onderscheid tussen doel rationaliteit, ons logische handelen, en waarde rationaliteit dat vooral die handelingen bevat die ogenschijnlijk geen einddoel hebben. Pareto heeft geprobeerd op basis van dit onderscheid een individuele gedragstheorie op te stellen waarbij hij een onderscheid maakte tussen gedrag dat we, vanuit ons eigen perspectief, logisch ofwel rationeel vinden en gedrag dat we niet logisch ofwel irrationeel vinden.

Een andere socioloog die met deze individuele gedragstheorie in verband kan worden gebracht is Emile Durkheim die stelde dat onze individuele gedragingen alleen met een verwijzing naar de social omgeving van een individu kunnen worden verklaard. Voor Durkheim was één van de de voornaamste doelstellingen van de sociologie het bestuderen van de complexe invloed van de structuur van onze interactie-systemen op ons gedrag en onze gevoelens van de actoren waaruit deze systemen zijn opgebouwd. Het gedrag van iemand wordt in sterke mate beïnvloed door zijn eigen leefomgeving, ‘Bubble’ zouden we tegenwoordig zeggen. Dit betekent niet dat de sociale omgeving van iemand diens gedrag bepaalt, ieder individu probeert de beslissing te nemen die het best past bij de zijn belangen zoals hij die ziet.

Mijn conclusie op basis van het voorafgaande is dan dat het is niet aan ons is om te beoordelen of andermans handelen logisch of onlogisch is, dat wordt vooral bepaald vanuit de sociale context waarin we leven. Daarom is het veranderen van individueel gedrag erg lastig als de sociale omgeving waarin men leeft er uitgesproken denkbeelden op nahoudt. Gedragsverandering gebeurt pas als jou belang en dat van de sociale omgeving waartoe jij behoort niet meer samenvallen.

Een goed voorbeeld daarvan is de manier waarop in het sterk gepolariseerde Amerika mensen zich gedragen ten opzichte van de maatregelen met betrekking tot Covid-19. Ben je een aanhanger van Donald Trump dan doe je niet aan ‘social distancing’ en draag je geen mondkapje omdat dat vanuit de context van de aanhangers van Trump logisch gedrag is dat ze onderbouwen met met name politieke argumenten die onder de aanhangers als rationeel en valide worden beschouwd. Voor de aanhangers van de democraten is dat juist andersom, zijn beroepen zich op de wetenschap en vinden deze voorzorgsmaatregelen noodzakelijk en het gedrag van de tegenstanders irrationeel, een onoverkoombare brug tussen beide partijen.

In ons eigen land zie je dit dualisme ten aanzien rationeel en irrationeel handelen ook terugkomen in de politiek. Minister van Justitie Ferd Grapperhaus zijn uitglijder tijdens zijn bruiloft zich niet te houden aan de maatregelen die hij zelf moet handhaven was funest voor het draagvlak van het corona beleid in de samenleving. Als minister is hij verantwoordelijk voor de handhaving van de corona maatregelen en doet hij een appel op ons om ons gedrag aan te passen maar in de context van zijn eigen familie blijk hij zich niet aan deze maatregel te houden. Ook de vakantie naar Griekenland door onze Koning en zijn gezin, terwijl iedereen geadviseerd werd niet te reizen als dat niet strikt noodzakelijk was, heeft veel impact gehad op het draagvalk in de samenleving van het overheidsbeleid. Blijkbaar maken zowel Grapperhaus als de Koning heeft de politieke context van hun werk geen impact op hun individuele gedrag in hun privé-leven. Als onze leiders zelf niet doen wat ze ons verplichten is dat een politieke doodzonde omdat velen op basis van dit gedrag het overtreden van de regels zullen rechtvaardigen.

Onzekerheid als voedingsbodem voor het irrationele.

Het verlangen naar vroeger en dat alles weer wordt zoals het toen was overheerst nog steeds bij velen. Je moet ook wel sterk in je schoenen staan het gedrag dat je jarenlang als vanzelfsprekend hebt ervaren over boord te zetten en in plaats daarvan iets anders te gaan doen waarvan je niet zeker weet of jouw individuele bijdrage ook leidt tot een betere toekomst. Het enige dat we zeker weten is dat het nooit meer wordt hoe het was maar waar we naartoe op weg zijn en hoe we daar aan bij kunnen dragen is verdomd lastig…

Volgens Henri Beunders, emeritus hoogleraar aan de Erasmus Universiteit stelt in een ingezonden stuk in de Volkskrant van 31 december 2020 lijkt Corona de rationeel geachte staat en wetenschap machtiger te maken dan deze toch al waren. Maar tegelijkertijd groeit door de corona groeit het gevoel voor het niet voorspelbare, tragische element in het bestaan dat de middeleeuwer zo eigen was. Topvirologen werden verast door corona, en voorspellen nu de komst van ‘Disease X’ maar het wanneer en hoe daarvan kunnen ze niet voorspellen. Alle kennis is dus voorlopig en de onzekerheid blijft, ook bij wetenschappers.

Beunders denkt dat zorgt voor existentiële angst in de samenleving en dat dit een spiritueel levensgevoel zal doen herleven, in tijd evan crisis en onzekerheid vallen mensen terug op hun geloof. Michel Houellebecq zegt het zo: ‘Ik ben de schrijver van een nihilistisch tijdperk en van het leed dat uit het nihilisme meekomt. Men kan zich dus voorstellen dat mensen bij het lezen van mijn boeken ontsteld terugdeinzen en zich op een ander geloof storten.’ Om die reden is de kans groot dat er meer aandacht komt voor de ‘irrationele deugden van geloof, hoop en liefde’ en wordt het tijd het irrationele weer serieus te nemen.

Het wordt nooit meer hoe het was

Gedragsverandering is dus lastig, zeker als je gedrag in grote mate wordt bepaald door je leefomgeving. De enorme impact die de corona pandemie heeft op onze samenleving en de onzekerheid die dit met zich meebrengt zet veel in beweging en dat is niet alleen maar negatief maar heeft ook een aantal positieve effecten gehad zoals het feit dat veel mensen thuiswerken en minder zijn gaan reizen. Zoals op 31 december 2020 op de voorkant van de Volkskrant stond:

Gedrag dat vorig jaar rond deze tijd nog heel normaal was, is ineens vreemd geworden. En wat vreemd was is normaal geworden’.

Wat de impact van het coronavirus op ons gedrag op de lange termijn zal zijn is onvoorspelbaar. Hoogst waarschijnlijk zullen een paar zaken structureel veranderen en nooit meer zo zijn als vroeger maar veel zal ook weer hetzelfde zijn zoals in het verleden wel vaker is gebeurd na grote oorlogen, natuurrampen en pandemieën.

Ik zag deze week op BBC News een jaaroverzicht van de Travel Show met Ade Adepitan waarin hij samen met andere reizigers die van reizen hun werk hebben gemaakt terug kijken op 2020 en vooruitkijken op 2021. Aan het woord kwamen mensen die al een paar jaar de wereld rondreizen om alle landen ter wereld bezocht te hebben of leven van de opbrengst van hun foto’s op Instagram. Sommigen hadden na de uitbraak van de pandemie maanden vastgezeten op exotische bestemmingen en gevraagd naar hun toekomstplannen was niemand van plan deze bij te stellen. Het kwam net verder dan in plaats van meerdere reizen per jaar één grote reis of proberen een bestemming te bereiken waar je officieel niet naar toe toch te kunnen bezoeken omdat ze verwachten dat je in de landen waar het zo weer mogelijk is naar toe te gaan waarschijnlijk struikelt over de toeristen. Als het weer kan gaat iedereen weer reizen was de stelling.

Susan James: Spinoza on Animal Species

Vorige week een virtuele lezing bijgewoond georganiseerd door de Vanderbilt University in Nashville Tennesee, gastspreker was Susan James, professor in de Filosofie bij Birkbeck College, onderdeel van de University of London. Van tevoren haar paper toegezonden gekregen en gelezen en daarna naar een inleiding van Susan James geluisterd van 40 minuten gevolgd door de mogelijkheid vragen te stellen. Binnen een uur veel interessant gehoord en de 66 aanwezigen in de zoom meeting, afkomstig uit de hele wereld, stelden na afloop interessante vragen die haar verhaal aanvulden en zelfs bij Susan James tot nieuwe inzichten leidde. Mooi de wetenschap zich zo voor je neus te zien ontwikkelen.

De titel van Susan James paper was ‘Spinoza on Animal Species‘ en gaat over de stelling van Spinoza dat het onderscheid tussen dieren en mensen niet zozeer wordt bepaald door uiterlijke kenmerken maar door het vermogen van mensen om elkaar te beïnvloeden en sociale relaties met elkaar aan te knopen. Ten tijde van Spinoza werd er in Leiden, waar Spinoza vlak bij woonde, baanbrekend natuurwetenschappelijk onderzoek gedaan door wetenschappers als Jan Swammerdam en de Italiaan Narcello Malpighi die gebruik maakten van de uitvinding van de microscoop door Constantijn Huigens en Antoni van Leeuwenhoek. Hierdoor werd het mogelijk soorten te classificeren op onderscheidende fysieke kenmerken en dit riep bij Spinoza de vraag op wat dan het verschil tussen mensen en dieren is.

De gedachte dat de mens door God geschapen is naar zijn evenbeeld en dat de mens hoger in de hiërarchie staat dan dieren verdeeld de soorten in twee gescheiden cohorten maar zo gauw je de Goddelijke wil los laat valt de grens tussen de soorten weg en zijn wij gewoon een van de vele soorten niet meer of minder bijzonder dan de anderen. Door de toevoeging van Spinoza van de sociale interactie component verheft de mens zich weer boven de andere soorten en kan het haar wil aan anderen opleggen.

Toch zijn we daarin volgens Spinoza minder vrij dan we denken. De sociale interactie met de wereld om ons heen geeft ons de mogelijkheid onze doelen na te streven en afhankelijk van de interactie met anderen daarin meer of minder invloed te kunnen uitoefenen en meer of minder succesvol te zijn. Daar hebben we maar beperkt invloed op en Spinoza stelt dat het voor ons onmogelijk is ons streven te realiseren, als we iets bereikt hebben houdt ons streven iets te willen bereiken niet op en verschuift het doel direct weer door naar iets anders. Het blijft voor ons altijd aanmodderen zoals Rene Gudde ook al stelde.

Dat altijd maar iets willen nastreven zit er bij ons erg ingebakken en maakt het voor ons moeilijk er gewoon te zijn en niets te willen. We kunnen het niet laten steeds iets na te streven en zijn niet in staat de dingen gewoon te laten gebeuren zoals ze zich aan ons voordoen, iets wat dieren wel kunnen. Susan James noemt dat de vorm, ofwel de mal waarin we leven en opgesloten zitten en waar we niet uit kunnen ontsnappen. Neem bijvoorbeeld de emoties die we hebben of de levensfases die wij doorlopen, deze zijn voor onze soort uniform. Ieder mens kan jaloers zijn of angstig zijn en ontwikkeld zich van kind via de pubertijd naar volwassenheid, deze vorm is voor alle mensen hetzelfde.

Ik heb zelf twee kleinkinderen en zie dat nu zelf voor mijn ogen gebeuren. Eerst zijn die kleintje compleet van je afhankelijk en doen ze alles wat je wilt als je ze maar te eten krijgen en dan plots krijgen ze een eigen willetje, gaan ze vragen stellen en zeggen ze ineens NEE! De sociale interacties die we hebben vormen kinderen tot wie ze worden en bepalen hun karakter en mogelijkheden: een kind kan alleen maar leren praten als er tegen hem gepraat wordt. Gedurende ons leven doorlopen we allemaal dezelfde fasen en is de vorming van onze essentie bepaald door een complexe interactiestructuur die zich ontvouwd gedurende de loop van ons bestaan en deze vorm is niet overdraagbaar naar andere soorten.

De kern van het betoog van Susan James is dat wij mensen, in tegenstelling tot de dieren, een doel kunnen nastreven en dat we daarbij beter in staat zijn dit te realiseren als we dat samen met anderen doen. Het hebben van gezamenlijk ideeën – percepties – doet ons onderscheiden van dieren en stelt ons in staat dingen te veranderen maar de vorm – het kader waarin we dat doen – blijft voor iedereen hetzelfde: we zitten nu eenmaal gevangen in ons menszijn net zoals de dieren gevangen zitten in hun dier zijn. En dan valt het onderscheid tussen de soorten ineens weer weg…

Voor de geïnteresseerden hierbij de paper van Susan James:

La Pouëze

Aangeland in La Pouëze in een table d’ hōtes met alleen maar Fransen waagde ik het tijdens het diner de vraag te stellen wie van de aanwezigen geloofde dat er na de dood nog iets anders bestaat dan het niets. Ik zat per slot van rekening in het dorp waar Sartre en De Beauvoir tijdens de tweede wereldoorlog regelmatig verbleven, Sartre Huis Clos schreef en Simone de Beauvoir lange wandelingen maakte langs de rivieren de Erdre en de Brionneau, daar zou zo’n vraag een mooi aanleiding moeten zijn voor een goed gesprek tijdens het diner was mijn gedachte.

Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Geschokt en vol onbegrip keken ze mij aan alsof ik uit een andere wereld kwam.. Natuurlijk is er ‘iets’ na de dood, over het ‘wat’ kun je discussiëren vonden mijn tafelgenoten, maar ze wisten met zekerheid te stellen dat het na de dood niet afgelopen is. De een omdat ze nu eenmaal katholiek was en de ander omdat hij geloofde in zen en yoga en spirituele ervaringen had gehad die hem ervan hadden overtuigd dat er meer is dan we kunnen bevatten. Geen van de Fransen begreep hoe je kan leven zonder geloof in een leven na de dood want waar haal je dan je normen en waarden vandaan?

Een heftige discussie dus op basis van mijn vraag en ik legde mij uit dat je volgens mij als mens wel degelijk een betekenisvol leven kan leven als je niet in een alwetende en almachtige God gelooft die ons bevattingsvermogen te boven gaat. Je normen en waarden haal je uit de omgang met de anderen om je heen die je vormen tot wie je bent.en daar heb ik geen hogere macht voor nodig. Ronduit schokkend vonden ze deze redenering, het existentialisme is blijkbaar helemaal verdwenen in het land van Sartre, De Beauvoir en Camus.

Waar hebben ze het dan wel over die Fransen aan de dis? Vooral over waar ze vandaan komen, wat ze van het eten vinden en hun favoriete onderwerp, de wijn! Elke keer als er een nieuw gerecht wordt opgediend bespreken ze de ingrediënten, hoe ze dit gerecht in hun eigen streek maken en wat ze er van vinden. Op een gegeven moment werd er tijdens het diner een tweede fles van dezelfde wijn opengemaakt en de dame die het eerste van deze wijn dronk keek zuur en zei dat de fles niet goed was. Er volgde een hele discussie over de fles en uiteindelijk werd de wijn, nadat iedereen deze tweede fles had geproefd, toch goedgekeurd, een serieus spel van proeven en discussiëren waarbij iedereen kon laten zien wie hij of zij was.

Drie gasten de we op deze manier hebben leren kennen werkten in Frankrijk in de zorg en hadden nu voor het eerst sinds de lock down een paar dagen vrij. Vergeleken met de Nederlandse lock down was die totaal en met een enorme impact op zowel hun werk als privé leven. Zo moest een verpleegster een lange tijd met één mondkapje werken en lange dagen maken terwijl haar partner meer dan 100 km verderop woonde waardoor ze elkaar zeven weken niet konden zien.

Onder zulke omstandigheden wil je natuurkijk liever even genieten van de Franse keuken dan moeilijke gesprekken te voeren over het existentialisme met een Nederlander die al die tijd zonder al te veel risico online les heeft gegeven..

Een merkwaardige zomer deze zomer van 2020.

Dat ellendige ikje

Interview met de schrijver Sander Kollaard, ‘Ik heb een scherp oog voor ziekte en slijtage’, NRC Weekend, 27 – 28 juni 2020.  

‘Dat lijkt me een natuurlijke behoefte: je wilt niet meer alleen dat ellendige ikje zijn, je wilt onderdeel zijn van het grote verhaal. Liefst een waar verhaal, voor zover we kunnen weten wat waar is, natuurlijk.’

Nog niets van Sander Kollaard gelezen maar las wel een mooi interview met hem in het NRC en deze uitspraak bleek hangen. Het individu versus het grote verhaal dat alleen kan voortbestaan via de anderen die dit verhaal met je delen. Niet op zoek dus naar je eigen verhaal maar het collectieve dat betekenis geeft aan het leven van allen die het delen.

Psychiater Dirk de Wachter uit ‘De kunst van het ongelukkig zijn’.  

‘Streven naar geluk als levensdoel is een vergissing. Streven naar zin en betekenis is daarentegen waar het in het leven om draait’.

Het streven naar geluk is een individuele zaak en als levensdoel moeilijk te bereiken, iedereen geeft daar zijn eigen betekenis aan. Hele volksstammen zijn op zoek naar dit geluk en er is een hele boekenkast volgeschreven aan zelfhulpboeken die allemaal de pretentie hebben dit ongrijpbare geluk dichterbij te brengen. Zin en betekenis zijn echter begrippen die je kunt koppelen aan het grote verhaal zoals Sander Kollaard het noemt. Zin en betekenis krijgt het leven als je samen met anderen een verhaal deelt en je je verbonden voelt met elkaar. Door ons communicatieve handelen wordt in het dagelijks leven al communicerend onze leefwereld tot stand gebracht en krijgt ons leven betekenis. Geluk is iets ongrijpbaars en een individuele ervaring terwijl zin en betekenis ontstaan door de interactie tussen mensen.

Emily Esfahani Smith geciteerd uit haar boek ‘De kracht van betekenis’ in een artikel van Margreet Vermeulen ‘We mogen weer ongelukkig zijn’ in Sir Edmund 30 december 2017.

‘Het najagen van geluk leidt ons af van zaken die meer voldoening en bevrediging geven. Mensen die geluk nastreven zijn eigenlijk op zoek naar betekenis, ze willen zich verbonden voelen met anderen, een doel hebben in het leven, iets bijdragen aan de gemeenschap, zin ervaren. Geluk is daarvan een bijproduct.’

Emily Esfahani Smith voegt een nieuwe dimensie toe en ziet geluk en betekenis niet als elkaar uitsluitende begrippen maar stelt dat mensen die geluk nastreven eigenlijk op zoek zijn naar betekenis. Hierdoor is het streven naar geluk niet alleen een individuele zaak maar ligt achter het streven naar geluk een verlangen verbonden te zijn met elkaar en iets te kunnen bijdragen aan de samenleving. Wanneer je alleen op zoek bent naar een individuele piekervaring of een geluksgevoel dan streef je dus eigenlijk onbewust naar zin en betekenis door onderdeel te worden van een gemeenschap die collectief een gemeenschappelijk verhaal deelt. Vandaar het succes van de vele goeroes die spirituele groei beloven aan hun volgelingen.

Donald Trump, June 26th 2020 when asked about his plans for his second term.

‘Well, one of the things that will be really great, you know, the word experience is still good,” Trump said while turning to the audience. “I always say talent is more important than experience. I’ve always said that. But the word experience is a very important word. It’s an, a very important meaning.’

Donald Trump is natuurlijk het grote voorbeeld van het doorgeslagen ‘Ikje’ dat alleen maar op zoek is naar het geluk voor zichzelf en zijn naasten en totaal geen ‘Groot Verhaal” in zijn bagage heeft. Gevraagd om een visie op zijn tweede regeringstermijn kwam hij met een verhaal over talent en ervaring en dat zijn allemaal individuele begrippen. Bij het toelaten van arbeidsmigranten wil Trump dat er niet alleen naar ervaring wordt gekeken (=bewezen kwaliteit) maar is talent (=subjectief oordeel) volgens hem belangrijker. Zijn missie voor de volgende regeerperiode samenvatten als alleen maar MAGA (Make Amercian Great Again) is wel erg mager en heeft, Trump kennende, alleen maar te maken met de beurswaarde en niets met de Amerikanen met elkaar verbinden. Zou Donald Trump de afgelopen 3,5 jaar in het Witte Huis uit gelukkig zijn geweest? Ik heb hem in ieder gelaat in al die tijd niet zien lachen…

Showcase - Door het Ik-tijdperk

Homo Sociologicus

Tijdens een persconferentie deze week, uitgezonden door CNN,, Andrew Cuomo, dat zijn corona crisisteam bij de afweging om tot een lock down over te gaan een risico analyse had gemaakt en dat ze zich meer zorgen hadden gemaakt over de vraag of de ‘essential workers’ hun werk zouden blijven doen dan over de vraag of de rest van de bevolking thuis zou blijven. Wat zou er gebeurd zijn als de werkers in de gezondheidszorg thuis zouden blijven omdat ze tijdens hun werk niet het risico wilden lopen besmet te raken? En wat zou er gebeuren als de politie en de brandweer om dezelfde reden hun werk niet meer zouden doen en er geen mensen meer zouden zijn voor de handhaving?

Deze angst bleek ongegrond, vertelde Cuomo. Tot verbazing van het crisisteam gingen alle onmisbare mensen in de zorg, bij de politie en brandweer, maar ook degenen die werkten in het transport en de distributiesector gewoon aan de slag ondanks het risico dat ze daarmee liepen en zonder zich te beklagen of meer salaris te eisen om dit risico te compenseren. Puur rationeel gedacht hadden deze ‘essential workers’ immers ook kunnen besluiten dat de voordelen van thuis blijven opwegen tegen de nadelen die het naar hun werk met zich mee zou brengen en daarvoor een compensatie kunnen eisen. Zeker in de Amerikaanse samenleving, waar de marktwerking in alle sectoren leidend is, zou je dit kunnen verwachten.

In tijden van crisis gedraagt de mens zich dus eerder als Homo Sociologicus dan Homo Economicus. Het fundament van de Homo Economicus is dat de mens, al naar gelang de middelen waarover ze beschikt, de best mogelijke keuzes maakt op basis van zijn voorkeuren. De Homo Sociologicus zal, staande voor een keuze, niet doen wat hij het liefst wil, maar doen wat de gewoonte en waarden die door zijn omgeving hem voorschrijven, ook al gaat dat tegen zijn eigenbelang in. Waar de grondslag van de Homo Economicus het logisch handelen is, is dat van de Homo Sociologicus het niet logische handelen.

Een mooie observatie van Andrew Cuomo maar tegelijkertijd geeft het aan dat zo’n crisisteam dus blijkbaar totaal geen zicht heeft op het niet logische handelen van de mensen waarvoor zij beleid maken. Blijkbaar staan de beleidsmakers en politici die in zo’n team zitten te ver af van de praktijk om hier zicht op te hebben.

Hoe te leven in tijden van grote onzekerheid?

Inmiddels zijn we al weer twee maanden verder na het uitbreken van de corona crisis en is er veel veranderd. De musea zijn dicht evenals theaters, bioscopen en restaurants onze leefwereld is plots ingeperkt tot onze naaste omgeving en 1,5 meter afstand tot anderen. Tijd dus voor reflectie, goede 1 op 1 a 2 gesprekken met anderen en het lezen van boeken waar je nooit eerder aan toekwam.

Een van de boeken die ik de afgelopen periode las was de ‘Kritiek van de cynische reden’ van Peter Sloterdijk verschenen in 1983. Sloterdijk stelt dat ‘perioden van chronische crisis van de menselijke levenswil eisen dat hij de status van permanent onzekerheid  accepteert als onvermijdelijke achtergrond van zijn streven naar geluk’. Dan wordt het tijd voor kynisme; dat is de levenskunst van de crisis: ‘kynisme houdt geen scepsis of relativisme in maar vrijpostigheid of durf waarbij het gaat om de moed de problemen en dilemma’s die de crisis met zich meebrengt te doordenken maar ook om de moed te durven leven.

Als je een diagnose zou maken van onze samenleving na de overrompelende uitbraak van het coronavirus zou je kunnen stellen dat de samenleving in zijn geheel ziek is en genezing op korte termijn niet mogelijk is waardoor we ons in een periode van grote onzekerheid bevinden: iedereen kan plots slachtoffer zijn. Echte oplossingen zijn op korte termijn niet te verwachten tot er een vaccin is gevonden behalve dan door ingrijpende maatregelen te nemen die betrekking hebben op ons gedrag en de manier waarop we met elkaar samenleven om de kans op besmetting of overlijden te verlagen. En daarmee hebben we niet alleen te maken met een een medische kwestie maar ook met een gedragskwestie. En ook al zou de huidige covid-19 pandemie door het beschikbaar komen van een vaccin opgelost kunnen worden, dan nog is het verstandig de wijze waarop we ons verhouden tot elkaar aan te passen, al was het alleen maar omdat toekomstige, nog veel ernstigere pandemieën niet uit te sluiten zijn.

Kortom, willen overleven vraagt aanpassen van onze levensstijl, aanvaarden dat je dingen niet kunt veranderen en binnen dat aanvaarden van de omstandigheden actief en strijdbaar zijn en een nieuwe vorm weten te vinden waarop mens en werkelijkheid zich met elkaar kunnen verhouden.

De grote vraag is nu: hoe moet je leven in tijden van grote onzekerheid? De Franse filosoof Albert Camus stelt eveneens deze vraag in ‘De mythe van Sisyphus’ met als ondertitel ‘Een essay over het absurde’. Camus stelt dat wij allemaal verlangen naar duidelijkheid omtrent ons bestaan maar daar geen duidelijk antwoord op krijgen waardoor het absurde ontstaat: de mens heeft een hevig verlangen naar waarheid en vraagt om een antwoord maar de wereld zwijgt op een onredelijke wijze. En naarmate de onzekerheid groter wordt, zoals nu het geval is, wordt de vraag hoe te leven steeds urgenter.

Hoe los je dit nu op? Camus komt in zijn essay met vier scenario’s:

  1. De sprong naar religie waardoor het irrationele en onverklaarbare betekenis krijgt, vroeger een vertrouwd concept;
  2. De sprong naar verklaren in een eindeloze poging alles wat niet verklaard kan worden binnen het domein van de rede te krijgen terwijl er steeds weer opnieuw nieuwe onzekerheden ontstaan;
  3. De sprong naar de kunst die de onzekerheid omzet in een kunstwerk dat ons opnieuw leert zien, opmerkzaam maken of van iedere gedachte of beeld iets bijzonders weet te maken;
  4. De sprong naar de depressie met de dood als ultieme consequentie wanneer men het absurde niet kan accepteren.

Dat laatste lijkt me niet zo’n goed plan en scenario 2 en 3 trekken mij het meeste aan maar omdat scenario 2 nog een lange weg te gaan heeft voordat het met oplossingen komt zou ik het liefst willen inzetten op scenario 3. Maar waarschijnlijk zal scenario 1 voor veel mensen ook zo zijn aantrekkelijke kanten hebben.

Kunst kan ons een spiegel voor houden en helpen om te gaan met ons onbehagen nu we niet meer kunnen leven zoals we gewend waren.

Alleen de kunst kan ons redden

De recente discussie over het tonen van een vrouwelijk naakt van Edgar Degas in het Van Gogh Museum, maar ook berichten uit de VS dat in een aantal particuliere musea bepaalde schilderijen als aanstootgevend worden gezien en daarom niet worden tentoongesteld, toont aan dat de museale wereld onder druk van de commercialisering van de kunstmarkt zelfcensuur toepast. Voor mij, opgegroeid in de jaren zestig, heeft kunst altijd een taboedoorbrekende en emancipatoire functie gehad en daar worden nu dus blijkbaar beperkingen aan opgelegd door de museale wereld die steeds meer afhankelijk is geworden van subsidies en sponsoring door grote bedrijven.

Ook op andere terreinen heeft het bedrijfsleven invloed op wat wel en niet toegestaan is zoals ik zelf een tijdje geleden heb ervaren toen een foto door mij gemaakt gemaakt tijdens een tentoonstelling van werk van Erwin Olaf in he Haags Gemeentemuseum (sorry, tegenwoordig Museum Den Haag, ook weer zo’n marketing dingetje) door Instagram verwijderd werd met het dreigement dat als ik nog éen keer zo’n foto zou publiceren mijn account verwijderd zou worden, daarmee mij dwingend tot zelfcensuur. Gelukkig heb ik een eigen website, hoewel, ook WordPress waarmee deze site gemaakt is zie ik in staat op een geven moment de content van mijn website te gaan controleren…

Foto Erwin Olaf

Vorige week bezocht ik in Amersfoort een lezing van Herman Pleij over zijn recent verschenen boek ‘Oefeningen in genot’ over de zijn ontdekking dat er naast de seksuele revolutie van de jaren zestig er ook nog éen is geweest rond 1500: ‘Ineens gingen de schrijvers toen helemaal los’. Volgens Pley hebben we te maken met een golfbeweging, tijden van preutsheid worden afgewisseld met tijden van lossere zeden en volgens hem zitten we nu weer in zo’n neergaande periode. Na afloop sprak ik hem kort en merkte ik op dat zijn boek erg deed denken aan het boek ‘Het Civilisatieproces’ van de socioloog Norbert Elias uit 1939, dit boek had hij tijdens zijn onderzoek inderdaad ook als bron gebruikt.

Over de rol en functie van de kunst in de maatschappij is door grote denkers in het verleden al veel geschreven. Zo maakte de filosoof Friedrich Nietzsche een onderscheid tussen het apollinische en het dionysische waarbij het apollinische staat voor de wereld volgens de morele rationale mens zoals dit tot uiting komt in de de schilderkunst, de architectuur en andere voorstellingen van onze verbeelding. En naast deze wereld is er de dionysische wereld van de buitengewone ervaringen van de mens die zijn existentiële grenzen overschrijdt zoals de muziek en de tragedie waar bij de menselijke wil  zich laat spreken.

Het belangrijkste uitdrukkingsmiddel van het apollinische is de taal – die zo zijn beperkingen heeft – terwijl het dionysische rechtstreeks binnenkomt, voor wie daartoe ontvankelijk is, zoals dat gebeurd bij de muziek en het theater en dus van een hoger orde is. Niet voor niks was Nietzsche jaloers op Wagner die uitmuntte in de muziek, iets wat hij zelf graag ook wilde maar na een aantal mislukte pogingen opgaf. Hij kon het moeilijk verdragen goed in iets te zijn (schrijven, filosofie) dat niet rechtstreeks tot je kwam maar via die de beperkingen van de taal.

Een dergelijk onderscheid vindt je ook bij oervader van de psychologie Sigmund Freud die een onderscheid maakt tussen Thanatos en Eros waarbij bij Thanatos – de doodsdrift – de ratio centraal staat en ons streven alles te beheersen en berekenbaar te maken, de domeinen van de wetenschap en de filosofie die tot doel hebben onze driften te sublimeren zodat onze driften niet de overhand hebben en wij binnen de rationele kaders van de wetenschap en de filosofie zinvol kunnen leven. Daartegenover staat Eros, de lust, de levensdrift, de kunst en de cultuur die tot uiting komt door de mimesis: de nabootsing, weerspiegeling of weergave van de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid waarbij het bijzondere of afwijkende niet aan het algemene wordt onderwerpen. Hierbij gaat het niet om de sublimering der driften maar juist om de de cultivering daarvan.

De socioloog en filosoof Jurgen Habermas voegde aan dit onderscheid tussen de ratio en het zintuigelijke een maatschappelijke dimensie toe door een onderscheid te maken tussen systeem en leefwereld. Het systeem staat daarbij voor onze materiële reproductie en kent de subsystemen economie en staat die moeten borgen dat niemand tekort komt en de reproductie systemen efficiënt ingericht zijn. Habermas constateert dat In de loop van de tijd deze systemen steeds complexer zijn geworden waardoor strategisch handelen en het bezitten van geld en macht steeds belangrijker zijn geworden waardoor de maatschappelijke ongelijkheid is toegenomen. Het neo-liberalisme is daar een uiting van.

De leefwereld staat hier los van en wordt gedomineerd door de subsystemen privé en politiek waar door het communicatieve handelen op basis van rationeel handelende argumenterende personen consensus ontstaat over een gemeenschappelijke werkelijkheidsdefinitie. Door de communicatieve processen die zich in deze twee domeinen tussen actoren afspelen wordt in het dagelijks leven al communicerend de leefwereld tot stand gebracht. De leefwereld omvat niet alleen cultureel overgeleverde interpretatiekaders zoals religie, kunst en cultuur maar bestaat ook uit de maatschappelijke instituties die deze leefwereld vorm geven.

Ondergrondse kunst in Iran

Terwijl de systeem wereld steeds complexer wordt en de invloed van de staat en de economie op onze leefwereld steeds groter wordt, worden de bij de leefwereld behorende subsystemen als religie en traditie steeds minder belangrijk waardoor onze leefwereld steeds meer uitgehold wordt en monetaire en bureaucratische middelen onze leefwereld binnendringen en kolonialiseren tegenwoordig geholpen door nieuwe middelen als resultante van het huwelijk tussen marketing en IT.

Het domein van de politiek is tegenwoordig volledig ingekapseld in de systeemwereld en ontdaan van haar ideologische component en binnengedrongen in onze leefwereld die daardoor wordt ingeperkt en ten koste gaat van onze verbeelding. Waar de taal drager van betekenis is en bepaald hoe de wereld aan ons verschijnt zouden kunst en cultuur onze leefwereld moeten verruimen en nieuwe gebieden doen betreden die nog niet ontgonnen zijn. Maar helaas is ook onze kunstwereld de laatste decennia sterk gekolonialiseerd door de systeemwereld en gedomineerd door de wereld van het grote geld en de marketing en willen musea vooral blockbusters als publiekstrekkers en is het voor nieuwe kunstenaars die niet commercieel denken moeilijk een plaats op de kunstmarkt te verwerven.

Habermas was daar pessimistisch over en had het in de jaren zestig al over het einde van de kunst net als Francis Fukuyama het begin jaren negentig over het einde van de geschiedenis had, daar heeft hij nu 30 jaar later toch echt ongelijk in gekregen. Kunst is er altijd geweest en zal altijd blijven hoewel de vorm verandert en steeds op onverwachte plekken in nieuwe gedaanten opduikt. Wellicht zijn onze huidige kunstinstituties wel niet de beste plekken om deze te tonen.

Toch is er hoop voor de kunst nu kunstenaars door het beschikbaar komen van allerlei nieuwe digitale kanalen hun werk aan een groot publiek kunnen aanbieden zonder afhankelijk te zijn van musea, kunstgalerijen of uitgevers. Een heel nieuw business model waarbij kunst rechtstreeks de toeschouwer kan inspireren en daarom potentieel een enorm machtig instrument om maatschappelijk invloed uit te oefenen: één video of post kan een enorme impact hebben op een groot publiek.

Kunstenaars moeten het aandurven nieuwe thema’s aan de orde te stellen zoals bijvoorbeeld het kolonialisme of de invloed van fake news op het maatschappelijke debat. Hoog tijd dat een nieuwe generatie kunstenaars opstaat om deze nieuwe thema’s aan de orde te stellen. Wellicht gebeurd dat echter al zonder dat de huidige kunstelite dat door heeft en noemen deze nieuwe kunstenaars zich vloggers of influencers in plaats van kunstenaar en zitten die nu met allerlei nieuwe kunstvormen te experimenteren in Senegal, Hanoi en Bogota en zijn ze geheel nieuw taboes aan het doorbreken waarvan wij het bestaan nog niet beseffen…

Susan Neiman, omgaan met de schaduwkanten van het verleden

Susan Neiman is een Joods Amerikaanse filosofe die tegenwoordig in Berlijn woont. Ze heeft uitgebreid geschreven over de morele filosofie van de Verlichting, metafysica en politiek, zowel voor het wetenschappelijke publiek als voor het grote publiek. Haar laatste boek, Learning from the Germans – Confronting Race and the Memory of Evil, verscheen in 2019 en komt voorjaar 2020 vertaald in het Nederlands uit en gaat over het verschil in verwerking van het verleden tussen Duitsland en de VS waarbij ze concludeert dat Duitsland daarbij vooroploopt. 

Neiman baseert haar boek op persoonlijke ervaringen, filosofische reflectie en gesprekken met zowel Amerikanen als Duitsers maar beschrijft ook voorbeelden van andere landen waar historische gebeurtenissen nog steeds controversies oproepen. De kern van Susan Neiman’s boek is dat Duitsland en de VS op verschillende manieren omgaan met hun (criminele) verleden (nazisme, slavernij) maar dat er ook een verschil is tussen de manier waarop voormalig Oost- en West-Duitsland met hun gemeenschappelijke verleden omgaan en dat, ondanks de hereniging, dit nog steeds in de Duitse samenleving doorwerkt. Daarbij veranderde in Duitsland in de loop van de tijd het perspectief op het verleden waarbij eerst de nadruk lag op het antifascisme en anticommunisme en later de Jodenvervolging het centrale thema werd. 

Wanneer je de Duitse verwerking van het nazi verleden vergelijkt met de manier waarop de VS met haar slavernijverleden omgaat dan is de bewustwording van de impact die de slavernij heeft gehad op de Amerikaanse samenleving in de VS nauwelijks van de grond gekomen en wordt het racisme dat ten grondslag lag aan de slavernij niet als crimineel gezien en is dit racisme daar nog steeds aanwezig in de samenleving. Wat dat betreft kunnen de Amerikanen nog heel wat leren van de Duitsers…

Centraal staat bij Susan Neiman het begrip ‘Vergangenheitsaufarbeitung’ dat impliceert dat het omgaan met de schaduwkanten van het verleden een werkwoord is en de verwerking van het verleden nooit voltooid zal zijn: je kan pas in het reine komen met je verleden als je de misstappen begaan in het verleden erkent. En dat proces houdt nooit op, ook toekomstige generaties zullen moeten leven met het bewustzijn dat het kwaad onderdeel is van hun geschiedenis. Susan Neimann citeert in haar boek dan ook met instemming Barack Obama tijdens een speech in Charleston bij de herdenkingsdienst voor negen mensen die door een 21-jarige schutter in een kerk werden doodgeschoten en die een racistisch motief had: ‘Gebruik de geschiedenis als een handleiding om de fouten gemaakt in het verleden te voorkomen’. 

Haar boek deed me denken aan het boek Grijs verleden – hoe wij na de oorlog steeds weer anders terugkijken op 40-45 van de Nederlandse historicus Chris van der Heijden. Van der Heijden is een deskundige op het gebied van de verwerking van de oorlog en ‘Grijs verleden’ gaat over wijze waarop vanaf 1945 de Tweede Wereldoorlog door de ogen van ons Nederlanders gezien wordt en dat is eveneens een interessante ontwikkeling. Van ontkenning, gewoon doorleven naar de discussie rond goed en fout – Menten, Aantjes – naar de wijze waarop we nu kijken naar de Tweede Wereldoorlog waarbij ook wij een omslag hebben gemaakt in de manier waarop op de oorlog terugkijken. Lag de nadruk vlak na de oorlog op de rol van het verzet, na de Shoah documentaire uit 1985 van de Franse filosoof en journalist Claude Lanzmann over de Holocaust, kwam de nadruk te liggen op de vervolging van joden, zigeuners, homo’s en politieke tegenstanders en de miljoenenmoord op onschuldige burgers.  Nu veel mensen de oorlog niet meer bewust hebben meegemaakt gaat onze aandacht langzaam verschuiven naar het lot van de Indiëgangers en de politionele acties. Dat onze aandacht verschuift blijkt bijvoorbeeld ook uit het thema van de 75ste herdenking van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, 75 jaar vrijheid. Het herdenken verschuift dus naar de achtergrond en de nadruk komt te liggen bij het besef dat in vrijheid leven belangrijk is en de moeite waard te verdedigen.

In de loop van de tijd verschuift dus ons perspectief op ons collectieve verleden en dat dit perspectief aan het veranderen is blijkt bijvoorbeeld ook uit een film als Er ist wieder da waarin Hitler op een komische wijze wordt neergezet. De in deze film uit de dood opgestane Hitler doet foute uitspraken die hard aankomen en die door het overwegend jonge publiek dat in de zaal zat toen ik deze film zag, komisch opgevat worden. Aan het eind van de film wordt een directe relatie gelegd met de opkomende vreemdelingenhaat en extreemrechts in Duitsland. In ditzelfde genre verscheen eind 2019 de eveneens komisch bedoelde film Jojo Rabit van de Nieuw-Zeelandse regisseur Taika Waititi waarin een eenzaam jongetje Adolf Hitler als fantasievriend heeft. Het jongetje woont samen met zijn moeder in een Duitse stad die door de Russen veroverd dreigt te worden en is lid van de Hitlerjugend. Op een gegeven moment ontdekt hij thuis een Joodse tienermeisje Elsa en dat zorgt dan weer voor de nodige verwarring bij hem maar ook komische momenten.

Vergelijk je deze films met de meer dan tien jaar geleden gemaakte Der Untergang met een voortreffelijke vertolking van Hitler door de inmiddels overleden Bruno Ganz, dan zie je dat Er ist wieder da en Jojo Rabit Hitler heel anders wordt neergezet. In Der Untergang wordt gepoogd een realistisch beeld van Hitler neer te zetten en komt hij er als persoon niet goed af, er valt niet veel te lachen in deze film. Ik heb deze film destijds vlak na het uitkomen in een bioscoop gezien aan de Kurfürstendamm in Berlijn en na afloop bleef het overwegend oudere Berlijnse publiek minutenlang stil in de zaal zitten en zag ik sommige ouderen met tranen in de ogen naar buiten lopen. 

Dat was wel anders na afloop van Er ist wieder da en Jojo Rabi’. Schijnbaar heeft er een kentering plaats gevonden met betrekking tot de visie op de betekenis van Hitler voor Duitsland, niet alleen met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog maar ook ten aanzien van zijn betekenis met betrekking tot de huidige politieke situatie in Duitsland, in het bijzonder de vluchtelingenproblematiek. Deze problematiek deelt de Duitse, maar ook onze samenleving op in ‘voor’ of ‘tegen’ en kijk je als toeschouwer vanuit je eigen perspectiefnaar deze film. En voor jongeren die deze film zien, zonder de bagage die ouderen hebben, kan ik me voorstellen dat er dan veel te lachen valt om de komisch neergezette Hitler.

In een recensie in de Volkskrant van 2 januari 2019 van de film Jojo Rabit stelt recensent Rob van Scheers dat er in de wereld van de komedie een wet is die luidt dat een komedie in de loop van de tijd overgaat in een tragedie als er genoeg jaren verstreken zijn: komedie = tragedie + tijd. Net als bij Napoleon, die ook behoorlijk wat op zijn geweten heeft, wordt Hitler dus steeds meer als historische figuur neergezet waar je grappen over kunt maken. 

Een interessant en actueel boek dus van Susan Neiman dat laat zien hoe de manier waarop we ons verleden verwerken lokaal sterk kan verschillen en eveneens aan veranderingen onderhevig is. Daarom bestaat ‘De’ geschiedenis niet en is het verleden geen verzameling van feiten en gebeurtenissen die objectief kunnen worden gepresenteerd in de vorm van één verhaal maar zijn er vele verhalen die steeds weer opnieuw in een andere vorm verteld moeten worden (naar Leo Vroman). 

Susan Neiman, Learning from the Germans – Confronting Race and the Memory of Evil, Penguin Random House UK, 2019.

Susan Neiman komt 18 oktober 2020 naar de ISVW in Leusden om over haar boek te spreken tijdens het Kitty van der Vliet Diversity Event. Kaartjes zijn verkrijgbaar op de site van de ISVW: https://isvw.nl/activiteit/diversity-event-2020/.

Wijze woorden

Zo aan het eind van de jaren tien en op de drempel naar de jaren twintig staan de kranten vol van terugblikken en toekomstvoorspellingen. Toen ik daar over nadacht kwam ik tot de conclusie dat de redenen waarom ik over een aantal onderwerpen fundamenteel anders ben gaan denken niet te maken hebben met de issues die door de politieke elite op de kaart zijn gezet maar door goed luisteren naar inspirerende onafhankelijke denkers en mijn eigen reflectie op de onderwerpen die ze op de kaart hebben gezet.

Daarom sluit ik dit decennium graag af met bovenstaande wijze woorden van Paolo Coelho en wens ik iedereen voor 2020 veel inspiratie en vooral:

Schoonheid disciplineert

Soms blijft een zin die je hebt gelezen lange tijd in je hoofd rondzingen en de stelling ‘Schoonheid disciplineert’ van Marilynne Robinson’s, uitgesproken tijdens een lezing over ‘Genade en schoonheid’ aan de Princeton University op 9 april 2016, is zo’n zin. Heb daar een tijdje over lopen nadenken.

Robinson definieert schoonheid als ‘de elegantie van de betekenisvolle complexiteit’ waarbij ‘elegantie’ de invulling is die ze geeft aan het begrip schoonheid en de ‘betekenisvolle complexiteit’ staat voor een complexiteit die bestaat uit vele soorten en lagen en die zichzelf ordent om effectief en tegelijkertijd vrij te kunnen zijn. Schoonheid is volgens haar een te complex begrip om in gewone taal te kunnen uitdrukken omdat taal niet in staat is de complexe gedachten die wij ervaren bij schoonheid op een eenvoudige manier uit te drukken.

Kunstenaars zijn beter in staat aan schoonheid vorm te geven omdat zij op een niet-talige manier door hun kunst ons een schoonheidservaring kunnen geven. Pogingen van kunstduiders om de schoonheid van kunst uit te leggen hebben daarom ook geen enkele zin omdat schoonheid zit in het zelf ervaren daarvan en dat is voor iedereen weer anders.

Door het ervaren van de schoonheid van een object krijgen wij een gevoel van volledigheid en voltooing waardoor ons menselijke bewustzijn door deze schoonheidservaring onze geest en het universum plots als één groot systeem ervaart. Marilynne Robinson noemt dit verschijnsel ‘entelechie’: het actieve principe van volledigheid of voltooing in een individueel object. De daaraan gerelateerde emotie is ‘genade’: het gevoel deel te hebben in de volheid van een daad of gebaar zodat de schoonheid daarvan als één geheel wordt ervaren.

Schoonheidservaringen brengen structuur aan in ons leven zodat we alles om ons heen tegen het licht van deze ervaringen kunnen beoordelen en classificeren zodat we op basis daarvan ons wereldbeeld kunnen bepalen. Schoonheid disciplineert dus en brengt in ons menselijke bewustzijn orde te midden van de chaos om ons heen en leert ons denken over het ondenkbare.

Omdat het ervaren van schoonheid een individuele ervaring is, bestaat er geen universele schoonheidservaring en spelen individuele, culturele en maatschappelijke factoren een rol waardoor de beleving van schoonheid voor iedereen sterk kan verschillen. De toegenomen internationalisering van onze samenleving heeft echter tot een uniformering van de schoonheidsbeleving geleid en daarbij spelen twee ontwikkelingen een belangrijke rol: de opkomst van de marketing en van de nieuwe media.

De marketing, uitgevonden in de Verenigde Staten, was oorspronkelijk bedoeld om producten aan klanten die daar behoefte aan hadden te kunnen verkopen en daarbij gebruikten bedrijven de media om via advertenties hun producten onder de aandacht te brengen. Daarbij maakten ze gebruik van het psychologische effect dat als je een product koppelt aan mooie en succesvolle mensen deze eerder bereid waren deze producten te kopen ook al hadden ze daar eigenlijk geen behoefte aan. Door het ontstaan van nieuwe media werd deze invloed van de marketing steeds groter en tegenwoordig gaat het niet meer alleen om het verkopen van producten maar eerder om het creëren van een behoefte die daar eerder niet was, mensen kopen dingen waar ze eigenlijk geen behoefte aan hebben.

Het succes van de marketing heeft ervoor gezorgd dat onze schoonheidsbeleving enorm is beïnvloed door wat wij dagelijks via alle media op onze af zien komen. Als je een product of dienst weet te koppelen aan de schoonheidservaring van je klanten kan dat een enorme impact hebben op je business. Denk maar aan sterke merken als Apple en Tesla waarvoor mensen in de rij staan hun producten te kopen en bij het lanceren van een nieuw product zelfs geen reclame meer hoeven te maken: het product zelf valt dan samen met de schoonheidservaring van de consumenten waarbij de prijs zelfs minder belangrijk wordt.

Deze invloed van de marketing op onze schoonheidsbeleving wordt steeds groter en vindt je ook terug in bijvoorbeeld de kunstsector en de politiek. De meest succesvolle kunstenaars tegenwoordig gebruiken marketingtechnieken om een miljoenenpubliek te bereiken maar ook iemand als Donald Trump is succesvol in het toepassen daarvan op zijn achterban: het maakt niet uit wat hij zegt of doet want zijn ‘brand’ is zo sterk dat zijn eigen achterban alles voor zoete koek aanneemt. Hierdoor is onze schoonheidservaring steeds meer een collectieve aangelegenheid geworden in plaats van een individuele.

Je weet maar nooit – of is het – zal je het ooit weten?

Mail aan een medecursiste van een filosofie cursus die ik een tijd geleden bezocht.

Beste Yvonne,

Leuk weer eens van je te horen en ik ga je essay zeker lezen, als ik er wat van vind laat ik het je weten. Ik heb zelf het plan om een essay over filosofie te schrijven laten varen omdat ik niet van plan ben met de filosofie verder beroepsmatig iets te gaan doen.

De filosofie is een groot vakgebied en als ik oorspronkelijk werk van filosofen lees bekruipt mij vaak het gevoel dat ze allemaal over iets anders praten, hun eigen begrippen apparaat hebben ontwikkeld en uiteindelijk niets toevoegen aan wat je bij andere wetenschapper de ‘Body of Knowledge’ noemt. Dan blijf je vaak als leek op dit vakgebied in verwarring achter en pak je maar weer het volgende boek of ga je naar de volgende lezing zonder dat je er echt iets mee opschiet. Het ergst zijn natuurlijk de randfiguren zoals ik die met een beperkte filosofische bagage ook nog eens mening over van alles en nog wat hebben. 

Ik ken iemand van mijn leeftijd die vorig jaar met een studie Filosofie bij de Universiteit Utrecht is begonnen en dat is me nogal wat. Dat is hard werken, veel lezen, moeilijke teksten doorgronden en opboksen tegen de intellectuele bagage van filosofen die al jaren zich in één bepaalde filosoof of één bepaalde richting hebben verdiept. En ondertussen heeft hij geen tijd voor andere zaken des levens dus daar begin ik niet aan! Mijn zin in het leven is te groot om mijn tijd te verdoen aan het zoeken naar de zin van het leven…

Mijn ambities met betrekking tot de filosofie zijn daarom niet meer zo groot maar wellicht gaat dat nog veranderen! Je weet maar nooit – of is het – zal je het ooit weten?

Met hartelijke groet en bedankt voor de essay!

Gerard Geerlings

%d bloggers like this: