‘Ik wil graag mensen helpen’

Zondagmiddag 1 maart 2020. Ik sta op de ladder met mijn snoeischaar de takken van mijn knotwilgen te snoeien als er ergens beneden mij aan de overkant van de straat een jongen op een tractor aan komt rijden en vraagt wat ik aan het doen ben. ‘Mijn bomen snoeien’, zeg ik, ‘Het is lekker droog weer en dit doe ik altijd in het voorjaar, eigenlijk ben ik al te laat maar het regende de afgelopen weken steeds..’. ‘Mag ik helpen?’, vraagt hij. Na enig aandringen van zijn kant help ik hem oversteken en komen we overeen dat hij de takken voor mij gaat stapelen in de voortuin.

De jongen blijkt Bart te heten en vlak bij te wonen, vijf jaar te zijn, enthousiast en zeer gemotiveerd mij te helpen, nadeel is wel dat hij constant praat en al snel de rollen omdraait en mij verteld wat ik moet doen in plaats van andersom. ‘Hoe ga je de takken afvoeren? Als je nu een kruiwagen hebt kan je ze naar het bos rijden!’. Maar onze samenwerking is onder zijn leiding wel bijzonder efficiënt en effectief, als ik van de ladder afdaal zijn de meeste takken weg, een harde werker die Bart!

Plots staat er een wat oudere jongen in de tuin die, met de telefoon aan zijn oor en mij niet aankijkend, hem vermanend toesprekend: ‘Je mag niet in je eentje oversteken!’, zegt hij. Ik stel me voor en vertel hem dat ik Bart heb helpen oversteken en dat hij mij erg geholpen heeft. Streng spreekt hij Bart aan dat hij mee moet komen naar huis en gedwee gaat hij op zijn tractor achter hem aan.

Tien minuten later is hij terug. ‘Papa vindt het goed als ik je help met de takken’. ‘Prima’ zeg ik en we gaan verder waar we gebleven zijn. Als alles klaar is gaan we zitten en schenk ik een glas jus d’orange voor hem in en praten we nog even na. ‘Bent u rijk?’, vraagt hij. ‘Waarom vraag je dat?”, vraag ik hem. ‘U heeft zoveel spullen’ zegt hij terwijl hij bij mij naar binnen kijkt en plots mijn vrouw ziet staan. ‘Is dat uw vrouw?’, klink het dan verbaasd. ‘Die is mij meer waard dan al mijn spullen’, leg ik hem dan uit, ‘Rijk zijn zit hem niet alleen in de spullen’.

Terwijl ik met hem praat blijkt dat er drie dingen belangrijk zijn in het jonge leventje van Bart: 1) dat het onrechtvaardig is dat mensen dood gaan (waar ik hem gelijk in geef), 2) dat zijn broer op zijn elfde al een I-pad en een I-phone heeft en hij nog wel 5 jaar (!) moet wachten (en zijn broer die dus voor de verkeerde doelen gebruikt zoals ik net had kunnen zien) en 3) dat hij graag andere mensen helpt (een mooie karaktereigenschap vertel ik hem, ga zo door!).

Ik vertel hem dat ik zelf twee kleinkinderen heb die volgend week komen logeren en dat ik het leuk zou vinden als hij dan langs zou komen om iets van zijn levenslessen aan de nieuwe generatie over te dragen. Dat wil hij wel doen. We zitten zo nog een tijdje te praten tot bij plots besluit op te stappen. ‘Even kijken of ik nog andere mensen kan helpen’, zegt hij dan terwijl hij wegrijdt op zijn traktor.