Tag: Tanzania

Freeman

Vier jaar geleden bezocht ik Tanzania en een dag voordat we van Nairobi terug zouden vliegen naar Amsterdam liepen we langs de receptie van ons hotel in Arusha waar we die ochtend een taxi besteld hadden en daar vroeg de Engelse receptioniste ons of we onze reispapieren wel op orde hadden. Het bleek dat je een visum nodig had om de grens over te gaan van Tanzania naar Kenia en dat je dat minimaal 5 dagen van te voren digitaal moest aanvragen.

Daar hadden we als beginnende Afrika reizigers niet aan gedacht dus terug op mijn kamer gekomen probeerde ik via de krakkemikige internetverbinding er achter te komen of er niet een spoedprocedure was, ons vliegtuig stond immers de volgende dag gepland te vertrekken. Na een paar keer een start te hebben gemaakt met het invullen van een formulier, dat halverwege het invullen zonder te worden opgeslagen verdween, advies gevraagd bij de receptioniste en zij wist handig een officieel document uit te printen met al onze gegevens zodat we in ieder geval een officieel lijkend document hadden. Verder gaf ze het advies vooral te doen wat Freeman adviseerde, onze chauffeur de volgende dag.

De volgende ochtend stapten wij in zijn auto en al snel klikte het tussen ons en Freeman. Hij sprak goed Engels en vertelde dat hij in het verleden voor een Nederlandse mevrouw die voor het Internationale Ruanda tribunaal in Arusha had gewerkt en nog steeds contact met haar had. Toen we ons probleem van het visum hadden uitgelegd moest hij even bellen maar hij kwam al snel met een oplossing. Hij zou ons naar de grens brengen, overdragen aan een fixer die ons de grens over zou helpen en dan zou er aan de andere kant een Keniaanse taxi klaar staan om ons naar het vliegveld van Nairobi te brengen. En dat allemaal voor de al eerder afgesproken prijs.

Zo gezegd en zo gedaan. Onderweg naar de grens hadden we ruim de tijd bij te kletsen en zijn we ook nog even gestopt om de door het hotel meegegeven lunch te verorberen en het was erg gezellig. Hij vertelde trots over zijn kinderen en liet foto’s zien en wilde alles weten over onze kinderen, een echte familieman. Ondertussen werden we nog een paar keer aangehouden maar dat waren we al gewend en soepel schudde Freeman de politie van zich af.

Bij de grens, die eigenlijk geen grens was maar een verzameling gebouwtjes, stelde hij ons aan iemand voor die onze koffers overnam en ons van loket naar loket loodste, stempel(s) hier en stempel daar krijgend. En natuurlijk moesten we overal ons medisch pasport tonen terwijl mijn vrouw zich continu zorgen maakte over de hygiëne en ik continu mijn handen moest ontsmetten met ontsmettingsmiddel. Iets wat we nu gewoon zijn gaan vinden maar toen een interessante typisch Afrikaans exotisch reisverhaal opleverde.

En inderdaad kwamen we met het betalen van wat geld keurig door de douane waar een stukje verderop een chauffeur uit Nairobi ons stond op te wachten in een oud barrel dat naar diesel stonk en waarvan de raampjes niet dicht konden. Ook hij reed zonder veel problemen door alle wegblokkades van de politie heen en hij vertelde dat als Freeman hier gereden had hij als Tanzaniaans chauffeur waarschijnlijk de hoofdprijs moest betalen en de reis veel langer geduurd had. Op tijd bereikte we het vrij moderne vliegveld van Nairobi en voor het het wisten zaten we in het vliegtuig terug naar Amsterdam.

Ik had Freeman mijn kaartje gegeven en toen ik thuis was kreeg ik een Facebook uitnodiging van hem die ik accepteerde en zo bleef ik op de hoogte van wat er met hem gebeurde. Twee dagen geleden kreeg ik een berichtje van hem dat het niet zo goed ging. De hele tourisme sector in Arusha ligt stil omdat er nauwelijks toeristen meer zijn vanwege de Corona en dat heeft natuurlijk veel impact waardoor zijn inkomsten gedaald zijn tot nul. En hij is niet de enige, Oxfam Novib rapporteerde deze week dat door de Coronacrisis 500 miljoen mensen weer onder de armoedegrens van 1,90 per dag komen. Zware tijden dus voor Freeman die een gezin te onderhouden heeft in een land met nauwelijks sociale voorzieningen. Dan hebben zij het hier in Nederland maar goed met een overheid die met miljarden smijt om ons land overeind te houden alsof het niks is.

Laten we mensen zoals Freeman niet vergeten…

Niks helpt

Gisteren voor het eerst een Filosofisch Café bijgewoond georganiseerd door de ISVW in Leusden en daar een interview van Marthe Kerkwijk met Denker des Vaderlands René ten Bos bijgewoond. Een belezen man, die René ten Bos, tijdens het interview strooide hij met citaten van filosofen en verwees hij naar tal van boeken die mij als beginnend filosoof een leeslijst van jaren zouden opleveren, geen beginnen aan!

Tijdens het interview stonden zijn gedachten over het ‘Antropoceen’ tijdperk centraal, de periode waarin we nu leven en die, volgens René ten Bos, wordt gekenmerkt door het feit dat de mens steeds meer in staat is zijn natuurlijke leefomgeving naar eigen goeddunken in te richten terwijl dit op termijn ongewenste gevolgen heeft voor ons klimaat.Dit leidt tot een fundamentele desoriëntatie: sinds een tijdje weten we heel goed wat er aan de hand is met onze aarde en wat op termijn de effecten zijn, maar zijn we niet in staat vanuit een gemeenschappelijk gedeeld algemeen belang dit om te zetten in concrete acties. In plaats daarvan stellen we normen vast voor de lange termijn (klimaatakkoord Parijs) en gaan we gewoon door onze leefomgeving vanuit het oogpunt van korte termijn behoeftebevrediging te vervuilen: ‘we dwalen zonder te weten wat we met de aarde aan het doen zijn’.

Dit probleem kan je volgens hem niet oplossen door het wijzigen van individueel gedrag. Als je voor jezelf beslist voortaan vegetarisch te gaan eten, niet meer te gaan vliegen en je dak vol te gooien met zonnepanelen draagt dat niets bij aan de oplossing. Individueel handelen heeft totaal geen impact op ons ecologisch systeem en de klimaatontwikkeling, niets helpt dus. Dat kan alleen maar als we fundamenteel anders gaan denken over de relatie tussen de mens en natuur, zij staan niet los staan van elkaar zoals de achttiende eeuwse filosoof Immanuel Kant stelde. René ten Bos is het daar niet mee eens, zij beïnvloeden elkaar juist wederzijds omdat de mens zelf ook onderdeel is van de natuur.

Ter illustratie kwam hij met de vraag wat je moet doen wanneer je in de natuur verdwaald bent, daar heeft hij uitgebreid onderzoek naar gedaan. De algemene opvatting daarover is dat je dan het beste in één rechte lijn kan blijven doorlopen, uit onderzoek blijkt echter dat dat niet de meest effectieve strategie is. Beter is het eerst onder een boom te gaan zitten en goed te observeren wat je ziet: waar staat de zon, uit welke hoek komt de wind, hoe gedragen vogels zich, zijn er aanwijzingen te vinden, wat een goede route zou kunnen zijn etc.… Culturen zoals bijvoorbeeld de Masai in Afrika staan veel dichter bij de natuur en kunnen zonder kompas of GPS systeem de weg feilloos vinden. Door alle technische hulpmiddelen die we tegenwoordig hebben zijn wij steeds verder van de natuur af gaan staan en zijn we hopeloos verloren als onze mobiele telefoon het plots niet meer doet. En deze fundamentele kloof tussen natuur en cultuur wordt steeds groter zodat het steeds moeilijker wordt dit probleem op te lossen.

Twee jaar geleden heb ik in Tanzania vanaf de veranda van mijn lodge een dag met een verrekijker (sic!) zitten kijken wat er zo allemaal voor mijn ogen gebeurde. Je kon van onze veranda heel ver kijken tot aan Lake Manyara op zo’n 1,5 uur lopen afstand. En er was veel te zien: vogels, luchten, bootjes, dieren, kudden, honden, motoren, geuren en niet te vergeten het licht dat elk moment van de dag weer anders was. Naast de lodge woonden een aantal Masai. Je kon ze ‘s morgens in kleine groepjes samen met hun honden naar het meer zien lopen waar hun kudden vroeg in de ochtend en zonder begeleiding naar toe waren gelopen om water te gaan drinken.

Aan het eind van de ochtend gingen de Masai op pad om ze op te halen, een dagelijks terugkerend patroon. Met mijn verrekijker kon ik ze goed volgen en elke keer als ik ze opzocht waren ze weer een stuk verder. Het grappige was dat ‘lopen’ bij de Masai niet echt lopen is zoals wij dat doen: in één rechte lijn van a naar b lopen. Soms liepen ze een stuk hard, dan stopten ze even, gingen ze zitten of uit elkaar, en daarna weer stoeiend en speels verder.

Aangekomen bij de kudde duurde het wel drie uur voor ze de kudde bij elkaar hadden gedreven en even lang om die kudde weer naast onze lodge te krijgen. Een ritueel dat zich al eeuwenlang dagelijks herhaalt en waar geen technische hulpmiddelen aan te pas komen en waar ik geboeid naar zat te kijken.  Tot ik op de veranda naast ons in ene een grote groene boomslang zag liggen en snel de bewakers via de mobilofoon, die we van hen hadden gekregen, oppiepte om de slang weg te jagen. Het bleek een behoorlijk gevaarlijke exemplaar te zijn.

Mooi dat er nog culturen als de Masai die zo dicht bij de natuur staan, dacht ik toen. Totdat ik vanmorgen in een column van Sheila Sitalsing in de Volkskrant las dat de Masai wel degelijk van deze tijd zijn. In de Financial Times heeft afgelopen weekend een artikel gestaan dat de Masai vijf jaar geleden een organisatie hebben opgericht, de ‘Masai Intelectual Property Initiative Trust’, om hun cultureel erfgoed te beschermen en hun recht te halen bij de commerciële exploitatie daarvan. Volgens het artikel zouden de Masai honderden miljoenen aan royalties kunnen opeisen van bedrijven als Louis Vuitton die al jaren roodgeruite Masai sjaals en dekens in hun collectie hebben (zie bovenstaande foto, genomen bij Lake Manyara, ik ben de tweede van links). Ook de Masai kunnen dus niet ontkomen aan de onze Westerse, op economisch nut gebaseerde, principes. Niets is wat het lijkt.

Wellicht een beetje pessimistisch verhaal van René ten Bos maar ik ben het met hem eens dat je beter een pessimist kan zijn die af en toe verbaasd constateert dat iets werkt dan een optimist die steeds opnieuw constateert dat de dingen niet blijken te werken zoals verwacht …

John Magufuli van Tanzania

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De afgelopen drie weken samen met mijn vrouw een bezoek gebracht aan Tanzania en het daar erg naar onze zin gehad. Tanzania is een prachtig land waar meer dan 50 miljoen mensen vreedzaam samenleven dit in tegenstelling tot zowat alle omringende landen waar het continu onrustig is. En dat terwijl 70 % van de bevolking van minder dan 2 dollar per dag moet zien rond te komen, er 120 verschillende stammen wonen waarbij geen van allen een meerderheid heeft en er eveneens geen dominante religie is: circa 1/3 is moslim, 1/3 christelijk en 1/3 hangt de aan hun stam verbonden levensovertuiging aan. Het gaat wonderbaarlijk goed daar in Tanzania en we hebben er dan ook een mooie tijd gehad: een voorbeeld voor menig ander Afrikaans en Westers land waar het maar niet wil lukken de welvaart voor iedereen te vergroten.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Vanaf het moment dat we het vliegtuig uitstapten hebben we alleen maar aardige mensen ontmoet en met verbazing om ons heen gekeken en genoten van de cultuur en de mooie natuur. We hebben op vijf verschillende plekken gebivakkeerd en drie Nationale parken bezocht waar we giraffen, olifanten, zebra’s, flamingo’s etc. hebben gezien tijdens de safari van Ajabu Adventures met de Tanzaniaanse gids Joachim die ons met enthousiasme veel kon vertellen over de dieren die we tegen kwamen. Opvallend is wel het grote contrast tussen de welvaart van de gemiddelde Tanzaniaan en de luxe van de lodges en safari’s waar met name de westerlingen zitten die zich dit kunnen veroorloven. Als je ooit naar Tanzania gaat zou ik je dan ook aanraden ook deze andere wereld te bezoeken omdat je anders een te eenzijdig beeld van het land krijgt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Omdat ik me van te voren wilde verdiepen in Tanzania had ik in Amersfoort en Utrecht de betere boekhandel bezocht om te kijken of er en goed boek over Afrika of Tanzania te vinden was om me een beetje voor te bereiden. Het bleek dat er haast niets over Afrika te vinden was! Wel zijn er planken vol te vinden over de Islam en IS, het Midden Oosten en de Arabische revolutie maar over het Afrika van beneden de Sahel en boven Zuid Afrika is er weinig te vinden en als je wat tegenkomt is het boek door Westerse journalisten geschreven, niet door de Afrikanen zelf. Ik heb het dus moeten doen met de ‘Lonely Planet’, de plaatselijk krant en de ‘The Looting Machine’ van Tom Burgis, een onderzoeksjournalist van de New York Times. Overigens schrijft hij haast niks over Tanzania en alleen over de landen in Afrika waar het slecht gaat, een gemis want het lijkt me eigenlijk des te interessanter om te kijken waar het goed gaat en wat we daar van kunnen leren…

Tom Burgis

Tom Burgis beschrijft in zijn boek de ongelovelijke rijkdom aan grondstoffen in Afrika en de mechanismes die er voor zorgen dat de opbrengsten van de natuurlijke rijkdom niet ten goede komen van de bevolking maar aan de politieke elite van die landen die, vaak geholpen door Westerse consultants die schimmige fiscale constructies adviseren, primair bezig zijn zich te verrijken en erop uit zo lang mogelijke aan de macht te blijven. Tevens beschrijft hij de toenemende invloed van China op Afrika: momenteel investeert China vier keer zo veel in Afrika dan er aan Westere hulp naar Afrika gaat. Daarbij is het het verschil dat de Westerse hulp voornamelijk bestaat uit bestrijding van de armoede en verbeteren van de zorg en onderwijs terwijl de Chinezen druk bezig zijn met de uitvoering van grote infrastructurele projecten (wegen, treinverbindingen, gebouwen), je ziet overal langs de kant van de weg bij deze projecten Chinese uitvoerders en toezichthouders staan terwijl de Westerse hulpverleners in hun mooie jeeps langs scheuren. En dat natuurlijk allemaal in ruil voor toegang tot de natuurlijke grondstoffen als onderpand voor de investeringen. In dit kader was het interessant een verslag in een Tanzaniaans kant te lezen van een Chinees – Afrikaanse conferentie die tot doel had business opportunities te creëren voor beide landen en waar een hoge Chinese ambtenaar tijdens een speech zich had afgezet tegen de kritische journalistiek en Tanzaniaanse journalisten opriep alleen positief over de relatie China Tanzania te berichten. Dat zegt wel iets over de verhoudingen. In de toenemende invloed van China zit het gevaar van het overnemen van het Chinese model en de vraag is of de Tanzanianen dat wel willen…

John Magufuli

Een goed voorbeeld hoe het mis kan gaan in Afrika is  Zimbabwe waar Robert Mugabe sinds 1987 aan de macht is. Zimbabwe zit momenteel financieel zwaar in de problemen: Zimbabwe moet deze maand (september) 1,1 miljard dollar terug betalen aan de World Bank alvorens ze door de IMF van een nieuw steunprogramma kunnen worden voorzien. De huidige Zimbabwaanse Minsiter van Financiën Patrick Chinamasa probeert al een tijdje vergeefs dit bedrag te lenen bij internationale banken en financiële instellingen, de tijd dringt. Het vreemde daaraan is is dat Zimbabwe tot de rijkste landen van Afrika behoort en zo’n schuld eigenlijk zelf makkelijk zou kunnen aflossen. Robert Mugabe heeft in maart nog gezegd dat er in Zimbabwe voor 15 miljard aan diamanten is gewonnen en daarvan maar 2 miljard in de staatskas is terecht gekomen, de rest is simpelweg gestolen. Robert Mugabe heeft zich zelf overigens een salaris gegeven van 33,8 miljoen dollar alleen al voor reiskosten en zijn vermogen wordt geschat op drie miljard dollar dus hij zou deze schuld zelf in één keer kunnen aflossen. Niet voor niks steunt Mugabe dan ook Donald Trump zoals uit een recent interview bleek.

africanminerals

Niks van dit alles in Tanzania! Hoewel er natuurlijk ook problemen zijn (zoals bijvoorbeeld corruptie) heeft Tanzania het geluk een aantal charismatische leiders te hebben gehad die niet voor het eigenbelang gingen maar voor het algemeen belang gaan. Hun grote voorbeeld was natuurlijk Julius Nyerere die na de onafhankelijkheid van Engeland van 1964 tot 1985 regeerde en wiens portret nog overal hangt, niet alleen in overheidsgebouwen maar ook in winkels. Sinds amper een jaar is daar een nieuwe leider bij gekomen: de vorig jaar oktober gekozen president John Magufuli wiens portret we eveneens veelvuldig tegenkwamen en waarover alle Tanzanianen die we spraken erg positief zijn. Magufully staat er om bekend  niet vatbaar te zijn voor corruptie, hij was voor hij president werd verantwoordelijk voor een groot aantal infrastructurele projecten en nog nooit betrapt op een faux pas.

Neyere Airport

Andere zaken die hem sinds zijn aantreden erg populair hebben gemaakt zijn het opstarten van een programma’s om stroom onderbrekingen te voorkomen, het onverwacht bezoeken en controleren van overheidsinstellingen (hierboven een onverwacht bezoek aan het vliegveld Julius Nyerere van Dar Es Salaam waar de pasport controle machines niet bleken te werken en hij de verantwoordelijke ambtenaren ontsloeg), het zelf de straat op gaan om de straat schoon te maken, het daadwerkelijke verplaatsen van de regering van Dar Es Salaam naar Dodoma (we zijn in beide steden geweest en dit wordt nu ook daadwerkelijk gedaan) en het afschaffen van een aantal van de vele feestdagen.

Modi Magufuli

Wat dat betreft heeft de leiderschapsstijl van John Magufuli veel weg van die van Narendra Modi, de premier van India die een zelfde soort maatregelen heeft genomen (zie foto hierboven). India en Tanzania hebben dan ook qua structuur en samenstelling veel gemeen en werken nauw samen. Het is jammer dat het westen Tanzania zo weinig steunt en China te veel ruimte geeft haar invloed daar uit te breiden. De meeste Tanzanianen die we spraken waren helemaal niet zo blij met de autoritaire stijl van leiding geven van de Chinezen op de grote projecten en waren bang te afhankelijk van hen te worden: al die investering moeten in de toekomst terug betaald worden waardoor China toegang krijgt tot de exploitatie van de overvloedig aanwezige bodemschatten.

%d bloggers like this: