Weg uit de stad

Dit weekend stond er in interview met Jaap van Dissel van het RIVM en voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT) in de NRC waarin hij aangaf dat we het coronavirus niet op korte termijn kwijt zullen raken en dat het nog vaak terug zal komen, zeker in Nederland met zoveel internationale contacten. ‘We hebben de eerste fase opgevangen, nu gaat het erom hoe je dat voortzet.

In dat zelfde NRC stond een artikel over de internationale kunstmarkt, goed voor een omzet van ongeveer 58,6 miljard euro, die door de corona pandemie nagenoeg is stilgevallen. Als er één markt internationaal is dan is deze markt het wel en tot nu toe werden de meeste transacties op deze markt gedaan op de internationale kunstbeurzen in Basel, Parijs of New York en natuurlijk onze eigen Tefaf in Mastricht. Afgelopen maart, toen het coronavirus in China en Italië al om zich heen greep, vlogen de rijken der aarde met hun privé vliegtuigen op Maastricht Aachen Airport om deze beurs te bezoeken. Deze beurs was gestart op 5 maart terwijl overal elders in Europa grote publieksevenement werden gesloten en zes dagen later werd deze beurs vroegtijdig gesloten nadat een Italiaanse kunsthandelaar positief op corona was getest.

NRC redacteur Arjen Ribbens interviewde een aantal betrokkenen bij de internationale kunsthandel en kwam tot de conclusie dat er waarschijnlijk lage tijd geen internationale kunstbeurzen meer zullen zijn en dat het de vraag is of ze ooit weer gehouden zullen worden. ‘Kunstbeurzen zijn voor lange tijd dood, misschien wel voor altijd’, aldus de New Yorkse galeriehouder Magda Sawon eind april in een artikel op Artnet. Uit een onderzoek blijkt dar de galeriehouders dit jaar verwachten dat hun omzet met 72 % daalt en eenderde verwacht het niet te zullen overleven. Nanne Dekking van de Tefaf: ‘Een kunstbeurs met duizenden mensen uit vele landen op één plek bijeen, dat gaat voorlopig niet gebeuren. Nergens niet. Negentig procent van de bezoekers die de Tefaf Fall zouden bezoeken hebben de stad verlaten. Die zie je voorlopig niet.’

Een interessante case die kunstwereld omdat het aantoont dat de essentie van de corona crisis gelegen is in het feit dat de stad en het samenklonteren van mensen dicht op elkaar gevaar op besmetting met zich meebrengt en beter vermeden kan worden. De rijken hebben dat door en trekken zich bewust terug uit het maatschappelijk leven op hun buitenhuizen en privé jachten waar ze de kunsthandelaars en kunstenaars nu privé kunnen ontvangen en interessante kunst zonder de marktwerking van een beurs kunnen kopen.

Tevens toont de case aan dat de stad, als cultureel centrum, met het wegvallen van al die mooie voorzieningen als musea, theaters, restaurants en galerieën niet meer het zwaartepunt is van het maatschappelijke leven dat zich nu verplaatst naar de niet stedelijke omgeving waar je de massa kunt ontlopen en je minder risico’s op besmetting loopt. De stad is niet meer de stad van vóór de corona pandemie en als de voorspelling van Jaap van Dissel uitkomt zal het karakter van de stad de komende jaren drastisch gaan veranderen en het wel eens minder aantrekkelijker kunnen worden er te wonen, te werken en uit te gaan.

Het verdwijnen van winkels en de vele uitgaansmogelijkheden die we voor de crisis hadden maakt onze binnensteden niet meer zo aantrekkelijk als vroeger en roept vragen op als wat gaan we doen met de leegstand en hoe activeren we de stad weer als cultureel centrum als de anderhalve meter samenleving langere tijd de norm blijft? En waar liggen dan nieuwe kansen voor de stad? Hoe zou zo’n stad er dan uit moeten zien? Bij mij doet dan het beeld op van de steden in de US waar de binnensteden verpauperd zijn en iedereen in auto’s van de ene locatie naar de andere gaat voor het winkelen of een bezoek aan een bioscoop, restaurant of themapark, voor ons Europeanen niet echt een aantrekkelijk beeld.

Je een voorstelling maken van een alternatief is niet makkelijk omdat we nu eenmaal gewend zijn dat onze voorzieningen grootschalig zijn opgezet en we graag massaal voetbalwedstrijden en evenementen bezoeken, dat zit nu eenmaal in ons DNA en dat verander je niet zomaar. Noodgedwongen leren we nu genoegen te nemen met kleinschaligheid en het lokale aanbod. Afstand bewaren en massaliteit gaan nu eenmaal niet samen en met deze beperkingen zullen we de komende tijd moeten leren leven, wen er maar aan beste lezers!

Zelf dit weekend naar B&B De Oale School in Lattrop geweest om ideeën op te doen. Mijn vrouw en ik waren daar de enige bezoekers en we konden zelfs zonder problemen de grens tussen Twente en Duitsland overfietsen, Nederlandse automobilisten werden collectief de toegang geweigerd. Alle musea, restaurants en terrassen waren aan beide kanten van de grens dicht dus heb ik mij, onder het genot van een goed glas wijn, vermaakt met het lezen van ‘Dorpsleven’ van Amos Oz over de bewoners van Tel Ilan, een dorpje op het platteland van Israël waarin hij vertelt over de bewoners van deze kleine gemeenschap en hun onvervulde wensen en tegenslagen.

Om mij heen waren de boeren druk bezig op hun land en lagen de landerijen er prachtig bij hoewel de rust regelmatig verstoord werd door onze buren waar een kinderfeestje plaats vond dat uiteindelijk flink uit de hand liep en de buurman na afloop luid schreeuwend zijn vrouw stond uit te schelden. Net als Amoz OS in zijn boek beschrijft kunnen de emoties in zo’n kleine gemeenschap hoog oplopen…

Wat ik wel mooi vond aan zo’n lokale kleinschalige gemeenschap als Lattrop is dat iedereen er erg aardig is en alle tijd voor je heeft. Vanaf ons terras groette iedereen ons vriendelijk en de dorpsbakker en de fietsverhuurder namen alle tijd voor ons. Ook de twee dames die de B&B uitbaten waren uiterst vriendelijk en zorgden vanaf anderhalve meter goed voor ons en de desinfecterende middelen waren ruim voorradig. Een prima alternatief eigenlijk voor die Franse en Italiaanse hotels en restaurants die nooit echt hebben uitgeblonken in gastvrijheid en oog voor propere sanitaire voorzieningen.