Tag: Erwin Olaf

Alleen de kunst kan ons redden

De recente discussie over het tonen van een vrouwelijk naakt van Edgar Degas in het Van Gogh Museum, maar ook berichten uit de VS dat in een aantal particuliere musea bepaalde schilderijen als aanstootgevend worden gezien en daarom niet worden tentoongesteld, toont aan dat de museale wereld onder druk van de commercialisering van de kunstmarkt zelfcensuur toepast. Voor mij, opgegroeid in de jaren zestig, heeft kunst altijd een taboedoorbrekende en emancipatoire functie gehad en daar worden nu dus blijkbaar beperkingen aan opgelegd door de museale wereld die steeds meer afhankelijk is geworden van subsidies en sponsoring door grote bedrijven.

Ook op andere terreinen heeft het bedrijfsleven invloed op wat wel en niet toegestaan is zoals ik zelf een tijdje geleden heb ervaren toen een foto door mij gemaakt gemaakt tijdens een tentoonstelling van werk van Erwin Olaf in he Haags Gemeentemuseum (sorry, tegenwoordig Museum Den Haag, ook weer zo’n marketing dingetje) door Instagram verwijderd werd met het dreigement dat als ik nog éen keer zo’n foto zou publiceren mijn account verwijderd zou worden, daarmee mij dwingend tot zelfcensuur. Gelukkig heb ik een eigen website, hoewel, ook WordPress waarmee deze site gemaakt is zie ik in staat op een geven moment de content van mijn website te gaan controleren…

Foto Erwin Olaf

Vorige week bezocht ik in Amersfoort een lezing van Herman Pleij over zijn recent verschenen boek ‘Oefeningen in genot’ over de zijn ontdekking dat er naast de seksuele revolutie van de jaren zestig er ook nog éen is geweest rond 1500: ‘Ineens gingen de schrijvers toen helemaal los’. Volgens Pley hebben we te maken met een golfbeweging, tijden van preutsheid worden afgewisseld met tijden van lossere zeden en volgens hem zitten we nu weer in zo’n neergaande periode. Na afloop sprak ik hem kort en merkte ik op dat zijn boek erg deed denken aan het boek ‘Het Civilisatieproces’ van de socioloog Norbert Elias uit 1939, dit boek had hij tijdens zijn onderzoek inderdaad ook als bron gebruikt.

Over de rol en functie van de kunst in de maatschappij is door grote denkers in het verleden al veel geschreven. Zo maakte de filosoof Friedrich Nietzsche een onderscheid tussen het apollinische en het dionysische waarbij het apollinische staat voor de wereld volgens de morele rationale mens zoals dit tot uiting komt in de de schilderkunst, de architectuur en andere voorstellingen van onze verbeelding. En naast deze wereld is er de dionysische wereld van de buitengewone ervaringen van de mens die zijn existentiële grenzen overschrijdt zoals de muziek en de tragedie waar bij de menselijke wil  zich laat spreken.

Het belangrijkste uitdrukkingsmiddel van het apollinische is de taal – die zo zijn beperkingen heeft – terwijl het dionysische rechtstreeks binnenkomt, voor wie daartoe ontvankelijk is, zoals dat gebeurd bij de muziek en het theater en dus van een hoger orde is. Niet voor niks was Nietzsche jaloers op Wagner die uitmuntte in de muziek, iets wat hij zelf graag ook wilde maar na een aantal mislukte pogingen opgaf. Hij kon het moeilijk verdragen goed in iets te zijn (schrijven, filosofie) dat niet rechtstreeks tot je kwam maar via die de beperkingen van de taal.

Een dergelijk onderscheid vindt je ook bij oervader van de psychologie Sigmund Freud die een onderscheid maakt tussen Thanatos en Eros waarbij bij Thanatos – de doodsdrift – de ratio centraal staat en ons streven alles te beheersen en berekenbaar te maken, de domeinen van de wetenschap en de filosofie die tot doel hebben onze driften te sublimeren zodat onze driften niet de overhand hebben en wij binnen de rationele kaders van de wetenschap en de filosofie zinvol kunnen leven. Daartegenover staat Eros, de lust, de levensdrift, de kunst en de cultuur die tot uiting komt door de mimesis: de nabootsing, weerspiegeling of weergave van de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid waarbij het bijzondere of afwijkende niet aan het algemene wordt onderwerpen. Hierbij gaat het niet om de sublimering der driften maar juist om de de cultivering daarvan.

De socioloog en filosoof Jurgen Habermas voegde aan dit onderscheid tussen de ratio en het zintuigelijke een maatschappelijke dimensie toe door een onderscheid te maken tussen systeem en leefwereld. Het systeem staat daarbij voor onze materiële reproductie en kent de subsystemen economie en staat die moeten borgen dat niemand tekort komt en de reproductie systemen efficiënt ingericht zijn. Habermas constateert dat In de loop van de tijd deze systemen steeds complexer zijn geworden waardoor strategisch handelen en het bezitten van geld en macht steeds belangrijker zijn geworden waardoor de maatschappelijke ongelijkheid is toegenomen. Het neo-liberalisme is daar een uiting van.

De leefwereld staat hier los van en wordt gedomineerd door de subsystemen privé en politiek waar door het communicatieve handelen op basis van rationeel handelende argumenterende personen consensus ontstaat over een gemeenschappelijke werkelijkheidsdefinitie. Door de communicatieve processen die zich in deze twee domeinen tussen actoren afspelen wordt in het dagelijks leven al communicerend de leefwereld tot stand gebracht. De leefwereld omvat niet alleen cultureel overgeleverde interpretatiekaders zoals religie, kunst en cultuur maar bestaat ook uit de maatschappelijke instituties die deze leefwereld vorm geven.

Ondergrondse kunst in Iran

Terwijl de systeem wereld steeds complexer wordt en de invloed van de staat en de economie op onze leefwereld steeds groter wordt, worden de bij de leefwereld behorende subsystemen als religie en traditie steeds minder belangrijk waardoor onze leefwereld steeds meer uitgehold wordt en monetaire en bureaucratische middelen onze leefwereld binnendringen en kolonialiseren tegenwoordig geholpen door nieuwe middelen als resultante van het huwelijk tussen marketing en IT.

Het domein van de politiek is tegenwoordig volledig ingekapseld in de systeemwereld en ontdaan van haar ideologische component en binnengedrongen in onze leefwereld die daardoor wordt ingeperkt en ten koste gaat van onze verbeelding. Waar de taal drager van betekenis is en bepaald hoe de wereld aan ons verschijnt zouden kunst en cultuur onze leefwereld moeten verruimen en nieuwe gebieden doen betreden die nog niet ontgonnen zijn. Maar helaas is ook onze kunstwereld de laatste decennia sterk gekolonialiseerd door de systeemwereld en gedomineerd door de wereld van het grote geld en de marketing en willen musea vooral blockbusters als publiekstrekkers en is het voor nieuwe kunstenaars die niet commercieel denken moeilijk een plaats op de kunstmarkt te verwerven.

Habermas was daar pessimistisch over en had het in de jaren zestig al over het einde van de kunst net als Francis Fukuyama het begin jaren negentig over het einde van de geschiedenis had, daar heeft hij nu 30 jaar later toch echt ongelijk in gekregen. Kunst is er altijd geweest en zal altijd blijven hoewel de vorm verandert en steeds op onverwachte plekken in nieuwe gedaanten opduikt. Wellicht zijn onze huidige kunstinstituties wel niet de beste plekken om deze te tonen.

Toch is er hoop voor de kunst nu kunstenaars door het beschikbaar komen van allerlei nieuwe digitale kanalen hun werk aan een groot publiek kunnen aanbieden zonder afhankelijk te zijn van musea, kunstgalerijen of uitgevers. Een heel nieuw business model waarbij kunst rechtstreeks de toeschouwer kan inspireren en daarom potentieel een enorm machtig instrument om maatschappelijk invloed uit te oefenen: één video of post kan een enorme impact hebben op een groot publiek.

Kunstenaars moeten het aandurven nieuwe thema’s aan de orde te stellen zoals bijvoorbeeld het kolonialisme of de invloed van fake news op het maatschappelijke debat. Hoog tijd dat een nieuwe generatie kunstenaars opstaat om deze nieuwe thema’s aan de orde te stellen. Wellicht gebeurd dat echter al zonder dat de huidige kunstelite dat door heeft en noemen deze nieuwe kunstenaars zich vloggers of influencers in plaats van kunstenaar en zitten die nu met allerlei nieuwe kunstvormen te experimenteren in Senegal, Hanoi en Bogota en zijn ze geheel nieuw taboes aan het doorbreken waarvan wij het bestaan nog niet beseffen…

Mijn eigen Rodin

Toen ik vijftien was bezocht Ik voor het eerst het Musée Rodin in Parijs en was ik erg onder de indruk van zijn werk. Bij zijn beelden gaat het niet om een klomp brons maar om iets wat groter is dan het materiaal alleen en mij als aanschouwer in vervoering brengt. “Dat is dus kunst” ontdekte ik toen. Net als deze blog meer is dan de som van de woorden en beelden die ik gebruik. Ik wou dat ik een beeld van hem had, dacht ik toen, wel een beetje kostbaar waarschijnlijk dus eerst maar eens wat geld verdienen…lage-bronze

Tot ik zo’n veertig jaar later en acht jaar geleden met mijn vrouw een trip door Yorkshire, Wales en Engeland maakte door de countryside. Vast onderdeel van ons programma is, naast ‘Tea and scones’ en een bezoek aan de lokale pub, het bezoeken van antiekwinkels: een hobby die wij beide delen. En er zijn veel van dit soort winkels in Engeland, dat is het nadeel van het winnen van twee wereldoorlogen: je blijft met veel troep zitten omdat niks kapot gaat en daar moet je dan weer wat mee: vandaar al die antiekwinkels en TV programma’s over antiek en veilingen in Engeland.

Ik weet niet meer precies waar het was maar plots stonden we in een winkel met vitrines vol servies en bestek, schilderijen, sieraden en beelden en vlak bij de ingang stond mijn Rodin! Eerst zag ik niet dat het een Rodin was maar vond ik het een interessant beeld maar bij nadere bestudering was het er een en de eigenaar vertelde er meteen bij dat het geen origineel was maar een kopie maar wel een verdomd goede kopie. Dondert niet, dacht ik, het gaat niet om het geld maar om iets moois dat je graag wil hebben. Maar aangezien het om een relatief groot bedrag ging (600 pond) besloten we er nog even over na te denken.

20161117_085217

Eerst maar eens thee met scones dus en het dorpje nader bekeken. Maar als een magneet trok de Rodin mij toch weer naar de winkel. De eigenaar wist een koper te hebben toen we voor de tweede keer naar binnen gingen. Mijn eega vond het een beetje duur en wilde eerst nog onderhandelen over de prijs. Afijn, uiteindelijk verlieten we de zaak met het beeld en een mooi antiek visbestek voor dezelfde prijs, best een duur bestek dus maar we maken er nog steeds met plezier gebruik van als we gasten hebben.

schermafbeelding-2016-11-19-om-08-04-11

De volgende dag liepen we een paar dorpen verder langs alweer een antiekshop, het was zondag en de winkels waren dicht. Plots zagen we in de etalage een zelfde kopie van Rodin’s L’Age d’Airain staan, deze keer met een prijskaartje eraan: 450 pond! Blijkbaar was er een hele partij kopieën aan de plaatselijke antiekhandelaren aangeboden! “Verdorie, we hadden beter moeten onderhandelen!” zei mij eega. Ik heb later begrepen dat Rodin vele afgietsels van zijn beelden liet maken in veel verschillende materialen, dat naast het feit dat daar ook weer veel kopieën van zijn: in die zin was hij een van de eerste die aan massaproductie van kunst deed.

Afijn, het beeld staat nog steeds in onze huiskamer en af en toe aai ik hem over zijn hoofd, “mijn eigen Rodin” denk ik dan trots. Mijn eega heeft al een aantal keren geprobeerd me over te halen het beeld te verkopen maar dit is mijn Rodin en er zit ook nog een verhaal aan vast en voor mij was het die prijs wel waard!

20161117_085241

Ik was dan ook blij verrast vanmorgen een artikel in de Volkskrant aan te treffen over een aanstaande Rodin tentoonstelling in het Groninger museum.  Conservator Suzanne Rus heeft het voor elkaar gekregen vijf versies van L’Age d’Airain, ofwel in het Nederlands Het Bronzen Tijdperk, bij elkaar te krijgen als onderdeel voor de Rodin tentoonstelling die deze week van start gaat. Haar natuurlijk meteen een mailtje gestuurd met het aanbod ook mijn beeld in te brengen voor 450 pond, kopen kan ook maar dan wordt het 600 pond… In ieder geval ga ik natuurlijk binnenkort naar de Rodin tentoonstelling in Groningen!rodin-groningen

Aanvullende reactie van mijn eega via Facebook:

“Aan ons beeld van Rodin zit nóg een verhaal vast. Onze buurman heet Rody, een geweldige man met een mooie kijk op het leven. Wij zijn erg dol op hem. Het beeld heet bij ons thuis dus “de Rody”, die we in ‘t voorbijgaan vaak even over het hoofd aaien.”

Naschrift n.a.v. bezoek aan de tentoonstelling in het Groninger Museum begin 2017:

En daar heb je ze dan, de vijf kopieën, netjes bij elkaar in het Groninger museum, een maatje groter dan mijn kopie en qua kleur en afwerking allemaal verschillend. Bij deze tentoonstelling in Groningen staan de werkwijze en productie methode van Rodin centraal, interessant maar het leidt wel af ten aanzien van het oorspronkelijke doel van Rodin met betrekking tot de beelden: mooie beelden maken en zorgen dat zoveel mogelijk mensen ervan kunnen genieten.

Tevens in het Groninger Museum de mooie foto’s bekeken van Erwin Olaf die zich door Rodin liet inspireren: Rodin maakte  overigens in zijn tijd ook al van fotografie gebruik maar dan als hulpmiddel voor het maken van zijn beelden. Helaas gebruikt Olaf L’Age d’Airain niet als voorbeeld maar deze lijkt er een beetje op!

%d bloggers like this: