Macht en vrijheid

In januari 1945 werden 8 Franse journalisten door het Amerikaanse State Department uitgenodigd een bezoek te brengen aan de VS. Onder hen bevond zich Jean-Paul Sartre die voor het eerst een land buiten Europa bezocht en dan nog wel het land dat hij in zijn jeugd adoreerde. Nick Carter en Buffalo Bill vormden voor hem het tot de verbeelding sprekend alternatief voor de verstikkende sfeer van het Franse platteland waar hij opgroeide.

Volgens biografe Annie Cohen-Solal waren er in de Tweede Wereldoorlog twee dominante stromingen die zich tegen de Duitse bezetting keerden en dat ware de Gaulisten, vooral geïnspireerd door nationalistische en christelijke waarden, en de communisten die het best georganiseerd waren en het meeste effectief weerstand boden en zich lieten inspireren door Moskou. Sartre was een voorstander van een ‘Derde Weg’, namelijk een stroming die zich niet op Moskou maar op New York liet inspireren. Samen met een aantal andere Franse intellectuelen zoals Albert Camus, had hij tijdens de oorlog een poging gedaan de naoorlogse samenleving een alternatieve ideologie te verschaffen omdat hij bang was dat het Gaulisten en de communisten een autoritaire samenleving voorstonden.

De Amerikaanse samenleving stond toen voor waarden als vrijheid en de democratie en veel Amerikaanse soldaten hadden hun leven gegeven om ons te bevrijden. Amerika was toen voor ons Europeanen het morele kompas waar wij ons op richten en Sartre was dan ook zeer nieuwsgierig wat hij daar zou aantreffen. In Amerika aangekomen ging hij in gesprek ging met de vertegenwoordigers van de overheid maar ook met de gewone Amerikanen en kwam hij er snel achter dat democratie en vrijheid relatieve begrippen zijn en de politieke macht ongelijk verdeeld veroorzaakt door openlijk racisme en grote inkomensverschillen. Zo ideaal als hij verwacht had voor zijn bezoek was de Amerikaanse samenleving dus ook niet.

Dit overkwam Sartre wel vaker. Elke keer als hij weer een buitenlandse reis maakte naar een aansprekend land in transitie zoals naar Rusland, Cuba of China was hij in eerste instantie positief over de hervormingen die hij daar aantrof maar zag hij naar verloop van tijd ook wel de schaduwkanten, met name als het ging om het misbruik van macht door degenen die het voor het zeggen hebben en het gebrek aan vrijheid voor de burgers, een mechanisme dat je aantreft in alle landen met een dominante ideologie.

De ‘Derde weg’ die Sartre voorstond werd geen succes, deze ideologie was na de Tweede Wereldoorlog vooral een hobby van Franse intellectuelen en het bleek niet mogelijk deze te vertalen naar een politiek programma. Bij de eerste verkiezingen in Frankrijk na de oorlog ging het dan ook vooral om de strijd tussen de Gaulisten en de communisten. Waar Sartre wel succesvol in was was het opkomen voor burgers die de dupe waren geworden van op macht beluste politici. Hij zag het als een belangrijke taak voor intellectuelen op te komen voor onschuldig veroordeelde burgers, zeker omdat zij toegang hadden tot de media.

Volgens Sartre is het de taak van de intellectueel de machthebbers altijd aan te spreken op de rechtvaardiging van hun machtsbasis. Een goed voorbeeld daarvan is zijn kritiek in 1958 op Generaal De Gaulle die toen een politieke come-back wilde maken. Sartre reageerde hierop fel met een artikel onder de kop ‘De pretendent’ in L’Express. Sartre verafschuwde De Gaulle’s opvatting over diens persoonlijke macht op basis van zijn speciale verhouding met het land.

Sartre “Degene die verklaart ‘De Gaulle is de enige die…’ praat onzin. Uw kandidaat staat meer bekend om de koppigheid waarmee hij tegen bepaalde dingen is dan om de breedte van zijn economisch en sociaal bewustzijn. Als er onder de menselijke soort slechts één man bestaat met kennis, kennis die hij als enige kan bezitten en die hem het recht geeft invloed uit te oefenen op ons leven, ook al is dat als een goede vader, als zijn daden altijd rechtvaardig en goed zijn alleen al vanwege het feit dat ze uiting zijn van zijn wezen, dan valt de menselijke soort als een kaartenhuis in elkaar: dan is er geen mens meer, maar een supermens en voor de rest dieren. Laten we begrijpen dat men een land niet uit zijn machteloosheid haalt door één man met almacht te bekleden… ‘Ja’, dat is de droom, ‘Nee’ is het ontwaken. Het is hoog tijd dat we weten of we willen opslaan of slapen.”

De laatste jaren van zijn leven werkte Sartre aan ‘Macht en vrijheid’ wat zijn afsluitende filosofische werk had moeten worden en hij niet heeft kunnen afronden. Twee begrippen die als communicerende vaten met elkaar te maken hebben want de vrijheid van de een kan soms een inbreuk zijn op de vrijheid van een ander en dat geeft het begrip vrijheid een relatieve en begrensde betekenis. En tegelijkertijd hebben leiders die niet veel op hebben met onze vrijheid en zichzelf superieur vinden ten opzichte van anderen onze voorkeur, kijk maar om je heen. Dan is de volgende vraag waarom sommige mensen zich superieur achten ten opzichte van anderen en anderen niet, daar moet ik nog eens induiken…

About Gerard Geerlings

Gerard Geerlings, socioloog en schrijver, schrijft online over wat er zoal aan de hand is op het terrein van de digitale samenleving, de troost van kunst, praktische levenskunst en de actuele politiek.
This entry was posted in Blog, Politics and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.